De rechten van de mens in de islam ~ en algemene isvattingen~



Dovnload 387.1 Kb.
Pagina1/8
Datum22.07.2016
Grootte387.1 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8



DE RECHTEN VAN DE MENS IN DE ISLAM

~ EN ALGEMENE ISVATTINGEN~

[ nederlands - Dutch -الهولندية ]


Abdul-Rahman al-Sheha
Vertaler: Malak Faris

Revisie: Abo Abdillah

Bron: Human rights in Islam and common misconceptions

2012 - 1433




﴿حقوق الإنسان في الإسلام﴾

« باللغة الهولندية »

عبد الرحمن بن عبد الكريم الشيحة

ترجمة: مالك فارس

مراجعة: أبو عبد الله

2012 - 1433



Inhoudstafel:


Introduktie

De Islam en de basisbehoeften

Gelijkheid in de Islam

De Islam en de essentïele behoeften

Behoud van de Goddelijke religie

Fysieke bescherming

Het behoud van de geest

Het behoud van eer, familie en nageslacht

Het behoud van welstand/rijkdom

Opmerking w.b. het behoud en de veiligheid van nationale middelen

Opmerking w.b. openbare en persoonlijke rechten in de Islam

1. De rechten naar de Almachtige Allah

2. De rechten naar de Profeet Mohamed (VZMH)

3. De rechten naar de andere Profeten en Boodschappers

4. De rechten van de ouders

5. De rechten van de man naar zijn vrouw

6. De rechten van de vrouw naar haar man

7. De rechten van kinderen

. De rechten van familie

Publieke rechten en plichten

1. De rechten van een leider naar het volk

2. Rechten van de mensen t.a.v. de overheid

3. Rechten van buren

4. Rechten van vrienden

5. Rechten van gasten

6. De rechten t.o.v. de armen

7. De rechten van arbeiders

8. De rechten van de werkgevers

9. De rechten van dieren

10. De rechten van bomen en planten

Diverse andere rechten

Het juridische systeem in de Islam

Hisbah, het systeem van verantwoording in de Islam

Islamitische verklaring van de rechten van de mens

Misvattingen over de rechten van de mens in de Islam

Antwoord op de misvatting w.b. de Sharia (Islamitische wetgeving)

Antwoord op de misvatting w.b. de rechten van de niet-Moslim

Antwoord op de misvatting w.b. de Hudood (Islamitische straffen)

Antwoord op de misvatting w.b. het verwerpen van de religie

Antwoord op de misvatting w.b. het huwelijk met een niet-Moslim

Antwoord op de misvatting w.b. slavernij

Conclusie

Referenties




Introductie.
Alle lof is voor Allah en moge Allah de vermelding verheerlijken van Zijn Profeet en moge Hij dit overbrengen aan zijn gezin, zijn metgezellen en zij die het veilige pad volgen, weg van het kwade en hen veiligheid schenken op de Dag der Opstanding.
Elke samenleving moet voor de inwoners de rechten garanderen in de basisbehoeften en veiligheid en hen een gevoel van verbondenheid en bevestiging geven in de hele sociale groep. De mensen moeten zich veilig en verbonden voelen zodat zij hun taken en plichten kunnen uitoefenen op een bevredigende wijze.
Momenteel zijn er drie afzonderlijke trends zichtbaar in onze mondiale samenleving. De eerste trend overdrijft het persoonlijk recht op de maatschappij. Deze trend geeft het individu de volle vrijheid om te doen wat hij wil, met weinig beperkingen. Jammer genoeg leidt dit tot chaotische situaties. Wanneer men een ongelimiteerde vrijheid toestaat resulteert dit vaak in egoïsme, overheersing en tegenstrijdige conflicten. De maatschappij lijdt enorm onder gierigheid en egoïsme. Deze trend zien we vooral in een liberale, democratisch kapitalistische maatschappij.
De tweede trend -in tegenstelling tot de eerste- pleit voor de rechten van de samenleving boven de rechten van de persoon. Deze laatste wordt zijn rechten ontnomen. Alleen de rechten die het heersende bestuur dienen worden verleend aan het individu volgens de dominante ideologie van de heersende klasse of groep. Deze trend is prevalent in communistische en totalitaire samenlevingen.
De derde trend bespiegelt noch benadrukt het recht van de maatschappij over het individu, noch het recht van het individu over de maatschappij. Elk wordt zijn recht gegeven volgens het gegeven systeem. Rechten en plichten zijn geregeld onder strikte regels en voorwaarden. In deze trend staat het publieke belang boven het belang van het individu in het geval van een serieus conflict.
In dit boek zullen we de rechten van de mens in een licht zetten van een perfect gebalanceerd systeem van wetten en principes van de Islam. Deze rechten zijn gebaseerd op de openbaringen van het Goddelijke boek van de Moslims; de Glorieuze Qur’an, en de Sunnah; de praktijk van Allah’s Boodschapper (VZMH): de twee belangrijkste bronnen van het Islamitisch leven en de jurisprudentie.

Zowel de Qur’an als de Sunnah streven naar een ideaal individu in een ideale samenleving; interactie met elkaar voor harmonie van het individu met Allah, hun Heer en Schepper, met zichzelf, anderen, de samenleving in het algemeen en andere samenlevingen in de wereld.


We geloven er sterk in dat de toepassing van de individuele en sociale principes van de derde trend - mits begeleid door het perfect geopenbaarde recht van Allah in de Qur’an en Sunnah- de mensheid beslist gelukkiger en welvarender maakt. De toevoeging van deze principes maakt het mogelijk voor de samenleving een sfeer van vrede en veiligheid tot stand te brengen. Deze sociale rechten en principes zijn geen resultaat van voorafgaande experimenten, sociale ideologiëen, tijdelijke of onmiddellijke behoeften en/of politieke drijfveren en motieven. Eerder zijn ze van de Barmhartige en Alwetende; voor de persoonlijke vooruitgang in het geluk van dit leven en verlossing in het Hiernamaals.
Ons sterk geloof in de waarheid en rechtvaardigheid van de Islamitische wetten en grondbeginselen is te wijten aan het feit dat Allah, de meest Genadevolle en Schepper van de mensheid, deze openbaarde. Hij weet het beste wat past in Zijn schepping in alle tijden, wat goed of slecht is voor de mens, wat hen blij of verdrietig maakt en succesvol of miserabel maakt. Met Zijn kennis en barmhartigheid heeft hij wetten gemaakt, die essentiële behoeften vervullen en die het beste passen bij Zijn schepselen op aarde en het leven succesvol, veilig en aangenaam maken.
De Glorieuze Qur’an, die geopenbaard en gezonden is aan de Profeet Mohamed (VZMH), is het eeuwige wonder dat de basis inhoud van deze essentiële regels. De Sunnah praktijk van Allah’s boodschapper (VZMH) is de tweede bron van de Islamitische wet en bevat een gedetailleerde en geopenbaarde begeleiding. Deze regels en principes werden zo’n 1400 jaar geleden vastgesteld door Allah’s Boodschapper (VZMH), op een goede manier en in de beste vorm en blijven voor altijd relevant. Zowel de Glorieuze Qur’an als de Sunnah (praktijk van Allah’s Boodschapper (VZMH) ) respecteren de mensen en hun individuele rechten in de samenleving. Deze bronnen van de Islamitische wet bevatten de behoeften en rechten van de samenleving en openbare belangen worden niet over het hoofd gezien. In feite, de Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “En inderdaad hebben Wij de kinderen van Adam geëerd en hen gedragen over land en zee, en hun van het goede gegeven en hen verheven boven velen dergenen die Wij hebben geschapen. ” (17:70)
Mensen kunnen alleen eer en privileges krijgen als zij voldoen aan hun verplichtingen en de verschuldigde rechten aan de rechtmatige eigenaar geven.
Om een speciale plaats op aarde te verkrijgen, moeten de individuelen specifieke taken, waaraan behoefte is, uitvoeren. Dit concept wordt geïllustreert door de Almachtige Allah in de Glorieuze Qur’an: “En Hij is het, die u op aarde tot opvolgers maakte en Hij heeft sommigen uwer in rang boven anderen verheven, opdat Hij u door hetgeen hij u heeft gegeven, moge beproeven. Voorzeker, uw Heer is vlug, in het straffen en voorzeker, Hij is Vergevingsgezind, Genadevol.” (6:165)
Sommige landen en internationale organisaties zoals de United Nations, roepen hard over beginselen die de rechten van de mens moeten garanderen. De Islam installeerde veel van deze rechten voor de mens binnen haar verlichtende Shariah (wetten en jurisprudentie) zo’n 14 eeuwen geleden. De rechten zijn opgesomd door moderne internationale organisaties die zijn gekarakteriseert met tekortkomingen in de conceptualisering, gebreken in de formulering en onrechtvaardigheden in de toepassing. Ze zijn onderworpen aan politieke agenda’s, economische druk en culturele vooringenomen standpunten. Ze dragen de grondsoppen van het kolonialisme en het imperialisme. Ze zijn vaak niet in het belang van de mensheid, maar eerder in het voordeel van sommige overheden of machtige belangengroeperingen. Dit wordt duidelijk wanneer we het mondiaal bekijken; steeds meer van onze medemensen lijden onder wreedheden en toch is er geen organisatie die de zwakken en armen verdedigd. De flagrante ongelijkheid en misbruik tussen en in de landen groeit verder en verder voor onze ogen en de regelementen voor hulp en ontwikkeling trekken hen dieper in de moeilijkheden, alsof zij bedoeld zijn om de problemen in stand te houden. Het kan zijn dat humanitaire organisaties om politieke of economische redenen niet bij de hulpbehoevenden kunnen komen. Sommige eerlijke organisaties worden uitgesloten voor het uitvoeren van humanitaire inspanningen, terwijl anderen toegelaten worden omdat ze agenda’s promoten en mensen bekeren met sektarische idealen, of speciale belangengroeperingen die meer acceptabel zijn dan de dominante bevoegdheden. Sommige organisaties komen met strijdkreten, zoals “bemoei je niet met de interne affaires van andere landen” of “ we moeten ons blijven beperken tot de politieke realiteit” etc.
De Islam pleit voor bescherming, verdediging en steun van de onderdrukten in deze wereld, door het verwijderen van de wortels van onderdrukking en exploitatie. De Islam is gestructureerd om elke vorm van onderdrukking en uitbuiting uit te roeien volgens de regels: het genieten van recht, het verbieden van het kwade en het worstelen in de weg van Allah de Verhevene.
De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “En waarom strijdt gij niet voor de zaak van Allah en voor de zwakken –mannen,vrouwen en kinderen- die zeggen: “onze Heer, neem ons uit deze stad waarvan de bewoners onderdrukkers zijn en schenk ons een vriend en een helper uwerzijds”. (4:75)
Het is belangrijk erop te wijzen, dat de handhaving van de wetten van de rechten van de mens in een samenleving die uit Moslims bestaat, onlosmakelijk verbonden is met de oprechte betrokkenheid bij de tenuitvoerlegging van de Islamitische wetten en principes in letter en geest. De huidige regeringen van sommige Moslimlanden keren hun rug naar de Islam terwijl anderen enkel nemen wat hunzelf ten goede komt. Weer anderen pretenderen dat zij iets van de leer en principes toepassen, maar in werkelijkheid proberen ze de Islam van binnenuit te vervalsen, te vernietigen en te manipuleren en storen zelfs de toepassing van de Islamitische wetten. Zij zijn geen voorbeelden in het verdedigen van de rechten van de mens in de Islam. Daarom wijzen we er hier op, dat de verplichting aan diegenen die de Islam objectief willen bestuderen, dat doen door het te bestuderen in zijn waarde, als een goed ontwikkeld systeem en zonder vooroordelen door het slechte gedrag van sommigen die claimen Moslim te zijn. Het afwijkende gedrag en de acties van bepaalde personen, groepen, mensen of overheden mogen het uiteindelijke oordeel van iemand niet beïnvloeden. Het uitvoeren van de Islamitische principes en wetten variëert, afhankelijk van de inzet voor de Islam en de praktische mogelijkheid om ze aan de lokale omstandigheden aan te passen. Ook al is er een goed systeem, er kunnen altijd fouten en tekortkomingen zijn in de perceptie en de toepassing ervan. Als we bijvoorbeeld leugens, bedrog, contractbreuk, teleurstelling en corruptie waarnemen bij een persoon, moeten we niet het systeem beschuldigen, tenzij het deze praktijken (oogluikend) toestaat en ze gebruikt in voordeel van hypocrisie. Sinds de Islam categorisch deze kwaden verbiedt, moet men de persoon zelf straffen voor zijn misdaden en niet het systeem. We moeten het systeem grondig onderzoeken en haar vruchten overwegen.
Een simpel voorbeeld wordt hier gegeven: als een persoon brood nodig heeft gaat hij naar de bakker, kruidenier of supermarkt. Als een persoon brood nodig heeft en naar de slager gaat of naar de groentenman, zal hij er geen brood vinden. Er staat een algemene verklaring in de Qur’an die dit uitlegt. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “ En als gij het merendeel der genen die op aarde zijn, volgt, zullen zij u van Allah’s weg doen afdwalen. Zij volgen slechts vermoedens en doen niets dan gissen” ( 6:116)
Spijtig genoeg zien we, dat veel Moslims over de hele wereld geen echte vertegenwoordigers zijn van de Islam omdat zij pijnlijke fouten maken en veel tekortkomingen hebben in geloof en praktijk. We praten over deze ongelukkige situatie zodat degenen die de Islam bestuderen, zich niet laten beïnvloeden of bedriegen door het gedrag en ondeugden van Moslims die de Islam slecht vertegenwoordigen. Serieuze studenten moeten niet wanhopen, maar kijken naar de kernleer van de Islam en de representatieve oprechte Moslim. We moedigen Moslims aan om goede praktijken te handhaven en hun geloof toe te passen in elk aspect van het leven. We roepen niet-Moslims op om de Islam te onderzoeken en de principes te begrijpen.
Er is een bekend verhaal van een nieuwe Moslimbekeerling die, toen hij een Moslimland bezocht geschokt was bij het zien van de afgrijselijke situaties van Moslims in die maatschappij; vaststellend hoe ver deze mensen afstaan van de leer en principes van de Islam. Hij zei: “Ik dank Allah de Almachtige om me toe te laten tot de Islam voor ik naar dit land kwam. Als ik hier was gekomen vóór ik me tot de Islam had bekeerd, had ik er nog niet over gedácht om een Moslim te worden!” Hij beweerde dit omdat hij met eigen ogen de weligtierende malversaties van sommige Moslims had gezien. Dit is zeker een erg ongelukkige situatie, waarvoor wij streven naar verbetering en een eerste stap voor verbetering is bewustzijn en educatie.

De Islam en het behoud van de vijf essentiële behoeften van het leven.
De Islam, als de laatste en perfecte boodschap van Allah naar het mensdom, richt zich op het behoud van zijn grondbeginselen; een netwerk en etische code, een ideale samenleving met een balans in het beschermen van het persoonsrecht en de rechten van het maatschappelijk collectief. Een weg om dit doel te bereiken is door het verschaffen van essentiële behoeften die de individuele rechten verzekert zonder het publieke goed te schaden. Als alle leden van de samenleving genieten van hun recht op vrede, rust, vrijheid en de algemene beschikbaarheid van de menselijke benodigdheden, in balans met het algemeen welzijn dan zullen zij de mogelijkheid hebben op een vruchtbaar, voldaan en tevreden leven.
Tevredenheid is gedefinïeerd door de Boodschapper van Allah (VZMH) toen hij zei: “Dat is degene die ’s morgens wakker wordt met het gevoel dat hij in een veilige samenleving woont, vrij is van aandoeningen en ziekten in zijn lichaam en genoeg provisie heeft voor de komende dag; alsof hij de hele wereld bezit.” (1)
De Islam formuleert een uniek systeem van rechten en plichten dat voorziet in de volgende vijf basisbenodigdheden van het menselijk bestaan:


  1. Het behoud van de Goddelijke religie.

  2. Het behoud van de zelfstandige.

  3. Het behoud van de geest.

  4. Het behoud van de eer en nageslacht.

  5. Het behoud van rijkdom.

Alle samenlevingen hebben hun eigen systemen om deze basisbenodigdheden te onderhouden en te behouden, we zullen de unieke aspecten van het Islamitische systeem benadrukken. Voor we deze basisbenodigdheden in detail gaan bespreken, maken we een algemene observatie van de -vaak verkeerd begrepen- term ‘gelijkheid’.



Gelijkheid in de Islam.
Mannen en vrouwen zijn gelijk geschapen in hun fundamentele menselijkheid, allen hebben de gedeelde lijn en waardigheid van Allah’s schepping en de mens staat boven de andere schepselen van Zijn creatie. Discriminatie t.o.v. ras, sexe, huidskleur, afstamming, classe, gebied of taal is ten strengste verboden in de Islam, dit om kunstmatige grenzen te vermijden tussen de bevoorrechten en de kansarmen. Gelijkheid betekent niet dat iedereen precies gelijk is terwijl er geen ontkenning is over natuurlijke verschillen. De twee geslachten completeren en vullen elkaar aan. Allah de Verhevene zegt in de Glorieuze Qur’an: “O, gij mensen, vreest uw Heer, Die u van één enkele ziel schiep en uit hen beiden mannen en vrouwen verspreidde en vreest Allah in Wiens naam gij een beroep op elkander doet en weest plichtsgetrouw betreffende de familiebanden. Voorwaar, Allah is bewaker over u.” (4:1)
De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “O mensheid! Uw Heer is één. Uw vader is één. U behoort allen tot Adam. En Adam is gecreëerd uit klei. Waarlijk, de meest eerbare persoon in de ogen van de Almachtige Allah, is de meest vrome onder u. Er is geen superioriteit voor een Arabier over een andere Arabier. Er is geen superioriteit van het bruine over het witte ras. Evenzo, is er geen superioriteit van het witte ras over het rode, behalve voor vroomheid en Goddelijk bewustzijn.” (2)
De mensheid volgens de Islam, met al haar rassen, heeft één originele bron, dus hoe kan het dan dat sommigen beweren superieur te zijn of denken bepaalde voorrechten te hebben? De Islam tolereert geen valse trots in afstamming of sociale status. De boodschapper van Allah zei: “De Almachtige Allah heeft de valse trots en arrogantie verwijderd die werd gepraktiseerd in de pre-Islamitische periode waarin personen valse trots toonden naar hun voorouders. Alle mensen stammen af van Adam en Adam is gecreëerd uit klei.” (3)
De trots op ras of stand komt vaak voor in de samenleving. Bijvoorbeeld bij sommige Joden en Christenen die zichzelf in een hogere status, ras, geslacht of klasse van mensen plaatsen. Allah de Vehevene heeft de waarheid over deze arrogantie ontmaskerd, zoals Hij zegt in de Glorieuze Qur’an: “De Joden en de Christenen zeggen: “Wij zijn Allah’s kinderen en zijn geliefden”. Zeg: Waarom straft Hij u dan voor uw zonden? Neen, gij zijt mensen onder degenenen die Hij schiep. Hij vergeeft, wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil. En aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en wat daartussen is en tot Hem is de terugkeer.” (5:18)
De wetten van de Islam ontwortelen elke misleidende basis van rascisme. Bijvoorbeeld zoals een van de metgezellen van de Profeet Mohamed (VZMH) , Abu Dharr eens zei tot een zwarte slaaf: “O, zoon van een zwarte vrouw!” Toen de Profeet (VZMH) dit hoorde, keerde hij zich tot Abu Dtharr en zei hem:“Beledigd u deze man met zijn moeder? Waarlijk, u bezit de kwaliteiten van het tijdperk van onwetendheid (de pre-Islamitische tijden). Die tijd is beëindigd en over. Er is geen waarde voor de zoon van een witte vrouw over de waarde van een zoon van een zwarte vrouw, behalve door vroomheid en rechtvaardigheid of door goede daden.” (4)
Er is verklaard dat Abu Dharr, na het horen van deze opmerking van de Profeet (VZMH) zijn hoofd op de grond legde, zodat de slaaf kon komen en zijn voet erop kon zetten als boete voor zijn wandaad, ofschoon de Profeet (VZMH) hem dit niet opdroeg. Abu Dtharr wilde zichzelf tuchtigen door zichzelf te vernederen op deze manier zodat hij in de toekomst niet in herhaling zou vallen.
Alle mensen in de Islam zijn gelijkwaardig en gelijk aan elkaar in termen van de verplichting tot het uitvoeren van diverse vereringen. De armen en de rijken, de leider en de provincialen, de blanken en zwarten, degenen met waardige middelen en degenen met kleine middelen, allen zijn gelijk als mens voor Allah: de meest nobele is de meest rechtvaardige, eerlijke en trouwe in aanbidding en goede daden. Zoals de Profeet (VZMH) zei: “Allah kijkt niet naar jullie lichaam of huidskleur maar naar jullie daden en harten” (d.w.z. uiterlijke daden en innerlijke bedoelingen en oprechtheid). (5)

Alle opdrachten m.b. tot plichten en geboden zijn toepasbaar op alles, zonder onderscheid te maken in ras, klasse of sociale status. The Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “Wie goed doet, doet dit voor zijn eigen ziel: en wie kwaad bedrijft, het is er tegen. En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren”.(41:46)


Het onderscheid tussen personen in de ogen van Allah is gebaseerd op het niveau van hun vroomheid, rechtvaardigheid en volgzaamheid in de opdrachten van Allah, de Meest Barmhartige. Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “O mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt kennen. Voorzeker, de Godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alkennend.” (49:13)
Alle personen zijn gelijk voor de Islamitische code van de wet en de aangewezen Moslimrechter. De sancties, vonnissen en wettelijke straffen zijn toepasbaar op alle rassen en standen van mensen, zonder onderscheid te maken en zonder enig persoon die immuniteit kan verwerven. Een uitstekend voorbeeld is het volgende: Aïsha (één van de vrouwen van de Profeet VZMH) vertelde dat de Quraish (een clan) diep bezorgd waren over een nobele vrouw van de Makhzum clan, die iets had gestolen. Allah’s booschapper (VZMH) wilde de straf (die daarvoor staat) toepassen: het amputeren van haar hand. De Quraish overlegden onderling en zeiden: “de juiste persoon die moet spreken met de Profeet (VZMH) over de vrouwelijke dief is zijn geliefde vriend (en de zoon van zijn metgezel) Usama ibn Zaid. Toen stuurden zij Usama om dit te bespreken met de Profeet (VZMH) als bemiddelaar namens deze Makhzumi vrouw. Bij het luisteren naar Usama, zei Allah’s Boodschapper (VZMH):“O Usama! Ben je gekomen om in te grijpen in een straf, vastgesteld door Allah?
Allah’s Boodschapper (VZMH) stond op zodra hij zijn gesprek met Usama had beëindigd en begon een toespraak: “De mensen (of naties) vóór jullie zijn vernietigd door het feit dat als een nobel persoon onder hen wilde stelen zij deze ongestraft lieten gaan, maar als een arm, zwak of onbeduidend persoon tussen hen iets gestolen had, dan zouden zij zeker de straf toepassen. Bij Allah! Als Fatimah (de dochter van Mohamed (VZMH) zou stelen, zou ik haar hand afhakken”. (6)

Niemand heeft het recht om misbruik te monopoliseren of te handelen in persoonlijk belang met nationale bronnen. Alle leden van een natie hebben het recht om voordeel te hebben van deze nationale bronnen, elk volgens rechtvaardige en billijke rechten en plichten. Echter, ze zijn niet gelijk in termen van werk en waarde die ze hebben voor de publieke zaak. De Islamitische overheid moet daarom alles in het werk stellen om werkgelegenheid te creëeren voor zijn kiezers en het gebruik van nationale bronnen mogelijk maken.


De Islam verklaart alle mensen gelijk in termen van de menselijke waarde, doch elk individu wordt beloond naar gelang hij presenteert in de maatschappij en samenleving. Het enige verschil tussen mensen bestaat is op basis van de diensten die zij aanbieden. De Islam kijkt niet naar een hardwerkend persoon of een trage werknemer als optelsom in termen van geld of financiële beloning. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “En er zijn voor alle graden overeenkomstig hetgeen zij doen en uw Heer is niet onopmerkzaam jegens hetgeen zij doen.” (6:132)
De Islam en de essentiële basisbehoeften.
Na deze introduktie zullen we nu doorgaan met de basisbehoeften van de mens die de Islam garandeert in haar Goddelijke en unieke systeem.
Het behoud van de Goddelijke religie.
De Islam is de perfecte en complete Goddelijke religie van Allah de Almachtige voor geluk en zegening van het mensdom. Alle voorgaande Profeten van Allah zoals Noah, Abraham, Moses en Jezus waren Moslims, gezonden naar hun respectievelijke volkeren met de algemene religie van de Islam –het aanbidden van Allah, die geen partner of afgod heeft- en de specifieke code van de wetten, toepasbaar op hun mensen.
Allah, de Verhevene zegt: “En Wij zonden geen boodschapper vóór u zonder hem te openbaren: Voorzeker, er is geen God buiten Mij; aanbidt derhalve Mij alleen”. (21:25)
Mohamed Ibn Abdullah (VZMH) is de laatste Profeet en boodschapper van Allah en kwam met de laatste, complete versie van de Islam en de geopenbaarde wetten voor de mensheid voor de Dag van de Opstanding. Hij is gezonden naar de mensheid met de Islamitische code van wetten gemaakt door Allah, de meest Wijze en Alwetende.
Allah, de Verhevene zegt: “Mohamed is niet de vader van één uwer mannen, maar de boodschapper van Allah en het zegel der Profeten; Allah heeft kennis van alle dingen.” (33:40)
En Allah de Verhevene zegt: “Nu heb ik uw godsdienst voor u volmaakt. Mijn gunst aan u voltooid en de Islam voor u als godsdienst gekozen.” (5:3)
En Hij zegt: “Gewis, de ware godsdienst voor Allah is de Islam.” (3:19)
En Hij zegt: “En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.” (3:85)
De boodschapper van Allah (VZMH) heeft zijn gelijkenis uiteengezet w.b. de voorgaande Profeten van Allah, zeggend:“Mijn voorbeeld -en de voorbeelden van de Profeten die mij voorgingen- is zoals een persoon die een prachtig huis heeft gebouwd. Het huis is perfect en grandioos, maar één steen ontbreekt (in een hoek) Mensen die het huis zagen bewonderden het, maar vroegen zich af.......waarom heeft de eigenaar die steen weggelaten? IK ben die missende steen. Ik ben de laatste Profeet (voor de mensheid op aarde).” (7)
Alle mensen zijn het er in het algmeen over eens dat waarheid, recht en goedheid gehandhaafd moet blijven en verdedigd moet worden tegen de aanval van krachten zoals valsheid, tirannie en kwaad. Moslims nemen deze plicht erg serieus en streven naar de bevordering van waarheid, recht en goedheid met behulp van alle beschikbare wettige middelen. In seculiere samenlevingen wordt religie beschouwd als een privè aangelegenheid. Het openbare leven moet worden geleid door seculiere principes en zeker niet door religie of door een religieuze wet.We moeten niet vergeten dat de ontwikkeling van het secularisme zelf een reactie was op de uitspattingen en conflicten van de Christelijke kerken en verschillende monarchieën en koningen in Europa.
Dit introduceert het gevoelige onderwerp Jihad (worsteling, inspanning) wat een vaak verguisd en misbruikt woord is. Het volgende vers in de Glorieuze Qur’an, geeft een algemene regel over de Jihad :“En strijdt voor de zaak van Allah tegen degenen die tegen u strijden, maar overschrijdt de grens niet. Voorzeker, Allah heeft de overtreders niet lief.” (2:190)
De samenvatting van de Jihad is dat vechten is toegestaan voor Moslims voor bescherming tegen agressie, uitbuiting en onderdrukking en toch in dit alles zijn overtredingen verboden. De Arabische wortel van Jihad betekent ‘beproeving’ en betekent niet alleen ‘vechten tegen onderdrukkers en tirannen’ maar ook ‘worstelen’ in de algemene zin van het woord, om het goede te bevorderen en het kwade te bestrijden.
Jihad is het hoogste principe, want alleen door Jihad wordt de godsdienst van de Islam met zijn ultieme waarheid, recht en goedheid beschermd en worden de Moslims zelf beschermd tegen degenen die hen willen schaden. Het is een plicht voor alle Moslims om in Jihad te geloven en het te praktiseren tot op bepaalde hoogte; grotere verplichtingen zijn er voor degenen met meer vermogen, maar zelfs de armen en invaliden geven hun morele steun en smeekbede voor overwinning.
De Jihad werd ook in de voorgaande geloven gepraktiseerd. Sinds het verschijnen van het kwaad over de hele wereld en in de hele menselijke geschiedenis werd de Jihad vastgesteld en voorgeschreven, om tirannie en onrecht te stoppen en criminele heersers en regimes te verwijderen. Jihad is in de wet vastgesteld om de mensen het aanbidden van goden en halfgoden te verbieden en om hen te introduceren in de realiteit alléén Allah te aanbidden, die geen zonen, partners of gelijken heeft. Jihad is in de wet opgenomen om onrecht te verwijderen en om de mens te introduceren in genade, recht en vrede van de Islam. Als een manier van leven, in het voordeel van de mens op aarde en niet in het voordeel van specifieke groepen van Arabieren of andere nationale groepen van Moslims. De Islam is universeel en heeft geen geografische of gelimiteerde grenzen. Zoals de traditie van de boodschapper van Allah (VZMH) zegt:“Help uw broeder, of hij nu onderdrukt wordt of de onderdrukker is.”
Een man vroeg: “O, boodschapper van Allah! Ik help hem als hij onderdrukt wordt, maar hoe kan ik hem helpen als hij een onderdrukker is?” De Profeet (VZMH) zei: “U kunt hem tegenhouden bij het plegen van onderdrukking. Dat is uw hulp voor hem.” (8)
De boodschap en invitatie van de Islam is internationaal en universeel voor de gehele mensheid, met een uitgebreide code van meningen, moraal en ethiek voor elke levenswandel. De Islam heeft de beginselen van recht, eerlijkheid, gelijkheid, vrijheid, voorspoed, succes en waarheid vastgelegd voor de mensen op aarde. De Jihad is niet in de wet om de mensen te forceren tegen hun wil toe te treden tot de Islam, maar meer als gereedschap en mechanisme om de vrede te handhaven die het mogelijk maakt de boodschap van de religie van het monotheïsme, recht en gelijkheid op een vreedzame manier te verspreiden over de hele wereld en te beschermen tegen aanval. Nadat de mensen de boodschap ontvangen, is het aan hen deze te accepteren of anders te kiezen. De essentiële zin van Jihad is de weg te openen voor het vermenigvuldigen van de boodschap van de Islam onder de mensen. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent en in Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar is. Allah is Alhorend en Alwetend.” (2:256)
Het beginsel aangaande interne relaties tussen overheden en mensen is gebaseerd op recht en vrede omdat er geen blijvende vrede kan bestaan zonder recht. Jihad is geen ‘Heilige oorlog’, zoals wordt beschreven in de Westerse media; het is een eerbare strijd en verzet tegen onderdrukkers en degenen die de vreedzame verspreiding van Allah’s woord en geloof in Hem en Zijn religie tegenwerken. Meestal begint oorlog met een impuls van persoonlijke of nationale belangen: voor land, bronnen en andere politieke of economische redenen. De Islam verbiedt deze oorlog maar staat Jihad toe in drie situaties, nl:

  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina