De toenemende commercialisering in de sport beperkt de journalist in zijn/haar werkzaamheden



Dovnload 31.07 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte31.07 Kb.
De toenemende commercialisering in de sport beperkt de journalist in zijn/haar werkzaamheden

Het laatste fluitsignaal heeft geklonken en de voetballers verlaten het veld. Een van hen krijgt direct een microfoon onder zijn neus geduwd. De speler heeft zojuist een shirtje met de tegenstander gewisseld en de zweetdruppeltjes glinsteren nog op het voorhoofd. Prachtige taferelen, maar helaas verleden tijd.

Sinds 2005 moeten interviews rondom het Champions League voetbal namelijk voor de daarvoor bestemde reclameborden gehouden worden. Een van de vele voorbeelden waaraan we kunnen merken dan de commercie een steeds grotere rol in de sportwereld speelt. Maar in hoeverre wordt de sportjournalist door deze toenemende commercialisering beperkt in zijn werkzaamheden?

Het voetbalstadion van FC Twente, door de supporters liefkozend het Epi Drost-stadion genoemd, heet vandaag de dag ‘De Grolsch Veste’. Aan deze benaming kunnen we zien dat de commercie hoogtijdagen viert. ,,In eerste instantie krijg je een benaming als De Grolsch Veste moeilijk over je lippen’’, beaamt voetbalcommentator Theo Reitsma.

Volgens Reitsma, die op 67-jarige leeftijd nog altijd wedstrijden verslaat, gaat er een tijdje overheen voordat zo’n benaming geheel geaccepteerd wordt. ,,In het begin hadden we ook moeite met de Amstel Gold Race, maar die naam is inmiddels niet meer weg te denken. Daarnaast pomp Amstel veel geld in het evenement. Het is te makkelijk om te zeggen dat de commercie de sport heeft overgenomen, want de commercie heeft de sport op bepaalde vlakken ook geholpen.’’



Samensmelting sport en commercie

De komst van de commercie is een van de veranderingen die de sportjournalist de afgelopen decennia heeft moeten ondergaan. Sport en commercie zijn niet meer los van elkaar te zien, beseft ook Stan Bos, sportjournalist van het Algemeen Dagblad. ,,Sportverenigingen kunnen het hoofd alleen nog boven water houden met voldoende sponsoring. Het is de tand des tijds. Ik denk dat het alleen maar meer wordt en dat in de toekomst steeds meer sponsornamen in de clubnaam worden verwerkt.’’

,,Het is een gegeven’’, beaamt Paul de Lange. Jarenlang schreef hij in de sportkaternen van het NRC Handelsblad en momenteel is hij docent Sportjournalistiek op de School voor de Journalistiek in Utrecht. ,,Ik denk zelfs dat de sport niet meer zonder commercie zou kunnen. Veel clubs hebben geen bestaansrecht zonder geld van buiten.’’

De sport is een gebied dat zich bij uitstek leent voor commercie, meent Theo Reitsma. ,,Maar de pure sport is nooit in bedwang genomen. Tijdens mijn werkzaamheden als commentator heb ik ongetwijfeld last van de commercie gehad, daar kan je niet omheen. Maar het is niet zo dat het loodzwaar op mijn schouders drukt.’’

Sommige journalisten kunnen minder goed leven met de toenemende rol van de commercie in de wereld van de sport. Henk Spaan, sportjournalist en columnist in het Parool, probeert zich er helemaal niets van aan te trekken. ,,Het liefst kijk ik gewoon naar voetbal, zonder de randverschijnselen daarbij in ogenschouw te nemen.’’

Govert Wisse, al dertig jaar sportjournalist bij het Haarlems Dagblad, vindt dat er grenzen aan de invloed van commercie verbonden moeten worden. ,,Sponsors vinden nogal eens dat wie betaalt bepaalt. Dat kan niet. De sponsor heeft inbreng en zeggenschap, maar bepaalt niet het beleid van een club of bond. Daarnaast zie je dat fabrikanten betalen voor reclame op televisie, bijvoorbeeld tijdens de Olympische Winterspelen. Gevolg: extra lange pauzes tijdens schaatswedstrijden om een reclameblok er tegen aan te gooien. Dat gaat me allemaal te ver.’’



Objectiviteit in berichtgeving

Maar heeft de toenemende commercialisering in de sport ook gevolgen voor de objectiviteit in de berichtgeving van sportjournalisten? Volgens Stan Bos is deze invloed miniem. ,,Als sportjournalist kan ik nog altijd in alle eerlijkheid oordelen over wat ik bijvoorbeeld van een wedstrijd vind. Als dat kritisch is en de hoofdsponsor zou daar niet van gediend zijn, neem ik dat ter kennisgeving aan.’’

Ook Govert Wisse denkt dat het wel meevalt met de invloeden van commercie op de berichtgeving. ,,Neem bijvoorbeeld De Telegraaf. Die krant staat meer open voor commercie in de kolommen dan bijvoorbeeld Trouw en De Volkskrant. De Telegraaf zal makkelijker een naam van de fabrikant noemen, maar ik geloof niet dat De Telegraaf vervolgens een knudde toernooi de hemel inschrijft omdat het goede banden heeft met zo´n bedrijf.’’

Hij denkt niet dat het sportjournaille in al die jaren meer of minder objectief is geworden. ,,Wel komen de namen van bedrijven wat meer voor, bijvoorbeeld met een vignet bij een topscorerklassement waar dat bedrijf de prijzen voor geeft. Zoiets was twintig jaar geleden ondenkbaar. In die zin zijn we ook commerciëler gaan denken, maar daardoor niet minder objectief.’’

Waar Bos en Wisse denken dat het wel meevalt met de invloed van commercie op de berichtgeving van sportjournalisten, vreest Paul de Lange voor de onafhankelijk van bepaalde media. ,,Op het moment dat kranten met clubs verweven beginnen te raken wordt het dubieus. Zo is het Algemeen Dagblad tegenwoordig sponsor van de Eredivisie. Dat is niet slim, want een krant moet onafhankelijk zijn en de schijn buiten de deur houden.’’

Rol van voorlichters

Ondertussen lijkt er ook een strijd tussen sportjournalisten en voorlichters gaande te zijn. Voorlichters beginnen een grote rol te spelen, waardoor de journalist goed op zijn tellen moet passen. ,,Aan de ene kant kunnen voorlichters best van hulp zijn, maar meestal tref ik ze niet graag op mijn pad’’, vertelt Paul de Lange. ,,Vooral in het voetbal willen ze het artikelaltijd lezen en bepaalde uitspraken schrappen. Dat vind ik schadelijk.’’

Marije Randewijk, chef sport bij de Volkskrant, gaf onlangs op‘De nieuwe reporter’ een perfect voorbeeld van de verschuivingen in de onderlinge verhoudingen.“De Rabobank wielerploeg heeft geprobeerd om alle stukken die ik over de ploeg schreef van tevoren te mogen inzien. Dat hebben wij resoluut van de hand gewezen. Het voordeel is dat wij de keuze hebben om een seizoen lang geen interviews te publiceren met renners van de ploeg. Toen ik dat uitlegde, draaiden ze snel bij.”

Tijdens zijn werkzaamheden voor het Algemeen Dagblad heeft Stan Bos weinig moeite gehad met voorlichters. Hij vindt dat zij het werk nauwelijks bemoeilijken. ,,Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar over het algemeen bevestigen die de regel dat het niet zo is. Interviews moet je, zeker in het betaalde voetbal, aanvragen bij voorlichters. Je weet dat er dan bepaalde passages worden geschrapt. Maar ik denk dat journalisten zich niet laten afschrikken. Je hebt nu eenmaal met voorlichters te maken.’’

Volgens Govert Wisse bemoeilijken voorlichters het werk van de journalist wel degelijk. ,,Een voorlichter moet voorlichten. Dat gebeurt ook wel, maar vaak zijn ze ook een muur tussen de journalist en degene die je graag wilt spreken. Ik denk dat journalisten zich te vaak laten afwimpelen. En dat is niet de bedoeling.’’

Daar ligt nou juist het probleem. Journalisten laten zich doorgaans te makkelijk afwimpelen, vindt ook voetbalcommentator Theo Reitsma. ,,Een voorlichter probeert het voor zijn club mooier te maken dan dat het in werkelijkheid is. Dat is zijn goed recht. In dat opzicht is het misschien wel lastiger geworden voor de journalist, maar die dient gewoon doorzettingsvermogen te tonen om uiteindelijk de waarheid boven tafel te kunnen krijgen.’’

Paul de Lange vindt ook dat de sportjournalist in een strijd met een voorlichter ten allen tijde zijn poot stijf moet houden. ,,Als een voorlichter het stuk leest en hier en daar feitelijke onjuistheden wilt aanpassen moet daar ruimte voor zijn. Maar vaak zegt een speler dat hij een bepaalde uitspraak niet op die manier heeft gedaan en dan vraagt de voorlichter of het geschrapt kan worden. In zo’n situatie moet de sportjournalist zich sterk opstellen.’’ Om deze situaties te voorkomen raadt De Lange zijn collega’s aan om een bandje mee te laten lopen. ,,Dat heb je altijd bewijsmateriaal om op terug te vallen.’’

Journalistieke vrijheid onder druk?

Commercie, voorlichters en mediatrainingen. Het is niet meer weg te denken uit de wereld van de sport. Toch staat de vrijheid van de sportjournalist volgens Theo Reitsma niet onder druk. Hij vindt dat sportjournalisten zelf verantwoordelijk zijn voor hun vrijheid. ,,De vrijheid van een sportjournalist staat niet onder druk, want hij kan zelf nadenken en bepalen wat hij opschrijft.’’ Ook Stan Bos maakt zich geen zorgen. ,,Een sportjournalist heeft nog altijd voldoende vrijheid’’, meent hij.

Paul de Lange is wat minder positief gestemd. ,,Het wordt allemaal steeds lastiger. Tegenwoordig is het moeilijk om topspelers uitgebreid te kunnen interviewen. Ze worden veel weggehouden voor de pers. In de tijd van Cruijff en Van Hanegem was een interview van een paar uurtjes bij de speler thuis geen uitzondering. Dat is nu ondenkbaar geworden.’’

Ook Govert Wisse denkt dat de vrijheid van de sportjournalist in de loop der jaren is verminderd. ,, Dat heeft niet zozeer met de commercie te maken, maar wel met de invloed die bonden, spelers, trainers en clubs willen hebben op stukken die in de media verschijnen. Men wil eerst het verhaal lezen voor het in de krant verschijnt. Werk je daar niet aan mee, dan geen interview. Dat is een beperking.’’

Naast de opmars van de voorlichters wordt de gewenste ‘objectiviteit’ in de berichtgeving ook door een andere factor beïnvloed. Clubs proberen steeds vaker invloed op de publiciteit uit te oefenen. Zo bestaat er tegenwoordig Club TV, waarin clubs als Feyenoord, Ajax en PSV zelf het nieuws mogen verzorgen. Deze uitzendingen zijn vooral gericht op de eigen achterban. Maar zijn deze media geen bedreiging voor het imago van de sportjournalistiek?

,,De meeste mensen zullen wel door hebben dat Ajax en Feyenoord TV geen echte journalistiek bedrijven’’, zegt Paul de Lange. Hij constateert dat spelers weinig grote interviews meer geven aan kwaliteitskranten als Trouw en het NRC Handelsblad, terwijl clubbladen vol staan met breed uitgemeten interviews. ,,Dat neem je contact op met de club omdat je een bepaalde speler wilt interviewen en dan krijg je te horen dat je maar uit het blad van de club moet citeren. Dat is zonde, maar verder zie ik dat niet als een beschadiging voor het imago van de journalistiek.’’

Stan Bos sluit zich daarbij aan. ,,Ik denk dat kijkers heel goed realiseren dat een kanaal als Ajax TV niet objectief is en dat dit vanuit de club wordt aangestuurd. Het wordt pas een bedreiging voor het imago van de sportjournalistiek als Studio Sport op een streng subjectieve manier bericht.’’

Wat brengt de toekomst?

In de ogen van Theo Reitsma ontstaat er op deze manier langzaamaan een nieuw vakgebied. ,,Een zender als Ajax TV komt tot stand omdat consumenten bereikt moeten worden. Het gaat vooral om het verstrekken van informatie en niet zozeer om journalistiek. Dat zie je wel vaker tegenwoordig, maar het wordt ook vaak gecombineerd. Zo lijkt er een nieuw journalistiek, informatieverstrekkend gebied op te komen.’’

Sport en commercie zijn niet meer los van elkaar te zien. Voor de journalist wordt het steeds lastiger om objectieve berichtgeving te verzorgen, doordat bonden, clubs, trainers, voorlichters en sponsoren allemaal invloed willen uitoefenen. De toenemende commercialisering beperkt de sportjournalist wel degelijk in zijn werkzaamheden, maar dit hoeft geen probleem te zijn als de desbetreffende sportjournalist zijn poot stijf weet te houden.

Aankomende sportjournalisten moeten zich niet laten afwimpelen en, zoals Theo Reitsma zegt, doorzettingsvermogen tonen. Want de waarheid moet uiteindelijk wel boven tafel komen. Zij moeten alert blijven, zodat zij niet worden ingepakt door de commercie.

De groeiende rol van de commercie hoeft geen desastreuze gevolgen voor de journalistieke berichtgeving te hebben. De komende generatie sportjournalisten kan een voorbeeld nemen aan Stan Bos: ,,Als journalist kan ik nog altijd in alle eerlijkheid oordelen over wat ik bijvoorbeeld van een wedstrijd vind. Als dat kritisch is en de hoofdsponsor zou daarvan niet zijn gediend, neem ik dat ter kennisgeving aan.’’

De invloeden van de commercie zijn onvermijdelijk, maar zolang de journalist een kritische houding aan weet te nemen, zal de sportjournalistiek haar onafhankelijke positie behouden.



Bronnendossier______________________________________________________________

A. Mondelinge bronnen

Theo Reitsma, sportverslaggever Eredivisie Live

Tel.: 051-5230486, e-mail: theo.reitsma@planet.nl

Gesproken op: 15 maart 2010

Paul de Lange, Sportjournalist NRC Handelsblad en docent minor Sportjournalistiek aan de School voor Journalistiek in Utrecht.

Tel.: 020-7799578, e-mail:paul.delange@hu.nl

Gesproken op: 16 maart 2010

Stan Bos, Tekstschrijver en Sportjournalist van het Algemeen Dagblad

Tel.: 06-20956897, e-mail: stan.bos@casema.nl

Gesproken op: 10 maart 2010.


Govert Wisse, sportjournalist Haarlems Dagblad

Tel.:088 824 12 50E-mail: g.wisse@hdcmedia.nl

Gesproken op: 24 maart 2010
Henk Spaan, oprichter van Hard Gras, ‘het voetbalblad voor lezers’, sportjournalist, columnist van het Parool en televisiepresentator.

E-mail: Henkspaan@planet.nl

Gesproken op: 12 maart 2010

B. Boeken

Jennings, A. (2006)



Vals spel!

Utrecht: Kosmos uitgevers

Lagae, W. (2006)

Marketingcommunicatie in de sport

Amsterdam, Pearson Education Benelux



D. (digitale) Documenten

E. Webpagina’s

De Nieuwe reporter, Bas Knoop (2008).


Oranje boven bij gekooide sportjournalist


http://www.denieuwereporter.nl/2008/09/oranje-boven-bij-gekooide-sportjournalist/

Redactie@denieuwereporter.nl Het Media Loket, Perahof 9, 3743 BR Baarn, te: 035-5334749

Geraadpleegd op 11-03-2010


De Volkskrant, Paul Onkenhout

De ruggengraat van de Nederlandse sportjournalistiek

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/606422/2001/02/17/De-ruggengraat-van-de-Nederlandse-sportjournalistiek.dhtml

De Volkskrant, Jacob Bontiusplaats 9, 1018 LL Amsterdam, te: 020-562 9222

Geraadpleegd op 10-03-2010
De Journalist, Vaktijdschrift

Evert en Carrie ten Napel: ‘Wij hebben elke dag redactievergadering.’

http://webcache.googleusercontent.com/search?q=cache:69rESNd_i8UJ:forum.elfvoetbal.nl/viewtopic.php%3Ff%3D251%26t%3D16991%26start%3D800+evert+en+carrie+ten+napel+redactievergadering&cd=1&hl=nl&ct=clnk&gl=nl&source=www.google.nl

Villamedia Magazine, Johannes Vermeerstraat 22, 1071 DR Amsterdam, te: 020 - 67 66 771.

Geraadpleegd op 09-03-2010
Villamedia Magazine, Guus van Holland

Sportjournalistiek kiest voor medailles

http://www.villamedia.nl/opinie/bericht/sportjournalistiek-kiest-voor-medailles/

Villamedia Magazine, Johannes Vermeerstraat 22, 1071 DR Amsterdam, te: 020 - 67 66 771.

Geraadpleegd op 11-03-2010
Stichting Mediadebat, Mischa de Bruijn

Hoe clean zijn onze jongens van de sport?

http://www.mediadebat.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=130&Itemid=1

stichting Mediadebat, Johannes Vermeerstraat 22, Amsterdam, 1070 AZ Amsterdam, te: 020 67 66 77 1, e-mail: redactie@mediadebat.nl

Geraadpleegd op 10-03-2010
InfoNU, online bibliotheek, Imke Vis

Sportjournalistiek: geschiedenis

http://sport.infonu.nl/geschiedenis/5142-sportjournalistiek-geschiedenis.html

Geraadpleegd op 10-03-2010



F. Beeld en geluid

Niet van toepassing.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina