De Tijden der Heidenen (tijden der natiën/volken)



Dovnload 28.61 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte28.61 Kb.

De Tijden der Heidenen

(tijden der natiën/volken)


Prof. Johan Malan, Mosselbaai (december 2011), http://www.bibleguidance.co.za/

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (1977 of HSV)


Vertaling, plaatje en voetnoten door M.V.

Zie verder: http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Statenbeeld.pdf



De Heer Jezus heeft na een lang tijdperk van overheersing door heidense naties, en kort voor Zijn kruisiging, gezegd: “En zij [= het Joodse volk] zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn” (Lukas 21:24).

Het is belangrijk om het begrip “de tijden van de heidenen” goed te verstaan, want de beëindiging van dit tijdperk zal veroorzaakt worden door een dramatisch ingrijpen van de Heer Jezus Christus, wat het herstel meebrengt van de troon van David en het koninkrijk van Israël.

Eerst moet de term “heidenen” gedefinieerd worden. De Bijbel maakt een duidelijk onderscheid tussen Israël en de niet-Joodse volken. Deze volken worden in het Hebreeuws beschreven als goyim (enk. goy) en in het Grieks als ethne (enk. ethnos). Dit betekent “etnische groepen”, “volken”, “naties” of “heidenen”, omdat alle volken buiten Israël in oudtestamentische tijden heidenen waren die de ware God, de God van Israël, niet kenden en als gevolg daarvan vijandig waren tegenover Israël.


De Heer Jezus kondigde met Zijn profetie in Lukas 21:24 niet het begin aan van de tijden der heidenen, maar wel de verdere voortzetting en beëindiging daarvan. Het begin van Israëls overheersing door heidense naties was van bij de Babylonische ballingschap van Juda, en ze duurt nog steeds voort. In de tijd van Christus’ aardse bediening was Israël onderworpen aan het Romeinse Rijk, en daarom voerde een Romeinse gouverneur in Jeruzalem het gezag.

De tijden der heidenen


In zijn Reference Bible (blz. 1345) zegt C.I. Scofield: “De tijden van de naties is het lange tijdperk dat begint met de Babylonische ballingschap1 van Juda tijdens het bewind van Nebukadnezar, en dat beëindigd zal worden door de vernietiging van de politieke macht van de naties over de wereld door de wederkomst van de Heer Jezus in heerlijkheid (Openbaring 19:11-21). Dit zal volgens Daniël gebeuren wanneer een steen zonder toedoen van mensenhanden zal loskomen en het beeld van aardse regering zal treffen en vernietigen (Daniël 2:34-35, 44). Tot die tijd aanbreekt, zal Jeruzalem onderhevig zijn aan de politieke overheersing van de naties (Lukas 21:24)”.

Dwight Pentecost stemt in met deze stelling: “Met de inval van Nebukadnezar is een belangrijk profetisch tijdperk aangebroken, namelijk de tijden van de naties (Lukas 21:24). De tijden van de naties is een lang tijdperk waarin het land, dat God in een verbond met Abraham en zijn afstammelingen gegeven heeft, door heidense machten bezet wordt en waarin op de troon van David geen rechtmatige opvolger zit in de Davidische lijn. Dit type van de naties, dat met Nebukadnezars inname in 605 v.C. begonnen is, zal voortduren totdat de Messias terugkeert. Christus zal dan de naties onderwerpen, het land Israël van heidense overheersing bevrijden, het volk Israël geestelijk herstellen door een nieuw verbond met hen te sluiten, waardoor de zegeningen van Zijn millenniumkoninkrijk aan hen zullen toekomen” (Daniel, in: Bible Knowledge Commentary, blz. 1329; reds. John Walvoord & Roy Zuck).

De gebeurtenissen die Daniël 1 beschrijft2, zijn het begin van Israëls Babylonische ballingschap en derhalve een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Israël als het onafhankelijke verbondsvolk van God in hun eigen land, met Jeruzalem als hun hoofdstad. Hier beginnen de tijden van de niet-Joodse naties, waarin heidense koninkrijken over Israël heersen, heidense culturele en godsdienstige gebruiken op hen afgedwongen worden, en waarin volgens niet-Joodse kalenders, dikwijls in termen van regeringstermijnen van heidense regeringen, gerekend wordt.

Na de val van Jeruzalem en de beëindiging van Israëls koninklijke dynastie zou het koningshuis van David niet meer de vertegenwoordiger van Gods koninkrijk op aarde zijn en zouden heidense koningen de scepter zwaaien in het Midden-Oosten en in de rest van de wereld. Zelfs na Israëls herstel uit Babylonische ballingschap waren zij aan het gezag van heidense wereldrijken onderworpen, terwijl de tijden van de naties hun verdere loop namen. In het hele nieuwtestamentische tijdperk is Jeruzalem “door de heidenen vertrapt” (Lukas 21:24).

Gods koninkrijk zal pas weer als een zichtbare werkelijkheid op aarde gezien worden wanneer Israël en Jeruzalem ten volle hersteld zijn en Jezus Christus op de troon van David regeert. Vóór de geboorte van Jezus heeft de engel aan Maria over haar Zoon gezegd: “Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven” (Lukas 1:32). Tijdens Zijn eerste komst was Jezus de lijdende Messias Die Zijn leven aflegde voor de zonden van de hele wereld, maar bij Zijn wederkomst zal Hij als Koning komen die de vervallen troon van David zal herstellen (Handelingen 15:16-17).

Alle pogingen door koninkrijkstheologen om Gods koninkrijk zonder een volledig hersteld Israël en Jeruzalem zichtbaar te manifesteren, is misleidend en onbijbels, en kan slechts door de Antichrist gebruikt worden om een humanistisch en multigodsdienstig koninkrijk op aarde te vestigen waarin Israël niet de leidende rol speelt. De ware kinderen van God zijn nog steeds vreemdelingen en bijwoners in een wereld die in de macht van het/de boze ligt3. Het doel van het evangelie is: “opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld” (Galaten 1:4) en niet om van de hele wereld een christelijke wereld te maken en zodoende zichtbaar gestalte te geven aan Gods koninkrijk. Dit zal pas gebeuren wanneer de Koning komt, want Hij alleen kan de troon van David in Jeruzalem herstellen.

Wij leven in een erg belangrijke periode van de wereldgeschiedenis, waarin Jeruzalem en Israël toenemend hersteld worden in afwachting van de komst van de Koning. Jeruzalem is in juni 1967 ten volle uit Jordaans beheer bevrijd, en in augustus 1980 als Israëls eeuwige en onverdeelbare hoofdstad verklaard. Sedert augustus 1980 heeft Jeruzalem voor de eerste keer weer de status genoten van vóór de Babylonische ballingschap - de hoofdstad van een onafhankelijk Israël, maar nog steeds zonder koning. Sedert de Babylonische ballingschap was er nooit meer een opvolger van David op de koninklijke troon in Jeruzalem, en die zal er ook niet zijn voordat de Messias weerkomt. Het is vooral op godsdienstig terrein duidelijk dat de vertreding van Jeruzalem nog steeds voortduurt, omdat de Tempelberg beheerd en vertrapt wordt door heidense volken die hun valse religies beoefenen in het hart van Jeruzalem. Deze situatie zal slechts veranderen wanneer Israëls Messias-Koning komt, want Hij zal de politieke machten van de niet-Joden verwoesten (Openbaring 19:19-20), en ook: “op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik uit het land de namen van de afgoden zal uitroeien, zodat aan hen niet meer gedacht zal worden” (Zacharia 13:2).

Wij naderen nu het ogenblik waarop Davids troon zal hersteld worden en Jeruzalem nog veel meer dan in de tijd van David en Salomo in het middelpunt van het wereldgebeuren zal staan. Een voorwaarde hiervoor is dat hetgeen geestelijk met Israël verkeerd is gegaan, eerst hersteld zal moeten worden. Het volk moet zich bekeren door de Messias als Verlosser aan te nemen zodat de Heer aan hen nieuwe harten kan geven (Ezechiël 36:24-28). Omdat Israël als volk nog steeds weigert om de Heer Jezus als Messias te erkennen, zal het gedeeltelijk herstelde Jeruzalem in de komende verdrukking weer aan het heidense beheer overgegeven worden. Het zal soortgelijk zijn aan Babylonische verdrukking van Israël, hoewel korter maar wel in een veel ergere graad.

Jezus heeft ervoor gewaarschuwd dat Israël een valse Messias zal aanvaarden (Johannes 5:43), dat deze misleider de tempel van Jeruzalem zal ontheiligen (Mattheüs 24:15), en dat Jeruzalem door zijn vijanden ingenomen en bijna door hen verwoest zal worden (Zacharia 14:2). Vele Joden zullen andermaal voor overleving uit de stad moeten vluchten (Mattheüs 24:15-21). Aan het eind van de verdrukking zal Jezus als Messias plots op de Olijfberg neerdalen, het overblijfsel van Israël redden, de vijandelijke machten verdelgen en Zijn koninkrijk in Jeruzalem vestigen (Zacharia 14:4-9).

Pas op dit tijdstip zullen de tijden der heidenen voorbij zijn en zal Israël hersteld worden in zijn positie als hoofd van de naties. Voor hen zullen tijden van verkwikking voor het aangezicht des Heren aanbreken (Handelingen 3:19).


Waarschuwingen aan Israël


Israël heeft van aanvang af de roeping gehad om Gods geheiligde vertegenwoordiger op aarde te zijn (Deuteronomium 26:18-19). Indien zij aan deze roeping getrouw zouden zijn, zou God hun de leidende natie van de wereld maken:

“En het zal gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaam bent, door al Zijn geboden, die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen, dat de HEERE, uw God, u dan een plaats zal geven hoog boven alle volken van de aarde. … En alle volken van de aarde zullen zien dat de Naam van de HEERE over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u bevreesd zijn. … De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied dat u ze in acht neemt en houdt” (Deuteronomium 28:1, 10, 13).

Het tegendeel is echter ook waar: indien Israël haar roeping niet vervult, en afdaalt naar het niveau van de heidense volken en hun heidense afgodsdiensten, dan zal er grote ellende komen:

“Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen over u zullen komen en u zullen treffen: … De vreemdeling die in uw midden is, zal hoger en hoger boven u uitstijgen, maar u zult lager en lager neerdalen. … Het zal u benauwen in al uw poorten, totdat uw hoge en versterkte muren, waarop u in heel uw land vertrouwde, neervallen. Het zal u benauwen in al uw poorten, in heel uw land, dat de HEERE, uw God, u gegeven heeft. … De HEERE zal u verspreiden onder al de volken, van het ene einde van de aarde tot aan het andere einde van de aarde. Daar zult u andere goden dienen, die u noch uw vaderen gekend hebben, hout en steen” (Deuteronomium 28:15, 43, 52, 64).

Israël heeft zijn koningshuis door de Babylonische ballingschap verloren, en daarmee gelijk ook zijn onafhankelijk bestaan in hun land. Zelfs nadat zij zeventig jaar later in hun land hersteld werden, is hun koningshuis niet hersteld en waren zij nog steeds aan het oppergezag van heidense volken onderhorig. Tijdens de eerste komst van de Messias, Die de enige rechtmatige opvolger is van het koninkrijk van David, heeft Israël wegens haar ongeloof haar kansen verbeurd om geestelijk en politiek volkomen hersteld te worden als het onafhankelijke en leidende volk van God in de wereld. In tegendeel, nog ergere dingen dan de Babylonische ballingschap van zeventig jaar zouden over hen komen, want zij zouden overgegeven worden aan internationale verstrooiing die nu al bijna 2000 jaren duurt.

De Messias heeft gezegd dat Jeruzalem verwoest zou worden (Mattheüs 23:37-38; Lukas 19:41-44), en er aan toegevoegd dat de stad door legers zou omsingeld worden, dat de inwoners zouden vallen door de scherpte van het zwaard, en dat Jeruzalem door de naties zou vertreden worden totdat de tijden van de heidenen zou vervuld zijn (Lukas 21:20-24).


Het herstel van Israël


Net zo duidelijk als de profetieën over Israëls verstrooiing en het verdere verloop van de tijden der heidenen, zijn ook de talloze profetieën over Israëls eindtijdse herstel en de beëindiging van de periode van niet-Joodse overheersing. Deze kan echter slechts aanbreken wanneer de Messias, Die 2000 jaar geleden door Israël verworpen werd, terugkeert en het hele overblijfsel van het volk met Hem verzoend wordt. Hij heeft dit Zelf in het vooruitzicht gesteld toen Hij Zijn hemelvaart en de eerste-eeuwse verwoesting van Jeruzalem aangekondigde: “Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!” (Mattheüs 23:39).

Zijn wederkomst zal naar de nationale verzoening leiden tussen Israël en de Messias:

“Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene. … Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid” (Zacharia 12:10; 13;1; vgl. Ezechiël 36:22-28).

Wanneer dit gebeurt, zullen de tijden van de naties formeel voorbij zijn en zal de hele wereld door Christus geregeerd worden vanaf de herstelde troon van David in Jeruzalem (Handelingen 15:16-17). Het geestelijk herstelde Israël zal voor de hele wereld tot zegen zijn (Romeinen 11:12, 26) en zij zullen de hele wereld “met vruchten vervullen” voor het koninkrijk van de Messias (Jesaja 27:6).


Geen vervangingstheologie


De Bijbel biedt helemaal geen steun aan de vervangingstheologie die zo algemeen verkondigd wordt, want deze berust op de veronderstelling dat God Zijn verbond met Israël verbroken heeft wegens hun zonden, en dat de Kerk hen daarna vervangen heeft als het “geestelijke Israël” van het Nieuwe Testament. Dit theologische uitgangspunt is geheel in strijd met de Bijbel, want Gods verbond met de fysische nazaten van Abraham, Izaäk en Jakob is onverbreekbaar.

“Maar bovendien: wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, dan zal Ik hen niet verwerpen en niet van hen walgen door hen te vernietigen en Mijn verbond met hen te verbreken, want Ik ben de HEERE, hun God. Ik zal ter wille van hen denken aan het verbond met de voorouders, die Ik voor de ogen van de heidenvolken uit het land Egypte geleid heb om hun tot een God te zijn. Ik ben de HEERE” (Leviticus 26:44-45).

Daarna zal Israël beantwoorden aan het doel waarvoor de Heer hen aanvankelijk heeft geroepen. Zij zullen allemaal de Messias van harte dienen en er zullen geen afvalligen meer onder hen zijn (Jeremia 31:31-34). Alle niet-Joden zullen de gunst zoeken van de Joden en hen dienen (Zacharia 8:23).

“Want het volk en het koninkrijk die u niet zullen dienen, zullen vergaan en die volken zullen totaal verwoest worden. … Ook zullen, zich buigend, naar u toe komen de kinderen van hen die u onderdrukt hebben, en allen die u verworpen hebben, zullen zich neerbuigen aan uw voetzolen, en zij zullen u noemen: Stad van de HEERE, het Sion van de Heilige van Israël” (Jesaja 60:12, 14).


“De volheid4 van de heidenen”


Gedurende de tijden der heidenen5 stelt de Heer in Zijn genade alle volken van de wereld in de gelegenheid om het koninkrijk der hemelen binnen te komen, door Jezus Christus als Verlosser te aanvaarden. Tijdens deze periode zal het ongehoorzame Israël in een verstrooide toestand verkeren en hun stad Jeruzalem vertreden door de naties. Individuele Joden kunnen echter nog steeds gered worden, maar wegens hun minderheidspositie kan dit niet de lotgevallen van het hele volk veranderen. De gedeeltelijke geestelijke verharding van het volk zal voortduren “totdat de volheid4 van de heidenen is binnengegaan” (Romeinen 11:25).

Het grootste deel van de oogst (van christenen) onder de heidenen zal tijdens de Opname ingezameld worden, omdat christenen niet bestemd zijn voor Gods oordelen over de ongelovigen (Lukas 21:36; 1 Thessaloni­cenzen 1:10). Tijdens de daarop volgende verdrukking zal er echter ook een groot aantal mensen uit alle naties, en ook uit Israël, gered worden (Openbaring 7:1-17), en dan pas zal Jezus Christus komen als de Koning der koningen, om de koninkrijken van alle naties over te nemen (Openbaring 11:15; Daniël 2:34-35, 44-45).

Het huidige, gedeeltelijke herstel van Israël en Jeruzalem is voor ons een vaste aanduiding dat de tijden der heidenen bijna voorbij zijn. Eerst zal de Heer de naties oordelen die de reddende genade van Zijn Zoon verworpen hebben, en daarna zal Hij Zijn vrederijk instellen voor het overblijfsel van Israël en de naties die de oordelen overleefd hebben, en zij zullen allemaal met Hem verzoend worden (Mattheüs 24:29-30).

“De HEERE zal Koning worden over heel de aarde” (Zacharia 14:9).

E-mail: verhoevenmarc@skynet.be

Homepage: www.verhoevenmarc.be of users.skynet.be/fa390968



Ga hier naar de Nieuwste Artikelen

1 Eerste deportatie tijdens de regering van Jojakim, in 606 vC, tweede deportatie tijdens de regerering van Jojachin (Jojakin) in 597 vC, derde deportatie tijdens de regering van Zedekia (Sedekia) en de verwoesting van Jeruzalem in 586 vC. Zie verder. Zie het schema: http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Koninkrijken-Israel-Juda.pdf.

2 Dit is de tijd van de eerste ballingschap: “In het derde jaar van de regering van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem en belegerde het” (Daniël 1:1).

3 “Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt” - 1 Johannes 5:19. Zie ook 1Jh 2:14; Jh 17:15; Gl 1:4; Ef 5:16; Jk 1:27

4 Deze “volheid” betekent het volle getal, of de menigte van de heidenen. Zie dergelijk Rom. 11:12. (SV Kantt. 122).

5 Vanaf de bekering van Cornelius (Handelingen 10) wel te verstaan!





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina