De Zweedse scherenkust



Dovnload 14.9 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte14.9 Kb.
De Zweedse scherenkust.
Het IJsselmeer verveelt eigenlijk nooit, net zo min als onze beroemde Waddeneilanden. Altijd weer heerlijk om er te zijn. Alleen midzomer moet je deze eilanden en de havens rond het IJsselmeer liever mijden. Rijen dik lig je dan als haringen in een ton, als je tenminste al een plaats weet te bemachtigen.. Daarom doen we graag in de zomer iets anders. België, Engeland, maar vooral ook Denemarken. Deze keer wilden we de scherenkust van Zweden met z’n duizenden eilanden verkennen. Een ander land, met een andere natuur en cultuur. Als vanouds ging mijn zeilmaat Harry mee heen en weer naar Zweden en Riety en ik zouden Zweden doen. Het werd een heerlijke tocht.


31mei ’s avonds tegen zonsondergang komen we in Lemmer aan, De “Oring” ligt “gepoetst en geboend” klaar voor vertrek. Het uitzicht over het IJsselmeer in de ondergaande zon is zo prachtig, dat we besluiten niet de volgende morgen, maar direct af te varen. Een tocht deels in het donker, varen op plotter en radar, lokt. Om middernacht arriveren we in Makkum, waar we voor de dieselpomp van de marina afmeren.

Met volle tanks vertrekken we de volgende ochtend met als doel Borkum. We varen langs Vlieland, door het “stortemelk” stuurboord uit de Noorzee op. De weerdeskundigen die weinig wind hadden voorspeld, kregen gelijk. Over een gladde zee kwamen we om 18.00 uur in Borkum aan.



De volgende ochtend scheen wederom de zon omfloerst door lichte nevel. Met de gladde zee echt motorbootweer. Om 16.00 uur lagen we dan ook in de marina van Cuxhaven, ons verheugend op een “Scholle Finkenwerder Art”, die je in het Noord-Duitse kustgebied zo heerlijk kunt eten. (grote gebakken schol met uitgebakken spekjes)

Verder gaat het de volgende ochtend naar Rendsburg. Bij de sluizen in Brünsbuttel hebben we geluk. Bij aankomst knippert het witte licht, wat aangeeft dat we de sluis in mogen. Om 15.30 uur maken we in Rendsburg vast. En ja, “der Scholle ist da!”


Vandaag willen we Denemarken bereiken. Met weer een gunstige schutting in Holtenau varen we de “Kieler Bucht” op. Er staat een stevige wind (5-6 Bf) , maar hier bewijzen, voor het eerst deze reis, de “Najad stabilisatoren” zich op schitterende wijze. De rolbewegingen worden praktisch totaal gecorrigeerd en zo komen we op comfortabele wijze om 15.00 uur in Marstal op het eiland Arø aan .

Van Marstal varen we de volgende ochtend in schitterend weer met stevige wind tussen de Deense eilanden door. Langs Styrnø, Rudgøbing , door de Svendborg Sund. Na de Kobberdyb te zijn doorgevaren steken we Storebaelt over. Via de Omø Sund meren we uiteindelijk af in Karrebaeksminde.

Van Karrebaeksminde varen de volgende dag naar Kopenhagen en vinden een ligplaats tegenover het bekende “Nyhavn”.
Nyhavn” is de haven van Kopenhagen. ’s Zomers staat het hier vol met terrasjes, maar ook als het wat kouder is kom je met het aantal cafés en restaurants in deze wijk gelukkig niets tekort. Nyhavn is hét symbool van Kopenhagen. ’s De oude pakhuizen zijn opgeknapt en daarin zijn hotels, restaurants en designcentra verrezen.

Na de rustdag in Kopenhagen op naar Zweden! Varberg, dat we na 89,7 mijl, om 15.30 binnenvaren blijkt vandaag dè dag voor studenten hoger – en middelbaar onderwijs die hun diploma hebben gehaald. Met vriend of vriendin (zo’n 1000 studenten!) paraderen ze in een lange rij door de stad, en zich maar al te graag door omstanders te laten fotograferen.
De volgende ochtend gaat het verder noordwaarts. Het kustgebied veranderd snel van vlak naar heuvelachtig. Hier en daar steken de eerste rotseilandjes uit het water. De “Scherenkust”, ons uiteindelijke doelgebied.

De volgende dag bereiken we na 37,7 mijl Marstrand'>Donsö. Via Marstrand, dat we in het 2-e deel van onze reis nogmaals zullen aandoen, meren we af in de “Lille Bommen” jachthaven in het centrum van Göteborg.

We vervolgen onze reis na een kort intermezzo. Na afscheid te hebben genomen van Melanie en Michael , vrienden die tijdens onze afwezigheid de “Oring” in de gaten hielden, en de zeer hulpvaardige havenmeester , “wurmen” we de boot uit de inmiddels erg vol geworden haven.

Marstrand is ons volgende doel.
Vanaf het hoog gelegen Carlsten’s Fort heb je een geweldig uitzicht over het prachtige scherengebied.

Het eiland is in de zomertijd een ontmoetingsplaats voor watersporters en liefhebbers maar haar grootste charme is waarschijnlijk de prachtige houten architectuur van de stad. Carlsten's Fort heeft een kleurrijke geschiedenis. In 1658 koning gelast Carl Gustaf X de bouw van een fort op de top van Marstrand eiland. Het heeft 202 jaar geduurd voordat het was voltooid, maar werd toen beschouwd als een van Europa's sterkste maritieme verdedigingswerken.
Van Marstrand gaan we verder naar Björnholmen en Möllesund. Dit laatste kleurrijke dorpje geldt als het oudste vissershaventje van Zweden. Erg gezellig klein rustig haventje met uitstekende restaurantjes.
Hier eindigt ons bezoek aan Zweden dat we met weemoed, veel te snel weer moeten verlaten. Maar ja, er wacht ons nog een lange tocht terug naar huis.
Via Skagen, Hou, Grenaa, Hov en Middelfart, komen we op 17 juli in Sonderborg aan. We liggen nog maar net of het Koninklijke jacht de” Dannebrog” arriveert. Wat een schitterend klassiek jacht.

In Sonderborg wisselt de bemanning weer, Harry komt aan boord, Riety reist met Harry’s vrouw Anky per auto terug naar Nederland.



Harry en ik varen de “Oring” via Rendsburg, Nordeney en Harlingen terug naar de “stal” in Lemmer.
Als we terugblikken realiseren we ons wat een prachtige tocht het was en wat een adembenemend vaargebied de Zweedse scherenkust is. Rotsen rondom, soms als kleine eilanden, vaak alleen als rots. Het was ons onbekend dat de Zweedse kust zo rotsachtig was. Prachtig vonden de dat, zo heel anders dan Nederland of zelfs Denemarken. De stilte, die intense stilte, ’ s avonds op het dek zitten, aardedonker en stil, dat is genieten. Havens, nog steeds eenvoudig, niets overbodigs, leg je boot maar neer. Een klein winkeltje met het hoogstnodige, echt het hoogstnodige om niet te verhongeren. Eten wat de pot schaft heet dat. Wij Hollanders hebben altijd wel voorraad aan boord dus hebben wij ook geen probleem. Dat hele simpele komt weldadig over. Wij genoten er erg van. Verkeken hebben wij ons enigszins op de afstanden. Achteraf hadden we wel veel langer in Zweden willen blijven, en nog veel meer willen zien, maar wij moesten elke dag flinke afstanden afleggen om weer op tijd voor onze afspraak van wisseling van de wacht onder in Denemarken te zijn. Jammer, we hebben ontdekt, dat je minstens en maand of liever nog langer moet uittrekken voor dit ene land. Wie weet, misschien gaan we ooit nog een keer en plannen we dat iets anders.
Voor de statistieken; Totaal voeren we 1277,5 mijl, in 28 vaardagen legden we gemiddeld 45,6 mijl af, met een snelheid van gemiddeld 9 mijl per uur. Langste en kortste afstand op 1 dag: 106,3 & 2,7 mijl. En dat alles met 142 motoruren.
Klaas & Riety Beuker.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina