Dienst op zondag, 28 september 2014 Doopsgezinde Gemeente te Arnhem, 10. 00 uur



Dovnload 26.92 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte26.92 Kb.

Dline 4group 20IENST OP ZONDAG, 28 september 2014

Doopsgezinde Gemeente te Arnhem, 10.00 uur


Organist: Wijnand Klaver Lezer: Pieter v.d. Wijk 2014.23

line 5

Aansteken van de kaars Openen van de bijbel Welkom

Zingen: 274 (alle 3): Wij komen hier ter ere van uw naam


Bemoediging en Groet
Zingen: 864:1,3,5: Laat ons de Heer lofzingen
Gebed
Inleiding
Zijn gelovige mensen een voorbeeld voor anderen?
Zusters en broeders, vandaag wil ik graag met jullie luisteren naar twee verhalen,

twee persoonlijke verhalen uit het leven van Abraham en uit het leven van Petrus.


Abraham en Petrus horen bij de prominente, beroemde figuren in de bijbel.

Ze staan hier en daar bekend als geloofshelden of voorzichtiger gezegd – als voorbeelden.

- Is dat terecht? Of doen we hen daarmee te veel eer aan?
Laten we met elkaar luisteren naar een verhaal over Abraham en daarna naar een verhaal over Petrus.`
Bijbellezing: Genesis 12:10 t/m 13:1: nobody ’s perfect: Abraham geen held
Zingen: 139:1,2,3,14: Heer die mij ziet zoals ik ben
Bijbellezing: Matteüs 26:69-75: nobody”s perfect: Petrus geen held
Zingen: 833: Neem mij aan zoals ik ben

Preek: Nobody’s perfect: geloofshelden zijn geen helden
Lieve gemeente,

I.

De bijbel vertelt niet alleen prachtige, waardige, glorieuze verhalen.



De bijbel durft ook pijnlijke verhalen te vertellen – verhalen die aanstootgevend, lelijk, uiterst genânt zijn.

Er zijn veel mensen die zich daaraan ergeren: “Bah, wat is de bijbel een raar boek! Vol oorlogen, vol list en bedrog, vol kwaad en misdaad. En zelfs de zogenaamde geloofshelden zijn er niet vrij van. Heilige Schrift…laat me niet lachen.” en ze leggen de bijbel met afkeer aan de kant. – Het is maar wat je verwacht van een geloofsboek als de bijbel.

Mij gaat het zo: hoe langer ik de bijbel lees met die twijfelachtige, pijnlijke teksten, hoe meer ik mij getroost en gesterkt weet. Waarom? – Omdat de bijbel daardoor een signaal uitzendt dat “ook gelovige mensen mensen blijven die jammerlijk kunnen falen en toch vallen ze niet uit Gods hand.”
Ik herinner me nog goed hoe ik jaren geleden moeite had om te beslissen of ik belijdenis zou doen en me zou laten dopen. Ik had verschillende keren al catechisatie gehad. Ik was ook al begonnen met mijn theologiestudie.
Ergens in mij zat de gedachte: “Christen zijn, Christus navolgen is een heel serieuze zaak. Als ik me bij een gemeente, een geloofsgemeenschap aansluit, dan moet ik er echt klaar voor zijn, dan moet ik aan hoge normen voldoen. En ik weet niet of ik daar rijp genoeg voor ben, sterker nog of ik dat ooit aankan.”
Totdat ik ineens besefte: wie gelooft en daarvoor uitkomt, hoeft niet perfect te zijn. De weg van het geloof is een weg van vertrouwen in God en in elkaar. Het is een weg van vallen en opstaan, van leven uit de vergeving, van groeien en opnieuw beginnen. Je blijft mens…een mens die mag putten uit Gods bron van liefde en kracht en uit de verbondenheid met anderen die geloven. Dat is voldoende.

En toen was ik er klaar voor en ben ik toegetreden als lid van de Doopsgezinde Ge-meente in Krommenie – zo’n 30 jaar geleden.


Doopsgezinden hebben wel eens de neiging om goede daden heel sterk te benadrukken: “woorden gaan daden te boven”. Ik vind dat soms benauwend: alsof wij mensen daartoe altijd in staat zijn. Ik vind het dan een hele verademing om naar de verhalen uit de bijbel te gaan die oog hebben voor de zwakte, de kwetsbaarheid, de onvolkomenheid van mensen die toch een rol spelen in Gods koninkrijk.
II.

Neem nou bijvoorbeeld Abraham. Wat maakt dat hij vaak “de vader van alle gelovigen” genoemd wordt? – Is het zijn rotstvast geloof in God? Is het zijn heilige manier van leven? Is het zijn perfectionisme of onberispelijke levensstijl?


Dat geloof ik niet. Voor mij is hij een voorbeeld in geloof, omdat hij juist in zijn verbondenheid met God toch menselijk gebleven is en met de aardse dingen verbonden:

Abraham worstelt met zijn angsten. Hij is zo nu en dan behoorlijk bang voor zijn leven, voor zijn toekomst. En dan is het of hij zijn hoofd verliest. Zo herkenbaar, typisch mens.


Nauwelijks gesetteld in het beloofde land, emigrant uit Oer in Tweestromenland (het huidige Irak) vertrekt hij alweer op weg naar Egypte. Het is droog, er is niet genoeg eten voor zijn gezin en zijn vee. Herders zijn het gewend om steeds weer rond te trekken op zoek naar weidegrond, water en voedsel. Soms wel een paar keer per jaar heen en weer: zodra de steppe opdroogt weer terug naar grazige weiden en na zoveel tijd weer terug.

Egypte was al in de oudheid bekend als toevluchtsoord voor hongerige migranten, voor economische vluchtelingen zeg maar. Er zijn Egyptische afbeeldingen uit 1350 voor Christus van vluchtelingen die bij de grens vroegen om binnengelaten te worden, omdat ze niet wisten hoe ze anders in leven konden blijven.


In Egypte hadden ze altijd water en eten – vanwege de grote rivier de Nijl. Daarom had Abraham de beslissing genomen om daarheen te trekken.
(geínspireerd door Kareld Deurloo, De vader van het landvolk p. 19vv)

Maar onderweg was er in zijn hoofd een probleem opgedoken, toen weer eens tot hem doordrong hoe mooi Sara toch eigenlijk was. Hij begon zich zorgen te maken. Hij werd bang: “Ik ben maar een kwetsbare gastvreemdeling in Egypte – net zoals in Kanaän trouwens. Ze kunnen van alles met me doen. Het zou voor mij erg gevaarlijk kunnen worden.

En zo had hij tegen Sara gezegd: “Sara, mijn lief, je moet maar zeggen dat je mijn zus bent.” – Ik kan me voorstellen dat Sara geantwoord heeft: “Mijn lieve schat, waarom moet ik dat nou doen? Waarom wil je dat ik lieg?”

“Je houdt toch van mij, Sara. En je begrijpt toch wel dat als de Egyptenaren jou zien, ik kans loop dat ze mij een kopje kleiner maken om jou in te pikken. Je wilt me toch niet verliezen?”


Wij kunnen er misschien wat om grinniken, maar voor Abraham lijkt het wel bittere ernst: hij vreest weer voor zijn leven.

De hele affaire pakt op een heel vervelende manier uit: knechten van de Egyptische koning rapporteren aan het hof dat er vreemdelingen aangekomen zijn, waaronder een bloedmooie vrouw, zuster van een sjeik, een herderskoning.

Natuurlijk laat Farao die kans niet ontglippen: en zo wordt Sara – dat was een hele eer - in zijn harem opgenomen.
Abraham had zo zijn eigen leven gered. Bovendien had Farao hem royaal met geschenken overladen: schapen, runderen, ezels, knechten, kamelen – te veel om op te noemen. Abraham was ineens schatrijk…máár zonder Sara.

Moest zo het avontuur van zijn roeping eindigen. Het was zeker niet aan Abraham, vader van alle gelovigen, te danken dat het toch nog goed kwam.


Het vervolg kennen we: Op mysterieuze wijze komt Farao erachter dat hij ongewild een taboe-grens had overschreden door in een ander huwelijk in te breken. Raar gezegd: maar hij was dus als onschuldige schuldig geworden.
Terecht treffen Abraham de verwijten van Farao: “Wat is dit wat je mij hebt aangedaan? Waarom heb je mij voorgelogen dat Sara je zus is? Waarom heb je niet gewoon de waarheid gezegd dat ze bij jou hoort?”
III.

Of Farao deze rotstreek ooit heeft kunnen vergeven. Of hij de excuses heeft kunnen aannemen. Of hij zich heeft kunnen verplaatsen in de positie van Abraham die doodsangsten heeft uitgestaan? – Het wordt niet verteld.


Wel dat Abraham en Sara nog heelhuids vanaf zijn gekomen. Met zijn leugen heef Abraham Sara in gevaar gebracht. (Het zou je maar gebeuren!) Hij heeft haar verraden om zijn eigen hachje te redden. En Abraham had ook bijna de grote roeping en toekomst op het spel gezet: een gezegend volk in het beloofde land te worden.
Abraham – vader van alle gelovigen? – Ja, maar blijkbaar een mens waarvan de Engelsen zeggen “nobody’s perfect”.
En hetzelfde kunnen we bij Petrus zien. Hij waarover gezegd wordt: “Jij bent Petrus, dat betekent rots. En op deze rots zal ik mijn kerk bouwen.”

Ook Petrus heeft uit pure angst dingen gezegd die niet kloppen om zijn hachje te redden. Driemaal heeft hij Jezus, zijn beste vriend en Heer, verraden.

Achteraf had hij daar enorm spijt van: hij huilde bitter over wat hij gezegd, wat hij gedaan had.
En toch, lieve gemeente, ging Gods weg met Abraham en Sara, en zijn weg met Petrus door. Ondanks hun teleurstellende tekortkomingen en fouten of moet ik juist zeggen dankzij hun falen.
Zo was het ook met koning David die door schade en schande, na zijn walgelijke echtbreuk met Bathseba en laffe moord aan haar man Uria, geleerd heeft wat diepe spijt, vergeving en nederigheid is.

En zo is dat ook gegaan met Paulus die eerst de christenen achtervolgde en later wonderwel een van de trouwste aanhangers en verkondigers van het evangelie van Christus werd, een apostel voor de heidenen!


Ja, misschien is dat inderdaad een troostrijke en hoopvolle boodschap die uit biografische details in de bijbel tevoorschijn komt: over gelovigen en heiligen is altijd wel wat op te merken. En misschien zijn mensen die schijnbaar nooit iets verkeerd doen en altijd smetteloos zijn nauwelijks te verdragen, omdat ze vaak genadeloos zijn en niet te genieten.
Ik ben ontzettend dankbaar dat de Heilige Schrift onheilige details en al te menselijke mensen niet wegmoffelt, maar eerlijk en realistisch over hen vertelt.

Want zo blijven gelovigen voor ons herkenbaar en bereikbaar. Zo merken we dat in Gods koninkrijk geen reservaat is voor puriteinen en onfeilbaren.


Maar Gods koninkrijk geeft de kans, geeft de ruimte aan onvolkomen mensen om van hun schreden terug te keren om God en de mensen te dienen.

De verhalen van Abraham en Petrus en al die anderen herinneren me eraan dat eerlijkheid, spijt, berouw en ommekeer geen tekens van zwakte zijn, maar stappen naar geloofwaardigheid en bescheidenheid.



Gelovigen zijn geen heilige boontjes, maar menselijke mensen die Gods roep volgen met vallen en opstaan. Amen.
Muziek OPEN RUIMTE met Mededelingen
Gebed en Onze Vader Collecten
Zingen: 675 (alle 2): Geest van hierboven, leer ons geloven

Zegen en zingen “Gezegend gaan wij nu van hier”



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina