Denken, voelen, geloven de Verlichting



Dovnload 129.92 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte129.92 Kb.

Denken, voelen, geloven

1. de Verlichting


De Verlichting is de naam die gebruikt wordt om een politieke en filosofische beweging aan te duiden die de opvattingen over politiek, filosofie, wetenschap en religie binnen de westerse wereld grondig wijzigde. Het was een reactie op het dogmatische autoriteitsgeloof. Het is niet mogelijk om het exacte begin en einde ervan aan te duiden, maar ruwweg duurde de verlichting van 1650 tot aan de Franse Revolutie (eind 18e eeuw).

Het woord Verlichting is een vertaling van het duitse Aufklärung. Je zou beter kunnen spreken over de Opheldering, want dat is wat er mee wordt bedoeld.
Voorloper van de Verlichting is de rationalist Descartes (1596-1650), die 20 jaar in Nederland verbleef.

Het is zijn bedoeling “alles met de grond gelijk te maken en met de eerste fundamenten opnieuw te beginnen.” Descartes twijfelt aan alle over-geleverde kennis. Tegelijk is hij er echter zeker van dat de waarheid bestaat, dat men haar kan kennen.

Maar hoe bereikt men haar? Hoe kan ik zekerheid krijgen? Descartes houdt zich voor: ik kan aan alles twijfelen, maar ik kan er niet aan twijfelen dat ik twijfel. Mijn denken kan aan alles twijfelen, alleen niet hieraan dat mijn denken, terwijl ik twijfel, bestaat. Descartes’ beroemde conclusie daaruit luidt: “Ik denk, dus ben ik” (Cogito, ergo sum), waarmee hij het denkende bewustzijn tot hoogste beginsel verheft. Iedere zintuiglijke waarneming is mogelijk een zinsbegoocheling. Alleen datgene wat helder en duidelijk gedacht kan worden, bestaat.
De radicale Engelsman John Toland gaf in 1696 een werk uit waarin hij beweerde dat de Bijbel deels een vervalsing was en dat de kerk eropuit was het volk te misleiden. Het bijgeloof dat kometen onheil voorspelden, werd door Pierre Bayle aan de kaak gesteld. De Nederlander Balthasar Bekker schreef in 1691 het boek De betoverde wereld en keerde zich tegen de heksenwaan. Spinoza schreef in zijn Theologisch-politiek Tractaat uit 1670 onder meer dat jodendom en christendom alleen maar historische fenomenen waren, niet berustend op iets absoluuts.
Gedachten- en geloofsvrijheid waren belangrijke eisen van de aanhangers van de Verlichting, die op dit punt sterk beïnvloed werden door John Lockes werk Brieven over de Verdraagzaamheid uit 1689. Het verstand en de vrijheid zouden de mensheid eindelijk kunnen verlossen van onderdrukking en armoede, stelden ze.


Een ander punt was de geschiedschrijving. Vóór de Verlichting golden de klassieken, bijvoorbeeld Tacitus, als betrouwbare bron, maar onder meer de volgelingen van René Descartes wezen erop dat deze vaak strijdig waren met bijvoorbeeld archeologische vondsten en Egyptische bronnen. Montesquieu en Voltaire vernieuwden de geschiedschrijving grondig.


Kennis is macht, meenden velen, wat onder meer tot uitdrukking kwam in de beroemde Encyclopédie. Deze kwam tot stand onder leiding van Denis Diderot en Jean d'Alembert, maar ook andere grote namen als Voltaire, Rousseau en Montesquieu leverden bijdragen. De encyclopedisten hebben veel betekend voor de Europese Verlichting en het bestrijden van de heksenwaan. De Encyclopédie gaf ook de toenmalige kennis van de fysica, bijv. op het vlak van de beweging van de planeten. Dit betekende een breuk ten opzichte van het magische denken van de Middeleeuwen.

Immanuel Kant zocht in de Kritik der Reinen Vernunft (1781) naar een synthese tussen rationalisme (de rede als bron van waarheid, Descartes) en empirisme (de waarneming als bron van waarheid, Locke, Hume). Hij achtte het tweede periode van zijn werk niet mogelijk om opgrond van de rede tot een metafysica te komen.

Een ander belangrijk figuur uit de tijd van de Verlichting was Adam Smith (1723-1790), die in Wealth of Nations een ideaalbeeld schiep van een volledig liberale economie.

De latere leuzen van het liberalisme zouden zijn: Chacun pour soi, Dieu pour tous (oorspronkelijk van Voltaire) en laissez faire, laissez aller, laissez passer (Mirabeau).


Jean Jacques Rousseau wordt wel tot de Verlichting gerekend, maar dat is maar gedeeltelijk terecht. Zijn ideeën waren veel meer op emoties dan op het verstand gericht, en hij werd dan ook vaak bespot door Voltaire. Wel is Rousseau belangrijk geweest in het denken over de inrichting van de maatschappij (zie onder 2.)

De romantiek kan gezien worden als een reactie op de Verlichting. Een bekende romantische denker is Goethe.




De natuurlijke theologie gaat er vanuit dat we God kunnen kennen, door naar de natuur te kijken. De Bijbel hebben we eigenlijk niet echt nodig.

In de Verlichting geloofde velen in de ‘natuurlijke godsdienst’. Echt atheïst was men dus niet. Wel is het passend sommigen uit de Verlichting deïst te noemen (Cherbury, Voltaire).


* Je kunt de Verlichting zien als een kritische beweging tegenover de overlevering.



Op welke punten ben jij kritisch ten opzichte van wat jou is overgeleverd?

2. de opkomst van de moderne rechtsstaat


Vanaf 1680 ongeveer ontstaat er een toenemende onzekerheid over de inrichting van de staat. Eeuwenlang was er een van­zelfsprekend verbond geweest tussen de kerk en de staat en eeuwenlang werd het land geleid door niet gekozen vorsten, die soms alleen maar gericht waren op hun eigen glorie. De tijd van de Verlichting is de tijd dat men los van een autoriteit nadacht over de inrichting van de staat en over verdraagzaamheid.
Voor de tijd van de Verlichting baseerde Thomas Hobbes (1588-1679) het gezag van de koning niet op de souvereiniteit van God, maar op de redelijke grondslag, namelijk dat de mens het nut van samenwerking aanvaardt in de vorm van een staat.
John Locke 1632-1704 ontwierp de grondwet voor Carolina, die later weer ten grondslag lag aan de constitutie van de VS.

In zijn 'natuurstaat' worden de natuurlijke rechten van iedereen gewaarborgd, zoals het recht op leven, vrijheid, eigendom, enz. De vorst, bekleed met souverein gezag, heeft de plicht de onvervreemdbare rechten die de natuur aan ieder mens heeft gegeven te eerbiedigen.

De vorst kan zijn soevereiniteit verliezen.

Het volk is dus eigenlijk soeverein.

John Locke maakt nderscheid tussen wetgevende macht (door het parlement) en uitvoerende macht (de regering). Deze scheiding was in Engeland na de Roemrijke Omwenteling van 1688 aanwezig.
Jean Jacques Rousseau (1712-1778) was een zwerver in het begin van zijn leven.Voor een prijsvraag schrijft hij dat ontwikkeling en weten­schap de mens onrustig maakt. Geluk ontstaat door terugkeer naar de oorsprong der dingen. Dan ontstaat een samenleving van vrijheid, gelijk­heid en broederschap. In de natuurstaat bestaan geen standen, geen overheid, geen arbeidsverdeling, geen huizen en geen eigendom. Alle mensen zijn gelijk. De onbedorven natuurstaat is verdwenen door het in eigendom nemen van land, bronnen, mensen, en dergelijke, de oorzaak van ongelijkheid en uitbuiting. De huidige staat is een schepping van de machtigen uit eigenbelang.



In 1762 schreef Rousseau Du Contrat Social ou Principes du droit Politique. Dit 'maatschappelijk verdrag' berust op het idee van de volkssoevereiniteit, de wil van het gezamenlijke volk (de algemene wil of volonté générale tegenover de volonté particulière van de vorst) als enige en onbeperkte bron van het staatsgezag en daarmee ook van het recht. Dit contract gaat in tegen het absolutisme. Rousseau moet vluchten en krijgt last van achtervolgingswaanzin.

Rousseau legde zijn eigen vijf kinderen te vondeling. Rous­seau was dus in zijn persoonlijke leven onevenwichtig. Toch had hij invloed, zelfs op Marx die ook een éénpartij­staat wilde.


Montesquieu (1689-1755) uit eerst onder pseudoniem in 'lettres persanes' kritiek op de West-Europese samenleving. Na het succes van dit boek gaat hij reizen.

Hij neemt in 'de l'Esprit des Lois 1784 de ideeën van John Locke over en maakt ze bekend in Europa. Het boek is een praktische vergelij­kende studie van de wetgeving in verschillende lan­den. Door zijn reiservaringen kon Montesquieu dit boek schrijven.

Hij formuleerde de Trias politica, het onderscheid tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Dit onderscheid is fundamenteel geworden voor de democratieën in de Westerse wereld.

Montesquieu had grote invloed op de constitutie van de VS, die een onderscheid maakt tussen

* de macht van de president

* de macht van het Congres bestaande uit de Senaat en het huis van afgevaardigden

* de bevoegdheid van het hooggerechtshof

Als de wetgevende en de uitvoerende macht berusten bij de­zelfde persoon of bij hetzelfde regeringslichaam, dan is er geen sprake van vrijheid, omdat dan dezelfde vorst of dezelfde senaat tirannieke wetten kan maken, om die vervolgens uit te voeren.

Er is evenmin vrijheid als de rechterlijke macht niet ge­scheiden is van de wetgevende of de uitvoerende. Dan kan over het leven en de vrijheid naar willekeur worden geregeerd, omdat de rechter dan tevens de wetgever is. De rechter zou dan de macht van een onderdrukker bezitten.
onafhankelijkheidsverklaring VS 1776

De VS legde de principes van de Verlichting over de inrichting van de maatschappij vast in de onafhankelijkheidsverklaring die opgesteld werd door Thomas Jefferson in 1776:

Wij houden deze waarheden voor vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn: dat zij van hun Schepper zekere onaantastbare rechten hebben meegekregen: ondermeer het recht op leven, het recht op vrijheid en het recht om het geluk na te jagen. Het spreekt ook vanzelf dat, om deze rechten veilig te stellen, onder de mensen regeringen zijn ingesteld, die hun rechtmatig gebruik van de macht kunnen baseren op het feit dat de burgers met hun bewind instemmen; en dat het volk het recht heeft, als ooit een regering op de vernietiging van ’s mensen rechten uit is, die regering te veranderen of af te schaffen en een nieuw bestuur in te stellen, gegrondvest op zulke beginselen en georganiseerd in zo’n vorm, als zij het meest gewenst vinden om hun veiligheid en geluk teweeg te brengen...

Maar als een lange reeks misbruiken en daden van machtsaanmatiging, zonder uitzondering op hetzelfde doel gericht, bewijst dat het doel is hen te onderwerpen aan een absoluut despotisme, dan is het hun recht, dan is het hun plicht zich van een dergelijke regering te ontdoen en nieuwe wakers aan te stellen voor hun toekomstige veiligheid.

In 1787 werd de eerste grondwet van de VS vastgesteld. In 1789 volgde het eerste amendament genaamd The Bill of Rights, die de macht van de federale regering wilde inperken. In dit document wordt vastgelegd: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijheid van vergadering en vrijheid om bezwaar te maken.
In 1789 kwam men in Frankrijk tot de verklaring van De Rechten van de Mens, die later aan de basis lag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties in 1948. Hieronder een aantal artikelen van de oorspronkelijke verklaring in 1789.
1 De mensen zijn van hun geboorte af vrij en gelijk in rechten. Maatschappelijk onderscheid mag alleen berusten op het nut dat de gemeeschap ervan heeft.
6 De wet is uitdrukking van de volkswil; alle burgers hebben het recht om zelf of door vertegenwoordigers mee te wreken aan haar totstandkoming. De wet is als ze beschermt en als ze bestraft, voor ieder gelijk. Omdat alle burgers gelijk zijn voor de wet, zijn zij ook allen alleen evengoed benoembaar tot alle waardigheden, betrekkingen en ambten: men mag daar­bij alleen verschil in deugd en bekwaamheid laten gelden.
7 Alleen in gevallen door de wet bepaald en volgens regels door de wet omschreven man iemand beschuldigd, gearresteeerd of vastgehouden worden. Personen die meewerken aan willekeurig optreden in dezen moeten gestraft worden, maar iedere burger die gearresteerd wordt op grond van de wet, moet direct gehoorzamen. Het is een strafbare daad als hij daarbij verzet pleegt.
11 De vrije uitwisseling van gedachten is één van de kostbaarste rechten van de mens; iedere burger mag dus vrij spreken, schrijven en drukken: wel blijft ieder verantwoordelijk voor misbruik van deze vrijheid in gevallen door de wet bepaald.
Met de Franse Revolutie van 1789 kwam het tot een scheiding van Kerk en Staat. Onder Robbespierre was er van 1792 tot 1794 een kerkvijandig bewind in Parijs. De christelijke tijdrekening werd afgeschaft, de rede werd als godheid vereerd en vele kerken werden verwoest.
In Nederland en België werden in 1795 tijdens de ‘fluwelen revolutie’ (zonder bloedvergieten) de fransen met vreugde binnengehaald. Koning Willem V was naar Engeland vertrokken. Katholieken kregen nu gelijke burgerrechten.

In Nederland was de situatie niet zo slecht als in Frankrijk. Er was in de 18e eeuw geen absoluut vorst, geen bevoorrechte adel en geestelijkheid. Maar er waren aan het einde van de 18e eeuw wel spanningen; de meer democratisch gezinde patriotten kwamen tot een gewapend conflict met de orangisten. Ze verloren en vluchtten naar Frankrijk om in 1795 terug te keren. Dit was het begin van de Bataafse Republiek.

Blijvende gevolgen van de Franse Revolutie waren:


  • een wetgeving voor het gehele land

  • de gelijkheid van alle burgers voor de wet

  • scheiding van kerk en staat; de bevoorrechte positie van de protestanten was dus voorbij.


* Het is min of meer voor het eerst in de geschiedenis dat men systematisch begon na te denken over de inrichting van de staat. Inmiddels is de Franse Revolutie meer dan 2 eeuwen geleden. Zijn er punten, waarvan jij vind dat in onze tijd een structurele verandering van de maatschappij moet plaats vinden? Welke?

3. geloof en geloofsafval


In de 19e eeuw werd de kerk meer aangevallen op zijn geloof

Ludwig Feuerbach 1804-1872 stelde in zijn Gedachten over dood en onsterfelijkheid hij het christendom voor als ‘een soort verzekeringsmaatschappij’. Volgens Feuerbach leidt het geloof in de hemel ons af van waar het in dit leven om zou moeten gaan. Het geloof is gebaseerd op waanvoorstellingen. Alleen door het idee van God los te laten, kunnen we echt mens worden.

David Friedrich Strauss (1808-1874) schreef in 1835 een kritische studie over het leven van Jezus. Veel in de evangeliën achtte hij legendarisch. Bovendien kon hij niet geloven dat Jezus God en mens tegelijk is.

Een soortgelijk bijbelkritisch geluid liet Ferdinand Christian Baur (1792-1860) uit Tübingen horen.

In Nederland was het Allard Pierson (1831-1896) die op bepaalde punten nog verder ging dan de Tübinger school. Hij kon niet geloven in de echtheid van de brieven van Paulus in het N.T., zelfs de historiciteit van de figuur Paulus trok hij in twijfel. In 1865 legde hij zijn predikantsambt neer.

Ds. Hugenholtz hield in 1870 met Pasen een preek, waarin hij de lichamelijke opstanding van Jezus. De officiële aanklacht die tegen hem werd ingediend, werd echter niet aanvaard, omdat men niet kon aantonen dat deze preek inging tegen de ‘geest en hoofdzaak van de leer der Hervormde Kerk.

* In welk opzicht vind jij in onze tijd ons geloof bedreigd?

Abraham Kuyper


Het is duidelijk dat de kerk door deze ontwikkelingen toenemend onder druk kwam te staan. De binding aan de belijdenis werd van bovenaf steeds meer uitgehold. Maar aan de basis waren er velen die zich hiertegen verzetten. Zo ontstond er de strijd om het kerkherstel.

Onder leiding van Abraham Kuyper (1837-1920) werd eerst de Vrije Universiteit opgericht en ontstond in 1886 een verband van kerken die een strikte binding aan de gereformeerde belijdenis voorstond. Vele kerkraden kozen voor zijn richting. De Nederlands Hervormde Kerk scheurde in tweeën en de Gereformeerde Kerken in Nederland werd geboren.

Er waren echter ook theologen die in de Nederlands Hervormde Kerk wilden blijven.

J.H. Gunning (1929-1905) was van oorsprong vrijzinnig, maar kreeg door zijn predikantschap liefde voor gewone gelovigen. De kernpunten van de bijbelse boodschap (Schepping, incarnatie, het kruis, de verwachting van het Einde) werden voor hem belangrijk. Geloven was voor hem in de eerste plaats ethisch, dat wil zeggen een morele instelling, die draait om zelfverloochening en kruisdragen. De Bijbel zag hij niet als ‘een onfeilbaar wetboek’, maar wel als het waarachtige Woord van God. Gunning werd over zijn visie om de Bijbel door Kuyper aangevallen, maar Gunning vond juist dat Kuyper aan de Bijbel een gezag toekende, ‘dat door de Bijbel zelve niet geëischt wordt’. Er was volgens hem een overeenkomst tussen inspiratie en incarnatie. Jezus was goddelijk maar werd mens. Zo is de Bijbel ook goddelijk en menselijk tegelijk.

P.J. Hoedemaker had sympathieën voor de volkskerk en brak in 1887 met Kuyper. Hij vond de visie van Kuyper op de kerk sectarisch. Hij was tegen een juridische benadering van de problemen in de kerk (binding aan de belijdenis en tucht) en meer voor medische benadering. ‘Samen zijn wij ziek geworden, samen moeten wij ook weer gezond worden’. Hoeveel fouten er ook in de Kerk waren. Het bleef een kerk, waar iedere zondag over de Bijbel gepredikt werd. Ook een zieke kerk is nog kerk. De gedachte dat men een zuivere kerk zou kunnen bereiken, vond hij onrealistisch.

* Wat vind jij belangrijke factoren waardoor een kerk gaat bloeien?

* Hoe strikt moet een kerk zijn in zijn opvatting over de Bijbel?

4. De opwekkingsbeweging


Gelijktijdig met de opkomst van de Verlichting die alles legde onder de kritiek van de rede, kwam er wereldwijd een beweging op gang, die nadruk legde op de innerlijke beleving van het christelijk geloof.

Jonathan Edwards en George Whitefield hadden een directe prediking. Ze preekten concreet over wat zonde was, dat wij zonder God verloren zijn en kandidaten voor de hel. Tegen die achtergrond brachten zij de verlossing door Jezus Christus. Daar bleef het niet bij: mensen werden geholpen om concreet een nieuw leven te beginnen. Tijdens The Great Awakening van 1730 tot 1740 in Noord Amerika kwamen velen tot geloofsvernieuwing. In openluchtsamenkomsten kwamen duizenden tegelijk luisteren naar deze beroemde predikers.

In Engeland was het John Wesley (1704-1791) die met dezelfde boodschap velen tot tranen bewoog. John Wesley gaf velen nieuwe hoop in hun troosteloze bestaan. Hij organiseerde classes waarin mensen voor elkaar baden en elkaar hielpen bij het nieuwe leven dat zij vanuit hun geloof wilde opbouwen. Na zijn dood in 1791 ontstond uit zijn beweging de Methodistische Kerk.

Op het vaste land van Europa kreeg graaf Von Zinzendorf uit Tsjechië op kleine schaal aanhang met zijn hernhutter-beweging, maar hij was ook o.a. actief onder de Indianen in Amerika, de hottentotten in Zuid Afrika en in Suriname.

In Zwitserland ontstond de beweging van het Reveil. Toen in 1837 de binding aan de Zwitserse Geloofsbelijdenis werd opgeheven, stichtte Alexandre Vinet in Vaud een eigen kerk.

In Nederland bleef de beweging van het Reveil aanvankelijk beperkt tot de aristocratie, maar onder invloed van Da Costa, Groen van Prinsterer en Heldring kreeg de beweging toch veel invloed. Da Costa was oorspronkelijk jood en werd christen. Hij werd vooral bekend door zijn Bezwaren tegen de geest dezer eeuw (1822, zie bijlage 2).

Groen van Prinsterer zette zich in de schoolstrijd in voor het recht op christelijk onderwijs. In 1857 kwam er een wet die dit mogelijk maakte; het zou echter tot 1920 duren voordat er een volledige gelijkschakelijking was tussen het bijzonder en het algemeen onderwijs.


Otto Heldring 1804-1876


Otto Heldring had als lid van de Reveilbeweging vooral een sociaal hart. Hij stichtte christelijke scholen, zette projecten op voor mensen die maatschappelijk achtergesteld waren, organiseerde opvang voor prostituees en verwaarloosde kinderen en zette zich in voor zending. Hij richtte een comité op voor de afschaffing van de slavernij. Meningsverschillen waren er in het Reveil over een christelijke of neutrale staat en in het algemeen tussen confessioneel en meer ethisch ingestelden.
* Welke elementen van de opwekkingsbeweging, die hierboven genoemd staan, spreken jou het meeste aan?

5. postmodernisme


Het postmodernisme kunnen we zien als een uitvloeisel van de Verlichting.

De franse filosoof Lyotard stelt dat onze Westerse cultuur spiritiueel failliet is. Het marxisme en het liberalisme hebben niet geboden wat ze beloofd hebben. en dat geldt ook voor de kerk.

Er zijn geen grote verhalen meer die wij als mensen aan elkaar kunnen vertellen.

Zie daartoe bijlage 3.


november 2008, Jart Voortman

herhalingsvragen


Welke thema’s zijn aan de orde in de periode van de Verlichting?

Omschrijf het gedachtegoed van Descartes.

Wat beweerde Balthasar Bekker?

Wat was het levenswerk van Diderot?

/ of: Wie was Immanuel Kant?

/ of: Wie was Adam Smith?

Wat verstaan we onder natuurlijke theologie? Wat is atheïsme en deïsme?

Welke gedachten had J.J. Rousseau over de maatschappij?

/ of: Hoe werden de burggerrechten in de begintijd van de VS vastgesteld?

Wat verstond Montesquieu onder de Trias politica?

Wat gebeurde er in Frankrijk tijdens de Franse Revolutie?

Welke veranderingen bracht de Franse Revolutie in Nederland en België?

In de 19e eeuw was kritiek op het christelijk geloof wijdverbreid; geef een voorbeeld.

Hoe dachten Kuyper, Gunning en Hoedemaker over kerkherstel?

Wat was kenmerkend voor de ethische theologie van Gunning?

Vertel iets over opwekkingsbewegingen in Amerika, Engeland of het vaste land van Europa.

Noem enkele bezwaren van Da Costa tegen ‘de geest dezer eeuw’.

Wie was Otto Heldring

/ of: Wie was Groen van Prinsterer?

Wat is de kerngedachte van postmodernisme bij Lyotard?

Hoe omschrijft Francis Schaeffer deze eeuw?

Hoe kun je een depressie volgens de psycholoog van der Zwaal omschrijven?

Welke drie aanbevelingen doet Rietkerk in verband met Postmodernisme?

verantwoording


foto’s:

Descartes pag 1: www.marxists.org/glossary/people/d/pics/descart.jpg

Encyclopedie des sciences pag 1: eteindien.rmc.fr

Adam Smith Wealth of nations pag 2,  btinternet.com

J.J. Rousseau pag 3 nl.wikipedia.org

Rousseau, du contract social pag 3, loc.gov

Montesquieu pag 3, liberal-vision.org

Declaration des droits de l’homme pag 4, commons.wikimedia.org

Abraham Kuyper pag 5, huubmous.nl

P.J. Hoedemaker pag 6, onbekend

Georges Whitefield pag6, lexloiz.wordpress.com

Otto Heldring pag 7, gezinsgids.nl

ds. Wim Riedkerk, IDEA z.j.

bijlage 1: Gunning over de binding aan de belijdenis


Ik geloof, dat de belijdeniskerk een toestand is, die naar ’s Heeren leiding thans voor die der belijdende gemeente moet wijken. De Kerk is altoos slechts een gebrekkige, voorlopige prefiguratie van het Koninkrijk. Wordt zij voor meer, voor iets definitiefs, voor meer dan een voorbijgaande Tabernakel gehouden, dan moet zij ook, naar innerlijke levensdrang heersen. Het eigenlijke karakter van ’t geloofsleven der gemeente, van hen, die tot God bekeerd zijn van de afgoden, is geen ander dan de Here Jezus uit de hemelen te verwachten (1 Tes 1:9,10).

Verzaakt de gemeente deze hoop, deze verwachting dan moet zij zich fixeren op aarde en door goede tranchementen haar gebied afperken. Maar als de van God ingeschapen (Gen 1:26) en onuitroeibare behoefte aan heerschappij dan niet meer in gehoorzaamheid aan Koning Jezus opgaat, dan maakt die behoefte door uitnemende organen (persoonlijkheden) dan op subtiele wijze de Kerk zelf tot een heersende kerk. Dat deed de roomse kerk altijd waar ze maar kon en dat zou de hervormde (protestantse) kerk altijd doen als het mogelijk was. En dat niet uit bewust slechtheid, nee, maar door een innerlijke noodzakelijkheid...


Het verstand kan de Heilige Schrift (tegen haar inhoud en wil in) als een wetboek beschouwen en de leer dan goed formuleren en in een belijdenis samenvatten. Deze goed gepaste, streng geformuleerde belijdenis hebben de protestantse kerken ... nodig. Vandaar dat ze confessioneel moeten zijn: de heiligheid van levenswandel wordt niet geminacht, allerminst bij de gereformeerden, maar kerkelijk wordt onberispelijkheid beperkt tot het aanvaarden van de belijdenis, daar men beweert niet over het hart, het inwendige te oordelen.... Want men moet dan oordelen dat het kerkelijke dogma weliswaar nog niet de voltooide formulering der waarheid is, maar toch iets dat op zichzlef gereed en afgewerkt is... Is iemand van een andere mening hierover..., dan is hij met die mening lastig voor het kerkbestuur.

Ik behoor tot de stroming die men de irenischen of de ethischen noemt. Ik acht een zuivere kerkorde nodig en belangrijk, doch acht haar alleen goed, als zij aan de leiding van de Heilige Geest geen belemmering in de weg legt. Volgens mij is dus leertucht wel degelijk noodzakelijk, maar ondergeschikt aan de tucht van de heilige Geest over het leven van de gemeente. Deze tucht doodt vanuit de verwachting van ’s Heren Toekomst alle wereldse heerszucht (~). Als onder de werking van deze tucht de blik van allen gericht op de Toekomst des Heren en de voorbereiding daarop en als zo de persoon van de Heer in het middelpunt staat en alle verdere formulering secundair wordt, dan krijgt de Kerk, aldus meer en meer tot belijdende gemeente overgaande, een in de vorm vlottend en van grenzen onbepaald karkater. Dit gaat met de confessionele bepaaldheid, met het stellen van de Belijdenis als reglement van orde niet samen. Ethischen moet dus als ontrouw en halfgelovig aangemerkt worden. Van hem moet de Kerk dan gezuiverd worden langs de weg... van de juridische toepassing der confessie....


Dr Kuyper is voor alles politicus... Hij heeft de Hervormde Kerk met haar goederen nodig... In zijn hoogst merkwaardige persoonlijkheid zijn ... twee personen verenigd: 1) gelovig christen, 2) een geboren heerser met een kolossale rijkdom aan talenten en werkkracht. In de zondige atmosfeer van deze wereld gedijt de laatste dezer twee helaas het best en neemt de eerste in dienst. Dr. Kuyper wil de waarheid, doch opdat zij hem zal dienen.
uit J.J. Buskes, Hoera voor het leven, Ten Have 1963, 53-55.

Bijlage 2: Da Costa’s bezwaren tegen de Geest der Eeuw


1. Godsdienst

De tijdgeest verzet zich tegen bijgeloof, maar in de grond der zaak is het een verzet tegen de grondwaarheden van het christendom. Wat vroeger als ketterij gold – verwerping van de leer der verzoening – geldt nu als Verlichting


2. Zedelijkheid

Velen menen dat zedelijkheid zonder godsdienst kan bestaan, maar het verderfelijke zaad van Voltaire, Rousseau, de encyclopedisten bewijst het tegendeel. de zedeloosheid is nimmer algemener geweest dan in deze 19e eeuw.


3. Verdraagzaamheid en menselijkheid

Dit zijn twee toverwoorden van de tijd, maar de zogenaamde humaniteit is niets anders dan dwingelandij, reglementering, onverdraagzaamheid en wreedheid. In dit verband is het pleiten voor de afschaffing van slavernij een hersenschimmige menselijke wijsheid, die de Almacht wil vooruitlopen.


4. Schone kunsten

De geest der eeuw brengt geen kunst voort die ook maar enigszins vergelijkbaar is met de dichtkunst, schilderkunst, bouwkunst van vroeger eeuwen. Geen wonder, men heeft de Geest van God van alles uitgesloten, overal verbannen


5. Wetenschappen

Men gebruikt de wetenschappen tot een wapen ter bestrijding van Gods openbaring, zijn geboden, zijn bestaan. Aldus hebben de wetenschappen mede hun deel in de verbastering van het menselijk geslacht.


6. Constitutie

Men stelt op grond van de leer van het maatschappelijk verdracht de oppermacht van het volk, ondergeschiktheid van alle vorsten en overheden aan die oppermacht. Onze vaderen daarentegen zagen de koning als een vader, die zijn kinderen regeert, naar het beeld van de hemelse Vader.


7. Geboorte

Geboorte is geen louter toeval, maar zij heeft voorrechten, door God gewild, niet door eigen verdienste verworven. Het verkjagen van de adel moest leiden tot de alleenheerschappij van Napoleon.


8. Publieke opinie

Het was te allen tijde en overal de publlieke opinie, die – aan zichzalf overgelaten, alle kwaad berokkende; de publieke opinie der joden geloofde niet in Jehova’s hand en wilde naar Egypte terug, ze stenigde de profeten, weigerde Jezus als Messias te zien.


9. Onderwijs

Het tegenwoordig onderwijs werkt met onmatige prikkeling van de eerzucht van onnozele kinderen; uit ingebeelde wijsgeertjes, opgeblazen en verwend, zal het over enige jaren bloeiende geslacht bestaan.


10. Vrijheid en Verlichting

deze eeuw is in werkelijkheid een eeuw van slavernij, bijgeloof, afgoderij, onkunde en duisternis.


uit: A.J. Rasker, De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 1795, Kok Kampen 1981, 80,81

bijlage 3: Geloof, gevoel en vertand - de leerstelligheidstest

Geloven doen we met ons denken en met ons gevoel.

Je hebt gelovigen die ervan uitgaan: hoe meer je gelooft, des te meer er voor je vaststaat.

En je hebt gelovigen, die veel open laten.

Je hebt christenen voor wie de Bijbel bijna een verzameling van bewijsplaatsen is.

En er zijn christenen (vooral vrouwen), die meer met hun hart geloven en niet overal een Bijbeltekst bij zoeken.

Wat deze test duidelijk maakt is, dat niemand voor 100% leerstellig denkt. Een score van 80/100 halen op deze test is zeer onwaarschijnlijk.

Ons persoonlijke christelijk geloof is gebaseerd op de Bijbel en op onze levenservaring. Die levenservaring corrigeert ons geloof. We leren langzamerhand, dat het niet vruchtbaar is om erg kritisch te zijn naar mensen. We ontdekken dat niet alles eenvoudig is in het geloof en soms corrigeert ons gevoel ons verstand.

Hoe belangrijk is jouw gevoel en jouw levenservaring in jouw geloof?

Hoe leerstellig ben jij?



Ontdek het zelf… en doe de leerstelligheidstest

















Zeer mee eens

Mee eens

Er tussen in

Niet mee eens

Zeer mee oneens




Hoe langer je met de geloof bezig bent, des te meer ga je ervan begrijpen



















Wat ons land nodig heeft is een politiek geïnspireerd op de Bijbel



















Op het vlak van de Schepping is het niet de Bijbel, die er naast zit, maar de wetenschap



















Iemand die in reïncarnatie gelooft kan geen ouderling/oudste worden



















God is groter dan de Bijbel



















Er is een fundamenteel verschil tussen een christen en een niet-christen



















de Bijbel is het Woord van God



















Gods liefde is belangrijker dan regels



















Mensen zonder Christus gaan verloren



















De bijbel wil gelezen worden als een getuigenis van Gods handelen in onze concrete menselijke geschiedenis



















We kunnen niet alles met de bijbel



















Omdat we nu voorbehoedsmiddelen hebben, kan de seksuele moraal nu anders zijn dan in de tijd van het N.T.



















Jezus is werkelijk opgestaan; zijn graf was leeg



















Mannen en vrouwen zijn verschillend.

Om die reden maakt Gods Woord duidelijk dat de plaats van de vrouw in de kerk een andere is dan de plaats van de man



















Buiten de kerk heb je ook goede mensen



















De Bijbel geeft duidelijke regels voor ons leven



















Op sommige geloofsvragen krijg je nooit een antwoord



















De verzoening door Jezus’ sterven is het hart van het christelijk geloof



















We kunnen de Bijbel niet als richtlijn gebruiken voor concrete politieke beslissingen



















Als je christen bent hoor je zondags naar de kerk te gaan






















mijn score


/10

bijlage 4: Postmodernisme: verlegenheid of gelegenheid?


Postmodernisme is de term die we gebruiken als typering voor de tijd waarin we terecht gekomen zijn. Het is een geschikt woord als kapstok om veranderingen aan op te hangen die onze tijd onderscheiden van de moderne tijd daarvoor.

In het onderstaande een verhandeling van ds. Wim Rietkerk in Idea:


I De kloof tussen woord en werkelijkheid.


Ik sta alleen, geen God of maatschappij

die mijn bestaan betrekt in een bezield verband
Er is geen vaste werkelijkheid die voor iedereen te kennen is, er zijn alleen maar taalvelden waarin wij ons bewegen, en iedereen heeft zijn of haar eigen taalveld. Hoe dat verworteld is in welke realiteit is een achterhaalde vraag. Bekend is de uitspraak van de Franse filosoof Derrida: “buiten de tekst is er niets”. Bekend is ook het schilderij van de pijp, van de Belgische schilder Magritte; eronder staat geschreven: “Ceci n’est pas une pipe”, dit is geen pijp. Het is ook geen pijp: je kan hem niet stoppen en roken. Maar dat evidente verschil bij de pijp is slechts een aanloop om veel dieper door te boren , en als laatste station iedere band tussen het woord en het beeld aan de ene kant en de werkelijkheid aan de andere kant te ontkennen. Ik zie dit als het eerste kenmerk van het postmodernisme. De ontkenning is tot een beweging geworden, het deconstructie-denken, die iedereen shockerend erbij wil bepalen dat zijn begrippen de werkelijkheid niet dekken. Wat overblijft is in het beste geval ‘de lach’, zoals ook Umberto Eco stelt in zijn bestseller De naam van de roos. Maar vele anderen is het lachen vergaan, en voelen zich veel meer als de popgroep U2 die het best de wanhoop vertolkt van een werkelijkheid die nu ‘virtual reality’ is gaan heten.

Waar ligt hier nu voor christenen de verlegenheid? Ik denk in de toenemende uitholling van het woord. Dat gaat niet aan de gemeente voorbij. Beantwoordt er wel een werkelijkheid aan onze woorden? De twijfel van het begin van deze eeuw was: beantwoordt er wel een werkelijkheid aan ons gevoel? Is God geen projectie van onze diepste wensen? De laatste 20 jaar is die twijfel door Derrida nog dieper doorgevoerd: beantwoordt er überhaupt wel werkelijkheid aan onze woorden? Zeker, Derrida heeft daarbij heel algemeen gedacht aan alle begrippen waarmee wij de werkelijkheid benoemen, maar de angel ligt ook bij hem in de ontmanteling van alle woorden die het transcendente benoemen. Als verkondiging en lied, gebed en liturgie door de Europeaan in het algemeen worden ondergaan als een taalveld waarin wij ons bewegen, waar blijven we dan? Dan zijn wij in diepste verlegenheid, want zelf kunnen wij die diepste band tussen woord en werkelijkheid niet leggen.


II Het einde van alle ‘grote verhalen’.

. Achteraf blijkt het gedicht van Marsman uit 1939 in Tempel en Kruis profetisch te zijn voor met name de geestesgesteldheid van de Europeaan 50 jaar na de bevrijding van de oorlog die hij vreesde:



Ik sta alleen, geen God of maatschappij

die mijn bestaan betrekt in een bezield verband

Dat bezielde verband, dat is het wat een andere Franse filosoof, Lyotard, het grote verhaal noemt. Natuurlijk heeft Lyotard in eerste instantie gedacht aan de ideologieën, de grote en valse ideologieën van communisme en fascisme; aan de zoete en inspirerende ideologieën als het vooruitgangsgeloof, het liberalisme en het geloof in de beheersbaarheid van de moderne techniek. In eerste instantie is het heel bevrijdend te horen dat de tijd van deze grote verhalen voorbij is.

Maar helaas zit er een adder onder het gras. Want wie Lyotard leest, ziet hoe hij met de verwerping van de grote verhalen tot de verwerping komt van ieder bezield verband: ‘Wat zich ... op onherstelbare wijze in het Europese geweten nestelt, is het vermoeden dat de universele geschiedenis niet zeker naar het beste leidt.. dat de geschiedenis niet noodzakelijkerwijs een universeel doel heeft.’.1

Iedere constructie van een samenhangend verband in welke idee ook, inclusief het bijbels verhaal, is geliquideerd. Met het badwater van de utopie is ook het kind van de profetie weggeworpen.




Je kunt iedere depressie zelfs definiëren als ‘dan valt er geen verhaal meer van mijn leven te maken’.
Het zet wel aan het denken dat de humanist-psycholoog P. van der Zwaal in zijn psychoanalytische beschouwingen over De middelbare leeftijd (Boom ‘93) de stelling verdedigt dat de “wezenlijke psychische structuur waarin mensen voelen, denken en leven”, het verhaal is (p. 39 en 57). Je kunt iedere depressie zelfs definiëren als ‘dan valt er geen verhaal meer van mijn leven te maken’. Als het verhaal afbreekt dan raakt een mens in de crisis, en hoe komt hij eruit? Als de therapeut hem helpt van de brokstukken weer een verhaal te maken, en de nieuwe shockerende ervaring in een oud - en dus nu een nieuw - verhaal te integreren. De pastorale psychologie knoopt hierbij aan door te zeggen ‘pas als ik mijn kleine verhaal mag zien staan in het wijde raam van het grote verhaal van God is de genezing voltooid’.

Maar wat te doen als de tijd van de grote verhalen voorbij is, en ieder groot verhaal met twijfel ontvangen en afgewezen wordt? Dan gaat een hele cultuur lijken op de dwergen van Lewis; ze gaat lijden aan een onderhuidse depressie, en wordt in grote verlegenheid gebracht...


III De eeuw van de fragmentatie.

We leven in wat Schaeffer noemde ‘the age of fragmentation’. Wat hij al zag opkomen in de jaren 80 is in de jaren 90 alleen maar sterker geworden: fragmentatie, pluralisme, ieder zit op zijn eigen kleine schots, dobberend op de wateren van de samenleving. Maar wat houdt ze samen? Wat zorgt ervoor dat we niet afdrijven naar anarchie? In zo’n samenleving mag tolerantie dan de grootste deugd zijn, maar relativisme is dan zeker het grootste kwaad. Het leidt tot en herhaling van de Richterentijd, toen een ieder deed wat goed was in eigen oog.


2. uitdaging

De verlegenheid die de ontwikkelingen van de laatste 10 jaar hebben geschapen zijn enorm. Moeten wij niet eerst die verlegenheid tot in onze botten voelen? Rouw dragen om het verlies van het woord, de waarheid, de eenheid en de geschiedenis? Om de niet bewust beleefde en door de glimlach gemaskeerde cultuur van de wanhoop?

Ik voel aan den lijve de diepe zuiging van de Westerse cultuur om alles in het subject te leggen: alles wat zin heeft, alles wat mooi is, alles wat waar is en hoop biedt ligt ten diepste niet buiten mij, maar in mij. Wat een overbelasting voor de mens, wat een lege wereld blijft er dan achter. Ik sta alleen; geen God noch maatschappij betrekt mij in een bezield verband. Ik woon naast het huis waar Marsman dit gedicht gemaakt heeft. Het laat mij niet onberoerd. Is hier niet ook collectieve schuld? Wat hebben wij gedaan om het tij te keren, waar hebben wij de boot gemist?

Alleen door de kracht van de Geest kunnen de impasses van de postmoderne samenleving worden doorbroken.



I Geloven is het hebben van een levende relatie


We gaan terug naar de eerste verlegenheid. Wat moet je doen als het verband tussen woord en werkelijkheid verbroken wordt? Mijn indruk is dat God dogmatische christenen wil leren, dat geloven een levende relatie is, en niet alleen maar het beamen van een leer. Ik vind het veelzeggend dat Paulus in 2 Cor. 3 niet zegt ‘Gods postbodes zijt gij’, maar ‘Gods brieven zijt gij, kenbaar en leesbaar voor alle mensen, geschreven door de Geest van God in harten van vlees, in plaats van in letters van inkt. Tegenover de miezerige onzekerheid van de ontologische twijfel over woorden mogen wij iets stellen van de koninklijke zekerheid van het leven in de Geest.

Echt overreden en mensen zeker maken van God, dat kan alleen de Geest via een brede, koninklijke spiritualiteit, die juist in onze tijd meer dan ooit nodig is, een spiritualiteit van de daad, de dienst en het loflied, ter ondersteuning van de verkondiging van het Woord.


II Nieuw profetisch élan.

De tweede verlegenheid waarin de moderne tijd ons brengt is die van de gelijkschakeling van de heilsgeschiedenis met alle grote verhalen en ideologieën




De derde weg tussen fundamentalisme en relativisme kan alleen begaan worden in een priesterlijke houding van openheid
Hoe redden wij ons uit die verlegenheid? Ik denk door met de Schrift voor ogen te houden wat het grote verschil is tussen utopie en profetie. Of in het taalgebruik van deze tijd: wij hebben een profetische spiritualiteit nodig, een die niet droomt en dwingt maar die visionair is en vrijmaakt. Lyotard heeft gelijk als hij stelt dat een utopie - en de daaruit voortkomende ideologieën - altijd manipuleert. De profetie daarentegen appelleert. Lyotard stelt terecht dat utopie een droombeeld is dat tot een waan wordt; want het is nergens op gebaseerd. Je vlucht erin weg vanwege de pijn van de harde werkelijkheid. Profetie doet je niet wegvluchten, maar juist des te meer bezig zijn in de harde werkelijkheid. Utopie negeert, profetie corrigeert het bestaande. Een utopist is fanatiek, een profeet bevrijdend. Dat alles komt omdat de profetie transcendent is maar de utopie immanent.

Wat een wereld van verschillen, maar ze zullen de ogen van de 20e eeuwse mens niet openen als ze niet uitdrukking vinden in een profetische mentaliteit, een die hoop uitstraalt tegenover doemdenken, die sensitief is voor alle onrecht en appelleert aan het geweten, terwijl het toch intussen niet dwingt maar juist bemoedigt.


III priesterlijke bewogenheid

Tenslotte over het laatste en meest maatschappelijke punt, het pluralisme. Ieder heeft zijn eigen geloof en zijn duizend verschillen in normen en waarden. We leven in een veelvoud van verbanden en leiden aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis door de talloze rollen en functies waarin wij ons in de moderne samenleving begeven. Dat brengt de christelijke kerk in grote verlegenheid. Welk recht hebben wij om onze waarden en onze waarheid absoluut te maken? Er lijkt geen andere weg open te staan dan die òf van fundamentalisme òf totaal relativisme. Hoe komen wij uit die verlegenheid? Mijn antwoord is: priesterlijke bewogenheid. Zouden wij als christenen nu niet juist de eersten moeten zijn in het contact leggen met wat ons vreemd is, in het bruggen bouwen tussen de schotsen en fragmenten? En kùnnen wij dat juist niet omdat wij niet bang hoeven te zijn voor een bodemloos relativisme?

Ik verdedig de stelling dat je pas dan echt tolerant kan zijn en kan relativeren als je een absolute basis hebt, en hoe absoluter je basis, des te beter kan je relativeren. Juist christenen moesten tolerant zijn want hun absolute basis is dat God alle mensen naar zijn beeld gemaakt heeft, en dat Christus gekomen is om voor hen allen aan het kruis te sterven. De derde weg tussen fundamentalisme en relativisme kan alleen begaan worden in een priesterlijke houding van openheid, bewogenheid en vereenzelviging met ieder die anders is dan ik. Doen wij dat dan verandert God onze verlegenheid in een pluralistische wereld in zijn gelegenheid.





Denken, voelen, geloven 1

1. de Verlichting 1

2. de opkomst van de moderne rechtsstaat 2

3. geloof en geloofsafval 5

4. De opwekkingsbeweging 6

5. postmodernisme 7

herhalingsvragen 7

verantwoording 9

bijlage 1: Gunning over de binding aan de belijdenis 10

bijlage 3: Geloof, gevoel en vertand - de leerstelligheidstest 12

bijlage 4: Postmodernisme: verlegenheid of gelegenheid? 13

I Geloven is het hebben van een levende relatie 14






1 Zie J.F.Lyotard : ‘Het postmodernisme uitgelegd aan onze kinderen’ p.62 vgl.p.32,38 Kok,Agora,1987

PEGO volgens leerplan 6.1 Tegen de stroom in, www.jartvoortnan.be sept 2010






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina