De oorsprong van de naam en de geschiedenis van de dunnewind



Dovnload 73.11 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte73.11 Kb.
DE OORSPRONG VAN DE NAAM EN DE GESCHIEDENIS VAN DE DUNNEWIND

Dunnewind is een veel voorkomende naam in Ommen en omgeving. Het is ook echt een naam die bij Ommen hoort. Eens is ze ontstaan aan de oever van de Vecht in de buurtschap Varsen. Op de landkaarten is ze te vinden want nog steeds ligt daar de boerderij met op de voorgevel " DE DUNNEWIND"


Hoe is deze naam eigenlijk ontstaan?

Omdat mijn moeder een echte Dunnewind is ben ik enkele jaren geleden op zoek gegaan naar de oorsprong ­van deze naam.

Mag ik u meenemen op een zoektocht vol verrassingen.
De eerste vermelding over bewoners van de Dunnewind komen we tegen in het Verpondingenboek van 1748. in dit belastingboek werden alle erven met hun bewoners opgeschreven. Er werd daarbij geen verschil gemaakt tussen eigenaren en pachters. Zo vinden we onder Varsen: 't Erve Dunnewindt: Geert Dunnewindt en zijn vrouw Janna Lucas, 3 kinderen: Marten, Jan; boven de 10 jaren. Eese onder de tien jaren. Bij in wone nog 1 kinder: “Wiegman Egberts onder de 10 jare, heeft niets en wort uyt Barmhertighyed de kost gegeven en geen ouders heeft.”
Wanneer we teruggaan zoeken komen we 1726 het erf Dunnewind tegen in een koopakte. Het wordt dan de "katerstede Dunne­wind of de Strampe" genoemd. Een strampe is een soort vork, een stok uitlopend op twee uiteinden. Stramp slaat dan ook op het gebied waarin de Dunnewind ligt. De Dunnewind ligt precies op de punt waar de Regge in de Vecht uitstroomt, aan drie zijden omringt door water. De koopakte spreekt over een gebied "met holtgewas en twygh daarop wassende" en van "een getimmerde daarop staande". Voor onze ogen zien we dus een schuurtje op een duin omringt door moerasland.

Wanneer we nog verder teruggaan, komen we in 1684 in het Markeboek van Varsen de verkoop van dit stukje land weer tegen. In de verkoopakte lezen we over verkoop van een perceel dat omschreven wordt als: "een zeker perceel liggende op de punt tussen de rivier de Vecht en de Regge" Even verder wordt dit stuk omschreven als "een perceel heide en zaailand onge­veer 4 mudden groot en enig daarbij liggend laagland genaamd het koemeer"


Ergens tussen 1684 en 1726 zal de naam Dunnewind dus ontstaan zijn.

De naam bestaat uit twee delen DUNNE en WIND.

De betekenis van het eerste deel is wel duidelijk. Het bete­kent DUIN en werd in het begin ook geschreven met een streepje op de û. Het dankt zijn ontstaan aan de talrijke rivierduinen die ook in Varsen langs de Vecht liggen. Geen wonder dat de eerste bewoners in dit waterrijk gebied op deze hoge toppen gingen wonen. Ze werden ook gebruikt als plaatsaanduiding.
De betekenis van WIND is veel moeilijker te vinden. Dit komt omdat dit woord ineens verschijnt zonder dat er een oudere vorm of betekenis bekend is. Het moet echter wel gaan om een voor die tijd bekend woord dat men aan Dunne heeft gekoppeld.

Al zoekend kom je tot verschillende verklaringen die mogelijk zijn. Bij al die verklaringen gaat het om de streek waar dit woord is ontstaan.

De Dunnewind ligt op een duin met er omheen de Strampe waar de Regge in de Vecht uitstroomt. Eeuwenlang heeft de natuur hier de vrije hand gehad. Wanneer in de herfst en winter veel water via de Vecht en Regge afgevoerd moest worden, kon de bedding als dat water niet bevatten en over­stroomden grote gebieden. Zover als je kon zien stond er rond de Dunnewind water, soms was de stroom wel 3 tot 5 kilometer breed. De Dunnewind lag dan op een eilandje dat je alleen per boot kon bereiken. Gelukkig kwamen er in de winterperiode ook boten langs die via de Vecht en de Regge naar Zwolle gingen. De zandwegen waren onbegaanbaar en ook de zomerweg via het Laar lag onder water. Al het vervoer ging via de overstroomde rivieren. Maar ook in de zomer was het gebied niet altijd droog. Dan waren de schippers de oorzaak van wateroverlast. De waterstand van de Regge was dan zo laag dat de schippers moesten "dammen". Net onder de Dunnewind legden ze dan een dam in de Regge zodat het water niet in de Vecht kon wegstromen. Het water steeg in de richting van Hellendoorn zodat de schip­pers weer gemakkelijker een stuk stroomopwaarts konden komen. Om overstromingen te voorkomen werden rond de Dunnewind dijkjes aangelegd, slootjes afgedamd en percelen bepoot. Hierdoor ontstond er steeds meer cultuurland. Wanneer er in de hete zomer helemaal geen water meer in de Regge stond legden de schippers bij de Dunnewind aan. Ze laadden hun goederen over op wagens om ze via de zomerweg via het Laar naar den Ham en verder te vervoeren.

Wat zegt dit verhaal nu over het ontstaan van het woord WIND. ?

Wie zou het woord WIND bij DUNNE hebben gevoegd?


  1. Misschien de Reggeschippers wanneer ze bij de splitsing van de Vecht en Regge kwamen en op die plek last hadden van de wind die over de duinen kwam. Last dus van DUINEWIND.

  2. Misschien de schippers. Net onder de Dunnewind werd de Regge vaak afgedamd. Waarschijnlijk maakte de zomerweg ook gebruik van deze laagste plaats. Zo'n dam in het water heet in het westen een overtoom maar ook wel een/het Wind. Het gaat dan om een dam ter hoogte van een duin. Als plaatsbepaling voor de schippers dus: een DUINEWIND.

  3. Misschien de landbouwers. Is wind ontstaan uit winnen? Land aanwinnen via dijkjes en slootjes. Dunnewind is dan gewonnen land bij de Duinen.

  4. Misschien de reizigers. Gebruikte men soms een pontje om op de zomerweg bij de Dunnewind over de Vecht te komen. In het westen van het land heet zo'n pontje met kabel " een Wende" Dunnewind zou dan DUINEWENDE zijn. Een pontje bij de duin.

  5. In het Nederland bestaat het woord WINDGAT. Dit slaat op een stuk land dat gelegen is tussen de duinen en het water. Zowel in Friesland als de N.O.P ligt een gebied met deze naam. Misschien hebben de bewoners/schippers het gebied rond de Dunnewind ook wel deze naam gegeven. Het slaat dan op het hele gebied tussen Vecht en Regge dat telkens overstroomt. De naam Strampe past hier uitstekend bij.

  6. In het mededelingenblad van de IJselacademie ( 1987) wordt het ontstaan van de naam WINDESHEIM besproken. De slotconclu­sie is daar dat het woord WIND/WENDE betrekking heeft op waternamen en op van waternamen afgeleide plaats en veldnamen. WIND zou het best te vertalen zijn met:" bocht in de rivier of beek"

Ik denk dat we nu genoeg weten om de betekenis van DUNNEWIND te verklaren:


DUNNE = DUINEN

WIND = Laaggebied tussen water en duinen, nabij een bocht


DUNNEWIND = boerderij gelegen op de duinen in de Strampe van Vecht en Regge, daar waar de duinen overgaan in laagliggend land.


Erve DUNNEWIND een plaatsbepaling
Op het topografische kaartje is duidelijk te zien waar de boerderij staat die de DUNNEWIND wordt genoemd. Opvallend dicht aan de Vecht, maar erg ver van Varsen. Al in 1750 wordt deze boerderij met deze naam genoemd in de Markeboeken van Varsen Dit is wel merkwaardig, want doordat de Dunnewind aan de andere kant van de Vecht is gelegen hoort het eigenlijk bij de buurtschap Gietmen of Bestmen. We zullen aan de hand van kaartjes de situatie eens nader bekijken.

kaartje 1,

Op dit eerste kaartje is de situatie van rond 1830 in kaart gebracht. ( zie website: wiewaswaar) De Vecht stroomt in die tijd dicht langs Varsen. De Regge stroomt ten zuiden van de Dunnewind in de Vecht. Erve Dunnewind ligt precies op de hoek en wordt met een smalle strook land aan het Laar verbonden. Het gebied tussen de Regge en de Vecht behoort voor het grootste gedeelte aan de Dunnewind. Het bestaat in die tijd uit hooiland, heide, hakhout en stukjes bouwland. Aan de noordkant van de Vecht heeft de Dunnewind nog 10 ha hooiland en 27 ha heide.

Tussen de Vecht en de Regge loopt een weg van Vilsteren naar Ommen. Dit wordt een zomerweg genoemd, de weg is in de rest van het jaar onbegaanbaar vanwege de hoge waterstanden van beide rivieren. Het erf lag dus erg geïsoleerd en men zal veelvuldig van een bootje gebruik hebben moeten maken. De situatie was vroeger toen zowel de Vecht als de Regge nog wilde rivieren waren nog veel erger dan nu.
k
aartje 2
.

Dit kaartje toont de situatie zoals deze nu is. We zien dat de grote bocht langs Varsen is afgesneden. De Regge mondt nu een kilometer oostelijk van de Dunnewind in de Vecht uit. De gro­te bocht is een dode rivierarm geworden. De Dunnewind ligt nu aan de noordkant van de Vecht. De verbindingen met Bestmen en het Laar zijn verbroken. Via de dode arm is er wel een verbinding naar Varsen.


kaartje 3; Het had touwens weinig gescheeld of de Dunnewind had voor altijd aan de overkant van de Vecht gelegen. In de oudheidskamer van Hardenberg hangt een kaart waarop staat aangegeven hoe men de bevaarbaarheid van de Vecht wilde verbeteren. De Vecht telde eeuwenlang talrijke bochten waardoor het water in zijn stroom belemmerd werd. Jaarlijkse overstromingen waren het gevolg. Rond 1900 worden een 60 tal bochten afgesneden waaronder deze bij Varsen. Op het kaartje is duidelijk te zien hoe de loop van de rivier zou worden en de gevolgen voor de Dunnewind. Tenslotte blijft nog het raadsel bestaan waarom de Dunnewind bij Varsen hoort.

Kaartje 4 geeft een mogelijke oplossing. Zoals bekend overstroomde de Vecht vroeger vaak. Wanneer het water zakte, zocht de stroom meestal zijn oude bedding, maar niet altijd Ook zorgden de mensen zelf wel eens voor een over stroming, doordat ze de rivier afdamden in een tijd van droogte.

Het is niet onwaarschijnlijk dat de Vecht vroeger ten zuiden van de Dunnewind stroomde zoals figuur 4 aangeeft. Een aanwijzing daarvoor zou kunnen zijn een aanteke­ning van Abraham de Haen uit 1753, die zegt, "Wat het oude Laer aangaet; 't zelve wordt gemeenlijk het Laer van Nijbrugge bijgenaemd, gelegen zijnde ter plaetze alwaer de Regge zijne wateren in de rivier de Vecht uitloost nabij de NIbrugge." kaartje 4 laat deze mogelijke situatie zien. Bij kaartje 1 ligt de Dunnewind op de plaats waar Regge en Vecht samenkomen. Kaartje 4 laat ook zien dat in de veronderstelde situatie de Dunnewind aan de Noordkant van de Vecht is gelegen en dus bij Varsen behoort. Een raadsel zou daarmee op gelost zijn.


De Dunnewind zonder Dunnewind
Al sinds mensenheugenis woont er geen Dunnewind meer op de boerderij met die naam. Hoe komt dat? In dit verhaal willen we op die vraag een antwoord zoeken. Het antwoord roept evenwel weer talrijke vragen op.
Van 1840 naar 1828
We beginnen dit verhaal bij het jaar 1840 en gaan dan terug naar het jaar 1828.

Vervolgens beginnen we bij 1694 en gaan dan door tot 1828.

Snuffelend in het archief van de Ommer notaris Wilhelm Chevallerau stuitte ik in het jaar 1840 op twee akten, kort na elkaar opgeschreven, waarin erve Dunnewind het voornaamste onderwerp was. De eerste akte was van 17 maart 1840 (no 958) en de tweede van 11 april 1840 (no 969) .

Op de DUNNEWIND woont op dat moment de stamvader van de Ommer tak, Jan Dunnewind sr. Hij is geboren op 31 mei 1761 en is in 1794 getrouwd met Jennigje Brinkhuis. Sinds 1823 is hij weduwnaar. Zijn broer Hendrik is naar Rheeze vertrokken en Roelof naar Oudleusen. Gerrit vertrok naar Wanneperveen en Marten naar Zwolle


Uit het huwelijk van Jan en Jennigje worden tenminste 7 kinderen geboren waarvan er drie vroeg sterven ( 24j, 21j, 1 jaar oud) .

De vier kinderen die overbleven, zijn:



  • Eese die op 5 mei 1830 met Hendrik Jan Schutman trouwt.

  • Jan Hendrik die op 10 juni 1824 met Anna Catharina Laarmans trouwt en in Ommen gaat wonen.

  • Jan trouwt op 16 januari 1840 met Elsa Kamphuis en gaat in Lemele wonen.

  • Hendikje trouwt met Willem Schepers (14-1-1834)

Bij het opmaken van de akte is Jan Dunnewind sr. al 78 jaar en nog steeds aktief als landbouwer. Op 11 april 1840 laat hij 's avonds de notaris bij zich komen. Hij wil enige dingen regelen en die moeten officieel vastgelegd worden. De inhoud van de koopakte is als volgt:

Akte no 969. ( de tekst die nu volgt is ontdaan van alle ambtelijke taal)

Voor ons Willen Chevallerau, openbaar notaris te Ommen enz. verscheen in tegenwoordigheid van getuigen, Jan Dunnewind, landbouwer wonende in de buurtschap Varsen. Hij verklaart te hebben verkocht en daarom in volle eigendom over te dragen aan Hendrik Schutman en diens echtgenote Ese Dunnewind, landbouwers woonachtig te Varsen al zijn: roerende en telbare goederen, huisvee en zaaigewassen, bouwmans- en melkgereedschappen, huismansbeten en wat dies meer zij, niets van dat alles uitgezonderd en welke worden gewaardeerd op een som van 530 gulden.

De verkoper, Jan Dunnewind, verklaart dat deze koopsom door Hendrik Jan en diens echtgenote Ese Dunnewind al voldaan is " en wel ten eerste door het bedrag van 500 gulden welke hij verschuldigd is aan Hendrik Jan Schutman en zijn vrouw wegens loon bij hem verdiend gedurende de tijd van 10 achtereenvolgende jaren vanaf den jare 1830 tot en met 1840 en ten tweede doordat Hendrik Jan en Ese op zich hebben genomen om hem gedurende zijn leven te onderhouden, hem van alle levensbehoeften en kleding te voorzien en in geval van ziekte de nodige geneeskundige hulp en medicijnen te verschaffen en bij overlijden een behoorlijke begrafenis aan zijn stand en vermogen te verzorgen."

Daarmee is de koopsom voldaan en doet Jan Dunnewind afstand van al zijn roerende goederen. De akte werd in aanwezigheid van de getuigen Gerrit Binnenmars, landbouwer, en Willem Rotman, deurwaarder, opgemaakt.

Uit bovenstaande kunnen we opmaken dat Hendik Jan en Ese al sinds hun trouwen op de Dunnewind wonen en dat ze als beloning voor hun arbeid 500 gulden ontvangen. Zo kregen ze dus alle roerende goederen, maar hadden ze ook de boerderij in bezit?

Het antwoord op deze vraag vinden we in de akte van 17 maart 1840.

Ook dit is een koopakte, maar veel langer. In totaal beslaat het zes kantjes en het is veel moeilijker samen te vatten dan de vorige.

Toch zullen we ook van deze akte de belangrijkste dingen kort weergeven. Ook nu verschijnt Hendrik Jan Schutman als koper. De verkopers worden vertegenwoordigd door een deurwaarder.


Akte 958:

Voor ons Wilhelm Chevallerau, openbaar notaris te Ommen enz. verscheen Wilhelm Rotman, deurwaarder te Ommen, als gevolmachtigde van:

1e. Mevrouw Hendrika Carolina van Nes van Meerkerk wonende te Zwolle,Douaniere van Jonkheer meester Joan Dirk Francois van der Wijck gewoond hebbende en overleden te Zwolle, voor zichzelf en voor haar zoon Evert Reint van der Wijck Luitenant bij de Àrtillerie garnizoen Maastricht.

2e.J onkvrouwe Nicola Theodora van der Wijck.

3e. Jonkvrouwe Catharina Johanna Magdalena van der Wijck

Deze Willem Rotman verklaart verkocht te hebben en over te dragen aan Hendrik Jan Schutman, landbouwer woonachtig op het Erve Dunnewind onder de buurtschap Varsen, het voornoemde ERVE DUNNEWIND genaamd, zoals dat door des kopers schoonvader thans wordt gebruikt.

Daarna volgt een beschrijving van de boerderij met de grond.

Hendrik Jan koopt:



perceel

bunder

roe

ellen

1

Huis met erf *




8

70

2

hooiland

8

93

90

3

heide

27

14

50

4

hooiland

3

43

50

5

hooiland




31

60

6

weiland




49

19

7

hooiland

3

33

50

8

bouwland

2

55

50

9

hakhout




27

50

10

hakhout




73

40

11

heide

4

17




12

bouwland




29

60

* met een halve Whare aandeel in de onverdeelde Marke.

In de koopakte wordt bepaald dat Schutman de huur aan Àlbert Binnenmars op de bestaande voet moet volhouden tot aan Sint Petrie 1841.

De koopprijs van alles samen bedraagt f 2600,-- waarvan Schutman er al f 600 heeft voldaan.

In de akte wordt ook meegedeeld op welke manier de verkopers, de familie Van der Wijck, aan erve Dunnewind ,- zijn gekomen.

Het Erf plus grond zijn aan de overleden J.D.F. van der Wijck toebedeeld bij akte van scheiding en deling van de nalatenschap van zijn ouders op 4 maart 1828.

De conclusie die uit bovenstaande akte te trekken valt is deze:

Erve Dunnewind was een pachtboerderij. De bewoners waren geen eigenaars, deze woonden in Zwolle. De Dunnewinds hadden zelf dus ook geen rechten in de Marke van Varsen en in het Markeboek zullen we ze dus niet rechtstreeks tegenkomen. Pas in 1840 worden de bewoners Hendrik Jan en Ese eigenaren. Hendrik Jan verkoopt daarvoor zijn boerderijtje in Oudleusen aan het keuter- boertje Egbert Wolfkamp voor f 450


Wie waren de eigenaren van Erve Dunnewind?
Het is natuurlijk interessant om te weten wie de werkelijke eigenaren van Erve Dunnewind in de loop der eeuwen zijn geweest. Wel de akte van boedelscheiding uit 1828 door de Zwolse notaris Van der Gronden opgemaakt geeft ons daarover meer informatie.

Op 4 maart 1828 wordt de nalatenschap van Hendrik Joan van der Wijck en Nicola Gertruid van Muyden verdeeld onder hun twee zonen. De eerste is Rechter te Zwolle de andere Rijksontvanger, heer te Archem Voor de geschiedenis van de Dunnewind zijn de namen van deze families belangrijk nl: Van der Wijck en van Muyden. Hoe kwamen zij aan de Dunnewind??



VAN 1694 TOT 1828

Hoe kwam de familie Van der Wijck aan de Dunnewind? Om op deze vraag een antwoord te vinden gaan we terug naar 1694. We proberen de gegevens uit het Markeboek te halen, maar het beeld blijft vooralsnog onvolledig.

Varsen is al eeuwenlang bewoond geweest. Al sinds de Middeleeuwen was het grondgebied van de Marke verdeeld in 16 Wharen. Deze waren eigendom van verschillende rijke personen, edellieden maar ook Zwolse patriciërs waren goed vertegenwoordigd. Deze mensen hadden de boerderijen in eigendom waarop de meiers / pachters het werk deden. Elke eigenaar kon aanspraak maken op een gedeelte van de onverdeelde Markegronden, de heide voor de schapen, het veen voor de turf, het hakhout enz. Bij de dood van de eigenaar kwam zijn bezit vaak in handen van familie. Soms werd door aankoop of huwelijk het eigendom vergroot.

Het aantal Wharen werd niet vergroot, De Heren van Varsen maakten de dienst uit in de Marke. De pachters hadden weinig in te brengen. Ze worden in de Markeboeken maar zelden genoemd. Daarom blijft het beeld van de Dunnewind onvolledig hoewel er enige aanknopingspunten zijn.

Dit begint in 1694:

In Varsen vindt een openbare verkoping plaats van drie stukken land die eigendom zijn van de overleden heer Vriesen, secretaris van van de stad Zwolle. Deze heeft een grote belastingschuld nagelaten van f 1600.-- waarvoor de Marke van Varsen opdraait. Daarom worden enige percelen grond uit zijn nalatenschap verkocht. Een van de percelen wordt omschreven als "een zeker perceel liggende op de punt tussen de rivier de Vecht en de Regge" en even eerder wordt het omschreven als " een perceel heide en zaailand ongeveer 4 mudden groot en enig daarbij liggend laagland genaamd het koesmeer" In de eerste beschrijving herkennen we direkt het gebied waar de Dunnewind staat. Onder de akte die na de verkoop is gemaakt staat als ondertekenaar:

“Dit is het merk van Hendrik op de Dun stede met eigen hand getrokken.” (andere zienin de letters “Dun stede” de naam “Hem stede”)

Waarschijnlijk is hij de eigenaar of pachter van het verkochte stukje grond.


In 1748 komen we dan Geert Dunnewind tegen in het Verpondingenboek. Er wordt geen melding van gemaakt of hij eigenaar is of niet.
Op 24 april 1759 wordt in het Markeboek een aantekening gemaakt dat de Schout van Muyden bij de Dunnewind land heeft aangesmeten (gewonnen) Bepaald wordt dat dit eigendom van de Marke blijft en dat hij er eventueel een schadevergoeding voor krijgt. Deze van Muyden is een rijke Zwollenaar die het huis te Archem heeft gebouwd en vandaar uit zijn bezit in Archem en Varsen heeft vergroot. Op een bepaald moment heeft hij ongeveer een derde deel van Varsen in bezit.
Op 11 augustus 1778 lezen we dat de heer Van der Wijck bij de Dunnewind onlangs land heeft aangegraven en bepoot. De Marke bepaalt dat dit gebied in zijn handen mag blijven. Ook lezen we dat deze Hendrik Joan van der Wijck andere stukken grond heeft gekocht. Rond 1775 is hij getrouwd met Nicola Gertruid van Muyden, dochter van de heer van Archem. Hiermee is het verhaal rond want wanneer na hun dood in 1828 hun boedel onder hun zonen wordt verdeeld, blijkt dat ook Erve Dunnewind daartoe behoort. Het is erg waarschijnlijk dat de familie Van Muyden in de loop van de 18e eeuw de Dunnewind heeft gekocht of misschien zelf wel heeft gebouwd. Wel blijkt uit dit hele verhaal dat de Dunnewind altijd een pachtboerderij is geweest en dat de bewoners de naam Dunnewind hebben aangenomen zonder zelf ooit eigenaar te zijn geweest.
Tenslotte nog een korte beschrijving van de boedelscheidingakte van 1828.
Mr Joan Derk van der Wijck Rechter te Zwolle krijgt:

  1. Huis in de Nieuwstaat te Zwolle

  2. Erve Avergoor,

  3. Katerstede Nijenhuis te Diepenveen.

  4. Erve Nijenhuis te Raalterwoold.

  5. ERVE DUNNEWIND TE VARSEN.

  6. Een halve whare in het veld te Varsen.

Het totaal is ongeveer f 33.000,-- waard. Hendrik van der Wijck, rijksontvanger te Archem krijgt het huis te Archem dat door zijn moeder was verbouwd en17 daarbij behorende boerderijen met dezelfde gezamenlijke waarde. Voorwaar een enorme nalatenschap.
Hasselt, 5 oktober 2010

Henk Poelarends





De Dunnewind rond 1980




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina