De Vikingen Studiefocus Geschiedenis van de Vikingen



Dovnload 15.61 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte15.61 Kb.
De Vikingen

---


Studiefocus

Geschiedenis van de Vikingen
De Vikingen (of Noormannen) behoorden tot de noordelijke tak van de Germanen en hun godsdienst, dagelijkse leven, cultuur en mythologie kwamen grotendeels met die van de overige Germanen overeen. Dezen waren echter inmiddels grotendeels christelijk geworden en ze hadden veel cultuur overgenomen van de voormalige 'Romeinen' van het door hun veroverde West-Romeinse rijk van een paar honderd jaar eerder.
De Vikingen zijn bij ons vooral bekend als plunderende krijgers, maar dat is een onvolledig beeld. Naast krijgers waren ze tevens ontdekkingsreizigers, kolonisten, ambachtslieden, handelaars en scheepsbouwers. De Vikingen begonnen hun beruchte rooftochten in 793 met de plundering van het klooster op het eiland Lindisfarne, voor de noordoostelijke kust van Engeland, ter hoogte van het huidige Berwick-upon-Tweed. In de veroveringstochten van de Vikings kan men twee periodes onderscheiden. Van 790-840 ging het om plundertochten waarbij een gebied dat werd aangevallen even snel weer verlaten werd. Kloosters waren geliefde doelwitten. Maar vanaf 840 zouden ze meer gestructureerd tewerk zijn gaan, onder andere door kampen op te richten. Hier is dan eerder sprake van kolonisatie.
Door overbevolking en voedseltekorten begonnen de Vikingen ander gebied te zoeken en dat ging gepaard met plunderingen en veroveringen in de 9e eeuw. Een andere belangrijke reden voor de rooftochten was het feit dat bij de vikingen de oudste zoon de enige erfgenaam was en alle bezittingen van zijn vader overnam. Zodoende was er een groot overschot aan jonge mannen die een andere bron van inkomsten moesten zoeken. Vaak sloten deze zich dan aan bij de jaarlijkse handel- annex plundertochten naar het welvarende zuiden. De kolonisatiepogingen en rooftochten richtten zich op verschillende gebieden. Globaal kan gezegd worden dat de Vikingen uit het huidige Noorwegen, Denemarken en Zweden respectievelijk westwaarts, zuidwaarts en oostwaarts actief waren.
Geografie:
De Vikingen hebben een kerngebied dat de volgende landen omvat:


  • Denemarken: Jutland en de Deense eilanden

  • Zweden

  • Noorwegen

  • Finland

  • IJsland

  • Groenland

Deze gebieden tonen allemaal gelijkenissen op geografisch vlak zoals:




  • waterwegen (contact via scheepvaart), baaien, bergen

  • klimaat

  • vegetatie

Ook cultureel was er een zekere eenheid:




  • op sociaal vlak

  • op economisch vlak

  • taal: Oudnoords

  • religie: pantheïsme of polytheïsme

Later veranderde dit, onder meer door de opkomst van het Christendom in de Viking-landen.


De boten
De Vikingen maakten al in de bronstijd snelle en lichte boten voor het vervoer van personen, en grote (16 tot 20 meter) schepen voor het vervoer van vee en goederen en voor oorlogsvoering. Hun schepen werden drakkars of snekken genoemd. Ook de knarr was meer gericht op vrachtvervoer en waren kleiner dan de drakkars, waarmee ze op strooptocht gingen. De knarr was meer voor vredelievende doeleinden en had geen angstaanjagende draken- of slangenkop op de boeg. Over snelle en stevige schepen beschikten de Noormannen inderdaad, want de Vikingen waren zeker de beste scheepsbouwers van hun tijd. Dank zij het feit dat hoofdmannen tezamen met hun schip werden begraven, weten we een heleboel van hun vaartuigen. Een hoofdman die sneuvelde in de strijd, - en dat moest zeer zeker met een wapen in de hand, want anders zouden ze niet het rijk van het Walhalla mogen betreden, - werd door zijn bemanning op schilden gelegd met twee lansen of roeiriemen, die als draagbaar dienden, en zo op zijn schip begraven op het langere achterdek. De drakkar werd afgeduwd naar open wateren en vervolgens in brand geschoten met brandende pijlen. De Vikings bleven zo lang staan volgens hun ceremonie, totdat het schip totaal opgebrand was en zonk. Deze schepen waren langschepen met een draken- of slangenkop op de voorsteven en een gekrulde slangenstaart op de achtersteven. Dit waren hun schepen die in Europa dood en verschrikking teweeg brachten. De gevreesde draken- of slangenkop boezemde angst en vrees voor de Europeanen van toen. Anders zijn de twee uitzonderlijk mooie schepen, die gevonden werden onder grafheuvels bij de boerderijen Gokstad en Öseberg in Noorwegen. Beiden dateren uit de 9e eeuw en bevinden zich nu in Oslo's Vikingschip Museum. Deze schepen lagen onder een tumulus of grafheuvel begraven en waren van Noorse koninginnen of edelvrouwen. De gevonden schepen hadden geen angstaanjagende draken- of slangenkop op hun voorsteven, maar tevens nog een gekrulde staart. Dit bewijst dat deze gevonden schepen voor vredelievende doeleinden werden gebruikt, en dienden voor hooggeplaatste edelen te vervoeren in de fjorden en kustwateren van Noorwegen. Dit bewijst ook dat edelvrouwen en koninginnen niet op zee werden begraven, zoals hun krijgsmannen, maar op het land onder een tumulus. Nog ouder is de beroemde Nydam-boot, die werd gevonden in een Jutlands veenmoeras en nu te zien is in een Duits museum te Sleeswijk. Dit schip dateert uit het begin van de 4e eeuw, is 25 m lang en 3,50 m breed. Vreemd genoeg werd het tot zinken gebracht door er gaten in te boren; vlakbij de plaats waar het gevonden werd lagen zakken met geplunderde goederen. Men vermoedt dat de invallers, in het nauw gedreven, hun buit overboord smeten en hun schip zelf tot zinken brachten. Blijkbaar gaven zij er de voorkeur aan door hun eigen hand te sterven, liever dan hun vijanden de voldoening te geven van hun gevangeneming en terechtstelling. Alle vernoemde schepen zijn lang en smal van uiterlijk en voor en achter gelijk van vorm. Met uitzondering van de slangenkop op de voorsteven, en de gekrulde slangenstaart op het achterschip. Ze waren zo vaardig in het bouwen van de schepen, dat ze daarmee zelfs de Atlantische Oceaan konden bevaren tot aan Amerika. De vikingschepen waren niet alleen zeewaardig maar door hun geringe diepgang ook geschikt om de Europese rivieren zeer ver op te varen. Zo konden ze diep het continent binnendringen en over land van het ene rivierstelsel naar het andere komen. Ze behandelden hun boten als mensen, de boeg was meestal prachtig bewerkt met houtsnijwerk en ingelegd met allerlei houtsoorten en soms edele metalen. Ze gaven hun boot ook namen, zoals "Vlugge Draak". Dit weet men uit archeologische vondsten en oude kronieken.
De veroveringen
De Vikingen zwierven uit tot in het huidige Rusland, dat zelfs zijn naam aan hen dankt. Rus is oorspronkelijk de naam voor de (Zweedse) Vikingen die Rusland bereikten (het kan roodharige of roeier betekend hebben); pas later wordt met de term de gehele bevolking van Rusland bedoeld. De Zweed Rurik stichtte de eerste Russische staat: het Kievse Rijk. Verder stichtten Vikingen belangrijke handelssteden als Novgorod en Kiev en dreven ze vanuit Rusland handel met Constantinopel. Verscheidene malen waagden de 'Russische' Vikingen zelfs overvallen op Constantinopel. Dit bleef zonder resultaat door de zeer goede verdedigingswerken rond de stad die al vele malen hun nut bewezen hadden. Toen boden sommige van de Vikingen zich aan als huurling voor het Byzantijnse leger. Ze werden ondergebracht in een speciale elite-eenheid die de persoon van de keizer moest beschermen en werden bekend als de Varjagen.
De Denen trokken zuidwaarts naar Engeland, Vlaanderen, Nederland, Frankrijk en (Normandië).
In 834 overvielen Vikingen voor de eerste keer het toen belangrijke handelscentrum Dorestad in het huidige Nederland. Bij het Limburgse dorpje Asselt hadden ze een paar jaar een versterkt kamp in gebruik van waaruit ze jaarlijks op strooptocht gingen. Ook in het graafschap Vlaanderen gingen de Deense Vikings tekeer. Antwerpen werd in 836 geplunderd. Daarna volgden de Rupelstreek, Gent, Kortrijk, Doornik, Leuven en de Maasstreek.
Bij de Franse Kanaalkust stichtten de Deense Vikingen nederzettingen van waaruit ze jaarlijks strooptochten hielden in Frankrijk en omstreken. Ze plunderden zelfs enkele malen Parijs en de Franse koning verleende ze ten slotte leenrechten voor het Kanaalgebied. Vanaf toen staat dit gewest bekend als het Noordmannengebied oftewel Normandië. Van hieruit startte Willem de Veroveraar in 1066 de verovering van Engeland. Vikingen (of Noormannen) uit o.a. Normandië veroverden in de 11e eeuw zelfs Zuid- Italië en Sicilië.
Ondertussen vestigden zich ook veel Denen en Noren in Noord-Engeland, Ierland en Schotland. Van hieruit veroverden ze geleidelijk aan grote delen van de Britse eilanden en verdreven de Angelsaksische heersers. Geleidelijk vermengden de Angelsaksen en de Vikingen zich onderling. In 1013-1016 veroverde Knoet de Grote zelfs de Engelse troon en regeerde korte tijd over een machtig Deens-Engels rijk.
De Noorse Vikingen trokken westwaarts, en koloniseerden de Faeröer, de Shetland-eilanden, de Orkney-eilanden, IJsland en Groenland, en veroverden samen met Deense Vikingen het grootste deel van Ierland en delen van Engeland.
Bjarni Herjolfsson herontdekte Amerika, en Leif Eriksson (zie boek) trachtte er een kolonie te stichten. In oude Noorse en IJslandse kronieken wordt gesproken over Vinland dat vermoedelijk in New England en oostelijk Canada lag. Archeologen hebben inderdaad een vikingnederzetting gevonden in L'Anse aux Meadows op Newfoundland, maar naar het schijnt zijn de Vikingen nooit langer dan een jaar of twee achtereen in Amerika gebleven.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina