De vier heemskinderen



Dovnload 0.55 Mb.
Pagina1/4
Datum17.08.2016
Grootte0.55 Mb.
  1   2   3   4





DE VIER HEEMSKINDEREN







Toneelstuk voor Klas 6

DE VIER HEEMSKINDEREN
PROLOOG Koor

1E BEDRIJF In het vrouwenvertrek op Pierlepont

2e BEDRIJF In de grote zaal op Pierlepont

3e BEDRIJF In de grote zaal van Keizer Karel

4e BEDRIJF In de zaal van Ivo van Casgogne

5e BEDRIJF In de zaal van Pierlemont

6e BEDRIJF In de zaal van Keizer Karel

7e BEDRIJF In de zaal op Pierlepont

8e BEDRIJF Buiten de burcht Pierlepont

9e BEDRIJF Slaapkamer van Keizer Karel

10e BEDRIJF Bij de burcht Montelbaen

Epiloog Bij een boom

Onderweg
Rolverdeling 1 Ritsaert

2 Writsaert

3 Adelaert

4 Reinout

5 Keizer Karel / ridder

6 Zoon Lodewijk / kluizenaar

7 Heymijn / raadsheer

8 Roeland /

9 Aya /1e vrouw

10 Luitgart / Drost / 2e vrouw

11 Malagijs / pelgrim

12 Ivo van Casgogne / drost

13 Verteller/ man



Bode

Drost

Bedienden

Knecht

Dragers

Ridders

Jonkvrouwen








PROLOOG
KOOR Keizer Karel de Grote nodigde al zijn trouwe paladijnen, ridders en leenheren uit om hen te bedanken na de oorlog tegen de Saracenen.

Maar hij had Heymijn en diens neef Hugo niet uitgenodigd.

Tijdens de ruzie die daarover ontstond, doodde Keizer Karel Hugo.

Heymijn was woedend en zweerde wraak.

Kloosters en kerken zou hij plunderen.

Nederzettingen zou hij verbranden.

Om de vete te voorkomen, die het land ten gronde zou richten, bood Keizer Karel zijn zus Aya aan als bruid voor Heymijn, als vredespand.
EERSTE BEDRIJF

In de burcht Pierlepont.

In het vrouwenvertrek.
AYA Ik voel me hier op Pierlepont helemaal niet op mijn gemak?

O ja, het is hier prachtig.

Haast nog mooier dan mijn vertrekken in het keizerlijke paleis.

Maar ik kan niet wennen aan die woeste graaf Heymijn.

Dat juist hij mijn gemaal moest worden?

Dat ik juist hem moest huwen.

Niet uit liefde, maar opdat er vrede zal heersen.

LUITGART Ach Meesteres, treur toch niet zo.

De vrede van een land is toch belangrijker dan de gevoelens van een vrouw.

Ook al is die vrouw de zuster van de keizer.

En natuurlijk zal je hier eens wennen.

Alles went op den duur.

AYA Dat zeg je me nu altijd.

Maar nee Luitgart, ik zal me hier nimmer thuis voelen.

Ga nu maar, ik wil slapen.

LUITGART Laat me nog even blijven tot je ingeslapen bent, Meesteres.

Je zult je zonder mij nog eenzamer voelen.

AYA Lieve Luitgart, je hebt gelijk.

Ik voel me prettiger als jij mij gezelschap houdt.

Deze sombere burcht maakt me bang.

En ik ben bang voor .…..
Heymijn komt binnen.
HEYMIJN tot Luitgart Ben jij hier nog? Ga toch slapen, ouwe.

AYA Nee, Heer, ik heb haar nodig.

HEYMIJN Scheer je weg, Luitgart, hoor je me!
Luitgart gaat af.
HEYMIJN Kun jij niet iets liefs tegen je man zeggen?

Kun je je gemaal niet eens fatsoenlijk begroeten?

Bevalt het je soms niet bij mij?

Ben ik als graaf te min voor de zuster van de keizer?

Zal ik jou eens wat zeggen.

Je broer en ik hebben gezworen de vrede te bewaren.

Maar ik zweer jou nog een andere eed.

Als ik ook maar iemand van zijn familie ontmoet, dan vermoord ik die.

Net zoals hij iemand van mijn familie, Hugo, vermoord heeft.

En wanneer .....
Malagijs komt op.
AYA O! Kijk eens wie we daar hebben!

MALAGIJS giechelt

HEYMIJN Kom jij hier zomaar binnenvallen, neef Malagijs?

Wat zijn dat voor streken!

MALAGIJS Ik ben gekomen om de jonge meesteres van Pierlepont te begroeten.

AYA God zij met u, heer Malagijs.

MALAGIJS Och, schone tante.

Ik weet niet of God erg veel plezier aan mij beleeft.

De mensen zeggen dat ik aan zwarte kunst doe.

Maar dat is niet zo, hoor!

Ik ben gewoon een beetje slimmer dan de rest.

Heymijn, beste man.

Jouw schenker heeft me verteld over jouw Saraceense wijn.

De beste van alle andere wijnen die hij ooit stiekem in je kelder gedronken

heeft.

En ik, je arme neef Malagijs heb je er nog nooit van laten proeven!

Wordt dat niet eens hoog tijd?

HEYMIJN Je hebt gelijk.

Kom laten we daar nu meteen maar eens flink van gaan proeven!
Heymijn slaat Malagijs op de schouder.

Ze lopen af.

Malagijs kijkt nog even achterom en roept zacht tot Aya.
MALAGIJS Heb ik dat niet handig gedaan?



Luitgart komt binnen.
AYA Ik ben zo bang van die man.

Ach Luitgart, ik wou dat ik duizend mijl ver weg was!



Het toneel wordt donker.

De verteller komt op.

Op hem wordt een spot gericht.
VERTELLER Zo begon Aya's vreemde leven in de burcht van Pierlepont.

Langer dan enkele maanden hield Heymijn het thuis niet uit.

Steeds ging hij weg, ergens heen waar gevochten werd.



De verteller gaat af.

Het wordt weer licht op het toneel.

Luitgart is wat aan het opruimen.

Aya komt op.
AYA Luitgart, Luitgart, ze zijn weg!

Ik heb Heymijn met zijn leger zien wegtrekken.

Nu hoef ik niet meer bang te zijn totdat hij terugkomt!

O, ik had toch nooit kunnen dromen, dat ik ooit blij zou zijn als mijn gemaal ten strijde trok.

LUITGART We moeten de dingen nemen zoals ze zijn, meesteres.

Als je eenmaal zo oud bent als ik, zul je dat weten.

Geniet nu van je vrijheid.

En bewaar de zorgen voor later.

AYA O lieve Luitgart, maar ik heb zoveel zorgen.

Weet je, Heymijn heeft gezworen dat hij elk familielid van Karel zal doden.

Ik denk dat ik nu in verwachting ben.

Zal hij dit kind dan ook doden?

Dat behoort toch ook tot Karels familie!

O, wat moet ik doen?

LUITGART Ja, daarin zou je gelijk kunnen hebben.

Niemand weet waartoe graaf Heymijn in staat is.

Ik zal je een goede raad geven.

Zeg tegen niemand dat je een kind verwacht.

Als je tijd gekomen is, dan gaan we allebei weg naar een klooster.

Daar blijven we daar tot alles voorbij is.

We verstoppen het kind tot we zeker weten dat de graaf het geen kwaad zal doen.

AYA Ja Luitgart, dat lijkt me de beste oplossing.



Het wordt weer donker.

Luitgart gaat af.

De verteller komt op.
VERTELLER Toen het zover was, vertrok Aya met Luitgart naar een klooster.

Zogenaamd om zich terug te trekken voor gebed.

Spoedig daarop bracht Aya haar eerste kind ter wereld.

Een zoontje Ritsaert.

Toen ze terugkeerden op Pierlepont wist niemand iets van het gravenzoontje.

Dat groeide op in het klooster.

Toen het herfst was, keerde Heymijn terug.

Hij was gewond.

Nauwelijks nadat hij genezen was, trok hij weer ten strijde.

In de zomer baarde de gravin een tweede zoontje, Writsaert.

Weer zonder dat iemand ervan op de hoogte was.

De volgende jaren kreeg ze nog twee zonen Adelaert en Reinout.

De zonen kregen een passende opleiding bij een ridder,.

Zij werden met strenge tucht onderwezen in alle ridderzeden.
De verteller gaat af.

Het licht gaat aan.

Malagijs komt binnen.
AYA Wat brengt je hier, neef Malagijs?

Heb je soms nieuws van mijn man?

MALAGIJS Nee, nieuws dat is teveel gezegd, maar ik heb gedroomd.

Dat hij weer terug zou keren.

In mijn droom was hij zwaargewond.

Ze droegen hem op een baar naar binnen.

AYA Ach, zwijg toch, rare neef.

Houd die verhalen voor je.

Waarom rijd je niet ten strijde als een waarlijk ridder?

MALAGIJS Vergeef me, schone tante.

Ik ben wel tot ridder geslagen

Maar niemand beschouwt mij als ridder.
Hij danst rond als een nar.
Ze zien me aan voor een nar of tovenaar.

Waarom zou ik dus gaan strijden en mijn huid wagen?

Maar ik moest maar weer eens gaan.

Het ga je goed, schone tante.

Maar…. luister eens!

Ik hoor opgewonden stemmen en haastige voetstappen.

Ik denk toch dat mijn droom is uitgekomen.
Hij gaat af.

Heymijn wordt op een brancard binnen gedragen.

De dragers gaan weg op een gebaar van Aya.

Zij gaat Heymijn verzorgen.
AYA Heymijn, wat ben je er slecht aan toe!

Waarom moet je toch steeds weer ten strijden?

Blijf toch hier in Pierlepont.

HEYMIJN Zwijg Aya.

Jullie vrouwen begrijpen er ook niets van.

Ik kan toch niet dag in dag uit op deze burcht vertoeven.

De hele dag niets doen, zeker!

Geef mij maar avontuur.

We zijn over zee geweest tot in Afrika.

Daar hebben we tegen de Saracenen gestreden.

We zijn maar ternauwernood ontkomen.
Het wordt donker.
2e BEDRIJF

De grote zaal in de burcht van Pierlepont.

Heymijn, Malagijs en andere ridders drinken en lachen.

Een bode komt binnen, buigt voor Heymijn.
BODE Heer Heymijn, er is een ridder van de koning gekomen.

Ik wilde hem eerst niet binnenlaten.

Ik weet dat u enkele weken geleden de boodschappers uit Parijs hebt teruggestuurd.

Maar hij zegt dat hij Roeland heet en dat het zijn plicht is de boodschap van de keizer over te brengen.

HEYMIJN Is Roeland gek geworden?

Weet hij dan niet van mijn eed af?

Dat ik alle familie van Keizer Karel zal doden, als ze mij onder ogen komen?

Hoe durft hij, als neef van Karel, hier voor mij te verschijnen?

Ga hem halen, laat hem zijn zegje doen, als hij dat zo belangrijk vindt.

De bode gaat af en komt direct op met Roeland.
ROELAND God groet u, Heer Heymijn en alle heren hier.

Enkele weken terug zond de keizer u boodschappers.

Ze wilden u vragen met Pinksteren naar het hof te komen.

Daar zal de zoon van de keizer tot koning gekroond worden.

U hebt ze niet eens aangehoord.

HEYMIJN Waarom zou ik jou welhoren?

ROELAND Keizer Karel wordt ouder.

Het valt hem zwaar zijn ambt nog geheel alleen te dragen.

Daarom heeft hij de helft van zijn rijk aan zijn zoon overgedragen.

En u weet toch, dat de zoon van de keizer pas gekroond kan worden,

als de twaalf edelste heren van het rijk deze plechtigheid bij wonen.

En u, Heer Heymijn, behoort daartoe.

Namens de keizer verzoeken wij u dringend voor eenmaal af te zien van uw verbittering.

Toe markgraaf van Dordogne, kom naar het hof om de jonge koning te kronen
Even is het stil.

In die stilte komt Aya op, niemand ziet haar.

Ze gaat in een hoek staan en luistert.
HEYMIJN Malagijs, heb je dat gehoord, neef?

Ik moet dat joch kronen.

Pas nog noemde hij mij een straatrover, toen we tegen de Saracenen vochten.

Wat denken ze daar aan het hof wel van mij?

Ik zeg je, als het niet tegen mijn riddereer was, dan kwam die twee bod er niet levend van af.
Aya loopt naar Roeland toe.

Iedereen kijkt verbaasd op.
AYA Wees welkom, verwante, ik zal graag uw gastvrouw zijn,

HEYMIJN Wat doe jij hier, Aya?

Alle duivels, ben je gek geworden?
Hij wil haar slaan.

Zij pakt zijn arm en zegt rustig
AYA Ik smeek u, mijn gemaal

Rijdt toch naar het hof.

Het is uw plicht.

HEYMIJN Jij .... jij waagt het me daarom te vragen?

Ik zeg je dat ik die keizerlijke jongen nog erger haat dan zijn vader.

En dan het idee, dat hij op een dag alles van mij zal erven.

Begrijp je dat?

Alles zal na mijn dood aan die arrogante jongen behoren.

Omdat ik geen zonen heb!

AYA Als je zonen had,dan zou je ze haten.

Omdat ze tot de familie van de keizer behoren.

HEYMIJN Haten? Mijn eigen zonen?

Grote God, als ik zonen had?

Maar waar praat je over?

Ik heb geen zonen!

AYA Maar je hebt me dat zelf gezworen, toen we net getrouwd waren!

Je zou iedereen doden die tot de familie van Karel hoorde?

HEYMIJN Ja, maar toch niet mijn eigen zonen!
Aya loopt weg.

De ridders en gasten drinken samen.

Malagijs gaat haar achterna.
MALAGIJS Je wilt zeker die rollen perkament halen.

Die, waarop de geboorte van je zonen staat opgetekend?

AYA Malagijs, heb jij dat al die tijd geweten?

Ach ja, voor jou blijft niets verborgen.

MALAGIJS Ja zie je, ik kom weleens in de buurt van dat nonnenklooster.

Waarin jij, eh, nou ja, laten we zeggen voor vrome handelingen geweest bent. Mijn grote oren hoorden iedere keer dat jij daar was, het geschrei van een baby.

De rest kan iemand die zo slim is als neef Malagijs gemakkelijk bedenken. Maar ga nu maar snel de bewijzen halen.

Ik bereid Heymijn wel voor.

HEYMIJN Malagijs, waar hadden jullie het over?

Waar gaat Aya nu opeens naar toe?

MALAGIJS Waarde oom ... eh ... uw geliefde echtgenote komt zo terug.

Ze is iets belangrijks halen.

U hebt toch .... nee, ik zeg nog niets, u moet maar lezen.

HEYMIJN Wat doe je weer geheimzinnig.

Wat heb ik, wat zal ik lezen?
Aya komt binnen met vier rollen perkament en geeft die aan Heymijn
AYA Heymijn, ik weet niet hoe ik het moet zeggen.

Ik was zo bang, dat je ze zou doden.

Je hebt wel zonen, vier zonen zelfs.

Hier lees dit.
Heymijn leest.

Iedereen kijkt vol spanning toe.

Hij mompelt, noemt achtereenvolgens
HEYMIJN Ritsaert .... Writsaert ,... Adelaert .... Reinout.
Enige tijd blijft hij zwijgend voor zich uit turen.

Dan staat hij plotseling op.

Hij kijkt niemand aan en loopt weg.

Vlak voor hij afgaat, zegt hij tot Roeland
HEYMIJN Roeland, zeg tegen de keizer dat ik kom om zijn zoon te kronen.
Het wordt donker.

En weer licht.

De zaal is leeg.

Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout komen op.

Alle vier in een prachtig harnas.

REINOUT Wat een prachtige burcht is Pierlepont.

Ik had niet gedacht dat onze vader zoveel rijkdommen bezat.

RITSAERT De harnassen die hij ons geschonken heeft, zijn van het kostbaarste metaal.

ADELAERT Volgens de ridderzeden geeft hij ons ook nog een stel paard geschonken.

WRITSAERT Daar komt vader al aan, samen met oom Malagijs.
Heymijn en Malagijs komen op.
HEYMIJN Welkom in mijn burcht, mijn zonen.

Gelukkig heeft jullie moeder ervoor gezorgd dat jullie een goede opleiding hebben genoten.

Jullie hebben de ridderslag en een passend harnas al ontvangen.

En voor ieder van jullie een paard.

RITSAERT Ik dank u vader, voor het prachtige dier, dat u mij schonk

Het zal mij veel goede diensten bewijzen wanneer ik ten strijde zal trekken.

WRITSAERT Dank u, vader, de hengst die u voor mij koos, lijkt me geschikt, veel dank.

HEYMIJN Adelaert, voor jou koos ik de gele hengst. Bevalt hij je?

ADELAERT Ook ik zeg u veel dank, vader, voor dit schitterend ros.

HEYMIJN Maar Reinout, met jou paard waren er problemen?

REINOUT Ik heb een paard met karakter nodig, vader.

Ik vreesde al dat u geen paard heeft dat sterk genoeg is.

HEYMIJN Jawel, ik dacht meteen aan een heel groot zwart paard uit mijn stallen.

Samen met Malagijs houd ik me bezig met het fokken van een sterk ras.

Dit beestje is me een beetje te sterk.

Hij heet Beiaard en is sterker dan drie andere tezamen.

En wild voor twaalf. Niemand kan hem temmen.

REINOUT En ik dacht meteen: dat is een paard voor mij!

Ik kan niets met een paard dat zo zacht wordt als een lammetje.

Het is een wilde jongen, en dat bevalt me!

Hem africhten kostte me goed veel problemen.

Maar het is me gelukt.

Beiaard en ik zijn nu al de beste vrienden.

Dank je wel, vader, voor zo’n vorstelijk geschenk.

HEYMIJN In al mijn zonen zie ik een gelijkenis met mij.

Maar Reinout, jij lijkt op me als twee druppels water.

Je bent ook woest en dapper, koppig en goedhartig.

Kom, laten we ons gereed maken voor de tocht naar Parijs.

Wie had dat kunnen denken.

Ik met vier zulke prachtige zonen.

Met groot gevolg zullen we de keizer tegemoet treden.

We zullen hem eer bewijzen.

Al is het om zo'n snotjongen tot koning te kronen.
3e BEDRIJF
De grote zaal van de Keizer Karel.

Om de grote tafel zitten Keizer Karel, zijn zoon Lodewijk, Heymijn, Roeland en Olivier.

Adelaert, Reinout, Ritsaert en Writsaert zitten ergens apart.


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina