Directoraat-generaal Milieubeheer heleen lobbe



Dovnload 0.6 Mb.
Pagina1/8
Datum24.08.2016
Grootte0.6 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8














































Afschrift aan




Paraaf

Directoraat-generaal Milieubeheer










heleen lobbe




hRB













archief DGM/SB






















Paraaf

www.vrom.nl
















dSB





































Paraaf







Aan de Voorzitter van de




dgM







Tweede Kamer der Staten-Generaal










Postbus 20018




Paraaf







2500 EA DEN HAAG




BSG






























































































Voortgang van de modernisering van de VROM-regelgeving



































































Datum




Kenmerk

























DGM/SB2006299061













































































































































Geachte Voorzitter,


In eerdere voortgangsrapportages, laatstelijk 13 september 2005 (Kamerstukken II 2004/05, 29 383, nr. 32), heeft mijn ambtsvoorgangster u geïnformeerd over de uitvoering van het meerjarenprogramma voor de modernisering van de VROM-regel­geving. In aansluiting hierop geef ik u in deze brief mede namens de Staatssecretaris een actueel beeld van de inmiddels bereikte resultaten en van onze activiteiten op dit gebied in de komende periode.
De brief is als volgt opgebouwd.

Deel 1 bevat een samenvatting van een aantal concrete resultaten die de laatste tijd zijn geboekt bij de modernisering van de VROM-regelgeving.

Deel 2 geeft een systematisch overzicht van de uitvoering van de moderniseringsprojecten, gerangschikt per cluster.

Deel 3 beschrijft de voortgang op het gebied van de toepassing van ICT bij de uitvoering van de VROM-regelgeving.

Deel 4 geeft de stand van zaken weer van toezeggingen die zijn gedaan tijdens recente overleggen over de modernisering met de Tweede Kamer.

De bijlage bij deze brief bevat het tijdschema voor de uitvoering van de in deel 2 genoemde projecten.


Er is een duidelijke relatie tussen de modernisering van de regelgeving en de reductie van de administratieve lasten. Over de voortgang op het gebied van reductie van administratieve lasten bent u laatstelijk geinformeerd bij kabinetsbrief van 14 april 2006 (Kamerstukken II 2005/06, 29 515, nr.135). Een vervolg­rapportage is voorzien voor begin oktober 2006.
Onder andere in het kader van programma's als Andere Overheid en Elektronische Overheid bent u eveneens geïnformeerd over andere voornemens die verband houden met het streven naar vereenvoudiging en lastenvermindering. Een voorbeeld daarvan is het tot stand brengen van één loket bij de overheid voor vergunningaanvragen.

Een ander project met een duidelijke verwantschap met de modernisering van de VROM-regelgeving is het project Vereenvoudiging Vergunningen onder verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Economische Zaken. Hierover bent u geïnformeerd bij brief van 28 april 2006 (Kamerstukken II 2005/2006, 29 515, nr. 140). In de “mei”brief van 28 april is toegezegd dat de betrokken departementen over de concretisering van hun bevindingen separaat aan u zullen berichten. Voor VROM gebeurt dit in de onderhavige brief. De voorstellen voor vereenvoudiging van VROM-vergunningstelsels die het resultaat waren van de doorlichting in het kader van het project Vereenvoudiging Vergunningstelsels, zijn met het oog op transparantie en overzichtelijkheid toegevoegd aan het bekende meerjarenprogramma modernisering VROM-regelgeving. In de bijlage bij deze brief treft u deze voorstellen aan het slot aan, voorzien van een tijdschema voor de uitvoering ervan. Overigens bleek dat VROM met het eigen meerjarenprogramma al zodanig koers heeft gezet in de richting van vereenvoudiging van vergunningstelsels dat de doorlichting slechts een beperkt aantal additionele voorstellen heeft opgeleverd.



DEEL 1: SAMENVATTING VAN EEN AANTAL BELANGRIJKE RESULTATEN

In de periode tussen de septemberbrief 2005 en de voorliggende brief zijn belangrijke vervolgstappen gezet met wat wel de pijlers van het meerjarenprogramma modernisering VROM-regelgeving worden genoemd. Omdat voor deze projecten, het moderniseren van de algemene milieuregels en de totstandbrenging van de omgevingsvergunning, veel belangstelling bestaat, wil ik deze rapportage openen met de stand van zaken van deze projecten.


Modernisering algemene regels (Activiteitenbesluit, project 3.1)
Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer (modernisering van de algemene milieuregels voor inrichtingen) dat noodzakelijk is om het nieuwe Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriele regeling op de gewenste manier tot stand te brengen is op 10 maart 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het ontwerp-Activiteitenbesluit is gepubliceerd in de Staatscourant van 29 juni 2006 en tevens voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer. Aan de ministeriele regeling wordt thans gewerkt. Deze zal nog dit jaar worden voltooid.

Het Activiteitenbesluit, officieel het ontwerpbesluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, voegt elf bestaande 8.40 AMvB's en het Besluit opslaan in ondergrondse tanks samen. Tevens zijn algemene regels opgesteld voor de metaal-elektrobranche en een aantal andere branches waaronder de zeefdrukkerijen en tandheelkundige laboratoria waarmee de milieuvergunningplicht voor tenminste 20.000 bedrijven wordt opgeheven. In het Activiteitenbesluit zijn tevens algemene regels opgenomen voor zowel indirecte als directe lozingen waarmee ook de vergunningplicht op basis van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor deze activiteiten wordt opgeheven. Het Activiteitenbesluit is dan ook mede gebaseerd op de Wvo. Met het besluit wordt een aanzienlijke besparing van de administratieve lasten gerealiseerd (€ 224 miljoen).


De omgevingsvergunning (project 11.1)
Het project omgevingsvergunning is erop gericht dat per 1 januari 2008 bedrijven en burgers bij één loket één omgevingsvergunning aan kunnen vragen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Gemeenten, provincies, regionale milieudiensten, waterschappen en rijksoverheid moeten dan gereed zijn voor de invoering van de omgevingsvergunning.

Het doel van het project Omgevingsvergunning is om op 1 januari 2008 het volgende te hebben bereikt:

- Het beschikbaar zijn van het noodzakelijke wettelijke kader voor de omgevingsvergunning;

- Het aanwezig zijn van voldoende inhoudelijke en praktische randvoorwaarden in de samenleving voor de invoering van de omgevingsvergunning;

- Een functionerend digitaal omgevingsloket.

Met het project wordt een administratieve lastenreductie bereikt van € 56,7 mln.


In het deelproject “wettelijk kader” dat deel uitmaakt van het project omgevingsvergunning wordt gewerkt aan de wettelijke regeling die nodig is om de omgevingsvergunning tot stand te brengen. Het ligt in het voornemen om het voorstel van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nog voor de verkiezingen worden in te dienen bij de Tweede Kamer. Met de Wabo wordt het mogelijk om voor alle activiteiten in één keer één vergunning aan te vragen. Dat wil zeggen één vergunning via één procedure met één set indieningsvereisten. De procedure mondt uit in één besluit van het bevoegd gezag, met één procedure van rechtsbescherming (beroep in twee instanties). Het bevoegd gezag is tevens belast met de bestuursrechtelijke handhaving van de omgevingsvergunning. Bovendien is het de bedoeling dat de indiening en verdere behandeling van de vergunningaanvraag zo veel mogelijk digitaal geschieden. Gelijktijdig wordt gewerkt aan de benodigde invoerings- en uitvoeringsregelgeving.
In het kader van het deelproject “ invoering” worden door diverse gemeenten, provincies en milieudiensten pilots uitgevoerd. Deze pilots zijn erop gericht om ervaring op te doen met het werken met de omgevingsvergunning. Een belangrijke vraag daarbij is welke gevolgen de omgevingsvergunning heeft voor de werkprocessen en de organisatie van de betrokken overheidsorganisaties. Onderwerpen waar de pilots over gaan zijn onder andere het werken met één loket, de samenwerking binnen én tussen overheden, gecoördineerde handhaving en de toepassing van ICT (digitaal indienen en behandelen van de vergunningaanvraag). Uiteindelijk zijn er 31 pilots van start gegaan. In april 2006 is een eerste tussenrapportage over de resultaten van de pilots opgemaakt en is een handreiking uitgebracht. Hoofdconclusie is dat de omgevingsvergunning uitvoerbaar is.

De ervaringen uit de diverse pilots zullen in 2006 verder worden gecommuniceerd. Daarnaast zullen de ervaringen uit de pilots worden meegenomen in het wetstraject en wordt bepaald welke ondersteuning van de uitvoeringspraktijk nodig is om de wet goed te kunnen uitvoeren. Rond de zomer 2006 zijn er samen met de VNG roadshows voor gemeenten gehouden om hen te informeren over de omgevingsvergunning. Ook is er met IPO, VNG, UvW en het bedrijfsleven een gezamenlijk implementatieplan gemaakt waarin alle gezamenlijke acties staan die de invoering van de omgevingsvergunning ondersteunen (bijvoorbeeld opzetten helpdesk, organiseren van masterclasses en kenniskringen, opleidingen, en dergelijke).





  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina