De rechten van de mens in de islam ~ en algemene isvattingen~



Dovnload 387.1 Kb.
Pagina5/8
Datum22.07.2016
Grootte387.1 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

De Islamitische Verklaring van de Rechten van de Mens. (111)
Het volgende is een verklaring, uitgebracht in Cairo over de rechten van de mens in de Islam. Het is de moeite waard erop te wijzen dat de vermelde rechten in deze verklaring een richtlijn en algemene regels zijn, aangezien rechten en plichten volgens de Islam als ringen verbonden zijn aan elkaar, die elkaar ondersteunen. De algemene principes en regels van de rechten van de mens in de Islam zijn verdeeld in verschillende categoriëen en verder in sub-categoriëen. Daarom zullen we alleen samenvatten, daar de details een langdurige verhandeling eisen. Het is goed te zeggen dat ‘de Islam’ gekomen is voor het behoud van de mensenrechten en om mensen gelukkiger te maken in zowel dit leven als dat van het leven in het Hiernamaals. Ik begin met de naam van Allah, de Barmhartige, Meest Genadevolle.
Allah zegt in de Glorieuze Qor’an; “O mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt kennen. Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alkennend.” (49:13)
De deelnemende landen van de ‘Islamic Congress Organisation’ hebben het volle geloof in Allah, de Schepper van alle wezens, de Verlener van alle premies, Hij die de mens heeft geschapen in de beste vorm en conditie en hem geëerd heeft, door hem Zijn stedehouder op aarde te maken. Allah heeft de mens het land toevertrouwd dat Hij heeft gecreëerd om te bouwen, te hervormen en te onderhouden.
Allah heeft de mens toevertrouwd zich te houden aan de Goddelijke leer en plichten, en heeft alles in het werk gezet op aarde en in de Hemel ten dienste van de mens.
▪ Geloven in de Boodschap van Mohamed (VZMH), die in opdracht de Begeleiding en de Ware Religie overbracht naar de mensheid...een bevrijder voor alle afhankelijke mensen, een vernietiger van alle tirannen en arrogante mensen. Allah’s Boodschapper (VZMH) verklaart echte gelijkheid tussen alle soorten van mensen. Er is geen voorkeur voor een persoon boven een ander persoon, behalve in vroomheid. Allah’s Boodschapper (VZMH) heeft alle verschillen tussen mensen, die door Allah geschapen zijn uit één enkele ziel, afgeschaft.
▪ Gebaseerd op het pure monotheïstische geloof waarop de Islam is gebouwd, waarin alle mensen worden geroepen en uitgenodigt niemand te aanbidden naast Allah, niets met Hem te vereenzelvigen en geen rivalen naast Hem te zetten. Dit monotheïstische geloof is het geloof dat de echte basis heeft gelegd voor de vrijheid, waardigheid en integriteit van de mens en die de vrijheid heeft verklaard van een man van de slavernij van een andere man.
▪ Gebaseerd op wat de eeuwige Islamitische Shariah bracht voor de mensen in termen van bewaring van het geloof, religie, ziel, geest, eer en nageslacht. Ook gebaseerd op de volledigheid en redelijkheid van de Islamitische Shariah in alle regels, uitspraken en vonnissen, waarvan de ziel en materiële zaken wonderbaarlijk in harmonie zijn en het hart (emotie) en de geest (intelligentie) beiden worden gerespecteerd en geëerd.
Om de belangrijke culturele en historische rollen te benadrukken die de Islamitische Ummah (natie) heeft gespeeld in de geschiedenis van de mensen op aarde, heeft Allah deze Ummah de beste gemaakt van alle naties, Hij heeft er voor gezorgd, dat de mensen een gebalanceerde, stabiele en internationale beschaving en cultuur kregen die deze wereld en de volgende bij elkaar brengt. De erfenis van deze Ummah verbindt wetenschap met geloof. Gehoopt wordt, dat deze Ummah een belangrijke rol gaat spelen in de afdwaling van de mensheid. Laatstgenoemde is verloren in termen van concurrentie in stromingen en trends. De Islam biedt oplossingen voor de problemen van de materialistisch afwijkende beschaving.
Ter erkenning aan de menselijke inspanningen met betrekking tot de mensenrechten - die de mens beschermd tegen slecht gedrag, geweld en misbruik en om de vrijheid van de mens te benadrukken evenals zijn recht op een beter en fatsoenlijk leven en levensomstandigheden- moeten deze instemmen met de Islamitische Sharia.
We hebben toegelicht, dat in weerwil van de grote vooruitgang die het mensdom heeft bereikt in het materialistische rijk er nog steeds een grote behoefte is aan spirituele steun dat gebaseerd is op geloof om deze geweldige prestaties te ondersteunen. Dit is nodig met het oog op een goede bescherming van de mensenrechten in de maatschappij.
Wij geloven, volgens de Islam, dat de basisrechten en openbare vrijheid integrale delen zijn van het Islamitische geloof en religie. Niemand heeft het recht, aanvankelijk, om deze gedeeltelijk of geheel te stoppen. Wij geloven ook dat niemand het recht heeft deze rechten te schenden of te negeren. Deze basisrechten zijn Goddelijk en Hemels, zoals blijkt in de openbaringen van de Profeten in alle Heilige Schriften. In feite droeg Allah aan de laatste Profeet Mohamed (VZMH) -die de missies en de Boodschap van alle voorgaande Profeten afsloot- deze fundamentele rechten op. Het observeren van deze essentiële rechten is een vorm van aanbidding en verwaarlozing of misbruik van deze rechten is een slechte daad volgens de Islam. Elk persoon is verantwoordelijk zich te houden aan deze rechten. De Ummah heeft een collectieve verantwoordelijkheid.
Gebaseerd op het bovenstaande, verklaren de deelnemende landen van de ‘Islamic Congress Organisation’ het volgende:


Artikel 1.
▪ De gehele mensheid is als één grote familie. Zij zijn verenigd onder de norm ‘allen dienaren te zijn van Allah’ en zij zijn de kinderen van Adam, de Profeet. Alle mensen zijn gelijk in termen van waardigheid en respect en verantwoording. Geen ras, kleur, taal, sexe, religie, politiek belang of sociale status fungeert als een factor in wat hen zou kunnen onderscheiden. Het ware en goede geloof is de verzekering die de groei garandeert van eenheid en integriteit onder de mensen.
▪ De beste mensen zijn de besten van alles. Er is geen voorkeur voor de een boven de ander, behalve in vroomheid, rechtschapenheid en goede daden.
Artikel 2.
▪ Het leven is een geschenk van Allah. Het is verzekerd voor elk mens. Alle leden van de maatschappij en alle staten en landen moeten handelen tegen alle vormen van agressie ter bescherming van dit recht. Geen leven mag geclaimd worden zonder legale, wettige reden.
▪ Het is onwettig om middelen of gereedschap te gebruiken om het menselijk ras uit te roeien.
▪ Het behoud en onderhoud van het menselijk leven is een wettelijke plicht.
▪ De fysieke veiligheid van de mens wordt gerespecteerd. Niemand heeft het recht deze veiligheid te schaden zonder legale reden. De staat moet dit recht verzekeren.


Artikel 3.

▪ Wanneer er geweld wordt gebruikt of in het geval van oorlog, is het illegaal mensen te doden die er niet aan deelnemen. Bejaarden, vrouwen en kinderen evenals gewonden en zieken hebben recht op een behandeling. De (oorlogs)gevangenen hebben recht op voeding, onderdak en kleding. Het is onwettig de lichamen van de dode (oorlogs)slachtoffers te verminken. Krijgsgevangenen moeten worden uitgewisseld. Families die gescheiden zijn in deze periode moeten worden herenigd.


▪ Het is verboden om bomen om te hakken en melkvee of gewassen te vernietigen. Ook het vernielen van gebouwen of andere faciliteiten van de vijand door ze b.v. op te blazen of te bombarderen, is verboden.
Artikel 4.
▪ Elk mens heeft recht op zijn integriteit, respect en reputatie gedurende zijn leven en ook na zijn dood. De staat en samenleving moet de begraafplaats van de overledene beschermen.

Artikel 5.
▪ De familie is de elementaire eenheid in de maatschappij. Het huwelijk is de basis voor de (op) bouw van een familie. Mannen en vrouwen hebben het recht om te trouwen. Er mag hen geen beperking worden opgelegd in de zin van ras, kleur of nationaliteit (bij de keuze van een partner).
▪ De maatschappij en de staat moeten alle belemmeringen die een huwelijk in de weg staan wegnemen. Verder moeten zij proberen het gemakkelijk te maken voor de familie, voor hen te zorgen en ze te beschermen.

Artikel 6.
▪ Een vrouw staat gelijk aan de man in termen van menselijke integriteit en respect. Zij heeft gelijke rechten en plichten. Ze heeft het recht op een eigen burgelijke persoonlijkheid, financiële onafhankelijkheid en ze heeft het recht haar naam en achternaam te behouden.
▪ De man moet zorgen voor alle financiën van de familie en moet voorzien in alle mogelijke zorg en bescherming.

Artikel 7.
▪ Elk geboren kind heeft recht op zijn ouders, op een maatschappij en het recht op (materiële) zorg, opvoeding, pedagogische zorg en morele aandacht. De moeder en foetus moeten ook van speciale aandacht worden voorzien.
▪ Ouders en voogden hebben het recht te kiezen in het soort van opvoeding van hun kinderen. Daarin moeten de Shariah waarden en principes worden overwogen.
▪ De ouders hebben hun eigen rechten naar de kinderen. Familieleden hebben ook hun eigen rechten in overeenstemming met de Shariah waarden en principes.


Artikel 8.
▪ Elk persoon heeft het volle recht op het uitoefenen van verbintenissen. Als de persoon niet langer capabel is om dit recht uit te oefenen, geheel of gedeeltelijk, zal een wali (voogd) aangewezen worden.

Artikel 9.
▪ Het verstrekken en aanbieden van onderwijs is een plicht en een taak van de samenleving en de staat. De staat moet voorzien in de middelen van onderwijs en verschillende educatieve media verzekeren voor het belang en welzijn van de leden van de samenleving. Educatie moet het mogelijk maken om meer te weten te komen over de Islam als religie en als manier van leven en hoe de materialistische middelen te gebruiken in hun voordeel.
▪ Elk persoon heeft recht op verschillende vormen van onderwijs zoals opvoeding, school, universiteit, media etc. Er moet een passende, wereldlijke en religieuze opvoeding/training geboden worden op een geïntegreerde en gebalanceerde manier die de persoonlijkheid versterkt in het geloof in de Almachtige Allah en het respect voor de rechten en plichten als persoon.

Artikel 10.
▪ Men moet de Islam volgen en gehoorzamen (onderwerping aan Allah); dit is de aangeboren religie (geopenbaard aan alle boodschappers van Allah). Daarom heeft niemand het recht anderen te dwingen of te forceren om iets te doen tegen zijn natuur. Verder heeft niemand het recht om van armoede, zwakheid of analfabetisme te profiteren om zo zijn religie te veranderen.
Artikel 11.
▪ Een mens wordt vrij geboren. Niemand heeft het recht hem afhankelijk te maken, te vernederen, te veroveren of uit te buiten. Er mag geen andere slavernij bestaan dan de slavernij naar de Almachtige Allah. Alle vormen van kolonisatie en imperialisme zijn ten strengste verboden. Kolonisatie is de ergste vorm van slavernij. Mensen die lijden hebben het recht zichzelf te bevrijden van kolonisatie. Zulke mensen hebben het recht hun eigen lot te bepalen. Alle andere mensen moeten op een eerlijke en rechtvaardige manier steun betuigen aan de strijd tegen vormen van kolonisatie of bezetting. Alle mensen hebben het recht hun onafhankelijke staat en persoonlijkheid te bewaren en de controle te hebben over alle natuurlijke bronnen.

Artikel 12.
▪ Elk persoon heeft het recht zich vrij te bewegen, te kiezen voor een passende huisvesting in zijn eigen land of staat, of zelfs daarbuiten. Echter, als een persoon niet veilig is in zijn land, heeft hij het recht asiel te zoeken in een ander land. Het land wat hem asiel verstrekt moet deze persoon beschermen, tenzij de reden van dit asiel een criminaliteit betreft.

Artikel 13.
▪ De staat en de maatschappij moeten zorgen voor werk voor elk capabel persoon. Elk persoon moet de vrijheid genieten passend werk te kunnen kiezen, in zijn eigen belang en in het belang van de maatschappij. Een werknemer heeft recht op veiligheid en beveiliging, sociale verzekering en garanties. Een werknemer moet geen werk toegewezen krijgen wat boven zijn vermogen ligt of geforceerd worden dingen te doen tegen zijn wil. Een werknemer mag niet uitgebuit of beschadigd worden. Een werknemer - man of vrouw- heeft recht op een eerlijk loon. Het uitbetalen van het loon mag men niet uitstellen. Een werknemer heeft recht op vakantie (jaarlijks), promotie, stimulans en opslag. Van een werknemer wordt verlangd dat hij zijn tijd op een goede manier besteedt, met inzet en perfectie. Als er een geschil is tussen de wergever en de werknemer moet de staat ingrijpen om twist, onderdrukking of onrecht te verwijderen en daarna moet men de partijen forceren de uitspraak van de staat te accepteren .

Artikel 14.
▪ Elk persoon heeft het recht op een eerlijk en wettig inkomen. Het monopoliseren van goederen, bedrog of misleiding, zichzelf of anderen schade toebrengen en woekering zijn niet toegestaan. In feite zijn alle hierboven genoemde onderwerpen wettelijk verboden.
Artikel 15.
▪ Elk persoon heeft het recht een wettig eigendom te bezitten. Daarnaast schaadt het bezit van een eigendom niemand; niet de eigenaar zelf, noch andere mensen in de samenleving of de maatschappij in het algemeen. Prive-bezit mag niet worden verwijderd, tenzij het is voor openbaar belang en tenzij er een onmiddellijke en eerlijke vervanging komt. Bezit of eigendom mag niet in beslag worden genomen zonder legale of geldige reden.

Artikel 16.
▪ Elk persoon heeft het recht voordeel te hebben van zijn feitelijk materiële produktie; literair, artistiek of technisch. Ook heeft hij de plicht de literaire en financiële belangen –als resultaat van zijn produktie- te beschermen op voorwaarde dat deze produktie de Shariah niet tegenspreekt.

Artikel 17.
▪ Elk persoon heeft het recht te leven in een schone omgeving, in de zin van vervuiling en morele corruptie. Zo’n omgeving moet het mogelijk maken zijn karakter moreel op te bouwen. Zowel staat als maatschappij moeten dit recht verzekeren naar de individuelen.
▪ De staat en de maatschappij moeten voor iedereen (passende) gezondheidszorg en sociale zorg regelen en openbare faciliteiten beschikbaar stellen, dit alles binnen de mogelijkheden van de instanties.
▪ De staat moet zorgen voor fatsoenlijke leefomstandigheden voor de inwoners en degenen die van hun afhankelijk zijn. Dit recht omvat huisvesting, fatsoenlijke kleding, goed onderwijs, medische zorg en alle andere essentïele (basis)behoeften.

Artikel 18.
▪ Elk persoon heeft het recht op leven en veiligheid in de maatschappij, met betrekking tot zichzelf, religie en geloof, eer van de familie, waardigheid en financiële belangen.
▪ Elk persoon heeft het recht onafhankelijk te zijn in zijn zaken zoals huisvesting, familie, financiën en communicatie.
▪ Het toezicht houden op- of bespioneren van iemand wordt verboden. Ook is het niet toegstaan iemand zwart te maken of te roddelen. Daarnaast moeten zij elkaar beschermen tegen onrechtmatige gevolgtrekkingen.
▪ De privacy van huizen en het betreden ervan moet gepaard gaan met toestemming van de eigenaar. Huizen mogen niet zomaar in beslag genomen worden of worden gesloopt en de huurders mogen niet zomaar uit het huis worden gezet zonder goede reden.
Artikel 19.
▪ Alle individuelen –zowel de machthebber als de onderdanen- moeten gelijke rechten genieten.
▪ Alle personen hebben toegang tot het zoeken van een rechterlijke uitspraak in hun zaak.
▪ Misdaad en straf zijn gebaseerd op de verbodsacties van de Shariah.
▪ Elke beschuldigde is onschuldig tot zijn schuld is bewezen. Een eerlijk proces wordt vereist waarin alle garanties worden gegeven voor volledige zelfverdediging.

Artikel 20.
▪ Niemand mag worden gearresteerd, in zijn vrijheid worden beperkt, varbannen of gestraft zonder gepaste juridische stappen. Personen mogen niet worden onderworpen aan fysieke of psychologische kwelling, of andere vernederende handelingen. Niemand mag gebruikt worden voor medische experimenten zonder zijn toestemming of op voorwaarde dat het niet ten koste gaat van zijn gezondheid. Verder is het niet toegestaan uitvoerende instanties te machtigen tot uitgifte van uitzonderlijke wetten.
Artikel 21.
▪ Het is verboden om een persoon te gijzelen, ongeacht de vorm of het doel ervan.

Artikel 22.
▪ Elk persoon heeft recht op meningsuiting, zolang hij de Shariahwetten en principes niet tegenspreekt.
▪ Elk persoon heeft het recht om van het goede te genieten en het kwade te mijden; dit in harmonie met de Shariahwetten en principes.
▪ De media en andere informatiebronnen zijn noodzakelijk voor de samenleving. De media mag niet worden uitgebuit, misbruikt of gebruikt worden om de waardigheid van de Profeten van Allah aan te vallen, of voor andere immorele corruptiepraktijken. Daarnaast zijn alle zaken die onenigheid veroorzaken in de maatschappij zoals verval, gevaar en ongeloof verboden.
▪ Het genereren van nationale haat, sektarisme of discriminatie wordt niet toegestaan.

Artikel 23.
▪ Leiderschap is een vertrouwen dat niet mag worden geschonden. Dit is ten strengste verboden om de rechten van de mensen te verzekeren.
▪ Elk individu heeft het recht te participeren in de openbare administratie van zijn land, direct of indirect. Evenzo in openbare kantoren, gebaseerd op de Shariahwetten en regels.
Artikel 24.
▪ Alle rechten en vrijheden vermeld in deze declaratie zijn duidelijk binnen het netwerk van de Shariah wetten en principes.
Artikel 25.
▪ De Shariahwetten en principes zijn de enige bron van interpretatie of verduidelijking van elk artikel in deze verklaring.
Cairo, 14 Muharram, 1411 (Islamitische jaartelling)
Overeenkomstig 5/8/1990.
Het aanvaarden en voorschrijven van de bovenstaande verklaarde rechten is de juiste weg voor het oprichten van een goede Islamitische maatschappij, die beschreven mag worden als volgt: (112)


  • Een maatschappij die is ontwikkeld in het concept van rechtvaardigheid. Niemand is superieur op basis van herkomst, ras, kleur of taal. Men moet beschermd worden tegen onderdrukking, vernedering en slavernij. Allah, de Schepper van alle creaties heeft de mens geëerd boven zijn andere schepselen:“En inderdaad hebben Wij de kinderen van Adam geëerd en hen gedragen over land en zee, en hun van het goede gegeven en hen verheven boven velen dergenen die Wij hebben geschapen.” (17:70)




  • Een maatschappij, waarvan de wortels in een sterk familiesysteem zitten; de familie dient als kern en grondslag. Het zorgt voor stabiliteit en vooruitgang. Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “O mensen, waarlijk, Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw.....”




  • Een samenleving waarin zowel de leider als zijn onderdanen gelijk zijn voor de Shariah (Islamitische jurisprudentie). Sinds de Shariah goddelijk gewijd is wordt er geen discriminatie toegestaan in een dergelijke samenleving.




  • Een samenleving waarin autoriteit en macht vertrouwd zijn, waarin de leider er vanuit gaat doelen te bereiken die binnen het netwerk liggen van de Shariah.




  • Een samenleving, waarin elk individu gelooft dat Allah de Almachtige de werkelijke Eigenaar van de gehele schepping is en dat alles in Zijn schepping werkzaam is in het voordeel van alle schepselen van Allah. Alles wat we hebben is een geschenk van Allah zonder dat de een er meer recht op heeft dan de ander. Allah verklaard in de Glorieuze Qor’an: “En Hij heeft alles afkomstig van Hem in de hemel en op aarde aan u onderworpen. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk, dat nadenkt.” (45:13)




  • Een samenleving, waarin het beleid aangaande openbare zaken is gebaseerd op het principe van overleg. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En voor degenen die naar hun Heer luisteren en hun gebeden houden en wier manier van handelen een zaak van wederzijds overleg is en voor degenen die geven van hetgeen Wij hen hebben voorzien.” (42:38)




  • Een samenleving die gelijke kansen geeft aan alle personen naar gelang hun talenten en capaciteiten. Zulke personen zijn verantwoordelijk hun Ummah, voor hun prestaties in deze wereld en voor hun Schepper in het Hiernamaals. Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Ieder van jullie is een herder en is verantwoordelijk voor degenen onder zijn zorg. Een leider is een herder en verantwoordelijk voor zijn inwoners. Een man is de herder van zijn familie en is verantwoordelijk voor hen. Een vrouw is een herder in het huis van haar man en zij is verantwoordelijk voor wat onder haar hoede is. Een dienaar is een herder over het bezit van zijn meester en hij is verantwoordelijk voor wat onder zijn hoede is. Ieder van jullie is een herder en ieder van jullie is verantwoordelijk voor wat er onder zijn hoede is.” (113)




  • Het is een samenleving waarin zowel de leider als de mensen onder hem gelijk staan aan elkaar tijdens juridische procedures.




  • Het is een samenleving waarin ieder persoon het bewustzijn van de Ummah weerspiegelt. Elk persoon heeft het recht een juridische zaak te starten tegen een crimineel die een misdaad heeft begaan tegen de algemene bevolking. Hij mag ook steun vragen van anderen in dit proces en het is een plicht voor alle getuigen van deze misdaad hem te helpen en niet weg te blijven gedurende het proces.

De kenmerken van de rechten van de mens in de Shariah (Islamitische jurisprudentie) zijn als volgt:


A) De rechten van de mens zijn Goddelijk volgens de Islamitische Shariah. Zij worden niet tegengehouden door mensen die worden beïnvloedt door humeur, wensen, belangen en persoonlijke ambities.
B) De rechten van de mens zijn gecorreleerd aan het Islamitische geloof en religie. Zij worden beschermd en behouden door het Goddelijke oordeel. Daarom is schending van deze rechten in de eerste plaats een schending van de Goddelijke Wil van Allah en brengt zowel een straf met zich mee in het Hiernamaals als in het leven hier op aarde.
C) Deze rechten van de mens zijn veelomvattend en evenredig aan de aard van de mens. Ze komen overeen met de (aangeboren) natuur van de mens en vallen samen met zwakheid, macht, armoede, rijkdom, waardigheid en vernedering.
D) Deze rechten van de mens zijn van toepassing op elk persoon onder de Islamitische jurisdictie, ongeacht kleur, ras, religie, taal of sociale status.
E) Deze rechten van de mens zijn blijvend. Ze zijn niet aangepast aan een tijd, plaats, conditie of omstandigheid. Evenmin kan een maatschappij of persoon er wijzigingen in aanbrengen.
F) Deze rechten zijn voldoende om een samenleving op te richten die zijn mensen een fatsoenlijk en eerbaar leven kunnen geven. Deze rechten zijn een zegening van de Almachtige Allah, de Heer van alle werelden en ze zijn voor de mensheid in het algemeen. De rechten dienen ook voor het behoud van de politieke, sociale, morele en economische rechten van de mensheid.
G) De rechten van de mens, echter, zijn beperkt en niet onvoorwaardelijk. Deze rechten zijn verenigbaar met de basis Shariahwetten en principes. Ze zijn niet nadelig voor het belang of welzijn van de maatschappij. Bijvoorbeeld, de vrijheid van meningsuiting is gegarandeerd voor elk persoon. Alle personen hebben het recht zich uit te spreken en de waarheid te verkondigen zonder aarzeling. Allen hebben het recht een redelijk advies te geven aan anderen, zolang dit advies nuttig is voor de ander. Advies mag gegeven worden op het gebied van wereldzaken of religieuze zaken. Er zijn bepaalde beperkingen, echter, deze mogen niet overschreden worden, anders wordt het een chaotische situatie in de maatschappij. Hier volgen wat voorbeelden:
▪ De vrijheid van een objectieve dialoog moet gebaseerd zijn op wijsheid en goed advies. De Almachtige Allah verklaard in de Glorieuze Qor’an: “Roep tot de weg van uw heer met wijsheid en goede raad en redetwist met hen op een gepaste wijze. Voorzeker uw Heer weet het beste wie van zijn weg is afgedwaald; en Hij kent degenen goed die juist geleid zijn.” (16:125)
▪ Blijf hoe dan ook bij de essentiële beginselen van het Islamitische geloof, zoals het geloof in het bestaan van Allah, de realiteit van de Boodschap van Allah’s Boodschapper (VZMH) en alle andere gerelateerde onderwerpen.
▪ Vermijdt het gebruik van deze vrijheid in elke zin die krenkend is naar anderen -ongeacht het feit werelds of religieus is- zoals het zwartmaken van mensen, shockeren, of het onthullen van geheimen van anderen. Zulke onwettige handelingen verspreiden kwaad en schade onder de mensen in de Islamitische samenleving of elke andere samenleving. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Zij die graag willen dat onbetamelijkheid zich onder de gelovigen moge verspreiden, zullen in deze wereld en in het Hiernamaals een pijnlijke straf ondergaan. Allah, weet en gij weet niet.” (24:19)

Misvattingen over de Rechten van de Mens in de Islam.
Hier volgen enkele van de opmerkelijke misvattingen over de religie van de Islam en de rechten van de mens. Men moet zich ervan bewust zijn dat de beschuldigingen aan de Islam ook gericht kunnen worden naar de Joden, Christenen en andere religies, want ook zij hebben religeuze codes die onaanvaardbaar worden geacht door het moderne seculiere systeem van leven. Onze verdediging hier betreft alleen de Islamitische beginselen, aangezien de Islam ontheven is en vrij van valsheid en onrechtvaardigheden begaan in de naam van andere religies, die een grote rol hebben gespeeld in de reactie leidend tot het moderne secularisme. Er is nooit een conflict geweest in de Islam tussen religie en rationele wetenschap en de ontwikkeling van de beschaving binnen het netwerk van het geloof in de Schepper, Zijn Boodschappers en Zijn geopenbaarde Wetten.

Eerste misvatting:
Sommigen beweren dat de Islamitische Wet een beperking is op de essentiële vrijheden en onverenigbaar met de geavanceerde beschavingen in de wereld met moderne concepten van mensenrechten.
Antwoord op de misvatting over de Shariah (Islamitische Wet):
Een deel op dit wijdverspreide misverstand wordt beschreven in het voorwoord. We maken hier de opmerking dat de Moslims geloven dat de Islamitische wet een complete en veelomvattende code van leven is, volledig aanpasbaar en geschikt in zijn beginselen en wetten voor elke leeftijd, lokatie en mensen. Echte vrijheid is de vrijheid van onderdanigheid aan onderdrukking, komend van egoïstische verlangens van de persoon zelf of van een heersende oligarchie (regering van een kleine groep personen uit hogere klassen waarin buitenstaanders niet kunnen doordringen) of hierarchie (regering met strikte rangorde; met een topdog en een underdog). De slechtste vorm van onderdanigheid is om anderen te aanbidden naast de Enige Heer, Schepper en Ondersteuner van de mensheid. De Islam accepteert de vrijheid van de losbandigen niet die denken te kunnen doen wat zij willen, wat er ook gebeurt. De Islam is niet alleen de religie van een speciale band tussen de mensen en hun Heer en Schepper, maar omvat ook het wereldlijke bezit en de bevelen van Allah, de Wijze van elk gebied van het leven inclusief het sociale, economische en politieke. De Islam organiseert zowel de relatie tussen mensen en hun Schepper evenals de relatie tussen mens/maatschappij en tussen andere mensen en landen. Anders dan het Jodendom is de Islam universeel en beperkt zich niet tot een specifiek ras van mensen. Hoewel Christenen universaliteit claimen, zijn zij blijkbaar afgedwaald van het pad dat is geopenbaard aan Jezus, die volgens hen zei: “Ik ben gestuurd naar het verloren schaap van het huis van Israël.” (114)
Er is ook verklaard dat Jezus heeft gezegd tegen zijn twaalf discipelen, die waren geselecteerd om de twaalf stammen te schikken: “Naar deze twaalf stuurde Jezus hen voort en commandeerde hen door te zeggen: ‘Ga niet op de weg van de Heidenen en ga niet in steden van Samaritanen. Ga liever naar het verloren schaap van het huis van Israël.’ (115)
De Profeet van de Islam (VZMH) is gezonden als zegening voor de gehele mensheid. Allah de Verhevene zegt in de Glorieuze Qor’an: “En Wij hebben U (Mohamed) slechts als genade voor de werelden gezonden.” (21:107)
De Islamitische Shariah heeft twee aspecten.
Het eerste aspect van de wet houdt in: vertrouwen en geloof, de verschillende manieren van aanbidding en de wetten die onveranderlijk zijn, ongeacht tijd of plaats. Bijvoorbeeld, de Salah (het verplichte gebed) in de Islam is een ritueel dat standaard specificaties heeft: recitaties van de Majestueuze Qor’an; buigingen en knielingen, hetzij in Nigeria, Arabië of Indonesië. Evenzo heeft de Zakaat (verplichte liefdadigheid) een gestandariseerde en onveranderlijke koers en bedragen in verschillende categorieën van rijkdom. De wet van erfenis staat vast en niemand in de samenleving heeft het recht deze te wijzigen in zijn voordeel of uit wraak. Straffen zijn universeel vastgesteld om nutteloze argumenten en controversies te voorkomen. Deze blijvende wetten versterken de onderliggende gelijkheid tussen alle mensen aangezien zij in principe allen gelijk zijn, waar ze ook leven.
Het tweede aspect van de Islamitische Shariah is, dat vele wetten (speciaal de wetten die de relatie van de mens met zijn medemens en andere mensen en naties reguleren) zijn verklaard in een algemene vorm waarin details worden weggelaten en die kunnen worden aangepast aan de behoeften van de voortdurend veranderende condities in de samenleving. Zulke regels en voorschriften mogen worden herzien en aangepast binnen het algemene netwerk met het oog op de lokale behoeften. Deze veranderingen en wijzigingen echter, moeten worden begeleid door specialisten en juristen die de Islamitische wet en de ontwikkelingen in de huidige maatschappij goed begrijpen. Het beginsel van overleg (Shura), is een voorbeeld.

Het beginsel van overleg wordt genoemd in de Majestueuze Qor’an in een algemene vorm zonder opgave van detail. Er wordt geen bindende informatie gegeven in de Qor’an die de exacte uitleg zou kunnen geven van toepassing, uitvoering en implementatie van de Shura in de Islamitische maatschappij, ofschoon de Sunnah manier van de Profeet (VZMH) ons enig houvast geeft. Dit kenmerk van aanpassingsvermogen staat Islamitische geleerden toe de details van de Shura (beginsel van overleg) te interpreteren om zo aan de eisen van tijd en plaats te voldoen. Wat toepasbaar is voor een generatie of maatschappij kan toepasbaar gemaakt worden voor een andere; met kleine wijzigingen naar de behoefte van de tijd. Deze flexibiliteit illustreert de deugdelijkheid, volledigheid en universele strekking van de Islam.



Tweede misvatting:
Sommige mensen zijn slecht op de hoogte van de inhoud van de Islam; hetzij pseudo-geleerden, Oriëntalisten of vijanden van de Islam, die claimen dat de Islam geen respect heeft voor de legale rechten van de niet-Moslims in de Islamitische staat.
Antwoord op het misverstand over de rechten van de niet-Moslims:
De Islamitische Shariah voorziet in een reeks verplichtingen en rechten voor de niet-Moslims in de Islamitische maatschappij. Er kan worden volstaan in de weerlegging van dit misverstand te citeren uit de algemene uitspraak genoemd in de boeken van de Islamitische jurisprudentie: “De niet-Moslims hebben dezelfde rechten en plichten als de Moslims.” Dit is de algemene regel en vanuit deze regel geven we de rechtvaardige en billijke wetten aan de niet-Moslim inwoners in een Islamitische staat hun rechten op veiligheid, prive-bezit, religieuze naleving etc.
De Islam staat religieuze discussies en dialogen toe met niet-Moslims en beveelt Moslims zich te houden aan de beste methode om een discussie te voeren met niet-Moslims. Allah de Verhevene zegt in de Glorieuze Qor’an: “En twist met de mensen van het boek slechts op de goede wijze; doch zegt tegen de onrechtvaardigen: ‘Wij geloven in hetgeen ons is geopenbaard en hetgeen u is geopenbaard; en onze God en uw God is Èèn; en aan Hem onderwerpen wij ons.” (29:46)
Allah verwijst degenen met een ander geloof of godsdienst, in de Qor’an: Zeg: “Weet gij wat gij naast Allah aanroept? Toont mij, welk deel van de aarde zij hebben geschapen. Of hebben zij aandeel aan de hemelen? Brengt mij een boek, dat vóór dit is geopenbaard of een spoor van kennis, indien gij de waarheid spreekt.” (46:4)
Sir Arnold Thomas, een Christelijke geleerde, verklaard in zijn boek over de geschiedenis van het Islamitische zendingswerk: “Gebaseerd op de vriendelijke relaties die zijn opgebouwd en gevestigd tussen Christenen, Moslims en Arabieren kunnen we oordelen dat dwang nooit een cruciaal element is geweest in het hervormen van mensen tot de Islam. Mohamed (VZMH) nam deel in een verbond met Christelijke stammen. Verder nam Mohamed (VZMH) de taak op zich om de vrijheid te beschermen van zulke mensen (niet-Moslims) en hun de vrijheid te geven hun eigen religieuze rituelen te praktiseren. In feite stond Mohamed (VZMH) de predikanten van de kerken toe van hun rechten en autoriteiten te genieten in vrede en veiligheid. (117) De Islam verbiedt gewelddadige methoden om mensen te bekeren tot een ander geloof, zoals een vers in de Qor’an verteld: “En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde zijn, zeker tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovig te worden?” (10:99)
Zowel de Qor’an als de Sunnah (Profetische tradities van de Profeet Mohamed VZMH) laten zien dat vrijheid van religie nuttig is voor de leden van de samenleving onder de Islamitische Shariah. De Moslimgeschiedenis heeft talrijke voorbeelden van tolerantie t.o.v. de niet-Moslims, terwijl vele andere maatschappijen intolerant waren naar de niet-Moslims en zelfs naar hun eigen mensen.
Moslims moeten alle mensen rechtvaardig behandelen die geen vijandigheid tonen; Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Allah verbiedt u niet, degenen, die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen hebben verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen; voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief.” (60:8)
Degenen die oorlog voeren tegen de Islam, vijandschap tonen en de Moslims dwingen tot ballingschap, krijgen een andere behandeling volgens de Islam. Allah, de Verhevene zegt in de Glorieuze Qor’an:“Maar Allah verbiedt u vriendschap te tonen aan degenen, die tegen u gevochten hebben om de godsdienst, en die u uit uw huizen hebben verdreven of geholpen hebben u te verdrijven. En wie hun ook vriendschap aanbiedt, deze zijn de boosdoeners.” (60:9)
Interacties tussen Moslims en niet-Moslims zijn gebaseerd op hartelijke en goede manieren. Commerciële transacties zijn toegestaan voor inwoners of niet-inwoners van de Islamitische maatschappij. Een Moslim mag van hun voedsel eten (zolang het geen voedsel is wat verboden is in de Islam) en de mannelijke Moslims mogen met een Joodse of Christelijke vrouw trouwen, zoals hieronder verder wordt uitgelegd. We moeten niet vergeten dat de Islam speciale aandacht geeft aan de belangrijkheid van het stichten van een familie. Allah, de Sublieme zegt in de Glorieuze Qor’an: “Alle goede dingen zijn u deze dag geoorloofd. Het voedsel der mensen van het Boek is u geoorloofd en uw voedsel is hen toegestaan. En geoorloofd zijn voor u kuise, gelovige vrouwen en vrouwen uit het midden dergenen, wie het Boek was gegeven vóór u, wanneer gij haar haar huwelijksgift geeft, een geldig huwelijk aangaande en geen ontucht plegende, noch heimelijk minaressen nemende. En wie het geloof verwerpt, diens werk is waarlijk tevergeefs en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn. (5:5)
Derde misvatting:
Sommigen beweren dat de Islamitsche straffen (Hudood) wreed en barbaars zijn en de grenzen van de rechten van de mens overschrijdt.
Antwoord op de misvatting van de Hudood (voorgeschreven straffen):
Alle samenlevingen hebben een systeem van straf voor serieuze criminele overtredingen. De moderne systemen passen landurige gevangenisstraffen toe, maar veel criminologen en sociale wetenschappers hebben geconstateerd dat gevangenisstraf geen succesvol afschrikmiddel is en dat het vaak een gevoel van verlies en nutteloosheid geeft aan de crimineel en de algemene boosheid in de richting van het systeem wordt door hem ervaren als onrecht. Ook de slachtoffers geloven vaak niet dat er goed en rechtvaardig is gehandeld. Er bestaan vele controversies over de juiste termen van veroordeling. Niet te vergeten de kosten van het onderhoud van een dergelijk groot systeem van gevangenissen en gerelateerde faciliteiten.
Om te beginnen moeten we zeggen dat het systeem van strafrecht in de Islam een essentieel onderdeel is van het gehele net en het rechtvaardige Islamitische systeem van leven wat gelijke mogelijkheden biedt en voorziet in het welzijn van alle burgers en geen plaats heeft voor criminele activiteiten.
De misdaad wordt in de Islam verdeeld in twee categoriëen:

1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina