Deze scriptie is afkomstig van



Dovnload 402.92 Kb.
Pagina9/12
Datum20.08.2016
Grootte402.92 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

4.5 ‘Spelen’ met het model

In het voorgaande is het oorspronkelijke conceptuele model getest. Dit heeft vooral tot bevestiging van de relaties geleid en aangetoond dat de directe relatie van de perceptie van gebruiksgemak naar de houding tegenover online shoppen kan komen te vervallen. In deze paragraaf zullen aanpassingen gedaan worden aan het conceptuele model en gekeken worden of er andere relaties te ontdekken zijn aan de hand van de gegevens van de respondenten, die meer verklaren en een sterkere beïnvloeding laten zien. Hier komen dan ook steeds nieuwe figuren aan bod met een aangepast model.


4.5.1 ‘Intentie tot gebruik’ als afhankelijke variabele

Als eerste zal bekeken worden wat de verklaringskracht is wanneer de onafhankelijke variabelen, perceptie van bruikbaarheid, gebruiksgemak en vermaak, niet houding beïnvloeden, maar direct naar intentie.


Figuur 5 Model met intentie als afhankelijke variabele
Utilitair



Hedonistisch
Zonder de tussenkomst van de houding tegenover online shoppen blijkt uit de analyse dat de verklaringskracht van de intentie groter is dan met de houding. In tabel 16 is te zien dat de drie onafhankelijke variabelen perceptie van bruikbaarheid, gebruiksgemak en vermaak een verklaringskracht van 30,9% op houding heeft en deze laatste op zijn buurt weer 26,3% op de intentie. Deze analyse laat echter zien dat de gegeven drie onafhankelijke variabele een veel grotere verklaringskracht heeft wanneer deze direct naar de intentie gaan. Deze is dan namelijk 57,3% (zie tabel 17).
Tabel 17 R² en Beta's bij intentie als afhankelijke variabele

Adjusted R Square

,573







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Collineariteit

Bruikbaarheid  Intentie

,507

6,566*

Ja

0,504

Gebruiksgemak  Intentie

,187

2,421*

Ja

0,504

Vermaak  Intentie

,220

3,696*

Ja

0,848

* = significant bij 0,01

Afhankelijke Variabele: Intentie

Onafhankelijke Variabele: Bruikbaarheid, gebruiksgemak en vermaak
Er zijn echter wel een aantal andere opvallende zaken. Ten eerste is te zien dat de relatie van de gebruiksgemak op de intentie nu een relatie is met betekenis. Het is hier dan ook geoorloofd, de relatie te laten zien. De sterkte van de beïnvloeding is nu zelfs bijna gelijk aan de sterkte van beïnvloeding van de variabel vermaak, respectievelijk 18,7% om 22,0%. De beïnvloeding van bruikbaarheid op de intentie om gebruik te maken van een online shop is veel sterker. Wanneer de waarde van de bruikbaarheid namelijk met 1 zal veranderen, dan verandert de waarde van de intentie met 0,507. Hier zijn de beïnvloeding van de utilitaire variabelen dus belangrijker dan de beïnvloeding van de hedonistische variabele op de intentie. Uit de analyses met het oorspronkelijke conceptueel model bleek echter dat beide ongeveer even sterk waren. Wanneer de relatie dus direct doorgetrokken wordt op intentie verandert de sterkte van de beïnvloeding dus sterk.

4.5.2 ‘Daadwerkelijk gebruik’ als afhankelijke variabele

In deze subparagraaf gaan we nog een stap verder. De drie onafhankelijke variabelen worden nu direct in relatie gebracht met de variabele gebruik. Het model wat dan ontstaat staat hieronder.


Figuur 6 Model met gebruik als afhankelijke variabele

Utilitair



Hedonistisch
Tabel 18 R² en Beta's bij gebruik als afhankelijke variabele

Adjusted R Square

,015







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Collineariteit

Bruikbaarheid  Gebruik

,147

1,044

Nee

0,434

Gebruiksgemak  Gebruik

,036

,253

Nee

0,418

Vermaak  Gebruik

,054

,539

Nee

0,850

* = significant bij 0,01

Afhankelijke Variabele: Gebruik

Onafhankelijke Variabele: Bruikbaarheid, gebruiksgemak en vermaak
De drie onafhankelijke variabelen hebben in dit geval een verklaringskracht van slechts 1,5% (zie tabel 18). Dit is zeer laag. De Beta’s, die de sterkte van de beïnvloeding aangeven, zijn hier allen niet significant. Het is dan ook niet te verwachten dat de gegevens betrouwbaar zijn. Aan de hand van deze gegevens is te concluderen dat het hier geschetste model niet voldoet aan de werkelijke situatie. Dat dit model niet voldoet aan de werkelijkheid is ook te verklaren doordat het waarschijnlijk is dat er vele andere variabelen van invloed zijn totdat daadwerkelijk wordt overgegaan tot gebruik van de online shop.

4.5.3 ‘Intentie tot gebruik’ als afhankelijke variabele en ‘houding’ als onafhankelijke’

De gegevens die naar voren kwamen nadat er een analyse is uitgevoerd met het daadwerkelijke gebruik als afhankelijke variabele, werd duidelijk dat die gegevens niet betrouwbaar waren. Daarom zullen we hier een stap terug doen en ons weer gaan richten op de intentie als afhankelijke variabele. Hetgeen nu anders wordt vergeleken met paragraaf 4.5.1 is dat de variabele houding hier de intentie beïnvloed, maar nu naast de variabelen bruikbaarheid, gebruiksgemak en vermaak.


Figuur 7 Model met intentie als afhankelijke variabele


De verklaringskracht van deze vier variabelen op de intentie tot het gebruik wordt nu nog hoger vergeleken met het model in figuur 5. Nu wordt niet 57,3% (tabel 17) van de intentie verklaard, maar 60,6%. De houding verklaard samen met de drie andere variabelen dus wel een groot deel van de intentie.


Tabel 19 R² en Beta's bij gebruik als afhankelijke variabele

Adjusted R Square

,606







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Collineariteit

Bruikbaarheid  Intentie

,473

6,029*

Ja

0,471

Gebruiksgemak  Intentie

,170

2,256**

Ja

0,509

Vermaak  Intentie

,160

2,541**

Ja

0,733

Houding  Intentie

,177

2,717*

Ja

0,681

* = significant bij 0,01, ** = significant bij 0,05

Afhankelijke Variabele: Intentie

Onafhankelijke Variabele: Bruikbaarheid, gebruiksgemak, vermaak en houding
Als we dan kijken naar de sterkte van de verschillende relaties, zien we allereerst dat de vier relaties alle significant zijn. Dit houdt in dat de hier getoonde gegevens betrouwbaar kunnen worden verondersteld. Ook hier wordt duidelijk dat de perceptie van bruikbaarheid een veel sterkere invloed heeft vergeleken met de andere relaties. De relaties die ook te zien zijn in tabel 17 hebben hier echter een zwakkere invloed. Dit komt door de tussenkomst van de houding.

4.5.4 ‘Daadwerkelijk gebruik’ als afhankelijke variabele

Voor de volledigheid zal er ook nog een regressieanalyse uitgevoerd worden waarbij de vier variabelen een directe relatie hebben met het daadwerkelijke gebruik. Wanneer we deze analyse uitvoeren dan wordt duidelijk dat de gegevens nog slechter zijn dan in paragraaf 4.5.2, de gegevens die bij de relaties horen zijn dan ook niet betrouwbaar te noemen.


Figuur 8 Model met gebruik als afhankelijke variabele



Tabel 20 R² en Beta's bij gebruik als afhankelijke variabele

Adjusted R Square

,002







Beta

T waarde

Hypothese ondersteund

Collineariteit

Bruikbaarheid  Gebruik

,136

0,926

Nee

0,421

Gebruiksgemak  Gebruik

,039

0,267

Nee

0,417

Vermaak  Gebruik

,042

0,378

Nee

0,725

Houding  Gebruik

,018

0,160

Nee

0,757

* = significant bij 0,01, ** = significant bij 0,05

Afhankelijke Variabele: Gebruik

Onafhankelijke Variabele: Bruikbaarheid, gebruiksgemak, vermaak en houding

4.5.5 Conclusie van de aanpassingen

In deze paragraaf, waar aanpassingen zijn gedaan aan het oorspronkelijke conceptuele model, hebben we de variabelen intentie en gebruik als afhankelijke variabelen genomen. Uit de analyses blijkt dat de relaties die direct naar het gebruik gaan, geen betrouwbare resultaten opleveren. Het is dan ook niet te veronderstellen dat de vier gebruikte onafhankelijke variabelen (bruikbaarheid, gebruiksgemak, vermaak en houding) een grote verklaringskracht hebben op het daadwerkelijke gebruik. Er zijn vele andere factoren die hier wel, en meer, van kunnen verklaren.


Wel wordt duidelijk dat de vier onderscheidde variabelen een hoge verklaringskracht hebben op de variabele intentie tot gebruik. Het in deze paragraaf geschetste model (figuur 7) heeft een hogere verklaringskracht dan het oorspronkelijke model, vandaar dat in de toekomst hier aandacht aan besteedt dient te worden. In het vervolg kan bijvoorbeeld bekeken worden of een andere studie dit ook aantoont. Het is interessant om te vermelden dat de houding tegenover online shoppen hier als een onafhankelijke variabele wordt verondersteld en hoogstwaarschijnlijk in de werkelijkheid ook door andere variabelen wordt beïnvloed dan de variabelen uit het oorspronkelijke model (figuur 2): bruikbaarheid, gebruiksgemak en vermaak. Die andere variabelen kunnen bijvoorbeeld zijn de houding tegenover ‘gewone’ winkels en leeftijd.
Een andere opmerkelijke conclusie die getrokken kan worden is dat de perceptie van bruikbaarheid in deze paragraaf een sterkere invloed heeft vergeleken met de drie andere variabelen, gebruiksgemak, vermaak en houding. In de analyses, waar deze variabelen houding beïnvloedde, was de sterkte van bruikbaarheid en vermaak nog vrijwel gelijk. In dit nieuwe model (figuur 19) is de sterkte van beïnvloeding van de perceptie van vermaak erg gedaald en komt in de buurt van de sterkte van de beïnvloeding van de gebruiksgemak. De relatie van deze laatste variabele, gebruiksgemak, is in tegenstelling tot de relatie uit het oorspronkelijke model significant.





1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina