Directoraat-generaal vervoer vierde kaderprogramma



Dovnload 0.72 Mb.
Pagina1/10
Datum18.08.2016
Grootte0.72 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

DIRECTORAAT-GENERAAL VERVOER

VIERDE KADERPROGRAMMA

inzake activiteiten van de EU op het gebied van onderzoek,

technologische ontwikkeling en demonstratie



VERVOER




INHOUD
INLEIDING EN ALGEMENE DOELSTELLINGEN blz. 3
TECHNISCHE GEBIEDEN 4
TENUITVOERLEGGING EN UITSPLITSING VAN DE FINANCIËN 8
REGELINGEN VOOR COÖRDINATIE TUSSEN PROGRAMMA'S 10
TECHNISCHE BIJLAGE 14

HOOFDSTUK 1:STRATEGISCH ONDERZOEK 15


HOOFDSTUK 2:SPOORWEGVERVOER 39
HOOFDSTUK 3:GEÏNTEGREERDE VERVOERSKETENS 59
HOOFDSTUK 4:LUCHTVERVOER 68
HOOFDSTUK 5:STEDELIJK VERKEER EN VERVOER 83
HOOFDSTUK 6:SCHEEPVAART 91
HOOFDSTUK 7:WEGVERVOER 108
Lijst van gebruikte afkortingen 116

INLEIDING EN ALGEMENE DOELSTELLINGEN
Dit werkprogramma is opgesteld overeenkomstig artikel 5 en bijlage 1 van de Beschikking van de Raad van 1 december 1994 tot vaststelling van het specifiek programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie op vervoergebied (1994-1998). Het specifiek programma was weer afhankelijk van het Vierde Kaderprogramma, waarin - overeenkomstig artikel 130 F, lid 3, en 130 I, lid 1, van het Verdrag - alle activiteiten van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling (1994-1998) staan beschreven. Dit programma werd op 26 april 1994 door het Europees Parlement en door de Raad goedgekeurd.
De activiteiten van de EU op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling moeten ten goede komen aan alle onderdelen van het EU-beleid (artikel 130 F). Het vervoersprogramma van het vierde kaderprogramma moet daarom bijdragen tot de realisatie van de doelstellingen van het communautaire vervoersbeleid, waarin de Gemeenschap de laatste paar jaar veel energie heeft gestoken.
Voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het communautaire vervoersbeleid is onderzoek nodig om efficiënte en rendabele vervoersnetwerken voor personen en goederen te realiseren, waarbij het milieu zo min mogelijk wordt belast, het energieverbruik zo laag mogelijk is en de sociale omstandigheden zo optimaal mogelijk zijn. Een en ander in het kader van de algemene doelstelling met betrekking tot duurzame mobiliteit.
Het hiervoor bedoelde onderzoeksprogramma beoogt de efficiëntie van de verschillende vervoerswijzen te verbeteren en hun strategische integratie in Europese vervoersnetwerken te bespoedigen. Het onderzoek moet gegevens opleveren die relevant zijn voor de besluitvorming, en moet de te verwachten gevolgen van de diverse opties kwantificeren. Hierdoor worden communautaire vervoersinitiatieven zowel op nationaal als Europees niveau bevorderd.
Het voorgestelde programma heeft tot doel:

-een efficiënter, veiliger en meer milieuvriendelijk vervoerssysteem te ontwikkelen voor personen en goederen;


-de onderlinge koppeling en interoperabiliteit van de afzonderlijke vervoersnetwerken te vereenvoudigen;
-de efficiëntie van elke vervoerstak te verhogen en de onderlinge coöperatie te verbeteren;
-het ontwerp en beheer van infrastructuur te bevorderen met het oog op het reduceren van schade aan het milieu en het verbeteren van de prijs kwaliteitverhouding.
-het bedrijfsleven, de vervoerders en gebruikers en de autoriteiten passende besluitvormingsinstrumenten te verschaffen die gebaseerd zijn op een betere kennis van en een beter inzicht in mobiliteit, verkeersstromen en hun interacties en onderlinge afhankelijkheid.
De algemene doelstelling van het onderzoek is te komen tot norm- of wetgeving-voorbereidende conclusies aan de hand waarvan nieuwe beleidsopties in het vervoerswezen kunnen worden geïntroduceerd, en de tenuitvoerlegging van nieuwe aspecifieke technologieën te vergemakkelijken. Verder moet het onderzoek de totstandkoming van de EU bevorderen door vaststelling van de basisvoorwaarden voor een doelmatig transeuropees vervoerssysteem.
Om potentiële ontwikkelingen te kunnen analyseren, moet inzicht verkregen worden in mobiliteit. Waar nodig zullen praktijktests moeten worden gedaan om na te gaan of de resultaten van meer theoretische of technologische studies haalbaar zijn. Er moet met name gekeken moeten worden naar de resultaten van diverse andere specifieke programma's. De methodologieën voor de experimenten vormen een integrerend deel van deze onderzoeksactiviteit. Hiermee moet het mogelijk zijn de voordelen vast te stellen van de introductie van nieuwe technologieën en moeten technische aanpassingen mogelijk zijn die eventueel noodzakelijk zijn om de tenuitvoerlegging en definiëring van het regelgevende kader te vergemakkelijken.
Aangezien het onderzoek zowel op het vervoer van personen als het vervoer van goederen gericht is, moet speciale aandacht worden besteed aan de onderlinge verhoudingen tussen deze beide vervoerstromen en het beheer daarvan.
Behalve met de algemene beleidspunten van het communautaire vervoersbeleid moet bij het onderzoek ook rekening worden gehouden met de verschillende behoeften, randvoorwaarden en bevoegdheden, en wel op Europees, nationaal, regionaal en stedelijk niveau. Bijzondere aandacht krijgt daarbij de ontwikkeling van mechanismen om de problemen aan te pakken die de vervoerssector heeft bij de toegang tot de perifere regio's van Gemeenschap, en om de problemen aan te pakken die het transitovervoer kent in de dichtbevolkte centrale regio's van de Gemeenschap.
De onderzoeks- en demonstratieactiviteiten moeten uitgevoerd worden binnen een coherent en gecoördineerd kader, waarbij zowel rekening gehouden wordt met als eisen worden geformuleerd ten aanzien van de werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van andere specifieke programma's van het vierde kaderprogramma, te weten: "Industrie- en materiaaltechnologieën", "Telematica", "Milieu" en "Energie", voor zover deze betrekking hebben op de doelstellingen van het gemeenschappelijk vervoersbeleid.
TECHNISCHE GEBIEDEN
Twee benaderingswijzen zijn nodig:

-strategisch onderzoek naar het algemeen functioneren van het vervoerssysteem

-specifiek onderzoek betreffende de optimalisatie van elke vervoerstak.
Strategisch onderzoek

-inzicht in mobiliteit

-economie van vervoerssystemen

-ontwikkeling van intermodaliteit

-systeemorganisatie en systeeminteroperabiliteit

-integratie van nieuwe technologieën

-beleidsevaluatie
Het doel van dit onderzoek is de efficiëntie te verbeteren van het Europese vervoerssysteem, dat als één geheel wordt beschouwd met verschillende modale componenten. Gestreefd moet worden naar maximale synergie en compatibiliteit van systemen om de interoperabiliteit en onderlinge verbinding van vervoerstakken t.b.v. integratie in het transeuropese vervoernet door volledige kennis van en volledig inzicht in het Europese vervoerssysteem en de determinanten van de groei van de vraag naar vervoer. Dit onderzoek moet de noodzakelijke elementen leveren voor de ontwikkeling van multimodale transeuropese vervoersnetwerken, via sociaal-economisch en technologisch onderzoek om de ontwikkeling van het gemeenschappelijk vervoersbeleid te sturen. Bestudeerd worden het wettelijke kader en de doelen en gevolgen van het vervoersbeleid in diverse landen. Op basis daarvan worden experimentele programma's opgesteld, waaronder proefprojecten waarbij gebruik gemaakt wordt van de bestaande infrastructuur en technologische innovaties.
Optimalisering van vervoersnetwerken
Spoorwegen
-Compatibiliteit van treinbeïnvloedingssystemen

-Veiligheid

-Interoperabiliteit

-Economische, organisatorische en sociale zaken


De voorziene OTO-acties op spoorweggebied zijn: ontwikkeling van het Europees systeem voor het beheer van het spoorwegverkeer; veiligheid; interoperabiliteit alsmede economische, organisatorische en sociale aspecten. Het onderzoek moet geplaatst worden in de ruimere context van de behoeften en voorkeuren van gebruikers van het openbaar vervoer, daarbij rekening houdend met de veranderingen in een aantal Lid-Staten met betrekking tot de eigendom en het beheer van de spoorwegen. Het onderzoek moet gericht zijn op het uit de weg ruimen van belemmeringen voor de compatibiliteit van de nationale spoorwegsystemen. Daartoe moet het onderzoek economische en technische oplossingen opleveren voor het probleem van de interoperabiliteit van het spoorwegnet als subsysteem van en schakel in het Europees intermodaal systeem.
Geïntegreerd vervoer
-Kwaliteit van het net

-Kwaliteit van de terminal/het overslagpunt


Het hoofddoel van dit programma is helpen bij het oplossen van die problemen die de verdere groei en realisatie belemmeren van kwalitatief hoogwaardig geïntegreerd vrachtvervoer, in overeenstemming met het principe van duurzame mobiliteit. De werkzaamheden moeten gebaseerd zijn op bestaand onderzoek op technologisch, economisch, sociaal en milieutechnisch gebied. Tot de werkzaamheden behoren kosten-batenanalysen van overschakelingen op andere vervoerstakken via evaluatie van de overschakelingsmogelijkheden. De aanpak moet systematisch zijn en moet gebaseerd zijn op een conceptuele en praktische onderlinge afhankelijkheid van verschillende onderzoekstaken, met als resultaat demonstraties van proefinstallaties of prototypen van installaties. Dit houdt in dat ook alle belangrijke actoren op dit gebied onderling gekoppeld moeten worden.
Luchtverkeer
-ATM (Air Traffic Management/beheer van het luchtverkeer)

-Veiligheid luchtvervoer en milieu

-Luchthavens
De werkzaamheden moeten betrekking hebben op het beheer van het luchtverkeer (ATM) en moeten bijdragen tot het definiëren van technische en operationele oplossingen, afgestemd op Europese behoeften. Het onderzoek moet de geïntegreerde technische en operationele componenten evalueren en testen van een toekomstig ATM-systeem (gepland voor 2006). Verder dienen de veiligheid van het luchtvervoer en de bescherming van het milieu aan bod te komen. Ten aanzien van de dringend noodzakelijke uitbreiding van de luchthavencapaciteit, d.w.z. meer starts en landingen, dient het onderzoek zich te richten op nieuwe luchthavenontwerpen, beheerskwesties zoals de verschillende soorten verkeersstromen binnen een luchthaven en de interface tussen luchthavenbeheer en regelsystemen enerzijds en ATM anderzijds.
Stedelijk verkeer en vervoer
-Vervoersbeheer

-Strategieën voor verandering van modal split (vervoerswijzeverdeling)

-Omzetting in multimodaal vervoer

-Tarief en financiering


Dit hoofdstuk heeft betrekking op verschillende soorten problemen op het gebied van stadsvervoer, te weten: de behoeften en voorkeuren van de gebruikers, zuinig energieverbruik, doelmatig personenvervoerssysteem, doelmatige vrachtdistributie, veiligheid en milieubescherming. De werkzaamheden moeten oplossingen opleveren die de efficiëntie en capaciteit van stedelijke vervoerssystemen verbeteren, met name door het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken voor de passagiers en voor hen die in deze vervoerstak werkzaam zijn. Verder dienen oplossingen te worden gevonden die leiden tot rationalisatie van het beheer van het verkeer en de vraag naar vervoer, b.v. door de levensomstandigheden in de steden te verbeteren.
Vervoer over water
-Zeevervoer

-Binnenvaart

-Efficiëntie, veiligheid en bescherming van het milieu bij zeevaartactiviteiten

-Menselijk potentieel


Het onderzoek is gericht op verbetering van de kwaliteit en efficiëntie van het scheepvaartvervoer, verhoging van de veiligheid daarvan en bescherming van het maritieme milieu. Hiertoe worden gemeenschappelijke oplossingen gezocht en ontwikkeld voor de belangrijkste problemen. Verder moeten operationele systemen ontwikkeld worden waarin de potentiële voordelen van nieuwe technologieën, standaardprocedures, organisatorische factoren en menselijk potentieel worden geïntegreerd en beoordeeld. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan kwesties betreffende de onderlinge afhankelijkheid en interoperabiliteit t.a.v. maritieme verkeerselementen, zoals VTMIS (Vessel Traffic Management and Information Systems). Het doel is oplossingen te leveren en de integratie van plaatselijke systemen in een coherent TEN te ondersteunen. Met name de rol van deze tak van vervoer in de gehele vervoersketen moet geanalyseerd worden. Verder dienen evaluatiecriteria te worden vastgelegd voor het ontwikkelen van scenario's die de belangrijkheid en het potentieel van de zeescheepvaart en de binnenvaart weergeven, en dan met name de obstakels die de ontwikkeling daarvan kunnen belemmeren met betrekking tot het bevorderen van nieuwe vraag naar meer en verbeterde scheepsvervoersdiensten voor vracht en passagiers.
Wegvervoer
-Duurzame mobiliteit

-Veiligheid

-Verkeer- en vervoersmanagement en informatiemanagement

-Wegeninfrastructuur


Het onderzoek moet bijdragen tot de aanleg van nieuwe wegen en verbetering van de bestaande wegeninfrastructuur, tot een hoger vervoersrendement, tot de beperking van grondgebruik en vervuiling, tot veiliger wegvervoer binnen Europa en tot vraagbeheer met betrekking tot het wegvervoer. Het onderzoek moet nieuwe informatie opleveren over de behoefte aan wetgeving ter ondersteuning van het gemeenschappelijk vervoersbeleid en moet in de context worden geplaatst van de ruimere beleidsdoelen waarmee beoogd wordt het systeem van het wegvervoer een volwaardige rol te laten spelen bij het realiseren van een open Europese markt met vrije concurrentie, en de exploitatie van de onderzoeksresultaten door de introductie van innovatieve produkten en systemen te waarborgen. Het wegvervoer omvat het vervoer van passagiers en goederen met (vracht)auto's, bussen, fietsen en andere wegvoertuigen (ook door personen te voet).
Meer informatie over de technische onderwerpen is opgenomen in de technische bijlage.
TENUITVOERLEGGING EN UITSPLITSING VAN DE FINANCIËN
Het programma is bedoeld voor de periode 1994-1998. Het moet ten uitvoer worden gelegd via uitnodigingen tot het indienen van voorstellen (zie bijgevoegde tabel).

De beschikbare fondsen voor activiteiten per (deel)gebied zien er ongeveer als volgt uit:


Strategisch onderzoek 20%

Spoorwegvervoer 16%

Geïntegreerde vervoersketens 7%

Luchtvervoer 16%

Stadsvervoer 11%

Scheepvaartvervoer 19%

Wegvervoer 11%

TOTAAL (240 Mecu) 100% (1)


(1)Inclusief 8,3% voor personeels- en administratiekosten.
Voor ondernemingen, organisaties etc. die in aanmerking komen voor deelname aan het programma, wordt verwezen naar bijlage III van het specifiek programma.
De specifieke voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van het programma en de soorten activiteiten die gefinancierd kunnen worden, staan eveneens in bijlage III. De financiering bedraagt in het algemeen 50% bij werkzaamheden voor gezamenlijke rekening (100% van de bijkomende kosten voor bepaalde contractanten), maar kan 100% worden voor voorbereidende, begeleidende en ondersteunende maatregelen alsmede specifieke maatregelen, zoals activiteiten ter bevordering van normalisatie, alsmede maatregelen die onderzoekscentra, universiteiten en ondernemingen de benodigde gereedschappen verschaffen. Financiële steun van de Gemeenschap moet ook worden verleend om maximaal 100% van de coördinatiekosten voor gecoördineerde werkzaamheden te dekken. Voor meer informatie over de maatregelen voor de tenuitvoerlegging wordt verwezen naar bijlage III.

Het programma zal worden beheerd door de diensten van de Commissie en deze zullen ook zorgen voor de uitnodigingen, de evaluatie van voorstellen, de toekenning van de contracten en de latere controles en beoordelingen. De diensten zullen bovendien alle andere noodzakelijk geachte taken uitvoeren. Bij deze werkzaamheden, die uitgevoerd worden overeenkomstig de in de beschikking van de Raad gespecificeerde procedures, krijgen de diensten hulp van de programmacommissie.



REGELINGEN VOOR COÖRDINATIE TUSSEN PROGRAMMA'S
Onderzoeksthema's met betrekking tot vervoer komen voornamelijk voor in vier van de specifieke programma's van het vierde kaderprogramma (Telematica, Industrie- en Materiaaltechnologie, Non-nucleaire energie en Vervoer).
De tenuitvoerlegging van dit programma behoeft een plan voor onderlinge programmacoördinatie, teneinde:
1)de complementariteit en samenhang van de verschillende projecten in de relevante specifieke programma's te waarborgen en coördinatie tot stand te brengen met andere OTO-activiteiten op dit gebied (b.v. door Lid-Staten en andere internationale organisaties), waarbij eventueel gezorgd wordt voor een verbeterde interactie met activiteiten die uitgevoerd worden in het kader van b.v. EUREKA en COST;
2)potentiële deelnemers te helpen bij het indienen van voorstellen voor het meest geschikte programma;
3)mogelijke overlappingen te vermijden.
Coördinatie met andere specifieke programma's moet gebaseerd zijn op de volgende aanpak:
-publikatie van de op vervoer betrekking hebbende onderdelen van de relevante OTO-programma's (d.w.z. de programma's die geleid worden door DG VII, XII, XIII en XVII) in dezelfde uitgave van het Publikatieblad;
-gemeenschappelijke informatie en activiteiten voor de verspreiding van resultaten, indien relevant;
-gezamenlijke evaluatie, op dezelfde plaats en hetzelfde tijdstip, van alle voorstellen om indien nodig verkeerd geaddresseerde voorstellen toe te wijzen aan de juiste onderzoeksgroep, en om kennis te kunnen nemen van voorstellen die voor andere programma's ingediend zijn, en om voorstellen te evalueren die de grenzen overschrijden van afzonderlijke specifieke programma's;
-doorsturen van alle relevante evaluatierapporten naar de leden van de betreffende beheerscomités;
-doelgerichte gezamenlijke oproepen voor gebieden die geschikt zijn voor gemeenschappelijke financiering;
-organisatie van gemeenschappelijke workshops, conferenties of andere vergaderingen, inclusief de deelname van EUREKA- en COST-consortia;
-het bestaan van interne groepen op de betreffende niveaus.
-verwijzingen in de technische bijlagen van de werkprogramma's naar onderzoeksopdrachten uit andere programma's zodat onderzoekers voorstellen kunnen indienen die betrekking hebben op opdrachten uit verschillende programma's.
Er moeten ook relevante maatregelen genomen worden om ervoor te zorgen dat rekening gehouden wordt met de werkzaamheden die in het kader van ETAN (European Technology Assessment Networks) en door de gezamenlijke onderzoekscentra uitgevoerd worden.

TABEL 1: FINANCIËLE BEPALINGEN EN UITNODIGINGEN TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN



Activiteit

Indicatieve begroting

(240 MECU)*



Gebieden

Eerste dag van oproep

Deadline

Beoordeling en selectie van voorstellen

Eerste

betalings-

verplich-tingen3


Vermoedelijke aanvang con-tractperiode3

OTO-projecten (1ste uitnodiging)
OTO-projecten (2de uitnodiging)
OTO-projecten (3de uitnodiging)
Voorbereidende, begeleidende en ondersteunende maatregelen, inclusief verspreiding van resultaten en andere specifieke maatregelen
Administratie en personeel voor programma

50-60%1
15-20% 1
25-30%1/2

8,3%



Allemaal
Allemaal
Allemaal
Allemaal

15/12/1994
15/9/1995
15/9/1996


15/3/1995

15/12/1995


15/12/1996
Acties die tot eind 1998 uitgevoerd worden

april/mei 1995
jan/febr. 1996
jan/febr. 1997

aug. 1995
apr. 1996
apr. 1997

sep.1995
mei 1996
mei 1997

*Gerichte uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, mogelijk inclusief uitnodigingen voor gecombineerde programma's, kunnen - indien gewenst en mogelijk - gedaan worden met gebruikmaking van een deel van dit budget.


1De definitieve verdeling van de fondsen zal afhangen van de kwaliteit van de voorstellen en het aantal voorstellen dat na de eerste oproep wordt ontvangen.

2De fondsen die beschikbaar komen voor de derde oproep, zullen afhangen van de herziening van FP4 en van de overgebleven fondsen na de eerste en tweede oproep.

3De betalingsverplichtingen zullen normaal worden aangegaan in de loop van de maand die voorafgaat aan de ondertekening van de contracten. Opgemerkt wordt dat de vermoedelijke aanvangsdata van de contractperiodes gelden voor de vroegste contracten. Bij de eerste uitnodiging tot het indienen van voorstellen zullen veel contracten, en dus de daarop betrekking hebbende betalingsverplichtingen, niet vóór 1996 ingaan.

COÖRDINATIE TUSSEN DE PROGRAMMA'S Tabel 2









Deelgebieden

(vervoer)



TM

CT

IT

IMT

SMT

MAST

BT

BM

AF

NNE

ENV

TSER

CTC*

DE*

ST*

Strategisch

ISP







ISP
















ISP
















Luchtvervoer

ISP







ISP
















ISP
















Scheepvaart

ISP







ISP
















ISP
















Geïntegreerde

vervoersketens



ISP







ISP
















ISP
















Stadsvervoer

ISP







ISP
















ISP
















Wegvervoer

ISP







ISP
















ISP
















Spoorwegvervoer

ISP







ISP
















ISP
















OVERIGE OTO-PROGRAMMA'S

TM= telematica

CT = communicatietechnologie

IT= informatietechnologie

IMT = industrie- en materiaaltechnologie

SMT = normalisatie, meting en beproeving

MAST = zeewetenschappen en technologie

BT = biotechnologie


BM = biogeneeskunde en gezondheid

AF = landbouw en visserij

NNE = niet-nucleaire energie

ENV = milieu en klimaat

TSER= gericht sociaal-economisch

CTC = samenwerking met derde landen en internationale organisaties

DE = verspreiding en exploitatie van resultaten

ST= bevordering van opleiding en mobiliteit van onderzoekers




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina