Definitieve versie



Dovnload 198.07 Kb.
Pagina1/3
Datum24.07.2016
Grootte198.07 Kb.
  1   2   3


EUROPEES PARLEMENT

2004



2009

Zittingsdocument

DEFINITIEVE VERSIE

A6-0133/2005

{03/05/2005}3.5.2005

<RefProcLect>***IRefProcLect>

<TitreType>VERSLAGTitreType>

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de certificering van het treinpersoneel belast met de besturing van locomotieven en treinen op het spoorwegnet van de Gemeenschap

(COM(2004)0142 – C6 0002/2004 – 2004/0048(COD))

{TRAN}Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Gilles Savary


EUROPEES PARLEMENT



Verklaring van de gebruikte tekens

* Raadplegingsprocedure
Meerderheid van de uitgebrachte stemmen

**I Samenwerkingsprocedure (eerste lezing)


Meerderheid van de uitgebrachte stemmen

**II Samenwerkingsprocedure (tweede lezing)


Meerderheid van de uitgebrachte stemmen voor de goedkeuring van het gemeenschappelijk standpunt

Meerderheid van de leden van het Parlement voor de verwerping of amendering van het gemeenschappelijk standpunt

*** Instemming


Meerderheid van de leden van het Parlement, behalve in de in de artikelen 105, 107, 161 en 300 van het EG-Verdrag en in artikel 7 van het EU-Verdrag bedoelde gevallen

***I Medebeslissingsprocedure (eerste lezing)


Meerderheid van de uitgebrachte stemmen

***II Medebeslissingsprocedure (tweede lezing)


Meerderheid van de uitgebrachte stemmen voor de goedkeuring van het gemeenschappelijk standpunt
Meerderheid van de leden van het Parlement voor de verwerping of amendering van het gemeenschappelijk standpunt

***III Medebeslissingsprocedure (derde lezing)


Meerderheid van de uitgebrachte stemmen voor de goedkeuring van de gemeenschappelijke ontwerptekst
(De aangeduide procedure is gebaseerd op de door de Commissie voorgestelde rechtsgrondslag.)




Amendementen op wetsteksten

Door het Parlement aangebrachte wijzigingen worden in vet cursief aangegeven. De markering in mager cursief is een aanwijzing voor de technische diensten en betreft passages in de wetstekst waarvoor een correctie wordt voorgesteld (bijvoorbeeld aperte fouten of weglatingen in een taalversie). Dergelijke correcties moeten worden goedgekeurd door de betrokken technische diensten.





INHOUD

Blz.

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT 5

PROCEDURE 30



ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de certificering van het treinpersoneel belast met de besturing van locomotieven en treinen op het spoorwegnet van de Gemeenschap

(COM(2004)0142 – C6 0002/2004 – 2004/0048(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2004)0142)1,

– gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 71 van het EG Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6 0002/2004),

– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

– gezien het verslag van de {TRAN}Commissie vervoer en toerisme (A6 0133/2005),

1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.



Door de Commissie voorgestelde tekst




Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 6


(6) Om de vereiste uniformiteit en transparantie te kunnen verzekeren, is het wenselijk dat de Gemeenschap één enkel model vaststelt voor de documenten waarmee wordt verklaard dat enerzijds bepaalde basiseisen en –vaardigheden in acht worden genomen en anderzijds is voldaan aan de eisen inzake de rijvaardigheid van het met de besturing van treinen belaste personeel, dat door de lidstaten onderling wordt erkend, waarbij de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de afgifte van het basisrijbewijs en de spoorwegondernemingen voor de afgifte van de geharmoniseerde aanvullende verklaring.

(6) Om de vereiste uniformiteit en transparantie te kunnen verzekeren, is het wenselijk dat de Gemeenschap één enkel model vaststelt, dat uit twee delen bestaat: het basisrijbewijs, ter stavíng van de inachtneming van bepaalde basiseisen en -vaardigheden voor het besturen van treinen, en een geharmoniseerde aanvullende verklaring, ter staving van de voor het verrichten van de dienst vereiste technische en specifieke kennis. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de afgifte van het basisrijbewijs, en de spoorwegondernemingen voor de afgifte van de geharmoniseerde aanvullende verklaring. Deze documenten worden door de lidstaten onderling erkend.

Motivering

De nieuwe formulering van deze overweging heeft tot doel de precieze inhoud van de richtlijn duidelijker te omschrijven.

Amendement 2

Overweging 6 bis (nieuw)





(6 bis) Deze richtlijn ligt in het verlengde van en steunt grotendeels op de "historische", op 27 januari 2004 door de Gemeenschap van Europese Spoorwegen (CER) en de Europese Federatie van Transportwerknemers (ETF) gesloten paritaire overeenkomst betreffende het "Europees rijbewijs voor treinbestuurders die in het interoperabele grensoverschrijdende verkeer worden ingezet", en de overeenkomst betreffende de arbeidsvoorwaarden van het mobiele personeel dat in het grensoverschrijdende verkeer wordt ingezet.



Amendement 3

Overweging 7


(7) Deze gemeenschappelijke bepalingen moeten vooral gericht zijn op het vergemakkelijken van de mobiliteit van de treinbestuurders tussen de lidstaten, maar ook tussen verschillende spoorwegondernemingen en, in het algemeen, van de erkenning van het rijbewijs en van de geharmoniseerde aanvullende verklaring door alle betrokkenen in de spoorwegsector. Hiertoe is het noodzakelijk minimumeisen vast te stellen waaraan de aanvrager dient te voldoen om het basisrijbewijs en de geharmoniseerde aanvullende verklaring te verkrijgen.

(7) Deze gemeenschappelijke bepalingen zijn gericht op het vergemakkelijken van de mobiliteit van de treinbestuurders tussen de lidstaten, maar ook tussen verschillende spoorwegondernemingen en, in het algemeen, van de erkenning van het rijbewijs en van de geharmoniseerde aanvullende verklaring door alle betrokkenen in de spoorwegsector, waarbij maatregelen dienen te worden getroffen ter verbetering van de opleiding en de werkgelegenheid van het betrokken personeel. Hiertoe is het noodzakelijk minimumeisen vast te stellen waaraan de aanvrager dient te voldoen om het basisrijbewijs en de geharmoniseerde aanvullende verklaring te verkrijgen.

Motivering

Het grondidee van dit amendement is hetzelfde als dat van het amendement op overweging 5.

Amendement 4

Overweging 7 bis (nieuw)





(7 bis) In de context van de geleidelijke openstelling van de spoorwegnetten en de toenemende concurrentie tussen spoorwegondernemingen dient ervoor te worden gezorgd dat het opleidingskapitaal van de treinbestuurders niet verloren gaat, door te voorzien in wederzijdse erkenning van hun opleidingen en dus de toepassing van gemeenschappelijke normen, waardoor ze gemakkelijker weer werk kunnen vinden.

Motivering

De markt van het (internationale en nationale) railgoederenvervoer wordt uiterlijk op 1 januari 2007 opengesteld voor concurrentie. De wederzijdse erkenning en de harmonisering van de beroepsbekwaamheden van de treinbestuurders zijn in deze context dan ook een prioriteit, teneinde enerzijds sociale dumping tussen "nieuwkomers" en traditionele spoorwegondernemingen te voorkomen, en anderzijds werknemers in staat te stellen te werken in de spoorwegonderneming van hun keuze binnen de Europese Unie.

Amendement 5

Overweging 8 bis (nieuw)





(8 bis) De in de bijlagen I tot VI van deze richtlijn omschreven taken en eisen kunnen worden herzien teneinde ze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang. De technische voorschriften van deze bijlagen dienen volledig compatibel te zijn met de technische specificaties voor interoperabiliteit (TSI) en dienen te worden herzien volgens de procedures waarin is voorzien in de richtlijnen 96/48/EG1 en 2001/16/EG2 betreffende de interoperabiliteit, met volledige inachtneming van Verordening (EG) nr. 881/20043, met name de artikelen 3, 4, 6, 12 en 17 daarvan wat de rol van de sociale partners betreft.

________________

1 Richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 6), laatstelijk gewijzigd door richtlijn 2004/50/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 164 van 30.4.2004, blz. 114).

2 Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PB L 110 van 20.4.2001, blz. 1), laatstelijk gewijzingd door richtlijn 2004/50/EG.

3 Verordening (EG) nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegagentschap (PB L 164 van 30.4.2004, blz. 1).

Motivering

De TSI-voorschriften en de bijlagen bij deze richtlijn moeten helemaal coherent zijn. Met het oog op de sectorale sociale dialoog dient de herziening van de bijlagen te geschieden op basis van de voor de TSI's vastgestelde regels, conform de in verordening 881/2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegagentschap vastgestelde procedures.

Amendement 6



Overweging 13 bis (nieuw)





(13 bis) De vervanging van de nationale regels inzake de certificering van treinbestuurders door de bepalingen van deze richtlijn dient geleidelijk aan te geschieden, teneinde de ondernemingen voor railvervoer en de infrastructuurbeheerders zo weinig mogelijk te belasten. Te dien einde mogen deze bedrijven met name zelf bepalen op welke wijze rekening wordt gehouden met de opgedane ervaring bij de afgifte van rijbewijzen of verklaringen op grond van de bepalingen van deze richtlijn.

Motivering

Ter verduidelijking van artikel 34, leden 3 en 4.

Amendement 7

Artikel 1, alinea 1


Deze richtlijn stelt de voorwaarden en procedures vast voor de certificering van treinpersoneel dat belast is met de besturing van locomotieven en treinen op het spoorwegnet van de Gemeenschap. In deze context bepaalt zij tevens welke taken toevallen aan de bevoegde instanties van de lidstaten, de treinbestuurders en de overige betrokkenen in de sector, met name spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en opleidingscentra.

Deze richtlijn stelt de voorwaarden en procedures vast voor de certificering van treinbestuurders en treinpersoneel die belast zijn met de besturing van locomotieven en treinen op het spoorwegnet van de Gemeenschap. In deze context bepaalt zij tevens welke taken toevallen aan de bevoegde instanties van de lidstaten, de treinbestuurders en de overige betrokkenen in de sector, met name spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders en opleidingscentra.

Motivering

Ter wille van de coherentie dient dezelfde terminologie te worden gebruikt in alle artikelen, met name in de artikelen 1 en 2.

Amendement 8

Artikel 2, letter b)


b) "treinbestuurder": persoon die in staat is tot het zelfstandig, verantwoordelijk en veilig besturen van rangeerlocomotieven, werktreinen of treinen voor het vervoer van reizigers of goederen. De taken van de treinbestuurder worden omschreven in bijlage II van deze richtlijn;

b) "treinbestuurder": persoon die in staat is tot het zelfstandig, verantwoordelijk en veilig besturen, regelmatig of bij gelegenheid, van treinen, inclusief tractievoertuigen, elektrische treinstellen, rangeerlocomotieven en werktreinen of treinen voor het vervoer van reizigers of goederen. De taken van de treinbestuurder worden omschreven in bijlage II van deze richtlijn;

Motivering

Er dient duidelijk te worden aangegeven wat men onder treinbestuurder verstaat. Deze precisering sluit aan bij artikel 4, lid 2 van het voorstel voor een richtlijn. Sommige leden van het treinpersoneel moeten maar bij gelegenheid een trein besturen, na een incident of bij incidentele onmacht van de bestuurder. Het spreekt vanzelf dat deze leden van het treinpersoneel eveneens onder de definitie moeten vallen.

Amendement 9

Artikel 2, letter c)


c) "treinpersoneel": voor deze richtlijn omvat treinpersoneel enerzijds treinbestuurders en anderzijds "andere werknemers", aanwezig op locomotieven of treinen, die indirect bij de besturing betrokken zijn en wier beroepskwalificaties mede bepalend zijn voor de verkeersveiligheid;

c) "treinpersoneel": functionarissen die geen treinbestuurders zijn maar die op locomotieven of treinen aanwezig zijn en die voortdurend of bij gelegenheid met veiligheidstaken in of nabij treinen zijn belast en wier beroepskwalificaties mede bepalend zijn voor de verkeersveiligheid van treinen en passagiers en vervoerde goederen;

Motivering

De omschrijving "indirect" geeft niet duidelijk aan welk personeel daaronder moet worden verstaan. Het is er veeleer zaken te zorgen dat onder het begrip treinpersoneel al het op de trein aanwezige personeel wordt verstaan dat voortdurend of bij gelegenheid met de veiligheidsstaken is belast. Onder de omschrijving "bij gelegenheid" moeten veiligheidsstaken vallen die hetzij alleen bij abnormale bedrijfssituaties (bijvoorbeeld ongevallen) of bij bijzondere bedrijfssituaties (bijvoorbeeld beveiliging van de trein bij lange tunnelritten) dienen te worden vervuld.

Amendement 10

Artikel 2, letter i bis) (nieuw)





i bis) "opleidingscentrum": een door de bevoegde instantie gemachtigd of erkend instituut waar opleidingscursussen kunnen worden gevolgd.

Motivering

De opleidingscentra dienen te worden erkend of gemachtigd door de lidstaten.

Amendement 11

Artikel 3


Deze richtlijn beoogt de certificering van treinpersoneel dat belast is met de besturing van locomotieven en treinen op het spoorwegnet van de Gemeenschap, voor rekening van een spoorwegonderneming die een veiligheidscertificaat nodig heeft of van een infrastructuurbeheerder die een veiligheidsvergunning nodig heeft.

Deze richtlijn beoogt de certificering van treinbestuurders en treinpersoneel die/dat belast zijn/is met de besturing van locomotieven en treinen op het spoorwegnet van de Gemeenschap, voor rekening van een spoorwegonderneming die een veiligheidscertificaat nodig heeft of van een infrastructuurbeheerder die een veiligheidsvergunning nodig heeft.

Amendement 12

Artikel 4, lid 2


2. De geharmoniseerde aanvullende verklaring machtigt de houder tot het besturen van een trein in een of meerdere van de volgende categorieën:

2. De geharmoniseerde aanvullende verklaring machtigt de houder tot het besturen van een trein in een of beide van de volgende categorieën:

a) categorie A: rangeerlocomotieven en werktreinen;

a) categorie A: rangeerlocomotieven, werktreinen en voertuigen voor het onderhoud van het spoorwegnet;

b) categorie B: reizigersvervoer;

b) categorie B: reizigers- en/of goederenvervoer;

c) categorie C: goederenvervoer.




Amendement 13

Artikel 9, lid 3


3. De aanvrager moet ter staving van zijn psychologische geschiktheid een onderzoek ondergaan bij een door de bevoegde instantie erkende psycholoog. Dit onderzoek heeft ten minste betrekking op de in bijlage III, punt 2.2 genoemde criteria.

3. De aanvrager moet ter staving van zijn psychologische geschiktheid een onderzoek ondergaan bij of onder toezicht van een door de bevoegde instantie erkende psycholoog of arts. Dit onderzoek heeft ten minste betrekking op de in bijlage III, punt 2.2 genoemde criteria.


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina