De waterkwaliteit meten



Dovnload 25.45 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte25.45 Kb.
De waterkwaliteit meten

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) meet de kwaliteit van het oppervlaktewater in Vlaanderen aan de hand van een uitgebreid meetnet. Er worden monsters genomen van het water in onze beken, rivieren, kanalen, vijvers en aan onze kust. In Vlaanderen (de wetten in Vlaanderen, Brussel en Wallonië zijn verschillend) moet al het oppervlaktewater een basiswaterkwaliteit hebben. Er zijn ook waarden voor waterlopen met een bestemming van viswaterkwaliteit en ook zijn er andere waarden voor water waaruit drinkwater moet gemaakt worden of voor waterlopen die geschikt moeten zijn als zwemwater. Afhankelijk van de geldende kwaliteitsdoelstelling moeten bepaalde normen (Vlaremwetgeving) voor verschillende parameters gehanteerd worden. We gaan dieper in op 2 methoden die de VMM hanteert.





  1. Biologische waterkwaliteit

Bij de beoordeling van de biologische waterkwaliteit wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij gebruik gemaakt van de Belgische Biotische Index (BBI).


Deze index steunt op de aan- of afwezigheid van macro-invertebraten in het water. Ongewervelden, zoals insectenlarven, weekdieren, kreeftachtigen, wormen, die met het blote oog waarneembaar zijn, beschouwt men als macro-invertebraten.
De Biotische Index evalueert de waterkwaliteit over een ruimere tijdspanne.
De indexwaarde schommelt tussen 0 (zeer slechte kwaliteit) en 10 (zeer goede kwaliteit).
De bekomen resultaten krijgen volgende beoordeling:


BBI

Kleur

Beoordeling

9 – 10

blauw

zeer goede kwaliteit

7 – 8

groen

goede kwaliteit

5 – 6

geel

matige kwaliteit

3 – 4

oranje

slechte kwaliteit

1 – 2

rood

zeer slechte kwaliteit

0

zwart

uiterst slechte kwaliteit



  1. Fysico-chemische waterkwaliteit

Een tweede methode om de waterkwaliteit te onderzoeken is de fysico-chemische methode.


Op de meetpunten worden vooral de volgende parameters onderzocht:


  • temperatuur

De meeste waterdieren hebben een actief en een passief seizoen, afhankelijk van de temperatuur van het water. De koudwatervissen die bij ons leven sterven of kunnen zich niet meer voortplanten in water dat warmer is dan 25°C.


De aanwezigheid van een voldoende hoge concentratie aan opgeloste zuurstof is van zeer groot belang voor het leven in het water. Het speelt ook een grote rol in het zelfzuiverend vermogen van de waterloop (aërobe micro-organismes).
De Italiaanse onderzoeker Prati ontwikkelde voor verschillende parameters een transformatieformule om een gemeten waarde om te rekenen naar een onderling vergelijkbare kwaliteitsindex. Aan de hand van deze index kan de kwaliteitsklasse bepaald worden.

De VMM gebruikt voor de beoordeling van de waterkwaliteit de Prati-index voor zuurstofverzadiging (PIO). Deze index krijgt een slechte score bij lage zuurstofconcentraties, maar ook bij oververzadiging. Oververzadiging treedt immers op bij eutrofiëring – een verschijnsel dat de waterkwaliteit aantast.


De bekomen resultaten krijgen volgende beoordeling. Let wel: een hogere index wijst op een slechtere kwaliteit.


PIO

Klasse

Kleur

Beoordeling

0 – 1

1

blauw

niet verontreinigd

>1 – 2

2

groen

aanvaardbaar

>2 – 4

3

geel

matig verontreinigd

>4 – 8

4

oranje

verontreinigd

>8 – 16

5

rood

zwaar verontreinigd

>16

6

zwart

zeer zwaar verontreinigd

De concentratie opgeloste zuurstof in het water is afhankelijk van de temperatuur van het water.

Bij 0 °C kan er ongeveer 2 maal zoveel zuurstof opgelost zijn in het water, als bij 30 °C !


  • zuurtegraad (PH)

De zuurtegraad wordt uitgedrukt in waarden tussen 1 en 14:

    • 7 is neutraal

    • minder dan 7 is zuur

    • meer dan 7 is basisch.

De meeste vissen kunnen goed leven in neutraal water. Zuur water tast bij vissen de kieuwen en de beschermende slijmlaag aan. Te basisch water is eveneens ongeschikt als viswater.


Doordat de pH van het water, kan ook de giftigheid van stoffen veranderen.

vb. bij daling van de pH van 8 naar 7: cyaniden worden 500 keer giftiger

vb. van stijging van de pH van 7 naar 8: ammoniak wordt 10 maal giftiger
Verzuring door lozing van afvalwater, inspoeling van zuur water uit sterk bemeste akkers of zure regen vormt in Vlaanderen een groot milieuprobleem.


  • nitraat (NO3-), nitriet (NO2-)

Nitraat is een essentiële voedingsstof voor planten. Nitraat komt onder natuurlijke omstandigheden voor in waterlopen, maar vooral door inspoeling van meststoffen kunnen de concentraties te hoog oplopen.
Nitraat is samen met fosfaat de oorzaak van de eutrofiëring van vele oppervlaktewaters.

Als er minder zuurstof in het water is, worden de nitraten omgezet in nitrieten. Bij nog lagere zuurstofgehaltes in stikstofgas (N2).


Nitrieten zijn zowel schadelijk voor de waterdieren als voor de mens, vooral voor baby’s en kleine kinderen. In de darmflora wordt nitraat gedeeltelijk omgezet in nitriet en ammoniak. De toxiciteit van nitriet houdt verband met de zuurstofvoorziening in het lichaam. Nitriet bindt met hemoglobine, de stof die normaal zuurstof opneemt in het bloed zodat zuurstofgebrek en verstikking kunnen optreden (blauwziekte).

In de lever worden nitrieten omgezet tot nitrosamines die kankerverwekkend zijn.


Voor drinkwater gelden strenge normen voor het nitraatgehalte. Omdat nitraten niet vastgehouden worden door de bodem, sijpelen ze door tot in het grondwater.


  • fosfaat (PO43-)

Net zoals nitraat is fosfaat een voedingsstof voor planten. Fosfaten in kunstmeststoffen worden meestal vastgehouden door de bodem.
De fosfaten in het oppervlaktewater komen meestal van lozingen van huishoudelijk (wasmiddelen) en industrieel rioolwater.


Industrie

25,1 %

Bevolking

68,7 %

Landbouw

6,2 %

Zuiver water bevat minder dan 0,1 mg PO43-/l, terwijl verontreinigd water meer dan 1 mg PO43-/l bevat.




  • ammonium

Ammonium (NH4+) en ammoniak (NH3) komen vrij bij de afbraak van plantaardig en dierlijk materiaal door bacteriën. In natuurlijke omstandigheden gaat het steeds om uiterst kleine concentraties. Een concentratie van 1mg/l wijst al op organische vervuiling en die is meestal toe te schrijven aan overbemesting. Bij aanwezigheid van zuurstof zetten bacteriën ammonium om in nitraat en nitriet (nitrificatie). Onder bepaalde omstandigheden (lage zuurstofconcentraties) doet het omgekeerde proces zich voor (denitrificatie).


  • pesticiden

Ook de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (pesticiden) in oppervlaktewater wordt door de VMM gemeten.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina