Deze scriptie is afkomstig van



Dovnload 402.92 Kb.
Pagina8/12
Datum20.08.2016
Grootte402.92 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

4.4 Regressie analyse

In deze paragraaf zullen verschillende (multiple) regressie analyses worden uitgevoerd die moeten gaan aantonen in welke mate de onafhankelijke variabelen de afhankelijke variabelen beïnvloeden.


4.4.1 ‘Houding tegenover online shoppen’ als afhankelijke variabele



Tabel 11 R² en Beta's bij houding als afhankelijke variabele

Adjusted R Square

,303







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Collineariteit

Bruikbaarheid  Houding

,328

3,275*

Ja

0,509

Gebruiksgemak  Houding

,001

0,006

Nee

0,509

Vermaak  Houding

,356

4,591*

Ja

0,850

* = significant bij 0,01

Afhankelijke Variabele: Houding

Onafhankelijke Variabele: Bruikbaarheid, gebruiksgemak en vermaak

We hebben een multiple regressie analyse uitgevoerd aangezien het drie onafhankelijke variabelen en een afhankelijke variabele betreft. Tabel 11 geeft de belangrijkste uitkomsten aan.


Allereerst hebben we gekeken naar de mate van overlap tussen de variabelen. Dit wordt ook wel collineariteit genoemd. Wanneer de waarde boven 0,2 ligt (Field, 2000), geeft dat aan dat er geen of weinig overlap is tussen de onafhankelijke variabelen. In deze analyseronde liggen de drie de waarden ruim boven de 0,20; respectievelijk 0,509, 0,509 en 0,850, er is dus geen reden om aan te nemen dat de variabelen teveel overlap vertonen.
Dan kan er gekeken worden naar de mate van verklaarbaarheid van de onafhankelijke variabele op de afhankelijke variabele. Die verklaarbaarheid wordt met de adjusted R² aangegeven. Bij een multiple regressie analyse wordt de adjusted R² genomen. De adjusted R² is aangepast aan meerdere variabelen. Deze maat is hier 0,303, wat inhoudt dat 30,3% van de houding tegenover online shoppen verklaard wordt door de drie onafhankelijke variabelen. Dit houdt dan ook in dat de houding voor iets minder dan 70% verklaard wordt door variabelen die in dit onderzoek niet zijn meegenomen.
Bruikbaarheid en vermaak hebben beide een Beta van respectievelijk 32,8% en 35,6%. Ook valt de Beta van de variabele gebruiksgemak op, deze is zo goed als nul:

0,001. Hieruit kan dus geconcludeerd worden dat bruikbaarheid en vermaak beide een vrij hoge invloed hebben op de houding tegenover online shoppen. Ook de t-waarden van bruikbaarheid en vermaak zijn significant (tabel 11). Een hoge, significante t-waarde (in ieder geval > 1,0) geeft aan dat de variabele in kwestie voor een betekenisvolle verandering kan zorgen. Er kan geen betekenisvolle verandering door de variabele gebruiksgemak verzorgt worden. Dit is te herleiden in de literatuur omdat men daar ook niet eenduidig was in het al dan niet erkennen van een relatie tussen gebruikgemak en de houding tegenover online shoppen. Vanwege deze ambiguïteit in de literatuur besloten we een dergelijke relatie toch te testen. In deze analyse is dus meer bewijs vergaard voor de stelling dat gebruiksgemak de houding tegenover online shoppen niet beïnvloedt. In dit geval is het beter om de regressie analyse opnieuw uit te voeren zonder de perceptie van gebruiksgemak. Wanneer dat is gebeurd wordt duidelijk dat dit qua resultaten weinig uitmaakt. De adjusted R² wordt slechts met 0,006 hoger en de Beta’s veranderen met 0,001 (oftewel 0,1%).


De andere twee relaties zijn dus wel vrij sterk van aard en ook dit valt te herleiden naar de bestaande literatuur, ook op dit punt levert dit onderzoek verder bewijs voor de bestaande hypotheses die handelen over de relatie vermaak naar houding en bruikbaarheid naar houding.
In het conceptueel model maken we een onderscheid tussen een utilitaire kant en een hedonistische kant. De perceptie van bruikbaarheid en gebruiksgemak vallen onder de utilitaire kant en de perceptie van vermaak valt onder de hedonistische kant. Omdat de variabele gebruiksgemak geen betekenisvolle verandering teweeg kan brengen, is deze variabele hiervoor uit de analyse gehaald. Vandaar dat gesproken kan worden van de utilitaire variabele perceptie van bruikbaarheid en de hedonistische variabele perceptie van vermaak. Beide kunnen voor een hoge verandering van de houding tegenover online shoppen zorgen. De hedonistische variabele heeft echter een hogere Beta, wat inhoudt dat de respondenten hebben aangegeven dat de houding sterker beïnvloed wordt door de hedonistische variabele.

4.4.2 ‘Perceptie van bruikbaarheid’ en ‘perceptie van vermaak’ als afhankelijke variabele

In de voorgaande subparagraaf hebben we onder andere de relatie van de perceptie van gebruiksgemak naar de houding tegenover online shoppen onderzocht. In de literatuur is men niet eenduidig over deze relatie en uit de analyse bleek ook dat deze relatie er vrijwel niet was. In een aantal recente onderzoeken (Bruner & Kumar, 2005, Shang, 2005) worden ook andere relaties gelegd. Daar wordt geen link geplaatst van het gebruiksgemak naar de houding, maar naar bruikbaarheid en eventueel naar vermaak. In dit onderzoek zijn deze relaties ook gelegd, juist omdat men in de literatuur niet eenduidig is over de te leggen relaties. Dit is ook terug te zien in het conceptueel model. Om nu te onderzoeken of deze relaties waarde hebben, hebben we twee regressieanalyses uitgevoerd.


Tabel 12 R² en Beta's bij bruikbaarheid als afhankelijke variabele

R Square

,473







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Gebruiksgemak  Bruikbaarheid

,688

11,524*

Ja

* = significant bij 0,01

Afhankelijke Variabele: Bruikbaarheid

Onafhankelijke Variabele: Gebruiksgemak
In de eerste analyse (zie tabel 12) is de relatie onderzocht met de perceptie van gebruiksgemak als onafhankelijke variabele en de perceptie van bruikbaarheid als afhankelijke variabele. De R² bij deze analyse is 0,473, wat inhoudt dat 47,3% van de perceptie van de bruikbaarheid bepaald wordt door de perceptie van gebruiksgemak. Dit is een redelijk hoge score. Ook de Beta is redelijk hoog, 0,688. Deze Beta houdt in dat een verandering van 1 van de gebruiksgemak een verandering teweeg brengt bij de bruikbaarheid van 0,688. De onafhankelijke variabele heeft dus een redelijk grote invloed op de afhankelijke variabele.


Tabel 13 R² en Beta’s bij vermaak als afhankelijke variabele

R Square

,128







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Gebruiksgemak  Vermaak

,358

4,608*

Ja

* = significant bij 0,01

Afhankelijke Variabele: Vermaak

Onafhankelijke Variabele: Gebruiksgemak
Ook is er een link gelegd van de variabele gebruiksgemak naar vermaak. In deze tweede analyse is er een R² van 0,128 gevonden (tabel 13). 12,8% Van vermaak is te verklaren door de perceptie van gebruiksgemak. De Beta is 0,358, deze waarde is voldoende om van positieve beïnvloeding te spreken. De onafhankelijke variabele gebruiksgemak beïnvloedt vermaak dus wel, maar de beïnvloeding van gebruiksgemak naar bruikbaarheid is sterker.
Dit valt te beredeneren door naar de eerder aangegeven classificatie van hedonisme/ utilitair te kijken. Aangezien gebruiksgemak een utilitaire variabele is, is het wat dat betreft ook logischer dat deze meer invloed heeft binnen zijn eigen klasse dan buiten zijn eigen klasse. Dit sterkt ook het onderscheid dat gemaakt wordt tussen deze twee klasse.

4.4.3 ‘Intentie tot gebruik’ als afhankelijke variabele

In het begin van deze paragraaf (§4.4) was de houding tegenover online shoppen de afhankelijke variabele, in deze subparagraaf is houding de onafhankelijke variabele en intentie de afhankelijke variabele. Aangezien het om twee variabelen gaat is ook hier weer een zogenaamde ‘simple regression analysis’ uigevoerd, oftewel een gewone regressieanalyse. In onderstaande tabel worden de belangrijkste uitkomsten gegeven.


Tabel 14 R² en Beta's bij intentie als afhankelijke variabele

R Square

,263







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Houding  Intentie

,512

7,160*

Ja

* = significant bij 0,01

Afhankelijke Variabele: Intentie

Onafhankelijke Variabele: Houding
De R² is 0,263 wat aangeeft dat 26,3% van intentie bepaald wordt door houding. Te beredeneren valt dat een hogere score ook niet te verwachten is aangezien niet iedereen die een positieve houding heeft tegenover online shoppen ook daadwerkelijk de intentie krijgt om te gaan online shoppen. De Beta is wel goed te noemen, met een score van 0,512. Wanneer de waarde van de houding met 1 zou veranderen, dan verandert de waarde van de intentie tot gebruik met 0,512. Dit houdt dus in dat de houding voor een vrij grote verandering van de intentie kan zorgen. Alleen hebben we dus eerder gezien dat ongeveer een kwart van de beïnvloeding van de intentie verklaard wordt door de houding. Dit drukt de beïnvloeding dan ook weer enigszins.

4.4.4 ‘Daadwerkelijk gebruik’ als afhankelijke variabele

Als laatste gaan we de relatie onderzoeken met als onafhankelijke variabele de intentie tot gebruik en als afhankelijke variabele, het daadwerkelijk gebruik. Omdat het slechts één onafhankelijke variabele betreft, is er een ‘simple regression analysis’ uitgevoerd. De R² die uit de analyse volgt is laag, slechts 0,063 (tabel 15). Dit houdt in dat de intentie slechts voor 6,3% verantwoordelijk is voor het daadwerkelijke gebruik. Dit geeft dus aan dat veel respondenten die wel de intentie hebben om online te gaan shoppen, toch nog niet de stap hebben genomen om het ook daadwerkelijk te doen. Deze lage score heeft een aantal redenen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de respondenten wel al de intentie hebben, maar nog niet daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt van de online shop, maar dat in de nabije toekomst wel zullen doen. Of dat er andere factoren meespelen die het gebruik beïnvloeden. Dit hebben wij niet gemeten. Ook kan het zijn dat de intentie om gebruik te maken van online shops hoog is, maar dat de intentie om gebruik te maken van ‘normale’ winkels nog hoger is en dat deze dus nog steeds de voorkeur geniet. Als we kijken naar de Beta is te zien dat deze ook niet hoog is. Deze is 0,251.




Tabel 15 R² en Beta's bij gebruik als afhankelijke variabele

R Square

,063







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Intentie  Gebruik

,251

2,829*

Ja

* = significant bij 0,01

Afhankelijke Variabele: Gebruik

Onafhankelijke Variabele: Intentie
Figuur 4 Nieuw conceptueel model

Utilitair



Hedonistisch
Tabel 16 De drie R²’s behorend bij bovenstaand conceptuele model

(adjusted) R²

,309

,263

,063

Het oorspronkelijk conceptueel model heeft niet geheel stand gehouden en het verbeterde model is te zien in figuur 4. Nadat de analyses zijn uitgevoerd is geconcludeerd dat één relatie uit het oorspronkelijk conceptueel model weg gelaten dient te worden. In het figuur zijn ook de Beta’s aangegeven.


Aan de hand van de onderzoeksdata hebben we in dit hoofdstuk een aantal analyses uitgevoerd en de uitkomsten uitgelegd. In het volgende hoofdstuk zullen conclusies worden getrokken, kanttekeningen gemaakt worden en zullen er aanbevelingen worden gedaan voor vervolg onderzoek.



1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina