De reikwijdte van het recht op zelfverdediging



Dovnload 53.19 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte53.19 Kb.



De reikwijdte van het recht op zelfverdediging

Vergelding is geen verdediging

Essay Volkenrecht 2

E.C.H. Van Loosbroek

Rijksstraatweg 287

3222 KE ROTTERDAM

studentnr 831504620

8 augustus 2006

cursuscode R11311
1. Inleiding……………………………………………………………………..p. 3

2. Natuurrecht………………………………………………………………….p. 3

3. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties…………………………………p. 4

4. Terrorismebestrijding…………………..……………………………….……p. 6

5. De middelen en de mogelijkheden…………………………………………...p. 8

6. Het recht op zelfverdediging…………………………………………………p. 9

7. Collectieve zelfverdeding…………………………………………………….p. 10

8. Wat de President ons niet vertelt…………………………………………….p. 11

9. De reikwijdte van het recht op zelfverdediging………………………………p. 12

10. Conclusie…………………………………………………………………. p. 14





  1. Inleiding



Na de aanslagen van 11 september 2001 op het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington is veel geschreven over internationaal terrorisme en hoe hiertegen zou moeten worden opgetreden. Want dat deze gruwelijke gebeurtenissen daden van terrorisme waren stond buiten kijf. Door de Amerikaanse overheid werden deze aanslagen beschouwd als inbreuk op de internationale vrede en veiligheid en gevolgd door een onmiddellijke en overweldigende propaganda uitgebreid tot oorlogshandeling. Zelfs degene die deze aanslagen zou hebben beraamd en laten uitvoeren had binnen twee dagen een naam en zelfs een gezicht. De verontwaardiging over deze brute en lafhartige acties en de roep om wraak en vergelding waren algemeen.

De VS riep de gehele wereldbevolking om de strijd aan te gaan tegen de "evil-doers" die deze aanslagen hadden gepleegd en mede ten strijde te trekken in een "war on terrorism". Maar wanneer is sprake van een gerechtvaardigde vrijheidsstrijd (oorlog) en wanneer van vergelding ?

Prof. Mr N.J. Schrijver1 beschrijft in zijn artikel "Elf september en de uitdagingen aan het volkenrecht"2 zeven uitdagingen aan het volkenrecht. Een van die uitdagingen wil ik hieronder bespreken, te weten de reikwijdte van het recht op zelfverdediging. Heeft de VS terecht een beroep gedaan op art 51 Handvest of zijn de grenzen van het recht op zelfverdediging overschreden ?


  1. Natuurrecht

Bestaat er zoiets als een (ge)rechtvaardig(d)e oorlog ? Het natuurrecht verzet zich niet tegen oorlog, maar de reden en de natuur van de gemeenschap verzet zich wel tegen die bijzondere vorm van geweld die in strijd is met de belangen van een gemeenschap. Met andere woorden: het geweld dat het recht van anderen met voeten treedt. Het doel van een gemeenschap is immers het veilig stellen van een ieders bezit dankzij de inzet en de samenwerking van de maatschappij. Zo gaan de mensengemeenschap en de maatschappij onvermijdelijk ten onder wanneer elk van ons zich de goederen van een ander toeeigent en hem zoveel als hij kan afhandig maakt voor eigen profijt. Dat eenieder kiest te verwerven wat hij bijdraagt tot eigen nut wordt aanvaard, maar er wordt niet geduld dat wij ten koste van het bezit van anderen onze mogelijkheden, ons bezit en ons vermogen vergroten. De natuurwet zegt dat als we in een hinderlaag zijn gevallen en ons leven wordt bedreigd of als we te maken hebben met het geweld en de wapens van vijanden, elk middel om ons leven te redden gerechtvaardigd is.3
Is het niet steeds zo geweest dat dit argument voor het voeren van oorlog wordt gehanteerd: dat men geweld moet gebruiken om erger te voorkomen ? Het blijkt een onuitroeibare mythe: in de hele geschiedenis zien we steeds dezelfde rechtvaardiging voor gevoerde oorlogen. Blijkbaar leert men van de geschiedenis niet. Oorlogen hebben hooguit een tijdelijk effect en hebben bijna altijd de basis voor een andere of volgende oorlog gelegd. Met de Vrede van Versailles, die het einde van de eerste wereldoorlog inluidde en zo vernederend was voor de tegenpartij, werd de basis gelegd voor de tweede wereldoorlog.

Het volkenrecht zou moeten bestaan om het geweld en het onrecht te verdrijven en zo ons leven te beveiligen. Maar nu wordt de wereld gedwongen om een "war on terrorism" te leveren, geleid door de VS.




  1. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

De primaire verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad is de handhaving van de internationale vrede en veiligheid. Het orgaan telt 15 leden en is permanent in functie. De wereldvrede zou echter gevaar kunnen lopen, wanneer de Raad een besluit zou kunnen nemen tegen de wil van een grote mogendheid. Om dit te voorkomen hebben Rusland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika en China het vetorecht en een permanent lidmaatschap. Het vetorecht houdt in dat een besluit van de Veiligheidsraad pas rechtsgeldig is als geen van de grote mogendheden zich daartegen heeft verzet. Het Handvest stelt dat een besluit over procedurele zaken genomen kan worden zonder veto.
De Raad kan zich bezighouden met de vreedzame beslechting van geschillen en zo aanbevelingen doen aan de partijen bij het geschil. Indien de Raad besluit dat zich een actuele bedreiging of verstoring van de vrede voordoet, kan hij vaststellen wie daarvoor verantwoordelijk is en de overige lidstaten aanbevelen tegen de schuldige staat maatregelen te treffen. Deze maatregelen kunnen ook gewapend geweld inhouden. Of zich een bedreiging van of een inbreuk op de internationale veiligheid en vrede voordoet is geheel aan de Veiligheidsraad om dat te beslissen.
Ook kan de Veiligheidsraad een staakt-het-vuren gelasten. De Veiligheidsraad kan ook een vredesbewarende operatie als instrument inzetten. Dit instrument is anders dan de dwangsanctie. De internationale gemeenschap treedt als geheel op tegen een als verstoorder van de vrede aangemerkte staat.
Wanneer een conflict is uitgebroken, kan de VN de partijen in overweging geven een VN- troepenmacht toe te laten als soort buffer die de strijdende partijen uit elkaar houdt. Zo’n troepenmacht kan uitsluitend worden gelegerd met toestemming van het gastland, op wiens grondgebied zij haar taken moet uitoefenen. De troepenmacht dient een strikte neutraliteit in acht te nemen tegenover de partijen bij het conflict. Slechts als de eigen veiligheid in gevaar komt mag de troepenmacht geweld gebruiken. Deelneming aan de troepenmacht door de lid-staten geschiedt vrijwillig. Vredesbewarende operaties worden ook wel bij interne conflicten ingezet. De Algemene Vergadering heeft de bevoegdheid aan zich getrokken om, als de Veiligheidsraad door het gebruik van het veto is verlamd, de taak van de Raad over te nemen, inclusief de mogelijkheid om bij een gewapend conflict de lid-staten (niet-bindend) op te roepen tegen de agressor niet-militaire en zelfs militaire maatregelen te treffen. De Veiligheidsraad kan zijn taak alleen vervullen met steun van de permanente leden.
Crisis waarin de Veiligheidsraad een actieve rol speelde is het conflict Irak- Koeweit. De Raad stelde Irak een ultimatum. Voldeed het daaraan niet, dan waren de andere lid-staten gemachtigd desnoods geweld te gebruiken om het gestelde doel te bereiken. Toen de bevrijding van Koeweit was gerealiseerd, werd Irak verplicht de zware wapenindustrie te ontmantelen en herstelbetalingen te verrichten.4
Vaag blijft de echter de wijze waarop de handhaving van de vrede en veiligheid wordt bewerkstelligd. Feit is dat het handelen van de Veiligheidsraad volledig afhankelijk is van de medewerking van haar leden. Zo ook in het onderhavige geval. Resolutie 13785 is geen blanco cheque om tot gewapend optreden te kunnen overgaan. De Veiligheidsraad heeft nooit en te nimmer expliciet aangegeven dat de VS Afghanistan of Irak met militaire middelen mocht aanvallen; zij heeft slechts steun betuigd aan het doen aftreden van het Taliban-regime in Afghanistan.6

Gemakshalve hebben de Verenigde Staten echter de aanslagen van 11 september 2001 aangegrepen als een reden om tot gewapend optreden te kunnen overgaan vanwege ernstige gevolgen ingeval van een wezenlijke schending door Irak van zijn ontwapeningsplicht. Aanvankelijk wilde men Saddam Hoessein de verantwoordelijkheid voor de aanslagen in New York en Washington in de schoenen schuiven, maar een verband tussen Saddam Hoessein en Al-Qaeda kon niet worden aangetoond, hoewel President Bush in oktober 2001 zijn CIA-directeur Woolsey speciaal naar Londen stuurde om "bewijzen te verzamelen die meneer Hoessein in verband brengen met 11 september".7 Het gebruik van geweld is niet als zodanig bij de Veiligheidsraad aan de orde gesteld terwijl tegelijkertijd werd gesteld dat men hoe dan ook tot gewapende interventie zou overgaan.


4. Terrorismebestrijding

De Verenigde Naties zou een forum van staten moeten zijn waarin de grote mogendheden onderling over vrede en veiligheid tot overeenstemming behoren te komen. In de internationale rechtsorde waakt zij over de hoofdregel van geweldverbod tussen staten met omschreven uitzonderingen voor zelfverdediging na een gewapende aanval en voor geweldgebruik op bevel of met machtiging van de Veiligheidsraad. Er dreigt chaos in het internationale verkeer indien de lidstaten menen het recht in eigen hand te kunnen nemen om een regimeverandering in een land door geweld te bewerkstelligen.


De Veiligheidsraad heeft zich reeds vaak uitgesproken over internationaal terrorisme en de bestrijding daarvan. In geen van de resoluties betreffende terrorismebestrijding die zijn aanvaard door de Veiligheidsraad wordt een machtiging verleend tot het gebruik van geweld tegen lidstaten die het terrorisme zouden steunen. Men roept slechts de lidstaten op om effectieve en daadkrachtige maatregelen te nemen om het terrorisme te bestrijden in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van internationaal recht.8 Gezien het geweldverbod en het gegeven dat staten zich dienen te onthouden van inmenging in de interne aangelegenheden van andere soevereine staten houdt dit laatste in dat staten maatregelen dienen te nemen die op het eigen grondgebied kunnen worden uitgevoerd.


Nu inmiddels de oorlog in Irak officieel is afgelopen ligt er de taak om te zorgen voor politieke stabiliteit en herbouw van de economie. Maar er is ook verzet van vele culturele en etnische minderheden tegen de aanwezigheid van militaire troepen van de VS en haar coalitiegenoten in Irak en in de regio, die menen het ontstane machtsvacuüm te kunnen opvullen. De rust is nog niet weergekeerd, verre van dat. En daarmee is in beginsel de basis gelegd voor een nieuwe (wereld)oorlog, want als niemand het machtsvacuüm daadwerkelijk kan opvullen, zal de VS zich opwerpen als machthebber, en daarmee de gehele regio tegen zich in het harnas jagen. En zoals President Bush zich zo stellig heeft uitgelaten met "Wie niet met ons is, is tegen ons" om een coalitie te vormen tegen Irak, zo stellig zal hij ook zijn in de strijd om de macht in Irak. Alleen een op Amerikaanse leest geschoeide democratie zal worden getolereerd.
5. De middelen en de mogelijkheden

In onze internationale samenleving is er geen centraal gezag met een daarbij behorend rechtsapparaat. Hoe kan een staat, die in zijn rechten geschonden is, rechtsherstel verkrijgen?


Ook al komt de zaak voor bij het Internationaal Gerechtshof, vaak werkt de staat die de rechten geschonden heeft niet mee. De getroffen staat zal dus zelf maatregelen moeten nemen. Ze mogen echter geen gebruik maken van geweld met uitzondering van bepaalde gevallen. Er zijn een aantal, buiten de diplomatieke wegen, niet gewelddadige ( art. 41) en een aantal gewelddadige maatregelen (art. 42).
Onder de niet-gewelddadige middelen vallen de retorsies: men kan een staat tot zijn verplichtingen dwingen door maatregelen te treffen die uiterst onaangenaam zijn voor die staat en represailles. Om deze maatregel te rechtvaardigen moet er evenredigheid bestaan tussen de maatregel en de schade toegebracht door de onrechtmatige daad van een ander (proportionaliteitseis). Toch hoeft de maatregel ook niet van het zelfde karakter te zijn. Er worden wel grenzen gesteld aan de toelaatbaarheid van de maatregelen.
Verboden is het gebruik van geweld in strijd met het VN-handvest, inbreuk op diplomatieke en consulaire onschendbaarheid, inbreuk op de meest fundamentele mensenrechten en andere handelingen in strijd met een norm van dwingend recht. De represaillemaatregel moet worden beëindigd zodra de andere staat zijn onrechtmatig gedrag heeft gestaakt. Er mag ook geen geweld worden gebruikt als tegenmaatregel als er bij de onrechtmatige daad ook geen geweld bij betrokken was. Is dat wel het geval dan spreekt men van zelfverdediging.

Een andere vorm van zelfhulp kan zich voordoen als men ter bescherming van de eigen rechten gedwongen wordt om de rechten van een andere staat te schenden zonder dat deze staat een onrechtmatige daad heeft begaan. Van dit noodzaakprincipe als uitsluitingsgrond voor onrechtmatigheid mag geen gebruik worden gemaakt tenzij de handeling het enige middel is om de eigen staat te beschermen tegen onmiddellijk dreigend gevaar in het belang van de staat. Dit mag echter alleen als de handeling niet een wezenlijk belang aantast van de staat tegenover wie men zich niet conform de rechtsregels gedraagt. Bij noodzaak gaat het dus om rechtshandhaving, bescherming van het eigen rechtsbelang, ten koste van een andere, zelf niet onrechtmatig handelende staat.

Deze maatregelen hebben als doel het beëindigen van onrechtmatig handelen en het verkrijgen van rechtsherstel. Het gaat om een bilaterale relatie tussen rechtsovertreder en de rechtshersteller. Toch nemen ook andere staten, die niet direct zelf slachtoffer zijn, maatregelen wanneer zich een ernstige overtreding van het internationale recht voordoet. Deze maatregelen worden aangeduid als sancties. Zolang deze maatregelen slechts retorsies zijn is er niets aan de hand. Zijn deze maatregelen echter represailles dan wordt het ingewikkelder. Is er wel een onrechtmatige daad jegens een van deze staten gepleegd? In hoeverre hebben deze staten verplichtingen ten opzichte van de statengemeenschap als geheel? Er zijn verplichtingen en regels ter bescherming van de fundamentele waarden en belangen van de internationale gemeenschap als geheel. In hoeverre geeft schending van deze verplichtingen andere landen het recht tegenmaatregelen te nemen? Het enige dat vaststaat is dat andere landen maatregelen mogen nemen als daarvoor een machtiging van de veiligheidsraad is gegeven.

6. Het recht op zelfverdediging

Vroeger was geweld bij uitstek het meest effectieve middel om recht af te dwingen. Nu is zelfs bij wet bepaald (art.2 lid 4 Handvest) dat lidstaten zich zullen onthouden van bedreiging met of het gebruik van geweld dat gericht is tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat.9 Voor de handhaving van de internationale vrede is er een orgaan in het leven geroepen, de Veiligheidsraad, met vergaande bevoegdheden. De veiligheidsraad kan de lidstaten opdragen tegen een verstoorder van de vrede op te treden.Het kan ze opdragen dwangmaatregelen te nemen en het kan ze een machtiging verstrekken tegen de agressor geweld te gebruiken. In zo’n geval is geweld geoorloofd. De veiligheidsraad heeft deze bevoegdheid nog maar een keer gebruikt: bij de Korea-oorlog. Struikelblok was altijd weer het vaststellen wie er verantwoordelijk was voor de verstoring van de vrede.


De veiligheidsraad is niet echt goed in staat goed op te treden in geval van verstoring van de vrede, daardoor is een andere vorm van legitiem geweldgebruik toegenomen: zelfverdediging. Een staat hoeft niet te wachten op een actie van de veiligheidsraad. Art. 51 Handvest staat een staat toe gebruik te maken van het recht op zelfverdediging. Een staat mag dus het tegen hem uitgeoefende geweld beantwoorden met tegengeweld, mits hij zich aan de proportionaliteitseis houdt. Zo’n tegenaanval moet wel direct gemeld worden aan de Veiligheidsraad. De staat is echter niet gerechtigd om een pre-emptive slag uit te voeren. Dat wil zeggen dat hij niet de eerste klap mag geven als hij weet dat een andere staat hem aan gaat vallen. Dat zou het geweldsverbod teniet doen.
7. Collectieve zelfverdediging
Art. 51 Handvest staat ook collectieve zelfverdediging toe. Er hebben zich dan bondgenootschappen gevormd die één blok vormen als een van de bondgenoten wordt aangevallen. Ook in geval van collectieve zelfverdediging moeten de genomen maatregelen onmiddelijk aan de Veiligheidsraad worden gemeld en vervalt het recht als de Raad maatregelen heeft genomen.
Sommige staten vinden dat het geweldverbod wat minder strikt moet worden gehanteerd. Als geweld bijvoorbeeld het enige middel zou blijken te zijn waarmee onrecht kan worden beeindigd. Dergelijke gewapende interventies kunnen met name worden gerechtvaardigd voor strikt humanitaire doeleinden (humanitaire interventie).
Anderen vinden juist dat uitbreiding van uitzonderingen op het geweldverbod veel misbruik tot zich meebrengt en dat het geweldsverbod steeds verder zal worden ontkracht.
Een zeer zuivere vorm van humanitaire interventie was het optreden van een aantal lid-staten (waaronder Nederland) ter bescherming van de Koerden in Noord-Irak in 1991. De Veiligheidsraad had de onderdrukking van de Koerden door het regime in Bagdad een zaak genoemd waarvan de consequenties een bedreiging van de internationale vrede vormden. Er werd daar aan alle eisen voldaan.10

8. Wat de President ons niet vertelt.
Naarmate de tijd verstrijkt, komen er steeds meer vragen naar boven die onbeantwoord blijven. Net zoals bij de meeste mensen staat bij mij nog steeds het beeld op het netvlies gebrand van de vliegtuigen die de torens van het WTC invliegen en de instortingen van die torens daarna. En de meeste mensen hebben zich niet afgevraagd hoe zo'n constructie op die manier kon instorten. Experts met verstand van de elementaire beginselen van architectuur en fysica wel: zij hebben gesteld dat de torens niet hadden kunnen instorten op de wijze waarop ze zijn ingestort zonder ondermijning van de lagere delen van de gebouwen. En ook de officiële verklaring, dat de brandende kerosine het stalen geraamte heeft doen smelten, zou in strijd zijn met de wetten van de fysica.11 Deze vragen zijn nooit beantwoord.

Gesuggereerd is dat op de passagierslijsten geen Arabische namen voorkwamen. Hoe kan het zijn, dat ondanks dat de aanslagen een "terroristisch hoogstandje" waren, de terroristen zo gemakkelijk te identificeren waren ? Er heeft blijkbaar zelfs op miraculeuze wijze, ondanks de immense hitte, een paspoort van een van de piloten naar beneden kunnen dwarrelen, zodat vastgesteld kon worden wie het vliegtuig had bestuurd. Hani Hanjour, de man van wie gezegd werd dat hij vlucht 77 bestuurde, heeft na veel bijlessen en herexamens een diploma gekregen voor het vliegen met een eenmotorig vliegtuigje. En deze man zou er in geslaagd zijn met een jumbojet van 2130 meter hoogte, gecontroleerd en spiraalsgewijs, in 3 minuten tijd te dalen tot een niveau dat zo laag is dat hij elektriciteitskabels raakte om vervolgens met 700 km/uur met precisie horizontaal het Pentagon in te vliegen ?


Sinds 1945 heeft de VS getracht vele regeringen en volksbewegingen met geweld uit te schakelen. Zelfs is de VS bereid gebleken terreuraanslagen op de eigen burgers te accepteren: het beraamde een aanslag op een eigen passagiersvliegtuig die dan Cuba in de schoenen zou worden geschoven, zodat de VS een voorwendsel zou hebben om militair tegen dat land te kunnen optreden (operatie Mongoose)12. Is hier weer sprake van een dergelijk voorwendsel ? Een zogenaamde door Al Qaeda gepleegde terreurdaad om een reden te hebben militair in Afghanistan en Irak te kunnen ingrijpen ?


Wat wist de Amerikaanse veiligheidsdienst aan de vooravond van 11 september 2001? Waarom zijn de routineprocedures bij een kaping van een vliegtuig niet gevolgd? Vidal citeert Stan Goff, een oud-militair uit het Amerikaanse leger: "Ik begrijp niet waarom de mensen niet een paar gerichte vragen stellen over de handelwijze van Bush & co op de dag van de aanvallen. Vier vliegtuigen worden gekaapt en wijken van hun vluchtplan af. Dat is allemaal zichtbaar op het federale luchtvaartradar."13
Er zijn inmiddels vele complottheorieën ontwikkeld, maar de waarheid zal wel nooit in z'n geheel boven tafel komen, te meer nu blijkbaar President Bush aan de politiek leider van de meerderheid in de Senaat heeft gevraagd om onderzoeken vanuit het Congres naar de gebeurtenissen op 11 september te beperken, omdat een onderzoek middelen en mensen zou afhouden van de oorlog tegen het terrorisme.14 De plannen daarvoor lagen immers al jaren klaar!
9. De reikwijdte van het recht op zelfverdediging.

De vraag rijst of de VS met de oorlog in Afghanistan en in Irak haar grondgebied en de veiligheid van haar burgers verdedigt (zoals bedoeld in art. 51 van het Handvest van de VN) of is hier sprake van het afdwingen van een dominante controlemogelijkheid ?

Het recht op zelfverdediging gaat immers niet verder dan het direct afslaan van een gewapende aanval en het ongedaan maken van de door de vijand verkregen terreinwinst of ander voordeel.
In resolutie 1368 van 12 september 2001 heeft de Veiligheidsraad de aanslagen aangemerkt als "een bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid" en niet als een "inbreuk op de internationale vrede en veiligheid".15 Resolutie 1368 van de Veiligheidsraad zegt niet dat de terroristische aanvallen van 11 september 2001 moeten worden gelijkgesteld met een gewapende aanval als bedoeld in art. 51. Met andere woorden: er is bij een terroristische aanval geen sprake van een oorlogssituatie waardoor het volkenrechtelijk geweldverbod opzij zou kunnen worden gezet ten behoeve van de militaire verdediging van de aangevallen staat.
Art. 51 van het Handvest geeft niet alleen de mogelijkheid tot zelfverdediging doch ook de voorwaarden waaronder men van deze mogelijkheid gebruik kan maken.

De voornaamste voorwaarden zijn:


a. Er moet sprake zijn van een gewapende aanval. Dit impliceert het gebruik van groot militair materieel en een groot aantal soldaten door een staat, gericht tegen een andere staat. Vallen de aanvallen op het WTC onder deze beschrijving ? Kunnen aardappelschilmesjes worden gezien als groot militair materieel ? Of de gekaapte vliegtuigen ? En zijn 19 mannen (terroristen of niet) te omschrijven als een groot aantal soldaten ?

Art. 51 is niet geschreven voor rebelse organisaties die terroristische acties voorbereiden en plegen vanuit een andere staat. Het land van herkomst van de plegers van de terroristische acties kan niet als agressor worden beschouwd.

De gepleegde aanslagen kunnen onder geen omstandigheid worden goedgepraat, maar er moet in dit geval een andere wijze zijn geweest om de bedenkers en uitvoerders hiervan te straffen.
b. Een gewapende aanval moet hebben plaatsgevonden (dus geen dreiging). Dat een aanval heeft plaatsgevonden staat buiten kijf. En als een terroristische actie wordt verpakt als een "armed attack", dan heeft deze plaatsgevonden.

Maar wie bepaalt dat ? Is dat de staat op wiens grondgebied de aanslag is gepleegd ? Zal een getroffen staat geen vergissing kunnen maken bij de vaststelling of ronduit "oneerlijk" kunnen zijn en van de mogelijkheid gebruik maken om zijn machtspositie in de wereld versterken ?


c. Voorts geldt het recht op zelfverdediging slechts totdat de Veiligheidsraad maatregelen heeft genomen en de zelfverdediging mag niet interveniëren met die maatregelen.

In dit geval echter was sprake van een incident dat ter kennis van de Veiligheidsraad kan worden gebracht, die dan eventueel kan besluiten tot het nemen van maatregelen. Voor vergelding van reeds beëindigde aanvallen bestaat geen volkenrechtelijke rechtvaardiging voor militaire acties.16

Dit wordt niet anders doordat de NAVO de terroristische acties onder de reikwijdte van art. 5 van het NAVO-Verdrag heeft gebracht. Het NAVO-Verdrag verwijst uitdrukkelijk naar het Handvest van de VN en benadrukt dat de acties van de NAVO-lidstaten in overeenstemming met het Handvest dienen te zijn.



  1. Conclusie

De Veiligheidsraad van de VN heeft deze aanvallen als terroristische aanvallen gekwalificeerd en in haar resoluties geen toestemming verleend tot militair ingrijpen. In geen van de resoluties die zijn aanvaard door de Veiligheidsraad wordt een machtiging verleend tot het gebruik van geweld tegen lidstaten die het terrorisme zouden steunen. Men roept slechts de lidstaten op om effectieve en daadkrachtige maatregelen te nemen om het terrorisme te bestrijden in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van internationaal recht.
De VS is van mening dat de aanvallen op het WTC en het Pentagon "oorlogshandelingen" zijn geweest en zij daardoor art. 51 Handvest heeft mogen inroepen. De berichtgeving in de media, door de Amerikaanse overheid en veiligheidsdiensten zorgvuldig in nevelen gehuld, heeft de aanzet gegeven voor vele speculaties en complottheoriën, doch voor het "recht op zelfverdediging" is een voorafgaande gewapende aanval door een andere staat noodzaak. En daarvan is geen sprake. Een oorlogshandeling impliceert een aanval door een staat met een gewapende troepenmacht. Art. 51 Handvest is niet geschreven om terroristische acties te vergelden. Niet vastgesteld is kunnen worden welke staat aansprakelijk is geweest voor verstoring van de vrede: er is zelfs geen sprake van een staat als agressor.
De Verenigde Staten heeft zich echter eenzijdig het recht op zelfverdediging toegekend en door oorlogspropaganda een coalitie weten te vormen en is eigenmachtig als vergeldingsactie de oorlog tegen Afghanistan en Irak begonnen. Gebruik van geweld lokt nieuw geweld uit. De aanslagen op 11 september 2001 zijn gruwelijk en mochten niet ongestraft blijven, maar vergelding is geen verdediging. De VS hebben de regels van het internationale recht wel erg ruim in hun voordeel uitgelegd.
Bibliografie:
Baehr & Gordenker 1992

P.R. Baehr & L. Gordenker, De Verenigde Naties, Ideaal en Werkelijkheid, Meppel: Boom 1992


Brouwer 2001

A. Brouwer, Doelwit Irak, De Groene Amsterdammer 8 december 2001


Groot, de 1993

Hugo de Groot, Het recht van oorlog en vrede, Prolegomena & Boek I, (vert. uit Latijn J.F. Lindemans), Baarn: Ambo 1993,


Hamburg 2003

F. Hamburg, De Pax Americana, Breda: Papieren Tijger cop. 2003


Leurdijk 2002

D.A. Leurdijk, De strijd tegen het internationale terrorisme en het recht op zelfverdediging, Internetversie Internationale Spectator 56(1)2002


Malanczuk 1997

P. Malanczuk, Akehurst's Modern Introduction to International law, Londen: Routledge 1997


Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten 2001

Internationaal Toetsingskader voor Gewapende Humanitaire Interventie, 7 maart 2001
Schrijver 2003

N.J. Schrijver, Elf september en de uitdagingen aan het volkenrecht, Vrede en Veiligheid 32 (2003) 1



Stelling, 2002

M. Stelling, Vergelding is geen verdediging, www.ialana.org


Vidal 2002

G. Vidal, Droomoorlog, Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2002


Wallace 2005

R.M.M. Wallace, International Law, Londen: Sweet & Maxwell 2005



www.marxists.org Operation Mongoose, The Cuba Project
www.wereldcrisis.nl , reactie kort geding inzake steun Amerikaanse aanvallen d.d. 26 oktober 2001



1 Prof. Dr. N.J. Schrijver is hoogleraar volkenrecht aan de Vrije Universeit te Amsterdam en het Institute of Social Studies in Den Haag.

2 N.J. Schrijver, Elf september en de uitdagingen aan het volkenrecht, Vrede en Veiligheid 32 (2003) 1

3 Hugo De Groot, Het recht van oorlog en vrede, Prolegomena & Boek I, vert. uit Latijn J.F. Lindemans, Baarn : Ambo 1993, p. 84 e.v.

4 P.R. Baehr /L. Gordenker, De Verenigde Naties, Ideaal en Werkelijkheid, Meppel: Boom 1992, p. 78 e.v.

5 S/RES/1378 (2001), 14 november 2001

6 D.A. Leurdjk, De strijd tegen het internationale terrorisme en het recht op zelfverdediging, Internetversie Internationale Spectator 56(1)2002

7 A. Brouwer, Doelwit Irak, De Groene Amsterdammer 8 december 2001

8 M. Stellng, Vergelding is geen verdediging, www.ialana.org

9 R.M.M. Wallace, International Law, Londen: Sweet & Maxwell 2005, p. 278 e.v.

10 P. Malanczuk, Akehurst's Modern Introduction to International law, Londen: Routledge 1997, p. 311 e.v.

11 F. Hamburg, De Pax Americana, Breda: Papieren Tijger cop. 2003, p. 38

12 Operation Mongoose, The Cuba Project, www.marxists.org

13 G. Vidal, Droomoorlog, Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers 2002, p. 27

14 idem, p. 31 e.v.

15 zie hiervoor ook www.wereldcrisis.nl , reactie kort geding inzake steun Amerikaanse aanvallen d.d. 26 oktober 2001

16 Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, Internationaal Toetsingskader voor Gewapende Humanitaire Interventie, 7 maart 2001





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina