De rechten van de mens in de islam ~ en algemene isvattingen~



Dovnload 387.1 Kb.
Pagina4/8
Datum22.07.2016
Grootte387.1 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

1. De rechten van een leider naar het volk.

2. De rechten van de mensen naar de regering.

3. De rechten van buren.

4. De rechten van vrienden.

5. De rechten van gasten.

6. De rechten van de armen/minderbedeelden.

7. De rechten van werknemers/arbeiders.

8. De rechten van de werkgever.

9. De rechten van dieren.

10. De rechten van planten en bomen.

11. Diverse rechten.

De Islam instrueert een gelovige de zorgen en processen te delen van zijn broeders over de hele wereld en hen te helpen, binnen zijn mogelijkheden. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Een gelovige is voor een ander zoals de stenen van een gebouw; elke steen ondersteunt de andere.” (61) Terwijl Hij (VZMH) dit zei, verstrengelde hij de vingers van zijn handen.


De Islam leert een Moslim de reputatie te respecteren van een andere Moslim en verdachtmaking te vermijden. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei:“Vermijdt verdachtmaking. Verdachtmaking is de grootste leugen. Volg niet het slechte nieuws, tekortkomingen of fouten van uw Moslimbroeders. Bespioneer uw Moslimbroeder niet. Strijdt niet (met kwade geest of intenties) tegen uw Moslimbroeder. Haat ze niet. Keer je niet af van hen (wanneer zij in nood zijn of hulp nodig hebben). O slaven van Allah! Ben een broeder voor elkaar, zoals Hij u opgedragen heeft.” Een Moslim is een broeder van een andere Moslim. Een Moslim moet eerlijk zijn naar zijn Moslimbroeder. Een Moslim mag zijn broeder niet laten vallen of in de steek laten. Het is onwettig voor een Moslim het bezit van een andere Moslim te gebruiken zonder de goedkeuring van de eigenaar. Vroomheid en rechtvaardigheid zit hier (wijzend op zijn borst/ hart). Het is slecht voor een Moslim zijn broeder bloot te stellen (aan het kwade). Al wat een Moslim bezit, is verboden voor een ander (om mee te knoeien); zijn bloed (d.w.z. elkaar doden) en zijn waardigheid, eer en familieleden. Waarlijk, Allah kijkt niet naar uw lichaam of vorm, maar eerder is Hij bezorgd over uw harten, daden en akties.” (62)
Een andere richtlijn voor dit soort zaken is opgenomen in de woorden van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Een Moslim is geen ware gelovige totdat hij wenst voor een ander, (Moslim man of vrouw) wat hij ook zichzelf toewenst.” (63)
De openbare algemene rechten voor alle Moslims van de Islamitische samenleving zijn als volgt:
1. De rechten van een leider naar zijn volk.
Dit recht is enkel gebaseerd op een vers in de Glorieuze Qor’an: “O, gij die gelooft, gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper en degenen, die onder u gezag hebben.” (4:59)
Wat volgt zijn enkele richtlijnen ter observatie (vereist) voor de Moslim:
▪ Gehoorzaamheid aan de leider zolang hij niet beveelt iets kwaad te doen. Dit is gebaseerd op de instructies van de Boodschapper van Allah (VZMH): “Luister en gehoorzaam, zelfs als een slaaf van Ethiopië aangewezen wordt als leider en zolang als hij zich gedraagt volgens het Boek van Allah.” (64)
▪ Gehoorzaamheid aan een Moslimleider die zich gedraagt in overeenstemming met het Goddelijke Boek van Allah is een uitbreiding aan de gehoorzaamheid naar Allah, en vice versa. Elke daad van ongehoorzaamheid op de bevelen van een leider -die zich gedraagt in overeenstemming met het Boek van Allah- is in de realiteit een daad van ongehoorzaamheid naar Allah.
▪ Men moet een Moslimleider welgemeende adviezen aanbieden, die in het voordeel zijn van hem, het volk en de hele natie. Een Moslimleider moet herinnerd worden aan zijn plichten en moet worden aangespoord trouw te blijven aan zijn gelofte. Dit is gebaseerd op de richtlijnen van de Glorieuze Qor’an: “Doch spreekt tot hem op welwillende wijze, opdat hij er lering uit moge trekken, of vrezen. (20:44)
En de Profeet (VZMH) zei: “De religie is een advies.” Wij zeiden: “Voor wie?” Hij zei: “Voor Allah en voor Zijn Boek en voor Zijn Profeet en voor de leiders en voor de Moslims en voor hun publiek.”
▪ De volgelingen moeten een leider steunen gedurende een crisis. Moslims zijn verplicht te voldoen aan een leider/bestuurder, ze mogen hem niet in de steek laten of mensen ophitsen tegen hem om problemen en kwaad te veroorzaken. Dit is gebaseerd op de instructie van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Als een persoon naar u toekomt, terwijl u door een enkele leider geleid wordt, met de bedoeling uw eenheid te splitsen, dan doodt hem.” (65)

2. De rechten van de mensen t.a.v. de overheid.
Moslims in een Islamitische staat hebben bepaalde rechten naar de overheid. Deze rechten worden hieronder samengevat:
Absolute rechtvaardigheid; Dit betekent dat elk persoon een gelijke behandeling moet krijgen in de Islamitische samenleving. Alle personen die specifieke rechten hebben, moeten deze ook krijgen. Alle personen die aan bepaalde plichten moeten voldoen, moeten eerlijk en zonder vooroordeel behandeld worden. Verantwoordelijkheden onder personen moeten eerlijk en rechtvaardig gedistribueerd worden. Aan niemand -en vooral geen klasse of categorie van mensen- mag enige prioriteit worden gegeven. Dit is gebaseerd op de instructies gegeven door de Boodschapper van Allah (VZMH): “De meest geliefde voor Allah en wat het dichtst bij Hem staat op de Dag der Opstanding, is een rechtvaardige leider, bestuurder of rechter. En de meest gehate, meest ver van Hem afstaande is een onrechtvaardige en tirannieke leider.” (66)
Overleg. De mensen hebben het recht te worden geïnformeerd over sociale zaken. Deze informatie moet op een eenvoudige manier worden overgebracht. De mensen moeten het recht hebben hun mening en ideëen te uiten over zaken die gerelateerd zijn aan de Islamitische maatschappij en zaken die het publieke belang dienen. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an:
Door de barmhartigheid van Allah zijt gij (de Profeet) zachtmoedig jegens hen (gelovigen): als gij ruw en hardvochtig waart geweest zouden zij zich zeker uit uw omgeving hebben verwijderd. Vergeef hen daarom en vraag voor hen vergiffenis en raadpleeg hen in belangrijke zaken..” (3:159)
In veel gevallen volgde Allah’s Boodschapper (VZMH) het advies op van zijn metgezellen. Gedurende de veldslag van Badr, stelde een van zijn metgezellen voor de ligging te veranderen van het Moslimkamp. Een van de Moslims vroeg de Boodschapper gedurende de strijd: “O Boodschapper van Allah! Is dit een plaats die Allah u heeft opgedragen het kamp neer te zetten, of is het een oorlogsstrategie en plan?” Allah’s Boodschapper (VZMH) antwoordde meteen: “Nee, het is eerder mijn oorlogsstrategie.” De man stelde voor: “O Profeet van Allah! Dit is niet de juiste keus of plaats voor een vechtkamp. Laat ons zoeken naar het dichtstbijzijnde waterreservoir en daar ons kamp opzetten. We zouden alle andere waterbronnen moeten begraven en een bassin of waterreservoir moeten bouwen voor onze partij. Als de strijd dan begint hebben wij water en de vijand niet. Dan kunnen wij het water wat beschikbaar is drinken terwijl onze vijand dat niet kan.” Allah’s Boodschapper (VZMH) antwoordde: “Je hebt me zeker het beste advies gegeven.” (67)
Islamitische voorschriften. De basis voor de Islamitische juridische uitspraken en beslissingen is de Sharia, de Islamitische wet. De constitutie van een Moslimstaat moet gebaseerd zijn op de Qor’an en de Sunnah, die overeenkomen met Islamitische juridische bronnen. Er mag geen ruimte voor een persoonlijke mening zijn als er een authentieke tekst beschikbaar is. De Islamitische wet is een veelomvattend systeem van jurisprudentie inclusief familierecht, crimineel recht, nationaal en internationaal recht, dat voldoet aan alle eisen van de mens op de meest oprechte manier, aangezien het is gebaseerd op de openbaringen van Allah naar Zijn Boodschapper als richtlijn voor de mens.
Open deur beleid. Een Moslimleider mag niet gesloten of afstandelijk zijn naar zijn mensen, noch tussenpersonen aanwijzen die zich eventueel meer kunnen gaan permitteren dan anderen. Dit is gebaseerd op de instructies van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Wie dan ook toevertrouwd is met het leiderschap over Moslimzaken, zich verschuilt en niet voorziet in hun behoeften, zal door Allah niet beantwoord worden in zijn smeekbede op de dag der Opstanding; hij zal dan zelf lijden in zijn armoede en gebrek aan behoeften.” (68)
Vergiffenis voor de mensen: Een Moslimleider moet vriendelijk en vergevingsgezind zijn voor zijn mensen en ze niet overbelasten in hun capaciteiten. Hij moet op de beste manier alle faciliteiten beschikbaar stellen voor het (over)leven van de mensen in zijn gemeenschap. Een Moslimleider moet een oudere man behandelen als zijn vader; een jongere als zijn zoon en een persoon van gelijke leeftijd als zijn broeder. Een Moslimleider moet respectvol gedrag tonen naar ouderen, vriendelijk en vergevingsgezind naar de jongeren en zorgzaam naar leeftijdsgenoten. De Glorieuze Qor’an informeert over kenmerken van Allah’s Boodschapper die de eerste leider was van een Moslimnatie: “Voorzeker, een boodschapper is uit uw midden tot u gekomen; het is hard voor hem wat u pijn doet; hij is bezorgd voor uw welzijn en liefderijk en barmhartig voor de gelovigen.” (9:128)
Allah’s Boodschapper (VZMH) adviseerde: “Degenen die vergevingsgezind zijn (en vriendelijk naar anderen); moge Allah vergevingsgezind (en vriendelijk) zijn voor hen. Ben genadevol voor de mensen op aarde en Allah zal genadevol zijn voor u.” (69)
Omar bin al Khattab, de tweede Moslimkalief, was zo bezorgd over zijn verantwoordelijkheid naar Allah, dat hij eens gezegd heeft: “Bij Allah! Als een ezellin zou struikelen in Irak, dan zou ik bang zijn erover gevraagd te worden (op de Dag der Opstanding) door Allah; O, Omar waarom heb je geen goede weg gebaand voor de ezellin?”
3. De rechten van de buren.
Allah beveelt in de Glorieuze Qor’an: “En aanbidt Allah en vereenzelvigt niets met Hem en bewijst vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur die een bloedverwant is en aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn. Voorzeker, Allah heeft de pochers en de opscheppers niet lief.” (4:36)
De Islam classificeert buren in drie categorieën, die zijn als volgt:
Een verwante buur. Dit type buur heeft drie rechten over u: het recht van een verwante, het recht van een buur en het recht van de Islam.
Een Moslimbuur. Deze heeft twee rechten: het recht van een buur en het recht van de Islam.
Een niet-Moslimbuur. Deze geniet het recht van het zijn van een buur. Abdullah bin Omar, een welbekende toonaangevende metgezel en geleerde in de Islam, kwam ooit thuis en zag dat zijn familieleden een schaap hadden geslacht. Hij vroeg onmiddellijk: “Hebben jullie een deel van het schaap aangeboden als geschenk aan de Joodse buren? Ik hoorde Allah’s Boodschapper (VZMH) zeggen: “De Engel Gabriël ging door met het advies om vriendelijk te zijn naar mijn buren, totdat ik dacht dat hij hem een erfdeel zou gaan geven.” (70)
Het veroorzaken van ongemak naar de buren is tegen het Geloof. De Profeet (VZMH) zei: “Bij Allah, hij gelooft niet, bij Allah, hij gelooft niet, bij Allah, hij gelooft niet!” Er werd gezegd: “Wie, O Boodschapper van Allah?” Hij zei: “Degene die zijn buren kwaad doet is niet veilig.”

(71)
Er is verklaard dat Allah’s Boodschapper (VZMH) de rechten van buren toelichtte als volgt: “Weet u wat de rechten zijn van buren? Als de buren uw hulp zoeken, verleen hulp. Als de buren u een lening vragen, help ze, als u het zich kunt veroorloven. Als uw buren behoeftig worden, geef hen financiële hulp als u kunt. Als uw buur ziek is, bezoek hem (en vraag naar zijn gezondheid en welzijn). Als uw buur blij is om een bepaald profijt, feliciteer hem. Als uw buur groot persoonlijk leed heeft, condoleer hem dan. Als uw buur sterft, ga dan naar zijn begrafenis. En laat uw gebouw niet boven zijn gebouw uitkomen, anders ontneemt u hem zonneschijn en frisse wind. Val uw buren niet lastig met kookluchten, tenzij u van plan bent om hen wat van uw voedsel aan te bieden.” (72)
Ook al veroorzaakt de buur schade, een goed gedrag wordt toch geadviseerd. Een man deed eens zijn beklag bij Abdullah ibn ‘Abbaas: “Mijn buurman schaadt mij en vloekt naar mij.” Dus hij zei tegen de man: “Hij ongehoorzaamd Allah in jullie zaak, dus ga en gehoorzaam Allah in zijn zaak.”

4. De rechten van de vrienden.
Vrienden genieten bepaalde rechten volgens de Islam. Dit is gebaseerd op de richtlijnen van Allah’s Boodschapper (VZMH): “De beste vrienden in het oog van Allah zijn degenen die goed zijn voor hun vrienden en de beste buren in het oog van Allah zijn de buren die goed zijn voor hun buren.” (72)

5. De rechten van de gasten.
Een gastheer is verplicht zijn gast te eren in de Islam. De Profeet (VZMH) zei: “Wie gelooft in Allah en de Laatste Dag, zal zijn buren eren. En wie gelooft in Allah en de Laatste Dag, zal zijn gast eren volgens zijn recht.”
Een man vroeg: “Wat is zijn recht, O Boodschapper van Allah?” Hij (VZMH) zei: “Een dag en een nacht en gastvrijheid voor drie dagen en wat meer is dan dat, daarna is het liefdadigheid van de gastheer zelf. En wie gelooft in Allah en de Laatste Dag, zal goed spreken of zwijgen.” (73)
Een manier om de gast te eren is hem een warm welkom te geven met een blij gezicht. Evenzo is het voor de gast een plicht te vragen naar de gesteldheid van de gastheer en hem niet te belasten. De Profeet (VZMH) zei: “Het is niet toegestaan voor een Moslim bij zijn broer te blijven totdat deze een zonde begaat.” Toen werd Hem (VZMH) gevraagd:”O, Boodschapper van Allah! En hoe begaat hij deze zonde?” Hij (VZMH) zei:“Hij blijft bij hem ondanks dat hij hem niets te bieden heeft.” (74)

6. De rechten van de armen en behoeftigen.
Allah prijst degenen die spendeert in Zijn zaak om de armen en behoeftigen te helpen in de Islamitische samenleving. Dit is gebaseerd op de instructies in de glorieuze Qor’an: “En degenen in wier rijkdom een vastgesteld deel is. Voor de bedelaar en voor hem die niet bedelen kan.” (70:24-25)
Feitelijk beschouwt de Islam de liefdadigheid naar de armen en behoeftigen als de meest virtueuze daad. Bovendien waarschuwt de Islam degenen die hun geld opsparen en niet spenderen in de zaak van Allah. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Het is geen deugd, dat gij uw gezicht naar het Oosten of naar het Westen wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in Allah, de Laatste Dag, de engelen, het Boek en de profeten gelooft en die van zijn vermogen geeft uit liefde voor hem aan de verwanten, de wees, de armen, de reiziger, de bedelaars en voor het vrijkopen van slaven.” (2:177)
Degenen die hun geld oppotten zonder iets te geven aan de armen en behoeftigen -zoals Allah beveelt- worden door Allah streng gestraft op de dag der Opstanding. Allah zegt in de Qor’an: “........En degenen, die goud en zilver ophopen en het niet voor de zaak van Allah besteden, deel hun het nieuws van een pijnlijke straf mee.” (9:34)
Om deze reden wordt de Zakaat voorgeschreven als een van de leerstellingen van de Islam. Zakaat is een vastgesteld percentage (2.5%) van het bijeengebrachte bezit in de periode van een jaar. Moslims betalen dit bedrag welwillend in gehoorzaamheid naar Allah’s bevelen. De Zakaat is verplicht voor degenen die een passend badrag bezitten. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En daarin werd hun slechts geboden Allah te aanbidden, oprecht zijnde in gehoorzaamheid jegens Hem, oprecht het gebed te onderhouden en de Za’kaat te betalen. Dat is de ware godsdienst.” (98:5)
Als een Moslim de Zakaat niet betaald, zal hij/zij verklaard worden als een ongelovige. Als een Moslim publiekelijk weigert het verplichte bedrag van Zakaat te betalen aan de personen die het verdienen, moet de Moslimleider in strijd gaan met dergelijk mensen totdat zij het betalen. Weigeren de verplichte Zakaat te betalen, schaadt het arme en behoeftige gedeelte van de Islamitische samenleving dat er recht op heeft. In de vroege Moslimhistorie vocht Abu Bakr, de tweede Kalief tegen de groep die weigerde de Zakaat te betalen. Abu Bakr verklaarde: “Bij Allah! Hadden deze weigeraars ook de waarde van een stuk van een vrouwelijke geit geweigerd (en in een ander verhaal, een stuk touw) wat zij voorheen aan de Profeet (VZMH) aanboden; ik zal tegen ze vechten.” (d.w.z. totdat zij het bedrag betalen)
Zakaat is voorgeschreven onder de volgende principes en omstandigheden:
1. De persoon die Zakaat betaald moet in het bezit zijn van ‘Nisab’ (het passende bedrag bedongen in de Islamitische Sharia). Dit bedrag moet meer zijn dan de eigenaar zelf nodig heeft. De basisbehoeften zijn gedefinieerd als voedsel, huisvesting, vervoer en goede kleding.
2. Een periode van één jaar moet passeren, ondertussen houdt de eigenaar dit bedrag in zijn bezit als hij het niet nodig heeft om essentiële zaken mee te betalen. Binnen een jaar wordt er niet verlangd Zakaat te betalen. De Islam definieerd de typen van mensen die recht hebben op deze Zakaat. Dit is gebaseerd op een vers in de Glorieuze Qor’an: “De aalmoezen zijn alleen voor de armen en de behoeftigen en voor degenen die daarbij werkzaam zijn en voor degenen wier hart verzoend is (zoekers naar de waarheid die hun tijd voor de studie aan de islam willen wijden mogen ermee worden geholpen) en voor de slaven en voor degenen die schuld hebben en voor de zaak van Allah en voor de reiziger: dit is een gebod van Allah. En Allah is Alwetend, Alwijs.” (9:60)
De Zakaat is vastgesteld op 2.5% van de totale ongebruikte financiën in één jaar. De Islam legt de Zakaat op om armoede te ontwortelen in de Islamitische samenleving en de behandeling van de daaruit voortvloeiende problemen als gevolg van armoede zoals diefstal, moord en het aanvallen van mensen en hun eigendommen. Als aanvulling herleeft het onderlinge sociale welzijn en de steun tussen de leden van de Islamitische samenleving. Tevens wordt de Zakaat gebruikt voor degenen die het nodig hebben, zoals voor mensen die hun schuld niet af kunnen betalen of voor andere legitieme redenen.
Bovendien zuivert het betalen van de Zakaat ook iemands hart, ziel en rijkdom. De eigenaar van een bezit wordt minder egoïstisch, gierig en inhalig wanneer hij/zij deze betaald vanuit het hart. De Almachtige Allah verklaard in de Glorieuze Qor’an: “En degenen die voor eigen vrekkigheid zijn behoed zullen slagen.” (64:16)
De Zakaat zuivert het hart van degenen die minder welvarend zijn; zij zullen minder haat, jaloezie en bitterheid voelen naar de rijken van de samenleving, omdat zij zien dat deze mensen hun Zakaat betalen en de rechten geven aan hun armere broeders.
De Almachtige Allah waarschuwt degenen die weigeren te betalen: zij zullen streng worden gestraft. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En laat degenen, die gierig zijn, ten opzichte van wat Allah hun van Zijn overvloed heeft gegeven, niet denken, dat het goed voor hun is, neen, het is slecht voor hen. Hetgene, waarmee zij gierig zijn, zal op de Dag der opstanding als een halsband om hun nek worden gelegd. En aan Allah behoort het erfdeel der hemelen en aarde en Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.” (3:180)
7. De rechten van de werknemers/arbeiders.
De Islam heeft een aantal regels samengesteld voor arbeid en arbeidskrachten. Een werkgever, moet volgens de Islamitische wet een rechtvaardige en hartelijke band onderhouden met zijn werknemers en arbeidskrachten. Een dergelijke relatie moet gebaseerd zijn op gelijkheid, vriendelijkheid en broederschap van de Islam. Dit is gebaseerd op de Hadith van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Uw arbeiders en slaven zijn uw broeders, die Allah onder u heeft geplaatst. Wie er een onder zich heeft, moet hem voeden van wat hij zelf eet, kleden van wat hij zelf draagt en hem niet overbelasten. Maar als u hem toch overbelast, dan help hem.” (75)
Verder houdt de Islam de eer en waardigheid van de arbeiders in stand. Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Het beste loon of inkomen is dat van eerlijk werk.” (76)
Bovendien verplicht de Islam de werkgever het loon duidelijk te maken aan zijn werknemer vóór hij aan zijn werk begint. (77)
Allah’s Boodschapper (VZMH) heeft de rechten van een arbeider en het loon dat hij behoort te ontvangen, verzekerd. Hij (VZMH) verklaarde: “Ik ben de tegenstander van drie mensen op de Dag der Opstanding: een die in mijn naam gaf en daarna verraderlijk was, een die een slaaf bevrijdde en de prijs consumeerde en een iemand die een man te werk stelt, maar hem niet zijn rechtmatige loon geeft.” (78)
Allah’s Boodschapper (VZMH) heeft geïnstrueerd dat de werknemer zijn arbeiders moet betalen ‘vóór dat hun zweet is opgedroogd.’ (79)

8. De rechten van de werkgevers.
De Islam vereist evenzeer arbeiders een goede relatie te onderhouden met hun werkgever. De Islam vraagt de arbeiders te voldoen aan hun plichten naar de werkgemer en het beste te tonen van hun vaardigheden en talenten. De arbeiders mogen de wergevers geen schade berokkenen of hun werk verwaarlozen. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Allah houdt van een arbeider die perfect is in zijn werk.” (80)
Om de oprechtheid van het werk te bemoedigen en de waardigheid te beschermen, heeft de Islam de verdiensten van een arbeider –als hij oprecht is in zijn werk- de beste van alle verdiensten gemaakt. De profeet (VZMH) zei: “De beste verdienste is wat er verdiend wordt met handarbeid, in oprechtheid.”
9. De rechten van dieren.
Alle huisdieren moeten goed worden gevoed, fatsoenlijk worden verzorgd en vriendelijk worden behandeld. Er is verklaard dat Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Een vrouw moest het Hellevuur ingaan, omdat zij haar kat opgesloten had tot hij stierf. De vrouw gaf hem geen eten of drinken.....noch liet hem vrij om lopen om insecten van de aarde te eten.” (81)
Trekdieren moeten niet worden overladen op een manier dat ze de last niet kunnen dragen. Dieren mogen niet worden gemarteld of om welke reden dan ook worden geslagen. Er is verklaard dat Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Allah vervloekt een persoon die een dier brandmerkt of tatoëert.” (82)
De Islam verbiedt de mensen om dieren te gebruiken als levend doel. Er is verklaard dat Ibn Omar een groep jonge mannen van de Quraish passeerde, die een vogel hadden neergezet als gericht doel. Ibn Omar vroeg wie dat had gedaan. Daarna zei hij: “Mag Allah de persoon vervloeken die deze vogel als levend doel heeft neergezet.” Hij refereerde hierin naar de Hadith van Allah’s Boodschapper (VZMH),“Moge Allah de persoon vervloeken die een dier gebruikt als levend doel.” (83)
De Islam veroordeelt mensen die dieren verminken na ze te hebben gedood. (84)
De Islam verbiedt ook het beschadigen of misbruiken van dieren, zoals genoemd in de Hadith en verklaard door Ibn Masoud: “Wij waren op reis in het gezelschap van Allah’s boodschapper (VZMH). Hij ging weg om zijn behoefte te doen. Terwijl hij weg was, zagen wij een moedervogel met haar twee kleintjes. We pakten de kleine vogeltjes en de moedervogel begon boven ons te fladderen. Toen Allah’s Boodschapper (VZMH) terug kwam, zag Hij (VZMH) wat we hadden gedaan. Hij (VZMH) vroeg: “Wie heeft deze vogel kwaad gemaakt, door haar kinderen af te nemen; geef ze terug aan de moeder!” Hij zag een mierenkolonie die we hadden verbrand en Hij zei: “Wie heeft dit gedaan?” Wij zeiden: “Wij hebben dit gedaan.” Hij zei: “ Waarlijk, niemand mag leed veroorzaken met vuur behalve de Heer van het Vuur.” (85)
De Islam beveelt genade wanneer men dieren slacht om op te eten. Het is niet toegestaan het mes te scherpen in het bijzijn van het dier of in het bijzijn van andere dieren. Noch is het toegestaan hen te doden door het breken van de nek, neerslaan, electrocuteren etc. of hun van de huid te ontdoen voor ze helemaal dood zijn. De Profeet (VZMH) zei: “Waarlijk Allah gebiedt u vriendelijk te zijn voor alles. Dus als u dood, dood dan op een goede manier en als u slacht, slacht dan op een goede manier. En scherp uw mes om het proces van slachten te versnellen en te vergemakkelijken.” (86)
Tegelijkertijd beveelt de Islam gevaarlijke of schadelijke dieren of insecten te doden, om de mensen te beschermen, omdat een mensenleven heilig is in de ogen van Allah en Allah heeft de mens het meest eerbare schepsel op aarde gemaakt. Daarom: als de rechten van de dieren belangrijk zijn in de ogen van Allah, dan staan de mensenrechten erboven! De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En inderdaad hebben Wij de kinderen van Adam geëerd en hen gedragen over land en zee, en hun van het goede gegeven en hen verheven boven velen dergenen die Wij hebben geschapen.”
Niet alleen dit soort van rechtvaardige behandeling wordt bevolen om de dieren te beschermen tegen elke vorm van geweld, het maakt ook de zonden van de Moslim goed en het wordt een reden voor hem om toegelaten te worden in de Jennah. (Hemelse Tuinen) Allah’s Boodschapper zei: “Toen een man op weg was, leed hij een ondraaglijke dorst. Hij vond een waterput en daalde af naar beneden, dronk zich vol en kwam weer naar boven. Daar zag hij een hond hijgen en likken aan het zand. De man dacht bij zichzelf: ‘deze hond moet net zoveel dorst hebben als ik zonet had.’ Hij ging de put in en vulde zijn schoen met water, hield deze vast tussen zijn tanden, klom weer naar boven en liet de hond drinken. Allah, de Verhevene, prijsde hem en accepteerde zijn daad (zijn daad van genade) en vergaf hem zijn zonden.” De mensen vroegen: “O Boodschapper van Allah! Worden wij beloond voor wat we doen voor de dieren?” Hij (VZMH) antwoordde: “Ja natuurlijk, in elke levende ziel zit een beloning.” (87)

10. De rechten van planten en bomen.
De Islam staat toe je ten goede te doen aan de vruchten van de bomen, maar verbiedt het omhakken ervan of het breken van de takken, zonder geldige reden. Anderzijds beveelt de Islam de bomen te behouden en moedigt het het reproduktieproces en andere activiteiten die helpen in het vermeerderen van bomen, aan. Allah’s Boodschapper zei: “Als het Uur komt van de Laatste Dag, terwijl een van jullie een palmboomstekje aan het planten is in de aarde, plant het dan als je kunt, voor je ‘opstaat’. (88)
De Islam beschouwd het kweken van nuttige planten en bomen als liefdadigheid waarvoor een Moslim wordt beloond. Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Elke Moslim die iets plant of cultiveert waarvan vogels, mensen of dieren kunnen eten, wordt voor zijn liefdadigheid beloond.” (89)
11. Diverse rechten.
De Islam heeft bepaalde regels voor ‘de kant van de wegen ‘openbare passages.’ Allah’s Boodschapper (VZMH) verklaarde: “Vermijdt het zitten langs de kant van de weg.” De metgezellen die aanwezig waren, zeiden: “O Boodschapper van Allah! Dat zijn juist uitlaatkleppen voor ons; waar we kunnen zitten, ons vermaken en praten.” Toen Hij (VZMH) dit hoorde, antwoordde Hij (VZMH): “Als je niet kunt vermijden langs de kant van de weg te zitten, dan geef de kant van de weg zijn rechten.” De metgezellen vroegen: “O Boodschapper van Allah! Wat zijn de rechten van de kant van de weg?” Hij (VZMH) antwoordde: “Je ogen neerslaan (wanneer een vrouw passeert), de weg schoonhouden van schadelijk materiaal, teruggroeten als u gegroet wordt (de Salaam/Islamitische groet), gebieden van het goede en verbieden het kwade.” (90)
Er is verklaard dat Allah’s Boodschapper (VZMH) ook heeft gezegd: “Het verwijderen van schadelijk materiaal van de weg is een liefdadige actie (die wordt beloond en gekoesterd door Allah).” (91)
Naast dit, is er verklaard dat de Boodschapper van Allah (VZMH) instrueerde: “Vrees de twee daden die ervoor zorgen dat u wordt vervloekt.” De metgezellen die aanwezig waren die tijd, vroegen: “O Boodschapper van Allah! Welke zijn deze twee vervloekte daden?” Hij (VZMH) antwoordde: “De persoon die zijn behoefte doet op openbare plaatsen, of in de schaduw waar mensen rust zoeken.” (92)
Over het algemeen maakt de Islam het verplicht voor Moslims –waar dan ook- attent en zorgzaam te zijn naar elkaar. De Profeet (VZMH) zei: “De gelijkenis van de gelovigen in hun onderlinge zorg, liefde en vriendelijkheid is als die van een menselijk lichaam; als één orgaan ziek is, dan komt onmiddelijk het gehele lichaam in actie.” (93)
En Hij (VZMH) droeg Moslims op te werken aan de vooruitgang van zijn Moslimbroeders: “Niemand van jullie is een gelovige totdat hij voor zijn Moslimbroeder wenst wat hij ook voor zichzelf wenst.” (94)
In moeilijke tijden zei de Profeet (VZMH): “De gelovigen naar elkaar zijn als een sterke constructie; de een steunt de ander.” En toen verstrengelde zijn vingers. (95)
Het is niet toegestaan voor Moslims elkaar in de steek te laten, zoals de profeet (VZMH) zei: “Iedereen die geen hulp verleent aan een andere Moslim wanneer hij in zijn heilige rechten wordt aangevallen en vernederd wordt in zijn eer, zal door Allah in de steek gelaten worden wanneer hij Zijn hulp nodig heeft.” (96)
Hoe dan ook, als deze regels en rechten nooit waren uitgevoerd zouden het idealen en dromen blijven in de geest van de mensen. Als er geen autoriteit af te dwingen is, blijven het utopische idealen. Er is verklaard dat de Boodschapper van Allah (VZMH): “U moet een dom persoon stoppen van het kwaad doen. U moet zo’n onwetend persoon forceren van het goede te genieten, zo niet, dan zal Allah u snel straffen.”
Om deze mensenrechten te onderhouden en te behouden heeft de Almachtige Allah deze toepasselijke bevelen geopenbaard aan Zijn Boodschapper. Allah beveelt deze limieten niet te overschrijden en stelt straffen en wetten, zoals de ‘Hudood’ (voorgeschreven straffen) of hoofdstraffen. Hij kan ook een straf opleggen in het Hiernamaals.
We zullen hieronder een paar van de geboden rangschikken; Het doen en niet doen; wat de Islam heeft bevolen.
▪ De Islam verbiedt het doden of vermoorden van mensen. De Islam categoriseert dergelijke daden als een van de grootste zonden. Dit is gebaseerd op een vers in de Glorieuze Qor’an: “En doodt niemand die Allah heilig heeft verklaard, tenzij het met recht geschiedt. En wie onrechtvaardig is gedood, aan diens erfgenaam hebben Wij zeker gezag verleend, doch laat hem bij het doden niet buitensporig zijn, want hij wordt (door de wet) gesteund.” (17:33)
▪ De Islam verbiedt elke vorm van agressie tegen het respect, waardigheid en privacy van de mensen. Deze daden worden gezien als een van de meest grote zonden in de Islam. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: Zeg: “Komt, ik zal u verkondigen, wat uw Heer heeft verboden; n.l. dat gij iets met hem vereenzelvigt en dat gij uw kinderen uit armoede doodt.-Wij zijn het, Die voor u en voor hen zorgen- en dat gij onbetamelijke daden hetzij openlijk of in het geheim begaat en dat gij een ziel ten onrechte doodt die Allah heilig heeft verklaard. Dit is hetgeen Hij u heeft bevolen, opdat gij moogt begrijpen.” (6:151)
▪ Verder verbiedt de Islam alle activiteiten die gecategoriseerd staan als ‘beschamend’ of een middel zijn tot bevordering van onfatsoen in de samenleving. Daarom zijn alle daden die leiden tot onfatsoen, ook verboden in de Islam. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an:“En houdt u verre van overspel; want het is een afschuwelijke zaak en een slechte weg.” (17:32)
▪ Allah verbiedt alle vormen van agressie tegen rijkdom of bezit van anderen. Diefstal en bedrog zijn in elke vorm verboden. Dit is gebaseerd op de Hadith van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Wie ons bedriegt is niet een van ons.” (97)
▪ Woekerpraktijken en monetaire rente zijn verboden in de Islam omdat het onrecht verspreid in het economische systeem en allen schade brengt, speciaal de armen. Allah, de verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an: “........Dat komt, omdat zij zeggen: ‘Handel is gelijk aan rente’ terwijl Allah de handel wettig en de rente onwettig heeft verklaard.” (2:275)
▪ Allah verbiedt alle vormen van bedrog en verraad. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “O gij die gelooft, weest Allah en de boodschapper niet ontrouw en weest niet ontrouw aan het u toevertrouwde tegen beter weten in.” (8:27)
▪ De Islam verbiedt monopolie (alleenrecht). Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Niemand monopoliseert, alleen de zondaar.” (98)
▪ De Islam verbiedt alle vormen van omkoperij en smeergeld. Zoals de Hadith van Allah’s Boodschapper (VZMH) ons verteld: “Moge Allah degene vervloeken die smeergeld betaald en degene die het ontvangt.” (99)
Soortgelijke verboden zijn opgelegd voor de omweg en de illegale middelen waarbij het geld is verkregen. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an:“En verteert uw rijkdommen niet onder elkander door valse middelen en brengt ze niet naar de rechters, opdat gij een deel der rijkdommen der mensen in zonde kunt verteren, tegen beter weten in.” (2:188)
▪ De Islam veroordeelt misbruik van macht, positie en autoriteit voor persoonlijk gewin. In feite machtigt de Islam de leider terugvordering van alle bezit (genomen door misbruik van middelen) en te deponeren in de Islamitische schatkist. Allah’s Boodschapper (VZMH) wees een man aan, genaamd Ibn-ul-Lutbiyyah, om te fungeren als Zakaatcollectant.Toen de Zakaatcollectant de opbrengst bracht, zei hij: “Dit is voor u (de Islamitische schatkist) en het is gegeven aan mij als geschenk.” Allah’s Boodschapper (VZMH) werd erg boos toen Hij dit hoorde en zei: “Zou hij gezeten hebben in het huis van zijn vader en moeder, zou hij dan iets van deze geschenken hebben gekregen? Bij Hem, in Wiens handen mijn ziel is, niemand zou hier iets van nemen; hij zou het om zijn nek dragen op de Dag der Opstanding, ook al is het een kameel.” Hij rees zijn armen in de lucht totdat we het witte gedeelte van zijn oksels zagen en zei: “O Allah! Ben getuige dat ik de Boodschap drie maal heb overgebracht.” (100)

▪ De Islam verbiedt alle vormen van bewelmende middelen die effect hebben op de geest en hersenen van de gebruiker. Er wordt bevolen in de Glorieuze Qor’an: “O gij die gelooft, wijn en het hazardspel en afgoden en toverpijlen zijn niet anders dan gruwelen, door Satan gewrocht. Vermijdt ze dus, opdat gij voorspoedig moogt zijn.” (5:90)


▪ Alle vormen van letsel aan een persoon of dier, zoals slaan en andere ondeugden als roddel, klikken, valse getuigenis etc. zijn ook verboden. Het vers in de Glorieuze Qor’an waarschuwt: “O gij die gelooft! Vermijdt in het algemeen verdenking want achterdocht is een zonde. En spionneert niet, noch belastert elkander. Lust iemand u het vlees van zijn dode broeder? Gij verafschuwt het zekerlijk. Vreest Allah voorzeker. Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.” (49:12)
Het handhaaft de waardigheid en eer van anderen en verbiedt hen te lasteren. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En zij, die gelovige mannen en vrouwen lastig vallen zonder dat dezen er schuld aan hebben, dragen voorzeker de schuld van laster en een openlijke zonde.” (33:58)
De Islam hecht een groot belang aan de privacy van een persoon en elke vorm van inbreuk daarop is verboden. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “O gij die gelooft, gaat geen andere huizen dan de uwe binnen zonder de bewoners ervan te waarschuwen en te begroeten. Dat is beter voor u, opdat gij er lering uit zult trekken.” (24:27)
▪ Rechtvaardigheid is een van de grondbeginselen van de Religie van de Islam. Het is niet toegestaan om onrechtvaardig naar iemand te zijn, ook niet naar jezelf. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Voorwaar, Allah gelast u goed met goed (te vergelden) en wel te doen aan anderen en te geven als aan verwanten; en verbiedt onbetamelijkheid, kwaad en opstand. Hij raadt u aan dat gij er lering uit trekt. En vervult het verbond met Allah, wanneer gij een verbond sluit; en breekt geen eden na hun bekrachtiging, terwijl gij Allah tot uw Borg hebt gemaakt. Voorzeker, Allah weet wat gij doet.” (16:90-91)
En in een Qudsi Hadith (een Goddelijke openbaring, anders dan de Qor’an) zegt Allah: “O mijn slaven! Ik heb het onrecht verboden voor Mijzelf. Ik heb het onrecht onwettig verklaard onder u. Daarvoor, doe geen daad van onrecht naar een ander.” (101)
In feite keurt Allah het onrecht ook af voor degenen die verschillen van Moslims in geloof en religie. Allah heeft Moslims opgedragen om vriendelijk en eerlijk te zijn naar de niet-Moslim inwoners in een Islamitische Staat. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Allah verbiedt u niet, degenene, die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen te hebben verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen; voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief.” (60:8)
▪ De Islam verbiedt het misbruiken van het geloof van niet-Moslims, omdat dit de andere parij aanzet tot -en uitwisselen van- wederzijds misbruik. Dit zou alleen vijandschap, haat en afkeer produceren. De Glorieuze Qor’an adviseert: “En scheldt degenen, die zij naast Allah aanroepen niet uit, anders zullen zij uit nijd in hun onwetendheid Allah uitschelden.” (6:108)
In plaats daarvan, instrueerde Allah de Moslims gebruik te maken van een eerlijk en volwassen dialoog met zulke mensen; Allah zei: Zeg “O mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets met Hem vereenzelvigen en dat sommigen onzer geen anderen tot goden nemen, buiten Allah.” Maar als zij zich afwenden, zegt dan: “Getuigt, dat wij Moslims zijn.” (3:64)
Verder verbiedt de Islam alle vormen van sociale, politieke en morele corruptie en onheil. Er wordt bevolen in de Glorieuze Qor’an: “En schept geen wanorde op aarde, nadat zij is geordend en roept Hem met vrees en hoop aan. Voorzeker, de barmhartigheid van Allah is de goeden nabij.” (7:56)
▪ De Islam verbiedt de bekering van een niet-Moslim met geweld, of onder dwang. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an:“En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde zijn, zeker tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovigen te worden?” (10:99)
Dit betekent niet dat Moslims anderen niet zouden moeten oproepen toe te treden tot het Islamitische monotheïstische geloof door de Boodschap van Allah naar de mensen over te brengen, maar geeft aan dat Moslims moeten oproepen op een wijze, vriendelijke en gepaste manier. De Islam heeft een internationale missie en het is noch een regionale noch een etnische oproep. De begeleiding is in Handen van Allah alleen en niet in handen van mensen.
▪ De Islam beveelt de mensen hun overheid uit te voeren in overleg. Het principe van overleg is relevant in situaties waar geen duidelijke heilige schriften aanwezig zijn van de Sunnah of van de Qor’an. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “..............en wier manier van handelen een zaak van wederzijds overleg is......” (42:38)
▪ De Islam gebiedt dat alle relatieve rechten gegeven moeten worden aan de mensen die het verdienen. De Islam dringt aan op volledige rechtvaardigheid tussen de mensen. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Voorwaar, Allah gebiedt u het u toevertrouwde over te geven aan hen die er recht op hebben en dat, wanneer gij tussen mensen richt, gij rechtvaardig handelt. En waarlijk, voortreffelijk is datgene, waartoe Allah u maant. Voorzeker, Allah is de Alhorende, de Alziende.” (4:58)
▪ De Islam beveelt mensen een onderdrukt persoon te helpen, zelfs met geweld als dat nodig is. Dit is gebaseerd op een vers in de Glorieuze Qor’an:“En waarom strijdt gij niet voor de zaak van Allah en voor de zwakken –mannen, vrouwen en kinderen- die zeggen: ‘Onze Heer, neem ons uit deze stad waarvan de bewoners onderdrukkers zijnen schenk ons een vriend en een helper uwerzijds.’ (4:75)
De Islam gebruikt een systeem met uitvoerende instanties voor het gemeenschappelijk goed; in het licht van het feit dat er bepaalde mensen zijn- zoals eerder genoemd- waarbij het nooit goed gaat zonder geweld toe te passen op hun criminele activiteiten. Dit systeem is er om te verzekeren dat alle personen van hun relatieve rechten kunnen genieten. Het werkt ook om toezicht te houden en te controleren op de uitvoering van zulke relatieve rechten; het voorkomen van elke vorm van agressie en om een straf toe te kunnen passen tegen schenders van de wetten. Hier volgt een samenvatting van de verschillende systemen die de componenten zijn van het uitvoerende systeem:
Het Juridische Systeem in de Islam.
De rechterlijke macht is een onafhankelijk systeem in de Islamitische overheid, georïenteerd om alle vormen van legale geschillen op te lossen tussen de eisers. Het systeem is gestructureerd om gerechtigheid te verzekeren tussen mensen, onderdrukking te doen stoppen en de onderdrukkers te kunnen straffen. Het Islamitische systeem volgt de richtlijnen van Allah en de Profeet (VZMH), van de Qor’an en de Sunnah (tradities).
Er zijn specifieke criteria voor een rechter van toepassing voor een positie in het Islamitisch juridische systeem: De aanvrager moet volwassen, gezond, mentaal capabel en lichamelijk fit zijn om goed te kunnen handelen in de moeilijkheden en uitdagingen van zijn werk. Hij moet een goede opleiding hebben genoten en goed op de hoogte zijn van de Shariah (Islamitische uitspraken en regels w.b. wettig en onwettig) en zich ook bewust zijn van wereldzaken, om niet verkeerd te worden geïnformeerd of te worden bedrogen. Hij moet zowel uitspraken kunnen doen in religieuze als in wereldzaken. Hij moet respectvol, fatsoenlijk en eerlijk zijn en een hoog moreel karakter hebben. Het moet een man zijn van goed gedrag zodat zijn uitspraken geaccepteerd worden bij de verschillende partijen.
De Islam voorschrijft een specifieke code van gedrag voor rechters, die moet worden nageleefd. De volgende brief, verzonden door de tweede Kalief Omar bin al-Khattab naar een van de toegewezen rechters, bepaalt de richtlijnen voor alle Moslimrechters: ۞ “Van de tweede Kalief, Omar bin al-Khattab, de diennaar van Allah naar Abdullah bin Qais, Assalamu Alaikum. Een vonnis tussen mensen met een geschil is een nauwkeurige en verplichte daad, die goed uitgevoerd moet worden. U zult uw best moeten doen de mensen te begrijpen die voor u staan. Verder zal niemand profiteren van een recht dat niet is uitgevoerd. Geef een gelijke behandeling en zitplaatsen voor de mensen in uw rechtszaak, zodat een invloedrijk persoon niet kan denken voordeel te kunnen hebben door zijn status. Bovendien zal een zwak persoon niet de hoop gaan verliezen op gerechtigheid. De eiser moet een bewijs leveren. De verdediger moet een eed afleggen als hij de claim van de eiser afwijst en ontkent. De mensen met een geschil mogen een overeenkomst treffen onder elkaar. Hoe dan ook, de overeenkomst is niet acceptabel als het een onrechtmatig onderwerp rechtmatig maakt en vice versa. Als u op een dag vonnist, maar bij de herziening ontdekt dat u een fout heeft gemaakt, heropen dan de zaak en pas het juiste vonnis toe. U moet zich realiseren, dat het rechtzetten van een onjuist vonnis beter is dan dat zij zich verder in de leugen begeven. Probeer verwarrende zaken te begrijpen, die geen tekst of heilige schriften hebben van de Qor’an of Sunnah om hen te ondersteunen en bestudeer vergelijkende uitspraken, vonnissen en andere zaken en oordeel na het verkrijgen van de juiste kennis. Kies dan voor het meest geliefde vonnis naar Allah en het vonnis dat in uw ogen het dichtst bij de waarheid staat. Geef de kans aan een eiser die een zaak claimt, door hem een bepaalde tijd te geven om zijn bewijs te kunnen leveren. Als de eiser het bewijs levert, dan wijs de zaak toe in zijn voordeel. Zo niet, dan vonnis tegen hem. Alle Moslims zijn betrouwbaar voorzover de getuigenis is geleverd, behalve voor een persoon die eerder getraft is voor een onfatsoenlijke daad in de islamitische samenleving, of een persoon die erom bekend staat dat hij valse bewijzen levert, of een persoon die familie of –verre- verwant is aan de eiser. Allah ziet alle verborgen geheimen van mensen en helpt u in het vinden van een bewijs. Voor de rest moet u zich niet druk maken, intolerant worden of klagen over het geschil van mensen in de zaken waarin u geduldig bent, waarvoor Allah u beloont en blij is met het resultaat. Als een persoon een goede en reine ziel heeft met Allah, zal Allah de betrekkingen van de man en zijn publiek verbeteren.” ۞ (102)
Elk individu in de Islamitische samenleving, ongeacht zijn geloof of religieuze aansluiting, positie of sociale status heeft bepaalde onveranderlijke rechten, die het volgende inhouden:
▪ Het recht om onderdrukkers te vonnissen. Een persoon mag zijn onderdrukker dagvaarden in de rechtbank.
▪ Het recht op gelijke behandeling voor de rechter. Dit is gebaseerd op de Hadith van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Wie is getest om rechter te zijn tussen Moslims moet eerlijk zijn in uitspraken, gebaren en zitplaatsen.” (103)
Een ander voorbeeld van dit principe is de Hadith van Allah’s Boodschapper (VZMH), toen hij Ali instrueerde bij zijn benoeming tot rechter:“Zeker, Allah zal je hart begeleiden en je tong vastmaken (voor de waarheid). Doe geen uitspraak als de eiser en de verdediger voor je zitten, totdat zij beiden gesproken hebben.” (104)
▪ Het recht onschuldig te zijn totdat schuld is bewezen. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Als de mensen gevonnist zouden worden op basis van hun vorderingen, dan zouden we mensen zien die claimen voor het bloed en rijkdom van anderen. Hoe dan ook, de verdediger moet een eed afleggen.” (105)
En in Baihaqi’s versie van de traditie, eindigt het zo: “Het bewijs moet worden geleverd door de eiser en de verdediger moet een eed afleggen.”
Louter verdenking wil niet zeggen dat de verdachte ontnomen wordt van een wettig proces of specifiek recht. Bijvoorbeeld: een verdachte mag niet gemarteld worden, noch blootgesteld worden aan geweld of wreedheid om hem een bekentenis af te dwingen. Allah’s Boodschapper (VZMH) verbood dit, toen Hij zei: “Allah ontslaat mijn Ummah (natie) van het volgende: fouten, vergeetachtigheid en alles wat zij gedwongen worden te doen.” (106)
De tweede Kalief, Omar bin al-Khattab verklaarde: “Een persoon is niet verantwoordelijk voor zijn bekentenis als u hem bangmaakt, pijnigt of gevangen zet.” (107)
Het recht, dat alleen de schuldige mag worden bestraft valt binnen de persoonlijke verantwoordelijkheid. Dit betekent dat niemand varntwoordelijk kan worden gesteld voor de fouten van een ander. Beschuldiging, vermoeden en straf moet beperkt blijven tot de schuldige persoon en niet uitgebreid worden naar zijn familieleden. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Wie goed doet, doet dit voor zijn eigen ziel; en wie kwaad bedrijft, het is er tegen. En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren.” (41:46)
Allah’ s Boodschapper (VZMH) zei: “Niemand mag beschuldigd worden voor het foute gedrag van zijn vader of broer.” (108)
(Hisbah) Het systeem van verantwoordingsplicht in de Islam.
Hisbah is het vrijwillige verantwoordingssysteem in de Islam, waarbij een Moslim geniet van het goede -en hij het kwade verbiedt, om de wetten van de Shariah te handhaven en degenen te straffen die in het openbaar zondigt, schandelijke dingen doet of immorele praktijken erop na houd zoals het verkopen, promoten of handelen in illegale middelen, monopolisering op de basisbehoeften van mensen, bedriegen en andere illegale activiteiten. Zo worden de bevelen van Allah in de Glorieuze Qor’an uitgevoerd: “Gij, (Moslims) zijt het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is verwekt; gij gebiedt wat goed is, verbiedt wat kwaad is en gelooft in Allah.” (3:110)
Volgens dit systeem, zien inspecteurs en onderzoekers vrijwillig toe op de openbare situatie van de wet en orde en het behoud van publieke faciliteiten om de individuelen te beschermen tegen fysiek geweld op openbare plaatsen.
Een Moslim moet vrezen voor de verantwoordingsplicht en de straf van Allah, zoals de vele voorbeelden van de mensen voor ons, die zijn genoemd in de Glorieuze Qor’an: “Degene onder de kinderen Israëls, die niet geloofden, werden door de mond van David en Jezus, zoon van Maria, vervloekt. Dit geschiedde, omdat zij niet gehoorzaamden en plachten te overtreden. Zij plachten elkander de ongerechtigheid niet te verbieden, welke zij begingen. Slecht is inderdaad hetgeen zij deden.” (5:78-79)
In het licht van de Hadith van de Boodschapper van Allah (VZMH), is elk persoon in de Islamitische samenleving verplicht een rol te vervullen –binnen zijn vermogen- in de Hisbah. De Boodschapper van Allah (VZMH) zei: “Wie van jullie kwaad ziet gebeuren, moet dit stoppen met zijn hand. Als hij dit niet kan, met zijn tong....en als hij dit niet kan, moet hij het verafschuwen in zijn hart en dat is het zwakste (niveau) van geloof.” (109)
Het corrigeren van wandaden of ondeugden is niet toegestaan als het meer kwaad dan goed brengt. Men moet discretie en wijsheid gebruiken; van het goede genieten en het kwade verbieden.
De Boodschapper van Allah, Mohamed (VZMH) articuleert de rechten van de mens in één welsprekende zin: “Waarlijk, uw bloed, uw rijkdom en uw eer zijn heilig aan elkaar, als deze heilige Dag, deze heilige Maand en in deze heilige Stad.” (110)
De meeste rechten van de mens genoemd in verklaringen, vallen onder de bovenstaande verklaring, die werd uitgebracht tijdens het afscheid op de pelgrimstocht van de Boodschapper van Allah (VZMH) voor de grootste groep Moslims in die tijd. De wetten en verordeningen van de Islam zijn in de wet om de rechten te behouden en te beschermen en de overtreders streng te kunnen behandelen.


1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina