Debat over de speech van de Britse premier Cameron



Dovnload 291.67 Kb.
Pagina1/9
Datum24.08.2016
Grootte291.67 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

Toespraak premier Cameron


Aan de orde is het debat over de speech van de Britse premier Cameron,

en de behandeling van:



- de brief van de minister-president d.d. 29 januari 2013 met de reactie op de toespraak van de Britse premier Cameron over de toekomst van Europa (2013Z01633);

- de brief van de minister van Algemene Zaken d.d. 31 januari 2013 met de reactie op verzoek van het lid Wilders om een nieuwe brief in aanvulling op de kabinetsreactie naar aanleiding van de toespraak van de Britse premier Cameron over de toekomst van Europa (2013Z01832).
De beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:

Ik heet welkom de minister van Buitenlandse Zaken, de premier en de mensen op de publieke tribune, voor het debat over de speech van de Britse premier Cameron. We hebben met elkaar afgesproken dat er vier minuten spreektijd per fractie is.


De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Ik zou dit debat willen beginnen met kort stil te staan bij de terroristische aanslag die eind van deze ochtend heeft plaatsgevonden in Denemarken, op de gewaardeerde schrijver, journalist, islamcriticus, mijn vriend Lars Hedegaard. Hij heeft de aanslag gelukkig overleefd, maar mijn gedachten, en die van mijn fractie, gaan uit naar hem, nu, op dit moment: Lars Hedegaard, als strijder van het vrije woord en de vrijheid van meningsuiting.

Terug naar het debat. Terwijl we in Nederland een minister-president hebben die de hele dag bezig is om uit te zoeken welke verkiezingsbelofte hij vandaag weer eens zal breken, heeft Groot-Brittannië een premier met visie. Cameron snapt dat de Europese Unie een ramp is. Hij formuleert het allemaal netjes, zoals hij dat geleerd heeft op Eton, maar wie goed luistert, ziet dat hij keihard is voor de Europese Unie: te veel bemoeizucht, te weinig nationale zeggenschap, ondemocratisch, bureaucratisch. Cameron wil onderhandelen en na afloop daarvan wil hij ook een referendum. Een referendum, want hij is niet bang voor het volk. Cameron is namelijk een democraat. En wat krijgen wij? Een referendum, vergeet het maar, liet premier Rutte meteen weten. Het volk moet zwijgen en alleen betalen, vindt premier Rutte. Het enige wat wij van dit kabinet krijgen, zijn twee flutbrieven. We vragen een visie en we krijgen een lange gaap. Cameron opent het debat en Rutte kijkt naar zijn schoenen. Cameron denkt na en onze premier slaapt. Cameron heeft visie en Rutte heeft Diederik Samsom.

Het staat toch in het regeerakkoord? Het kabinet zou toch met voorstellen komen om bevoegdheden terug te halen? De premier heeft niet alleen maling aan het verkiezingsprogramma van zijn VVD, hij snuit nu blijkbaar ook al zijn neus in het regeerakkoord. Na vier maanden is er nog niets. Een mening, daar zijn wij niet voor, zegt Rutte II, en voor visie gaat u maar naar de opticien.

Premier Rutte wilde misschien wel iets zeggen, maar toen hij wakker werd, lag er een afgesneden paardenhoofd in zijn bed, met een briefje erbij met daarop het logo van de Partij van de Arbeid. Frans Timmermans -- minister Timmermans, moet ik zeggen -- zat 's avonds meteen bij de staats-tv, om duidelijk te maken dat Cameron van alles kan zeggen en willen, maar dat Den Haag stug doorgaat.

De laatste drie weken voor de verkiezingen doet de VVD altijd een beetje rechts, we kennen dat. Geen cent voor Griekenland, belastingen omhoog in plaats van omlaag, denivelleren in plaats van nivelleren, geen cent voor Griekenland, een opt-out, u kent het wel. In de campagne zou je bijna nog denken dat die partij ergens voor staat, maar als de stembussen dicht zijn, blijken het toch weer gewoon de D66'ers die zij van nature zijn. Geen opt-out, ook niet voor de Britten, klinkt het, nu er geregeerd wordt. Geen hoepel of de VVD springt er wel doorheen. Geen capitulatie of Mark Rutte tekent deze. De heer Rutte is een eurofiel die aan de leiband van de Partij van de Arbeid loopt, een pratende stropdas. We krijgen nu zelfs een Waal als een Europese spion die permanent in Den Haag de boeken moet controleren.

En wij maar betalen. De grootste nettobetalers van de hele Europese Unie, en we krijgen er niets voor terug. Hier en daar hebben we nog een beetje macht, maar ook daar is het kabinet bang om die macht te gebruiken. Volgend jaar krijgen we een invasie van Roemenen en Bulgaren die zich hier allemaal mogen komen vestigen. Het kabinet kijkt ernaar en doet er niets aan.

Rutte II kiest voor Brussel. De PVV wil uit de Europese Unie.

Op weg daarnaartoe steunen wij natuurlijk elk initiatief dat bevoegdheden terughaalt. Laten we beginnen met immigratie en asiel: de grenzen dicht voor arbeidsmigranten uit Polen, Roemenië en Bulgarije en nieuwe lidstaten; weer baas zijn over ons eigen geld en over ons eigen buitenlands beleid.

Ik rond af. 60% van de VVD-kiezers, zo blijkt, wil een referendum over de Europese Unie. Dat is logisch, want dan worden ze in ieder geval niet bedrogen door deze premier. Maar de premier is bang: hij is bang voor een referendum, hij is bang voor de Partij van de Arbeid, hij is bang voor Brussel. Maar wat nog het ergst is: hij is bang voor de stem van de Nederlandse kiezer.


De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Warme banden tussen de premier en zijn Britse collega Cameron. Samen in de trein op werkbezoek naar Birmingham. De een wil een belangrijke Europaspeech houden in het land van de ander. En de ultieme liefdesverklaring kwam tijdens de campagne per video. Cameron zei: ik ben blij dat ik hem mijn vriend mag noemen.

Leuk voor onder de kerstboom, maar wat betekent dit politiek? Cameron wil een nieuw verdrag, wil een uitzondering van verdere EU-regels voor kleine bedrijven en zeker geen verdere integratie. Maar wat is de agenda van dit kabinet? Over Cameron en Rutte zegt de VVD: ze hebben dezelfde agenda. Belangrijker is: hebben VVD en PvdA eigenlijk dezelfde agenda? Het Europa van Rutte is als een bedrijventerrein: alleen het hoogst noodzakelijke wil hij samen doen en voor de rest is het ieder voor zich. Dat is toch niet de agenda van de PvdA? De woordvoerder van de VVD kijkt angstig naar ieder woord van de PVV. Daar wil de Partij van de Arbeid toch ook vanaf?

Tijdens de kabinetsonderhandelingen bleef de Europakaart liggen. De diepe verdeeldheid tussen VVD en PvdA vroeg om een gefundeerde discussie, maar de onderhandelaars moesten en zouden naar het bordes. Een sprintje naar de Trêveszaal. Waar leidde dat toe? Vaagheid, uitstel, mist. Het regeerakkoord zegt: we komen met een lijst van wat Europa wel en niet moet doen. Dat was vier maanden geleden. De fractievoorzitter van de VVD zei vorige maand dat het kabinet snel met die lijst moest komen. Vorige week vroeg de Kamer tot tweemaal toe om de kabinetsinzet in Europa, maar zij kreeg niets: twee keer een inhoudsloos A4'tje bedrukt papier. Het kabinet zal nader uiteenzetten hoe het invulling wil geven aan het voornemen in het regeerakkoord om een inventarisatie te maken, blablablabla. Dat zijn toch geen teksten? Ik vrees Donner, ik hoor Balkenende: blablablabla. Niet alleen in woord, maar ook in daad. Want wat doet het kabinet? Ambtenaren aan het werk zetten tot aan de zomer: zij gaan in kaart brengen om welke onderwerpen het op hun terrein zou kunnen gaan. Ambtenaren aan het werk zetten, om tijd te kopen. Wat zei VVD-leider Rutte toen het kabinet-Balkenende IV dat in 2009 deed? Ik citeer: "Dit is toch niet regeren, meneer de minister-president?". Hij noemde het kabinet "feitelijk demissionair". "Regeer of treed af", zo zei hij. Nu doet Rutte het zelf: maandenlang studeren op een Europastandpunt. Dat is te lang, dat is te laat en dat is te kostbaar. Terwijl de toekomst van Europa de komende maanden wordt bepaald, heeft het kabinet zichzelf met handen gebonden.

D66 is steeds helder over waar Europa wel en niet moet gaan. Wij bepalen in Nederland wat wij prima zelf kunnen doen. Grensoverschrijdende vraagstukken moeten Europees worden opgelost: economie en handel, klimaat en energie, defensie, migratie, internationale criminaliteit. Hoe denkt het kabinet hier nu over?

Ik rond af. Wie denkt in zes weken een regeerakkoord te kunnen sluiten, staat behoorlijk in zijn hemd als maanden later nog niet het begin van een Europavisie de Kamer heeft bereikt. De slechtst denkbare uitkomst, de slechtste deal is stilstand. Geen grammetje erbij, omdat de VVD dat niet wil; geen grammetje eraf, omdat de Partij van de Arbeid dat niet wil. Dat is een status quo.

Nederland verdient een nieuw Europa. Het kabinet moet een nieuwe koers volgen. Wanneer komt deze premier, in navolging van vriend Cameron, met zijn Europaspeech?
De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Op 23 januari gaf de Britse premier Cameron zijn langverwachte en reeds lang aangekondigde Europaspeech. Hij hield hem niet in Nederland, zoals van tevoren was aangekondigd, maar uiteindelijk in zijn eigen land. Hij kondigde in zijn speech op termijn een referendum in Engeland aan; vooral een boodschap voor binnenlands gebruik. Hij sprak ook over de toekomst van de Europese Unie. Een debat is nodig, zo zei hij, over wat de Unie wel en wat de Unie niet moet doen. Hij heeft de moed, de discussie te voeren over de lange termijn van de Europese Unie; moed die de minister-president in Nederland tot nog toe ontbeert. Zijn adagium is altijd: geen vergezichten, klein stapjes. Zelfs na de speech van David Cameron bleef het vanuit het Torentje oorverdovend stil. De Kamer kreeg op dezelfde dag nog een schriftelijke verklaring en een aantal dagen later een brief, of liever gezegd een briefje, met als hoofdboodschap: wacht op de Staat van de Unie. In andere taal: wij zijn er nog niet uit, de ambtenaren zijn aan het broeden, stoor ze alsjeblieft niet.

Ondertussen dendert de Europese trein door. Komend weekend wordt over de meerjarenbegroting beslist. Ongetwijfeld roept onze premier dan weer heel luid: I want my money back; 1 miljard euro terug uit Europa. Stel dat onze premier aanstaand weekend wordt gevraagd naar zijn toekomstvisie. Gaat hij dan ook zeggen dat zijn ambtenaren aan het werk zijn en dat moet worden gewacht op de Staat van de Unie? Of heeft hij dan wel een opvatting? Mijn vraag aan de premier is welk antwoord hij geeft als hij dit weekend deze vraag krijgt.

Europa gaat over meer bevoegdheden als het gaat om de economie en om de financiën: uit de crisis komen. Het gaat ook over het teruggeven van bevoegdheden. Als je dat doet, moet je ook weten waar je dat wilt doen. Dit kabinet heeft daarover woorden opgeschreven in het eigen regeerakkoord, maar ondertussen weet het kabinet het nog steeds niet. Het inventariseert, het denkt na tot de zomer. Ik geef het kabinet echter op een briefje dat de Europese trein dan allang is vertrokken en dat het achterblijft op een leeg perron. De CDA-fractie roept het kabinet op tot duidelijkheid.


De heer Pechtold (D66):

Een prachtig woord om een interruptie bij de heer Buma te plaatsen: duidelijkheid. Ik was vanochtend namelijk mijn Europese broeder even kwijt. In mijn hand heb ik de Volkskrant, die op de voorpagina meldt "CDA breekt discussie open: minder macht voor Brussel". Dat is een helder betoog. "Ik ben voor meer Europa", zo meldde de heer Buma een half jaar geleden in het tijdschrift dat ik in mijn andere hand heb. Waar staat het CDA zelf?


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik dank de heer Pechtold dat hij mij deze gelegenheid geeft. Wat ik net zei, was wat er in de genoemde interviews staat. Wij hebben meer Europa nodig als het gaat om de toekomst van de Europese Unie, economie, financiën en om uit de crisis te komen, bijvoorbeeld als het gaat om discipline bij de begroting. Datzelfde Europa -- dan lees ik eigenlijk alweer voor uit mijn inbreng -- dat zelfbewust de toekomst tegemoet gaat, weet ook welke bevoegdheden teruggaan. Dat is het debat dat Cameron startte. Dat is het debat dat actueel is. Dat is het debat dat het kabinet niet voert en dat wij in Nederland wel moeten voeren.


De heer Pechtold (D66):

Ik stel vast dat de heer Buma met vlotte schreden terugtreedt van wat hij vanochtend lanceerde. Dat is goed. Het gevaar is echter dat bij de kiezers blijft hangen dat het CDA nu toch ook bij het grote koor van eurocritici hoort die eigenlijk alleen maar minder willen.

Dan bevalt toch dat interview van vlak voor de verkiezingen mij wel, waarin de heer Buma zei: ik ben wel voor meer Europa, dus moeten wij flinke stappen zetten en niet uit angst voor de verkiezingen een stapje terug doen. Ik heb de lijst van punten bekeken die hij vanmorgen noemde. Die ging van persvrijheid, waar Europa helemaal niet over gaat, tot pensioenen, waar wij nog lang niet meer klaar zijn, en vrouwenquota. Van deze zaken kun je drie kwart, of zelfs 90%, zo afstrepen omdat Europa er niet over gaat.

Hoor ik het CDA nu helder zeggen dat op dit moment Europa inderdaad stappen vooruit moet zetten? Zit het CDA weer in het kamp van degenen die Europa willen uitbouwen, willen teruggeven aan de burgers en ervoor willen zorgen dat het democratischer er slagvaardiger wordt?


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik vind het echt heel onverstandig van de heer Pechtold om, als hij verder wil met Europa, te beginnen met mensen in kampen in te delen. Het gaat namelijk niet om kampen. Ik ben voor Europa. Dat was ik gisteren en dat ben ik vandaag. Ik ben ben echter ook voor een Europa dat net zo werkt als Den Haag: doen waar het goed in is en, in dit geval, bij de lidstaten neerleggen waar de lidstaten goed in zijn. De discussie over meer Europa voeren wij. Die voeren wij dagelijks, als het gaat om de toekomst, onze financiën, de euro en het oplossen van de crisis. Dat moet doorgaan.

Wij hebben de Europese burger echter ook altijd voorgehouden dat wij op terreinen minder regels willen, zowel in Nederland als in Europa. Het gaat nu om dat laatste. Als de heer Pechtold daar een karikatuur van wil maken, als hij niet minder regels wil, is dat zijn keuze. Mijn keuze is wel minder regels. Soms moeten wij regels afschaffen die wij met zijn allen hebben ingevoerd. Soms moeten wij voorkomen dat regels op ons afkomen, zoals over persvrijheid -- ik denk aan uitspraken van mevrouw Kroes -- pensioenen en eventueel quota rond vrouwen, ouderschapsverloven en dergelijke. Ik vraag de heer Pechtold om mee te denken over minder regels uit Brussel, juist om een krachtig Europa te hebben waar dat nodig is.
De heer Pechtold (D66):

Ik stel vast -- zo is dat vaker gegaan, zeker toen het CDA regeerde -- dat de ochtendkrant stevig is, maar dat de nuance gelukkig in het debat komt. Ik hoop dat mensen dat horen, want dan vind ik de heer Buma weer aan mijn zijde. Niet in een kamp, maar wel bij degenen die het lef hebben om te laten zien dat je om uit problemen te komen inderdaad regeltjes moet afschaffen die onzinnig zijn, maar dat de essentie is dat een Europa met een vrije markt, met een vrij verkeer van goederen, diensten en mensen, alleen kan bestaan bij verdere integratie. Ik hoor de heer Buma dat gelukkig steunen.


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik begin mij af te vragen wat de heer Pechtold nog zocht. Zocht hij nu de hoop dat wij met zijn allen minder Europa zouden doen of dat wij met zijn allen zouden gaan werken aan een beter Europa? Ik streef naar een Europa dat meer doet op het financiële vlak en minder waar het niet nodig is. Als de heer Pechtold zegt dat dit ook nodig is, gaan wij verder op dat pad. Als hij zegt dat dit niet mag, dat het gelijk een pro- of anti-Europadiscussie is, ben ik het zeer met hem oneens. Ik vind de kracht van Cameron -- ik ben het met veel uit zijn speech oneens -- dat hij ook aangeeft dat een toekomstig Europa op terreinen minder kan doen. Ik wil van het kabinet weten waar dat kan.


De heer Van der Staaij (SGP):

Het CDA heeft het geheim lang weten te bewaren, maar vanmorgen is dan toch uitgelekt dat ook het CDA wil dat er meer bevoegdheden van Europa naar Nederland komen. Ik ben blij met die bijval. Mijn vraag is dan wel waar het volgens de heer Buma mis is gegaan in het verleden.


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het geheim was ook al stiekempjes verklapt in ons verkiezingsprogramma, dus zo geheim was het niet. Ik begrijp wel dat de heer Van der Staaij zijn eigen programma meer las. Minder regels is een opdracht die de Europese Unie zichzelf tien jaar geleden al heeft gesteld. Alle regels die wij de afgelopen tijd hebben ingevoerd, zijn soms met en soms zonder het CDA aangenomen. Heel veel zijn overigens met steun van het CDA aangenomen. Het gaat er met name om dat je, als je ziet dat bepaalde regels in de praktijk niet werken of als je de bevoegdheid terugwilt, net als in Nederland stappen durft te zetten. Ook als wij spreken over deregulering in Nederland, gaat het om wetten die wij allemaal in dit huis ooit hebben aangenomen. Daar loop ik nooit voor weg. Ik zou het wel slecht vinden als wij om de reden dat wij regels ooit hebben aangenomen nu niet durven te zeggen dat we sommige dingen niet moeten doen.


De heer Van der Staaij (SGP):

Daarmee ben ik het helemaal eens. Dat is inderdaad niets nieuws, want vorig jaar heb ik al met de heer Slob een motie ingediend met een verzoek om een grote schoonmaak onder deze regels. Wij wachten nog steeds op de uitvoering daarvan.

Ik ben wel benieuwd of de heer Buma vindt dat wij met het Verdrag van Maastricht, het Verdrag van Amsterdam of het Verdrag van Lissabon eigenlijk te ver zijn gegaan met het uit handen geven van bevoegdheden aan Brussel. Heeft hij spijt van zijn ja-stem voor Amsterdam, van zijn ja-stem voor Maastricht en van zijn ja-stem voor Lissabon?
De heer Van Haersma Buma (CDA):

De verdragen geven de kaders waarbinnen wij verder moeten. Dat gaat tot en met het Verdrag van Lissabon. Vergeet één ding niet. Heel veel richtlijnen zijn niet nodig en dat geldt ook voor de uitwerking ervan. Denk aan de pensioenen. Op dat punt dreigt Europa meer te gaan doen dan wij willen. Dat bent u waarschijnlijk met mij eens. Tegen het kabinet zeg ik dan: de discussie is geopend. Ga dan niet tot juli inventariseren, om vervolgens achter in de rij aan te sluiten, maar kom nu en zoek partners. Dat had al vier maanden lang gekund. In plaats van met elkander te praten, hadden ze al vier maanden met de collega's in Europa kunnen praten. Dan zouden wij nu een voorstel hebben gehad. Dan zouden wij aan de ene kant een Europa hebben gehad waarmee wij verder integreren en dat wij financieel en economisch krachtig maken, terwijl wij aan de andere kant tegen de Nederlandse en de Europese burgers zouden hebben gezegd: Europa gaat niet over die en die terreinen.


De heer Van der Staaij (SGP):

Volgens mij is er brede overeenstemming over het schrappen van richtlijnen en regels die niet nodig zijn. Mijn vraag gaat eigenlijk verder: wilt u ook nog eens kritisch kijken naar wat er allemaal met het Verdrag van Maastricht, het Verdrag van Amsterdam en het Verdrag van Lissabon aan bevoegdheden op Europees niveau is overgeheveld?


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Kritisch kijken vind ik altijd goed, maar als u mij vraagt om de stappen die daar zijn gezet en de richtingen die daar zijn ingeslagen, terug te draaien, zeg ik: daar gaat het mij niet om. De integratie van Europa, die bedoeld is om van Europa de krachtigste, de modernste en de meest innovatieve economie ter wereld te maken, wil ik blijven steunen. U hoort echter met mij de geluiden van agrarische ondernemers die zich niet kunnen ontplooien door Natura 2000-gebieden. Dan kan ik zeggen dat wij dat in Nederland ooit een keer zo hebben vastgesteld in de uitleg ervan. Vervolgens zitten wij er helemaal aan vast, terwijl wij samen weten dat wij stappen moeten zetten om weer ruimte en mogelijkheden te krijgen om in Nederland een onderneming voort te zetten. Die stap wil ik zetten en daar roep ik het kabinet nu toe op.


De heer Wilders (PVV):

Ik vind het echt geweldig wat de heer Buma hier doet. Dat mag ook een keer tegen een collega worden gezegd. Ik vind het geweldig. Het CDA is eigenlijk als enige partij sinds de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk voor alle bevoegdheden die wij aan Europa hebben overgedragen. Vanaf 1957 tot nu ongeveer; steeds was er wel een CDA-minister verantwoordelijk voor dat wij macht overdroegen aan Brussel. Dit CDA zegt nu: wij hebben er genoeg van en wij moeten daarmee ophouden. Inderdaad, vorig jaar zei de heer Buma: wij moeten meer macht aan Brussel overdragen. Vandaag zeg hij: minder macht naar Brussel. Ik weet zeker dat u, als u in dit tempo doorgaat, volgend jaar met mij zegt: uit de Europese Unie! Het is dat wij geen leden hebben, anders zou ik het erelidmaatschap van de PVV aanbieden aan de heer Buma. Mijn eerste vraag is: zou u dat willen?


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik zou het erelidmaatschap van het CDA aan de heer Wilders kunnen aanbieden, als hij nu tenminste een keer zou erkennen dat het niet zo verstandig is geweest om voor de toetreding van Griekenland tot de euro te stemmen. En dat het ook niet zo verstandig is geweest, zoals hij heeft gedaan, om te stemmen voor het starten van onderhandelingen van de Europese Unie met Turkije.


De heer Wilders (PVV):

Dat zijn heel leuke voorbereide tekstjes, ik zag ze voor u liggen. Maar geef nu eens antwoord op de vraag. U was een heel eurovriendelijke man, verantwoordelijk voor alles wat Brussel aan het doen is en verantwoordelijk voor alle macht die wij zijn kwijtgeraakt. Nu zegt u in één keer dat wij dat allemaal terug moeten hebben. Ik voorspel u: volgend jaar gaat u ervoor pleiten dat wij de Europese Unie ook moeten verlaten. Dat smaakt goed, wat u nu hebt gedaan. Mijn vraag aan u is: bent u geïnteresseerd om erelid te worden van de PVV?


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dan kom ik weer terug op wat ik daarnet zei en wat ik tegen de vorige collega's zei die interrumpeerden.


De heer Wilders (PVV):

Dat is een erg flauw antwoord.


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik ga hiermee door. Wij moeten meer Europa krijgen waar het gaat om financiën, economie en het uit de crisis komen. Er moeten echter minder regels komen waar dat kan en waar de lidstaten zaken kunnen regelen. Als u het daarmee oneens bent, moet u het zeggen, maar ga niet doen, zoals ook de heer Pechtold deed, alsof het om twee kampen gaat. Het gaat wat mij betreft om een sterker, zelfbewuster Europa, dat de toekomst aan kan. Daar hoort een keerzijde bij, namelijk dat je ook aangeeft wat je niet doet. Dat deel ontbreekt.


De heer Wilders (PVV):

Ik zal afronden, voorzitter, want ik kom niet veel verder. Laat ik in ieder geval vaststellen dat de PVV-fractie verheugd is over het feit dat zij er een bondgenoot bij heeft in het eurosceptische kamp. Het CDA van de heer Buma is van een pro-Europese partij een van de meest eurosceptische partijen geworden. Ik verheug mij daarover. Misschien kunnen wij samen moties indienen. Ik zeg nogmaals dat wij volgend jaar nog een stapje verder zullen gaan. Ik ben blij met de steun van het CDA. Ik begrijp wel dat de heer Buma, gezien zijn achterban, het niet prettig vindt om dit te horen. Toch is dit een stap in de goede richting. Ik complimenteer hem daarvoor. Hulde!


De heer Van Haersma Buma (CDA):

Er is zelden zo lovend over mij gesproken tijdens een interruptie. Ik merk in ieder geval dat de heer Wilders mij steunt bij mijn streven om een aantal bevoegdheden die nu in Europa liggen, terug te halen naar Nederland. Hij steunt mij bij mijn oproep aan het kabinet om niet tot juli te wachten met een inventarisatie, maar daarmee nu al aan de slag te gaan. Er is wat mij betreft echter wel een keerzijde, en die steunt de heer Wilders niet. Ik accepteer dat hij mij niet steunt als ik zeg dat hier een keerzijde aan verbonden is. Die keerzijde is dat wij voortgaan op de weg van integratie die onze economie sterker maakt en die ons uit de Europese crisis helpt. Die integratie maakt Europa als waardegemeenschap sterker. Dat is de basis van het Europa waar het CDA in gelooft. Als de heer Wilders dat ook steunt, zeg ik tegen hem: join mijn club. Ik weet echter dat hij dat niet zal doen. Laten we het dus houden bij de overeenstemming over de stelling dat wij van een aantal Europese regels af kunnen. Wij blijven helaas verschillen van mening over de verre toekomst van Europa. Het is niet anders.


De heer

  1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina