Directoraat-generaal gco gemeenschappelijk centrum voor onderzoek



Dovnload 68.18 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte68.18 Kb.




EUROPESE COMMISSIE

DIRECTORAAT-GENERAAL GCO

GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK

Instituut voor technologische prognose

Eenheid concurrentievermogen en duurzaamheid

Europees IPPC-bureau





Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging
Referentiedocument inzake de beste beschikbare technieken voor

Energie-efficiëntie

Juni 2008

SAMENVATTING
Dit referentiedocument inzake de beste beschikbare technieken (BREF-document) is het resultaat van een uitwisseling van informatie over de beste beschikbare technieken (Best Available Techniques – BAT), de daarmee samenhangende controlevoorschriften en de ontwikkeling op dat gebied, uitgevoerd uit hoofde van artikel 17, lid 2, van Richtlijn 2008/1/EG (IPPC-richtlijn). Deze samenvatting bevat de belangrijkste bevindingen en de voornaamste BAT-conclusies. Ze dient samen met het voorwoord te worden gelezen, waarin de doelstellingen en het gebruik van dit document en de juridische termen worden omschreven. Ze kan ook als zelfstandig document worden gelezen, maar bevat als samenvatting uiteraard niet alle complexe details van het volledige document. Ze is derhalve niet bedoeld om in het kader van het BAT-besluitvormingsproces het volledige document te vervangen.
Energie-efficiëntie

Energie is een prioritaire kwestie in de Europese Unie (EU) en wel vanwege drie met elkaar samenhangende redenen:




  • klimaatverandering: de verbranding van fossiele brandstoffen als energiebron is de belangrijkste antropogene bron van broeikasgassen;

  • het aanhoudend grootschalig gebruik van onvervangbare fossiele brandstoffen en de noodzaak tot een duurzaam energiegebruik te komen;

  • continuïteit van de energievoorziening: de EU voert meer dan 50% van de voor haar energievoorziening noodzakelijke brandstoffen in en dit percentage zal naar verwachting in de komende 20 à 30 jaar tot meer dan 70% stijgen.

Om deze redenen zijn dan ook over dit onderwerp veel belangrijke verklaringen op hoog niveau afgegeven over, zoals:


" Wij willen gezamenlijk het voortouw nemen op het gebied van energiebeleid en bescherming van het klimaat en onze bijdrage leveren tot het afwenden van de mondiale dreiging van klimaatverandering." Verklaring van Berlijn (Ministerraad ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de ondertekening van het Verdrag van Rome, Berlijn, 25 maart 2007).
Een efficiënter energiegebruik is de snelste, doeltreffendste en meest kostenefficiënte manier om deze kwestie aan te pakken. Er bestaan juridische instrumenten en andere mogelijkheden om energie-efficiëntie te bevorderen en bij de opstelling van dit document is rekening gehouden met deze andere initiatieven.
Mandaat

Dit document is opgesteld op grond van de mededeling van de Commissie inzake de tenuitvoerlegging van het Europees Programma inzake klimaatverandering (COM(2001) 580 definitief), die een speciaal verzoek bevatte met betrekking tot energie-efficiëntie in industriële installaties. Zo moet krachtens het Europees Programma inzake klimaatverandering (EPK) de effectieve implementatie van de bepalingen inzake energie-efficiëntie worden bevorderd en moet een speciaal horizontaal BREF-document over generieke technieken voor energie-efficiëntie worden opgesteld.


Toepassingsgebied van dit document

Volgens de IPPC-richtlijn moeten alle installaties op zodanige wijze worden gebruikt dat de energie op efficiënte wijze wordt benut en moet bij de vaststelling van de BAT van een proces onder meer rekening worden gehouden met de energie-efficiëntie. Voor activiteiten die zijn opgenomen in de richtlijn emissierechtenhandel (Richtlijn 2003/87/EG van de Raad) kunnen de lidstaten ervoor kiezen om geen voorschriften inzake energie-efficiëntie op te leggen voor stookinstallaties en andere installaties die ter plaatse kooldioxide uitstoten. In dergelijke gevallen gelden de voorschriften inzake energie-efficiëntie echter wel voor alle andere daarmee samenhangende activiteiten ter plaatse.


Dit referentiedocument bevat derhalve richtsnoeren en conclusies inzake technieken voor energie-efficiëntie die voor alle onder de IPPC-richtlijn vallende installaties in het algemeen als BAT-compatibel worden beschouwd. Het bevat ook verwijzingen naar andere BREF-documenten waarin bepaalde technieken voor energie-efficiëntie al in detail zijn behandeld en die kunnen worden toegepast op andere sectoren, zoals met name:


  • het BREF-document voor grote stookinstallaties, waarin de energie-efficiëntie van stookprocessen wordt besproken en waarin wordt opgemerkt dat deze technieken ook kunnen worden toegepast in stookinstallaties met een capaciteit tot 50 MW;

  • het BREF-document betreffende industriële koelsystemen.

Dit referentiedocument:




  • bevat geen specifieke informatie over processen en activiteiten in sectoren die onder andere BREF-documenten vallen;

  • stelt geen sectorspecifieke BAT vast.

Een samenvatting van de in de andere BREF-documenten behandelde sectorspecifieke BAT voor energie-efficiëntie kan ter informatie op de website van het Europese IPPC-bureau worden ingezien [283, EIPPCB].


Dit referentiedocument is opgesteld als reactie op het verzoek om de uitvoering van de bepalingen inzake energie-efficiëntie van de IPPC-richtlijn te bevorderen. In dit document ligt de klemtoon in eerste instantie op het efficiënte gebruik van energie en wordt derhalve niet ingegaan op hernieuwbare of duurzame energiebronnen, die op een andere plaats worden behandeld. Men merke evenwel op dat het gebruik van duurzame energiebronnen en/of "afvalwarmte" of restwarmte duurzamer kan zijn dan het gebruik van primaire brandstoffen, zelfs wanneer de energie-efficiëntie bij het gebruik lager is.
Structuur en inhoud van dit referentiedocument

Energie-efficiëntie is bij IPPC-vergunningsprocedures een horizontale kwestie en daarom volgt dit document, zoals vermeld in de BREF-handleiding, niet geheel de normale structuur. In het bijzonder is er, gezien de grote verscheidenheid aan betrokken industrieën en activiteiten, geen deel dat zich bezighoudt met verbruik en emissies. Voor een reeks technieken die voor BAT in aanmerking kunnen komen, worden enkele richtwaarden voor potentiële energiebesparingen vermeld. In de bijlagen is een groot aantal voorbeelden opgenomen die de gebruikers kunnen helpen de meest doeltreffende technieken vast te stellen waarmee in een specifieke situatie energie-efficiëntie kan worden bereikt.


Hoofdstuk 1 geeft eerst bepaalde achtergrondinformatie over industriële energieconsumptie en energie-efficiëntieaspecten in het kader van IPPC. Daarna volgt een algemene inleiding waarin nader wordt ingegaan op belangrijke onderwerpen zoals economische aspecten en kruiseffecten, fundamentele begrippen in verband met energie-efficiëntie (zoals energie, warmte, arbeid, vermogen) en de hoofdwetten van de thermodynamica. De eerste hoofdwet stelt in het bijzonder dat energie niet kan worden gecreëerd of vernietigd maar alleen van de ene in de andere vorm kan worden omgezet; dit houdt in dat energie in een proces of installatie een berekenbare factor is, zodat ook het rendement kan worden berekend. De tweede hoofdwet zegt dat geen enkele vorm van energieomzetting tot 100% rendement kan leiden en dat er altijd verliezen zijn in de vorm van laagcalorische warmte of energie; daarom kunnen processen en machines nooit 100% efficiënt zijn. Vervolgens worden in dit hoofdstuk energie-efficiëntie-indicatoren besproken, alsmede het belang van en de problemen bij het definiëren van energie-efficiëntie en de grenzen van de systemen en eenheden waarop ze betrekking hebben. In dit hoofdstuk wordt ook aangetoond dat de energie-efficiëntie op systeem  of installatieniveau en niet op componentniveau moet worden geoptimaliseerd.
Hoofdstuk 2 betreft de technieken die op installatieniveau kunnen worden toegepast om energie-efficiëntie te bereiken. Eerst worden beheerssystemen voor energie-efficiëntie (ENEMS) besproken en vervolgens de technieken die de implementatie van dit soort systemen ondersteunen. Hieronder vallen de geïntegreerde planning van maatregelen en investeringen om de milieueffecten van een installatie voortdurend te minimaliseren; de benadering van de installatie en de haar samenstellende systemen als één geheel; de gebruikmaking van een energie-efficiënt ontwerp en het kiezen van energie-efficiënte procestechnologieën voor nieuwe en gemoderniseerde installaties; de verbetering van de energie-efficiëntie door versterkte procesintegratie alsmede de regelmatige actualisering van de beheerssystemen voor energie-efficiëntie. Andere strategieën voor de ondersteuning van ENEMS bestaan uit het handhaven van voldoende deskundigheid van het personeel, communicatie over energie-efficiëntieaspecten, doeltreffende controle en onderhoud van de processen, monitoring en meting van het energieverbruik, uitvoering van energieaudits, gebruik van analyse-instrumenten zoals de pinchanalyse, exergieanalyse en enthalpieanalyse en thermo-economische methoden, en het monitoren en benchmarken van energie-efficiëntieniveaus voor installaties en processen.
Hoofdstuk 3 behandelt technieken voor energie-efficiëntie in energie­verbruikende apparatuur en systemen en processen zoals het stoken van brandstoffen, stoomtechnologie, warmteterugwinning, warmtekrachtkoppeling, stroomvoorziening, elektromotorgestuurde subsystemen, pompsystemen, verwarming, klimaatregeling en ventilatie, verlichting alsook drogen en scheiden. Wanneer het stoken van brandstoffen een belangrijke rol speelt bij een IPPC-proces (zoals in smeltovens), worden de gebruikte technieken in de desbetreffende verticale BREF-documenten besproken.
Beste beschikbare technieken

In het BAT-hoofdstuk (hoofdstuk 4) worden aan de hand van de informatie uit de hoofdstukken 2 en 3 de technieken vastgesteld die op Europees niveau als BAT worden beschouwd. Onderstaande tekst is een samenvatting van hoofdstuk 4. Voor de BAT-conclusies is echter de volledige tekst van het BAT-hoofdstuk maatgevend.


Voor dit horizontaal referentiedocument konden geen specifieke energiebesparingen of efficiëntiewaarden worden becijferd. Processpecifieke BAT voor energie-efficiëntie en daarmee samenhangende energieverbruiksniveaus worden in de desbetreffende sectorspecifieke (verticale) BREF-documenten gegeven. De BAT voor een specifieke installatie zijn dus een combinatie van de in de betreffende BREF-documenten beschreven BAT, specifieke BAT voor relevante activiteiten die in andere verticale BREF-documenten kunnen worden gevonden (zoals het BREF-document betreffende grote stookinstallaties voor stookprocessen en stoom­technologie), en de in dit document gepresenteerde generieke BAT.
De doelstelling van de IPPC-richtlijn is de totstandbrenging van geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging teneinde tot een hoog niveau van bescherming voor het milieu in zijn geheel te komen, met inbegrip van energie-efficiëntie en een behoedzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen. De IPPC-richtlijn voorziet in een vergunningensysteem voor bepaalde categorieën industriële installaties dat van zowel exploitanten als regelgevende instanties een geïntegreerde, globale kijk op het vervuilings- en verbruikspotentieel van de installatie vraagt. Het uiteindelijke doel van een dergelijke geïntegreerde benadering is het verbeteren van het ontwerp, de opzet, het beheer en de sturing van industriële processen om het hoogst haalbare niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel te bereiken. Centraal in deze benadering staat het in artikel 3 geformuleerde algemene beginsel dat exploitanten alle passende preventieve maatregelen tegen verontreiniging moeten treffen, met name door toepassing van de beste beschikbare technieken, die hen in staat stellen hun milieuprestaties, met inbegrip van energie-efficiëntie, te verbeteren.
Bijlage IV van de IPPC-richtlijn bevat een lijst van overwegingen waarmee in het algemeen of in bijzondere gevallen rekening moet worden gehouden bij de bepaling van de beste beschikbare technieken, rekening houdend met de eventuele kosten en baten van een actie en met het voorzorgs- en preventiebeginsel. De in aanmerking te nemen elementen omvatten ook de informatie die door de Commissie is bekendgemaakt conform artikel 17, lid 2 (BAT-referentiedocumenten of BREF-documenten).
De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het afgeven van vergunningen, dienen bij het vaststellen van de voorwaarden voor een vergunning rekening te houden met de algemene beginselen die zijn geformuleerd in artikel 3. Deze voorwaarden dienen emissiegrenswaarden te omvatten, zo nodig aangevuld met of vervangen door gelijkwaardige parameters of technische maatregelen. Volgens artikel 9, lid 4, van de richtlijn dienen deze emissiegrenswaarden, parameters en technische maatregelen (onverminderd naleving van artikel 10 inzake de beste beschikbare technieken en milieukwaliteitsnormen)
gebaseerd [te zijn] op de beste beschikbare technieken, zonder dat daarmee het gebruik van een bepaalde techniek of technologie wordt voorgeschreven, met inachtneming van de technische kenmerken en de geografische ligging van de betrokken installatie, alsmede de plaatselijke milieuomstandigheden. De vergunningsvoorwaarden bevatten in ieder geval bepalingen betreffende de minimalisering van de verontreiniging over lange afstand of van de grensoverschrijdende verontreiniging en waarborgen een hoog niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel.
Volgens artikel 11 van de richtlijn moeten de lidstaten er zorg voor dragen dat de bevoegde autoriteiten de ontwikkelingen op het gebied van de beste beschikbare technieken volgen of daarvan op de hoogte worden gehouden.
De in dit document gegeven informatie is bedoeld als hulp bij de bepaling van de BAT voor energie-efficiëntie in specifieke gevallen. Bij het bepalen van de BAT en de BAT-gerelateerde vergunningsvoorwaarden dient altijd rekening te worden gehouden met het uiteindelijke doel, te weten het realiseren van het hoogst haalbare niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel met inbegrip van energie-efficiëntie.
In het BAT-hoofdstuk (hoofdstuk 4) worden de technieken gepresenteerd die over het algemeen verenigbaar worden geacht met de BAT. De bedoeling daarvan is een algemene indicatie te geven van de energie-efficiëntietechnieken die als maatstaf kunnen worden gehanteerd bij de vaststelling van vergunningsvoorwaarden op basis van de beste beschikbare technieken of van dwingende algemene voorschriften zoals bedoeld in artikel 9, lid 8. Met nadruk dient echter te worden vermeld dat dit document geen voorstellen voor energie-efficiëntievoorwaarden voor de toewijzing van vergunningen bevat. Er wordt van uitgegaan dat nieuwe installaties zodanig kunnen worden ontworpen dat zij dezelfde of zelfs betere prestaties leveren dan de hier gepresenteerde algemene BAT-niveaus. Ook wordt er rekening mee gehouden dat bestaande installaties geleidelijk de BAT-gerelateerde algemene niveaus kunnen halen of deze zelfs kunnen overtreffen, afhankelijk van de technische en economische toepasbaarheid van de technieken in elk specifiek geval. Bij bestaande installaties dient ook de economische en technische haalbaarheid van de eventuele modernisering ervan in de overwegingen te worden betrokken.
De in dit BAT-hoofdstuk gepresenteerde technieken zijn niet per se geschikt voor alle installaties. Anderzijds impliceert de verplichting om te zorgen voor een hoog niveau van milieubescherming, inclusief de minimalisering van verontreiniging over lange afstand of grensoverschrijdende verontreiniging, dat vergunningsvoorwaarden niet uitsluitend op grond van lokale omstandigheden kunnen worden bepaald. Het is daarom van het grootste belang dat de bevoegde autoriteiten terdege rekening houden met de informatie in dit document.
Het belang van energie-efficiëntie staat niet ter discussie. Echter, zelfs als alleen wordt gekeken naar de doelstelling om een zo hoog mogelijk niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel te bereiken, zullen er vaak afwegingen moeten worden gemaakt tussen verschillende soorten milieueffecten, waarbij lokale overwegingen vaak een rol zullen spelen. Bijgevolg:


  • is het misschien niet mogelijk de energie-efficiëntie van alle activiteiten en/of systemen in de installatie tegelijkertijd te maximaliseren;

  • is het misschien niet mogelijk tegelijkertijd de totale energie-efficiëntie te maximaliseren en het overige verbruik en de overige emissies te minimaliseren (zo is het bijvoorbeeld misschien niet mogelijk om de emissies in de lucht te verminderen zonder daarbij energie te gebruiken);

  • moet misschien worden afgezien van de optimalisering van de energie-efficiëntie van een of meer afzonderlijke systemen om op het niveau van de hele installatie een maximale efficiëntie te bereiken;

  • is het nodig om tot een evenwicht te komen tussen het maximaliseren van de energie-efficiëntie en andere factoren zoals de productkwaliteit en de stabiliteit van het proces;

  • kan het gebruik van duurzame energiebronnen en/of afvalwarmte of restwarmte soms duurzamer zijn dan het gebruik van primaire brandstoffen, zelfs wanneer de energie-efficiëntie bij het gebruik lager is.


Energie-efficiëntietechnieken worden derhalve voorgesteld als een manier om de energie-efficiëntie te optimaliseren

De horizontale benadering van energie-efficiëntie in alle IPPC-sectoren heeft als uitgangspunt dat alle installaties energie gebruiken en dat in vele IPPC-sectoren gelijksoortige systemen en uitrustingen worden gebruikt. Generieke opties voor energie-efficiëntie kunnen derhalve onafhankelijk van een specifieke activiteit worden vastgesteld. Aldus kunnen BAT worden gedefinieerd die de meest doeltreffende maatregelen omvatten om een algemeen hoog energie-efficiëntieniveau te bereiken. Aangezien dit een horizontaal BREF-document is, moeten de BAT op meer algemene wijze worden omschreven dan voor een verticaal BREF-document het geval is en moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de interactie van processen, eenheden en systemen op een bepaalde locatie.


Processpecifieke BAT voor energie-efficiëntie en daarmee samenhangende energieverbruiksniveaus worden in de desbetreffende verticale sectorspecifieke BREF-documenten gegeven. Aangezien de eerste reeks BREF-documenten nu klaar is, is een korte samenvatting van deze documenten opgenomen op de website van het Europese IPPC-bureau [283, EIPPCB].
Noch het BAT-hoofdstuk (hoofdstuk 4), noch de hoofdstukken 2 en 3 bevatten een uitputtende lijst van technieken die in aanmerking komen. Dat houdt dus in dat er andere technieken kunnen bestaan of worden ontwikkeld die in het kader van IPPC en BAT even deugdelijk zijn.
De toepassing van de beste beschikbare technieken in nieuwe of grondig gemoderniseerde installaties of processen is normaal gesproken geen probleem. In de meeste gevallen is het economisch gezien verstandig om de energie-efficiëntie te optimaliseren. Bij bestaande installaties is de implementatie van deze technieken doorgaans geen eenvoudige zaak vanwege de bestaande infrastructuur en lokale omstandigheden: er moet rekening worden gehouden met de economische en technische haalbaarheid van een eventuele modernisering. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt ingegaan op de toepasbaarheid van de technieken; in hoofdstuk 4 wordt het resultaat van deze toetsing voor elke beste beschikbare techniek samengevat.
Niettemin wordt in dit document geen onderscheid gemaakt tussen de beste beschikbare technieken voor nieuwe en bestaande installaties. Een dergelijk onderscheid zou de exploitanten van industriële installaties niet stimuleren om de toepassing van de beste beschikbare technieken dichterbij te brengen. Energie-efficiëntiemaatregelen betalen zich in het algemeen op een of andere wijze terug en aangezien er groot belang aan energie-efficiëntie wordt gehecht, zijn er talrijke beleidsuitvoeringsmaatregelen beschikbaar, met name financiële stimulansen. Een aantal van deze maatregelen wordt in de bijlage vermeld.
Bepaalde technieken bieden zeer veel voordelen en worden ook vaak toegepast, maar vereisen soms de beschikbaarheid van een derde partij (bijvoorbeeld in het geval van warmtekrachtkoppeling) – iets waarin de IPPC-richtlijn niet voorziet. Men merke op dat de medewerking en instemming van derden in sommige gevallen aan de controle van een exploitant ontsnapt en daardoor buiten het bestek van de IPPC-vergunning dient te blijven.
Algemene BAT voor het bereiken van energie-efficiëntie op installatieniveau

Een wezenlijk element om energie-efficiëntie op het niveau van een installatie te bereiken, is een welomschreven beheersaanpak. De andere BAT die op bedrijfsniveau worden toegepast, ondersteunen het beheer van energie-efficiëntie en geven nauwkeurigere indicaties over de in de diverse installaties toepasbare technieken die nodig zijn om het gewenste resultaat te bereiken. De omvang (bijvoorbeeld het detailleringsniveau, de frequentie van de optimalisering, de tegelijkertijd in aanmerking te nemen systemen) en de gebruikte technieken zijn afhankelijk van de grootte en complexiteit van de installatie en de energievereisten van de subsystemen.


Energie-efficiëntiebeheer

  • De BAT behelst de invoering en toepassing van een beheerssysteem voor energie-efficiëntie (ENEMS) dat, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de volgende onderdelen omvat:

  • inzet van het topmanagement van de installatie;

  • het uitwerken van een energie-efficiëntiebeleid voor de installatie door het topmanagement;

  • het plannen en vaststellen van doelstellingen en streefcijfers;

  • het implementeren en uitvoeren van de procedures, waarbij vooral aandacht wordt geschonken aan:

  • de bedrijfsorganisatie en de verantwoordelijkheid van het personeel; opleiding, bewustmaking en bekwaamheid; communicatie; betrokkenheid van de werknemers; documentatie; efficiënte procescontrole; onderhouds­programma's; rampenplan en bestrijding; het waarborgen van de naleving van de wetgeving en overeenkomsten/convenanten op het gebied van energie-efficiëntie (in voorkomend geval);

  • benchmarking;

  • het controleren van de prestaties en het nemen van corrigerende maatregelen, waarbij vooral aandacht wordt geschonken aan:

  • monitoring en meting; corrigerende en preventieve maatregelen; bijhouden van gegevens; interne, waar mogelijk onafhankelijke, auditing, teneinde vast te stellen of het ENEMS overeenkomt met de geplande regelingen en of het op de juiste wijze wordt geïmplementeerd en gehandhaafd;

  • evaluatie van het ENEMS door het topmanagement teneinde te waarborgen dat dit toepasselijk, adequaat en doeltreffend blijft;

  • bij het ontwerp van een nieuwe eenheid rekening houden met de milieugevolgen van de latere ontmanteling daarvan;

  • het ontwikkelen van energie-efficiënte technologieën en het volgen van de ontwikkelingen op het gebied van energie-efficiëntietechnieken.

Verder zijn er nog drie facultatieve maatregelen die het bovenstaande stapsgewijs kunnen aanvullen:




  • het opstellen en publiceren (met of zonder externe beoordeling) van een periodiek energie-efficiëntiebericht, dat een jaarlijkse toetsing aan de vastgelegde doelstellingen en streefcijfers mogelijk maakt;

  • het extern laten onderzoeken en valideren van het beheerssysteem en de auditprocedure;

  • het implementeren en naleven van een op vrijwilligheid gebaseerd systeem voor energie-efficiëntiebeheer dat nationaal of internationaal erkend is.


Continue milieuverbetering

  • De BAT behelst het continu minimaliseren van de milieueffecten van een installatie door de geïntegreerde planning van maatregelen en investeringen op korte, middellange en lange termijn, rekening houdend met de kostenvoordelen en de effecten op alle milieucompartimenten.

Dit geldt voor alle installaties. "Continu" houdt in dat de maatregelen in de loop van de tijd herhaald worden, wat inhoudt dat alle plannings- en investeringsbesluiten het algemene doel op lange termijn in aanmerking moeten nemen, namelijk het beperken van de milieueffecten van de bedrijfsactiviteiten. De verbeteringen kunnen in plaats van lineair ook stapsgewijs worden uitgevoerd en moeten rekening houden met kruiseffecten op andere milieucompartimenten, zoals het verhoogd energieverbruik dat nodig is om de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen te beperken. De milieueffecten kunnen nooit tot nul gereduceerd worden en soms zullen verdergaande maatregelen nauwelijks of geen kostenvoordelen opleveren. Anderzijds kan de rentabiliteit van maatregelen met de tijd ook veranderen.


Vaststelling van de energie-efficiëntieaspecten van een installatie en mogelijkheden voor energiebesparing

  • De BAT behelst het in kaart brengen, door middel van een audit, van de aspecten die van invloed zijn op de energie-efficiëntie van een installatie. Daarbij is het van belang dat deze audit compatibel is met de systeembenadering.

Deze technieken zijn van toepassing op alle bestaande installaties en moeten voorafgaande aan moderniseringen of ombouwingen worden uitgevoerd. Een audit kan extern of intern zijn.




  • Bij de uitvoering van een audit worden overeenkomstig de beste beschikbare technieken de volgende aspecten gecontroleerd:

  • type en hoeveelheid energie die in de installatie als geheel alsook in de deelsystemen en processen wordt gebruikt;

  • energieverbruikende apparatuur en type en hoeveelheid in de installatie gebruikte energie;

  • mogelijkheden om het energieverbruik te minimaliseren, zoals:

  • beheersen/verminderen van de bedrijfstijd, bijvoorbeeld door het uitschakelen van apparatuur wanneer deze niet wordt gebruikt;

  • optimaliseren van de isolatie;

  • optimaliseren van de uitrusting en de daarmee samenhangende systemen en processen (zie BAT voor energieverbruikende systemen);

  • mogelijkheden om alternatieve energiebronnen te gebruiken die efficiënter zijn, in het bijzonder overtollige energie van andere processen en/of systemen;

  • mogelijkheden om overtollige energie te gebruiken voor andere processen en/of systemen;

  • mogelijkheden om de kwaliteit van de warmte te verbeteren.




  • De BAT houdt in dat instrumenten of methoden worden gebruikt ter vaststelling en kwantificering van de mogelijkheden om energie te besparen, zoals:

  • energiemodellen, gegevensbanken en energiebalansen;

  • technieken als pinchanalyse, exergieanalyse of enthalpieanalyse en thermo-economische methoden;

  • schattingen en berekeningen.

De keuze van het passende instrument is afhankelijk van de sector en de complexiteit van de installatie en wordt in de desbetreffende delen besproken.




  • De BAT houdt in dat de mogelijkheden tot optimalisering van de terugwinning van energie binnen de installatie, tussen de systemen van de installatie en/of met één of meer derde partijen worden onderzocht.

Deze BAT is afhankelijk van het bestaan van een geschikt gebruik van de overtollige warmte van het type en de hoeveelheid die teruggewonnen kan worden.


Een systeembenadering van energiebeheer

  • De BAT is erop gericht de energie-efficiëntie te optimaliseren door middel van een systeembenadering van het energiebeheer in de installatie. Systemen die voor een algemene optimalisering in aanmerking komen, zijn bijvoorbeeld:

  • proceseenheden (zie de sectoriële BREF-documenten)

  • verwarmingssystemen zoals:

  • stoominstallaties

  • warmwaterinstallaties

  • koel- en vacuümsystemen (zie het BREF-document betreffende industriële koelsystemen)

  • systemen met motoraandrijving zoals:

  • persluchtsystemen

  • pompsystemen

  • verlichting

  • systemen voor drogen, scheiden en concentreren.


Vaststelling en herziening van energie-efficiëntiedoelstellingen en  indicatoren

  • De BAT behelst de vaststelling van energie-efficiëntie-indicatoren door het nemen van alle onderstaande maatregelen:

  • vaststelling van geschikte energie-efficiëntie-indicatoren voor de installatie en, in voorkomend geval, voor afzonderlijke processen, systemen en/of eenheden en meting van de in de loop van de tijd of na de invoering van energie-efficiëntiemaatregelen opgetreden veranderingen;

  • vaststelling en registratie van geschikte indicatorgerelateerde grenswaarden;

  • vaststelling en registratie van de factoren die schommelingen in de energie-efficiëntie van de betrokken processen, systemen en/of eenheden kunnen veroorzaken.

De monitoring van lopende processen geschiedt in de regel op basis van de secundaire of eindenergie. In sommige gevallen kan voor een proces meer dan één secundaire of eindenergie-indicator worden gebruikt (bijvoorbeeld zowel stoom als elektriciteit). Ook bij de beslissing over de keuze (of de verandering) van de energiedrager en de uitrusting kan de indicator de secundaire of eindenergie zijn. Afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden kunnen echter ook andere indicatoren, zoals de primaire energie of de koolstofbalans, worden gebruikt teneinde rekening te houden met de efficiëntie van de productie van de secundaire energiedrager en de effecten op diverse milieucompartimenten.


Benchmarking

  • De BAT behelst de uitvoering van periodieke en systematische vergelijkingen met sectoriële, nationale of regionale benchmarks, voor zover gegevens beschikbaar zijn.

Hoeveel tijd tussen twee benchmarkingprocedures mag verstrijken, is afhankelijk van de sector. Deze termijn bedraagt in de regel verschillende jaren, aangezien benchmarkgegevens op korte termijn zelden snel of significant veranderen.


Energie-efficiënt design (EED)

  • De BAT bij de planning van een nieuwe installatie, een nieuwe eenheid of een nieuw systeem of een ingrijpende modernisering houdt in dat rekening wordt gehouden met al de volgende aspecten:

  • een energie-efficiënt design (EED) moet al vanaf een vroeg stadium van het concept of de eerste ontwerpfase worden ingepland - ook wanneer de geplande investeringen nog niet duidelijk vaststaan - en bij de aanbestedingsprocedure in aanmerking worden genomen;

  • er moeten energie-efficiënte technologieën worden ontwikkeld en/of gekozen;

  • soms kan het nodig zijn om in het kader van het ontwerpproject of onafhankelijk daarvan, de bestaande gegevens te vervolledigen en bepaalde leemten in de kennis aan te vullen;

  • de werkzaamheden inzake EED moeten door een energiedeskundige worden uitgevoerd;

  • wanneer het energieverbruik voor het eerst in kaart wordt gebracht, moet ook worden vastgesteld welke partijen bij de projectorganisatie het toekomstige energieverbruik beïnvloeden. Vervolgens moet het EED in samenwerking met deze personen (bijvoorbeeld het personeel van de bestaande installatie dat verantwoordelijk is voor specifieke bedrijfsparameters) geoptimaliseerd worden.

Indien er geen relevante bedrijfsinterne expertise op het gebied van energie-efficiëntie beschikbaar is (bijvoorbeeld bij niet-energie-intensieve industrieën) moet een beroep worden gedaan op externe deskundigen.


Versterkte procesintegratie

  • De BAT behelst het optimaliseren van het energieverbruik in meerdere processen of systemen binnen de installatie of met een derde partij.


Behoud van de impuls van initiatieven op het gebied van energie-efficiëntie

  • De BAT beoogt het behoud van de impuls van het energie-efficiëntieprogramma door middel van een scala van maatregelen, zoals:

  • invoering van een specifiek energiebeheerssysteem;

  • afrekening van de energiekosten op basis van de daadwerkelijke (gemeten) waarden, hetgeen de verantwoordelijkheid en de financiële voordelen bij de gebruiker/betaler legt;

  • oprichting van profitcentra voor energie-efficiëntie;

  • benchmarking;

  • onder de loep nemen van de bestaande beheerssystemen;

  • begeleiding van organisatorische veranderingen.

De eerste drie soorten maatregelen worden ten uitvoer gelegd binnen het in de betreffende delen vastgestelde tijdsbestek. De laatste drie soorten maatregelen worden pas uitgevoerd nadat voldoende tijd is verstreken om de voortgang van het energie-efficiëntieprogramma te kunnen beoordelen, d.w.z. na een aantal jaren.


Behoud van deskundigheid

  • De BAT houdt in dat de deskundigheid op het gebied van energie-efficiëntie en energieverbruikende systemen in stand wordt gehouden, bijvoorbeeld door middel van:

  • aanwerving van gekwalificeerd personeel en/of opleiding van het personeel. De opleiding kan worden verzorgd door bedrijfsinterne medewerkers of deskundigen van buitenaf en via officiële cursussen of zelfstudie en zelfontwikkeling van het personeel;

  • het regelmatig ter beschikking stellen van het personeel voor de uitvoering van geprogrammeerde of specifieke onderzoeken (in hun eigen of een andere installatie);

  • uitwisseling van bedrijfsinterne medewerkers tussen de verschillende eenheden;

  • gebruik van naar behoren gekwalificeerde consultants voor geprogrammeerde onderzoeken;

  • uitbesteding van gespecialiseerde systemen en/of functies.


Doeltreffende procescontrole

  • De BAT houdt in dat een doeltreffende controle van de processen plaatsvindt door middel van:

  • het gebruik van systemen die waarborgen dat de procedures bekend zijn en worden begrepen en in acht genomen;

  • de vaststelling, optimalisering (vanuit het oogpunt van energie-efficiëntie) en monitoring van de belangrijkste prestatieparameters;

  • het documenteren of registreren van deze parameters.


Onderhoud

  • De BAT behelst het onderhoud van de installaties ter optimalisering van de energie-efficiëntie door middel van al de onderstaande maatregelen:

  • duidelijke toewijzing van de verantwoordelijkheid voor de planning en uitvoering van onderhoudswerkzaamheden;

  • vaststelling van een gestructureerd onderhoudsprogramma op basis van de technische beschrijving van de apparatuur, normen, enz., en met inachtneming van de eerder opgetreden storingen en de gevolgen daarvan. Bepaalde onderhouds­werkzaamheden kunnen het best worden ingepland tijdens de sluitingsperiode van de installaties;

  • ondersteuning van het onderhoudsprogramma met passende registratiesystemen en diagnostische tests;

  • gebruik van de resultaten van routineonderhoud en eerdere uitvallen en/of afwijkingen om mogelijke energie-efficiëntieverliezen of gevallen waarin de energie-efficiëntie kan worden verbeterd, vast te stellen;

  • opsporing van lekken, defecte apparatuur, versleten lagers, enz. die het energieverbruik beïnvloeden, en de onverwijlde oplossing van die problemen.

Bij de beslissing om reparaties zo snel mogelijk uit te voeren, moet rekening worden gehouden met de noodzaak de productkwaliteit en processtabiliteit te handhaven alsmede met gezondheids- en veiligheidsaspecten.


Monitoring en meting

  • De BAT behelst de vaststelling en continue toepassing van gedocumenteerde procedures om de belangrijkste parameters van de werking en de activiteiten die een significante invloed kunnen hebben op de energie-efficiëntie, op regelmatige basis te monitoren en te meten. In dit document wordt een aantal hiervoor geschikte technieken beschreven.


Beste beschikbare technieken voor het bereiken van energie-efficiëntie in energie­verbruikende systemen, processen, activiteiten of apparatuur

Uit de algemene BAT blijkt hoe belangrijk het is de installatie als één geheel te zien en de behoeften en doelen van de verschillende systemen, alsook de energiebalansen en interacties daarvan, te beoordelen. De algemene BAT behelzen ook:




  • het analyseren en benchmarken van het systeem en zijn prestaties;

  • het plannen van maatregelen en investeringen voor het optimaliseren van de energie-efficiëntie met inachtneming van de kosten en baten en de kruiseffecten op de diverse milieucompartimenten;

  • bij nieuwe systemen, het optimaliseren van de energie-efficiëntie bij het ontwerp van de installatie, de eenheid of het systeem en bij de keuze van de processen;

  • bij bestaande systemen, het optimaliseren van de energie-efficiëntie van het systeem door een passende bedrijfsvoering en beheer, inclusief regelmatige monitoring- en onderhoudsmaatregelen.

Bij de onderstaande BAT wordt er derhalve van uitgegaan dat ook deze algemene BAT bij de optimalisering van de hieronder genoemde systemen worden toegepast. De BAT met betrekking tot energie-efficiëntie voor de activiteiten, systemen en processen die normaliter in IPPC-installaties voorkomen, kunnen als volgt worden samengevat:




  • De BAT behelzen het optimaliseren van:

  • het stookproces;

  • de stoomsystemen

door middel van geschikte technieken zoals:



  • de sectorspecifieke technieken die in de verticale BREF-documenten zijn beschreven;

  • de in het BREF-document betreffende grote stookinstallaties en dit referentiedocument betreffende energie-efficiëntie beschreven technieken.




  • De BAT behelzen het optimaliseren van de volgende systemen, met gebruikmaking van technieken zoals die welke in dit referentiedocument zijn beschreven:

  • persluchtsystemen;

  • pompsystemen;

  • verwarmings-, ventilatie- en klimaatregelingsystemen (HVAC-systemen);

  • verlichtingssystemen;

  • drogings-, concentratie- en scheidingsprocedés. Met betrekking tot deze procedés behelzen de BAT ook het zoeken naar mogelijkheden om mechanische scheiding te combineren met thermische processen.

Andere BAT voor specifieke systemen, processen of activiteiten zijn:


Warmteterugwinning

  • De BAT houdt in dat de efficiëntie van warmtewisselaars wordt gehandhaafd door zowel

  • een periodieke monitoring van de efficiëntie als

  • het voorkomen of verwijderen van aanslag.

Technieken voor koeling en de daarmee samenhangende BAT zijn te vinden in het BREF-document betreffende industriële koelsystemen, waarbij de belangrijkste BAT erin bestaat de overtollige warmte zoveel mogelijk te benutten in plaats van deze door middel van koeling af te voeren. Voor gevallen waarin koeling vereist is, moeten de voordelen van vrije koeling (met gebruikmaking van de omgevingslucht) in aanmerking worden genomen.


Warmtekrachtkoppeling

  • De BAT houdt in dat er binnen en/of buiten de installatie (met een derde partij) wordt gezocht naar mogelijkheden voor warmtekrachtkoppeling.

In veel gevallen hebben overheidsinstellingen (op lokaal, regionaal of nationaal niveau) dergelijke overeenkomsten met derde partijen mogelijk gemaakt of zijn zij zelf derde partij.


Stroomvoorziening

  • De BAT houdt in dat de vermogensfactor overeenkomstig de eisen van de plaatselijke elektriciteitsdistributeur wordt vergroot door middel van technieken als die welke in dit document zijn beschreven, voor zover deze kunnen worden toegepast.

  • De BAT houdt in dat de stroomvoorziening wordt gecontroleerd op harmonische stromen en dat indien nodig filters worden gebruikt.

  • De BAT houdt in dat de efficiëntie van de stroomvoorziening wordt geoptimaliseerd met gebruikmaking van de in dit referentiedocument beschreven technieken, voor zover deze kunnen worden toegepast.


Elektromotorgestuurde subsystemen

De vervanging van conventionele systemen door efficiënte elektromotoren en aandrijfeenheden met variabele snelheid is een van de gemakkelijkste maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie. Daarbij moet echter wel het hele systeem waarin de motor geïntegreerd is, in aanmerking worden genomen omdat er anders gevaar bestaat:




  • dat de potentiële voordelen van het optimaliseren van het gebruik en de grootte van het systeem en daarmee de optimalisering van de eisen voor de motoraandrijving verloren gaan;

  • dat er energie verloren gaat indien een aandrijfeenheid met variabele snelheid wordt gebruikt in een situatie waarvoor zij niet geschikt is.




  • De BAT houdt de optimalisering in van elektromotoren in de volgende volgorde:

  • optimalisering van het hele systeem waarin de motor(en) geïntegreerd is (zijn) (bijvoorbeeld een koelsysteem);

  • vervolgens de optimalisering van de motor(en) in het systeem overeenkomstig de nieuw vastgestelde belastingseisen, door toepassing van een of meer van de beschreven technieken, voor zover die kunnen worden toegepast;

  • na optimalisering van de energieverbruikende systemen dienen de overige (niet geoptimaliseerde) motoren geoptimaliseerd te worden, overeenkomstig de beschreven technieken en aan de hand van criteria zoals:




  1. prioriteit voor de vervanging van de overige motoren die meer dan 2000 uur per jaar draaien door efficiënte elektromotoren;

  2. voor elektromotoren die variabele lasten aandrijven, die gedurende meer dan 20% van hun bedrijfstijd met minder dan 50% van hun capaciteit lopen en die meer dan 2000 uur per jaar draaien, dient een uitrusting met aandrijfeenheden met variabele snelheid overwogen te worden.


Mate van bereikte overeenstemming

Over dit document is een hoge mate van overeenstemming bereikt. Er zijn geen afwijkende meningen opgetekend.


Onderzoek en technologische ontwikkeling

De Europese Commissie initieert en ondersteunt, via haar programma’s op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling, een reeks projecten in het kader van schone technologieën, nieuwe afvalwaterbehandeling- en recyclingtechnologieën en beheerstrategieën. Deze projecten zouden wellicht een nuttige bijdrage kunnen leveren aan toekomstige herzieningen van dit BREF-document. De lezer wordt dan ook uitgenodigd het EIPPCB op de hoogte te stellen van onderzoeksresultaten die relevant kunnen zijn voor dit document (zie ook het voorwoord van dit BREF-document).




Edificio EXPO, c/ Inca Garcilaso s/n, E-41092 Sevilla – Spanje

Telefoon: doorkiesnummer (+34-95) 4488-284, centrale 4488-318. Telefax: 4488-426.



Internet: http://eippcb.jrc.es; e-mail: jrc-ipts-eippcb@ec.europa.eu




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina