De wereld een dorp Wat weet je al?



Dovnload 134.18 Kb.
Pagina3/6
Datum22.07.2016
Grootte134.18 Kb.
1   2   3   4   5   6

Voordelen van de globalisering

  1. Welke stelling is juist?


Stelling 1: Globalisering heeft positieve kanten.

Stelling 2: Door globalisering voel je je meer betrokken bij de wereld.

Lees nog eens de eerste alinea.
  1. Je bent nu een wereldburger. Wat wordt hiermee bedoeld?


De wereld kent voor jou geen landsgrenzen. Je bent burger van de wereld.

Je bent alleen geïnteresseerd in Nederland in plaats van in de wereld.

Je woont in Nederland, niet in de wereld.

De wereld kent voor jou wel grenzen. Je bent burger van het westen.

Lees nog eens de theorie. Of kijk eens in het woordenboek bij wereldburger.
  1. Lees de volgende zinnen. Vul de goede woorden in. Kies uit: producten, politiek, verbonden en bedrijven.


Globalisering betekent dat mensen, bedrijven en landen met elkaar verbonden zijn. Het gaat dus niet alleen om producten. Maar ook om informatie, cultuur en politiek.

Lees nog eens de laatste alinea van de theorie.
  1. Lees de informatie op deze site. Nederlands geven veel geld tijdens een inzamelactie. Welke inzamelactie heeft het meeste geld opgeleverd?


Tsunami in Azië.

Vluchtelingen in Kosovo.

Aardbeving in Pakistan.

Afrika

Kijk nog eens op de site.
  1. Vul de volgende woorden in op de juiste plekken in de tekst: laag, Bedrijven, consument, goedkoper, lonen.


Bedrijven vestigen zich in landen waar de lonen en de productiekosten laag zijn. Zo zijn veel producten goedkoper voor de consument. En dat is natuurlijk alleen maar fijn!

Lees nog eens de theorie.
  1. Op welke twee manieren kun je vrienden over de hele wereld maken?


Via internet (chatten en twitteren).

Door vakantie in het (verre) buitenland.

Door lid te worden van veel verenigingen.

Via bijbaantjes naast je opleiding.

Door veel te sms-en.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Online vrienden’.
  1. Waarom zijn producten goedkoper als ze in lagelonenlanden worden gemaakt?


Omdat de lonen en de productiekosten laag zijn.

Omdat de producten van minder goede kwaliteit zijn.

Omdat de mensen in deze landen weinig geld hebben.

Omdat het verhandelen van deze producten weinig kost.

Lees nog eens de theorie.
  1. Er zijn organisaties opgezet om de wereld te verbeteren. Zet de juiste afkorting bij elke omschrijving.


    • Zorgt voor vrede en veiligheid in de wereld. : VN

    • Helpt kinderen wereldwijd. : Unicef

    • Bestrijdt honger in de wereld. : FAO

Lees nog eens de theorie. Of kijk eens op de sites van de organisaties. Je kunt ze vinden onder het kopje ‘Nuttige websites’.

Nadelen van globalisering

  1. Welke stelling is goed?


Stelling 1: In Nederland houden alle bedrijven zich aan de arbeidsvoorwaarden.

Stelling 2: In de lageloonlanden houden bedrijven zich, net als in Nederland, aan de arbeidsvoorwaarden.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Arbeidsvoorwaarden’.
  1. Welke stelling is juist?


Stelling 1: Omdat bedrijven hun producten in het buitenland maken, raken Nederlandse arbeiders hun werk kwijt.

Stelling 2: Bedrijven laten hun producten in het buitenland maken omdat dit goedkoper is.

Lees nog eens goed de theorie onder het kopje ‘Genoeg werk in Nederland’.
  1. Producten worden van het buitenland naar Nederland vervoerd. Welke nadelen heeft dit?


Dit kost veel brandstof.

De uitstoot van de brandstof komt in het milieu terecht.

Het kan alleen in grote partijen vervoerd worden.

De brandstof kan alleen in het westen gekocht worden.

De brandstof is in het westen beter dan in de lageloonlanden.

Lees nog eens de theorie onder kopje ‘Brandstof en milieu’.
  1. Vul de volgende woorden in op de juiste plekken in de tekst: concurreren, failliet, lagelonenlanden, goedkoop.


Bedrijven die niet naar lagelonenlanden gaan, kunnen niet concurreren tegen bedrijven die wel gaan en goedkoop kunnen produceren. Ze gaan dan vaak failliet.

Lees nog eens de theorie.
  1. Het is niet altijd fijn dat de hele wereld je mening kan volgen. Wanneer niet?


Als je met jouw mening een land of volk beledigt.

Als je je mening opdringt aan iemand anders.

Als je steeds wisselt van mening.

Als je geen goede argumenten hebt.

Lees nog eens de theorie.
  1. Welke stelling is goed?


Stelling 1: In iedere stad ziet de grote winkelstraat er ongeveer hetzelfde uit.

Stelling 2: Alleen in Europa dragen jongeren een spijkerbroek en een T-shirt.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Alles hetzelfde’.


1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina