De rijdende rechter



Dovnload 21.89 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte21.89 Kb.
DE RIJDENDE RECHTER
Zaaknummer: 06926

Datum uitspraak: 4 januari 2007

Plaats uitspraak: Hilversum

Bindend Advies
in het geschil tussen:
mevrouw T. van den Broek- van Kempen

te Barneveld

verder te noemen: Van den Broek
tegen:
mevrouw H. van den Berg

te Barneveld

verder te noemen Van den Berg,
gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.
De procedure.
Partijen zijn schriftelijk overeengekomen dit geschil door middel van een bindend advies op basis van het bindend advies reglement "De Rijdende Rechter" editie september 2003 te laten beslech­ten.
De vordering van Van den Broek is opgenomen in de bindend advies overeen­komst. Daarin is ook een tegenvordering van Van den Berg opgenomen.
De rijdende rechter heeft kennis genomen van alle door par­tij­en overgelegde stukken.
Het geschil is behandeld op de hoorzitting van 18 oktober 2006, welke is gehouden te Barneveld.
Partijen zijn behoorlijk opgeroepen voor de hoorzitting.
Partijen zijn verschenen en hebben hun standpunten toege­licht.
Voorafgaande daaraan heeft de rijdende rechter zich begeven naar de in deze procedure bedoelde achtertuinen en heeft hij deze in het bijzijn van partijen bezich­tigd. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op- en aanmerkingen te maken.

Hierna is de uitspraak bepaald op vandaag.


Vaststaande feiten.
In deze procedure mag van de volgende feiten worden uitgegaan, omdat deze voldoende zijn komen vast te staan.


  1. Partijen huren ieder een woning met tuin van de Woningstichting Barneveld. Van den Berg huurt de hoekwoning met voor- en achtertuin gelegen aan het Julianaplein 28, terwijl Van den Broek de daarnaast aan het Julianaplein 26 gelegen woning met voor- en achtertuin huurt.




  1. De achtertuin van Van den Broek is ingesloten door de tuinen van haar buren. Zij kan de openbare weg vanuit haar achtertuin alléén bereiken, door via de achtertuin van Van den Berg naar een daarlangs gelegen pad te lopen, dat weer uitkomt op het Julianaplein. Van den Berg is ingevolge een met Woningstichting Barneveld gemaakte afspraak verplicht om de bewoners van nummer 26 op die manier overpad te verlenen.




  1. Tot nu toe bestaat er een open verbinding tussen de achtertuin van Van den Berg en het daarnaast gelegen, openbare pad. Daardoor kunnen passanten en (helaas) ook loslopende honden vrijelijk de achtertuin van Van den Berg betreden. Van den Berg heeft nu aangekondigd die open doorgang te willen afsluiten met een eenvoudig tuinhekje. Van den Broek heeft zich daartegen verzet.



  1. Aan de achterzijde van de achtertuin van Van den Broek bevindt zich een voortzetting van het hiervoor onder 2. bedoelde pad. Als Van den Broek een deur zou maken in de bestaande schutting aldaar, dan zou zij een eigen, vrij achterom krijgen en dus niet meer door de achtertuin van Van den Berg hoeven lopen.


De vordering van Van den Broek.
Van den Broek vordert kort gezegd, dat wordt vastgesteld dat zij gerechtigd is en blijft tot het gebruik van het bestaande overpad en verder, dat Van den Berg wordt verboden om de bestaande open doorgang door middel van een hekje af te sluiten.
De tegenvordering vordering van Van den Berg.
Van den Berg vorderde kort gezegd primair, dat Van den Broek wordt verboden om nog langer gebruik te maken van het overpad. Bij gelegenheid van de hoorzitting heeft zij deze primaire eis laten varen. Subsidiair vordert zij thans nog slechts een verklaring voor recht, dat zij een afsluitbaar hekje mag aanbrengen in de thans bestaande, hiervoor onder 3. bedoelde open doorgang.
Standpunten van partijen.
Partijen verschillen kort en goed van mening over de praktische toepassing van het ingevolge de huurovereenkomst geldende recht van overpad.
Van den Berg meent dat zij belang heeft bij het afsluiten van haar achtertuin met een hek, omdat de hond anders wegloopt. Daarmee is verder ook haar privacy gewaarborgd. Niet alleen Van den Broek zelf, maar ook al haar bezoek komt achterom, door de tuin van Van den Berg, hetgeen formeel niet is toegestaan. Nu Van den Broek gemakkelijk zelf een eigen achterom kan realiseren vindt Van den Berg eigenlijk dat het contractuele recht van overpad in redelijkheid kan worden opgeheven. Inmiddels is zij echter tot het inzicht gekomen dat het misschien beter is de situatie, zolang Van den Broek naast haar woont, te laten zoals hij is. Zij wil Van den Broek wat dat betreft vanwege haar hoge leeftijd ontzien, maar op zijn minst moet het haar dan wèl worden toegestaan haar tuin met een hekje af te sluiten. Van den Berg ziet niet in welk nadeel Van den Broek daardoor zou kunnen lijden.
Van den Broek stelt dat zij geen andere achterom heeft dan via de tuin van Van den Berg. Contractueel heeft zij het recht om de bestaande achterom, via de tuin van Van den Berg, te blijven gebruiken. Van den Broek ziet niet in waarom zij dat recht zou moeten prijsgeven, noch waarom de bestaande situatie zou moeten worden veranderd, door het aanbrengen van een hekje. Zij heeft kort geleden haar man verloren waarvan zij veel verdriet heeft. Zij woont nu al meer dan 50 jaar in die woning. Alles ging altijd goed. Waarom dan nu die veranderingen? Dat wil zij niet. Zij kan dat er emotioneel niet bij hebben.
Beoordeling van het geschil.
Voorop gesteld moet worden dat Van den Berg zich jegens de verhuurder heeft verplicht om Van den Broek door haar tuin overpad te verlenen. Hoewel dit niet schriftelijk is vastgelegd, is Van den Berg daaraan toch gebonden, zoals zij overigens van begin af aan heeft erkend. Deze verplichting is aan te merken als een beding ten behoeve van een derde, zoals bedoeld in artikel 6.253 van het Burgerlijk Wetboek. Nu Van den Broek dit beding overduidelijk heeft aanvaard, kan zij het daaruit voor haar voortvloeiende contractuele recht op overpad rechtstreeks geldend maken jegens Van den Berg.
Overigens is deze verplichting beperkt tot de bewoners van nummer 26, zodat alleen Van den Broek zelf van dat overpad gebruik mag maken. Van den Berg is dus niet verplicht om anderen door te laten, zoals familieleden en overige bezoekers van Van den Broek. Die moeten via de voordeur. Ik stel echter vast dat Van den Berg daar, om de vrede tussen de buren te bewaren, thans geen punt (meer) van maakt, hetgeen haar siert.
Kortom: het recht van overpad, zoals dat thans wordt uitgeoefend, is een gegeven, waaraan Van den Berg vooralsnog niet wil tornen. Onbesproken kan daarom blijven of Van den Broek door middel van een poort in de schutting zelf een vrij achterom zou kunnen krijgen.
Blijft over de kwestie van het tuinhekje.
Daaromtrent heeft het volgende te gelden.
Dat Van den Berg verplicht is om Van den Broek overpad te verlenen door haar achtertuin staat er niet aan in de weg dat zij een tuinhekje plaatst, mits dit eenvoudig is te openen en overigens geen onredelijke belemmeringen opwerpt om daarlangs te gaan. Van Van den Broek, die zelf ook een tuinhekje heeft geplaatst, dat zij open en dicht kan doen, mag worden gevergd dat zij ook dat nieuwe tuinhekje accepteert. Ik begrijp dat zij moeite heeft met veranderingen als deze, maar dat mag niet in de weg staan aan de uitvoering van de volstrekt redelijke wens bij Van den Berg om enige privacy in haar achtertuin te krijgen. In de thans bestaande situatie kan iedereen er zomaar doorheen, kan haar hondje makkelijk weglopen en laten vreemde, loslopende honden daar zelfs hun uitwerpselen achter. Mede gelet op het (in beginsel) ook voor huurders relevante artikel 5.48 van het Burgerlijk Wetboek meen ik dat Van den Berg dit tuinhekje moet worden gegund.
Op grond van het voorgaande ben ik van oordeel, dat als volgt moet worden beslist.
B E S L I S S I N G
Voor wat betreft de vordering en de tegenvordering.
Verklaart voor recht dat Van den Broek gerechtigd is en blijft om gebruik te maken van het thans bestaande recht van overpad door de achtertuin van Van den Berg.
Verklaart verder voor recht dat het Van den Berg is toegestaan om de thans bestaande opening tussen haar achtertuin en het daarlangs lopende pad door middel van een tuinhekje af te sluiten, mits dit tuinhekje te allen tijde op eenvoudige wijze kan worden geopend en gesloten.
Het over en weer meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M.Visser als rijdende rechter en uitgespro­ken te Hilversum op 4 januari 2007.
Bindend Adviseur Secretaris
Mr. F.M. Visser Mr. J.H. Klimbie








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina