De wereld een dorp Wat weet je al?



Dovnload 134.18 Kb.
Pagina6/6
Datum22.07.2016
Grootte134.18 Kb.
1   2   3   4   5   6

De wereld een dorp - toets

  1. De wereld lijkt op een dorp. Door welke twee uitvindingen komt dit vooral?


De mobiele telefonie.

Het internet

De pinautomaat

Medicijnen tegen kanker.

De digitale camera.

Lees de theorie nog eens.
  1. Welke stelling is goed?


Stelling 1: Bedrijven verleiden klanten met mooie mensen in reclames.

Stelling 2: Mensen kopen een product omdat ze dan ook zo mooi en gelukkig denken te worden als de persoon in de reclame.

Lees nog eens de eerste alinea.
  1. Welke stelling is juist?


Stelling 1: Globalisering heeft positieve kanten.

Stelling 2: Door globalisering voel je je meer betrokken bij de wereld.

Lees nog eens de eerste alinea.
  1. Lees de eerste twee alinea's van de volgende tekst. Welke stelling is juist?


Stelling 1 De globalisering neemt toe.

Stelling 2 Door het verplaatsen van productie naar lagelonenlanden neemt de scheepvaart toe.

Kijk nog eens op de site.
  1. Welke stelling is goed?


Stelling 1: De wereld lijkt kleiner. Dat is alleen maar een goede ontwikkeling.

Stelling 2: De wereld lijkt kleiner. Dat is in geen enkel geval goed.

Lees de theorie nog eens.
  1. Waarom willen reclamemakers graag dat je net zo wilt zijn als het ideaalbeeld?


Dan koop je hun producten.

Dan gaat iedereen een beetje op elkaar lijken.

Dan zijn er minder lelijke mensen op straat.

Wat gebeurt er als iedereen net zo mooi en gelukkig wil worden als het ideaalbeeld?
  1. Waarom wordt onze samenleving multicultureel genoemd?


Omdat er verschillende culturen in ons land bij elkaar wonen. Ieder met eigen gewoonten en gebruiken.

Omdat er in ons land heel veel culturele activiteiten plaatsvinden, zoals buurt- en straatfeesten.

Omdat er heel veel aparte groepen wonen, zoals gabbers, punkers en skinheads.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Multiculturele samenleving’.
  1. Welke bewering is goed?


Stelling 2: Als jij in een andere wereld geboren zou zijn, zou je heel anders denken, doen en voelen.

Stelling 1: Cultuur is aangeboren.

Lees nog eens de theorie.
  1. Producten worden van het buitenland naar Nederland vervoerd. Welke nadelen heeft dit?


Dit kost veel brandstof.

De uitstoot van de brandstof komt in het milieu terecht.

Het kan alleen in grote partijen vervoerd worden.

De brandstof kan alleen in het westen gekocht worden.

De brandstof is in het westen beter dan in de lageloonlanden.

Lees nog eens de theorie onder kopje ‘Brandstof en milieu’.
  1. Lees het volgende tekstje. Vul de volgende woorden op de goede plaats in. Kies uit: westerse, Europa, globalisering, opvattingen, grens, cultureel.


Culturele globalisering betekent dat ook op cultureel gebied de grenzen opengaan. Ideeën, opvattingen, waarden en normen gaan verder dan de Nederlandse grens. In Azië kun je tegenwoordig ook westerse popmuziek horen op de radio, terwijl we in Europa ook graag Chinees of Indiaas eten.

Lees nog eens de laatste alinea.
  1. Vul de volgende woorden in op de juiste plekken in de tekst: producten, identificeren, rolmodellen, ideaalbeeld, gekocht.


In reclames worden rolmodellen gebruikt. Mensen willen graag op deze rolmodellen lijken. Ze willen voldoen aan het ideaalbeeld. Dat doen de reclamemakers expres. Ze weten namelijk dat hun producten zo eerder worden gekocht.

Lees nog eens de theorie.
  1. Lees de volgende zinnen. Vul de goede woorden in. Kies uit: producten, politiek, verbonden en bedrijven.


Globalisering betekent dat mensen, bedrijven en landen met elkaar verbonden zijn. Het gaat dus niet alleen om producten. Maar ook om informatie, cultuur en politiek.

Lees nog eens de laatste alinea van de theorie.
  1. Welke stelling is goed?


Stelling 1: In iedere stad ziet de grote winkelstraat er ongeveer hetzelfde uit.

Stelling 2: Alleen in Europa dragen jongeren een spijkerbroek en een T-shirt.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Alles hetzelfde’.
  1. Programma’s als CNN, MTV en TMF zorgen ervoor dat jij en veel andere jongeren op de wereld hetzelfde nieuws en dezelfde muziekclips horen en zien. Waar is dit een voorbeeld van?


Van culturele globalisering.

Van economische globalisering.

Van politieke globalisering.

Van globalisering op de drie bovengenoemde gebieden.

Lees de laatste alinea nog eens.
  1. Welke stelling is goed?


Stelling 1: Bedrijven handelen tegenwoordig over de hele wereld.

Stelling 2: De meeste spullen hebben al een hele reis achter de rug voordat ze in de winkel liggen.

Lees nog eens de theorie.
  1. Lees het volgende tekstje. Kies de goede woorden.


Men bedoelt met ideaalbeeldreclame ook wel wat men als mooiste man of vrouw ziet. In Nederland is het ideaalbeeld een vrouw met langekorte blonde haren, en lange dunnedikke benen. Mannen moeten breedsmal zijn, gespierd en een brede kaaklijn hebben. Deze mensen zie je vooral in reclameskrantenberichten. Maar is het ook jouw ideaalbeeld? Hoe ziet jouw mooie man en vrouw eruit?

Lees nog eens de theorie.
  1. Aan internet zit een nadeel. Welke nadeel?


De hele wereld kan een beeld, een tekst of een video bekijken. Zijn deze beelden kwetsend? Dan kun je de halve wereldbevolking boos hebben gemaakt.

De hele wereld kan zien hoeveel vrijheid je in Nederland hebt. Er zullen miljoenen buitenlanders asiel vragen.

Geert Wilders kan in Nederland opgepakt worden. Het is ergens anders in de wereld verboden is om beledigende teksten of beelden op internet te zetten.

Lees de theorie nog eens.
  1. Welke stelling is goed?


Stelling 1: In Nederland houden alle bedrijven zich aan de arbeidsvoorwaarden.

Stelling 2: In de lageloonlanden houden bedrijven zich, net als in Nederland, aan de arbeidsvoorwaarden.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Arbeidsvoorwaarden’.
  1. Tegenwoordig zijn er moderne communicatie- en informatiemiddelen. Wat zijn hier de voordelen van?


Je kunt gemakkelijker op de hoogte blijven van gebeurtenissen, mode en trends van over de hele wereld.

Je kunt direct in contact komen met mensen aan de andere kant van de wereld.

Je kunt gemakkelijker buitenlandse kleding kopen.

Je kunt voor weinig geld naar het buitenland vliegen.

Je kunt in de supermarkt en groentewinkel buitenlandse groente kopen.

Met communicatie- en informatiemiddelen worden alle producten bedoeld waarmee je met elkaar kunt praten of informatie kunt uitwisselen. Dus bijvoorbeeld de telefoon en internet.
  1. Op welke twee manieren kun je vrienden over de hele wereld maken?


Via internet (chatten en twitteren).

Door vakantie in het (verre) buitenland.

Door lid te worden van veel verenigingen.

Via bijbaantjes naast je opleiding.

Door veel te sms-en.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Online vrienden’.
  1. Wat heeft met politiek te maken? En met economie? En met cultuur?


    • Leiders nemen gezamenlijk beslissingen. : politiek

    • De meeste producten worden in Azië gemaakt. : economie

    • In de meeste landen dragen jongeren dezelfde kleding. : cultuur

Lees nog eens de theorie.
  1. Lees het volgende artikel. Welke stelling is goed?


Stelling 1: Iedereen kent elkaar via ongeveer zes tussenpersonen.

Stelling 2: Het gaat hier om een heel nieuw onderzoek.

Lees nog eens de informatie op de website.
  1. Bedrijven concurreren met elkaar. Waarmee kunnen ze concurreren?


Met de prijs.

Met de kwaliteit.

Meer reclame

Grotere artikelen

Meer kleuren

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Vrijemarktdenken’.
  1. Welke stelling is goed?


Stelling 2: Ook jij bepaalt welke producten er in de schappen ligt.

Stelling 1: Alleen bedrijven bepalen welke producten er in de winkel liggen.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Jouw invloed’.
  1. Het wordt voor jou steeds gemakkelijker om te kopen. Welke twee oorzaken worden in de theorie genoemd?


Omdat je via internet kunt kopen.

Omdat je in grote supermarkten kunt kopen met veel keuze.

Omdat de winkel om de hoek ligt.

Omdat producten steeds goedkoper worden.

Omdat je veel geld hebt.

Lees nog eens de theorie onder het kopje ‘Een wereld vol verleidingen’.
  1. Welke stelling is juist?


Stelling 1: Bedrijven maken reclame om meer klanten te krijgen.

Stelling 2: Je hebt altijd door dat je wordt verleid om een product te kopen.

Lees nog eens de theorie.
  1. Bekijk het volgende filmpje over globalisering. Welke stelling is juist?


Stelling 1 Er komt steeds meer globalisering.

Stelling 2: Globalisering is dat steeds minder landen mee gaan doen met de wereldhandel.

Bekijk het filmpje nog eens.
  1. Er zijn organisaties opgezet om de wereld te verbeteren. Zet de juiste afkorting bij elke omschrijving.


    • Zorgt voor vrede en veiligheid in de wereld. : VN

    • Helpt kinderen wereldwijd. : Unicef

    • Bestrijdt honger in de wereld. : FAO

Lees nog eens de theorie. Of kijk eens op de sites van de organisaties. Je kunt ze vinden onder het kopje ‘Nuttige websites’.

© 2014 | Noordhoff Uitgevers bv

1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina