Directie Financiële Markten Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal



Dovnload 13.49 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte13.49 Kb.


Directie Financiële Markten



Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA ‘S-GRAVENHAGE




Datum




Uw brief (Kenmerk)




Ons kenmerk

17 juni 2004




2030415140




FM 2004-804 U

Onderwerp

Commissie Geschillen Aandelenlease

De brief van de Commissie Geschillen Aandelenlease van woensdag 16 juni jl. (bijgesloten) geeft mij aanleiding u als volgt te berichten.

De CGA heeft laten weten dat zij zich tot haar spijt genoodzaakt ziet over te gaan tot afronding van haar werk, omdat zij onvoldoende grondslag ziet voor een zinvolle en verantwoorde voortzetting van het overleg met partijen gericht op het tot stand brengen van een regeling voor openstaande aandelenleaseconflicten. De CGA is voornemens haar werkzaamheden af te ronden met een rapport waarin zij verslag doet van haar werkwijze en bevindingen.

Ik betreur het zeer dat ik belanghebbenden en u dit teleurstellende bericht van de CGA moet overbrengen. Het was voor betrokken partijen van groot belang dat op een zo kort mogelijk termijn duidelijkheid zou worden verkregen over de nog openstaande conflicten.

De CGA is - mede naar aanleiding van de suggestie van afgevaardigde Heemskerk (PvdA) - in september 2003 geïnstalleerd, nadat verschillende signalen mijn ministerie hadden bereikt die er op wezen dat er bij een aantal van de betrokken partijen de bereidheid bestond te verkennen of een efficiënte (buitengerechtelijke) afhandeling van de aandelenleaseconflicten mogelijk was.

In december 2003 heeft de CGA bericht dat ze in de gesprekken met betrokkenen nog niet zo ver was dat ze reeds een oordeel kon geven over de haalbaarheid van een collectieve regeling, maar heeft zij wel bericht van een positieve grondhouding van haar gesprekspartners ten aanzien van een efficiënte oplossing.

Mede in antwoord op de vraag van mevrouw Koomen en onder verwijzing naar de brief van 26 mei jl. kan ik u verder melden dat informatie van de zijde van enkele belangrijke aanbieders over het perspectief dat zij zagen op de totstandkoming van een algemene regeling tussen aanbieders en afnemers van aandelenleaseproducten mij er vervolgens toe heeft gebracht het oorspronkelijke tijdsschema voor de bemiddeling te verruimen en de CGA te vragen zich iets langer dan aanvankelijk was beoogd beschikbaar te houden. Dit opdat deze aanbieders de gelegenheid werd geboden een eigen voorstel te ontwikkelen dat vervolgens met medewerking van de commissie aan de belangenorganisaties van afnemers zou kunnen worden voorgelegd. Gelet op dit verzoek van de zijde van aanbieders, verrast de uitkomst van de bemiddeling door de CGA mij op een onplezierige manier.

Het is zeer te betreuren dat de werkzaamheden van de CGA tot nu toe een oplossing voor de conflicten niet dichterbij hebben kunnen brengen. Dit ligt naar mijn oordeel niet aan de CGA. Ik heb kunnen waarnemen dat de CGA zich gedurende geruime tijd zeer heeft ingespannen om tot een positieve uitkomst te komen. De financiële belangen aan zowel de zijde van de aanbieders als van de zijde van afnemers zijn enorm, hetgeen het niet eenvoudiger maakt om tot een voor alle partijen aanvaardbaar vergelijk te komen.

De mededeling van de CGA zal impact hebben op belanghebbenden bij het bemiddelingsproces en in het bijzonder op afnemers voor wie het aandelenleaseconflict een grote negatieve invloed op hun leven betekent, in financiële zin, maar daaruit voortvloeiend vaak ook in hun persoonlijke welbevinden. Het mislukken van de bemiddeling betekent voor hen dat zijn geen baat kunnen hebben bij een collectieve regeling welke door de inspanningen door de CGA tot stand zou komen ter beëindiging van het conflict. Afnemers die nog steeds betrokken zijn bij een geschil over een aandelenleasecontract zullen zich (wederom) actief moeten opstellen en op individuele of collectieve basis hun recht moeten zoeken.

Zoals gezegd zal de CGA haar werkzaamheden beëindigen met een rapportage waarin ze uiteenzet op welke wijze ze invulling heeft gegeven aan haar taak en waartoe haar werkzaamheden hebben geleid. De CGA heeft bij haar evaluatie van de situatie en bij het formuleren van haar voorstel onder meer gebruik gemaakt van jurisprudentie en een ‘legal opinion’ van twee gerenommeerde juristen ten aanzien van de rechtsvragen die centraal staan in het aandelenleasedossier. Het komt mij juist voor als de CGA in lijn met haar taakopdracht in haar rapportage gebruik maakt van bovengenoemde juridische bronnen en het voorstel dat zij ontwikkeld heeft, en dat zij bovendien haar algemene bevindingen in verband met de aandelenleasekwestie weergeeft.

De CGA zal haar eindrapportage naar verwachting in juli aan mij aanbieden.

De Minister van Financiën,



G. Zalm

Bijlage:






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina