Deel I overzicht van het onderwijssysteem in vlaanderen



Dovnload 197.21 Kb.
Pagina1/3
Datum20.08.2016
Grootte197.21 Kb.
  1   2   3
DEEL I OVERZICHT VAN HET ONDERWIJSSYSTEEM IN VLAANDEREN


  1. Grondwettelijke waarborgen voor onderwijs




    1. Onderwijs in een federale staat

Grondwet: Onderwijs = verantwoordelijkheid Vlaamse Gemeenschap

Uitzonderingen:


  • Begin en einde leerplicht ) nodig om een minimale

  • Minimumvoorwaarden om diploma’s te mogen uitreiken ) coherentie te verzekeren

  • Pensioenstelsel ) sociale zekerheid = nationale materie




    1. Vrijheid van onderwijs


Vrijheid van inrichting van onderwijs = grondwettelijk recht

Oorzaak van de schoolstrijden: staat of privé-initiatief om onderwijs te organiseren?

1958: schoolpact maakt een einde aan de schoolstrijden. Principe van vrije schoolkeuze dicteert dat inrichting van onderwijs niet beperkt mag worden. MAAR: wel een aantal wettelijke en statutaire verplichting om


  • Diploma’s te mogen uitreiken


Pedagogische vrijheid: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon heeft het recht onderwijs te organiseren en daarvoor instellingen op te richten.

Inrichtende macht = rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen (syn. = schoolbestuur)

Schoolpact legde vast dat onderwijs dat niet door het rijk georganiseerd werd (vnl. katholiek) overheidscontrole zou aanvaarden in ruil voor subsidiëring. Inrichtende macht heeft wel complete autonomie om zijn pedagogische vrijheid uit te oefenen.

Voorwaarden: minimumleerplan, minimumlessenrooster  verder complete vrijheid voor lessenroosters, leerplannen (mits goedkeuring minister) en pedagogische methoden.

Subsidies: 10 criteria



  1. Opzetten van structuur zoals bepaald door decreet/wet;

  2. Programma in overeenstemming met wettelijke vereisten en goedgekeurd door minister;

  3. Onderwerpen aan overheidscontrole (inspectie);

  4. Volledige verantwoordelijkheid door natuurlijke of rechtspersoon;

  5. Normen voor studenten/leerlingenaantallen (per decreet);

  6. Gebouwen voldoen aan veiligheids-/hygiënevoorschriften;

  7. Voldoende schoolmateriaal;

  8. Personeel tewerkstellen dat geen risico inhoudt voor leerlingen;

  9. Wettelijk bepaald vakantiesysteem aanvaarden;

  10. Participatiestructuren.


Pedagogisch project: vrij te bepalen door inrichtende macht, zolang aan wettelijke voorwaarden voldaan is ( inspecteurs en verificateurs).

Gemeentelijke, provinciale en gemeenschapsscholen: verplicht gemengd! Gesubsidieerd vrij onderwijs mag wel lln weigeren mits schriftelijke motivering en voldaan aanbod in de buurt.


Vrije schoolkeuze en inschrijvingrecht: eveneens grondwettelijk gegarandeerd.

2002: gelijke-onderwijskansendecreet, principiële inschrijvingsrecht in door ouders gekozen school  aanvaardingsplicht voor scholen (mits ouders akkoord met schoolreglement en pedagogisch project)! Weigeren of doorverwijzen mag enkel als:



  • Leerling voldoet niet aan toelatingsvoorwaarden (leeftijd…);

  • Materiële omstandigheden of veiligheidsoverwegingen;

  • Ouders aanvaarden schoolreglement of ped. project niet;

  • Draagkracht school volstaat niet om leerlingen met zware handicap onderwijs te kunnen bieden.

Ouders kunnen evt. (binnen 30 d.) beroep aantekenen bij commissie leerlingenrechten, die binnen 5 d. gegrondheid bepaald.

Weigering gegrond  samen met lokaal overlegplatform (LOP) zoeken naar oplossing. Weigering niet gegrond  fin. sanctie vr school tenzij ze kind alsnog inschrijft.

Doorverwijzen kan ook om vooropgestelde verhouding Nederlandstalige/anderstalige lln te waarborgen indien > 20% van de reeds ingeschreven lln anderstalig is EN de relatieve aanwezigheid van anderstaligen in de school hoger ligt dan in haar werkingsgebied.



  1. Leerplicht




    1. Historische schets

Leerplicht =/= schoolplicht!

Oorsprong in 1914 (leerplicht 6-12) en later geleidelijk aan opgetrokken.


    1. Actuele wetgeving

1983: alle minderjarigen verplichte leerplicht gedurende 12 jaar, beginnend in het jaar waarin ze 6 worden en eindigend in het jaar waarin ze 18 worden.

18 verjaardag = meerderjarig = einde leerplicht (ll kan niet verplicht worden schooljaar af te werken), anders eindigt leerplicht op einde schooljaar
Voltijdse leerplicht geldt tot 15 of 16 jaar, afhankelijk van het individuele geval. Eerste 2 jaar van het secundair moeten minstens succesvol doorlopen zijn om voltijds onderwijs te mogen verlaten.
Deeltijdse leerplicht:


  • OF men gaat voltijds verder:

  • OF men volgt deeltijds programma in een daarvoor opgericht centrum;

  • OF men volgt een erkende opleidingscursus.

Zowel voor leertijd, deeltijdse vorming en deeltijds onderwijs moet de ll minstens 28u per week leren/werken.
Huisonderwijs: kan particulier, via privéschool of via zelfstudie, op voorwaarde dat vorming bijdraagt tot opvoeding of uitoefening van een beroep. Erkend diploma kan enkel behaald worden via Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap.


    1. Controle op de leerplicht

Er is een controlesysteem o.b.v. dossiernummers (vgl. inschrijvingen met rijksregister).

Inschrijving is verantwoordelijkheid van de ouders, gerechtelijke stappen zijn mogelijk.

CLB begeleidt jongeren die problemen hebben met leerplicht, school moet spijbelaars begeleiden.





  1. Structuur van het onderwijslandschap




    1. EHBO: Eerste hulp bij het onderwijslandschap

Verzuiling: 3 onderwijsnetten:



  • GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap

  • Gesubsidieerd vrij onderwijs

  • Gesubsidieerd officieel onderwijs

Opdeling naar inrichtende macht:



  • Officiële scholen (dr openbare besturen of publiekrechterlijke persoon)

  • Vrije scholen

Opdeling naar financiering:



  • Volledig door Vlaamse Gemeenschap: Go!

  • Gedeeltelijk door Vlaamse Gemeenschap: gesubsidieerd onderwijs (krijgen toelagen voor wedden, werking gebouwen)

Voorwaarden voor subsidiëring:



  • Programmatienormen: aantal regelmatige leerlingen

  • Rationalisatienormen: vestigingsplaatsen

  • Erkenningsvoorwaarden:

    • Basisonderwijs:

      • Verantwoordelijkheid schoolbestuur;

      • Hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid van gebouwen;

      • Structuur (onderwijsniveau en duur);

      • Pedagogisch geheel binnen gebouwencomplex;

      • Voldoende didactisch materiaal;

      • Onderwijstaal en taalkennis van personeel;

      • Onderwerpen aan inspectie;

      • Vakantieperiode en onderwijstijd aanvaarden;

      • Goedgekeurd leerplan;

      • Beleidsplan/beleidscontract met CLB;

      • Rechten van de mens/het kind eerbiedigen.




    • GO!/gemeente/provincie: voorgaande PLUS:

      • Open karakter;

      • Leerplannen GO!/OVSG/POV volgen (of eigen leerplan dat hiermee verenigbaar is);

      • Schoolwerkplan, -reglement en –boeken in overeenstemming met open karakter;

      • Begeleidingsdienst GO/OVSG/POV;

      • Leermeester voor godsdienstonderwijs/zedenleer.

Opdeling volgens karakter:



  • Confessioneel onderwijs: rooms-katholiek, protestants, joods, anglicaaans, islamitisch of orthodox. Godsdienst is verplicht te volgen.

  • Niet-confessioneel onderwijs (o.a. methodescholen: Steiner, Freinet, Montessori,…). Ofwel één of meer erkende godsdiensten, ofwel zedenleer, soms cultuurbeschouwing. Officiële scholen: één of meer erkende godsdiensten, of zedenleer, of vrijstelling + studie eigen levensbeschouwing (indien door ouders aangevraagd).


Representatieve verenigingen = koepelorganisatie: vertegenwoordigen de verschillende netten (belangen verdedigen, pedagogische begeleiding, nascholing, opstellen leerplannen).

  • VSKO: Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs

  • OVSG: Onderwijssecretariaat ven de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap

  • POV: Provinciaal Onderwijs Vlaanderen

  • FOPEM: Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen

  • VOOP: Vlaams Onderwijs OverlegPlatform (vrij gesubsidieerd, niet-confessioneel)

  • IPCO: Inrichtende machten van vrije Protestants-Christelijke Onderwijsinstellingen

  • OKO: Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers (= FOPEM + VOOP + Steiner + IPCO

Overzichtschema: zie p.25




    1. Onderwijsvormen en types




      1. Het basisonderwijs

Kleuteronderwijs: indeling is vrij maar gebeurt meestal per leeftijd

Lager onderwijs: 3 graden, 6 jaren




      1. Het secundair onderwijs

1e graad voor iedereen gemeenschappelijk

Vanaf 2e graad onderscheid:



    • ASO: theoretische vorming, voorbereiding hoger onderwijs;

    • KSO: artistieke praktijk en brede vorming, voorbereiding hoger (kunst)onderwijs of beroepsleven;

    • TSO: algemene en technische vakken + praktijk, voorbereiding hoger (technisch) onderwijs of beroepsleven;

    • BSO: algemene opleiding + specifieke vaardigheden, voorbereiding beroepspraktijk

2e en 3e graad = elk 2 jaren; BSO heeft mogelijks extra leerjaar in 2e en 3e graad. 4e gaad = 3 jaren, verpleegkundige opleiding.

1e graad: B-stroom voor lln die eindtermen basisonderwijs niet behaald hebben.
Overzicht: zie p.27

Niet opgenomen in graden: onthaaljaar anderstalige nieuwkomers




      1. Het buitengewoon onderwijs

8 types, gebaseerd op graad en aard van de handicap:

    • Type 1: Licht mentale handicap (niet in kleuter)

    • Type 2: Matige/ernstige mentale handicap

    • Type 3: Ernstige emotionele of gedragsproblemen

    • Type 4: Fysieke handicap

    • Type 5: Ziekenhuisopname, preventorium

    • Type 6: Visuele handicap

    • Type 7: Auditieve handicap

    • Type 8: Ernstige leerstoornissen (niet in kleuter en secundair)

Secundair onderwijs: 4 opleidingsvormen:



    • OV1: als individueel zelfstandig leven niet mogelijk is

    • OV2: Voorbereiding op beschermde arbeids- en leefomgeving

    • OV3: Beroepsopleiding voor normale werkomgeving

    • OV4: Gewoon onderwijsniveau, aangepast aan specifieke handicap van de lln

2009: leerzorgkader = 5 leerzorgniveaus , 4 clusters, 8 doelgroepen (zie deel VII)




      1. Het huisonderwijs

Minimumvereisten:

  • Onderwijs is gericht op ontplooiing persoonlijkheid & talenten en op voorbereiding van actief leven als volwassene;

  • Onderwijs bevordert respect voor grondrechten v/d mens en culturele waarden.

Onderwijsinspectie is bevoegd om dit te controleren. Indien ouders controle niet toestaan of voorwaarden niet voldaan  kind verplicht inschrijven in erkende school.


      1. Het hoger onderwijs

Zie deel V.


      1. Het volwassenenonderwijs en andere onderwijsvormen

Zie deel VI.



  1. Onderwijs op verschillende niveaus




    1. Het macroniveau

Vlaamse minister van werk, onderwijs en vorming is verantwoordelijk voor het bepalen van het beleid,. Beleidsdomein Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap, bestaande uit 5 autonome organisaties, zorgt voor voorbereiding en uitvoering van het beleid.


Permanente vorming valt deels onder verantwoordelijkheid van de minister van werk, onderwijs en vorming en deels onder de verantwoordelijkheid van andere organen – de minister treedt dan enkel coördinerend op.


    1. Het mesoniveau




      1. GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap

Voor 1989: Minister van Onderwijs als inrichtende macht

1989 – 1998: Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs (ARGO)

Na 1998: GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Organisatie in 3 niveaus:


  • Schoolniveau:

    • Meest lokale niveau

    • Advies- en overlegbevoegdheid, informatierecht, bevoegdheid voor algemene en pedagogische organisatie en personeelszaken.

    • Samenstelling schoolraad: 8 leden, nl. 3 verkozen door en uit ouders, 3 verkozen door en uit personeel, 2 gecoöpteerd uit sociale, economische en culturele milieus. Directeur zit vergaderingen voor en adviseert.

  • Middenniveau:

    • Scholengroepen (evt. incl. CLB)

    • Bevoegdheid van inrichtende macht

    • Raad van bestuur: 10 leden – 6 verkozen dr schoolraden + 3 gecoöpteerd dr college van directeurs + 1 algemeen directeur (adviserende stem). Bevoegd voor algemeen beleid, pedagogisch beleid, personeelsbeleid, materieel en financieel beleid en alles wat niet voor ander orgaan is.

    • Algemene vergadering: 2 afgevaardigden per schoolraad (1 van ouders, 1 van personeel) + voorzitter RvB. Bekrachtigt de begroting, de jaarrekening en de aanstelling v/d algemeen directeur door de RvB.

    • College van directeurs: alle directeurs van de scholen uit de groep, zorgen voor voorbereiding en uitvoering van het beleid. Algemeen directeur zit college voor en doet dagelijks bestuur. Hij heeft tevens beslissings- en managementbevoegdheid.

  • Centrale niveau:

    • Bewaakt grondwettelijke waarborgen (vrije keuze…), taken openbare dienst, algemene kwaliteitszorg, ondersteuning scholen(groepen) en toewijzing middelen voor investeringen en grote infrastructuurwerken.

    • Raad van het gemeenschapsonderwijs: 15 niet-bezoldigde mandaatfuncties – 5 verkozen dr kiescollege van rechtstreeks verkozen ouders en gecoöpteerde leden v/d schoolraden, 5 verkozen dr kiescollege van directeurs en door het personeel verkozen leden v/d schoolraden, 3 leden v/d de (3) universiteiten met pedagogische faculteit en 2 leden van de hogescholen.

    • Afgevaardigd bestuurder: raadgevende stem in RvGO, dagelijks bestuur en beleid, voorbereiding en uitvoering beleid, leiding centrale administratie.




      1. Gesubsidieerd vrij onderwijs

VSKO:

  • Centraal Bureau van het Katholiek Onderwijs

  • Comité van de secretarissen-generaal

  • Algemene Diensten van het Vlaams Secretariaat

  • De Verbonden

Overleg via Algemene Raad van het Katholiek Onderwijs (ARKO), bestaande uit ouders, personeelsleden, inrichtende machten en bisschoppen.

Eigen pedagogische begeleidingsdienst.




      1. Gesubsidieerd officieel onderwijs

  • POV:

    • Basisbeginselen: grondrechten kinderen/volwassenheid, openheid, democratisering

    • Taken:

      • Vertegenwoordigen en belangen verdedigen van Vlaamse provinciale onderwijsinstellingen

      • Pedagogische begeleiding

      • Organisatie en coördinatie van nascholing




  • OVSG:

    • Stedelijke/gemeentelijke scholen

    • Algemene vergadering: 1 lid/school

    • Taken:

      • Belangen verdedigen

      • Juridisch-administratieve dienstverlening

      • Pedagogische begeleiding

      • Vorming en nascholing aanbieden

      • Materiële en logistieke ondersteuning

      • Overleg stimuleren en steunen

    • Sommige grote steden nemen een deel van de taken zelf op




    1. Het microniveau




      1. De school en de directie

Geven sturing aan personeel.


      1. Schoolbesturen/inrichtende machten

Werft directie en leraren aan, ontvangt werkingsmiddelen, huurt/bezit de gebouwen en werkt pedagogisch project uit.

Katholiek: diocesane overheden, congregaties, plaatselijke comités en verenigingen.

GO: GO! onderwijs van de Vlaamse gemeenschap (=koepel)

POV: provincieraad

Stedelijke scholen: college van burgemeester en schepenen


      1. Scholengemeenschappen

Verzameling van scholen van hetzelfde onderwijsniveau (basis/secundair/…). Samenwerking op verschillende vlakken (logistiek, aanbod,…)

Net en inrichtende macht hoeven niet dezelfde te zijn!

Doel: doorstroom van lln vergemakkelijken voor gemotiveerdere studiekeuzes.

Leiding: schoolbesturen en inrichtende macht.

Decreet: 44 geografische onderwijszones, verplichte afspraken (personeelbeleid, …), verplichte adviesformulering, optie op samenwerkingsakkoord.

Administratieve voordelen: financiële stimuli, onderlinge overdracht van uren…




    1. Onderwijsinstellingen, bestuur en beheer




      1. Bestuur en beheer in het kleuter-, lager en secundair onderwijs

        1. Lokaal niveau: bestuursorganen en –ambten

    • Basisonderwijs: Directeur heeft geen onderwijstaken indien >= 180 lln; Fusies: adjunct-directeur aanstellen

    • Secundair onderwijs: Directeur heeft nooit onderwijstaken. Afhankelijk van het aantal lln kunnen middelen voor bijkomende beleidsondersteuning voorzien worden. Evt. kan directiefunctie een duobaan zijn. Andere functies: bevorderings- , selectie- en wervingsambten (zie deel VIII). Ambts-omschrijvingen gelden bij wet enkel voor GO maar anderen volgen ze wel.




        1. Bevoegdheden

    • Inrichtende macht: zie boven (1.2, 4.3.2)

    • Schoolraden: zie verder (5.1.1)

    • Directeur: bestuur van de school, hoofd administratieve staf, registratie lln, dossiers lln en personeel, mede-verantwoordelijk voor aanwending financiële middelen, informeren schoolbestuur over financiële situatie en budget voorstellen, materieel beheer, externe contacten, PR + alle coördinatie op schoolniveau

    • Onderdirecteur: ondersteuning directeur + afwezigheid directeur opvangen

    • Directiesecretaris: administratieve taken overnemen van directeur

    • Beheerder: materieel en boekhouding van internaat

    • Opvoeder-huismeester: cfr. beheerder, maar dan bij GO!

    • Technisch adviseur (TA): coördineert de activiteiten van het onderwijzend personeel in TSO/BSO m.b.t. zijn beroepspraktijken en beheert technische uitrusting.

    • Technisch adviseur coördinator (TAC): Coördineert taken van 3 of meer TA’s

    • Interne pedagogische begeleider: pedagogisch project, onderwijskwaliteit, scholcultuur, coördinatie leerlingenbegeleiding, vergaderingen klassenraad verzorgen, contactpersoon ouders/CLB, begeleiding nieuwe lk’en, organisatie werkgroepen…




        1. Benoeming en rekrutering

    • Rekrutering verschilt per inrichtende macht (examens,…)

    • Voorwaarden benoeming:

      • Basisonderwijs: diploma kleuterleid(s)ter/onderwijzer of erkend EU-diploma + 10 jaar dienst.

      • Secundair: diploma, vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, laatste evaluatie beter dan “onvoldoende”, (evt.) deelname aan bepaalde nascholingsprogramma’s.

      • Andere selectieambten: idem secundair

    • Directeur: mandaten van bepaalde duur




        1. Organisatie en planning

    • Directeur stelt op:

      • Leerplan: eindtermen van het pedagogisch project, schoolvisie op de vakken. Veelal neemt men gewoon dat van de koepel over.

      • Handelingsplan (enkel buitengewoon onderwijs): pedagogische en opvoedkundige planning (sociaal, medisch, orthopedagogisch) van één of meerdere leerlingen voor een bepaalde periode.

      • Schoolwerkplan (in feite enkel verplicht voor basisonderwijs): behandelt praktische implementatie van de visie van de school – organisatie, beoordeling lln, rapportering, schoolreglement, prioriteiten,…

    • Basisonderwijs: geen verplichte opdeling in jaren/graden, geen verplichte vakken en lesroosters  opstellen van schoolwerkplan is enige verplichting!

    • Secundair: eindtermen en minimumlesrooster liggen vast, rest is vrij

    • Buitengewoon: flexibel systeem van leerlingengroepen i.p.v. jaarklassen. Groepswerkplan (=onderwijsplan voor lln met gelijkaardige handicap) is wel verplicht.

    • Schoolreglement: relaties school – lln – ouders. Omvat tuchtreglement, regeling m.b.t. huiswerk, agenda’s en rapporten…




      1. Bestuur en beheer in de hogescholen

(NTK)


      1. Bestuur en beheer op het niveau van de universiteiten

(NTK)



  1. Interne en externe participatie- en overlegstructuren




    1. Participatie en overleg binnen de school




      1. Schoolraden

2004: Participatiedecreet (=/= vr GO als gesubsidieerd onderwijs):

    • GO: zie 4.2.1

    • Gesubsidieerd onderwijs: oprichting schoolraad is verplicht.

Schoolraad = inspraak van ouders, personeel, lokale gemeenschap en (in SO) lln in het schoolbeleid + communicatie over werking. Vertegenwoordigers schoolraad worden verkozen dr pedagogische, lln- en ouderraad (elke groep kiest eigen leden), vertegenwoordigers lokale gemeenschap worden gecoöpteerd door andere leden. Directeur zetelt met adviserende stem.

Om de 4 jaar wordt schoolraad opnieuw samengesteld.

Taken:


    • Adviesfunctie nr inrichtende macht:

      • Profiel directeur

      • Studieaanbod

      • Externe samenwerking

      • Leerlingenvervoer

      • Nascholingsbeleid

      • Experimenten en projecten

Indien IM advies niet volgt moet ze zich verantwoorden.

    • Overlegfunctie

      • Schoolreglement

      • Bijdragen van ouders

      • Schoolwerkplan

      • Beleidsplan/-contract met CLB

      • Laarplan extra-muros en parascolaire activiteiten

      • Infrastructuurwerken

      • Criteria aanwending lestijden/uren/uren-leraar/punten

      • Welzijn- en veiligheidsbeleid

      • Duur en tijdstip stageactiviteiten

Akkoord  doorvoeren

Nt-akkoord  IM neemt eindbeslissing



    • Onderschrijven pedagogisch project

Problemen  bemiddelingscommissie vragen (beide partijen + buitenstaander)

Ernstige klachten  commissie zorgvuldig bestuur




      1. Leerlingen- en ouderraden

Leerlingenraad: Adviesorgaan, verkozen door en uit lln, dat dialoog lln/directie/lk’en moet bevorderen met het oog op optimale ontplooiingskansen voor alle lln.

Adviserende bevoegdheid t.o.v. directie voor alles wat lln betreft.

Directie heeft informatieplicht t.o.v. llnraad

Participatiedecreet:



    • Erkenning pedagogische, leerlingen- en ouderraad;

    • Pedag./ouderraad verplicht als > 10% personeel/ouders dit vraagt;

    • Llnraad verplicht voor SO als > 10% erom vraagt. Indien <10% vraagt volstaat het om op andere manieren inspraak te voorzien in het schoolbeleid. In lageronderwijs is llnraad verplicht als > 10% v/d 11-13j. erom vraagt.




      1. Personeelsvergaderingen

Geen strikte voorschriften.


      1. Klassenraden

= Alle lk’en die in een bepaalde klas lesgeven

Functies:



    • Toelatingsklassenraad: beslissing o.b.v. toelatings- en overgangsvoorwaarden en het dossier van de leerling. Advies wordt aan dossier toegevoegd, maar vrije studiekeuze blijft.

    • Begeleidende klassenraad: na examenperiode, indien probleem gesignaleerd werd met klas of leerling. Bespreekt klasklimaat en opvolging, evaluatie en begeleiding van de lln en hun studievordering.

    • Delibererende klassenraad: na examens juni, kent attesten, diploma’s en getuigschriften toe en geeft studieadvies.




      1. Vakgroepen

Structureel overleg tussen lk’en die zelfde vak(kencluster) geven.

Geen strikte voorschriften.






  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina