De rechten van de mens in de islam ~ en algemene isvattingen~



Dovnload 387.1 Kb.
Pagina7/8
Datum22.07.2016
Grootte387.1 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8

1e Geval: Het is verboden voor een Moslimman te trouwen met een (vrouwelijke) polytheïst, afgodendienaar of atheïst omdat het Islamitische geloof dit niet goedkeurt en geen respect heeft voor polytheïsme, godslastering en afgoderij. De Islam verbiedt een huwelijk waarin de echtgenoot geen rekening houdt met de primaire principes van de ander. De gehele familie in dit geval, zou terechtkomen in een voortdurende twist en verwarring. Zo’n problematisch huwelijk eindigt meest waarschijnlijk met een scheiding, leidend tot ontbinding van de bestaande familie wat daarna weer het meest effect heeft op de kinderen.
2e Geval: Het is toegestaan voor een Moslimman om te trouwen met een Christelijke of Joodse vrouw omdat de Islam Moses en Jezus accepteert (moge Allah hun naam prijzen en hen veiligstellen van elke vernedering) als echte Profeten en Boodschappers van Allah. Ongeacht bepaalde verschillen in sommige principes van het geloof en de religie, heeft dit huwelijk geen problematische natuur zoals het bovenstaande en mag groeien in geluk als alle andere factoren naar tevredenheid zijn tussen de twee echtgenoten, als God het wil.

3e Geval: De Islam verbiedt het huwelijk van een niet-Moslimman met een Moslimvrouw, omdat een Jood, Christen of Polytheïst de Boodschap van Mohamed (VZMH) en zijn Profeetsschap ontkent. Door natuurlijke en historische traditie overheerst de man de vrouw. Een niet-Moslim echtgenoot kan mogelijk profiteren van zijn kracht en dominantie en dit uitdragen binnen de grenzen van zijn huis; geen respect tonend voor het geloof van zijn vrouw in de Islam. Hij zou b.v. minachtend kunnen spreken over de Profeet (VZMH) en de Islam; een situatie die intense haat en problemen kan veroorzaken tussen de twee echtgenoten. Natuurlijk leidt dit tot een geschil tussen de twee echtgenoten en dit zal haar afleiden van haar geloof. Als zij krachtig haar geloof verdedigd kan dit leiden tot onrechtvaardige overheersing en fysiek geweld tegen haar als persoon. Als de zwakkere sexe, zal zij deze akelige situatie van mishandeling accepteren en lijden om zichzelf en haar kinderen te beschermen. De Islam verbiedt dit soort huwelijken, die onvermijdelijk leiden tot mishandeling, conflict, moeilijke processen en scheiding van de betrokkenen, gelijk aan het eerste geval. Dit 3e geval samengevat, is het slechtste scenario voor een potentieel conflict en daarom verboden.

Zesde misvatting:
Het systeem van slavernij spreekt de Islamitische concepten van vrijheid en gelijkheid tegen. Ook dit is een inbreuk op de rechten van de mens.
Antwoord op de misvatting over slavernij.
Het systeem van slavernij onder Moslims verschilde in vele aspecten met andere samenlevingen en van wat de mensen zich voorstellen bij ‘slavernij’ volgens de werkwijzen van de Griekse, Romeinse en Europes kolonialisten. De Islam accepteerde aanvankelijk het systeem van slavernij omdat het destijds een geaccepteerd en noodzakelijk deel van de economie en de sociale omstandigheden was. Het systeem van slavernij was een wereldwijd fenomeen met vele vitale sectoren van levensonderhoud, afhankelijk van slavenarbeid. Slavernij werd geaccepteerd en erkend in de voorgaande religies, zoals in de Bijbel:“10. Wanneer gij nadert tot een stad om tegen haar te strijden, zo zult gij haar den vrede toeroepen. 11. En het zal geschieden, indien zij u vrede zal antwoorden, en u opendoen, zo zal al het volk, dat daarin gevonden wordt, u cijnsbaar zijn, en u dienen. 12. Doch zo zij geen vrede met u zal maken, maar krijg tegen u voeren, zo zult gij haar belegeren. 13. En de Heere, uw God, zal haar in uw hand geven; en gij zult alles, wat mannelijk daarin is, slaan met de scherpte des zwaards; 14. Behalve de vrouwen, en de kinderkens, en de beesten, en al wat in de stad zijn zal, al haar buit zult gij voor u roven; en gij zult eten den buit uwer vijanden, dien u de Heere, uw God, gegeven heeft. 15. Alzo zult gij aan alle steden doen, die zeer verre van u zijn, die niet zijn van de steden dezer volken. 16. Maar van de steden dezer volken, die u de Heere, uw God, ten erve geeft, zult gij niets laten leven, dat adem heeft. 17. Maar gij zult ze ganselijk verbannen: de Hethieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten, gelijk als u de Heere, uw God, geboden heeft.” (Deuteronomium 20:10-17)

En een meester in het Joodse recht kon zelfs zijn slaven doodslaan, zoals verklaard in deze tekst: 20 "Als een mannelijke of vrouwelijke slaaf wordt geslagen en overlijdt, moet de eigenaar worden gestraft. 21. Als de slaaf herstelt na een paar dagen, dan mag de eigenaar niet worden gestraft, omdat de slaaf het eigendom is van de eigenaar.” (Exodus 21:20-21, King James versie.)



Nergens in de Bijbel staan indicaties over het verbieden van slavernij en dit leidt velen tot een krachtige verklaring, zoals Jefferson Davis, de president van de Confederale Staten van Amerika zei: “Slavernij is gevestigd in de verordening van de Almachtige God......het is bevestigd in de Bijbel, in beide testamenten van Genesis tot Openbaring......het bestond in alle tijden, is gevonden onder de mensen in de hoogste beschavingen en in landen met de hoogste vakkundigheid in de letteren.” (131)
De Islam volgde een langdurig en geleidelijk plan om de slavernij in de maatschappij uit te roeien. We vinden geen direkt bevel om alle handelingen w.b. slavernij te stoppen maar enigzins verstandiger, werden de bronnen van slavernij geleidelijk beperkt en verminderd en werd het vrijlaten van slaven aangemoedigd. Bovendien werden er strikte regels van eerlijkheid en respectvol gedrag toegepast in het handelen met slaven en het werd toegestaan voor de slaven om zichzelf vrij te kopen. De eerste fase bestond uit het zichzelf bevrijden vanuit het hart en de geest. Ze werden geïnstrueerd zich sterk te voelen (gezond en capabel van binnen) en ze werden ontmoedigd zichzelf zwak en inferieur te voelen. De Islam reconstrueerde het menselijk gevoel en integriteit in de harten en geesten van de slaven door ze ‘broeders’ te noemen van hun meesters en eigenaren. Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Uw arbeiders zijn uw broeders. De Almachtige Allah plaatste hen onder u voor uw diensten. Wie dan ook een ‘broeder’ onder hem heeft (werken) moet hem voeden van hetgeen hij zelf eet, kleden van wat hij zelf draagt en niet laten doen wat hij zelf ook niet kan doen; en als hij dat dan toch doet, moet hij hem helpen.” (123)?
Slaven hebben vastgestelde rechten. De bevelen van de Qor’an en de Sunnah dragen Moslims op om vriendelijk en goed te zijn voor de mannelijke slaven en vrouwelijke dienaressen. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En aanbidt Allah en vereenzelvigt niets met Hem en bewijst vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de nabuur die een vreemdeling is en aan de nabuur die een bloedverwant is en aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn. Voorzeker, Allah heeft de pochers en opscheppers niet lief.” (4:36)
De langdurige zorg van de profeet (VZMH) over de slaven wordt bewezen door het feit dat Hij (VZMH) op zijn sterfbed de Moslims opdroeg –als een stervend verzoek- om zowel de gebeden als de rechten van de slaven te bewaken.
Er is ook verklaard dat Hij (VZMH) zei: “Wie een slaaf castreert, zal door ons gecastreert worden.” (132)
Volgens de Islamitische schriften wordt slavernij beperkt tot fysieke slavernij en zijn er geen geforceerde gesprekken met de meester. Een slaaf heeft het recht zijn geloof te behouden. De Islam geeft het beste voorbeeld van menselijke gelijkheid door het aanbrengen van superioriteit op basis van vroomheid en gerechtigheid. De Islam heeft de broederschap en eenheid van de banden gemaakt tussen de slaven en hun meesters, door het uitstekende voorbeeld van Allah’s Boodschapper (VZMH) toen hij zijn nicht, Zaineb bint Jahsh, een nobele Quraishi vrouw, aanbood aan zijn bevrijde slaaf Zaid bin Haritah om met haar te trouwen. De laatste werd ook aangewezen als leider in het leger dat bestond uit een aantal vooraanstaande en bekende metgezellen van Allah’s Boodschapper (VZMH).
De Islam volgde twee belangrijke methoden om slavernij uit te roeien in de Islamitische maatschappij en paste ze toe om chaos en verwarring te vermijden in de samenleving. Deze methoden brachten geen vijandigheid of haat voort tussen de verschillende klassen van de Islamitische samenleving, noch brachten zij schade toe aan de heersende sociaal-economische situaties.
De eerste methode bestond uit het uitroeien en beperken van de bronnen van slavernij, die op een punt erg uitgestrekt waren gedurende de Islamitische geschiedenis. Er bestonden vele bronnen van slavernij vóór de Islam en deze omvatten oorlogsvoering waarbij de verslagen strijders gevangen werden genomen en tot slaaf werden gemaakt. Piraterij, ontvoering en het schaken van mensen was ook een bron, n.l. de ontvoerde mensen werden verkocht als slaven. Als een persoon schulden had, werd hij een slaaf van de schuldenaar. Een andere bron bestond uit vaders die hun kinderen -zonen of dochters- verkochten als slaaf. Een persoon kon zijn eigen vrijheid verkopen tegen betaling van een bepaalde som. Veel misdaden werden bestraft door het opleggen van slavernij aan de beschuldigde. De crimineel werd een slaaf van het slachtoffer; van zijn familie of zijn erfgenamen. De reproduktie van slaven, ook al was de vader een ‘vrije’ man, was een andere bron van slavernij.
De Islam blokkeerde deze bronnen, met alleen twee uitzonderingen als legitieme bron van slavernij, volstrekt logisch gezien de omstandigheden van die tijd.
1) Oorlogsgevangenen, of gevangenen van een –door een Moslimleider- wettig verlaarde oorlog. Benadrukkend dat niet al zulke oorlogsgevangenen verklaard waren als slaaf, maar dat sommigen werden vrijgelaten en anderen toegestaan werden losgeld te betalen. Dit is gebaseerd op een vers in de Glorieuze Qor’an: “Wanneer gij de ongelovigen (in oorlog) ontmoet, treft dan hun nek, en wanneer gij overwinnaar zijt, bindt hen dan vast. En wanneer de oorlog opgehouden is, laat hen dan vrij uit gunst of voor een losprijs. Zo zij het. En indien Allah wilde, had Hij henzelf kunnen bestraffen. Doch Hij wilde sommigen uwer door anderen op de proef stellen. En degenen die terwille van Allah worden gedood, hun werken zal Hij zeker niet vruchteloos maken.” (47:4)
In de vroegere tijden gebruikten de vijanden van de Islam alle middelen om de voortgang en de verspreiding van de Islam te stoppen. Niet-Moslims in die tijd, hielden Moslims als ‘gevangenen-van-oorlog’ en dus deden de Moslims als vergelding hetzelfde.
2) Een geërfde slaaf, geboren uit twee slaven (ouders). Een zodanig kind werd ook beschouwd als slaaf. Echter, als de meester van een vrouwelijke slaaf haar nam als concubine (bijvrouw) dan was het produkt van deze relatie een ‘vrij’ kind, dat werd toegevoegd aan het nageslacht van zijn vrije vader. In dit geval wordt de vrouwelijke slaaf de ‘moeder van het kind’ genoemd, die niet kan worden weggegeven en bevrijd moet worden wanneer haar meester overlijdt.
De tweede methode van het uitroeien van slaven betreft de aanmoediging en uitbreiding van de mogelijkheden voor de bevrijding van slaven. Oorspronkelijk was de enige weg naar de vrijheid de ‘wil van de meester’ om de slaaf vrij te laten. Voorafgaand aan de komst van de Islam, werd een slaaf zijn leven lang beschouwd als slaaf en als zijn meester hem vrijliet moest hij soms zelfs een boete betalen. De Islam introduceerde de toepassing van ‘zelfbevrijding’ van slaven waarbij zij hun meester een klein bedrag konden betalen om zich vrij te kopen. De meester kreeg de ruimte om zijn slaaf vrij te laten, zonder verplichting of financiële boete. Sommige van de voorgeschreven middelen voor het vrijlaten van slaven worden hieronder beschreven:
1) Boetstraf voor zonden: de boetstraf voor het ‘per vergissing doden’ werd ingesteld voor de bevrijding van een gelovige, trouwe Moslimslaaf in aanvulling op het bloedgeld wat werd gegeven aan de getroffen familie. Dit is gebaseerd op een vers uit de Glorieuze Qor’an; “Het betaamt een gelovige niet, een andere gelovige te doden, tenzij dit bij vergissing gebeurt. En wie een gelovige bij vergissing doodt moet een gelovige slaaf bevrijden en bloedgeld betalen ter overhandiging aan de erfgenamen, tenzij deze hen uit liefdadigheid kwijtschelden.” (4:92)
2) Boetstraf voor Dthihaar (letterlijk: elkaar de rug toekeren) eed: Dit is gebaseeerd op een vers uit de Glorieuze Qor’an: “Degenen, die hun vrouwen ‘moeders’ noemen (onthouding zweren) en willen terugnemen wat zij zeiden, moeten hier voor een slaaf bevrijden, voordat zij elkander aanraken. Dit is een vermaning voor u. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.” (58:3)
3) Boetstraf voor het breken van een eed. Dit is gebaseerd op een vers uit de Glorieuze Qor’an:
Allah zal u niet ter verantwoording roepen voor uw ijdele eden, maar hij zal u ter verantwoording roepen voor de eden welke gij in ernst aflegt. De boetedoening ervoor is: tien armen te spijzigen met het gemiddelde voedsel waarmede gij uw huisgezinnen voedt, of hen te kleden, of het vrijmaken van een slaaf. Maar wie dat niet kan doen zal drie dagen vasten. Dit is de boete voor uw eden, waarvoor gij zweert. Maar houdt uw eden. Zo legt Allah u Zijn tekenen uit, opdat gij dankbaar moogt zijn.” (5:89)
4) Boetstraf voor het onderbreken van het vasten gedurende de Ramadanmaand. Een voorbeeld hiervan is het incident van de man die naar Allah’s Boodschapper (VZMH) kwam en hem vertelde: “O Profeet van Allah! Ik heb mezelf vernietigd!” Allah’s Boodschapper (VZMH) vroeg de man: “Hoezo?” De man vertelde dat hij geslachtsgemeenschap had gehad met zijn vrouw binnen de uren van het vasten op een dag in de Ramadan. Allah’s Boodschapper (VZMH) vroeg de man: “Heb je een slaaf die je kunt vrijlaten?” De man antwoordde negatief. Allah’s Boodschapper (VZMH) vroeg de man weer: “Heb je eten voor zestig arme mensen?” De man antwoordde weer negatief. Terwijl de man en de rest van de mensen zaten, kreeg Allah’s Boodschapper een portie verse dadels gepresenteerd. Hij (VZMH) riep de man en vroeg hem: “Neem deze dadels en geef ze als liefdadigheid aan de arme mensen.” De man antwoordde: “O Profeet van Allah! Bij Allah! Er is geen armere familie in de gehele stad Medina dan mijn familie!” Toen de Profeet (VZMH) dit hoorde glimlachte hij op een manier dat zijn hoektanden verschenen en zei: “Dan, neem deze dadels en voed je familie.” (133)
Een persoon die verplicht is een boetstraf te betalen voor zijn zonde, financiëel capabel is en geen slaven bezit die hij kan vrijlaten, kan een slaaf kopen en vrijlaten ter vergoeding van zijn zonden.
5) Het vrijlaten van slaven werd beschouwd als een van de meest geliefde charitatieve daden van aanbidding in de ogen van Allah. Allah, de Verhevene, zegt in de Glorieuze Qor’an:
Maar hij besteeg de heuvel niet. En wat weet gij (er van) wat de heuvel is? (het is) Een slaaf te bevrijden.” (90:11-13)
Bovendien, de verklaringen van Allah’s Boodschapper (VZMH), naast zijn daden (in dit verband) moedigden mensen aan slaven te bevrijden voor de Zaak van Allah. Allah’s Boodschapper (VZMH) zei: “Allah zal elk orgaan van zijn lichaam bevrijden uit het hellevuur tegen elk orgaan van de vrijgelaten slaaf, zelfs zijn genitaliën, tegen de genitaliën van de vrijgelaten slaaf.” (127)
Ter aanvulling zei Allah’s Boodschapper:“Bezoek de zieken, voedt de hongerigen en bevrijdt de lijdende slaaf.” (128)
6) Het aankondigen van de vrijheid van een slaaf. Als een meester een woord of synoniem van ‘vrijheid’, ‘vrijlating’, ‘vrijmaken’ of ‘ontlasten’ gebruikt in het bijzijn van een slaaf, ook al is het schertsend bedoeld, dan is de slaaf onmiddelijk vrij. Dit is gebaseerd op een verklaring van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Er zijn drie zaken, als je deze serieus of schertsend uitspreekt, verplicht je jezelf deze uit te voeren. Deze zijn: scheiden (van een vrouw) een huwelijk accepteren (met een vrouw) en een slaaf bevrijden of vrijlaten.” (134)
7) Het aankondigen van de vrijheid van een slaaf d.m.v. een testament. Eén van de middelen van het vrijlaten van een slaaf is door middel van een testament (doodswil). Het testament kan geschreven of verbaal medegedeeld worden. Als een meester verklaard –in welke vorm dan ook- dat zijn slaaf de vrijheid krijgt na zijn dood, dan is de slaaf verzekerd van zijn vrijlating na de dood van zijn meester. Als voorzorgsmaatregel verbiedt de Islam om ná het uitbrengen van een dergelijke verklaring de slaaf te verkopen of weg te geven. Als er zo’n belofte wordt gemaakt aan een vrouwelijke slaaf en de eigenaar neemt haar als concubine (bijvrouw) dan is het kind, wat een produkt is van de samenwonenden een ‘vrij man’. Evenzo, kan in een zodanig geval de vrouwelijke slaaf niet worden weggegeven aan een derde partij.

8) Het vrijlaten van slaven is een van de voorgestelde kanalen van de Zakaat. Dit is gebaseerd op een vers uit de Glorieuze Qor’an: “De aalmoezen zijn alleen voor de armen en de behoeftigen en degenen die daarbij werkzaam zijn en voor degenen wier hart verzoend is en voor de slaven en voor degenen die schuld hebben en voor de zaak van Allah en voor de reiziger; dit is een gebod van Allah. En Allah is Alwetend, Alwijs.” (9:60)
9) Boetstraf voor het onnodig slaan of afstraffen van de slaaf in het gezicht. De Islam verplicht een slaaf te bevrijden als de eigenaar onterecht de slaaf in het gezicht slaat. Dit is gebaseerd op de Hadith van Allah’s Boodschapper (VZMH): “Wie zijn slaaf in het gezicht slaat moet een boetstraf betalen door hem/haar vrij te laten.” (135)
10) Het –door de slaaf zelf- nemen van de vrijheid. Dit betreft een situatie waarin een slaaf zijn meester verzoekt zichzelf vrij te kopen voor een bedrag, waar beiden het over eens zijn. Als een slaaf zijn meester vraagt om een dergelijk vrijheidscontract uit te brengen wordt het bindend; de meester is dan verplicht hem dit contract te geven. In een zaak als deze heeft de slaaf de vrijheid om te kopen, verkopen, handelen, bezitten en werken om zo het bedrag te verzamelen wat hij voor het contract nodig heeft. Ook het werk wat hij doet voor zijn meester zal gedaan worden voor een specifiek loon. In feite ging de Islam een stap verder door het vragen van donaties, hulp en steun voor zulke mensen in de rijke wereld van de Islamitische maastchappij. Zelfs de meester werd aangespoord om het overeengekomen bedrag te verlagen, of de faciliteiten voor het betalen te vergemakkelijken, om zo zijn vrijheid te kunnen verkrijgen. Dit is gebaseerd op een vers in de Glorieuze Qor’an: “En de slaven die een actie van vrijmaking wensen, voorziet hen daarvan indien gij enig goed in hen ziet; en geeft hun van de rijkdommen van Allah, die Hij u heeft geschonken.” (24:33)
In het kort, kunnen we zeggen dat de Islam slaverij niet legaliseerde of aanmoedigde maar eerder regels en wetten opstelde die een bepaalde duidelijkheid en effectiviteit toevoegden om de bronnen te beperken om slaven voor eens en voor altijd vrij te laten.

Conclusie:
Ter afsluiting vermelden we uit een geval uit de recente geschiedenis. Het ministerie van justitie in het Koninkrijk van Soedi-Arabië hield drie symposia gedurende de maand Safar (2e maand van de Islamitische jaartelling 1392) in 1982. Deze werden bijgewoond door de minister van justitie en eminente intellectuelen en professoren, samen met vier eminente Europese kardinalen en geleerden: de ex-minister van buitenlandse zaken van Ierland; de secretaris van de Europese Commissie van wetgeving; een professor in de Oosterse en Islamitische leer; een hoogleraar in de rechten, de directeur van ‘The Human Rights Magazine’ uit Frankrijk en sommigen van het Hof van Appel in Parijs.
De aanwezige Moslimgeleerden legden het concept uit van ‘de Islam als een manier van leven’ in vergelijking met concurerende concepten en illustreerden de regels van de Islam en Shariah en de details van deze algemene regels en principes. Zij verklaarden de waarde, voordelen en effectiviteit van de Islamitische hoofdstraffen die zijn vastgesteld voor ernstige misdaden die gepleegd worden tegen onschuldige burgers en maatschappij. Zij verklaarden in detail dat zulke hoofdstraffen rationele straffen zijn om de vrede en veiligheid te behouden van de maatschappij in het algemeen. De Europeanen toonden bewondering voor de gedetailleerde uitleg gegeven door de Moslimgeleerden en bewonderden het concept van de rechten van de mens in de Islam. Mr. McBride, het hoofd van de Europese delegatie verklaarde: “Vanuit deze plaats en alleen vanuit dit Islamitisch land moeten de rechten van de mens verklaard en aangekondigd worden, aan alle mensen over de hele wereld. De Moslimgeleerden moeten deze onbekende rechten van de mens verklaren aan de internationale publieke opninie.In feite te wijten aan de onwetendheid over deze rechten van de mens en het ontbreken van goede kennis, is de reputatie van de Islam en de Islamitische uitspraken en regering verstoord in de ogen van de wereld.” (136)
Dit boek is een introducerende toespraak op het onderwerp van de ‘Rechten van de Mens in de Islam.’ Ik hoop en bidt dat deze discussie wegen opent voor degenen die slim genoeg zijn om meer te willen weten over de Islam die vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd, speciaal door secularisten, modernistische Moslims en vijanden van de Islam.

Ik raad de lezers aan de Islam te onderzoeken zonder vooroordeel en door gebruik te maken van betrouwbare en gezonde bronnen. Ik voel me verplicht hulp te bieden aan degenen die slim zijn om meer te leren en te weten te komen van de Islam als een manier van leven. Moslims die anderen oproepen tot de Islam moeten oprecht zijn in hun intenties, hun motieven zuiveren van persoonlijk gewin en alleen het welbehagen van Allah zoeken in dit leven en in het Hiernamaals om van het permanente verblijf in de Jennah (Paradijs) te kunnen genieten. Een van de metgezellen van Allah’s Boodschapper (VZMH) zei eens, toen hem werd gevraagd naar de reden van zijn participatie in het gevecht voor de zaak van Allah: “Wij kwamen om mensen te bevrijden van het aanbidden van anderen en het onrecht veroorzaakt door andere religies; om hen toe te laten tot de rechtvaardigheid van de Islam.”


Voor de goddellijke beloning in het Hiernamaals, geloven wij Moslims, dat er twee permanente verblijven zijn in het Hiernamaals; de Jennah, het Hemelse verblijf van eeuwige gelukzaligheid en het Hellevuur, het verblijf van de eeuwige foltering. De Jennah is de beloning van Allah voor degenen die Allah’s bevelen gehoorzaamden.De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.” (3:85)
Dit is ook gebaseerd op en vers uit de Qor’an: “Voorwaar, de gelovigen die goede werken doen, zullen de tuinen van het paradijs tot onthaal hebben.” (18:107) (108)
Daarom heeft de Almachtige Allah het Hellevuur beloofd aan degenen die ongehoorzaam zijn aan Zijn bevelen of iets met Hem vereenzelvigt. De Almachtige Allah verklaard in de Glorieuze Qor’an: “Waarlijk, Allah vergeeft niet dat men iets met hem vereenzelvigt, maar Hij zal al hetgeen daarbuiten staat vergeven, wie Hij wil. En wie iets met Allah vereenzelvigt, heeft inderdaad een zeer grote zonde begaan.” (4:48)
De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an: “Voorwaar, de ongelovigen onder de mensen van het Boek en de afgodendienaren zullen in het Vuur der hel geworpen worden, daarin zullen zij verblijven. Zij zijn slechts de slechtste der schepselen.” (98:6)
Sinds de komst van de Islam voeren de vijanden van de Islam oorlog tegen dit geloof en de oorlog duurt voort, ook in onze tijd. De anti-Islamitische elementen hebben alle mogelijke middelen uitgeprobeert in deze oorlog. Mensen met een gezond en volwassen verstand blijven onaangetast omdat zij verschil kunnen maken tussen de waarheid en de leugen. Eminente religieuze mensen van andere religies treden meer en meer toe tot de Islam en accepteren de Islam als manier van leven. De Almachtige Allah verzekerd ons dat Hij zijn religie zal behouden voor de mensheid. De Almachtige Allah zegt in de Glorieuze Qor’an:

1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina