De vier wereldrijken van Daniël



Dovnload 33.42 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte33.42 Kb.
De vier wereldrijken van Daniël*

Daniël, die door Nebukadnezar naar Babylon werd weggevoerd, is de profeet der natiën bij uitnemendheid. In de vorm van een standbeeld uit hoofdstuk 2 en van de dieren uit de hoofdstukken 7 en 8 geeft hij ons een overzicht van de wereldgeschiedenis vanaf zijn tijd tot aan het einde der tijden. Van alle aardse rijken noemt hij er vier die uit profetisch oogpunt gezien, een belangrijke rol gaan spelen. Toen God aan de onafhankelijk­heid van Israël een eind maakte en het bestuur van de wereld de naties in handen gaf, was het van het hoogste belang dat Hij in grote lijnen het volgende zou openbaren: 1) Wat Hij met de naties zou doen en 2) wat hij met zijn volk zou doen tot aan de vestiging van het Messiaanse konink­rijk op aarde. Het belang van deze profetieën is vandaag niet minder geworden, integendeel, vooral omdat ze betrekking hebben op de eind­tijd.

Er zijn in de geschiedenis veel koninkrijken geweest, die niet door Daniël genoemd worden. De profetie houdt zich enkel met die koninkrijken bezig die verband houden met Israël en Palestina zolang de Joden nog in hun land zijn. Het eerste koninkrijk waar Daniël over spreekt is Babylon (2:38), het vierde bestaat tot aan de vestiging van het koninkrijk van Christus, 2:34, 44. Het tijdperk van de kerk wordt door Daniël evenwel niet genoemd,

*) Het nu volgende hoofdstuk is tamelijk moeilijk te begrijpen voor degenen die de strekking van de profetie aan Daniël nog niet kennen. Daarom raden wij onze lezers aan, eerst Daniël 2, 7 en 8 te lezen, vervolgens de bijbelse teksten te raadplegen die men in deze uiteenzetting tegenkomt.

omdat men er in het Oude Testament nog niet over spreekt. De Kerk is eigenlijk een door Christus en de apostelen geopenbaard geheimenis, Eph. 3:3-6, 8-11, en bovendien zijn gedurende deze periode de Joden niet in hun land. Zolang hun verstrooiing in de wereld voortduurt, worden de desbe­treffende profetieën in zekere zin opgeschort.

De vier koninkrijken van Daniël strekken zich uit over tijdsperioden, die lopen van Nebukadnezar tot aan de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70, en daarna over enkele jaren die onmiddellijk aan de komst van Christus in heerlijkheid voorafgaan en tijdens welke periode de Joden in Palestina zullen zijn teruggekeerd.

Wij gaan nu de door Daniël genoemde koninkrijken ieder afzonderlijk beschouwen. Nu is het zo dat de openbaringen over de eerste drie konink­rijken al reeds vervuld zijn en wij zijn dus vooral geïnteresseerd in het vierde dat tot het einde zal voortbestaan. Maar de boodschap van Daniël vormt een geheel en wat wij over de eerste drie koninkrijken zullen leren, zal ons het vierde beter doen begrijpen.

A. HET EERSTE KONINKRIJK

De beschrijving van het eerste koninkrijk is kort en hetgeen het moet voorstellen is gemakkelijk te raden. Het hoofd van het beeld is van zuiver goud. Het stelt Nebukadnezar voor, de koning der koningen, aan wie God zelf de heerschappij heeft geschonken, 2:32, 37-38.

De vier dieren uit hoofdstuk 7 stellen ook vier koningen of koninkrijken voor, 7:2-7, 23, evenals de vier delen van het beeld. Het eerste dier stelt eveneens het gouden hoofd, Babylon voor. Het is een leeuw met de vleugels van een adelaar, 7:4. De reden waarom Babylon als eerste in de visioenen van Daniël wordt genoemd is, dat met haar de tijd van de hei­denen begint, doordat ze Palestina de onafhankelijkheid ontneemt, Jeru­zalem en de tempel vernietigt en het volk in gevangenschap wegvoert. 1. 1-2.

B. HET TWEEDE KONINKRIJK: DE MEDEN EN DE PERZEN

Zowel Daniël als de ongewijde geschiedenis verhaalt ons hoe het konink­rijk van de Meden en de Perzen dat van Babylon opvolgde, nadat de overwinning door Darius behaald werd, 5:28-31. De Meden en de Perzen worden door de profeet op verschillende manieren uitgebeeld: door de borst en de armen van het beeld, 2:32; door de beer, 7:5; en door de ram, 8:3.



1. Wat zijn de kenmerken van dit koninkrijk?

Het tweede gedeelte van het beeld wordt door de borst en de armen van zilver gevormd en de enige uitleg die de profeet hiervan aan Nebukadnezar geeft is de volgende: ‘Doch na u zal een ander koninkrijk ontstaan, geringer dan het uwe’ 2:32, 39. Van de twee armen zou één de Meden kunnen voorstellen, die het koninkrijk vestigden, en de ander de Perzen die dit rijk verder ontwikkelden.

In hoofdstuk 7 vers 5 lijkt het tweede beest op een beer, een zwaar, maar sterk en taai dier. De zin ‘het richtte zich op de ene zijde op’ duidt waarschijnlijk opnieuw op de ongelijke rol, die de Meden en de Perzen in het koninkrijk spelen.

Twee nieuwe symbolische dieren, een ram en een geitebok verschijnen in de hoofdstukken 8, vers 3 en 5. Hun beschrijving is zo nauwkeurig, dat het mogelijk is om te verklaren dat ze het tweede en derde koninkrijk uit de hoofdstukken 2 en 7 voorstellen. De ram, zo verklaart de tekst uitdrukke­lijk, is het koninkrijk van de Meden en de Perzen, hfdst. 8:20. Zijn tweede horen was veel groter dan de ander en hij richtte zich het laatst op (de derde toespeling op de dualiteit van het rijk) vers 3.

Alle details van de hoofdstukken 8 en 11 bevestigen deze identificatie van het tweede koninkrijk van Daniël.

2. Welke betrekkingen had dit koninkrijk met Israël?

Cyrus, de machtigste van de koningen, gaf als eerste de opdracht aan de gevangenen van Juda om naar Palestina terug te keren, waarschijnlijk onder invloed van Daniël (6:28 en Ezra 1:1-3). De volgende koningen, Darius Hystaspes en Artaxerxes Longimanus, lieten de tempel en de stad Jeruzalem herbouwen, Ezra 6:14 en Neh. 2: I. Onder de Perzische over­heersing kwamen de Joden dus in hun land terug en herstelden de dienst aan de Here, maar zij herkregen hun onafhankelijkheid niet.

C. HET DERDE KONINKRIJK

De geschiedenis leert ons dat Alexander en het door hem gevestigde Griekse rijk, het koninkrijk van de Meden en Perzen ten val bracht. Zo heeft de profeet Daniël het ook reeds lang van te voren aangekondigd. Laten wij de verschillende teksten en beelden bezien die op het derde rijk betrekking hebben: de buik van het beeld, 2:32; de gevleugelde panter, 7:6; en de geitebok, 8:5.



1. Wat zijn de kenmerken van het Griekse koninkrijk?

Het derde gedeelte van het beeld werd door de buik en dijen van koper gevormd, wat Daniël dan op de volgende manier uitlegt: ‘Er zal een derde koninkrijk ontstaan van koper, dat heersen zal over de gehele aarde’. 2:32, 39. Zijn kracht zal minder groot zijn en zijn heerschappij uitgestrekter dan die van het tweede rijk. Wij zullen dit dadelijk zien. Het derde dier uit hoofdstuk 7, vers 6 leek op een panter en had vier vleugels op de rug als van een vogel; dit dier had vier koppen en de heerschappij werd aan hem gegeven, 7, 6. Laten wij van deze beschrijving twee dingen vasthouden: de snelheid van de verovering van het derde rijk, die uitgebeeld wordt door de lenige panter en de vleugels; en het feit dat het rijk in vieren verdeeld zal worden: er zijn vier vleugels en vier koppen.

De geitebok uit hoofdstuk 8, zo verklaart de tekst uitdrukkelijk, stelt het rijk van Javan voor, d.w.z. Griekenland, vers 21. Onder de botsing met het Griekse rijk, stort het rijk van de Meden en de Perzen letterlijk ineen, en niets verzette zich nog tegen de voortgang van de overwinnaars, vers 5-7.

2. Wat profeteert Daniël over Alexander, de stichter van het rijk?

‘En de bok had een opvallende horen tussen zijn ogen . . . De geitebok nu maakte zich bovenmate groot, maar toen hij machtig werd brak de grote horen af,’ vers 5, 8. ‘De grote hoorn, die tussen zijn ogen stond, is de eerste koning, zo verduidelijkt de engel Gabriël, vers 21. Dat is dus Alexander. Na de laatste Perzische koning die in Griekenland oorlog voert, zo voegt hoofdstuk 11 toe, zal er een heldhaftige koning opstaan, die met grote heerschappij zal regeren en doen wat hem goeddunkt. Maar nauwelijks is hij opgestaan, of zijn koninkrijk zal verbroken worden en verdeeld naar de vier windstreken des hemels; doch niet aan zijn nakomelingen, en zonder de macht waarmee hij heerste’ vers 3-4.

Alexander had een verbazingwekkende loopbaan en vervulde letterlijk al deze profetieën. In 336 v. Chr. besteeg hij, op 20 jarige leeftijd, de troon van Macedonië en hij gaf werkelijk de indruk over de aarde te snellen zonder haar aan te raken. 8:5. Hij vernietigde de Perzische macht, verwierf snel daarna Klein-Azië, Syrië, Tyrus en Sidon, Palestina. Egypte, waar hij Alexandrië stichtte, daarna maakte hij zich meester van Mesopotamië en na Perzië te zijn doorgetrokken, arriveerde hij bij de Indus. Vervolgens stierf hij plotseling, op het hoogtepunt van zijn macht, op 33 jarige leeftijd in 323. Hij had nakomelingen, maar dezen bestegen de troon niet maar stierven een gewelddadige dood.

3. Wat weten wij van de opvolgers van Alexander?

Driemaal kondigt Daniël aan, dat Alexander vier opvolgers zal hebben: de panter met de vier koppen, 7:6; de vier horens, die de gebroken horen van de geitebok vervangen, dat zijn de vier koninkrijken die uit deze natie zullen voortkomen, maar die niet zoveel macht zullen hebben, 8:8, 22. Wanneer de eerste koning macht zal hebben gekregen, zal het koninkrijk verbroken en verdeeld worden naar de vier windstreken des hemels; het zal niet aan zijn nakomelingen toebehoren, en het zal niet de macht hebben zoals het die vroeger bezat, want het zal verscheurd zijn en het zal aan anderen dan hen worden toebedeeld, 11:4.

Nogmaals, wij zijn verbaasd door de manier, waarop deze voorzeggingen zijn uitgekomen. Vier van Alexanders generaals verdeelden inderdaad zijn veroveringen, nadat zij zijn nakomelingen hadden laten ombrengen: Pto­lemaeus nam Egypte, Palestina en Arabië; Séleucus nam Syrië, Babylonië en Perzië; Lysimachus nam Thracië en een gedeelte van Klein-Azië; Cas­sander nam Griekenland en Macedonië. Natuurlijk verliest zo het ver­deelde rijk zijn kracht en geen van de opvolgers van Alexander slaagt er in om hem in macht te evenaren. De twee wedijverende dynastieën van de Ptolemaeën uit Egypte en de Seleuciden uit Syrië waren gedurende an­derhalve eeuw bijna voortdurend met elkaar in oorlog. Palestina diende als doorgangsland en dikwijls werd hier slag geleverd en had daardoor veel te lijden. (11:14, 16, 20, enz.)

4. Waarom besteedt de profetie zoveel aandacht aan Antiochus, koning van Syrië; 8:9-26

Uit een van de vier gedeelten van het verdeelde Griekse rijk van Alexander komt ‘een kleine horen’ op, d.w.z. een koning, die eerst onbetekenend is, 8:9, 23. Deze koning komt uit Syrië, dat ten noorden van Palestina ligt (de vier windstreken worden gewoonlijk met Palestina als uitgangspunt be­schouwd) en vandaar kan hij zich naar het Zuiden, naar het Oosten en naar het Sieraadland begeven. Hij is meedogenloos en vol listen en verschijnt aan het einde van de Griekse overheersing d.w.z. even voor de verovering van het derde rijk door Rome, vers 23. Deze koning heet in de geschiedenis Antiochus IV Epiphanes (175 - 164 v. Chr.). Onder de vele veroveraars lijkt hij helemaal niet belangrijk te zijn. Maar Daniël beschrijft hem nauwkeu­riger om de volgende twee redenen:



1) Antiochus Epiphanes vervolgde Israël op een verschrikkelijke manier. Hij was de eerste koning die, omdat hij niet tevreden was met het grondgebied van Palestina alleen, ook de dienst aan de Here wilde afschaffen en de Joden wilde dwingen de afgoden te aanbidden. Hij vergreep zich aan God zelf, verbood het offeren en liet de tempel van Jeruzalem ontwijden. Hij probeerde de wetboeken te laten verdwijnen, verbood de besnijdenis en doodde hen, die trouw aan hun God wilden blijven. Daarop maken de verzen 10-14 van hfdst. 8 een toespeling.

‘Antiochus Epiphanes had het plan wat tenslotte een dwangvoorstelling werd, opgevat om in al zijn staten (waarvan Palestina ook deel uitmaakte) de dienst aan Jupiter Olympus in te voeren; en omdat hij zich met deze god vereenzelvigde, wilde hij zelf aanbeden worden. (1 Makkabeeën 1:11 en volgend; 2 Makk. 6).

Hij trachtte alle andere godsdiensten te verbannen en legde daarbij een fanatieke ijver aan de dag, die dikwijls op waanzin leek en die hem bij de spotters de naam ‘Epimanus’ (de gek) bezorgde in plaats van ‘Epiphanes’ (de befaamde). Zo schafte hij ook te Jeruzalem de dienst aan Jehova af en verving haar door de afgodendienst. Dit was des te ernstiger omdat er in Israël zelfs een Griekse partij bestond, die door allerlei heidense praktijken beïnvloed was,’ (1 Makk. 1:1; 2 Makk. 4:7-15; Dan. 11:30-32) Israël moest dus ernstig gewaarschuwd zijn’, (Auberlen, op cit, pag. 73).

Hoofdstuk 2 geeft ons meer bijzonderheden over Antiochus Epiphanus. Hij kwam door slinkse streken aan de macht, omdat hij zelf geen direkte erfgenaam van de troon was, vers 21. Hij voerde met succes oorlog tegen de koning van het Zuiden, d.w.z. Egypte, vers 22-27. Toen hij met de buit terugkeerde, plunderde hij nog ‘het heilige verbond’ d.w.z. het Joodse volk en zijn tempel, vers 28. In de loop van de volgende expeditie wordt hij door de schepen van Kittim, d.w.z. door de Romeinse vloot, tegengehouden, die hem noodzaken Egypte te verlaten (Kittim betekent: het eiland van Cy­prus en op een meer algemene manier alle eilanden en kussen van de Middellandse Zee) vers 30. Hij koelde zijn woede op de Israëlieten en maakt van enkele verraders onder hen gebruik om zijn goddeloos werk ten uitvoer te brengen. Hij gaat zelfs zover dat hij een zeug op het altaar offert en in de tempel de verering aan Jupiter invoert, wat door Daniël ‘de gruwel, die verwoesting brengt’ wordt genoemd. Dan komen de Makkabeeën in opstand en organiseren het verzet, zonder evenwel dadelijk een overtui­gend succes te behalen, vers 32-35. (Het is interessant in de apocriefe boeken van de Makkabeeën het verslag te lezen van de gebeurtenissen, die stuk voor stuk de vervulling zijn van de profetieën van Daniël). Tenslotte verheft Antiochus als gevolg van zijn hoogmoedswaanzin, zich boven God zelf: vers 36-38, om slechts bruut geweld te gebruiken, vers 39, totdat hij door de bliksem wordt neergeslagen, vers 45.



2) Antiochus Epiphanes is een type van de antichrist. Door de oorlog die hij tegen God en de gelovigen voert, is deze kleine koning van Syrië het beeld van de laatste grote vijand van het geloof. Het is duidelijk dat de passages in de hoofdstukken 8 en 11 die aan Antiochus gewijd worden, dikwijls verder dan hem wijzen.

De tekst zelf verklaart dat de diepere zin van deze openbaringen het eind der tijden betreft: ‘Versta, mensenkind, dat het gezicht doelt op de tijd van het einde. Zie, ik maak u bekend wat geschieden zal in het laatst van de gramschap; want het doelt op het tijdstip van het einde. Gij nu, houd het gezicht verborgen, want het ziet opeen verte toekomst,’ 8:17, 19, 26. ‘Het einde toeft tot de vastgestelde tijd . . . Sommigen van de verstandigen zullen struikelen, opdat er onder hen loutering, schifting en zuivering teweegge­bracht worde, tot aan de eindtijd; want deze toeft nog tot de vastgestelde tijd. Maar in de eindtijd zal de koning van het Zuiden met hem in botsing komen . . . Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid (de grote verdrukking) zijn, zoals er niet geweest is, sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe’ 11:27, 35 40; 12:1-2. Daarom zullen wij, wanneer wij de antichrist bestuderen (de ‘kleine horen’ van het vierde rijk, 7:7-8) terugko­men op dat wat in de hoofdstukken 8 en 11 duidelijk op hem betrekking heeft.


Conclusie


Op het eerste gezicht kunnen de nauwkeurige bijzonderheden van deze historische profetieën nogal ontmoedigend zijn. Niettemin zijn ze in vele opzichten erg belangrijk. Zij vormen één van de meest duidelijke bewij­zen van de letterlijke vervulling van de goddelijke profetieën, en zullen daardoor ons geloof in de Heilige Schrift versterken. Bovendien dienen deze passages tot onderwijzing van de vergankelijkheid van de aardse koninkrijken en het lot wat hun is beschoren. Tenslotte richten zij onze aandacht op het einde der tijden, dat een einde zal maken aan de menselijke heerschappij en het koninkrijk van God op aarde zal vesti­gen.

D. HET VIERDE KONINKRIJK: ROME

Het vierde koninkrijk wordt in hoofdstuk 2 in de vorm van de benen en de voeten van het beeld voorgesteld en in hoofdstuk 7 in de vorm van het vierde dier.

1. Is het vierde rijk belangrijk?

Het vierde rijk moet erg belangrijk zijn als men alleen al let op de plaats die daarvoor in hoofdstuk 2 en 7 is ingeruimd. Daniël wijdt er een groter aantal verzen aan dan aan enig ander van de drie koninkrijken. (2:33-35, 40-43; 7:7-8, 11, 19-26). De rol die het zal spelen bevestigt volledig deze eerste aanwijzing.



2. Waarom denkt men dat dit vierde rijk een beschrijving is van het Romeinse rijk?

Het is duidelijk dat in de geschiedenis Rome Griekenland opvolgt. Na Alexander en de vier scheuringen in zijn rijk, heeft alleen Rome de ken­merken van de buitengewone kracht en van de wereldheerschappij in zich die door Daniël worden gezien 2:40. Dadelijk werd zij in tweeën gesplitst (zoals de twee benen van het beeld, 2:33) en vormt zo het Oost- en West Romeinse rijk. Uit hun midden zal de toekomstige leider komen, de antichrist, waarover wij later zullen spreken, 7:23-25: volgens Daniël is het ook het volk van deze leider, dat de stad en de tempel van Jeruzalem, enige tijd na de dood van de Messias verwoestte. 9:26. Het betreft hier dus echt de Romeinen.

De Openbaring bevestigt deze aanwijzingen. Het vierde dier van Daniël (7:7) verschijnt opnieuw in het laatste boek van de Bijbel en symboliseert daar de antichrist en zijn rijk. Het heeft de gezamelijke trekken van de drie eerste dieren, de leeuw, de beer en de panter, Openb. 13:2 en Dan. 7:4-6. Het heeft tien horens en zeven koppen, Openb. 13:1. Deze zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de stad die de wereld ten tijde van Johannes bestuurt, gebouwd is, namelijk Rome. 17:7, 8 en 18.

3. Wat is het belangrijkste kenmerk van het vierde rijk?

Dat is bruut geweld. ‘De benen van het beeld waren van ijzer. zijn voeten deels van ijzer, deels van leem’ 2:33. ‘En een vierde koninkrijk zal hard zijn als ijzer; juist zoals ijzer alles verbrijzelt en vermorzelt; en gelijk ijzer dat vergruizelt zal dit die allen verbrijzelen en vergruizelen’ vers 40. ‘En zie, een vierde dier, vreselijk, schrikwekkend en geweldig sterk; het had grote ijzeren tanden (zodat het bijna op oorlogstuig leek!), het at en vermaalde, en wat overbleef vertrad het met zijn poten; en dit dier verschilde van alle vorige. . .’, 7:7. Dezelfde beschrijving wordt in vers 19 herhaald en de verklaring, die door Daniël wordt gegeven begint als volgt: ‘Dat vierde dier is het vierde koninkrijk, dat op aarde zal zijn, dat verschillen zal van alle andere koninkrijken, en dat de gehele aarde zal verslinden en haar zal vertreden en vermorzelen’ vers 23.

Inderdaad strekte Rome zijn machtige heerschappij niet alleen uit over het Oosten, zoals de voorafgaande koninkrijken, maar over alle landen in het gebied van de Middellandse Zee en ook over Engeland, Nederland, Duitsland tot aan de Elbe. de Balkanlanden tot aan de Donau en de kusten van de Zwarte Zee.

4. Wat betekent toch het ijzer vermengd met leem, 2:33?

De verklaring wordt in de verzen 41-43 gegeven: ‘En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottebakkersleem en deels van ijzer, betekent dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal .. . ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos zijn. Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem.’

Het Romeinse rijk is in het begin dus veel machtiger dan later wanneer het verdeeld is. Veel uitleggers meenden in het ijzer het beginsel van de dictatuur te zien en in het leem het anarchisme, die soms in eenzelfde staat naast elkaar bestaan. Het is zeker dat men vandaag dikwijls het ijzer met leem vermengd ziet, d.w.z. dat onder een uiterlijke grote kracht innerlijke zwakheid en verval schuilgaan.

5. Hoe kan het Romeinse rijk dat verdwenen is, toch bestaan op het ogenblik van de verschijning van Christus, zoals dit door Daniël wordt voorzegd?

De voeten van ijzer en leem van het beeld worden door een uit een berg losgeraakte steen getroffen. Deze steen is het symbool van het koninkrijk van God, dat zich met kracht op aarde zal vestigen, 2:34-35, 44-45. Het is waar, dat, nadat Christus tijdens het vierde koninkrijk verschenen is, het christendom over het oude Rome heeft gezegevierd en zich over de gehele aarde heeft verspreid. Het is helemaal niet waar dat het alle mensen tot bekering gebracht heeft en het recht en de eeuwige vrede vestigde. Het zal dus echt de wederkomst van Christus zijn, die een eind zal brengen aan het Romeinse rijk, zo voorzegt Daniël. Trouwens, ook in hoofdstuk 7 zien wij, dat het vierde koninkrijk en zijn hoogmoedige leider tot het moment van het oordeel, dat met de komst in heerlijkheid van de Zoon des mensen zal komen, voortbestaat, vers 7-8, 11, 13-14.

Wij zullen dus twee dingen moeten verklaren: de langdurige verdwijning van het Romeinse rijk, die in stilte heeft plaatsgehad; en zijn herleving onder een nieuwe vorm in het einde der tijden, die door Daniël wordt beschreven, alsof er helemaal geen onderbreking is geweest. Laten wij ons in herinnering roepen wat we al eerder gezegd hebben: de geschiedenis van de natiën is vanuit de profetieën dan pas belangwekkend, als er lijnen lopen naar het volk van God. Vanaf het ogenblik dat Israël niet meer in Palestina is (d.w.z. vanaf 70 n. Chr.), houdt Daniël zich niet meer met het Romeins rijk bezig. Eén enkel feit vindt hij belangrijk genoeg: wanneer Israël in het einde der tijden in Palestina zal zijn teruggekeerd, na een lange tussenpe­riode van de kerk, is het Romeinse rijk opnieuw, onder een andere vorm verschenen. De Openbaring geeft ons op dit punt het meeste licht. Zij spreekt tot ons in beelden van het beest met de tien horens en de zeven koppen die, zo hebben wij gezien, het symbool zijn van de antichrist en zijn rijk: ‘Het heest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve, en zij, die op de aarde wonen... zullen zich verbazen, als zij zien dat het beest was en niet is en er toch zal zijn.

En (ik zag) een van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas’(] 7:18;) 13:3. Wat van het oude Romeinse rijk verdwenen is, is de kop, d.w.z. het centrale bestuur; de landen, die het vroeger vormden, bestaan nog afzonderlijk voort. Het lijkt erop dat het ogenblik nadert, dat een kop zal opkomen die hen weer aaneen zal smeden en ze een geza­menlijk leven geeft.

Het is trouwens een feit dat Rome ondertussen op een verbazingwekkende manier in onze huidige beschaving blijft voorleven. Het heeft ons het Latijn gegeven dat nog in de rechtswetenschappen, de medicijnen en de weten­schappen gebruikt wordt; verder het Romeinse recht dat een grote rol speelt als basis voor onze wetgeving; de opvatting over de staat, de disci­pline, de totale onderwerping van het individu aan de gemeenschap, de vergoddelijking van de eeuwige staat en zijn leider; de organisatie van de Roomse kerk en haar gebruiken, ook haar gebruik van het Latijn; alles wat met de militaire organisatie en taalgebruik te maken heeft, zoals de Ro­meinse termen van kapitein, majoor, generaal, bataljon, regiment, leger, infanterie, artillerie, cavalerie, enz. (volgens E. Sauer, op. cit.). De titel van Romeins keizer is tot in 1806 door de keizer van Duitsland gedragen. - En de herleving van Rome heeft meer dan eens de gedachten van sommige dictators beziggehouden. Napoleon had zijn adelaars, zijn legioenen en zijn koning van Rome; Mussolini zijn groepen, zijn cultus van het rijk en het eeuwige Rome, zijn ‘Mare nostrum’. Dat waren slechts etappes naar een complete verwezenlijking van de profetieën.

6. Wat betekenen de tien tenen van het beelden de tien horens van het vierde dier?

Het Romeinse rijk, dat eerst in tweeën verdeeld werd (de twee benen van het beeld) zal uiteindelijk in tien delen uiteenvallen, 2:42. ‘De tien horens -uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en na hen zal een ander opstaan (de antichrist); die zal van de vorigen verschillen en drie koningen ten val brengen.’ 7:24 De Openbaring voegt hier aan toe: ‘En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar één uur ontvangen zij de macht als koningen, met het beest . . . Want God heeft in hun hart gegeven zijn zin te volbrengen en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven,’ 17:12. 17. De profetie lijkt ons dus te willen zeggen, dat uit het gebied van het oude Romeinse rijk tien dictators zullen opkomen, (Openb. 17:12) die zich zullen verenigen in een volkerenbond rond de toekomstige grote leider, de antichrist. Zo zal het Romeinse rijk niet in zijn eerste vorm, maar in deze nieuwe vorm weer verschijnen. Zoals de zaken er vandaag voorstaan zou dit heel snel kunnen gebeuren.

Wij merken nog op dat het tijdperk van de ‘tien tenen’ en de ‘tien horens’ klaarblijkelijk het einde betekent. Als de tien tenen 1500 jaar geleden al zouden hebben bestaan, dat zou dit geheel buiten de verhouding met de andere delen van het beeld zijn. (Sommigen hebben zich namelijk afge­vraagd of de tien tenen niet doelen op tien koningen van de barbaren, die het West Romeinse rijk na de val van Rome onder elkander verdeeld hebben). Hier volgt de tijdsduur van de verschillende koninkrijken in het geheel van de ‘tijd der heidenen’:

Babylonië: van 606 tot 538 voor Christus, dat is 68 jaar voor het hoofd van het beeld.

De Meden en de Perzen: van 538 tot 331, dat is 207 jaar voor de borst. Griekenland: van 331 tot 168, dat is 163 jaar voor de buik.

Rome: van 168 v. Chr. tot het einde, dat is het grootste aantal jaren voor de benen en de voeten. De periode voor de tenen zou feitelijk vrij kort moeten zijn wil ze overeen komen met de afmetingen van het geheel.



7. Welke betrekkingen heeft het vierde rijk met Israël?

De Romeinen hebben de Messias gekruisigd, de stad en de tempel van Jeruzalem verwoest en de Joden in de gehele wereld verstrooid, 9:26. Het zal ook hun hersteld rijk en hun laatste leider zijn, die de Israëlieten nog eens zullen verleiden 9:27, daarna zullen ze hen tijdens de grote verdruk­king vervolgen, totdat God ten gunste van Israël ingrijpt, 7:21-22. Men begrijpt nu waarom God dit rijk als buitengewoon vreselijk en schrikwek­kend beschrijft, 7:7, 19.



8. Wat zal het einde zijn van het vierde rijk?

Op haar zal het oordeel, dat door alle koninkrijken van de aarde verdiend werd, losbarsten. De losgeraakte steen, die zonder iemands hulp is losge­raakt, zal de voeten van ijzer en leem van het beeld slaan en vermorzelen.



Dit hele prachtige beeld zal in elkaar storten. de wind zal het wegvoeren en geen enkel spoor zal er nog van gevonden worden, 2:34-35. Zo wordt ook het vierde dier gedood tijdens de vergelding en zijn lichaam wordt aan het vuur overgeleverd om te worden verbrand, 7:11. Het vierde rijk wordt zwaarder gestraft dan alle voorgaande rijken omdat zijn zonden talrijker en ernstiger zijn. Het bestaat bovendien voort totdat het geduld van God ten einde is, daarom zal zijn straf als voorbeeld dienen voor de mensen en de koninkrijken van alle tijden.

Besluit


Wij staan nog versteld van de enorme nauwkeurigheid van deze profetieën. Laten wij onze gedachten voeden met Gods gedachten over deze wereld en steeds haar uiteindelijke bestemming in het oog houden. En omdat het vierde rijk verschijnen moet in onze eigen landen, moeten we letten op de tekenen die deze grote gebeurtenis zullen inleiden. Dat zal ons bewaren voor de verleiding, zodat wij onze hoofden zullen opheffen als wij onze verlossing zien naderen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina