De Toekomst van de Staalindustrie



Dovnload 12.9 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte12.9 Kb.
De Toekomst van de Staalindustrie
Zonder staal kunnen we niet,
maar is er nog plaats voor een staalindustrie in deze contreien?
Prof. dr. ir. Jef Roos

Dept. Metaalkunde en Toegepaste Materiaalkunde

Katholieke Universiteit Leuven

Staal is een verzamelnaam voor een heel brede waaier van materialen die gebaseerd zijn op legeringen van ijzer met koolstof (koolstofstalen) of met chroom (roestvaste stalen). De ontwikkeling van het materiaal zelf en de innovatieve toepassing van staal in consumptie- en investeringsgoederen van allerlei aard loopt continu verder, wat zich ondermeer heel duidelijk manifesteert in de transport- en bouwsector.

IJzer en staal stonden aan de wieg van onze beschaving. De primaire grondstoffen, ijzeroxiden zoals hematiet en magnetiet, zijn overvloedig in de aardkorst aanwezig, zodat er niet voor uitputting dient te worden gevreesd. De productie van staal is in vergelijking met meer reactieve metalen zoals aluminium en titaan, vrij eenvoudig en minder energie-intensief. Het is daardoor en omwille van de productieschaal een stuk goedkoper dan de andere metalen. De hoge bindingssterkte van ijzer, gecombineerd met een aantal specifieke structurele eigenschappen van zijn legeringen, laten toe om staallegeringen met heel uiteenlopende vervormbaarheid en treksterkte te ontwikkelen (Figuur 1).

Figuur 1: Totale verlenging en treksterkte van koolstofstaallegeringen


Staal is bovendien uitstekend recycleerbaar. Door deze samenloop van geo-economische, materiaal- en productiekarakteristieken is staal het belangrijkste metallische materiaal, met een jaarlijkse productiemassa die die van alle andere metallische materialen samen met een factor tien overstijgt. Staalgebruik is bijgevolg ook een maatstaf voor het ontwikkelingsstadium van een land, zoals heel duidelijk wordt aangetoond door de relatie tussen de staalconsumptie en het bruto binnenlands product .
De grondstoffen voor de staalproductie zijn ijzererts, schroot, reductiemiddelen (steenkool, cokes, aardgas). Het klassieke productie-apparaat bestaat uit een keten van cokesovens – hoogovens – convertoren – panmetallurgie – continu gietinstallatie – warm- en koudwalsen (Figuur 2). In het geval schroot de belangrijkste ijzerbron is, wordt een alternatieve route gevolgd waarbij de elektrische boogoven als smeltapparaat wordt ingezet. Deze zware industrie is hoogtechnologisch, en relatief energieverslindend en milieubelastend. Ondanks de stijgende productieniveaus daalt de tewerkstelling in de sector voortdurend. Het is een industriële sector die ook nu nog sociaal en politiek zwaar weegt, alhoewel in onze contreien minder zwaar dan weleer.


Figuur 2: Vereenvoudigd staalproductieschema
De staalindustrie vond zijn oorsprong in gebieden waar ijzerertsen en/of steenkool beschikbaar waren. Voorbeelden hiervan zijn de staalindustrieën van het Luikse, de Borinage en Lotharingen. In de 19de eeuw was de staalindustrie een essentiële component van de industriële revolutie. Ze zorgde voor een periode van grote bloei, o.a. in Wallonië. De eerste activiteiten in de staalproductie in Vlaanderen dateren van het begin van de jaren zestig, met de oprichting van Sidmar (Sidérurgie Maritime) aan het zeekanaal Gent-Terneuzen voor de productie van koolstofstaalplaat, en de (kleinschaligere) productie van roestvaststaalplaat bij ALZ in Genk.
De eerste grote staalcrisis viel samen met de oliecrisis van 1974. De overproductie van staal gaf aanleiding tot instortende prijzen en dramatische faillissementen. Nationale en Europese acties werden op touw gezet, productiequota werden overeengekomen en minder performante bedrijven werden gesloten. Het aantal bedrijven kromp hierdoor, maar de resterende bedrijven wisten de sluiting van installaties handig te compenseren door productiviteitsverhogingen, zodat ten tijde van de crisis van begin jaren ’90 –veroorzaakt door de val van de Muur en een verstrengend protectionisme op de Noordamerikaanse markt- de capaciteit in Europa nauwelijks was gedaald. De Europese staalindustrie werd ondertussen wel stevig hervormd door sluitingen en privatiseringen, want onder het wakende oog van de Europese Commissie werd staatssteun voor de staalindustrie enkel nog toegelaten voor onderzoek, milieuaspecten en voor de sociale gevolgen van capaciteitsafbouw. Tegelijkertijd werd de industrie gekenmerkt door een schaalvergroting, eerst nationaal, dan continentaal en nu wereldwijd. Zo werd bijvoorbeeld in eigen land in 1981 door het samenbrengen van het grootste deel van de Waalse staalindustrie Cockerill Sambre opgericht. In 1999 verwerft het Franse staalbedrijf Usinor Cockerill Sambre en in 2001 ontstaat ARCELOR uit Arbed (Luxemburg), Aceralia (Spanje) en Usinor( Frankrijk). Desondanks is de staalsector vandaag nog weinig geconcentreerd in vergelijking met zijn partners, zoals de mijnsector of de automobielsector, en wat directe implicaties heeft voor zijn winstgevendheid.

Het is dan ook te verwachten dat de staalindustrie deze concentratiebeweging zal verderzetten, zeker tot de top 10 bedrijven meer dan 50 % van de wereldproductie voor hun rekening nemen. Globaal is er een ook duidelijke tendens merkbaar naar productie in grotere en meer maritieme eenheden, in regio’s met lage loon- en milieukosten en beschikbaarheid van grondstoffen, en naar doorgedreven benchmarking als stuwende kracht voor kostenbesparingen en technologische vernieuwingen. In relatieve termen zal er bijgevolg een verschuiving optreden van de staalindustrie naar de groeimarkten India – China – Zuid-Amerika (Figuur 3).


Figuur 3: Verschuiving van de staalproductie naar groeiregio’s en grondstoffenregio’s

Staal ondervindt als constructiemateriaal gezonde competitie van andere materialen zoals aluminium en polymeercomposieten. De staalindustrie reageert hierop door nieuwe legeringen te ontwikkelen en bestaande beter te integreren in specifieke toepassingen. De staalindustrie blijft hoe dan ook een cyclische industrie, die wel een normale, door de belegger geëiste, winst wenst te realiseren. Een en ander zal ook voor de Belgische en Vlaamse staalindustrie gevolgen hebben.

Staal is van alle tijden en is zonder twijfel een netto schepper van welvaart en welzijn. De staalindustrie is een globale industrie geworden, met evenwel grote lokale impact. Onze staalbedrijven staan gelukkig technologisch en ecologisch aan de wereldtop en kunnen daardoor – ondanks de onvermijdelijke relatieve verschuiving van de productie naar groeimarkten – hier nog lange tijd toegevoegde waarde blijven scheppen.



Universiteit van de Derde Leeftijd – K.U.Leuven J.Roos






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina