De verschillende godsdiensten en het leven na de dood



Dovnload 44.17 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte44.17 Kb.
De verschillende godsdiensten en het leven na de dood

Een samenvatting van de visie bij de drie monotheïstische godsdiensten.

"Toen het begrip 'onsterfelijke ziel' via de oude Egyptenaren en Grieken doordrong tot de joodse cultuur, en de westerse cultuur in het algemeen, leidde dat tot verzoening van twee tegengestelde principes. Je blijft voortleven na de dood en je verrijst met de opstanding. Meteen na de dood werd er een oordeel uitgesproken en ging de afgestorvene naar een paradijselijke omgeving, de hemel, of naar een eindeloos voortbestaan in erbarmelijke omstandigheden. Wie niet helemaal boosaardig was, maar toch wat meer zijn best had mogen doen, diende een louteringsfase in het vagevuur te ondergaan.



Dit geldt zeker voor de christenen. Na het einde der tijden, bij het laatste oordeel, worden alle mensen nog eens op het appel geroepen, voorzien van een nieuw lichaam. Joden en getuigen van Jehova die er bij het leven een potje van hebben gemaakt, gaan dan wel definitief dood. Ze komen er, in vergelijking met christenen en islamieten nog goedkoop van af, aangezien die voor altijd in de hel worden gestort."


(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)



Het jodendom en het leven na de dood

De naam van Jahweh houdt in dat Hij absoluut soeverein is over het leven en de dood en dat Hij hun –die aan Hem vasthouden- onvoorwaardelijk trouw is, dus ook tot over het graf heen. De grenzen waarop de levenden stoten, zijn geen grenzen voor Hem. Indien de macht en de trouw van Jahweh borg staan voor leven over de dood heen, is dat wel steeds in onverbrekelijk verband met de Torah. Israël heeft dit niet in de zin opgevat dat het onderhouden van de Torah de voorwaarde is voor de gave van het uiteindelijke leven, maar de Torah is zelf het leven en bijgevolg betekent de afwijzing van haar de dood. De Schrift gaat hierin een heel eigen weg, vergeleken met de omringende cultuur. Niet de fysieke dood betekent de grootste bedreiging voor de mens, maar wel geen gehoor geven aan de Torah. Daardoor verspeelt de mens immers de gemeenschap met God. Het absolute kwaad is dus niet de dood, maar wel een leven buiten de Torah. Bijgevolg verschuiven de begrippen leven en dood: leven buiten de Torah is reeds dood en dood-in-verbondenheid-met-Jaweh is waarachtig leven. Hiermee worden leven en dood niet meer beschouwd als een allesoverheersend lot over de mens, maar worden leven en dood gezien als een persoonlijke en vrije keuze van de mens om wèl of niet te luisteren naar Gods Woord.


(Bron: BEUKEN W., Dood en leven in het Oude Testament: een andere taal in LAMBRECHT J.EN KENIS L., Leven over de dood heen, Leuven, Amersfoort, Acco, 1990, 287-293)



Het leven na de dood volgens het boeddhisme

Natuurlijk werd ook in de boeddhistische traditie een visie ontwikkeld op de dood en het hiernamaals. In een boeddhistisch verhaal hanteert Nagasena, die tegenover een Indisch-Griekse koning Menadros of Milinda de leer van de Boeddha uiteenzet, de volgende vergelijking:



"Wanneer iemand een lamp aansteekt,
blijft deze dan niet de hele nacht branden?
Is nu de vlam in de eerste nachtwake
identiek met de vlam in de middelste of de laatste nachtwake,
of zijn ze verschillend?'
De koning moest beide vragen negatief beantwoorden.
'Zo ook', zei Nagasena,
'voegt de keten van gegevenheden van het bestaan zich aaneen:
het ene ontstaat, het andere vergaat.
Zonder begin, zonder einde voegt het zich aaneen:
daarom is het noch hetzelfde wezen noch een ander wezen
dat de laatste trap van zijn inzicht bereikt."
(Milindhapana 40)

Enkele maanden voor zijn dood, zei de Boeddha tot zijn oppasser Ananda:
"Over drie maanden zal ik heengaan.
Vandaag heb ik bewust en vrijwillig ervan afstand gedaan om verder te leven.'
toen hij zo gesproken had,
sprak de eerbiedwaardige Ananda de Gezegende aan en zei:
'Blijf leven, Heer, zolang de wereld bestaat,
voor het goede, het nut en het welvaren van goden en mensen."
Maar de Boeddha antwoordde:
"Wat nu, Ananda?
Heb ik u vroeger niet verklaard
dat de natuur van al wat ons nabij en dierbaar is, zo is,
dat wij ervan moeten scheiden,
het moeten achterlaten, ons ervan moeten losmaken?
Alles wat geboren wordt, ontstaat of samengesteld is,
draagt in zichzelf de noodzaak van ontbinding.
Hoe kan het dan, Ananda, mogelijk zijn,
dat een dergelijk wezen niet zou ontbonden worden?
Een dergelijke toestand kan toch niet bestaan!"
(Uit de Maha-Parininn ana Soetra uit Roeach voor het zesde jaar)

De dood is alleen maar het begin van nieuw leven en lijden… tot de uiteindelijke oorzaak, namelijk begeerte, vernietigd wordt.


Boeddha zegt dat de wedergeboorte kan vergeleken worden met een vlam die men van lamp tot lamp doorgeeft. De vlam van de laatste lamp is niet dezelfde als die van de vorige. Boeddhisten ontkennen een ziel, een persoon, een ik, als een zelfstandige entiteit en blijvende realiteit over de dood heen. Elke mens is immers afhankelijk, sterfelijk en vergankelijk. Slechts het karma wordt overgedragen op de volgende incarnatie. Deze dient te streven naar een volkomen onthechting, bevrijding en verlichting in het Nirwana.
Ofwel handelt de mens vanuit zijn gehechtheid aan zijn begeerte, hetgeen lijden in een nieuw bestaan tot gevolg heeft. Ofwel handelt de mens vanuit een onthechte houding, waardoor hij het nirwana kan bereiken en niet langer vastkleeft aan vergankelijke aardse dingen.
Wat er precies na de dood gebeurt, interesseerde de Boeddha minder. Speculeren over wat er na de dood volgt, vond hij zelfs ketterij. De mens moet zich vrij maken van alle verlangens, van het verlangen om te bestaan, van het verlangen om niet te bestaan. Voor de boeddhist volstaat het te weten dat er bevrijding mogelijk is uit de eindeloze cyclus van wedergeboorten en lijden.
(Bron: CORNILLE C., De wereldgodsdiensten)




Het leven na de dood volgens het hindoeïsme

"Hindoes geloven dat elk mens een ziel heeft. Hindoes noemen die ziel het atman. Hindoes geloven dat het atman na de dood terugkeert op aarde. Het atman wordt herboren in een nieuw lichaam. Soms als mens en het kan ook als dier. Soms wordt het een godheid. De dood is dus niet het einde, maar een nieuw begin. Een nieuw leven. Dood en geboorte volgen elkaar steeds op. Dat wordt reïncarnatie genoemd.


Toch hopen hindoes dat het atman ooit bevrijd wordt van het leven op aarde. Want leven op aarde brengt altijd leed met zich mee. Om het atman te bevrijden moet je je aan je godsdienstige plichten houden. Het atman kan daarna moksha bereiken. Het keert niet terug op aarde, maar bereikt de eeuwige gelukzaligheid."
(Bron: Levensbeschouwing in beeld: bruggen bouwen)



Het leven na de dood volgens de islam

"Moslims geloven dat God op de laatste dag zal oordelen over jouw leven. Je gaat naar de hemel of naar de hel. Dat hangt af van hoe je geleefd hebt. De doden zullen op de laatste dag opstaan uit de dood. Zij worden daarom niet gecremeerd (verbrand).


Familieleden wassen het lichaam van een overleden moslim driemaal. De imam (voorganger) leest stukken uit de koran (heilige boek). Daarna wikkelen zij het lichaam in witte doeken. Iedereen is in de dood gelijk. Dure kleding is dus niet toegestaan. Na de wassing regelen moslims de begrafenis zo snel mogelijk.
Moslims geloven dat twee engelen de dode in het graf zullen ondervragen. De imam fluistert de antwoorden in. Dat is talkien. Hij zegt, dat de overledene een moslim was. Dat hij gelooft in één God. En dat hij gelooft dat Mohammed de boodschapper van God is."
(Bron: Levensbeschouwing in beeld: bruggen bouwen)

"De dood is in de islam geen eindpunt. Alles is in de handen van God: zowel de tijd, de plaats als de manier waarop iemand sterft. Na de dood gaat de ziel naar een tussenwereld waar ze wacht. Dan komt het grote oordeel dat de beloning of straf van het lichaam en de ziel zal bepalen. Iedereen zal krijgen wat hij of zij verdient, naargelang de handelingen die hier op aarde verricht werden.


Het kan pijn of angst zijn of een voorsmaak van het eeuwige leven. Op een dag zal de aarde vergaan en die eindtijd noemt men in de islam de 'Dag des Oordeels'.
Op die dag zullen de zielen terugkeren naar het lichaam in het graf. En op die dag zal Allah elk van ons verhoren en beslissen wie Hij naar de hemel of de hel zal zenden.
Dus de dood heeft voor de moslims veel te betekenen: ze is dan eigenlijk het begin van een nieuw leven.
'Moge Hij ons beschermen en behoeden voor het kwade'."
(Bron: Islam_over_ziekte,_dood_en_geboorte'>Islam over ziekte, dood en geboorte)

"De koran stelt hemel en hel heel beeldrijk voor. De beschrijvingen van het paradijs hebben met permissie gezegd veel weg van de natte droom van een puber. Terwijl de gedetailleerd beschreven folteringen in de hel in tegenstrijd zijn met de oneindig goede en vergevingsgezinde God uit de aanhef van de koran. Later poneerden de islamitische theologen en mystici dat deze beelden slechts functioneerden als metaforen voor het opperste geluk en ongeluk. En net als in het christendom zijn er theologen die twijfelen aan het bestaan van de hel. Zij voeren de hel niet terug tot een lichamelijke foltering, maar tot de knagende spijt om alle gemiste kansen tot goedheid of ook tot de staat van verstokte boosaardigheid."


(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)



De materialistische benadering van de dood

"In de materialistische opvatting betekent de dood het einde van een bestaan. Punt uit. Dat is dan de dood benaderd vanuit de volgende invalshoek: 'wat ik zie, is de werkelijkheid en wat ik niet zie, bestaat niet.' Zo geredeneerd, liggen de zaken simpel. De strikt objectieve waarneming van de dood gebiedt maar één conclusie. Dood is dood. Nadien komt er niets meer."


(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)

"In elke cultuur en in alle tijden zijn er niet allen individuen, maar ook groepen geweest die leefden vanuit de overtuiging dat de dood het absolute einde is van de mens. Een dergelijk geloof vindt men nu ook terug bij personen of groepen die zich humanistisch noemen. Het geloof dat de dood het einde is, hangt vaak samen met de idee van de radicale verbondenheid of identiteit van lichaam en geest. Bij de dood sterft de geest dus samen met het lichaam en blijft er niets over van de mens. Deze voorstelling van de radicale eindigheid van de mens gaat meestal gepaard met een hedonistische levenshouding. Zolang we leven moeten we zoveel mogelijk genieten en elke vorm van lijden vermijden."


(Bron: CORNILLE C., De wereldgodsdiensten, p. 115)

"Voor humanisten is de dood een ondoorgrondelijke gebeurtenis waarover verschillende opvattingen kunnen bestaan. Aangezien de dood in de ogen van humanisten in ieder geval het einde van het menselijk leven in de huidige vorm is, richten zij zich op de eerste plaats op de kwaliteit van het leven.


De angst voor de dood wordt door humanisten beantwoord met het streven naar aanvaarding. De dood is een niet te veranderen gegeven dat je onder ogen moet zien en waarmee je moet leren leven, zeggen zij. Daarom stimuleren zij mensen om tijdens hun leven al wensen over hun uitvaart vast te leggen."
(Bron: Uitvaart voor humanisten)

Religie

Jodendom

Christendom

Islam

Hindoeïsme

Boeddhisme

Godsbeeld

Jahweh God geeft zich te kennen in de geschiedenis en sluit een verbond met Israël.

Jezus leert ons God kennen als liefdevolle vader, abba.

God is drie in één, relationeel in wezen.



Allah, absolute transcendentie, almachtig en alwetend.

Brahman

Geen god

Wereld-beeld

Lineair. De wereld is geschapen door God.

Lineair. De wereld is geschapen door God.

Lineair. De wereld is geschapen door God.

cyclisch, samsara, karma.

cyclisch, samsara, karma

Mens-beeld

Imago dei.

Climax van de schepping, vrijheid.



Imago dei.

Climax van de schepping, vrijheid.



Onwillige, ondergeschikte, mens als onderworpen.

 


Atman

Anatman: niet-zelf.

Het 'ik' is een naam: een verzonnen constructie die niet overeenkomt met wat er werkelijk aan de hand is.



Heilsvisie

Torah + eind-tijdelijke Schepping + verrijzenis

Christus: einde der tijden, laatste oordeel, nieuwe schepping + verrijzenis

Volledige overgave aan Allah: eindtijdelijke schepping + verrijzenis.

Moksha: Einde van de cyclus van hergeboorte.

Nirvana: Einde van de cyclus van hergeboorte.

Leven na de dood

Hemel/ hel (vagevuur)

Hemel, vagevuur, hel

Hemel, vagevuur, hel

Reïncarnatie

Reïncarnatie

Leef

De 10 geboden uit Exodus en Deuteronomium.

Algemeen gebod uit Leviticus: "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf."

Er is geen rangorde in de geboden, alles moet worden nageleefd.


De 10 geboden (zie jodendom).

Uitbreiding begrip "naaste" uit Leviticus tot niet-volksgenoten.

Relativering van de Joodse wetten en verbreding in de Bergrede (Mattheus).


Algemeen: het goede doen (wel afwijzing alcohol en kanspelen).

De 5 zuilen zijn:


1. reciteren belijdenis
2. dagelijks ritueel gebed
3. verplichte armenbijdrage
4. vasten = ramadan
5. bedevaart Mekka

Sterk bepaald door het dharma.

Respecteer de regels van de kaste en volg plicht tot liefdadigheid na.

Koester geen verlangens.


Volg gevoelen van algemeen medeleven met mens, mensheid en schepping.

Schakel verlangens uit.



Er gelden geen beperkingen door het kastenstelsel.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina