Deze opdracht is een extra grote opdracht die ook meer tijd zal kosten dan de andere opdrachten. Je kunt



Dovnload 0.55 Mb.
Pagina1/4
Datum24.07.2016
Grootte0.55 Mb.
  1   2   3   4

Deze opdracht is een extra grote opdracht die ook meer tijd zal kosten dan de andere opdrachten. Je kunt zelf kiezen welke vragen je maakt want de ene vraag vind je waarschijnlijk leuker of gemakkelijker dan 'n andere vraag. Je mag ze natuurlijk ook allemaal maken.
Deze week komen er allerlei verschillende problemen aan bod. Nu zul je zelf steeds moeten kijken wat de beste manier van aanpak is (bijv. tabel maken, zie ook opdr. 2 rekenen allerlei). Bij deze opdracht gaat het dus vooral weer om logisch denken.
Veel plezier en succes met het maken van de laatste opdracht en misschien tot volgend jaar op het Maaslandcollege!


Allerlei ‘denk’problemen.

Vraag 1:

Gisteren werd mijnheer Klaassens verrast door de regen. Hij had geen hoed en geen paraplu bij zich. Zijn kleren waren doorweekt. Toch was er wonder boven wonder geen haar op zijn hoofd nat geworden. Hoe kan dit?


Vraag 2:

Hoeveel tijd hebben honderd kippen nodig om honderd eieren te leggen als vijf kippen in vijf minuten vijf eieren leggen?


Vraag 3:

Een vrouw woont op de tiende verdieping van een hoog flatgebouw. Iedere ochtend gaat ze van de tiende verdieping met de lift naar beneden om naar haar werk te gaan.

Iedere avond als ze van haar werk thuiskomt, neemt ze weer de lift die haar naar de achtste verdieping brengt. De rest loopt ze.

Waarom legt ze niet de hele afstand met de lift af?


Vraag 4:

Twee jongens werden geboren in hetzelfde jaar en op dezelfde datum.

Ze hebben allebei dezelfde moeder. Toch is het geen tweeling.

Leg uit hoe dit kan.


Vraag 5:

Het kost 36 seconden om een boomstam met een kettingzaag in vier stukken te zagen.

Leg uit hoeveel tijd het kost om een even grote boomstam in vijf stukken te zagen.
Vraag 6:

Een auto heeft 24.000 km gereden en heeft over die afstand in totaal zes banden versleten. Elke band heeft dezelfde afstand afgelegd.

Leg uit hoeveel km elke band afzonderlijk heeft afgelegd.
Vraag 7:

Een trein vertrekt vanuit Amsterdam naar Eindhoven en rijdt met een snelheid van

160 km/u. Een kwartier later vertrekt een trein van Eindhoven naar Amsterdam. Deze trein rijdt 120 km/u. De afstand tussen Amsterdam en Eindhoven is 140 km.

Als de treinen elkaar passeren, welke van de twee treinen is dan het dichtst bij Amsterdam?


Vraag 8:

De drie vrienden Sjaak, Sjors en Hans komen uit een café.

Twee van de drie hebben bier gedronken, twee hebben water gedronken en twee hebben aan de wijn gezeten.

De vriend die geen wijn heeft gedronken, heeft ook geen bier gedronken. De vriend die geen water heeft genomen, heeft ook geen wijn gedronken.

Wie heeft wat gedronken?
Vraag 9:

Een meisje heeft evenveel zussen als broers. Elke broer heeft twee keer zoveel

zussen als broers.

Hoeveel broers en zussen zijn er in deze familie?


Vraag 10:

In één kamer bevinden zich:

1 grootvader 5 kinderen 2 zonen

1 grootmoeder 3 kleinkinderen 3 dochters

2 vaders 1 broer 1 schoonvader

2 moeders 2 zussen 1 schoonmoeder

1 schoondochter

Er zijn 25 familieleden opgenoemd, maar in die kamer hoeven natuurlijk geen

25 personen aanwezig te zijn.

Leg uit hoeveel personen er minstens in de kamer aanwezig zijn.


Vraag 11:

Elk van de negen vierkantjes in het grote vierkant hiernaast

moet rood, blauw of wit gekleurd worden.

De opdracht is dit zo te doen dat elk rood vierkantje met één

zijde aan een blauw vierkantje grenst en met een andere

zijde aan een wit vierkantje.

Dit moet ook gelden voor de andere twee kleuren:

een wit vierkantje moet grenzen aan een rood en een blauw vierkantje, een blauw

vierkantje aan een rood en wit vierkantje.

Lukt dit bij jou?


Vraag 12:

In de figuur die hiernaast staat moet ieder getal verbonden

worden met een aantal van de vijf andere getallen.

Het aantal verbindingen is gelijk aan het getal zelf, dus 2

is verbonden met twee andere getallen.

Welk getal moet op de plaats van het vraagteken komen?



Vraag 13:

Kun je de punten die hiernaast staan door vier rechte lijnen

verbinden zonder je potlood van het papier te halen?
Vraag 14:

Hiernaast zie je 5 munten liggen.

Nu liggen er 2 keer 3 munten op een rechte lijn.

Waar moet je in de figuur hiernaast de 6e munt leggen

om vier keer 3 munten op een rechte lijn te krijgen?
Vraag 15:

Vind twee getallen die als product 10.000 opleveren.

Je moet je alleen wel aan één voorwaarde houden: in beide getallen mogen geen nullen voorkomen.
V


+



+

4

4
raag 16:

K
+



4

4

4
un je met behulp van vier plustekens en zeven vieren

h
+



4

4
et getal 100 maken?
Vraag 17:

Elk rijtje vormt een logische reeks (er zit een regelmaat in).

Wat zijn de volgende drie getallen van elke reeks?

a) 256 128 64 32 16 …..

b) 4 8 10 20 22 44 46 ….

c) 1 1 2 6 24 …

d) 50 53 52 55 54 …

e) 4 5 7 11 19 35 …

f) 3 6 8 6 12 14 12 …

g) 5 6 8 11 15 ….


Vraag 18:

Het paleis van een sjeik wordt goed bewaakt. De enige manier om binnen te komen, is het wachtwoord te weten. Een rover is van plan om de sjeik te gaan bestelen.

Hij heeft zich in de bosjes verstopt om het wachtwoord af te luisteren. Er komt een man aan bij het paleis en de wachter roept: "Acht". De man antwoordt: ""Vier" en mag naar binnen. Even later meldt zich weer iemand bij het paleis en de wachter roept: "Twaalf". De man antwoordt met "Zes" en mag ook naar binnen. Als een derde man het paleis wil binnengaan roept de wachter "Zes" en nadat de man "Drie" geantwoord heeft mag ook hij naar binnen.

De rover heeft nu door hoe de vork in de steel zit en loopt naar het paleis. De wachter roept: "Tien" en de rover antwoordt met "Vijf".

Onmiddellijk wordt de rover in de boeien geslagen.

Wat had de rover moeten zeggen om naar binnen te mogen?


Vraag 19:

Peter doet er acht dagen over om een gat van 8 bij 8 bij 8 meter uit te graven.

Leg uit hoe lang Peter doet over een gat van 4 bij 4 bij 4 meter.
Vraag 20:

Dave vertelt zijn zusje Margje dat hij in de kelder een groot spinnenweb gevonden heeft met daarop maar liefst 16 spinnen en vliegen.

"Hoeveel spinnen waren er?", vraagt Margje angstig.

Dave antwoordt: "Ik telde in totaal 102 pootjes. Een spin heeft acht poten en een vlieg zes poten. Vertel jij mij nu maar hoeveel spinnen ik gezien heb."




Vraag 21:

Welke van de acht figuurtjes die hiernaast staan,

moet op de plaats van het vraagteken staan?








?

Vraag 22:

Vul het hokje rechtsonder in het derde vierkant.



Vraag 23:

Joop en Klaas zitten samen te praten als Klaas aan Joop vraagt wanneer hij jarig is.

Joop antwoordt als volgt: "Eergisteren was ik 43 jaar en volgend jaar word ik 46 jaar ".

"Onmogelijk", zegt Klaas. Toch heeft Joop gelijk.

Kun jij vertellen op welke dag Joop jarig is?
Vraag 24:

Koos is vier keer zo oud als zijn dochter Els. Over twintig jaar zal Koos twee keer zo oud

zijn als zijn dochter.

Hoe oud zijn Koos en Els nu?


Vraag 25:

Janneke krijgt op haar twintigste een tweeling (2 zonen).

Als Janneke 30 is, zijn de tweelingbroers ieder 10, dus samen zijn ze 20.

Als Janneke 40 is, is de tweeling samen ook 40 jaar en als Janneke 50 is, is de tweeling samen al 60. De tweeling heeft hun moeder dan ingehaald qua leeftijd.

Wanneer zal de tweeling tweemaal zo oud zijn als hun moeder?
Vraag 26:

Kees, vader van drie kinderen, maakt een praatje met buurman Harm.

Harm: "Zeg, hoe oud zijn jouw kinderen eigenlijk?"

Kees: "Als je hun leeftijden vermenigvuldigt, krijg je 36."

Harm: "Alsjeblieft, niet weer zo'n raadsel…"

Kees: "De som van hun leeftijden is gelijk aan jouw huisnummer, dus de som is 13."

Harm: "Ik kom er nog niet uit." Kees: "Oké, de oudste heeft rood haar."

Harm: "Nu weet ik het."

Leg uit hoe oud de kinderen van Kees zijn.


Cijfer / letterpuzzels.

V








D

+

F

=

4







B

+

F

=

10

B

+

C

+

D

=

12

B

+

E

+

F

=

11

A

+

D

+

F

=

5



raag 27:

Hiernaast zie je 5 aanwijzingen staan.

Met die 5 aanwijzingen moet je achterhalen

welke getal elke letter voorstelt.

Je mag alleen kiezen uit de getallen

0 t/m 6 en een getal mag vaker voorkomen.



E

E

N




E

E

N




E

E

N




E

E

N




E

E

N




E

E

N

+

Z

E

S



Vraag 28:

In de volgende optelling staat elke letter voor een

cijfer (0 t/m 9).

Verschillende letters staan natuurlijk voor verschillende cijfers.

Zoek uit welke cijfers bij welke letters horen.

Er is maar één antwoord mogelijk.


V




E

E

N







E

E

N







E

E

N

+

D

R

I

E






raag 29:

In de volgende optelling staat elke letter voor een cijfer (0 t/m 9).

Verschillende letters staan natuurlijk voor verschillende cijfers.

Zoek uit welke cijfers bij welke letters horen.

Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

V




T

W

E

E







T

W

E

E

+




V

I

E

R






raag 30:

In de volgende optelling staat elke letter voor een cijfer (0 t/m 9).

Verschillende letters staan natuurlijk voor verschillende cijfers.

Zoek uit welke cijfers bij welke letters horen.

Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.
Vraag 31:








O

N

E










T

W

O







F

O

U

R

+

S

E

V

E

N



In de volgende optelling staat elke letter voor een cijfer (0 t/m 9).

Verschillende letters staan natuurlijk voor verschillende cijfers.

Zoek uit welke cijfers bij welke letters horen.

Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.


V




S

E

N

D







M

O

R

E

+

M

O

N

E

Y






raag 32:

In de volgende optelling staat elke letter voor een cijfer (0 t/m 9).

Verschillende letters staan natuurlijk voor verschillende cijfers.

Zoek uit welke cijfers bij welke letters horen.



V

S

A

N

D

E

R




S

A

S

K

I

A

+

N

I

E

N

K

E






raag 33:

In de volgende optelling staat elke letter voor een cijfer (0 t/m 9).

Verschillende letters staan natuurlijk voor verschillende cijfers.

Zoek uit welke cijfers bij welke letters horen.

Er is maar één antwoord mogelijk.
Vraag 34:


D

E

F

+

F

E

D

=




G

H

K




+










+













+




F

L

D

+

D

L

E

=




G

M

L

G

G

G

+

G

G

L

=

E

E

P

S
In de volgende optellingen staat

elke letter voor een cijfer (0 t/m 9).

Verschillende letters staan

natuurlijk voor verschillende cijfers.

Alle optellingen moeten kloppen.

Zoek uit welke cijfers bij welke letters horen.



Vraag 35:


B

C

A

+

D

A

C

=




C

D

E




+










+













+




E

D

E

+

F

B

B

=




D

K

A

K

E

G

+

A

H

G

=

F

E

M

G
In de volgende optellingen staat

elke letter voor een cijfer (0 t/m 9).

Verschillende letters staan

natuurlijk voor verschillende cijfers.

Alle optellingen moeten kloppen.

Zoek uit welke cijfers bij welke letters horen.




  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina