Deel I overzicht van het onderwijssysteem in vlaanderen



Dovnload 197.21 Kb.
Pagina3/3
Datum20.08.2016
Grootte197.21 Kb.
1   2   3

Inschrijving en kostenplaatje

SO: Beginsel van kosteloosheid verbiedt elke vorm van inschrijvingsgeld voor door de gemeenschap gefinancierde scholen! (niet-leerplichtonderwijs mag dit wel)


MAAR: geen absolute kosteloosheid  school mag bepaalde kosten (didactisch materiaal, uitstappen,…) doorrekenen in ze effectief, aantoonbaar, verantwoordbaar en in evenwicht met de eigenheid van de doelgroep zijn.

2002-2003:



  • Verplicht overleg binnen schoolraad (incl. afwijkingen voor minder gegoede gezinnen).

  • Bijdrageregeling moet bij begin schooljaar meegedeeld worden.



  1. Financiële steun

Voorwaarden voor studietoelage Vlaamse Gemeenschap:



  • Formele voorwaarden (tijdige aanvraag…)

  • Inkomensvoorwaarden

  • School- of studievoorwaarden (voltijds,…)

  • Nationaliteitsvoorwaarden.



  1. Klassenindeling

Jaarklassensysteem: iedereen zelfde leeftijd (uitgez. zittenblijvers etc)

Elk vak wordt gegeven dr gespecialiseerde lk: voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen

Leerplicht eindigt op 18e verjaardag of op 30 juni van jaar waarin men 18 wordt.





  1. Studierichtingen en specialisaties

Trend naar minder en transparantere studierichtingen:



  • Eerste graad: brede vorming, geen specialisatie, niet teveel keuzevakken

  • Vanaf tweede graad: minder =/= richtingen met duidelijk herkenbaar profiel

Huidige situatie: 29 studiegebieden (2e/3e/4e graad): 1 ASO, 3 KSO, 1 ASO-KSO overschrijdend (sport), 24 TSO-BSO overschrijdend

Studiegebied = groep van structuuronderdelen die inhoudelijk verwant zijn, en in het TSO/BSO eveneens op basis van dezelfde onderwijsinfrastructuur en gericht op eenzelfde beroepssector Structuuronderdeel bereidt voor op gespecialiseerd(e) beroep(ssector).



  1. Organisatie van de schooltijd


Schooljaar:

In theorie van 1 september tot 31 augustus, in de praktijk tot 30 juni.

Vermits einde op 31/8 ligt, zijn lln verplicht om tot dan aan alle activiteiten deel te nemen.

School is 182 dagen/jaar open


Schoolweek:

Voltijds: 9 halve dagen ma-vr (excl. llnstages), vrije namiddag moet niet per se op woensdag.

In deeltijds beroepsonderwijs: max. 4 halve dagen ma-vr.

Min. 28 lesuren (36 voor verpleegkunde), max. 32 lesuren.


Schooldag: start ten vroegste om 8u en eindigt tussen 15 en 17u. Middagpauze duurt minstens 50 min. en ligt op “aanvaardbaar tijdstip”.

B. INHOUDELIJKE DIMENSIE


  1. Eindtermen, leerplannen en lessentabellen


Eindtermen = minimumdoelen op vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijke en bereikbaar beschouwd voor een bepaalde leerlingenpopulatie.

Ontwikkelingsdoelen = minimumdoelen doe men wenselijk acht voor bepaalde llnpopulatie.

 middel voor kwaliteitsbewaking

 opgenomen in leerplannen, werkplannen, leerboeken

 ontwikkeld door Entiteit Curriculum + advies Vlor + goedkeuring door parlement


Tweede leerjaar A (1e graad): basisvorming + basisopties (+ keuzegedeelte)

Beroepsvoorbereidend jaar (1e graad): basisvorming + beroepsvelden (+ keuzegedeelte)

2e en 3e graad: basisvorming + specifieke gedeelte + complementaire gedeelte
Basisvorming: vakgebonden eindtermen per graad en onderwijsvorm

+ vakoverschrijdende eindtermen: leren leren, sociale vaardigheden, opvoeden tot burgerzin, gezondheidseducatie, milieueducatie (allemaal vanaf 1e graad) + muzisch-creatieve vorming en technisch-technologische ontwikkeling (enkel ASO, vanaf 2e graad).

Basisvorming 1B en beroepsvoorbereidend jaar: ontwikkelingsdoelen (vakgebonden en vakoverschrijdende)
Specifieke gedeelte: specifieke eindtermen: doelen die men moet beheersen om vervolgonderwijs en/of beroep te kunnen aanvatten. Enkel voor ASO (+ TSO: topsport).
Keuzegedeelte, basisopties, beroepsvelden, complementair gedeelte: geen ET/OD’en.
ET/OD’en zeggen enkel wat lln moeten kennen/kunnen maar niet hoe dit aangebracht moet worden  vrijheid van de scholen  verscheidenheid van leerplannen. Inspectie legt criteria vast en adviseert minister bij goedkeuring. Opstellen leerplan gebeurt meestal door koepel.
Lessentabellen bestaan uit:


  • Gemeenschappelijk pakket: basisvorming (1e graad: verplichte vakken, minimalestijden)

  • Optioneel pakket: specifieke (afh. van verdere keuzes) en complementaire gedeelte (vrij door de school in te vullen)


  1. Onderwijsmethoden

Keuze onderwijsmethoden en didactisch materiaal  vrijheid inrichtende macht

Onderricht gebeurt meestal vakgebonden + projectgebonden samenwerking

Geen wettelijke regeling voor huiswerk





  1. Evaluatie van leerlingen

Testen, examens, georganiseerd door individuele leerkacht en onder verantwoordelijkheid van de inrichtende macht. Permanente evaluatie is mogelijk.

Klassenraad is centrale beoordelingsorgaan.


  • Begeleidende en delibererende klassenraad = directeur (of afgevaardigden van) + onderwijzend personeel die in bepaald leerjaar les geven aan leerling ( stemgerechtigd) + evt. adjunct-directeur, TA(C), ondersteunend personeel, leden psychosociale/pedagogische begeleiding ( raadgevend).

  • Verantwoordelijk voor onderricht, beoordeling en beslissing overgang van lln + uitreiking attesten



  1. Voortgang van leerlingen

Reguliere overgang naar volgend studiejaar volgt op uitreiking oriënteringsattest door klassenraad. Intellectuele en sociale evaluatie moet op regelmatige tijdstippen van elke leerling gemaakt worden + conclusies omtrent evt. heroriëntering.



  • A-attest: ll heeft jaar succesvol doorlopen

  • B-attest: ll mag nr volgend jaar, sommige onderwijsvormen/richtingen worden uitgesloten  niet na 1B, 5e ASO/BSO, of vierde graad BSO.

  • C-attest: ll moet blijven zitten

  • Uitstel van beslissing: herexamens

Uitspraak klassenraad vormt basis voor oriënteringsrapporten.



  1. Diplomering


Diploma SO: einde 6e jaar ASO/TSO/KSO OF 7e BSO OF 1e/2e jaar van 4e graad BSO. Getuigschriften: BSO, na 4e OF 6e OF 5e vervolmakingjaar

Diploma’s en getuigschriften kunne uitgereikt worden na 1 geïntegreerde proef (GIP).

DBSO: kwalificatiegetuigschriften

Studiegetuigschriften: opleiding met gereduceerd lessenrooster, onder zelfde voorwaarden als voltijds onderwijs

Modulair beroepsonderwijs: deelcertificatencertificaten  getuigschrift/diploma





  1. Wetgeving secundair onderwijs

Zie edulex: decreten en besluiten.



DEEL V HET HOGER ONDERWIJS
A. ORGANISATORISCHE DIMENSIE


  1. Historische schets

Ontwikkeling universiteiten en hogescholen verliep historisch los van elkaar.

Universiteiten: zelfstandig sinds Belgische onafhankelijkheid, stonden buiten de “schooloorlogen”. 4 grote universiteiten: Gent (publiek), Luik (publiek), Leuven (Katholiek), Brussel (Vrij onderzoek).

Hogescholen: ontstonden uit hogere niveaus van (veelal technisch) secundaire scholen.

Sinds 1970: universiteiten zijn wettelijk beschermd als “bijzondere vorm van hoger onderwijs”.

Sinds 2003/2004 (structuur- en flexibiliseringsdecreet): nauwere band hogescholen-universiteiten (versoepeling instroom/overschakeling, associaties).




    1. Geschiedenis van het hogeschoolonderwijs (zie p.136-137)

    2. Geschiedenis van het universitair onderwijs (zie p.137-138)




    1. Hervormingen na de Bologna-verklaring

Krachtlijnen:



  • Vergelijkbaarheid van opleidingen verbeteren

  • Hogere mobiliteit voor studenten en professoren

  • Onderwijs klaarstomen voor internationale competitiviteit

  • Harmonisatie van onderwijsstructuur (Ba-Ma)

  • Levenslang leren maken via credit-systeem (ECTS-

  • Internationaal tranparante kwaliteitscontrole (accreditering)

  • Samenwerking tss Europese onderwijsinstellingen vergroten

Gevolgen:



  • Nieuwe kwalificatiestructuur (prof/ac bachelors, ma-na-ba vs ma-na-ma)

    • Hogescholen: professionele bachelors // academische bachelors en masters in associatie met universiteiten

    • Universiteiten: academische bachelors, masters, doctors

  • Sterkere kwaliteitsbewaking door accreditatie

  • Samenwerking via associaties

  • Nederlands blijft onderwijstaal, maar uitzonderingen worden mogelijk

  • Anderen kunnen eveneens hoger onderwijs aanbieden, mits accreditatie



  1. Onderwijsinstellingen




    1. Hogescholen

Decreet: “onderwijs op academisch niveau”, doch geen integratie met universiteiten.

Lange type (=2 cycli): zelfde regels als universitair onderwijs

Sinds decreet 1991:



  • Soepeler overgang =/= onderwijsniveaus,

  • Meer autonomie

  • Forfaitaire financiering, overheid betaalt een deel van de lonen.

  • Fusies om het # hogescholen te verminderen (164 → 22)

  • 1 institutioneel kader voor korte en lange type




    1. Universiteiten




  • Onderwijs, onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening zijn hoofdtaken

  • Vlaanderen telt 6 universiteiten: UGent, KU Leuven (incl. KULAK), VUB, UA, KUB, UH (vormt samen met Universiteit Maastricht de ”transnationale Universiteit Limburg, tUL)




    1. Associaties

= V.Z.W.’s waaraan hogescholen en universiteiten, sinds de herstructurering van het hoger onderwijs, bepaalde beslissingsbevoegdheden kunnen overdragen. Bestaat uit één universiteit (mag autonoom bachelor/masteropleidingen aanbieden) en minstens 1 hogeschool. Hogescholen kunnen in het kader van de associatie masteropleidingen aanbieden.

Minimale bevoegdheden associaties:


  • Onderwijsaanbod

  • Afstemming studieprofielen, structurering opleidingstrajecten en verbetering doorstromingsmogelijkheden

  • Trajectbegeleiding van studenten

  • Afstemmen interne reglementen inzake personeelsbeleid

  • Afstemmen/uitvoeren van plannen voor onderwijsvernieuwing/verbetering en kwaliteitszorg

  • Afstemmen/uitvoeren van plannen voor investeringen en infrastructuur

  • Onderzoeksgebondenheid van academische bachelor- en masteropleidingen van de hogescholen

  • Uitwerking procedure voor vertegenwoordiging van hogescholen in de onderzoeksraad van de universiteit

  • Advies over aanbod van nieuwe opleidingen

  • Advies over omvorming basisopleiding in 2 cycli → BaMa

  • Advies over onderwijsontwikkelingsplan

Gevormde associaties: KULeuven, UGent, UA, VUB, tUL.

Toezicht associaties gebeurt vijfjaarlijks via commissarissen v/d Minister van Onderwijs.



  1. Toelatingsvoorwaarden en inschrijvingsprocedure

Toelatingsvoorwaarden bacheloropleiding:



  • Diploma secundair onderwijs

  • Vroeger behaald diploma hoger onderwijs van het korte type met volledige leerplan (HOKTVL)

  • Vroeger behaald diploma hoger onderwijs voor sociale promotie (HOSP), uitgez. Getuigschrift pedagogische Bekwaamheid (GPB)

  • Buitenlands diploma, erkend als gelijkwaardig met één van bovenstaande

Reeds behaald bachelorsdiploma kan recht geven op studieduur/studieomvang.
Toelatingsvoorwaarden masteropleiding:

  • Diploma academische bacheloropleiding

  • Diploma professionele bachelor + schakelprogramma (30-90 studiepunten)

Reeds behaald masterdiploma kan recht geven op vermindering studieduur/studieomvang.
Doctoraat: graad van master + evt. onderzoek naar geschiktheid student
Toelatingsproeven:

  • Hogescholen: voor audiovisuele en beeldende kunst, podiumkunst en muziek.

  • Universiteiten: geneeskunde en tandheelkunde (test reeds verworven kennis + studiebereidheid)

Lage drempel H.O. leidt tot lage slaagcijfers eerste jaar!
Inschrijvingen:

  • Voltijdse inschrijving (volledig programma of GIT van minstens 54 studiepunten)

  • Halftijdse inschrijving (gedeeltelijk programma of GIT van 27 tot 33 studieptn)

  • Schakel- of voorbereidingsprogramma (kan voltijds of deeltijds zijn)

Type contracten:



  • Diplomacontracten (behalen van graad of diploma)

  • Creditcontracten (behalen van creditbewijzen voor bepaalde onderdelen)

  • Examencontracten (enkel examens meedoen met oog op graad/diploma of credits)

Eerder verworven kwalificaties (EVK) en elders verworven competenties (EVC):



  • Flexibiliseringsdecreet (2004): regelt systeem van credits en het toekennen van vrijstellingen, verplicht sinds 2007-2008.



  1. Kostenplaatje en financiële steun

Studiegeld = bedrag dat door student betaald moet worden

→ Is afhankelijk van type contract: voor diploma/creditcontract is er een vast gedeelte, aangevuld met een variabel (afh. van # studieptn)

Examengeld = als je enkel examens wil meedoen


Hogescholen en universiteiten zijn verplicht gelijke kansen te waarborgen voor iedereen.
Vlaamse Gemeenschap: studiefinanciering voor individuele studenten (~toelagen).

Voorwaarden: formele, inkomen, studies, nationaliteit




  1. Organisatie van het academiejaar

Onderwijsregeling (incl. vakantieregeling) wordt opgesteld door instellingsbestuur

Hogescholen:


  • Start academiejaar: ten vroegste 01/09, ten laatste 01/10.

  • Einde op de dag vóór het begin van het nieuwe academiejaar

  • Meestal +/- 30 weken les, gesplitst over 2 semesters

Universiteiten:

  • Start academiejaar: ten laatste 01/10.

  • Einde: ten laatste op 30/09

  • 2 semesters van 13 lesweken

  • Paas- en kerstvakantie liggen vast



  1. Organisatie van opleidingen en studiegebieden

Bacheloropleidingen:



  • Professioneel: gericht op beroepspraktijk → Hogescholen

  • Academisch: gericht op doorstroming naar masteropleiding → Hogescholen (via associatie) en universiteiten

  • Studieomvang van minstens 180 studieptn (= 3 jaar)

  • Ba-na-Ba: minstens 60 studieptn (=1 jaar)

Masteropleidingen:



  • Doel: “bijbrengen van een gevorderd niveau van kennis en competenties eigen aan het wetenschappelijk of artistiek functioneren in het algemeen en aan een speicfiek domein van de wetenschappen of van de kunsten in het bijzonder, dat noodzakelijk is voor autonome beoefening van de wetenschappen of de kunsten of voor de aanwending van deze wetenschappelijke of artistieke kennis in de zelfstandig uitoefening van een (groep van) beroepen.” → steeds academisch dus!

  • Studieomvang van minstens 60 studieptn (= 1 jaar)

  • Ingericht door hogescholen (via associatie) en universiteiten

Bologna heeft opleidingsaanbod vastgelegd. Overzicht: blz. 149.



B. INHOUDELIJKE DIMENSIE


  1. Curriculum


Opleidingsprogramma:

  • Instellingsbestuur stelt opleidingsprogramma samen = samenhangend geheel van opleidingsonderdelen dat welbepaalde doelstellingen inzake kennis en competentie van de studenten nastreeft.

  • (Al dan niet gedeeltelijk) afstandsonderwijs is mogelijk.



Studieduur:

  • 1 jaar = 60 studiepunten, maar mag variëren tussen 54 en 55.

  • Deeltijdse opleiding: opleidingsprogramma van 1 jr. spreiden over 2 jrn. (elk 27-33 ptn)

  • Ba-na-ba en Ma-na-ma kunnen over meerdere jaren gesplitst worden.


Studieomvang:

  • Opleidingsonderdelen bestaan uit minstens 3 studieptn

  • 1 studiepunt = 25-30u studieactiviteiten

  • Bacheloropleiding = min. 180 studiepunten

  • Ba-na-ba/Masters: min. 60 studiepunten



  1. Onderwijsmethoden

Gebruikte methoden en materiaal mogen vrij gekozen worden door inrichtende machten.

Universiteiten: beslissing ligt bij docenten en opleidingscommissies

Tendens van steeds grotere groep studenten.





  1. Evaluatie van studenten




  • Semestersysteem

  • 1 of 2 weken blok + examens per semester

  • Eerste en tweede zittijd

  • Eindverhandeling/meesterpoef op het einde van de opleiding (presentatie en verdediging verplicht in universitair onderwijs)

  • Verworven studiepunten = credits → creditbewijzen



  1. Studievoortgang

Examenscore op 20: >= 10 = geslaagd = credit verworven

Ev. deliberatie aan de hand van weging van de verschillende opleidingsonderdelen

Raad voor Examenbetwistingen (sinds 2005) kan uitspraak doen bij geschillen na uitputting van de intern voorziene beroepsprocedure van de onderwijsinstelling.

Uitspraak is gerechtelijk van aard (Raad van State en gewone rechtbanken zijn ook bevoegd!)
EVC’s, EVK’s: studenten kunnen vrijstellingen krijgen mits bekwaamheidsonderzoek:


  • Gestructureerd gesprek om voorkennis te peilen

  • Observatie gedragingen en realisaties + evaluatie

  • Interpretatie van feiten/verklaringen m.b.t. theoretishe schema’s + evaluatie

  • Portfolioconstructie

Vooraarden voor procedure:

  • Begeleiding van de aanvrager bij verzamelen bewijslast

  • Bekwame beoordelaars

  • Begeleiders =/= beoordelaars

Reglement wordt bepaald door validerende instantie en ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.

Bekwaamheidsbewijs is binnen de instelling (incl. associaties) onbeperkt geldig. Na 5 jaar kan wel een actualiseringsprogramma opgelegd worden.

Indien de betrokken persoon de nodige competenties heeft, kan de instelling een diploma uitreiken, zonder dat een inschrijving nodig is. Indien ze geen diploma uitreikt en bijkomende opleidingsonderdelen laat volgen, is een motivatie verplicht.





  1. Diplomering




    1. Hogeschoolonderwijs

Automatische erkenning hogeschool-diploma’s door Ministerie van Onderwijs en Vorming.




    1. Universitair onderwijs

3 graden (bachelors, masters, doctors), automatische erkenning.

Masterkwalificatie geeft recht om beroep uit te oefenen, uitgez. indien extra opleiding noodzakelijk is (bvb. SLO).

Graad van doctor (~doctoraatsproefschrift en openbare verdediging + opleidings-programma + seminaries + …) is vereist om docent te mogen zijn. Doctoraten worden meestal gefinancierd via fondsen (Fonds voor Wetenschappelijk onderzoek, …)





  1. Verschillen in organisatie en andere structuren

4 varianten op de gewone onderwijsorganisatie:



  • Alternatieve lesindeling (avondonderwijs) voor studenten die al tewerkgesteld zijn

  • Mogelijkheid om examens af te leggen zonder lessen bijgewoond te hebben

  • Hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs biedt vele hogeschoolopleidingen deeltijds aan

  • “Open Universiteit” (NL): universitair afstandsonderwijs. Alle 6 de Vlaamse universiteiten hebben een eigen studiecentrum hiervoor.

Instellingen voor hoger onderwijs die niet onder de wetgeving vallen:



  • Faculteit Protestantse Godgeleerdheid (Brussel) ) erkende privé-

  • Evangelische Theologische Faculteit (Leuven) ) instellingen

*(klassieke theologie wordt als regulier opleidingsonderdeel aangeboden aan KUL)
Kandidaat-officieren: Koninklijke Militaire School (KMS), soms ook in gewone onderwijsinstellingen (vb. Hogere Zeevaartschool, voor de medische diensten).



  1. Wetgeving hoger onderwijs (zie p.156-157 voor overzicht)


DEEL VI HET VOLWASSENEN ONDERWIJS EN ANDERE ONDERWIJSVORMEN

1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina