Depressie


Aanbevelingen voor de praktijk



Dovnload 143.1 Kb.
Pagina5/5
Datum17.08.2016
Grootte143.1 Kb.
1   2   3   4   5

11. Aanbevelingen voor de praktijk


Onderstaande aanbevelingen zijn voor een belangrijk deel (ook) gebaseerd op de uitkomst van de consensusbijeenkomst over behandeling van depressie cbo ( cbo, 1995).

Zorgvuldige diagnostiek is een vereiste: er zijn aanwijzingen dat depressiepatiënten zowel ondergediagnosticeerd als overgediagnosticeerd worden. De dsm-iv (of icd-10) fungeert als eerste opstap; gebruik alle assen van het systeem.

Betrek in de anamnese de chronische stress-opleverende gebeurtenissen of situaties zoals armoede, werkloosheid, dreiging van baanverlies of relatieverlies. Inventariseer ook somatische ziekten: zij kunnen de basis vormen van depressieve symptomatologie. Wees attent op chronische lichamelijke klachten zonder organische oorzaken; ze kunnen wijzen op depressie.

Bij suïcide-gevaar wordt de wens daartoe of gedachten eraan expliciet besproken; de hulpverlener gaat daarbij in op het appèl dat de patiënt of het bewustzijn wil stoppen of anderen wil mobiliseren voor hulp ( Kerkhof, 1994).

Ook als patiënten aan ziekten lijden die op grond van de fysiologie leiden tot de depressieve stoornis kan behandeling van de depressie naast behandeling van de somatische ziekte(n) opportuun zijn.

Bij oudere patiënten handelt men als bij alle anderen; bij de diagnose dient men wel oog te hebben voor de specifieke aan de oudere leeftijd gebonden kenmerken zoals subculturele achtergrond, ziekte, dementie, isolering en immobiliteit. Ook de specifieke omstandigheden van vrouwen – zij zijn nog steeds meestal de verantwoordelijken voor het gezin – dienen betrokken te worden in de diagnose.

Bij zoveel therapieën is de indicatiestelling niet eenvoudig. De psycholoog moet zich ervan vergewissen dat sociale of maatschappelijke omstandigheden geregeld zijn (schuldsanering, huisvesting e.d.), zonodig verwijst de psycholoog naar de betreffende hulpinstantie. Voor therapie-indicatie dient de psycholoog het volgende te overwegen: bekende effecten van de verschillende therapieën, de etiologie, kenmerken van de individuele patiënt, comorbiditeit, wensen en ideeën van de patiënt, reacties van de patiënt op eerdere behandelingen en de aard van de depressie. Bij comorbiditeit beperkt men bij voorkeur de therapie niet tot de depressie.

Cognitieve Gedragstherapie is een goede (start)keuze bij depressie, zeker ook bij dysthymie. De Inter Persoonlijke Therapie is ook een optie. Antidepressiva zijn ook bij milde depressie ( nao) geïndiceerd en in ieder geval bij ontoegankelijkheid van de patiënt en bij psychotische en sterk op de voorgrond tredende vitale symptomen. Bij bipolaire stoornissen is medicatie in ieder geval geïndiceerd. De keuze voor andere vormen van psychotherapie hangt af van het feit of depressie toe te schrijven is aan andere psychische stoornissen, aan persoonlijkheidsstoornissen of van de overtuiging dat cgt of ipt geen effect sorteren. Lichttherapie is geïndiceerd voor seizoensgebonden (winter)depressie, als althans het sociale/professionele seizoen niet de het meest aan de depressie bijdragende factor is.

Klinische psychotherapie is zeker geïndiceerd als er ernstig gevaar is voor de patiënt, als vitale en psychotische symptomen niet ambulant behandeld kunnen worden of als ondanks de behandeling, arte leges uitgevoerd, de depressie zich blijft ontwikkelen.

Gezien de grote mate van terugval na herstel is ‘doorbehandelen‘ in de vorm van uitsluiping te overwegen (zoals ook bij antidepressiva wordt geadviseerd). Bovendien is het te overwegen om halfjaarlijks of jaarlijks ‘booster-sessions’ te houden.

Gezien de invloed van depressie op de naasten is directe of indirecte aandacht voor hen in diagnostiek en behandeling opportuun.

Tot slot: de bestaande kennis van de etiologie biedt weinig aanknopingspunten voor gerichte preventie. Enige algemene conclusies zijn wel te trekken. Consequente liefdevolle opvoeding verkleint latere kwetsbaarheid. Extreme armoede draagt bij aan depressie. Chronische somatische ziekte bergt het gevaar van depressie in zich. Vroege detectie van beginnende depressie, de prodromen van depressie, kan depressieve stoornissen voorkomen.


Literatuur


1.

Albersnagel, F.A., Emmelkamp P.M.G., & Van den Hoofdakker, R.H (Eds.) (1989). Depressie. Deventer: Van Loghum Slaterus.



2.

Angst, J. (1992). How recurrent and predictable is depressive illness? In S. Montgommery & F. Rouillon (Eds.), Longterm treatment of depression. New York: John Wiley.



3.

apa/Koster van Groos, G.A.S. (1995). Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van dedsm-iv. Lisse: Swets & Zeitlinger.



4.

Arrindell, W.A. & Ettema, J.H.M (1986). scl-90: Handleiding bij een multidimensionele psychopathologie-indicator. Lisse: Swets & Zeitlinger.



5.

Beck, A.T., Ward, C.H., Mendelson, M., Mock, J. & Erbaugh, J (1961). An inventory for measuring depression. Archives of General Psychiatry, 4, 561-571.



6.

Beck, A.T., Rush, A.J., Shaw, F.F. & Emery, G (1979). Cognitive therapy of depression. New York: Guilford.



7.

Bertelsen, A., Harvald, B. & Hauge, M (1977). A Danish twinstudy of manic depressive disorders. British Journal of Psychiatry, 130, 330-351.



8.

Birtchnell, J. & Masters, N (1989) Poverty and depression. The Practitioner, 233, 1141-1146.



9.

Bowlby, J. (1980). Attachment and loss (Vol. III) Loss: sadness and depression. London: Hogarth Press.



10.

Brink, W. van den (1994). Epidemiologie van depressie in Nederland. In cbo/nvp (Eds.), Depressie bij volwassenen (p. 53-67). Utrecht: cbo.



11.

Brink, W. van den & Ormel, J (1993). Depressie in de huisartspraktijk. Tijdschrift voor Psychiatrie, 35, 94-109.



12.

Brown, G.W., Bifulco, A. & Harris, T.O (1987). Life events, vulnerability and onset of depression. British Journal of Psychiatry, 150, 30-42.



13.

Brown, G.W. & Harris, T (1993). Aetiologie of anxiety and depressive disorders in an inner-city population. Early adversity. Psychological Medicine, 23, 143-154.



14.

cbo (Ed.) (1995). Depressie bij volwassenen. Resultaat van een consensusbijeenkomst. Utrecht: cbo.



15.

cmpc (1995). Farmacotherapeutisch kompas. Amstelveen: Ziekenfondsraad.



16.

Coyne, J.C., Kessler, R.C., Tal, M., Turnbull, J., Wortman, C.B. & Greden, J.F (1987). Living with a depressed person. Journal of Consulting & Clinical Psychology, 55, 347-352.



17.

Delimon, J. & Dingemans, P (1994) Psychotherapeutische behandelvormen en hun waarde. In cbo (Ed.), Depressie bij volwassenen (p. 111-124). Utrecht: cbo/nvp.



18.

Dingemans, P. (1994). Meting van depressie. (Intern).



19.

Dingemans, P. & Delimon, J (1994). Welk diagnostisch instrumentarium is beschikbaar? Maatschalen en hun waarde. In cbo (Ed.), Consensus Depressie bij Volwassenen (p. 88-106). Utrecht: cbo.



20.

Groutars, G.M.A. (1994). Specifieke aspecten van depressie bij ouderen. In cbo (Ed.), Consensus Depressie bij Volwassenen (p. 28-34). Utrecht: cbo.



21.

Hamilton, M. (1960). A rating scale for depression. Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry, 23, 56-62.



22.

Hamilton, M. (1986). The Hamilton Rating Scale for Depression. In N. Sartorius & T.A. Ban (Eds.), Assessment of depression. New York: Springer.



23.

Hartong, E.G.Th.M. & Goekoop, J.G (1985). De Montgommery-Asberg beoordelingsschaal voor depressie. Tijdschrift voor Psychiatrie, 27, 657-668.



24.

Hobs, H., Biglan, A., Sherman, L., Arthur, J., Friedman, L. & Osteen, V (1987). Home observations of family interactions of depressed women. Journal of Consulting & Clinical Psychology, 55, 353-360.



25.

Hoofdakker, R.H. van den (1989). Biologische concepten en strategieën. In F. Albersnagel, P. Emmelkamp & R.H. van den Hoofdakker (Eds.), Depressie (p. 67-86). Deventer: Van Loghum Slaterus.



26.

Hoofdakker, R.H. van den, Albersnagel, F. & Ormel, J (1989). Begripsbepaling, syndromale classificatie, differentiële diagnostiek, casuïstiek en epidemiologie. In F. Albersnagel, P. Emmelkamp & R. van den Hoofdakker (Eds.), Depressie (p. 17-42). Deventer: Van Loghum Slaterus.



27.

Hoofdakker, R.H. van den, Albersnagel, F.A. & Tilburg, W van (1993). Huisarts en depressie. Assen/Maastricht: van Gorcum.



28.

Hoofdakker, R.H. van den, Gordijn, M.C.M. & Kasper, S (1994). Sleep derivation in refractory depression. In W.A. Nolen, J. Zohar, S.R. Roose, & J.D. Amsterdam (Eds.), Refractory depression, current strategies and future directions (p. 127-142). Chichester: Willey & Sons.



29.

Hout, M.H.C. van den, Arntz, A. & Kunkels, F.H.J (1995). Efficacy of a self-control therapy program in a psychiatric day-treatment center. Acta Psychiatrica Scandinavica, 92, 25-29.



30.

Jonghe, F. de (1994). Leidraad voor het scoren van de Hamilton Depression Rating Scale. Amsterdam: Beneche Consultants.



31.

Keller, M.B. (1994). Depression: a longterm illness. British Journal of Psychiatry, 165, 26, (suppl.) 9-15.



32.

Kendall, Ph.C. & Hammen, C (1995). Abnormal psychology. Boston: Houghton Mifflin Company.



33.

Kerkhof, A.J.F.M. (1994). Depressie en suicide. In cbo (Ed.), Consensus bij depressie. Utrecht: cbo.



34.

Klein, M. (1934/1948). A contribution to the psychogenesis of manic-depressives states. In Contributions to psycho-analysis 1921-1945: developments in child and adolescent psychology (p. 282-310). London: Hogarth Press.



35.

Klerman, G.L. & Weissman, M.M (1993). New applications of Inter Personal Therapy. New York: Basic Books.



36.

Klerman, G.L., Weissman, M.M., Rousaville, B.J. & Chevron, E.S (1984). Interpersonal Therapy of depression. New York: Basic Books.



37.

Kok, R.M., Heeren, Th.J. & Hemert, A.M. van (1993). De Geriatric Depression Scale. Tijdschrift voor Psychiatrie, 35, 416-421.



38.

Kramer, H., Groffen, C., van Son, M.J.M. (1987). Zelfregulatie-therapie voor depressie. Tijschrift voor Psychotherapie, 13, 226-273.



39.

Krantz, S.E. & Moos, R.H (1987). Functioning and life context among spouses of remitted and nonremitted depressed patients. Journal of Consulting & Clinical Psychology, 55, 353-360.



40.

Lewinsohn, P.M. & Arconad, M (1981). Behavioral treatment of depression. A social learning approach. In J.F. Clarkin & H.J. Glazer (Eds.), Depression. Behavioral and directive intervention strategies (p. 33-67). New York: Garland Press.



41.

Lewinsohn, P.M., Hoberman, H.M. & Rosenbaum, M (1988). A prospective study of risk factors fur unipolar depression. Journal of Abnormal Psychology, 97, 251-264.



42.

Lloyd, C. (1980a). Life events and depressive disorder reviewed I. Events as predisposing factors. Archives of General Psychiatry, 37, 529-536.



43.

Lloyd, C. (1980b). Life events and depressive disorder reviewed II. Events as precipitating factors. Archives of General Psychiatry, 37, 541-548.



44.

Lubin, B. (1967). Depression Adjective Check List: Manual. San Diego: Educational and Industrial Testing Service.



45.

Mast, R.C. van der, Hengeveld, M.W. & Bannink, M (1989). Depressie bij somatisch zieke patiënten. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde, 133, 713-716.



46.

Medical Research Council Report by CPC (1965). Clinical trial of the treatment of depressive illness. British Journal of Medicine, 11, 881-886.



47.

nih Consensus development (1992). Diagnosis and treatment of depression in late life. jama, 1018-1024.



48.

Nolen, W.A. (1994). Biologische therapievormen. Kiezen tussen anti-depressiva. In cbo (1994), Depressie bij volwassenen (p. 125-140). Utrecht: cbo.



49.

Orley, J. & Wing, J.K (1979). Psychiatric disorder in two African villages. Archives of General Psychiatry, 36, 513-520.



50.

Parker, G. (1992), in E.S. Paykel (Ed.), Handbook of affective disorders (2nd.) (p. 171-183). Edinburgh: Churchill Livingstone.



51.

Paykel, E.S. (ed.) (1992). Handbook of affective disorders (2nd.). Edinburgh: Churchill Livingstone.



52.

Ponti, K. de (1995). Effect gemeten? Utrecht: UU doctoraal scriptie.



53.

Pop, V.J.M. (1991). Thyroid dysfunction and depression in the post partum period. Maastricht: Rijksuniversiteit Limburg (diss.)



54.

Poslavsky, A. & Meijer, E (1993). Psychopathologische kaders. Amsterdam: Swets & Zeitlinger.



55.

Rehm, L.P. (1977). A self-control model for depression. Behavior Therapy, 8, 787-804.



56.

Rehm, L.P. (1981). Behavior therapy for depression. New York: Academic Press.



57.

Rooijen, L. van & Arrindell, W.A (1985). Depressiegevoelens bij psychiatrische patiënten en hun partners: validiteit van de VROPSOM. (Onderzoeksmemorandum RM- PS 85-20) Amsterdam: Vrije Universiteit.



58.

Rosenthal, N.E., Sack, D.A., Skwerer, R.G., Jacobson, F.M. & Wehr, T.A (1988). Phototherapy for seasonal affective disorder. Journal of Biological Rythms, 3, 101-120.



59.

Seligman, M.E.P. (1981). A learned helplessness point of view. In L.P. Rehm (Ed.), Behavior therapy for depression. New York: Academic Press.



60.

Weissman, M.M., Leaf, P.J., Bruce, M.L. & Florio, L (1988). The epidemiology of dysthymia in five communities: Rates, risks, comorbidity, and treatment. American Journal of Psychiatry, 145, 815-819.



61.

Wells, K.B., Stewart, A., Hays, R.D., Burnam, M.A., Rogers, W., Daniels, M., Berry, S., Greenfield, S. & Ware, J (1989). The functioning and well being of depressed patients: Results from the medical outcome study. Journal of American Medical Association, 262, 914-919.



62.

who/Hengeveld, M. (1994). De icd-10-classificatie van psychische stoornissen: klinische beschrijvingen en diagnostische richtlijnen. Lisse: Swets & Zeitlinger.



63.

Wing, J.K., Cooper, J.E. & Sartorius, N (1974). Description and classification of psychiatric symptoms. Cambridge: Cambridge University Press.



64.

Wittchen, H-U., Knäuper, B. & Kessler, R.C (1994). Lifetime risk of depression. British Journal of Psychiatry, 165, 16-22.



65.

Zitman, F.G., Griez, E.J.L. & Hooijer, Chr (1989). Standaardisering depressie vragenlijsten. Tijdschrift voor Psychiatrie, 31, 114-123.



66.

Zung, W.W.K. (1986). Zung Self-rating Depression Scale and Depression Status Inventory. In N. Sartorius & T.A. Ban (Eds.) Assesment of Depression. New York: Springer.

Copyright 2007, Bohn Stafleu van Loghum, Houten

http://www2.bsl.nl/corp/common/framecreator.asp?ak=welkom&ap=vakb&altp=http://vb23.bsl.nl/totalecollectie


1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina