De rechten van de mens in de islam ~ en algemene isvattingen~



Dovnload 387.1 Kb.
Pagina2/8
Datum22.07.2016
Grootte387.1 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

1. Verdediging van het leven, eigendom en Nationale grenzen (zonder overtredingen).
Allah zegt daarover in de Glorieuze Qur’an:“En strijdt voor de zaak van Allah tegen degenen die tegen u strijden, maar overschrijdt de grens niet. Voorzeker, Allah heeft de overtreders niet lief.” (2:190)
2. Het verwijderen van onderdrukking en het overwinnen van de rechtvaardige rechten

van de onderdrukten.
Het tegengaan van onderdrukking en tirannie is een plicht, zoals genoemd in een vers van de Glorieuze Qur’an:“En waarom strijdt gij niet voor de zaak van Allah en voor de zwakken -mannen, vrouwen en kinderen- die zeggen: “Onze Heer, neem ons uit deze stad waarvan de bewoners onderdrukkers zijn en schenk ons een vriend en een helper uwerzijds.” (4:75)
De Profeet van Allah (VZMH) zei: “De beste Jihad is een woord van waarheid voor een tirannieke, onrechtvaardige heerser.” (9)


3. Verdediging van Geloof en Religie.

Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qur’an: “En bestrijdt hen totdat er geen vervolging is en de godsdienst geheel voor Allah wordt. Maar als zij ophouden dan ziet Allah voorzeker wat zij doen.” (8:39)


Een ‘Mujahid’ (Moslimvechter voor de zaak van Allah) moet zijn intentie zuiveren, alleen om Allah te behagen. Hij heeft een duidelijk inzicht over de Jihad die bestaat om de juiste redenen, a): om de Islam en de Moslims te beschermen en b): om de boodschap en het woord van Allah te verspreiden. Als de vijanden van de Islam -die de Moslims bevechten- ophouden met aanvallen en voorwaarden accepteren voor een goede vrede, dan moeten de Moslimstrijders hun vijandigheden stoppen.
Allah zegt ook: “En als zij tot vrede neigen, neigt u er dan ook toe en legt uw vertrouwen in Allah. Voorzeker, Hij is Alhorend en Alwetend.” (8:61)
En de Meest Vehevene zei ook: “Dus als zij zich van u op een afstand houden en u niet bestrijden en u vrede aanbieden- heeft Allah u niet toegestaan iets tegen hen te ondernemen.” (4:90)
De Islam staat toe te vechten voor de bovenstaande specifieke redenen en heeft strikte regels vastgesteld voor het voeren van oorlog. Alle andere redenenen zijn volledig verboden in de Islam, bijvoorbeeld voor het uitbreiden van land, koloniale belangen, wraak etc. De Islam staat strijders niet toe om lukraak te doden, maar staat toe om militairen te doden in de rechtstreekse ondersteuning van de strijdkrachten. De Islam verbiedt (noch accepteert, noch staat oogluikend toe) het doden van bejaarden, kinderen, vrouwen, mensen onder (medische) behandeling, medisch personeel en monniken die zich afgezonderd hebben om Allah te aanbidden. De Islam verbiedt verminking van lichamen of verminnking van organen van overleden vijanden. De Islam verbiedt ook het doden van melkvee of elk ander soort dier, evenals het vernietigen van de huizen, het vervuilen van het drinkwater, rivieren, meren en waterbronnen van de vijand. Deze concepten zijn gebaseerd op de vele verzen in de Glorieuze Qur’an, met inbegrip van dit vers: “Maar zoek door hetgeen Allah u heeft gegeven het tehuis van het Hiernamaals; en vergeet de hele wereld niet, en doe goed (aan anderen) zoals Allah u goed gedaan heeft; en schep geen wanorde op aarde, want Allah heeft hen, die onheil stichten niet lief.” (28:77)
Het is ook gebaseerd op de vele gezegden van de Boodschapper van Allah (VZMH), zoals in deze verklaring: “Vecht voor de zaak van Allah en in Zijn Naam; tegen de ongelovigen van Allah. Bestrijdt hen maar verbreek geen contract of bestand, vermink niet en vermoord geen pasgeboren baby....” (10)

En hij (VZMH) zei: “.......doodt geen vrouwen of slaven.” (11)


Dit is in overeenstemming met de richtlijnen en de aanbeveling van de eerste Kalief, Abu Bakr, aan zijn militaire leiders die hij opriep voor de Jihad. Hij zei: “Luister, en gehoorzaam de volgende tien geboden en instructies: Bedrieg niemand (als je een belofte doet). Steel niet van de oorlogsbuit. Breek niet je eed van trouw. Vermink geen lichamen van de gedode of overleden vijand. Dood geen kinderen en minderjarigen. Dood geen bejaarde vrouw of man. Dood geen vrouwen. Ontwortel geen dadelpalm (of andere bomen) en verbrand ze niet. Vernietig geen fruitbomen en hak ze niet om. Slacht geen koe, vrouwelijk schaap of kameel behalve voor uw nodige voedsel. U zult zeker mensen passeren die zichzelf isoleren en afzonderen om Allah te aanbidden als monnik of anders; laat hen alleen en stoor hen niet. U zult zeker stoppen bij sommige mensen op de weg, die u alle soorten voedsel en gerechten zullen brengen. Wanneer u van dit voedsel eet, reciteer dan de naam van Allah. U zult zeker een groep passeren, die het midden van hun hoofd hebben kaalgeschoren en het –resterende- omringende haar lang gevlochten hebben; het is toegestaan tegen deze mensen te vechten en ze te doden; zij zijn de krijgers van de vijanden die hun zwaarden dragen tegen u. Ga verder, in de naam van Allah.”
De gevangenen in een oorlog mogen niet worden gemarteld, vernederd of verminkt. Zij mogen niet in een kleine claustrofobische cel worden gezet zonder adequaat eten en drinken. De Glorieuze Qur’an zegt: “En zij geven voedsel, uit liefde voor Hem, aan de armen, de wees en de gevangenen.” (76:8)
De Islamitische overheid heeft het recht om een oorlogsgevangene vrij te laten zonder losgeld, voor een overeengekomen bedrag, óf door het uitwisselen van een Moslimgevangene. Dit is gebaseerd op een vers in de Glorieuze Qur’an: “Wanneer gij de ongelovigen (in oorlog) ontmoet, treft dan hun nek en wanneer gij overwinnaar zijt, bindt hen dan vast. En wanneer de oorlog opgehouden is, laat hen dan vrij uit gunst of voor een losprijs. Zo zij het. En indien Allah wilde, had Hij hen zelf kunnen bestraffen. Doch Hij wilde sommigen uwer door anderen op de proef stellen. En degenen die terwille van Allah worden gedood, hun werken zal Hij zeker niet vruchteloos maken.” (47:7)
De verslagen mensen die een compromis sluiten met de inwoners van een Islamitische staat worden beschermd door de Islamitische wet. Niemand heeft het recht om ten onrechte aan te vallen en ze hebben recht op bescherming tegen elke vorm van geweld. Niemand heeft het recht om bezittingen of rijkdom af te nemen van de niet-Mosliminwoner, noch deze te vernederen of beslag te leggen op hun eer. Het geloof en de religie van een niet-Mosliminwoner in een Islamitische staat wordt gerespecteerd tot aan de wettelijke limiet. Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “Degenen die, indien Wij hen op aarde vestigen, het gebed verrichten en de Za’kaat betalen en het goede bevelen en het kwade verbieden. En het eindbesluit in alles rust bij Allah.” (22:41)
De niet-Mosliminwoners van een Islamitische staat zijn verplicht een minimale belasting te betalen: deJizyah wat een specifieke vorm van persoonsbelasting is, verzameld van personen die de Islam niet accepteren (als religie), hun eigen religie wensen te behouden als inwoner van een Islamitische staat en leven onder Islamitische regels.

In de vroege Islamitische staten, toen rijke Moslims 40% van hun geaccumuleerde rijkdom afstonden, betaalden de niet-Moslims Jizyah in drie categorieën:

1. De rijke en vermogende klasse; een equivalent van de som van 48 dirhams (12) per jaar.

2. De midden/doorsnee klasse zoals kooplieden, handelaren en boeren; een equivalent van de som van 24 dirhams per jaar.

3. De arbeidersklasse zoals bakkers, timmermannen en loodgieters; een equivalent van de som van 12 dirhams per jaar.
De Jizhya wordt verzameld in ruil voor de bescherming van de rijkdom van de niet-Moslim inwonenden van een Islamitische staat. De Moslimleider en bevelhebber, Generaal Khalid bin al-Waleed nam eens de belofte van trouw van de niet-Moslims in een Islamitische staat en zei: “Ik schenk u mijn belofte van trouw om u geheel te beschermen tegen de belasting die u betaald. Als wij u de nodige bescherming verschaffen, dan zijn wij gerechtigd de persoonsbelasting te vragen aan u. Zo niet, bent u niet verplicht te betalen.” Toen de Moslimstrijdkrachten de regio moesten ontruimen voor de strijd elders, gaven zij de Jizhya terug omdat zij niet in staat waren de veiligheid te bedingen. (13)
Jizhya is niet toepasbaar op alle niet-Mosliminwoners van een Islamitische staat; het wordt alleen gevraagd van degenen die een inkomen hebben. Sommige categorieën van mensen zijn vrijgesteld van het betalen van Jizhya, b.v. arme, blinde en invalide personen. De Islam verplicht de Islamitische overheid deze mensen goed te beschermen en hen een passende toelage te geven in het levensonderhoud. In feite, de belofte van trouw gegeven door Generaal Khalid bin al-Waleed aan de niet-Mosliminwoners in de stad Heerah in Irak, onder Islamitische regels, verklaarde het volgende:“Als een bejaard, invalide, terminaal zieke, of rijk persoon failliet is gegaan: in deze categorieën verdienen mensen liefdadigheid van hun collega-religieuzen, zij hoeven geen belasting te betalen. Daarom hebben de mensen in deze categorieën recht op passende toelages van de Islamitische schatkist, voor henzelf en de afhankelijke familieleden.”. (14)

Een ander voorbeeld is de tweede Kalief, Omar bin al-Khattab, die eens een oude Joodse man passeerde die aan het bedelen was. Omar liet zich inlichten over de situatie van deze man en hoorde dat hij een niet-Mosliminwoner was (van de Islamitische staat). Omar zei direct: “ Wij zijn oneerlijk geweest tegenover u! We vroegen u belasting vanaf uw jonge jaren en verwaarlozen u op uw oude dag!” Omar nam de Jood mee naar zijn huis en schonk hem alles wat hij maar kon vinden; voeding, eten en kleding etc.


Daarna instrueerde Omar de leiding van de kasmiddelen (schatkist) en zei: “ Volg, bekijk en observeer de situaties van soortgelijke mensen. Biedt hulp die volstaat aan deze mensen en hun familieleden uit de Islamitische schatkist.”
Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “De aalmoezen zijn alleen voor de armen en behoeftigen.” (9:60) (d.w.z. het begin van het bekende vers over de Zakaat/verplichte liefdadigheid. In een interpretatie van dit vers zijn de armen de Moslims en de behoeftigen zijn de niet-Moslim inwoners van een Islamitische staat) (15)

Het behoud van de zelfstandige.

Fysieke beveiliging en bescherming:
Het menselijk leven is heilig en een geschenk van Allah, de Schepper. Voor de bescherming van het menselijk leven heeft de Islam wettelijke lijfstraffen en financiële straffen vastgesteld, een vergelding voor de criminele overtreders die moorden en anderen fysiek schade toebrengen. Moord delen we onder in drie verschillende categorieën:

1) opzettelijk en /of op voorbedachte rade.

2) doodslag

3) als ‘totale fout’ (b.v. na een gevecht; niet met opzet).



De Islam geeft de opdracht tot executie op diegene, die een vooraf bepaalde moord of moord met voorbedachten rade heeft gepleegt op een onschuldig persoon. Als afschrikmiddel en om de verleiding van b.v. een geplande moord te doen stoppen. Onopzettelijke doodslag en moord ‘per vergissing’ zijn aparte categorieën met aparte, lagere straffen. Naast straf moet er ‘bloedgeld’ betaald worden aan de naaste familie van de vermoorde persoon. De familie of erfgenamen van het gedode slachtoffer krijgt ‘Diyyah’ (bloedgeld) ter vervanging van de ziel van het slachtoffer, tenzij ze er voor kiezen de moordenaar te vergeven. Boetstraf wordt betaald aan Allah; door het vrijlaten van een Moslimslaaf (door de moordenaar). Als dit niet mogelijk is moet hij twee opeenvolgende maanden vasten. Al dit soort straffen zijn opgelegd om het Moslimleven te behouden. Niemand heeft het recht (zonder legitieme reden) te knoeien met mensenlevens, bezittingen of landgoed. Alle onderdrukkers en misbruikers moeten gewaarschuwd worden voor het onterecht doden, duperen en intimideren van onschuldige leden van de Islamitische samenleving en deze harde straffen moeten dit duidelijk maken. Als de vergelding niet gelijk staat aan de misdaad zelf, dan worden de criminelen gestimuleerd in hun misdaden. Alle andere lijfstraffen hebben dezelfde rationeel, waarin de straf overeenkomt met het misdrijf. Met specifieke maten van vergelding, om op voorhand argumenten en verwarring te doen stoppen. Alle fysieke straffen en lijfstraffen zijn georiënteerd voor het behoud van het menselijk leven en bezit in een Islamitische samenleving. Allah de Verhevene zegt in de Glorieuze Qur’an:“En in vergelding is leven voor u, o mensen van begrip, zodat gij behouden zult worden.” (2:179)
De straf in het Hiernamaals voor degene die opzettelijk iemand heeft vermoord en geen spijt betuigt, is de toorn van Allah. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qur’an: “En wie een gelovige opzettelijk doodt, zijn vergelding zal de hel zijn; daarin zal hij vertoeven. Allah’s toorn is op hem; Hij heeft hem vervloekt en zal hem een grote straf bereiden.” (4:93)
De Islam heeft aan iedereen specifieke plichten opgelegd m.b.t. bescherming van het menselijk leven. Hier volgen sommige van deze plichten:
▪ Iemand bezit zijn ziel of lichaam niet; echter, het is een heilige entiteit wat op tijdelijke basis toevertrouwd is aan hem. Het is niet toegestaan zichzelf te folteren, te beschadigen, een vorm van zefmoord te plegen of een andere roekeloze handeling die leidt tot zelfvernietiging. Het leven dient alleen te worden gegeven in het offer voor de zaak van Allah. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qur’an: “O, gij die gelooft, gebruikt elkanders eigendommen niet met leugen en bedrog maar handelt bij onderlinge overeenkomst. En pleeg geen zelfmoord. Voorzeker, Allah is u genadevol.” (4:29)
▪ De mens moet blijven zorgen voor goede voeding om te voldoen aan de minimumeisen die essentieel zijn voor een fatsoenlijke gezonheidszorg. Het is niet toegestaan voor een persoon zich te onthouden van het wettelijk toegstane voedsel, drank, kleding en huwelijk en goede zorg onder enig voorwendsel, als dat hem zou kunnen schaden. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qur’an: “Zeg, wie heeft de tooi van Allah, die Hij voor Zijn dienaren heeft voortgebracht, en zuiver voedsel, verboden?” Zeg: “ Zij zijn ook voor de gelovigen in het tegenwoordige leven en voor hen alleen op de Dag der Opstanding.” Zo verklaren wij de tekenen aan een volk dat begrip heeft.” (7:32)
Allah, de Verhevene, berispt de Profeet (VZMH) voor het zichzelf onthouden van het eten van honing om een van zijn vrouwen te plezieren, en dit is een eeuwige les voor alle Moslims. Allah zegt in de Glorieuze Qur’an: “O Profeet, waarom verbiedt gij u hetgeen Allah voor u wettig heeft gemaakt? U zoekt het behagen uwer vrouwen, maar Allah is vergevingsgezind, Genadevol.” (66:1)
▪ Matiging staat tussen gierigheid en verkwisting. Men mag genieten van de wettige dingen die geschonken zijn door Allah voor de mensen op aarde. Met mate, binnen de grenzen van de Islamitische wet en zónder verspilling. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qur’an: “O, kinderen van Adam! Let op uw uiterlijk ter gelegenheid van aanbidding en eet en drinkt, maar verkwist niet. Hij heeft de verkwisters zeker niet lief.” (7:31)
▪ Het is verboden voor de mens om zijn fysieke benodigdheden te verwaarlozen en zichzelf pijn te doen door verwaarlozing of door zelfkastijding. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qur’an: “Allah belast geen ziel boven haar vermogen, voor haar is wat zij verdient en tegen haar is ook wat zij verdient.” (2:286)
Er is verklaard dat Anas bin Malik zei, dat er drie mannen bij het huis van de Profeet (VZMH) kwamen om hem te vragen over zijn aanbidding. Toen zij in kennis waren gesteld, beschouwden zij hun aanbidding als onbeduidend en zeiden: “ Waar staan wij in vergelijking met de Profeet (VZMH) terwijl Allah hem zijn zonden heeft vergeven voor het verleden en voor de toekomst.” En een van hen zei: “Wat mijzelf betreft: Ik zal de hele nacht bidden.” En een andere zei: “Ik zal permanent gaan vasten, (Saum) en ik zal het vasten niet breken.” En de derde zei: “ Ik zal mezelf onthouden van vrouwen en zal nooit trouwen.” De Profeet (VZMH) kwam naar hen toe en zei: “Zijn jullie de mensen die deze dingen hebben gezegd? Bij Allah, ik vrees Allah meer dan jullie doen, en ik ben de meest gehoorzame en plichtsgetrouwe onder jullie naar Hem, maar ik breek nog steeds het vasten; bidt en slaap in de nacht en trouw met vrouwen. Dus, wie zich afkeert van mijn Sunnah, behoort niet aan mij.” (16)

Vrede en veiligheid:
Het recht op veiligheid en bescherming voor een persoon en zijn gezin is het meest fundamentele van alle rechten. Inwoners van een Moslimsamenleving mogen niet bang zijn of bedreigd worden door woorden, daden of wapens. De traditie van de Boodschapper van Allah (VZMH) zegt:“Het is niet toegestaan voor een Moslim om een andere Moslim bang te maken.” (17)
De veiligheid van een persoon maakt het mogelijk om vrijheid, mobiliteit en beweging te hebben met het oog op werk en een eerlijk inkomen. Lijfelijke en geldelijke straffen zijn vastgesteld en gevonnist om degenen te kunnen straffen die trachten de vrede, veiligheid of stabiliteit te verstoren in een Moslimsamenleving. Allah’s Boodschapper (VZMH) verklaarde in zijn afscheidsspeech: “Waarlijk, uw bloed, uw beveiligde voorwerpen in uw leven en uw rijkdom zijn onwettig aan elkaar. Ze zijn onwettig om mee te knoeien, zoals het onwettig is om te knoeien met deze (eerbiedwaardige en heilige) Dag (de dag van Arafah gedurende de Hajj), in deze Heilige Maand (de maand van de bedevaart ‘Dthul-Hajj’) en in deze Heilige Stad (de stad Mekka).” (18)


Levensonderhoud en gezond eten en drinken voor allen:
In een Islamitische samenleving moet een gezond levensonderhoud worden verzekerd voor alle mensen door het verschaffen van passend werk voor de arbeidskrachten. De beschikbaarheid van passende mogelijkheden voor handel en werk zijn cruciaal voor de mensen om hun basisbenodigdheden te bevredigen. Degenen die niet kunnen werken (vanwege ouderdom of invaliditeit, chronisch zieken of een familie die geen broodwinner heeft) komen in aanmerking voor openbare hulp van de Islamitische overheid. Zakaat, (verplichte aalmoezen en liefdadigheid) gegeven door de rijkere mensen in de samenleving, moet ter beschikking worden gesteld aan de behoeftigen die geen fatsoenlijk inkomen hebben vanwege legitieme redenen. Zakaat is een verplichte liefdadigheid wat wordt genomen van de welgestelden en gegeven aan de arme en behoeftige leden van de samenleving. Dit is gebaseerd op de Hadith van de Boodschapper van Allah (VZMH) in een advies naar zijn metgezel Muaadth bin Jabal op zijn missie naar Yemen om de Islam te verkondigen. Hij (VZMH) zei; “.......Vertel de mensen van Yemen...........dat de Almachtige Allah heeft voorgeschreven, een zeker percentage van de rijkdom te geven als Zakaat; te nemen van de rijke leden en te geven aan de armen en de behoeftigen.” (19)

Andere vrijwillige donaties, geschenken, financiële beloften e.d. worden gegeven aan de armen en behoeftigen in de samenleving en voor een goede zaak; om de Almachtige Allah te bevredigen. Dit is ook gebaseerd op een van de vele schriften, inclusief de Hadith van de Boodschapper van Allah (VZMH) : “Men is geen gelovige, als men zichzelf tevreden stelt terwijl zijn buurman honger lijdt.” (20)


De armen en behoeftigen hebben ook recht op een eerlijk deel van de Islamitische schatkist. Ook dit is gebaseerd op de Hadith van Allah’s Boodschapper (VZMH) : “Degene die een erfenis (rijkdom en landgoed) achterlaat, laat dit achter voor zijn wettige erfgenamen. Als iemand armen en behoeftigen achterlaat, zal Allah voor hen (familie) zorgen.” (21)


Goede en adekwate gezonheidsfaciliteiten:
De Islam verbiedt alle redenen die een schadelijk effect kunnen hebben op de menselijke gezondheid. De Islam verbiedt alle soorten van drugs en bedwelmende middelen. Ook verbiedt de Islam het eten van bloed, kadavers en onreine dieren zoals varkens (en alle bijprodukten). De Islam verbiedt alle immorele daden zoals ontucht, overspel en homosexuele activiteiten. De Islam legt een quarantaine in tijden van epidemiëen voor inkomend en uitgaand verkeer van mensen om ervoor te zorgen dat er geen epidemie of schadelijke ziekten worden verspreid in de hele gemeenschap. Allah’s Booschapper (VZMH) zei: “Als u hoort over een epidemie in een land, ga er dan niet heen. En als u in een land bent waar een epidemie heerst, verlaat het dan niet.” (22)
En Hij zei: “ Een ziek persoon moet geen bezoek brengen aan een persoon die herstellende is.” (23)


Het behoud van de geest.
Intelligentie is de basis voor alle zinvolle en verantwoorde daden. De Islam verbiedt bedwelmende middelen, omdat deze de hersenactiviteit nadelig beïnvloedt en de mens degradeert. Het woord voor wijn en bedwelmende middelen in het Arabisch is ‘Khamr’; dat, wat de hersenen ‘bedekt’. Alcohol en andere soorten van drugs zijn een van de grootste oorzaken van de gepleegde inhumane misdaden met desastreuse gevolgen in de maatschappij. De sancties hiervoor in de Islamitische wet voor openbaar gebruik hiervan zijn zweepslagen, om deze ondeugd uit te roeien en als waarschuwing voor anderen. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an:“O gij die gelooft, echter de wijn en het kansspel en afgoden en toverpijlen zijn niet anders dan gruwelen, door Satan gewrocht. Vermijdt ze dus, opdat gij voorspoedig moogt zijn. Voorzeker, door middel van wijn en kansspel, wenst Satan onder u vijandschap en afgunst te zaaien en u af te houden van het gedenken van Allah en van het gebed. Zult gij dan worden weerhouden? (5:90-91)
De Islam verbiedt het fabriceren en verkopen van alcoholische dranken en verdovende middelen en ontmoedigt het promoten van alcoholische dranken in de samenleving, ook als de promotor zelf niet drinkt. Dit verbod is gebaseerd op de Hadith van de Boodschapper van Allah (VZMH):De vloek van Allah valt op deze groepen van mensen die handelen met ‘Khamr’ (alle bedwelmende middelen); degene die het perst of destilleert, degene voor wie het wordt gedestilleert, degene die het verkoopt, degene die het koopt, degene die het verplaatst, degene waar het naar toe wordt verplaatst, degene die gebruik maakt van het geld wat ermee verdiend wordt, degene die het drinkt en degene die het serveert. (24)


Basis educatie voor iedereen:
Allah, de Verhevene zegt in de Glorieuze Qor’an: Zeg: “ Zijn zij die weten gelijk aan hen die niet weten? Maar alleen de verstandigen trekken er lering uit.” (39:9)

En Hij zegt:“En als er gezegd wordt: ‘Staat op’ staat dan op; Allah zal de gelovigen onder u en hen die kennis werd gegeven in rang verheffen. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.” (58:11)


In de Islamitische samenleving is opvoeding en onderwijs een recht en morele plicht voor alle capabele personen. Alle capabele, intelligente en getalenteerde personen in de Islamitische samenleving zijn verplicht zichzelf te onderwijzen in de basis van hun religie en in andere nodige wereldzaken. De overheid is verplicht om te voorzien in alle nodige middelen -die in hun vermogen liggen- voor een adekwate opvoeding en onderwijs. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Het zoeken naar kennis is een plicht voor elke Moslim, man of vrouw.” (25)
Hij (VZMH) zei ook: “Hij, die reist om nuttige kennis te zoeken wordt overwogen als een persoon die worstelt met de Jihad voor de zaak van Allah totdat hij huiswaarts keert.” (26)
Een andere traditie van deze mening is het gezegde van Allah’s Boodschapper (VZMH):“Wie een pad zoekt naar kennis of beter onderwijs, zal door Allah een weg geplaveid krijgen in de Jennah. (Hemelse tuinen).”
Het is onwettig voor een geleerde om nuttige kennis achter te houden, zoals de Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Wie de verspreiding van (nuttige) kennis tegenhoudt, zal een harnas van vuur krijgen op de Dag van de Opstanding.” (28)

Het behoud van de eer, het gezin (familie) en nageslacht.

Het gezin is de basis van een gezonde samenleving en dit kan alleen blijven voortbestaan door het in stand houden van de heiligheid van het huwelijk. Voor het behoud van de morele zuiverheid onder alle mannen, vrouwen en kinderen in de samenleving verbiedt de Islam overspel, ontucht en homosexualiteit. De Islam strijdt met de voorgaande goddelijke religies in dit verbod, maar gaat verder in het verbieden van activiteiten die kunnen leiden tot zonden zoals onzedelijke kleding en vrije omgang van de sexen in openbaar of privé-gebied. Deze manieren en voorzorgsmaatregelen snijden de wegen naar verleiding. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an:“En houdt u verre van overspel; want het is een afschuwelijke zaak en een slechte weg.” (17:32)



En Hij, de Verhevene zegt: Zeg: “Kom, ik zal u verkondigen, wat uw Heer heeft verboden; n.l. dat gij iets met Hem vereenzelvigt en dat gij uw ouders niet goed behandeld en dat gij uw kinderen uit armoede doodt. –Wij zijn het, Die voor u en hen zorgen- en dat gij onbetamelijke daden hetzij openlijk of in het geheim begaat en dat gij een ziel ten onrechte doodt die Allah heilig heeft verklaard. Dit is, hetgeen Hij u heeft bevolen, opdat gij moogt begrijpen.” (6:151)
Abdullah ibn Mas’ood verklaard dat hij zei: “O, Boodschapper van Allah, wat is de ernstigste zonde voor Allah?” Hij zei: “ Dat je anderen gelijkstelt aan Allah, ook al heeft Hij (en Hij alleen) jou geschapen.” Toen vroeg ik: “En daarna?” Hij zei: “Je kinderen te doden uit angst dat zij samen met je eten.” (uit armoede) Toen zei ik: “En daarna?” Hij zei: “Door ontucht te plegen of overspel te plegen met de vrouw van je buurman.” Toen reciteerde de Boodschapper van Allah de volgende verzen van de Qor’an (benadrukkend van wat hij daarvoor had gezegd). “En zij die geen andere goden naast Allah aanroepen, noch imand doden, wat Allah heeft verboden, tenzij met recht, noch overspel plegen; en hij die dat doet zal een straf ondergaan. De straf zal hem verdubbeld worden op de Dag der Opstanding, en hij zal daar vernederd in vertoeven.Met uitzondering van hen, die berouw hebben en geloven en goede daden doen, voor dezulken zal Allah de slechte daden in goede daden veranderen, want Allah is Vergevingsgezind, Barmhartig!” (25:68-70) (28)
De geselstraf staat in de wet voor een niet eerder getrouwde man of vrouw die overspel pleegt. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an: “Geselt iedere echtbreker en echtbreekster met honderd slagen. En laat medelijden met hen u van de gehoorzaamheid van Allah niet afhouden indien gij in Allah en de Laatste Dag gelooft. En laat een groep gelovigen getuige zijn van hun bestraffing.” (24:2)
Een getrouwde man of vrouw die overspel pleegt binnen het huwelijk of na scheiding van de echtgenoot/echtgenote krijgt de straf zoals in de Torah schriften staat: stenigen tot de dood. Om deze straf toe te kunnen passen, moet de rechter een volle bekentenis hebben of een getuigenverklaring van vier betrouwbare ooggetuigen die bevestigen dat zij werkelijk de penetratie hebben gezien.
Bekennen betekent dat de misdaad openlijk is toegegeven door de overspelige aan de Moslimrechter/heerser. De bekentenis moet vier maal herhaald worden om elke twijfel uit de weg te nemen. In het geval van getuigenis; vier betrouwbare, eerlijke en gezonde mensen moeten verslag doen aan de Moslimrechter/heerser dat zij daadwerkelijk de penetratie van de overspeligen /ontuchtplegers hebben gezien; een scenario dat erg zeldzaam is onder normale omstandigheden.
De vroege geschiedenis van de Islam registreert een paar gevallen van bekentenis van overspel, waarin de personen (door hun sterke geloof in Allah, de wens voor inkeer, bezinning en reiniging) openlijk hun misdaad toegaven. Zoals de tradities duidelijk maken, straft Allah geen twee maal voor hetzelfde vergrijp en deze personen wilden beschermd worden voor een straf in het Hiernamaals. Hier moet worden opgemerkt, dat als penetratie en gemeenschap niet volledig plaatsvindt – als de persoon bijvoorbeeld alleen kust, knuffelt of aanraakt- de straf niet wordt toegepast.
De sanctie voor valse beschuldiging, voor degenen die geen bewijs hebben om hun claim te kunnen onderbouwen bestaat uit tachtig zweepslagen. Daarna kunnen zij nooit meer een getuigenis afleggen. Zoals Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En zij, die kuise vrouwen beschuldigen en geen vier ooggetuigen brengen –geselt hen met tachtig slagen en aanvaardt hun getuigenis nooit meer, want dezen zijn overtreders.” (24:4)
Spottende en minachtende woorden en daden wat de eer, waardigheid en respect van anderen in de samenleving schaden zijn verboden, zoals Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “O gij die gelooft! Laat een volk het andere volk dat waarschijnlijk beter is dan zij, niet bespotten, noch vrouwen andere vrouwen, die misschien beter zijn dan zij. En belastert elkander niet, noch noemt elkander bij scheldnamen. Kwaad is (het geven van) een slechte naam na de aanvaarding van het geloof, en zij die geen berouw tonen zijn de onrechtvaardigen. O gij die gelooft! Vermijdt in het algemeen verdenking want achterdocht is een zonde. En spionneert niet, noch belastert elkander. Lust iemand onder u het vlees van zijn dode broeder? Gij verafschuwt het zekerlijk. Vreest Allah voorzeker, Allah is Berouwaanvaardend, Genadevol.” (49:11-12)
Een ander vers uit de Glorieuze Qor’an zegt: “Wie een fout of zonde begaat en deze dan aan een onschuldige toeschrijft, draagt voorzeker de (schuld van) lastering en klaarblijkelijke zonde.” (4:112)
De Islam waarborgt de heiligheid van vermenigvuldiging voor het behoudt van het menselijk ras op aarde. Het menselijk ras is toevertrouwd met het beheer van de gehele aarde en de representatie van de goddelijke wijsheid om te dienen als stedehouder van de Almachtige Allah op aarde. Het vernietigen of knoeien met de middelen voor reproduktie is een onwettige praktijk volgens de Islam. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an:“Wanneer hij gezag heeft, gaat hij in het land rond, om er wanorde te stichten en het nageslacht (van de mens) te vernietigen, maar Allah houdt niet van wanorde.” (2:205)
De Islam beschouwt opzettelijke abortus als ‘moord met voorbedachten rade’ en heeft een straf voor iedereen die participeert. Voor een onopzettelijke abortus kan men bloedgeld vragen als vervanging voor de geaborteerde foetus, óf het vasten voor twee aaneengesloten maanden in bezinning tot Allah, als het veroorzaakt is door een ongeluk of doodslag.
Vele Hadiths vertellen over dit onderwerp met betrekking tot de drang naar een normale reproduktie van het menselijk ras, het behoud van het menselijk ras en verhoging van de snelheid van de voortplanting, als dat mogelijk is. Allah’s Boodschapper (VZMH) zegt: “Huw de geliefde, vriendelijke en vruchtbare vrouw, voorwaar ik zal pronken met mijn natie op de Dag der Opstanding (vanwege het grote aantal van mijn volgelingen).” (29)
De Islam hecht speciale waarde aan een sterke familieband en goede contacten tussen relaties. De familie is de basis en het fundament van de samenleving, de vele regels helpen de familie tegen het uit elkaar vallen. Familieleden hebben plichten en rechten. Men moet de rechten van familie en verwanten erkennen en consequent toepassen naar elk lid.
Het mengen van vrouwelijke en mannelijke leden van de familie –waarvan het wordt toegestaan elkaar wettig te huwen- kan leiden tot veel sociale problemen binnen de familie. Om dit te vermijden gebiedt de Islam segregatie tussen de mannelijke en vrouwelijke familieleden die wettelijk met elkaar mogen trouwen. Een vrouw mag zich alleen vertonen in haar (gewone) kleding voor haar vader, broers, vader’s broers, moeder’s broers, grootvaders, schoonvader en zonen. (d.w.z. zonder hoofddoek of andere bedekte kleding)
In de pre-Islamitische Jahiliyyah (tijd van onwetendheid) was het familiesysteem corrupt door decadentie. De Islam initïeerde doorslaggevende hervormingen en vernietigde alle bestaande wanpraktijken. Sommige door de Islam verboden gewoonten zullen hieronder genoemd worden als voorbeelden.
▪ De Islam verbiedt de manier van legaal adopteren van een kind dat geen bloedverwant is van een man, zodat het de familienaam kan aannemen van de adoptief vader of ouders en alle rechten en plichten krijgt van een –uit beide ouders- geboren kind. Natuurlijk wordt het aangemoedigt om te zorgen voor wezen of verwaarloosde kinderen; deze vorm van liefdadigheid heeft zelfs een speciale waarde binnen de Islam. Dit vers in de Glorieuze Qor’an zegt: “Allah heeft voor geen man twee harten in zijn binnenste gemaakt, noch heeft Hij uw vrouwen, van wie gij wegblijft door haar moeder te noemen, tot uw moeders gemaakt, noch heeft Hij uw aangenomen zonen tot uw (werkelijke) zonen gemaakt. Dat is slechts een woord dat men uit, maar Allah spreekt de waarheid, en Hij wijst de weg. Noemt hen bij hun vaders naam dat is billijker in de ogen van Allah. Maar als gij hun vader niet kent, dan zijn zij uw broeders in het geloof en hun vrienden, en er is geen zonde voor u in datgene waarin gij u vergist, maar wel in hetgeen uw hart zich heeft voorgenomen. Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.” (33:4-5)
▪ De Islam verbiedt een kind te binden aan een man als een zoon, zonder de bekentenis van de man dat hij de vader is, omdat een dergelijke claim zowel het huwelijk als het familieleven in gevaar kan brengen. Een vrouw moet beschermd worden tegen valse beschuldigingen van overspel of illegale sexuele aktiviteiten met een andere man dan haar wettige echtgenoot, deze valse beschuldigingen kunnen haar eer en waardigheid besmetten. Bovendien kan zo’n valse claim vele twijfels brengen en een breuk veroorzaken tussen de kinderen in het gezin, niet wetende of ze een legaal of illegaal kind zijn. Elk kind dat geboren wordt uit een legaal huwelijk wordt toegekend aan de vader, het is niet nodig dat de vader dit vermeld en hij hoeft niet te bewijzen dat het zijn kind is. Deze praktijk is gebaseerd op de verklaring van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Een kind dat is geboren uit een wettig huwelijk behoord tot het bed van zijn vader.” (31)
De enige uitzondering op deze regel is wanneer wordt bewezen, zónder enige twijfel, dat de vrouw haar man heeft bedrogen en zwanger is van een andere man. In zo’n geval gelden er specifieke regels; er zal een aanvraag komen voor onteigening. Na de onteigening, zal het kind een totale vreemde voor hen zijn. Dit betekent, dat als het –onteigend- kind een meisje is, zij geen vrije tijd mag doorbrengen, niet mag leven en niet mag reizen met de man van haar moeder.
Een Moslimvrouw behoud haar naam na het huwelijk volgens de Islamitische jurisprudentie; het is onwettig voor een vrouw om de familienaam van haar man te dragen na het huwelijk. Als we dit goed bekijken, zien we de grote eer en waardigheid die de Islam toekent aan de vrouw. Deze praktijk houdt de gelijkheid en de gelijke rechten tussen de Moslimman en Moslimvrouw in stand; zij heeft haar eigen onafhankelijke naam, speciaal in het geval van een scheiding.
Het in stand houden en in ere houden van de rechten van de zwakke en invalide personen.
De Islam respecteert de oudere leden in de Islamitische samenleving en gebiedt iedereen hen hulp en respect te verlenen. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Hij wordt niet als een Moslim gezien, als hij geen genade laat zien aan de jongeren en de ouderen niet respecteert.” (32)
Hij (VZMH) zei ook: “Een jongere zal een oudere man respecteren op zijn oude dag, maar Allah, de Almachtige zal deze man belonen op zijn oude dag, wanneer hij het het meest nodig heeft. (32)
De Islamitische wet biedt hulp aan wezen, zoals Allah, de Meest Genadevolle zegt in de Glorieuze Qor’an: “Daarom, verdruk de wees niet.” (93:9)
En Hij, de Verhevene, zegt: “En raakt het eigendom van de wees niet aan dan op de beste wijze tot hij zijn meerderjarigheid heeft bereikt. En vervult het verbond; want gij zult omtrent het verbond worden ondervraagt.” (17:34)
En Hij, de Verhevene zegt: “Voorzeker, zij, die het eigendom van wezen onrechtvaardig verteren, verteren slechts vuur in hun buik en zij zullen in een laaiend Vuur branden.” (4:10)
Allah richt zich tot het behoud van de rechten van onschuldige kinderen, wiens ouders een misdaad hebben begaan uit armoede en totale onwetendheid n.l. door hen (de kinderen) te doden. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: Zeg: “Komt, ik zal u verkondigen wat uw Heer heeft verboden; n.l. dat gij iets met hem vereenzelvigt en dat gij uw ouders niet goed behandelt en dat gij uw kinderen uit armoede doodt. –Wij zijn het, Die voor u en voor hen zorgen- en dat gij onbetamelijke daden hetzij openlijk of in het geheim begaat en dat gij een ziel ten onrechte doodt die Allah heilig heeft verklaard. Dit is, hetgeen Hij u heeft bevolen, opdat gij moogt begrijpen.” (6:151)
In dit stuk kunnen we het allergrootste respect zien, gegeven aan de zwakkeren en minder succesvollen in de Islamitische samenleving.

Het behoud van rijkdom.
Privevermogen en bezit zijn de basis van de economie en kostwinning van de leden van de samenleving. De Islam beschermt het persoonlijk vermogen en legt strenge straffen op bandieterij, overval, roof en ander geweld tegen de heiligheid van het bezit. Bedrog, fraude, monopolie, hamsteren en andere schadelijke praktijken zijn ook verboden. Dit is gedaan met het idee het vermogen en persoonlijk bezit te verzekeren van bescherming. De Islamitische wet legt een lijfstraf op van het afhakken van de hand van de dief, die het eigendom van een ander steelt en het afhakken van een hand en voet van degenen die een gewapende overval plegen, alles volgens de strikte voorwaarden van de wet. Allah, de Almachtige, zegt in de Glorieuze Qor’an: “En snijdt de dief en dievegge de hand af, als straf voor wat zij misdeden, een voorbeeldige straf van Allah. Allah is Almachtig, Alwijs.” (5:38)

Hier moet worden opgemerkt, dat het proces van amputeren van de hand van een dief alléén wordt toegepast onder strikte condities, waaronder de volgende:


▪ De gestolen voorwerpen of kostbaarheden moeten achter slot en grendel liggen, waarbij de dief het slot moet breken om in het privé gebied te komen. Als de dief een voorwerp steelt waar niet naar omgekeken wordt en (verwaarloosd) buiten ligt, dan wordt de straf van amputatie niet toegepast. In dit geval mag men de dief grijpen en zal de overheid besluiten tot straffen of tot Ta'zeer (waarschuwing).
▪ De diefstal mag niet bestaan uit voedsel wat men kan redden van de honger. De tweede Kalief Omar bin al-Khattab strafte niet gedurende de hongersnood in het Ramadah jaar, vanwege de wijdverspreide honger.
▪ De waarde van de gestolen voorwerpen moet hoger liggen dan de waarde van de hoge straf dat het amputeren van de hand toestaat.
De lijfstraffen mogen niet uitgevoerd worden, tenzij er een goed bewijs is geleverd (d.w.z. er mag geen twijfel bestaan dat de misdaad werkelijk is gepleegd) en de betreffende misdaad strafbaar is volgens de Islamitische wet.
De Islamitische juriprudentie kan de uitspraak van een lijfstraf voor de crimineel die de misdaad heeft begaan vervangen door een disciplinaire straf. Een disciplinaire straf is doorgaans lager dan een lijfstraf en wordt door de rechter opgelegd naar gelang het type, niveau en hevigheid van de misdaad en de crimineel zelf en naar gelang zijn strafblad. Een disciplinaire straf kan zijn: gevangenisstraf, zweepslagen in het openbaar, een berisping of een geldstraf.
Buiten stelen verbiedt de Islam alle soorten overtredingen ten nadele van particuliere bezittingen, vastgoed en grondbezit. Dit is gebaseerd op het vers in de glorieuze Qor’an; “En verteert uw rijkdommen niet onder elkander door valse middelen en brengt ze niet naar de rechters, opdat gij een deel der rijkdommen der mensen in zonde kunt verteren, tegen beter weten in.” (2:188)
Daarom, zal de overtreder een enorme strenge straf ondergaan op de Dag der Opstanding. Dit is gebaseerd op de verklaring van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Wie dan ook onrechtmatig een handvol zand grijpt van het land van een andere Moslim, zal door Allah worden omringd op de Dag der Opstanding met ‘zeven aarden’ rond zijn nek.” (34)
De Islamitische wet eist dat de crimineel het onrechtmatig verkregen land of eigendom moet terugggeven, of- als alternatief- wordt hij geforceerd het in geld uit te betalen.Tevens wordt deze crimineel bestraft met zweepslagen, opgelegd door de Moslimrechter. De Islam vraagt de eigenaar zijn bezit te verdedigen, zelfs als hij daarvoor moet doden, hijzelf zal niet worden gedood voor het doden van degene die hem zijn eigendom wilde ontnemen, als hij kan bewijzen dat hij de crimineel heeft gedood uit verdediging.
Als de crimineel, aan de andere kant, de eigenaar vermoord die zijn eigendom verdedigd, dan is de gedode eigenaar een martelaar en de aanvaller een moordenaar. Dit is gebaseerd op de verklaring van de Boodschapper van Allah (VZMH): “Wie gedood wordt tijdens het verdedigen van zijn eigendom is een martelaar.” (35)

Opmerking m.b.t. het behoud van de veiligheid van nationale bronnen.

De gereserveerde nationale bronnen zijn openbaar en het inkomen dat voortkomt uit deze natuurlijke bronnen moet in de publieke schatkist worden geplaatst om publieke onkosten te financiëren. Zulke bronnen mogen geen persoonlijk eigendom zijn van een specifieke groep of klasse van mensen, voor welk specifiek doel dan ook. De opbrengst van deze bronnen is alleen bedoeld voor het publieke welzijn. Het is een gezamelijke verantwoordelijkheid voor de Islamitische samenleving om alert te zijn op elke indringer of agressor op dit gebied. Elke onrechtmatige exploitatie van gemeenschappelijke natuurlijke bronnen is verboden volgens de Islamitische schriften en wetten. Allah, de Almachtige, zegt in de Glorieuze Qor’an: “.........Eet en drinkt wat Allah heeft voortgebracht op aarde en wandelt niet op aarde, onheil stichtende.” (2:60)


Dit is gebaseerd op de verklaring van de Boodschapper van Allah (VZMH): “De mensen zijn partners in drie (natuurlijke bronnen): water, gras en vuur (brandstof).” (36)


Opmerking m.b.t. de publiekelijke en persoonlijke rechten in de Islam.
De Islam tracht de sociale banden aan te trekken onder de direkte leden van de Islamitische samenleving. De Islam noemt de rechten van de direkte leden van de familie het eerst, daarna de verwanten die rechten en plichten naar elkaar hebben (naar gelang zij het dichtst bij de familie staan). Allah, de Almachtige zegt in de Glorieuze Qor’an: “O gij mensen, vreest uw Heer, die u van één enkele ziel schiep en daaruit haar gezellin schiep en uit hen beiden mannen en vrouwen verspreidde en vreest Allah in Wiens naam gij een beroep doet op elkander en (weest plichtsgetrouw) betreffende de familiebanden. Voorwaar, Allah is bewaker over u.” (4:1)
En Allah zegt in de context van de regels voor de erfenis: “...Uw ouders en uw kinderen, gij weet niet wie van hen u het meest tot heil is. Dit is vastgesteld door Allah. Voorzeker, Allah is Alwetend, Alwijs.” (4:11)

Andere relaties worden ook niet verwaarloosd in de Islam sinds zij allen deel uitmaken van het netwerk dat mensen nader tot elkaar brengt, persoonlijk en sociaal. Mensen die verder van elkaar afstaan hebben ook een band nodig wat hen bij elkaar brengt in het netwerk, om elkaar te helpen en te waarderen en om een samenhangende maatschappij op te bouwen. Allah, de Almachtige, zegt in de Glorieuze Qor’an: “Degenen die, indien Wij hen op aarde vestigen, het gebed verrichten en de Za’kaat betalen en het goede bevelen en het kwade verbieden. En het eindbesluit in alles rust bij Allah.” (22:41)


Het versterken van de relaties is ook verklaard door Allah’s Boodschapper (VZMH): “Benijdt elkander niet; drijf geen prijzen op naar elkaar; haat elkander niet; keer uzelf niet af van een ander; en kruip niet onder voor elkaar, maar ben uzelf. O, dienaren van Allah, broeders. Een Moslim is de broeder van een Moslim: Hij overheerst hem niet, noch laat hij hem vallen, hij liegt niet tegen hem noch veracht hij hem. Vroomheid zit hier –en hij wees drie keer naar zijn borst. Het is slecht voor een man om zijn Moslim broeder te minachtzamen. Een Moslim is voor een andere Moslim onschendbaar: zijn bloed, zijn eigendom en zijn eer.” (37)
En hij (VZMH) zei: Het voorbeeld van de gelovigen in de liefde, affectie, samenwerking en sympathie is als dat van een lichaam. Als één orgaan van het lichaam pijn doet, dan zal het gehele lichaam steunen in de zwakheid of koorts van het orgaan.” (38)
Daarom zijn er vastgestelde publiekelijke en persoonlijke rechten in de Islamitische samenleving. In het gedeelte hieronder zullen we de meest belangrijke openbare en persoonlijke rechten in de Islamitische wet en schriften belichten.


1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina