De vaders van Moulin Blues



Dovnload 24.02 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte24.02 Kb.
De vaders van Moulin Blues

Een feest in Ospel: Moulin Blues, het festival dat het Limburgse dorpje op de kaart zette, bestaat vijfentwintig jaar. Reden voor een duik in het verleden met de vier belangrijkste mannen voor het festival: oprichters Bert Vossen en Henk Douven, de huidige voorzitter Jo Evers en programmeur Fons Daamen.

Door Ruud Maas

Met pretogen en gelach spreken Bert Vossen (55) en Henk Douven (46) over Moulin Blues. In sneltreinvaart volgt de ene anekdote op de andere. Bijvoorbeeld dat penningmeester Ludo van Thuijl ooit nog eens fietsles heeft gegeven aan Duke Robillard. Of dat enkele jaren geleden de as van een gecremeerde Moulin Bluesfanaat werd uitgestrooid voor het podium. Met weemoed denken de twee terug aan de beginjaren. In juli 1985 ontstond het idee om Ospel een festival te geven. Bert Vossen gooide een balletje op. “Ik organiseerde artiestenavonden bij café De Prins in Ospel. In juli 1985 boekte ik Duke Robillard. Dat was het moment van omslag, want het was gelijk volle bak”, zegt Vossen. Op uitnodiging van Robillard ging hij mee naar het Belgium Rhythm- & Bluesfestival in Peer. Enkele dagen later ontmoetten Vossen en Douven elkaar in de plaatselijke kroeg. “Wat in Peer kan, moet hier ook kunnen”, zeiden ze. Hun hart voor blues ging kloppen en ze hakten de knoop door. Samen bedachten ze het masterplan voor het festival.

“Het maakt niet uit wat voor festival het wordt, als er maar wat gebeurt zei Henk. Zelfs een popfestival was mogelijk”, lacht Vossen. “Toch trok blues ons meer. Het komt voort uit de slavernij. Mensen zagen muziek als hun vrijheid. Voor de bezoekers van Moulin Blues is het ook hun vrijheid. Natuurlijk is het niet geheel te vergelijken, maar de zoektocht naar ‘nietsdoen’ komt overeen”, zegt Douven.

De eerste stappen waren gezet en een periode van pionierswerk begon. Ze neusden rond op festivals en spraken met organisatoren. Ook moest er een vijfkoppig bestuur komen. Dus werd de kameradenclub aangevuld met Sil Lenders en de broers Math en Johan Creemers. Jo Evers en Fons Daamen kwamen pas later in beeld voor een bestuursfunctie. De locatie voor het festival was snel gevonden, want buiten de dorpskern lag een braak terrein. “Ik stond op dat veld en zag gelijk alles voor me. De droom zou uitkomen, voelde ik.” Zo geschiedde. Die eerste avond op het festival was een moment van ontlading, herinnert Vossen zich. “Ik heb veel opleidingen gedaan, maar ze nauwelijks afgemaakt. Die avond stroomde de tranen over mijn wangen. Het was me eindelijk gelukt om iets te volbrengen. Dat was een grote overwinning.”

De eerste editie trok 935 bezoekers. Minder dan gehoopt, maar het gaf de organisatoren wel het gevoel dat het festival bestaansrecht had. “Er was gewoon een doordacht plan. Weliswaar met een enorm risico, maar op dat concept konden we jaren teren”, leggen ze uit. “Mensen hadden de hele winter binnengezeten en wilden naar buiten. Wij gaven ze die kans.”

Het festival moest internationale allure krijgen en dus werden zeven bands uit zes landen geboekt. Een unicum. “Dat hebben we niet meer overtroffen, maar we hebben Ospel er definitief mee op de kaart gezet.” Na drie jaar verlaat Douven het bestuur om een café te beginnen. “Moulin Blues is een van de mooiste dingen die ik in mijn leven heb gepresteerd. Nog steeds moet alles daarvoor wijken. Ik voel me schatplichtig aan de mensen die het festival organiseren. Daarom blijf ik komen.”

Bestuurlijk gezien waren het niet altijd gemakkelijke tijden. “Als festivalorganisator moet je een vrije vogel zijn. Je moet vrijheid krijgen. Ik heb hem misschien te vaak genomen en was behoorlijk dominant”, zegt Vossen. “Bert is creatief en uitgesproken. Wat hij zei, durfden wij alleen te denken. Soms moest de rem er gewoon op”, vertelt Douven. Dat was af en toe moeilijk, bekent Vossen: “Ik nam een vlucht met mezelf en was na het festival total loss. Het was vaak onverantwoord om door te gaan, maar ik deed het. De eerste vijftien jaar heb ik roofbouw gepleegd en dat ging ten koste van mijn gezondheid. Ik ging honderd grenzen voorbij en merkte niet dat ik over mensen walste. ‘Godverdomme, Vossen’ klonk het dan. Eén bestuurder is opgestapt door mij. Dat heb ik pas twee jaar geleden gehoord en vind ik echt heel vervelend. Door miscommunicatie heb ik uiteindelijk in 2008 de handdoek in de ring gegooid en ben ik uit het bestuur gestapt. Iedereen heeft gehandeld met de beste bedoelingen, maar onuitgesproken zaken zijn een eigen leven gaan leiden.’ Het is ook de reden dat Bert Vossen en Henk Douven niet aan tafel hoeven te zitten met programmeur Fons Daamen (55) en voorzitter Jo Evers (50). Ook daarom proberen Evers en Daamen tijdens het interview steeds te vissen wat Vossen en Douven precies gezegd hebben en of ze stiekem zaten na te schoppen.

Ook zij praten enthousiast over het festival. “Zolang het leuk blijft, gaan we door. Als we morgen geen zin hebben, stoppen we. Het is ons festival”, legt Jo Evers uit. “Eerst waren we teleurgesteld dat we geen subsidie kregen, maar ik vind het nu vooral plezierig dat we die niet nodig hebben en onze eigen koers varen”, zegt Evers. “Maar als iemand aanklopt, zeggen we geen nee”, lacht Daamen.

In het jubileumjaar kijkt het bestuur uiteraard terug. “Vanaf het eerste jaar was de uitstraling en het enthousiasme goed, dus we wisten dat er toekomst inzat”, zegt Evers die bij de eerste editie als vrijwilliger betrokken was. Daarna werd hij bestuurslid en vanaf het tiende jaar is hij voorzitter. “Je zag meteen dat het festival zich onderscheidde. Het was redelijk serieus. Heel anders dan caféhouders die een bandje boekten en voor de deur lieten spelen. Wij hadden meteen een weiland met een camping.” Dat hij voorzitter is, weegt hem niet zwaar. “Dat moet je niet uitvergroten. Iemand moet het doen, zeg ik altijd maar.” Fons Daamen zit vanaf het derde jaar in het bestuur. “Ik was al twee keer op het festival geweest. Toen ik hoorde dat er een bestuursfunctie vrijkwam, ben ik daar achteraan gegaan. Ik vond Moulin Blues aantrekkelijk omdat het kleinschalig is en er een ongedwongen sfeer hangt.” Waar het bestuur vroeger vooral een vriendengroep was die alles besliste met een pils in de hand, zijn de functies nu meer gescheiden. “In het verleden werd alles gezamenlijk beslist, maar dat werkte niet altijd. Als je over alles met zijn tienen moet beslissen, gaat het soms niet goed.”

Door de jaren is er volgens Daamen veel ervaring opgedaan. “We weten wat we willen. De programmering moet breed zijn, dat is ons handelsmerk. Niet alleen authentieke blues, maar ook nieuw talent krijgt een kans.” De focus is wat veranderd, zegt Evers. “In het verleden streefden we naar grote namen, zoals B.B. King en Bill Wyman. Maar dat is steeds moeilijker. De bluesartiest is letterlijk een uitstervend ras. Grote legendes zijn ruimschoots de tachtig gepasseerd en treden nauwelijks op. De puristen missen die namen misschien, maar de grote massa vertrouwt op onze programmeurs.” Zolang je de mensen maar niet teleurstelt, zegt Daamen. “Vorig jaar trad Jason Ricci op. Hij was toen vrij onbekend, maar de mensen waren na afloop lyrisch.” Nu is hij een grote jongen. Die nieuwe garde kun je ook het beste hebben, doet Evers uit de doeken. “Vaak doen gevestigde namen een routineus optreden en soms is dat echt een aanfluiting. Toen Bo Diddley bij ons optrad, had hij er helemaal geen zin in. Jammer.”

Toch zijn de meeste artiesten gemakkelijk in de omgang. “Bluesartiesten hebben geen kapsones. Vaak is het voor hen heel moeilijk om een goede tour van de grond te krijgen en zijn ze extra blij als ze in een ander land spelen. Meestal horen we dat artiesten het hier goed hebben. In Amerika zeggen sommige bands tegen elkaar dat ze echt naar Ospel moeten. Die reclame is een groot compliment.” Een uitzondering op de regel was Joe Bonamassa. “Niemand mocht hem aanraken of tegen hem praten en de organisatie moest van het podium af. Daar hebben we meteen tegen geprotesteerd. De band voor hem mocht niet lang spelen en buiten moest de tourbus de hele tijd stationair draaien. Ze wilden echt laten zien dat ze er waren. Dat is vooral jammer voor zijn imago, want toen hij eerder bij ons optrad, was hij een hele aardige jongen. Ja, toen moest hij nog bekend worden natuurlijk.”

Het festival kende andere dieptepunten. Zoals de uitbraak van mond- en klauwzeer, de vogelgriep en de varkenspest (zie ‘De plagen van Moulin Blues’) en de dood van Lester Butler, enkele dagen na zijn optreden op Moulin Blues. Het werd zijn laatste show. Ook Jeff Healey overleed. “Hij stond op ons verlanglijstje en het ging ons lukken, want de contracten waren al getekend. Maar toen stierf hij helaas.” Daarnaast was er enkele jaren geleden sprake van een aantal financiële tegenvallers. “Na de eeuwwisseling kregen we een afvlakking en kwam er te weinig geld binnen. Het was toen bijna over en uit, maar we hebben ons gerevancheerd en zijn uit de dip gekomen. Dat duurde even, maar het is ons gelukt.”

Ondanks die dieptepunten blijft het bestuur optimistisch. Dit jaar schuift het festivalterrein zo’n vierhonderd meter op. “Ze zijn op de oude locatie aan het bouwen en dan wordt het te klein voor ons. Het leuke is dat we nu compacter worden. Maar we hebben er niet zelf voor gekozen, we moesten weg”, vertelt Daamen. Voor de toekomst heeft dat weinig gevolgen. “Groter worden is geen streven”, zegt Evers. “Ga je groeien dan verplicht je jezelf tot zoveel extra. Dat hoeft voor ons niet. Vergeet niet dat we al het grootste bluesfestival van Nederland zijn.”

Het is juist daarom dat Bert Vossen en Henk Douven nog altijd trots zijn op wat ze in de beginjaren hebben opgezet. “De sfeer is nog altijd dezelfde. Dat is de kracht. Natuurlijk vond er een organisatorische verzaking plaats. Eerst besloten we dingen met een sigaret en pilsje in de hand. Dat kan niet meer.” Het mooiste vinden ze dat heel Ospel hun droom oppikte. Begin mei heerst er een saamhorigheidsgevoel. “Er ligt een braak terrein en dan begin je. Dat heb ik altijd fantastisch gevonden.” Al was het voor de Ospelnaren best wennen, vertelt Vossen. “Vlak voor het festival kwamen ruige mannen en vrouwen op motoren Ospel binnenrijden. Compleet met kettingen, tatoeages en zwarte kleding. Dat was slikken, maar snel raakte iedereen daaraan gewend.” Ze hebben al jaren geleden besloten zich niet meer met het bestuur bezig te houden. Ze zijn tegenwoordig enkel bezoekers van het festival, zegt Bert Vossen. “ Wij hebben het bedje gespreid en daar kan Moulin Blues gelukkig mee vooruit. Nog heel lang hoop ik.” Daar is Douven het mee eens. “Het is voor eeuwig, dat weet ik zeker.”



Tijdspad Moulin Blues

1985:
De Amerikaanse zydecoband Al Rapone treedt op in café ’t Babbeltje in Nederweert. Daarmee maakt de band het bluesgevoel los bij enkele Ospelnaren.
1986:
Bert Vossen en Henk Douven slaan met Math en Johan Creemers en Sil Lenders de handen ineen. De Stichting Rhythm & Blues Ospel wordt opgericht. Met een begroting van 50.000 gulden en een geraamd tekort van ca. 22.000 gulden zit er een fiks risico aan het hele gebeuren. Op 10 mei is het zover: de eerste editie vindt plaats. Ruim 900 bezoekers zijn hierbij aanwezig.
1987:
Een van de topacts is de Engelse bluesband Chicken Shack, maar ze laten verstek gaan tijdens het festival. Een vervangend optreden is snel geregeld als muzikanten van diverse bands samen het podium betreden en een potje jammen.
1988:
Maja van den Broecke, de vrouw die zal uitgroeien tot het boegbeeld van Moulin Blues, verschijnt voor het eerst op het podium. Zij zal het festival jarenlang presenteren.
1990:
Vanwege het lustrum wordt een talentenjacht georganiseerd. Zeven Limburgse bluesbands maken kans de openingsacts van Moulin Blues te worden. De winnaar wordt Michigan Red Bluesband.
1991:
Tijdens de presentatie van het festivalprogramma treedt een bijzondere band op: Huub Stapel en The Directors. De bandleden zijn naast Huub Stapel onder meer: Dick Maas, Nouchka van Brakel, Maja van den Broecke en Monique Klemann.
1993: Screamin’ Jay Hawkins staat op Moulin Blues. Mede dankzij de doodshoofden, botjes en andere voodoomateriaal wordt het een spectaculaire show. Als hij in het busje terug naar het hotel wordt gebracht, begint het te bliksemen. De artiest spreekt precies op dat moment de legendarische woorden: “Miraculous, I did it.”
1995: Het tienjarig bestaan wordt gevierd met een tweedaags programma. Bert Vossen overhandigt de voorzittershamer aan Jo Evers.
1996: In 1996 is het festival op 3 en 4 mei. Burgemeester Fons Jacobs stelt één voorwaarde: dodenherdenking op 4 mei zal niet zomaar aan de bluesbezoekers voorbij gaan. Het bestuur vraagt Minderbroeder Kapucijn Rogier ’t Hoen een woord te richten tot het publiek.
1998: BB King, ‘the Godfather of Blues’, is te gast in Ospel. Ook wordt geschiedenis geschreven met het optreden van Lester Butler en zijn band 13. Een week later overlijdt Butler.
2001: Mond- en Klauwzeer in Limburg. De burgemeester stelt zich de vraag of hij het festival door kan laten gaan, en beslist uiteindelijk na lang wikken en wegen positief.
2004: De toename van bluesfestivals, het ontbreken van publiekstrekkers, de stijging van de prijzen én niet op de laatste plaats het slechte weer van de afgelopen jaren kost het festival bezoekers en dus geld.
2007: Moulin Blues is zo goed als uitverkocht en de zon staat aan de zijde van Moulin Blues. Los Lobos, ook al van de zonnige kant, is één van de smaakmakers.
2008: Jeff Healey staat op de poster, maar overlijdt. Een vervanger moet op het allerlaatste moment worden gezocht. Tommy Castro valt in en neemt de honneurs eervol waar.
2010: Het vijfde lustrum wordt aangekleed met het thema “The blues is dead - Long live the blues”. Het festival krijgt een nieuwe locatie. Geen vuiltje aan de lucht, totdat Los Lonely Boys en The Reverend Peyton’s Big Damn Band afzeggen. Razendsnel moet de organisatie op zoek naar vervangende acts.
Met dank aan Francis Bruekers, auteur van het jubileumboek ‘Talk of the Town’.






De zes plagen van Moulin Blues

Dat het organiseren van een festival niet altijd van een leien dakje gaat, heeft het bestuur van Moulin Blues een aantal malen aan den lijve ondervonden. Een overzicht van hoe een festival geplaagd kan worden.



Plaag 1: Tsjernobyl
Net voor de eerste editie ontploft een kernreactor in Tsjernobyl waardoor radioactieve straling zich door Europa verspreidt. Tijdens het festival staan de Amerikaanse Duke Robillard en zijn vrouw op de stoep met een tas vol gewassen groenten. Zij zijn immers bang dat het eten en water in Europa besmet is.
Plaag 2: Golfoorlog
In 1991 breekt de Golfoorlog uit. Het zorgt ervoor dat een aantal artiesten niet meer met het vliegtuig durven. Sommige Europese tournees worden afgezegd, waardoor niet alle muzikanten naar het festival komen.
Plaag 3: Mond- en klauwzeer
Als in 2001 mond- en klauwzeer uitbreekt, zijn de rapen gaar voor het bestuur. Het festival staat volledig in de steigers, maar de uitbraak wordt steeds ernstiger. De organisatie besluit daardoor al min of meer het festival af te gelasten. Uiteindelijk kan Moulin Blues toch doorgaan, weliswaar met flinke veiligheidsmaatregelen, mede op aandringen van de gemeente. Maar niet voordat het bestuur nog een rechtszaak aan haar broek krijgt van de Nederlandse Vakbond voor Varkenshouders die het allemaal veel te riskant vindt. Pas op de laatste dag wordt die rechtszaak ingetrokken en kan het festival toch doorgaan.
Plaag 4: Vogelpest
Twee jaar later is het opnieuw prijs als de vogelpest uitbreekt. Opnieuw is het de vraag of het festival wel doorgaat. Weer zweet het bestuur peentjes. Slechts tien dagen voordat Moulin Blues begint, krijgt het bestuur te horen dat het oké is. Al moeten er opnieuw strenge maatregelen getroffen worden.
Plaag 5: Financiële dompers
Ook in financieel opzicht gaat het niet altijd lekker met het festival. Vooral in 2005 is de portemonnee aardig leeg en moet het bestuur de broekriem aanhalen. Noodgedwongen gaat het nadenken over een ietwat andere invulling van het festival. Belangrijkste maatregel is het schrappen van de kleine tent.
Plaag 6: Regen
Dat de weergoden het festival vaak niet goedgezind zijn, mag je wel stellen. Zes achtereenvolgende jaren regent het tijdens Moulin Blues. Dat het de bezoekersaantallen niet ten goede komt, is duidelijk.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina