De trein van Bamako naar Dakar (1982)



Dovnload 24.87 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte24.87 Kb.
De trein van Bamako naar Dakar (1982)
We hadden vooraf kaartjes gekocht en dachten dat daarmee zitplaatsen verzekerd zouden zijn. We waren er dus helemaal niet op bedacht dat we moesten vechten om binnen te komen en stoelen te bemachtigen.

De trein reed drie uur later als aangekondigd het station binnen. Op dat moment stormden vanuit alle hoeken en gaten van het station in Bamako jongetjes op de trein af en al voor dat deze stil stond begonnen ze door ramen en deuren naar binnen te klimmen. Eenmaal in de trein namen ze hele compartimenten in beslag.

We hadden wel gezien dat er overal op het perron stapels spullen lagen, maar hadden geen idee van de bedoeling daarvan. Dat werd ons nu snel duidelijk! De spullen werden door de ramen aangereikt aan de jongens die naar binnen waren gekropen en die begonnen ze op te stapelen. Wat er allemaal in de dozen en zakken en los verpakt zat interesseerde ons niet. Als beschaafde Europeanen wilden we door de deur naar binnen. Fout! In Afrika doe je dat door het raam want dat gaat vlugger. Ik besefte dat ik snel moest handelen, anders zouden we de hele reis kunnen staan.

“Kom op Kees, naar binnen,” schreeuwde ik terwijl ik me door de massa voor de deur vocht. Zonder spullen mee te nemen, maar met alleen de bedoeling plaatsen te veroveren. Helemaal tegen mijn Nederlandse aard in om in alle rust en met respect voor anderen een plaats te zoeken ben ik door het treinstel geworsteld, links en rechts mensen wegduwend, tot ik bij een compartiment kwam waar nog niet al te veel spullen lagen. Die heb ik aan de kant gegooid en ik ben gaan zitten en ik heb het lege compartiment met vier zitplaatsen verdedigd tot Kees bij me kwam.




Van alle kanten werd er in het Bambara tegen me gescholden. Zelfs Kees werd boos op me. ‘Dat kun je niet maken man om zo te keer te gaan!” riep hij verontwaardigd. Schreeuwen was nodig om boven de herrie om ons heen uit te komen.

“Wat wil je dan? De moraalridder uithangen en dan zesendertig uur staan?”


Drukte in en om de trein op een station.


Overal was er ruzie. En werden instructies geschreeuwd over wat er moest gebeuren. Waar ik me niet druk om maakte. Ik heb tegen Kees gezegd dat hij contact met Geertje en Wilma die nog op het perron stonden moest zien te krijgen en hen moest zeggen onze spullen naar binnen te brengen. Maar zonder iets onbeheerd achter te laten.

Kees en de meiden kwamen om de beurt rugzakken brengen en de andere kleine dingen die we hadden. Tijd genoeg om dat rustig te doen. Een half uur later zaten we met al onze spullen om ons heen. Hoewel het nog vroeg in de ochtend was en niet al te warm liep het zweet ons al in de bilnaad. Maar dat was even nodig geweest.


Vijf maanden daarvoor waren we met zijn zessen uit Nederland vertrokken om met een Mercedes bus via Italië, Tunesië en Algerije naar West-Afrika te trekken. Dwars door de Sahara.1 Na vele ruzies onderweg besloten we in Togo uit elkaar te gaan. Huug en Ria gingen met de Mercedes bus verder en met z’n vieren hebben we een kleine Peugeot 204 gekocht. Daarmee zijn we via Burkina Faso naar de Dogon Vallei in Mali gereden en via Mopti en Ségou uiteindelijk in Bamako aangekomen. De rit naar Senegal durfden we niet aan met de oude en kleine auto vanwege de zware zandstukken onderweg waarvoor we waren gewaarschuwd. Daarom hadden we besloten om de trein naar Dakar te nemen.
De dag voor het vertrek waren we naar het station gegaan om kaartjes te kopen. “Jullie moeten vandaag tussen 3 en 6 uur de grote bagage afgeven. Die kun je niet bij je houden, maar gaat morgenochtend in een bagagewagon mee,” werd ons gezegd.

Toen we in Togo onze eigen weg waren gegaan had elk van ons vieren een grote metalen kist gekocht waar we onze persoonlijke spullen in bewaarden en vervoerden. Echt Afrikaans! De kisten waren gemakkelijk op het dak van de kleine Peugeot vast te maken en ze waren bruikbaar als tafel of om op te zitten of om muskietennetten aan vast te maken.

Kees was het er helemaal niet mee eens. “Ik geloof er niets van dat we die kisten ooit nog terug zien,” mopperde hij.

“Maar als we ze niet inleveren dan lopen we het risico dat we morgenochtend op het station staan en dan te horen krijgen dat onze koffers niet mee mogen,” opperde Wilma.

“Of dat we een belachelijke berg geld moeten betalen, omdat we dan geen keuze hebben,” voegde ik toe.

We moesten het risico nemen en om 3 uur ben ik met Kees naar het station gegaan. Bij het bagagedepot moesten we onze tickets laten zien. Die lagen nog in de kamer die we in Bamako hadden gehuurd. Kees ging de tickets ophalen, terwijl ik wachtte bij onze inmiddels tegen diefstal met stalen banden omspannen kisten.

Het duurde lang voordat Kees terug was en toen hij eindelijk kwam zaten er twee agenten bij hem in de auto. “Wat is er aan de hand?” vroeg ik hem.

“De uitrit voor het station is een eenrichtingsweg en ik ben er vanaf de verkeerde kant in gereden.”

De agenten wilden dat hij mee ging naar het bureau. Gelukkig had Kees wel al de tickets opgehaald en we mochten eerst de bagage afhandelen. Daarna moesten we met een van de agenten op weg.

Zo fout als ik in eerdere aanvaringen met handhavers van de wet had gehandeld, zo fout deed Kees het nu. Hij ging in discussie over de overtreding. Zo goed als Kees toen de zaak afhandelde zo rustig deed ik het nu. Natuurlijk had meneer agent gelijk. Maar omgerekend negentig gulden boete was toch wat veel voor zo’n kleine overtreding. En of hij geen rekening kon houden om ons krappe budget. Of er niet iets te regelen was? Voor 15 gulden zonder reçu kwamen we er van af.


Nadat we van de agent verlost waren hebben we de auto gelijk geparkeerd bij de S.M.E.R.T., het toeristenbureau, zodat hij ons niet nog meer geld zou kosten. 340 gulden voor treinkaartjes, 15 gulden smeergeld, 10 gulden parkeergeld en nog wat voor extra boodschappen hadden we die dag al uitgegeven. Terwijl we 100 gulden per dag te besteden hadden!

Toen we naar huis liepen kwamen we Wilma tegen. Die was naar het postkantoor geweest om haar vriend Rob te bellen in Nederland. Dat was gelukt en ze had goed nieuws. Rob zou over een dag of tien in Dakar aankomen. Huug en Rani hadden het geld dat ze ons hadden beloofd omdat zij de Mercedes bus hadden mogen houden in Nederland overgemaakt en Rob zou dat geld meebrengen.

We hebben op de markt gegeten. Sla met patat en gebakken kip, zoals zo vaak. Daarna zijn we naar onze kamer terug gegaan om nog wat te slapen. Dat lukte niet echt. Ik viel pas om half 1 in slaap en we moesten om half 4 al op. Ons laatste brood gegeten, de rugzakjes ingepakt en naar het station gelopen. Eigenlijk kwam het wel goed uit dat we de kisten niet meer mee hoefden te sjouwen.
Half 6 waren we daar en wilden op het perron gaan zitten. Maar dat mocht niet. We moesten in de hal wachten. Tussen een massa mensen met zakken en dozen en grote schalen zoals vrouwen gewoonlijk op het hoofd droegen.

“Waarom moesten wij onze kisten van tevoren inleveren?” vroegen wij ons verwonderd af toen we dat tafereel overzagen.


Wachtende passagiers in de stationshal.

Tegen half negen reed de trein het station binnen en even later gingen de hekken open waarachter mensen die naar wij vermoedden passagiers waren zich hadden verzameld. Op zijn Malinees wilde iedereen er gelijk door. Dat lukte natuurlijk van geen kant. Mensen werden omver gelopen, zakken bleven haken, dozen scheurden open en de inhoud vloog alle kanten op, schalen vielen van hoofden.

Met onze minimale bagage waren we snel bij de trein waar zich de taferelen afspeelden die ik eerder heb beschreven. In de trein zat dus in elk compartiment een jongetje dat de vier zitplaatsen claimde. Wij veroverden vier plaatsen, lieten ons niet vermurwen door de scheldpartijen die we over ons heen kregen en bekeken met verbazing wat er om ons heen gebeurde.

In de trein was een veldslag op gang gekomen. Schreeuwende en scheldende mensen die over plaatsen ruzieden. Ondertussen brachten anderen bagage de trein in. De bagagerekken werden vol gestouwd, onder en op de banken werden spullen opgestapeld en aan de rekken en op andere plaatsen werd van alles opgehangen. Spullen die van één passagier waren werden aan elkaar gebonden.

In het gangpad stonden manden en lagen zakken met pinda’s en andere spullen. Er was amper nog plaats om te lopen. Wij slimme Europeanen hadden daar onze gedachten over. Er stonden in het gangpad een aantal lege manden naast elkaar. Geertje zette die in elkaar. Maar de mevrouw van wie die manden waren zette ze weer naast elkaar. Geertje zette ze even later weer in elkaar. Mevrouw boos en zei dat dat niet moest. Geertje haalde haar schouders op: “Pourqoui pas?” Volgens de mevrouw zouden anderen de plaatsen dan inpikken en het was maar voor een station. Dus we hebben het maar zo gelaten.

De trein had eigenlijk om vijf uur moeten vertrekken, maar om negen uur was iedereen nog met manden en zakken aan het slepen. Om half 10 reed de trein 300 meter vooruit. Kwart voor tien 300 meter achteruit. Om 10 uur eindelijk vertrek. De jongetjes die nog steeds met spullen sleepten sprongen door de ramen naar buiten. En de zitplaatsen die open waren werden ingenomen door ‘Mama’s’, handelsvrouwen want dat bleken het te zijn.


De eerste uitdaging zou zijn om de dieseltrein over de heuvels net buiten Bamako te krijgen. Er was ons verteld dat de trein regelmatig stil stond voordat de top was bereikt. Dan moest hij helemaal de berg af en ging terug door het station tot aan de andere kant van Bamako. Dan werd met een langere aanloop een nieuwe poging gewaagd.


Een diesel zoals de Bamako – Dakar trein


In de stad nam de trein met volle kracht een aanloop. De walm werd door de open ramen de coupé in gezogen. Eenmaal buiten de stad bergop minderde de snelheid. Maar we hadden mazzel. De trein ging over de heuvels en begon aan de lange rit naar Dakar.

Na Bamako waren er om de 10 kilometer stationnetjes en daar begon de trein pas echt vol te worden. Niet met mensen, die kwamen er nauwelijks nog bij. Maar de mama’s gingen aan het inkopen. Elk stationnetje bleek een specialiteit te hebben. Hele ladingen mango’s, colanoten, meloenen, poetsgras, zoethout, bollen kleverig spul die eetbaar waren, keiharde deegkoekjes en wat al niet meer werd ingekocht.

De trein raakte belachelijk vol. Eerst werd het onder de banken volgestouwd, later in het gangpad, toen tussen de banken en nadat de vloer tot op de hoogte van de banken vol lag werd ook op de banken steeds meer handelswaar neergelegd. Elk plekje werd gebruikt. Uiteindelijk zaten mensen op de dozen en zakken en kwamen steeds hoger te zitten. Helemaal te dol.

Tegen 3 uur ’s middags was het middenpad tot meer als een meter hoog volgestouwd. Banken waren niet meer te zien. Maar de inkoop bleef maar doorgaan. De mensen zaten en lagen op de spullen. Tegen 2 uur ’s nachts waren we aan de Senegalese grens en vanaf daar stopte de inkoop van spullen.

De hele dag door was geprobeerd stukjes van onze plaatsen te veroveren. Eerst wilden mensen spullen op onze bagage die in het rek boven ons lag stapelen. Wij terugzetten natuurlijk die spullen. Daarna probeerde men van alles onder onze banken te stoppen. Sommige mama’s beseften dat wij geen handelaren waren, maar dat we gewoon van Bamako naar Dakar wilden. Zij hadden consideratie met ons en waren er mee akkoord dat we ons compartiment afschermden met hun zoethout stokken. Als we dat niet hadden gedaan dan hadden we de hele reis last gehad van mango’s en kokosnoten en andere spullen die ons compartiment binnen rolden.
In al die chaos werd gewoon geleefd. De rit duurde 36 uur en dan moet je eten en drinken, naar de wc gaan, slapen en jezelf bezig houden. De eerste paar uur heb ik met verwondering gekeken naar wat er om me heen gebeurde. Na de middag heb ik een paar uur lang gemiste slaap ingehaald. Dat bleef bij wat doezelen en ik werd met hoofdpijn wakker. Ik heb het rustig aan gedaan en ben zelfs niet aan schrijven toegekomen. Nadat de hoofdpijn was gezakt hebben we zolang het licht was gekaart.

Op elk station werd eten aangeboden. Gebakken kippen, saté, brood, rijst met saus. En veel fruit. Je hoefde daarvoor de trein niet uit. Er liepen vrouwen met schalen op hun hoofd langs de trein en door de ramen zonder ruiten kon je die kopen. Water voor koffie en thee kookten we op een gasstelletje dat tussen onze benen stond. Water was te koop en Nescafé hadden we bij ons.

Licht was er niet in de trein, dus ’s nachts werd alles wat lastiger en we moesten ons behelpen met zaklampen. Daardoor kregen we enig idee van de problemen die de blinden ondervonden die over alle rommel in de trein heen kropen op zoek naar een aalmoes. Wat voor de nodige hilariteit zorgde vanwege een inschattingsfout van Wilma. Die ging een blinde bijlichten wat uiteraard weinig zin had.

De wc was al vanaf het begin van de reis niet te gebruiken omdat deze vol lag met spullen. Overigens had ik er anders waarschijnlijk ook geen gebruik van gemaakt vanwege de stank die in het hok hing. We deden onze behoefte als de trein stil stond. Net zoals de Afrikanen een eindje van de trein weglopen en een veldje of een grote boom opzoeken.

Het grootste probleem was om de trein uit te komen. Voor één uitgang zat de hele reis een kreupele man waar je overheen moest klimmen om bij de deur te komen. De andere uitgang was gebarricadeerd met zakken met handel. Als uitgang werd de plek gebruikt waar twee treinstellen aan elkaar bevestigd waren en waar je je tussen de stangen door naar buiten kon wurmen. De andere optie was om door een raam te klimmen wat als nadeel had dat je dan van een behoorlijke hoogte moest springen.

Slapen was door alle herrie en onrust zo goed als onmogelijk. Toen het rond middernacht een beetje lukte, op en over elkaar heen liggend en schuddend, half op de banken en half op handelswaar, werden we door de douane wakker gemaakt. Eerst de Malinese die een keer de paspoorten controleerde en de rest van de nacht door de Senegalese die wel tien keer langs zijn gekomen.

Ze hadden het vooral voorzien op de mama’s met hun handelswaar. Ons lieten ze redelijk met rust. Ons paspoort hoefden ze maar een keer te zien en zelfs een stempel was niet nodig. Terwijl we er in Mali een stuk of acht hadden gekregen. Maar ze wilden steeds onder onze banken en in het bagagerek kijken waardoor we toch werden gestoord.

In de nacht reden we door woestijnachtig gebied en er waren weinig stops. Maar in de loop van de ochtend waren er steeds meer stationnetjes waar de mama’s begonnen om de spullen die ze in Mali hadden gekocht te verkopen. Waarmee er langzaam wat meer plaats kwam.

We zijn in Diourbel, een kilometer of dertig voor Dakar, uitgestapt en op dat moment was op sommige plaatsen de vloer van de wagon al weer te zien. Wonder boven wonder werden onze kisten onaangeroerd aan ons overhandigd.

Ons plan was om in Diourbel in een ziekenhuis te gaan werken, maar dat plan hebben we laten varen. Toen we er aan kwamen bleek het een te westers ziekenhuis. Met een bus zijn we naar Dakar gegaan waar we een lokaal hotelletje hebben gezocht waar we hebben gewacht op de komst van Rob en ons geld. Die kwam twee dagen later als verwacht aan en omdat ons geld op was zijn we naar de ambassade gegaan waar we, ongelooflijk maar waar, honderd gulden konden lenen. Een dergelijke ambassade service heb ik nooit meer meegemaakt!

Nadat we het weerzien met Rob hadden gevierd zijn we opgesplitst. Rob is met Wilma in de buurt van Dakar gebleven en volgens mij hebben ze vooral genoten van hun fysiek samenzijn. Kees wilde vooral alleen zijn en is naar Saint Louis in het noorden van Senegal gegaan.

Ik heb met Geertje een rondreis van 3 weken gemaakt in het zuiden van Senegal. Met openbaar vervoer vanaf Dakar door Gambia naar de Casamanche en naar Tambacounda. We zouden elkaar weer treffen op 23 februari in de trein terug naar Bamako.

De trein zou om 10 uur ’s avonds in Tambacounda zijn. Maar het werd 3 uur ’s nachts. Omdat niemand iets kon zeggen over de aankomsttijd van de trein konden we alleen maar zitten wachten.

De reis zou 20 uur duren, maar dat werden 24 vreselijke uren. Er zaten veel meer mensen in de trein als op de heenreis, maar gelukkig minder spullen. De mama’s die vanuit Mali lokale spullen mee hadden genomen, hadden nu vooral gebruiksgoederen en verpakte etenswaren als handelswaar: Nescafé, dozen vol tomatenpuree, flessen bakolie, plastic gebruiksvoorwerpen zoals teiltjes en bakjes en dat soort zaken. Dat neemt minder plaats in en is gemakkelijker te stapelen.

Omdat we halverwege instapten hadden we geen zitplaatsen. De eerste 8 uur heb ik op de grond gezeten waar ik een plekje van 30 bij 40 centimeter had. Geertje zat voor me tussen mijn benen. In Kayes, de eerste stop in Mali, heb ik zitplaatsen veroverd.

De sfeer in de trein was een stuk minder leuk als op de heenreis. Mensen waren niet zo vriendelijk en ze waren onverschillig, eigenlijk gewoon onbeschoft. Dikke mama’s die in hun eentje 2 of zelfs 3 plaatsen innamen voor henzelf en hun bagage.

Wilma en Kees zaten zoals afgesproken in de trein. Ze waren al in Dakar ingestapt met een eersteklas ticket. We konden niet bij hen zitten omdat er geen plaatsen waren. Dus we hebben hen onderweg alleen snel gedag kunnen zeggen en konden pas op 25 februari om half 3 ’s nachts bij aankomst in Bamako bijpraten.

Almere,


Januari 2016

1 Mijn reizen door de Sahara zijn beschreven in ‘Peugeot 504 Familiale. Van Amsterdam naar Maradi in 24 dagen’.

De trein van Bamako naar Dakar






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina