De vlaamse regering


Afdeling 2. Het houden van andere beschermde soorten dan vogels in gevangenschap



Dovnload 1.15 Mb.
Pagina7/12
Datum23.07.2016
Grootte1.15 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

Afdeling 2. Het houden van andere beschermde soorten dan vogels in gevangenschap


Art. 49. Houders van specimens van andere beschermde diersoorten dan vogels kunnen de verboden handelingen, vermeld in artikel 10 en 12, stellen, op voorwaarde dat ontegensprekelijk kan worden aangetoond dat is voldaan aan één van de volgende voorwaarden:

1° de specimens zijn in gevangenschap geboren of gekweekt;

2° de specimens waren al legaal uit het wild onttrokken voor de inwerkingtreding van de Habitatrichtlijn, namelijk op 10 juni 1994;

3° de specimens zijn afkomstig uit een ander Belgisch Gewest of uit een andere lidstaat van de Europese Unie, waar zij op een legale wijze onder zich werden gehouden.

De minister kan nadere regels vaststellen betreffende de wijze waarop kan worden aangetoond dat er voldaan is aan de in het eerste lid vermelde voorwaarden. Nadat die regels zijn vastgesteld, worden ze meegedeeld aan de Vlaamse Regering.

HOOFDSTUK 7.Toezicht


Art. 50. §1. De beheerders van erkende opvangcentra, de vogelhouders, de vogelhandelaars en de erkende vogelhoudersverenigingen zijn ertoe verplicht het toezicht te aanvaarden van de personen die zijn belast met het toezicht op dit besluit.

De beheerders van erkende opvangcentra, de vogelhouders en de vogelhandelaars zijn er bovendien toe verplicht alle maatregelen te nemen om het toezicht te vergemakkelijken. Dat kan onder meer het vangen van de specimens in de kooi of in de volière voor de controle inhouden.

§2. Het agentschap kan alle nodige onderzoeken verrichten om te bepalen of een in gevangenschap gehouden specimen van een beschermde soort wel degelijk van kweek afkomstig is. Als uit het onderzoek blijkt dat een specimen niet van kweek afkomstig is, vallen de kosten van het onderzoek ten laste van de degene die het specimen onder zich heeft.

Art. 51. Zangwedstrijden, tentoonstellingen of andere openbare activiteiten met specimens van soorten, als vermeld in artikel 41 of 49, moeten minstens één week op voorhand worden gemeld aan het provinciale hoofd van het agentschap van de provincie waar de zangwedstrijd, tentoonstelling of activiteit plaatsvindt.

De organisatoren van die evenementen zijn verplicht de controle te aanvaarden van de personen die belast zijn met het toezicht op dit besluit en zijn verplicht alle maatregelen te nemen om het toezicht te vergemakkelijken. Het toezicht gebeurt op een wijze die het evenement zo min mogelijk verstoort.


HOOFDSTUK 8.Wijzigingsbepalingen


Art. 52. §1. Aan bijlage II van het decreet van 21 oktober 1997, met als titel “Bijlage II. De dier- en plantensoorten van Bijlage II van de Habitatrichtlijn, die voorkomen in Vlaanderen”, worden de volgende soorten toegevoegd:

1° in de lijst van de zoogdieren: “1337, Castor fiber, Europese bever”;

2° in de lijst van de vissen: “1103, Alose falax falax, Fint”;

3° in de lijst van de vissen: “1106, Salmo salar, Atlantishe zalm”;

3° in de lijst van de insecten: “1078, Callimorpha quadripunctaria, Spaanse vlag”;

4° in de lijst van de mollusken: “4056, Anisus vorticulus, platte schijfhoren”.

§2. Aan bijlage III van het decreet van 21 oktober 1997, met als titel “Bijlage III. De dier- en plantensoorten van communautair belang van de Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, die voorkomen in Vlaanderen”, worden de volgende soorten toegevoegd:

1° in de lijst van de zoogdieren: “Castor fiber, Europese bever”;

2° in de lijst van de amfibieën: “Rana lessonae, poelkikker of kleine groene kikker”;

3° in de lijst van de geleedpotigen: “Gomphus flavipes, rivierrombout”;


4° in de lijst van de mollusken: “Anisus vorticulus, platte schijfhoren”.

§3. Aan bijlage IV van het decreet van 21 oktober 1997, met als titel “Bijlage IV. De vogelsoorten van de Bijlage I van de Vogelrichtlijn die voorkomen in Vlaanderen”:


1° “Charadrius alexandrinus, strandplevier”.

Art. 53. In het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend, wordt er, aan artikel 5, een vijfde lid toegevoegd dat luidt als volgt:

“In geval bijzondere bejaging beoogd wordt met betrekking tot soorten die verband houden met een soortenbeschermingsprogramma of een beheerregeling in uitvoering van het Decreet van 21 oktober 1997 op het Natuurbehoud en het Natuurlijk Milieu, dan dient uit de melding te blijken dat er rekening is gehouden met dit soortenschermingsprogramma of deze beheerregeling.”



Art. 54. In hetzelfde besluit worden, in artikel 25, §2, de woorden “koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende de keuring van en de handel in vlees van gekweekt wild” vervangen door de woorden “Koninklijk besluit van 22 december 2005 betreffende de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong”.

Art. 55. In hetzelfde besluit wordt artikel 27 gewijzigd als volgt:

1° Het tweede lid wordt opgeheven;

2° Het eerste en derde lid worden samen hernummerd als §1;

3° Er wordt een §2 toegevoegd, die luidt als volgt:

“§2. In toepassing van artikel 36 van het decreet is handel en vervoer van wild dat afkomstig is van kweek in gevangenschap, het hele jaar toegelaten. De bewijslast ter zake berust bij de betrokken handelaar of invoerder”.

HOOFDSTUK 9.Slotbepalingen


Art. 56. De volgende regelingen worden opgeheven:

1° het koninklijk besluit van 16 februari 1976 houdende maatregelen ter bescherming van bepaalde in het wild groeiende plantensoorten;

2° het koninklijk besluit van 22 september 1980 houdende maatregelen, van toepassing in het Vlaamse Gewest, ter bescherming van bepaalde in het wild levende inheemse diersoorten, die niet onder de toepassing vallen van de wetten en besluiten op de jacht, de riviervisserij en de vogelbescherming, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 4 november 1987, 9 september 1992 , 13 juli 2001 en 4 juni 2004;

3° het koninklijk besluit van 9 september 1981 betreffende de bescherming van vogels in het Vlaamse Gewest, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2005;

4° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 1993 betreffende de introductie in de natuur van niet-inheemse diersoorten;

5° het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 houdende vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van Vlaamse opvangcentra voor vogels en wilde dieren en houdende toekenning van subsidies.



Art. 57. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.

Afwijkingen of erkenningen die werden verleend ter uitvoering van de normen die worden opgeheven op basis van artikel 56, en die nog niet ten einde zijn gelopen bij de inwerkingtreding van dit besluit, blijven hun geldigheid behouden tot het einde van hun looptijd.



Art. 58. Dit besluit wordt aangehaald als: het Soortenbesluit.

Art. 59. De Vlaamse minister, bevoegd voor Openbare werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 15 mei 2009,

De minister-president van de Vlaamse Regering,

Kris PEETERS

De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,

Hilde CREVITS





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina