De onderliggende bijzinnen (dieper in de zinsstructuur) worden ook drie punten kleiner weergegeven maar bovendien cursief



Dovnload 0.68 Mb.
Pagina1/13
Datum23.07.2016
Grootte0.68 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13



Voorwoord

De hiernavolgende tekst bevat de Latijnse tekst van het examenpensum 2013 (Seneca), een vertaling en aantekeningen bij de teksten in de vorm van voetnoten. De Latijnse teksten zijn overgenomen van internet (http://www.thelatinlibrary.com), en waar nodig aangepast aan de teksten zoals die in de examenbundel opgenomen zijn. Soms zijn dat tekstuele aanpassingen. Waar hij stond, is de consonantische v (die dus op internet genoteerd staat als een u) vervangen door de gebruikelijke v. In de meeste gevallen is de tekstindeling aangehouden zoals die in de bundel staat die op het Johan de Witt-gymnasium gebruikt wordt: hoofdstuktitels, subtitels/paragraaftitels.

De vertaling wordt, evenals de aantekeningen in de noten, gedoseerd aangeleverd, zodat leerlingen niet alles ineens voorgeschoteld krijgen. De dosering is gericht op de leerlingen (zesdeklassers) van het Johan de Witt-gymnasium. In overleg met de lesgevende docente wordt tekst op superlatijn.nl geplaatst.

Links staat steeds de Latijnse tekst, rechts een werkvertaling. In de Latijnse tekst is via opmaak getracht een aantal grammaticale zaken te highlighten. Zo wordt een coniunctivusvorm steeds vet gedrukt. Nieuw is de poging bijzinnen te onderscheiden van hoofdzinnen. De qua structuur bovenaan liggende bijzin wordt drie punten kleiner gedrukt, maar nog wel romein. De onderliggende bijzinnen (dieper in de zinsstructuur) worden ook drie punten kleiner weergegeven maar bovendien cursief. Om het begin van een ondergeschikte zin (een bijzin) aan te geven staat er een . Een bijzin wordt normaal gesproken ingeleid door een voegwoord of door een betrekkelijk voornaamwoord. Andere mogelijkheden, zoals een indirect vragend voornaamwoord, worden niet onderverdeeld, maar wel aangegeven. Zo wordt om een betrekkelijk voornaamwoord/relativum een kader met doorlopende lijn geplaatst. Om een voegwoord wordt een kader met een stippeltjeslijn geplaatst. Om andere bijzin inleidende woorden staat een kader met onderbroken stippellijn. Let wel: het gaat om de bijzinnen in de Latijnse tekst. De corresponderende bijzinnen in de vertaling worden in principe niet op dezelfde manier weergegeven: dat is een keuze. Wie veel Latijn leest, weet natuurlijk ook, dat bijvoorbeeld participia in het Latijn ook wel eens in de Nederlandse vertaling als een bijzin worden weergegeven: die bijzinnen zijn geen vertalingen van Latijnse bijzinnen en ze worden dus op de normale puntgrootte weergegeven.

In totaliteit oogt het beeld nog iets rustiger dan bij het gebruik van totaal andere lettertypes of voortdurende onderstreping van bijvoorbeeld bijzin dan wel hoofdzin, enkel dan wel dubbel, of kleuren (zoals in het Liviuspensum vorig jaar gedaan is door één van mijn leerlingen van toen). Het is, wederom, een keuze.

Bij de voetnoten worden Latijnse woorden of zinsdelen vet weergegeven. Stijlmiddelen staan in klein kapitaal.

M. de Hoon, webmaster superlatijn.nl

Veel gebruikte afkortingen:

NOM=nominativus GEN=genitivus DAT=dativus ACC=accusativus ABL=ablativus VOC=vocativus

SG=singularis (enkelvoud) PL=pluralis (meervoud)

M=masculinum (mannelijk) F=femininum (vrouwelijk) N=neutrum (onzijdig)

HZ=hoofdzin BZ=bijzin

GRV=gerundivum GRD=gerundium

PR=praesens IMPF=imperfectum FUT=futurum

PF=perfectum PLQP=plusquamperfectum FUT EX=futurum exactum

IND= indicativus CON=coniunctivus INF=infinitivus IMP=imperativus PTC=participium

PPA= participium praesens activum PPP=participium perfectum passivum PFA=participium futurum activum

ADI= adiectivum (bijvoeglijk naamwoord) SUBST=substantivum (=zelfstandig naamwoord) ADV=adverbium (bijwoord) DEP=deponens

AcI=accusativus cum infinitivo-constructie

NcI=nominativus cum infinitivo-constructie

abl abs=ablativus absolutus-constructie



H2:De tranquillitate animi 10. 1-4 (p.18; rr.47-53): Gebruik bij tegenspoed je verstand (1)

At in aliquod genus vitae difficile incidisti1 et tibi ignoranti vel publica fortuna2 vel privata laqueum3 impegit, quem nec solvere possis nec rumpere: cogita4 compeditos5 primo6 aegre ferre onera et impedimenta crurum; deinde7, ubi non indignari illa sed pati proposuerunt, necessitas8 fortiter ferre docet, consuetudo9 facile10. Invenies11 in quolibet genere vitae oblectamenta et remissiones et voluptates12, si volueris13 mala putare14 levia15 potius quam invidiosa facere.

Maar jij bent op een of ander moeilijk punt van/in je leven terechtgekomen en jou hebben, zonder dat je dat door had, ofwel de omstandigheden van de staat ofwel persoonlijke omstandigheden een strop om je nek gelegd, die je noch los kunt maken noch kapot kunt maken: bedenk dat zij die in de voetboeien geslagen zijn hun lasten en de belemmeringen aan/van hun benen aanvankelijk met moeite dragen; (maar) daarna, wanneer ze zich hebbben voorgenomen daarover niet boos te zijn maar ze te dulden, leert de noodzaak hen die dapper te dragen, de gewenning (ze) gemakkelijk (te dragen). Op elk punt van/in je leven zul jij genoegens tegenkomen en ontspanningen en pleziertjes, als je (maar) bereid bent ellende te zien als iets lichts liever dan die (ellende) te beschouwen als iets wat je met haat vervult.



H2:De tranquillitate animi 10. 1-4 (p.18; rr.53-60): Gebruik bij tegenspoed je verstand (2)

Nullo melius nomine de nobis16 natura17 meruit, quae18, cum sciret quibus aerumnis nasceremur19, calamitatium mollimentum consuetudinem invenit, cito in familiaritatem20 gravissima21 adducens. Nemo duraret22, si rerum adversarum eandem vim adsiduitas haberet quam primus ictus. Omnes cum fortuna copulati sumus23:aliorum aurea catena est, laxa, aliorum arta et sordida24, sed quid refert? Eadem custodia universos circumdedit alligatique sunt etiam25 qui alligaverunt, nisi forte tu leviorem in sinistra catenam putas26.

In geen enkel opzicht heeft de natuur zich tegenover ons beter verdienstelijk gemaakt die, omdat zij wist in welke ellende wij geboren werden, als verzachting van/voor de rampen de gewenning heeft uitgevonden, waarmee zij snel het allerzwaarste tot iets vertrouwds maakte. Niemand zou het uithouden, als het voortduren van tegenslag diezelfde kracht had als de eerste klap. Allemaal zijn wij verbonden met het lot: (maar) van sommigen is de keten van goud, losjes, van anderen strak en viezig, maar wat doet het er toe? Diezelfde bewaking heeft allen omgeven en ook zij zijn vastgebonden, die (iemand) vast gebonden hebben, tenzij jij toevallig de keten aan je linkerhand beschouwt als lichter.



H2:De tranquillitate animi 10. 1-4 (p.18; rr.56-65): Gebruik bij tegenspoed je verstand (3)

Alium honores, alium opes vinciunt27; quosdam nobilitas, quosdam humilitas premit; quibusdam aliena supra caput imperia sunt, quibusdam sua28; quosdam exilia uno loco tenent, quosdam sacerdotia. Omnis vita servitium est29. Adsuescendum est30 itaque condicioni suae31 et quam minimum de illa32 querendum et quidquid habet circa se commodi adprendendum: nihil tam acerbum est in quo non aequus animus solacium inveniat33. Exiguae saepe areae in multos usus discribentis arte patuerunt et quamvis angustum pedem dispositio fecit habitabilem34. Adhibe35 rationem difficultatibus: possunt36 et dura molliri et angusta laxari et gravia scite37 ferentes minus premere.

Eerbewijzen binden de een, rijkdom/macht een ander; hun adeldom drukt sommigen neer, anderen hun nederigheid; sommigen hangen de orders van een ander boven het hoofd, anderen die van zichzelf; ballingschappen houden sommigen op één plaats, priesterschappen anderen. Het hele leven is slavernij/ afhankelijkheid. Dus moet men (gewoon) wennen aan zijn eigen toestand en daarover zo weinig mogelijk klagen en, alwat men aan voordeel/gemak om zich heen heeft, (gretig) grijpen: niets is (namelijk) zo bitter/wrang/negatief dat een gelijkmatige geest (een geest in evenwicht/balans) geen troost vindt. Hele kleine stukjes grond hebben vaak vele gebruiks-mogelijkheden geboden door toedoen van de techniek van de landschaps-architect en de indeling heeft een stukje grond hoe klein ook bewoonbaar gemaakt. Pas je ratio/verstand toe bij moeilijkheden/ problemen: én harde dingen kunnen zacht gemaakt worden én strakke dingen (kunnen) losgemaakt (worden) én zware dingen (kunnen) hen die ze op kundige wijze dragen minder drukken/in problemen brengen.



H2:De tranquillitate animi 17. 4-10 (p.21; rr.70-76): De boog kan niet altijd gespannen zijn (1)

Nec in eadem intentione aequaliter retinenda mens est38, sed ad iocos39 devocanda. Cum puerulis Socrates ludere40 non erubescebat, et Cato vino laxabat41 animum curis publicis fatigatum et Scipio triumphale illud ac militare corpus movebat ad numeros42, non molliter se infringens43, ut nunc44 mos est etiam incessu ipso ultra muliebrem mollitiam fluentibus, sed ut antiqui illi viri solebant inter lusum ac festa tempora virilem in modum45 tripudiare, non facturi detrimentum46, etiam si ab hostibus suis spectarentur.

En de geest moet niet op gelijke wijze in dezelfde spanning gehouden worden, nee, naar grapjes weggeroepen worden. Socrates schaamde zich er niet voor om met jongetjes te spelen, en Cato ontspande zijn geest, die afgemat was door zorgen voor de staat, met wijn, en Scipio liet dat zegevierende en soldatenlichaam op de maat bewegen, waarbij hij zich niet op verwijfde wijze alle kanten op boog, zoals nu de gewoonte is voor lieden die zich zelfs alleen al bij het lopen nog erger dan typisch vrouwelijk voortbewegen, nee, zoals die oude mannen tijdens spel en feestdagen een wapendans plachten te doen op mannelijke wijze, waarmee ze geen schade zouden veroorzaken, zelfs niet als ze door hun vijanden gadegeslagen werden.



H2:De tranquillitate animi 17. 4-10 (p.21; rr.77-83): De boog kan niet altijd gespannen zijn (2)

Danda est47 animis remissio48: meliores acrioresque requieti surgent. Ut49 fertilibus agris non est imperandum - cito enim illos exhauriet numquam intermissa fecunditas - ita50 animorum impetus assiduus labor franget,51 vires recipient paulum resoluti et remissi52; nascitur53 ex assiduitate laborum animorum hebetatio quaedam et languor. Nec ad hoc54 tanta hominum cupiditas tenderet55, nisi naturalem56 quandam voluptatem haberet lusus iocusque.

Er moet ontspanning aan de geesten gegeven worden: uitgerust zullen ze beter en energieker opstaan. Zoals vruchtbare akkers niet geforceerd moeten worden – want ononderbroken grote productie zal die (akkers) snel uitputten – zo ook zal een voortdurende inspanning de initiatieven van geesten kapot maken, (maar) ze zullen hun krachten terugkrijgen als ze een beetje losgelaten en vrijgelaten zijn; er ontstaat als gevolg van het voorduren van inspanningen een zekere afstomping en sloomheid. En niet zou het zo grote verlangen van mensen zich hierop richten, als spel en humor niet een zeker naturel genoegen zou(den) hebben.



H2:De tranquillitate animi 17. 4-10 (p.21; rr.83-89): De boog kan niet altijd gespannen zijn (3)

Quorum57 frequens usus omne animis pondus58 omnemque vim eripiet59: nam et60 somnus refectioni necessarius est, hunc61 tamen semper si diem noctemque62 continues63, mors erit. Multum interest, [utrum]remittas64 aliquid an solvas. Legum conditores65 festos instituerunt dies ut ad hilaritatem homines publice cogerentur, tamquam necessarium laboribus interponentes temperamentum; et magni, ut dixi66, viri67 quidam sibi68 menstruas certis diebus ferias dabant, quidam nullum non69 diem inter otium70 et curas71 dividebant.

Veelvuldig gebruik daarvan zal de geesten elk gewicht en alle kracht ontnemen: want ook slaap is noodzakelijk voor het herstel, maar stel dat je deze dag en nacht immer laat voortduren, dan zal dat de dood zijn. Het maakt veel verschil of je iets een beetje loslaat of helemaal loslaat. Wetgevers hebben feestdagen ingesteld, met de bedoeling dat mensen gedwongen werden tot vrolijkheid, waarbij ze als het ware de noodzakelijke matiging tussen de inspanningen in plaatsten; en, zoals ik heb gezegd, sommige grote mannen gaven zichzelf op vaste dagen maandelijkse vrije dagen, andere verdeelden (echt) elke dag tussen vrije tijd en zorgen.



H2:De tranquillitate animi 17. 4-10 (p.21; rr.90-97): De boog kan niet altijd gespannen zijn  Voorbeelden (1)

Qualem Pollionem Asinium72 oratorem magnum meminimus73, quem74 nulla res ultra decumam retinuit: ne epistulas quidem75 post eam horam legebat, ne76 quid novae curae nasceretur, sed totius diei lassitudinem duabus illis horis ponebat. Quidam medio die interiunxerunt77 et in postmeridianas horas aliquid levioris operae distulerunt. Maiores quoque78 nostri novam relationem post horam decumam in senatu fieri vetabant79. Miles vigilias80 dividit, et nox immunis est ab expeditione redeuntium81. Indulgendum est animo dandumque subinde otium quod82 alimenti ac virium loco sit83.

Zo herinneren we ons de grote redenaar Asinius Pollio, die geen enkele zaak na het tiende uur bezig hield (die door geen enkele zaak na het tiende uur bezig werd gehouden: zin loopt in het passivum beter): zelfs geen brieven las hij na dat uur, om te voorkomen dat er iets nieuws zorgelijks opdook, nee, hij legde de vermoeidheid van een hele dag in die twee uren van zich af. Sommigen rusten midden op de dag en stellen iets van lichtere inspanning uit tot de uren na de middag. Ook onze voorouders verboden dat een nieuw voorstel na het tiende uur in de senaat gedaan werd. Soldaten verdelen de nachtwakes, en de nacht is dienstvrij voor degenen die van een expeditie terug keren. Men moet toegeeflijk zijn voor de geest en men moet hem herhaaldelijk rust geven, die zo is dat hij fungeert als voedsel en energiebron.



H2:De tranquillitate animi 17. 4-10 (p.21/22; rr.97-105): De boog kan niet altijd gespannen zijn  Voorbeelden (2)

Et in ambulationibus apertis84 vagandum85, ut caelo libero et multo spiritu augeat attollatque se animus; aliquando vectatio iterque86 et mutata regio87 vigorem dabunt88, convictusque et liberalior89 potio90. Non numquam91 et92 usque ad ebrietatem93 veniendum94, non ut mergat nos sed ut deprimat; eluit enim curas et ab imo animum movet95 et ut morbis96 quibusdam ita tristitiae medetur, Liberque non ob licentiam97 linguae dictus est [inventor vini] sed quia liberat98 servitio curarum animum et adserit vegetatque et audaciorem in omnes conatus facit.

En op wandelingen moet men in het open veld dwalen, met de bedoeling dat de geest zich door de vrije hemel en de vele frisse lucht versterkt en verheft; soms zullen een tripje en een tocht en verandering van plaats kracht(en) geven, en een dinertje en een wat royalere dronk. Soms moet men ook helemaal tot aan dronkenschap geraken, niet met de bedoeling dat die ons kopje onder duwt, maar een beetje naar beneden duwt; want zorgen spoelt hij af en hij brengt de geest vanaf het diepste punt in beweging en zoals hij bepaalde ziektes (geneest), zo ook geneest hij somberheid, en Liber is niet zo genoemd vanwege de vrijmoedigheid van tong/taal [uitvinder van wijn], maar omdat hij de geest bevrijdt van de slavernij van zorgen en vrij maakt en kracht geeft en driester maakt voor alle ondernemingen.



H2:De tranquillitate animi 17. 4-10 (p.22; rr.105-113): De boog kan niet altijd gespannen zijn  Voorbeelden (3)

Sed99 ut libertatis ita vini salubris moderatio100 est. Solonem101 Arcesilanque102 indulsisse vino credunt, Catoni ebrietas obiecta est: facilius efficiet, quisquis obiecit [et], crimen honestum quam turpem Catonem103. Sed104 nec saepe faciendum est, ne animus malam consuetudinem ducat, et aliquando tamen105 in exultationem libertatemque extrahendus tristisque sobrietas removenda paulisper. Nam sive Graeco poetae106 credimus, "aliquando et insanire iucundum est", sive Platoni, "frustra poeticas fores compos sui pepulit", sive Aristoteli, "nullum magnum ingenium sine mixtura dementiae fuit": non potest grande aliquid et super ceteros loqui nisi mota mens107.

Maar zoals van vrijheid zo is ook van wijn de matiging heilzaam. Men gelooft dat Solon en Arcesilas zich hebben overgegeven aan wijn, Cato is dronkenschap verweten: gemakkelijker zal alwie dit verwijt ook maar heeft gemaakt de aanklacht eervoller maken dan Cato schandelijk. Maar het moet ook niet vaak gedaan worden, om te voorkomen dat de geest een slechte gewoonte aanneemt, en soms moet hij toch naar uitgelatenheid en vrijheid naar buiten getrokken worden en de sombere nuchterheid moet (dan) eventjes weggenomen worden. Want of we een Griekse dichter geloven “soms is ook gek zijn leuk”, of Plato “tevergeefs klopt hij die bij zinnen is aan de poorten van de poëzie”, of Aristoteles “geen enkel groot genie is zonder bijmenging van waanzin geweest”: iets groots zeggen en wat boven de anderen verheven is kan alleen een geest die in beweging gebracht is.



H4:De ira 1.18 (p.32; rr.1-9): woede is redeloos  Ratio versus woede

Ratio utrique parti108 tempus dat, deinde advocationem et sibi petit, ut excutiendae109 veritati spatium habeat: ira festinat. Ratio id iudicare vult quod aequum est: ira id aequum videri vult quod iudicavit. Ratio nil praeter ipsum de quo agitur spectat: ira vanis et extra causam obversantibus commovetur. Vultus illam110 securior111, vox clarior, sermo liberior, cultus delicatior, advocatio ambitiosior, favor popularis exasperant; saepe infesta112 patrono reum damnat; etiam si ingeritur oculis veritas, amat113 et tuetur errorem; coargui non vult, et in male coeptis honestior illi114 pertinacia115 videtur quam paenitentia116.

De rede geeft elk van beide partijen tijd, vervolgens vraagt ze ook voor zichzelf schorsing van het proces, om gelegenheid te hebben voor het nauwkeurig uitzoeken van de waarheid: de woede heeft haast. De rede wil dat oordeel vellen dat redelijk is: de woede wil dat dat redelijk lijkt, wat zij als oordeel geveld heeft. De rede kijkt naar niets behalve de zaak zelf, waarover het gaat: de woede wordt geprikkeld door inhoudsloze en niets met de zaak te maken hebbende dingen. Een te zelfverzekerd gezicht, een te luide stem, een te vrijmoedige manier van spreken, een te verfijnde beschaving, een te ambitieus optreden van de raadsman, de gunst van het volk hitsen die op; vaak veroordeelt het feit dat men de raadsman vijandig gezind is, een beschuldigde; zelfs als haar de waarheid onder ogen gehouden wordt, bemint en beschermt zij haar misvatting; zij wil niet van haar ongelijk overtuigd worden, en bij zaken die verkeerd aangepakt zijn, lijkt haar koppigheid eervoller dan spijt.



H4:De ira 1.18 (p.32/33; rr.10-19): woede is redeloos  Een voorbeeld (1)

Cn. Piso117 fuit memoria nostra118 vir a multis vitiis integer, sed pravus et cui placebat pro constantia rigor119. Is cum iratus duci iussisset eum qui ex commeatu sine commilitone redierat, quasi interfecissetquem non exhibebat, roganti120 tempus aliquid ad conquirendum121 non dedit. Damnatus122 extra vallum productus est et iam123 cervicem porrigebat, cum124 subito apparuit ille commilito qui occisus videbatur. Tunc centurio supplicio praepositus condere gladium speculatorem iubet125, damnatum ad Pisonem reducit redditurus Pisoni innocentiam126; nam militi fortuna reddiderat127. Ingenti concursu deducuntur complexi alter alterum cum magno gaudio128 castrorum commilitones.

Cn. Piso was in onze herinnering een man vrij van vele fouten, maar toch was hij slecht en iemand aan wie starheid vergeleken met standvastigheid in de smaak viel. Toen die boos bevolen had dat hij terechtgesteld werd, die zonder kameraad van verlof terug was gekeerd, gaf hij hem, alsof hij diegene gedood had die hij niet liet zien, toen hij om enige tijd vroeg om (hem) te zoeken die niet. De veroordeelde werd buiten de wal/muur gebracht en hij strekte zijn nek al uit, toen plotseling die kameraad verscheen, die gedood leek. Toen beval de centurio die aan het hoofd gesteld was van de terechtstelling de beul om zijn zwaard op te bergen, hij bracht de veroordeelde terug naar Piso om Piso zijn onschuld terug te geven; want de fortuin had die aan de soldaat terug gegeven. In een enorme oploop werden de kameraden terwijl ze elkaar omhelsden onder grote blijdschap van het legerkamp terug gebracht.


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina