De rechten van de mens in de islam ~ en algemene isvattingen~



Dovnload 387.1 Kb.
Pagina3/8
Datum22.07.2016
Grootte387.1 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

1. De rechten van de Almachtige Allah.
2. De rechten van de Profeet Mohamed (VZMH).
3. De rechten van de andere Profeten en Boodschappers.
4. De rechten van ouders.
5. De rechten van de man naar de vrouw.
6. De rechten van de vrouw naar de man.
7. De rechten van kinderen.
8. De rechten van familieleden.
De rechten naar Allah, de Almachtige.
Het essentiële recht van iemand naar Allah is Hem alleen te aanbidden, geen rivalen of partners naast Hem te plaatsen, noch zonen of dochters aan Hem toe te voegen. Het eeuwige geloof van alle bestaan is dat ER GEEN ANDERE GOD IS DAN ALLAH (LA ILAHA ILAL ALLAH) “Er is geen god waardig aanbeden te worden alleen Allah” wat betekent dat er geen zogenaamde god, godheid of entiteit bestaat, waardig om aanbeden te worden in absolute gehoorzaamheid. Dit is de getuigenis van het geloof van een Moslim, wat de volgende eisen inhoudt:
▪ Men moet zichzelf overgeven naar Allah in het geloof, met een totale en eerlijke overtuiging, verklarend met zijn tong, accepterend met zijn hart en tonend met zijn daden; de ware verklaring dat Allah, de Almachtige zegt in de Glorieuze Qor’an:
Weet dat er buiten Allah geen God bestaat en vraag bescherming voor uw tekortkoming en die voor gelovige mannen en vrouwen. Allah kent de plaats uwer handelingen en uw rustplaats.” (47:19)
▪ Alleen Allah is waardig aanbeden en gehoorzaamd te worden in de absolute zin. Niemand heeft het recht om aanbeden te worden onder of naast Hem. Alle verklaringen, akties en verborgen intenties moeten overeenkomen met wat de Almachtige heeft aangewezen. Alle akties van mensen moeten worden uitgevoerd voor het genoegen van de Almachtige. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: En uw Heer zegt: “Aanbidt Mij; Ik zal uw gebeden verhoren. Maar zij, die te hoogmoedig zijn om Mij te aanbidden, zullen veracht de hel binnengaan.” (40:60)
▪ Het is voor mensen toegestaan om zich ten volle over te geven aan de Wil van Allah; te gehoorzamen aan zijn commando’s die zijn geopenbaard voor de redding van de mensheid.Dit is gebaseerd op de instructie van dit vers in de Glorieuze Qor’an: “En het betaamt de gelovige man of vrouw niet, wanneer Allah en Zijn boodschapper over een zaak hebben beslist, dat er voor hen een keuze zou zijn in die zaak. En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt, is zeker klaarblijkelijk afgedwaald.” (33:36)

Een Moslim moet pure liefde voelen voor Allah en zijn Profeet en Boodschapper (VZMH). Deze liefde moet de liefde voor andere wezens of voor zichzelf overheersen in tijden van conflicten en contradictie. Allah de Verhevene zegt in de Glorieuze Qor’an: Zeg: “Indien uw vaders en uw zonen en uw broeders en uw vrouwen en uw verwanten en uw rijkdommen die gij verkregen hebt en de handel waarvan gij slapte vreest en de woningen waarvan gij houdt, u liever zijn, dan Allah en Zijn boodschapper en het streven voor Zijn zaak, wacht dan, tot Allah met Zijn oordeel komt; Allah leidt het ongehoorzame volk niet.” (9:24)


Een Moslim is verplicht te geloven in de namen en attributen die Allah Zichzelf heeft gegeven of Hem zijn gegeven door Zijn Profeet en Boodschapper (VZMH) Niemand mag er een naam of kwaliteit aan toevoegen, die niet gegeven is door Allah of door Zijn Boodschapper (VZMH). Hij mag geen onnodige uitleg of gelijkenis geven om een uitleg te geven aangaande deze namen en attributen van Allah. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Er is niets aan Hem gelijk, Hij is de Alziende, Alhorende.” (42:11)
Men moet alleen Allah aanbidden op de manier en in de vorm die toegstaan is door Allah en overgebracht is door zijn Boodschappers en Profeten. Het is niet toegestaan om een aanbidding uit te vinden door speculatie en deze dan toe te schrijven aan de ware religie. Alle aanbiddingen moeten op dezelfde lijn staan met de geopenbaarde religie van de Islam. Bijvoorbeeld het uitvoeren van de ‘salaat’, de verplichte gebeden. Een van de vruchten van het aanbieden en onderhouden van het gebed is, dat het helpt te genieten van het goede en het kwade doet stoppen. Allah de Almachtige, zegt in de Glorieuze Qor’an: “Verkondig hetgeen wat u in het Boek is geopenbaard en onderhoud uw gebed. Voorwaar, het gebed onhoudt van ondeugd en kwaad. En Allah gedachtig te zijn is inderdaad het hoogste. Allah weet wat gij doet.” (29:45)
Het betalen van de Zakaat (verplichte liefdadigheid) aan de behoeftigen en armen genereert een zelfreiniging en eliminatie van ellende en gierigheid en het verlicht de pijn of problemen van de minderbedeelden. Allah, de Almachtige, zegt in de Glorieuze Qor’an: “Die zijn rijkdommen weggeeft om zich te louteren. En niemand heeft Hem een gunst bewezen waarvoor hij moet worden beloond. Maar hij die het welbehagen zoekt van zijn Heer, de Vehevene.” (92:18-20)
Het vasten (Saum) zorgt ervoor dat men zelfdiscipline heeft en passies en uitdagingen onder controle kan houden. Men wordt bewuster in de zin van vroomheid en godvrezendheid en de behoeften van de armen en minderbedeelden. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “O gij gelovigen, het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen die vóór u waren was voorgeschreven, opdat gij vroom zult zijn.” (2:183)
De ‘Hajj (pelgrimstocht) heeft vele voordelen, zoals Allah de Almachtige zegt in de Glorieuze Qor’an: “Opdat zij van hun voordeel getuigenis afleggen en de naam van Allah uitspreken gedurende de vastgestelde dagen over het vee waarvan Hij hen heeft voorzien. Eet dan daarvan en spijzigt de behoeftigen in nood.” (22:28)
Al deze en andere akties van verplichte aanbidding in de Islam zijn in het voordeel van de mens. Er is nooit een onnodig harde tijd uitgevoerd onder normale omstandigheden. Allah, de Almachtige zegt in de Glorieuze Qor’an:“.........Allah wenst gemak voor u en geen ongemak.” (2:185)
De Boodschapper van Allah (VZMH) zei ter ondersteuning van dit concept: “Als ik u opdraag iets te doen, doe zoveel als mogelijk is voor u.” (39)
En Hij (VZMH) zei:“Religie is gemakkelijk.” (40)
In het geval van ziekte en alle andere legitieme ontberingen, wordt men vrijgesteld van de aanbidding of er kunnen enkele concessies worden gedaan. Bijvoorbeeld, Het staande uitvoeren van het gebed is voorgeschreven, maar als iemand daartoe niet in staat is mag hij het zittend doen en als dat niet mogelijk is liggend, op een zijde van het lichaam of op de rug of op welke andere manier dan ook wat passend en comfortabel is in zijn situatie. Als een dienaar niet in staat is zijn gebed te doen in de hierboven genoemde situaties, mag hij bidden met de bewegingen van zijn ogen of handen. Het is een plicht zichzelf te wassen voor het gebed, maar het wordt hem vergeven als er geen water voor handen is, of als het hem schade kan toebrengen in het gebruik ervan. In het geval er geen water voor handen is kan hij schoon zand gebruiken (Tayammum) en het gebed uitvoeren. Een vrouw die menstrueert, of een postnatale bloeding heeft is vrijgesteld van het uitvoeren van het gebed totdat haar bloeding compleet gestopt is en er wordt niet van haar verlangd dat ze gemiste gebeden inhaalt. Een Moslimman of vrouw die geen Nisab (het vereiste minimale bedrag wat iemand moet bezitten wil hij de Zakaat kunnen betalen) bezit, wordt niet gevraagd om Zakaat te betalen. Een oud persoon die niet in staat is om te vasten, of een ziek persoon, krijgt vrijstelling. In plaats daarvan betalen zij een vergoeding als ze zich dat kunnen veroorloven. De vergoeding is b.v. het voeden van een arm persoon; een maaltijd voor de dag dat er niet gevast wordt. Op een vergelijkbare manier kan een reiziger zijn vasten breken, als deze reis moeilijk en uitputtend is. Zo geldt dit ook voor de vrouw, die haar gebeden niet heeft kunnen doen in haar menstruatieperiode of postnatale bloeding; zij kan dit vergoeden door een goede daad zoals hierboven beschreven. De Hajj (bedevaart) is niet verplicht voor personen die niet capabel zijn door fysieke onbekwaamheid of financiële beperkingen, omdat de persoon die de bedevaart wil gaan maken toereikende middelen nodig heeft om zichzelf en zijn familie tevreden te kunnen stellen, naast de uitgaven van de pelgrimage. Allah, de verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an: “Daarin zijn duidelijke tekenen: het is de plaats van Abraham en wie het binnengaat is in vrede. En de bedevaart naar het Huis is door Allah aan de mensen opgelegd die er een weg naar toe kunnen vinden. En wie niet gelooft, Allah is voorzeker Onafhankelijk van alle werelden.” (3:97)
Een ander voorbeeld van de verlichting van ontberingen in de Islam is, wanneer een persoon geconfronteert wordt met het tekort aan voedsel en op het randje staat van de dood: voor hem is het toegestaan onwettig voedsel tot zich te nemen, zoals het vlees van een dood dier, varken of wijn (41) Deze regel is ook gebaseerd op de instructies van een vers in de Glorieuze Qor’an: “Hij heeft u slechts het gestorvene, het bloed, het varkensvlees en datgenen, waarover een andere naam, dan die van Allah is uitgeroepen, verboden. Maar hij, die gedwongen is en die dit niet wenst en geen overtreder is, op hem rust geen zonde. Want Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.” (2:173)


De rechten naar de profeet Mohamed (VZMH).
Allah heeft al Zijn Boodschappers gezonden voor het begeleiden van de mensheid en als men gelooft en gehoorzaamd, belooft Allah succes in het leven en in het Hiernamaals als beloning. Deze rechten zijn samengevat in de volgende getuigenis, samen met de hiervoor genoemde getuigenis (Er is geen andere god waardig aanbeden te worden dan Allah) “Mohamed (VZMH) is de slaaf en Boodschapper van Allah.” Deze verklaring vereist het volgende:
▪ Geloof in het universele van de Boodschap van de Profeet Mohamed (VZMH) voor de hele mensheid. De Islam is niet georiënteerd voor een specifieke categorie van mensen, zoals dat het geval was met de voorgaande Profeten en Boodschappers (VZMH). Dit is afgeleid van een vers in de Glorieuze Qor’an: Zeg: “O mensdom, ik ben u allen tot een boodschapper van Allah, aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort. Er is geen God naast Hem. Hij geeft het leven en doet sterven. Gelooft daarom in Allah en Zijn boodschapper, de reine Profeet, die in Allah en Zijn woorden gelooft en volgt hem opdat gij recht geleid moogt worden.” (7:158)
▪ Geloof dat Allah’s Boodschapper en Profeet, Mohamed (VZMH) wordt beschermd door Allah tegen mogelijke menselijke fouten in relatie tot zijn missie naar de mensheid. Dit houdt in dat de Profeet nooit iets weggelaten of toegevoegd heeft aan de complete Boodschap van Allah. Dit is gebaseerd op een vers uit de Glorieuze Qor’an:“Noch spreekt hij naar eigen begeerte.” (53:3)
▪ Geloof dat de Profeet Mohamed (VZMH) de laatste Profeet en Boodschapper is van Allah voor de mensheid en dat er geen Profeet of Boodschapper zal komen na hem (VZMH). Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Mohamed is niet de vader van één uwer mannen, maar de boodschapper van Allah en het zegel der profeten; Allah heeft kennis van alle dingen.” (33:40)
En de Boodschapper van Allah zei: “....en er komt geen profeet na mij.” (42)
▪ Geloof dat de religieuze plichten en Goddelijke commando’s die Allah naar de mensheid zond, compleet zijn en dat de Profeet (VZMH) de Boodschap van Allah heeft bezorgd in volledigheid en dat Hij (VZMH) het beste advies gaf aan zijn Ummah (Natie) en het beste richtsnoer voor al het goede te doen en het kwade uit de weg te gaan. Dit is gebaseerd op een vers uit de Glorieuze Qor’an:“Heden zullen de ongelovigen aan uw godsdienst wanhopen. Vreest dus niet hen, maar Mij. Nu heb ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooid en de Islam voor u als godsdienst gekozen.” (5:3)
▪ Geloof dat de wetten, wetgegeven in de Islam, zijn goedgekeurd door Allah en dat de verschillende typen van aanbidding zijn gebaseerd op- en wentelen om deze Goddelijke wetten. Onafhankelijke persoonlijke acties worden niet geaccepteerd, Allah weet het beste, tenzij en totdat zij in overeenstemming zijn met deze goddelijke wetten. Dit is gebaseerd op een vers van de Glorieuze Qor’an:“En wie een andere godsdienst zoekt dan de islam, het zal van hem niet worden aanvaard, en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.” (3:85)
▪ Een gelovige moet berusten in de opdrachten van de Profeet (VZMH) en moet streven om ongehoorzame akties te vermijden, zoals Allah, de Verhevene zegt in de Glorieuze Qor’an:“.............En wat de boodschapper u ook moge geven, neemt het, en wat Hij u ook verbiedt, onthoudt u daarvan. En vreest Allah, zeker, Allah is streng in het straffen.” (59:7)
▪ Een Moslim moet acceptatie en tevredenheid tonen van elk vonnis berekend door de Profeet van Allah (VZMH) zoals Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an:“Maar neen, bij uw Heer, zij zullen geen gelovigen zijn, voordat zij u (profeet) tot rechter maken over al hun geschillen en in hun hart geen aarzeling vinden aangaande hetgeen gij oordeelt en zij zich geheel en al onderwerpen.” (4:65)
▪ Een Moslim moet de authentieke tradities volgen van de Sunnah (de weg van de Profeet) in het beste van zijn vermogen. Niemand heeft de autoriteit om de Sunnah tradities van de Boodschapper van Allah (VZMH) te wijzigen, aan te vullen of weg te nemen. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an: Zeg: “Indien gij Allah liefhebt, volgt mij, Allah zal u liefhebben en uw zonden vergeven. Allah is Vergevingsgezind, Genadig.” (3:31)
▪ Een gelovige moet de speciale status en waardigheid geschonken door Allah aan zijn Profeet (VZMH) respecteren. Niemand mag deze status adoreren of degraderen. De Profeet (VZMH) zei: Adoreer mij niet, zoals de Christenen de zoon van Maria adoreerden; Ik ben niet meer dan een slaaf (van Allah)....dus zeg: Allah’s slaaf en Zijn Boodschapper.” (43)
En Hij (VZMH) zei: “O mensen! Zeg wat u te zeggen hebt, en staat uzelf niet toe u te laten verleiden door Satan. Ik ben Mohamed, de slaaf en Boodschapper van Allah. Ik wil niet dat u mij verheft boven de status die mij toebedeeld is door Allah de Almachtige.” (44)
En Hij (VZMH) heeft gezegd:“Prijs me niet meer dan ik verdien. Allah creëerde me als slaaf, voordat ik Profeet of Boodschapper werd genoemd.” (45)
▪ Een Moslim moet de juiste begroeting toepassen naar Allah’s Profeet en Boodschapper (VZMH) wanneer zijn naam wordt genoemd; als een vorm van respect, zoals geïnstrueerd in een vers in de Glorieuze Qor’an:“Allah en Zijn engelen zenden zegeningen over de profeet. O, gij die gelooft, zendt zegeningen over hem en wenst hem vrede met alle eerbied toe.” (33:56)

▪ Een gelovige moet ware liefde en affectie tonen voor de Profeet en Boodschapper van Allah (VZMH) boven de liefde die hij toont voor anderen, gezien de informatie en de praktijken van de ware religie van Allah en de vele zegeningen die de profeet (VZMH) bracht als richtsnoer, zijn dit de enige middelen van het heil van verlossing door de wil van Allah. Dit is gebaseerd op een vers van de Glorieuze Qor’an: Zeg: “Indien uw vaders en uw zonen en uw broeders en uw vrouwen en uw verwanten en de rijkdommen die gij verkregen hebt en de handel waarvan gij slapte vreest en de woningen waarvan gij houdt, u liever zijn dan Allah en Zijn boodschapper en het streven voor Zijn zaak, wacht dan, tot Allah met Zijn oordeel komt; Allah leidt het ongehoorzame volk niet.” (9:24)


▪ Een Moslim moet elke mogelijke inspanning en gelegenheid nemen met wijsheid en geduld, om alle anderen te roepen voor de Boodschap van de Profeet Mohamed (VZMH). Hij moet streven de onbewusten te informeren en het geloof te versterken van diegenen die een zwak, wankel geloof hebben. Zoals Allah zegt in de Glorieuze Qor’an:“Roep tot de weg van uw heer met wijsheid en goede raad en redetwist met hen op gepaste wijze. Voorzeker, uw Heer weet het beste wie van Zijn weg is afgedwaald; en Hij kent degenen goed die juist geleid zijn.” (16:125)
Dit is ook gebaseerd op de verklaring van Allah’s Profeet en Boodschapper (VZMH) : “Verspreidt, namens mij, zelfs één vers.” (46)


De rechten naar andere Profeten en Boodschappers.
Het geloof van de Moslim in de Islam is niet compleet of acceptabel tenzij hij verklaard te geloven in de waarheid van het bestaan van alle voorgaande Profeten en Boodschappers, die gezonden waren voor specifieke groepen van mensen gedurende een specifieke tijd, aangezien de Islam universeel- en voor alle tijden en plaatsen is tot de Dag der Opstanding. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Deze boodschapper gelooft in hetgeen hem van zijn Heer is geopenbaard en ook de gelovige, allen geloven zij in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en Zijn boodschappers, zeggende: “Wij maken geen verschil tussen Zijn boodschappers” en zij zeggen: “Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, Heer, wij vragen u vergiffenis en tot U is (onze) terugkeer.” (2:285)
Moslims zijn verplicht de Boodschap van de Islam over te brengen op anderen, maar nooit geforceerd of met dwang, zoals Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an: Zeg: “Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven wie geloven wil en niet geloven, die niet wil.” (18:29)

De rechten van ouders.
De rechten van ouders houden in respect, liefde en gehoorzaamheid. Deze gehoorzaamheid is voorwaardelijk; dit houdt in dat het niet in tegenspraak is met de commando’s van Allah en Zijn Boodschapper (VZMH). Met moet vriendelijk zijn naar de ouders en hen voorzien van de benodigdheden op oudere leeftijd. Menselijkheid en respect naar beide ouders gelijk is een plicht; elke arrogantie of brutaliteit is verboden. Geduld en volharding is gewenst bij de hulp van de ouders, ongeacht de omstandigheden. Allah zegt in een vers in de Glorieuze Qor’an; Uw Heer heeft u bevolen, zeggende: “Aanbidt niemand anders dan mij en betoont vriendelijkheid jegens de ouders. Indien één hunner bij u een hoge leeftijd bereikt of beiden doen dit, zeg dan nimmer tot hen: “Foei”, noch stoot hen af, doch spreek tot hen een welgevallig woord.” (17:23)
De Boodschapper van Allah (VZMH) instrueerde ons, zeggend: “ Allah’s plezier (in iemand) is gebaseerd op het plezier van zijn ouders. De toorn van Allah is gebaseerd op de woede van zijn ouders.” (47)
Beide ouders zijn gewettigd voor deze rechten, zelfs als zijn zij geen Moslim zijn, zolang zij hun kinderen niet commanderen tot ongehoorzaamheid tegen Allah. Aïshah, de vrouw van de Profeet (VZMH) zei: “Mijn moeder kwam mij bezoeken, toen ze nog geen Moslim was. Ik vroeg Allah’s Profeet (VZMH) hoe haar te ontvangen en zei: “Mijn moeder wil me erg graag zien; moet ik me vriendelijk opstellen als gastvrouw ten opzichte van haar?” Hij (VZMH) zei: “ Laat je op je beste manier zien.”
De moeder krijgt prioriteit in termen van vriendelijkheid, sympathie, warme gevoelens, liefde en affectie zoals genoemd door Allah’s profeet (VZMH): “Een man kwam naar Allah’s Profeet (VZMH) en zei: “O Profeet van Allah! Wie is de persoon die mijn goede behandeling en gezelschap het meest verdiend?” Hij (VZMH) antwoordde: “Uw moeder.” De man vroeg: “Wie is mijn gezelschap daarna waardig?” Allah’s Boodschapper (VZMH) antwoordde: “Uw moeder.” De man vroeg: “Wie daarna?” Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Uw moeder.” De man zei: “Wie daarna?” Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Uw vader.” En in een andere versie wordt de zin beëindigd met: “......uw vader en daarna de meest naaste en de naasten.” (48)
Allah’s Boodschapper (VZMH) bedeelde de moeder met een drievoud portie van het recht op gezelschap. De vader in tegenstelling, krijgt één deel. Dit is om het feit dat de moeder zware tijden heeft gedurende de zwangerschap en geboorte evenals het opvoeden en verzorgen van de kinderen. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En wij hebben de mens vriendelijkheid jegens zijn ouders geboden. Zijn moeder draagt hem met ongemak en baart hem met smart.” (46:15)
Dit neemt in geen geval de rechten van de vader weg, zoals de profeet (VZMH) zei: “Geen zoon kan (de rechten van) zijn vader terugbetalen, tenzij hij voor hem een slaaf vindt, deze koopt en vrijlaat.” (49)


De rechten van de man naar de vrouw.
De man heeft het recht van de ultieme autoriteit van het huishouden, aangezien hij verantwoordelijk is voor zijn gezin en hem alle aspecten van onderhoud aangerekend worden. Zijn leiderschap moet bestaan uit rechtvaardigheid, geduld en wijsheid. Zoals Allah zegt in de Glorieuze Qor’an; “Mannen zijn voogden over de vrouwen omdat Allah de enen boven de anderen heeft doen uitmunten en omdat zij van hun rijkdommen besteden.” (4:34)
Een reden voor deze grote verantwoordelijkheid is, dat mannen over het algemeen sterker en rationeler zijn en vrouwen zwakker en emotioneler, eigenschappen gegeven door haar Schepper ten dienste van hun complementaire rol binnen het gezin en in het leven. Een vrouw is verplicht te gehoorzamen aan de opdrachten en instructies van haar man, zolang deze geen ongehoorzaamheid inhoud w.b. Allah’s opdrachten en de instructies van de Profeet Mohamed (VZMH). Aïshah, de vrouw van de Profeet (VZMH) vroeg hem: “Wie heeft het meest recht op de vrouw?” Hij (VZMH) antwoordde: “Haar man.” De Boodschapper (VZMH) werd gevraagd: “Wie heeft het meest recht op een man?” Hij (VZMH) antwoordde: “Zijn moeder.” (50)
Een vrouw moet geen dingen vragen aan haar man die hij zich niet kan veroorloven, of waarin hij niet capabel is ze te vervaardigen, of taken verlangen van hem die buiten zijn vermogen liggen. Een vrouw is verplicht de kinderen en het nageslacht van haar man te beschermen, door zichzelf te beschermen en kuis te zijn. Zij moet een bekwame voogd zijn van zijn bezit. Zij mag het huis niet verlaten zonder de kennis of toestemming van haar man, noch iemand toestaan het huis binnen te gaan waar haar man een hekel aan heeft. Dit is om de eer en harmonie van de familie te behouden, zoals geïnstrueerd door de Boodschapper van Allah (VZMH): “De beste vrouw, is de vrouw, die als je naar haar kijkt, je het gevoel geeft blij met haar te zijn en die, als je haar een opdracht geeft, je gehoorzaamt en die, als je afwezig bent, je bezit en nageslacht bescherming biedt.” (51)

De rechten van de vrouw naar de man.
Er zijn veel rechten voor de vrouwen aangaande hun echtgenoten; deze worden samengevat als volgt:
De huwelijksgift: Een vrouw heeft recht op een huwelijksgift van haar man; zonder dit is een huwelijk ongeldig. De huwelijksgift mag niet in beslag worden genomen, zoals Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En geeft de vrouwen gewillig haar huwelijksgift. Maar als zij naar haar eigen behagen u er een gedeelte van kwijtschelden, geniet het dan met genoegen en heilzaam gevolg.” (4:4)
Financiële steun: De echtgenoot is verplicht te voorzien -binnen zijn mogelijkheden- in alle essentiële middelen en basisbenodigdheden voor zijn vrouw(en), kinderen en het gehele huishouden. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an: “Laat hij die overvloed heeft geven uit zijn overvloed. En laat hij wiens middelen beperkt zijn, geven overeenkomstig Allah hem heeft gegeven. Allah belast geen ziel boven hetgeen Hij haar heeft gegeven. Allah zal weldra verlichting geven na ongemak.” (65:7)
Om de gulheid naar de vrouw aan te moedigen, heeft de Islam deze financiële steun benoemd tot liefdadigheid, welke goed wordt beloond door Allah. De Profeet (VZMH) zei tegen Sa’ad ibn Abi Waqas: “In het bedrag dat je spendeert aan je familie, moet je geen beloning van Allah zoeken, maar Hij zal je belonen, zelfs als het gaat om een stukje voedsel dat je in de mond van je vrouw stopt.” (52)

In het geval dat de man het geld verkeerd besteedt, heeft een vrouw het recht om een redelijk deel van het bezit van haar echtgenoot te nemen, voor zichzelf en de kinderen, zonder dat de man daarvan op de hoogte wordt gesteld volgens de Hadith, waarin Hind bint Utbah zei: “O Boodschapper van Allah! Waarlijk, Abu Sufyan is een vrek en geeft me niet genoeg voor mezelf en mijn kind, behalve van wat ik neem van zijn bezit zonder zijn medeweten.” Dus Hij (VZMH) zei: “Neem wat redelijk genoeg is voor jou en je zoon.” (53)


Gezelschap en intieme relatie. Een van de meest belangrijke rechten voor de vrouw is het hebben van een goede intieme band en een redelijke hoeveelheid aan tijd samen met hem. Dit recht van de vrouw(en) en familieleden moet op een goede manier onderhouden worden, omdat de vrouw een hartelijke man nodig heeft om voor haar te zorgen en haar basisbehoeften te vervullen. Zoals verklaard door Jabir, toen de Profeet (VZMH) zei tegen Jabir: “Ben je getrouwd, Jabir?” Jabir zei: “Ja.” Hij (VZMH) zei: “Met een maagd of een matrone?” (iemand die al eerder getrouwd is geweest) Jabir zei: “Een matrone.” Hij (VZMH) zei daarop: “Waarom ben je niet met een maagd getrouwd, zodat je met haar kunt spelen en zij met jou, en jij haar laat lachen en zij jou?” (54)

De bescherming van de geheimen van een vrouw. Een man mag geen fouten of tekortkomingen van zijn vrouw naar buiten brengen, hij moet wat hij hoort en ziet van zijn vrouw voor zichzelf houden. De intieme relatie tussen man en vrouw wordt gekoesterd en beschermd. Een huwelijksrelatie is een heilige relatie volgens de Islam, zoals we kunnen lezen in de instructies van Allah’s Boodschapper (VZMH):“Een van de slechtste posities in de ogen van Allah op de Dag der Opstanding, is die van een man, die een intieme relatie heeft met zijn vrouw en daarna al haar geheimen openbaar maakt.” (55)
Gelijkheid en eerlijkheid. Een man die getrouwd is met meer dan één vrouw, moet hun gelijk voorzien in de behoeften; zowel de condities in het huis als b.v. kleding. Hij moet aan iedere vrouw evenveel tijd besteden. Enig onrecht in dit opzicht is streng verboden, zoals de Boodschapper van Allah (VZMH) zei:“Hij die twee vrouwen heeft en ze niet gelijkmatig behandeld, zal op de Dag der Opstanding half verlamd zijn.” (56)
Gelijke en vriendelijke behandeling. Een man moet een juiste behandeling uitdragen naar zijn vrouw en huishouden. Een man moet zijn zorg en vriendelijkheid tonen en alle problemen oplossen die binnen zijn vermogen liggen, zijn vrouw ontzien in haar tekortkomingen, zoekend naar het plezier van Allah in beide werelden. Een man moet de zaken aangaande hun leven en toekomstplannen bespreken met zijn vrouw, hij dient te waarborgen en te zorgen voor alle middelen voor een vredige thuis en omgeving voor zijn vrouw. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “De gelovigen die een goed karakter bezitten hebben het meest complete geloof en de besten onder jullie, zijn zij die heel goed zijn voor hun vrouwen.” (57)

Bescherming en behoud.Met alle beschikbare mogelijkheden moet een man voorkomen zijn vrouw of familie te plaatsen in immorele situaties of in een slecht millieu. Dit is gebaseerd op de instructies van een vers in de Glorieuze Qor’an:“O gij die gelooft, redt uzelf en uw gezinnen van het Vuur, welke brandstof mensen en stenen zijn, waarover engelen zijn, hard en streng, die Allah niet ongehoorzaam zijn in hetgeen Hij hun beveelt, en volvoeren wat hun wordt geboden.” (66:6)
▪ Een man moet de persoonlijke bezittingen van zijn vrouw beschermen en mag geen persoonlijk kapitaal of bezit van haar gebruiken zonder haar toestemming te vragen. Hij mag zich niet mengen in welke transactie dan ook aangaande de financiën van zijn vrouw, zonder haar toestemming.
De rechten van kinderen.
Het aantal rechten van de kinderen zijn ontelbaar; te beginnen met het recht ze eerbare namen te geven. De Profeet (VZMH) zei: “Waarlijk, jullie zullen genoemd worden bij je namen en je vaders namen op de Dag der Opstanding, dus geef jezelf goede namen.” (58)
▪ Hun rechten houden in: voorziening in alle levensbehoeften zoals (betaalbare) huisvesting, wettig voedsel, goede scholing en een fatsoenlijke opvoeding. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Het is een zonde om degenen die je moet ondersteunen te verwaarlozen.” (d.w.z. niet zorgen voor een goede zorg en opvoeding ) (59)
▪ Ouders moeten hun kinderen een goed moreel gedrag aanleren en hen beschermen tegen slechte gewoonten zoals leugen, bedrog, misleiding, egoïsme etc. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Ieder van jullie is een herder en verantwoordelijk voor degenen onder zijn zorg.” (59)
▪ Kinderen hebben recht op een goede en gelijke behandeling zonder de een boven de ander de voorkeur te geven in de zin van delen, giften, toekenning, erfenis, etc. Een oneerlijke behandeling van de kinderen kan resulteren in slecht gedrag naar elkaar, of naar de ouders. Nu’man B. Basheer zei dat zijn vader hem een geschenk gaf. Zijn moeder, Umah bint Rawah zei: “Ik ben het er niet mee eens en wil dat de Boodschapper van Allah (VZMH) hier van op de hoogte wordt gebracht.” Dus zijn vader ging en vroeg de profeet (VZMH) zijn oordeel. De profeet (VZMH) vroeg: “Heb je hetzelfde gegeven aan al je kinderen?” De vader antwoordde: “Nee!” De Profeet (VZMH) zei tegen hem: “Vrees Allah en ben rechtvaardig in het behandelen van je kinderen.” (60) En de vader nam het geschenk terug.

De rechten van familieleden.
Familieleden hebben specifieke rechten zoals het recht op aandacht, bezoek en steun. Een welgestelde Moslim is verplicht zijn familieleden te helpen, prioriteit gevend aan de meest naasten en vervolgens in de volgorde van degene die het dichtst aan hem verwant is. Een Moslim steunt zijn familie in tijden van nood en deelt hun zorgen. In de Glorieuze Qor’an vinden wij het gezegde van Allah:“O gij mensen, vreest uw Heer. Die u uit één enkele ziel schiep en daaruit haar gezellin schiep en uit hen beiden mannen en vrouwen verspreidde en vreest Allah in Wiens naam gij een beroep op elkander doet en weest plichtsgetrouw betreffende de familiebanden. Voorwaar, Allah is bewaker over u.” (4:1)
De Islam moedigt een Moslim aan om vriendelijk te zijn tegen zijn familie, ook al zijn zij onvriendelijk tegen hem en vraagt hem de relaties voort te zetten ook al breken zij deze af. Het boycotten van familie en verwanten valt in de categorie van grote zonde in de Islam, zoals Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Zult gij dan niet door u af te wenden verderf in het land brengen en uw familiebanden verbreken? Dezen zijn het, die Allah heeft vervloekt, zodat Hij hen doof heeft gemaakt en hun ogen verblind.” (47:22-23)

Publieke rechten en plichten.

1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina