Dit had papa niet mogen doen’



Dovnload 91.5 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte91.5 Kb.

    1. Helden’

Op zich is een toets over dit hoofdstuk niet echt nodig, aangezien er later taken zijn op een wat hoger niveau. Als u er toch een wilt geven, dan kunt u een tekst nemen uit de krant zoals die hierna en dezelfde vragen stellen.


Elfjarige redt zusje en vader van verdrinkingsdood na poging tot moord en zelfmoord
Vanessa Pipelers met haar kinderen Britt (7) en Robin (11). 'Ik ben altijd bang geweest voor wat hij de kinderen zou kunnen aandoen na onze scheiding.'
Dit had papa niet mogen doen’

De kop van dit artikel had ook 'vader doodt kinderen en pleegt zelfmoord' kunnen zijn. Toen Frank C. zijn Mazda, met twee kinderen op de achterbank, in het Albertkanaal stuurde, was dat wat hij in gedachten had. Door de alertheid van zijn elfjarige zoon raakten de drie inzittenden echter levend en wel uit het water.



BRUSSEL – ‘Hij had al eerder gedreigd de kinderen te vermoorden om zich op mij te wreken’, zegt Vanessa Pipelers, moeder van Britt (7) en Robin (11). 'Daarom was hij ook nooit alleen met hen. Zijn ouders of zijn vriendin hielden een oogje in het zeil. Hij had maandagnacht echt goed voorbereid.'
‘Je zult mijn foto in de krant zien staan, samen met die van de kinderen’, had Frank C. zijn ex al enkele keren toegesnauwd. Als zijn zoon Robin er geen stokje voor gestoken had, zou hij het dreigement waargemaakt hebben.
Robin en Britt werden maandagnacht gewekt door hun vader en op de achterbank van zijn auto geschoven. ‘We reden door het centrum van Vreren naar de grote baan’, vertelt de jongen. ‘Hij kocht drie blikjes bier, van die grote. Dat vond ik maar niets, omdat hij aan het rijden was. Maar hij wilde niet luisteren en bleef maar roepen door de telefoon.’
Frank belde rond middernacht naar de nieuwe vriend van zijn voormalige vrouw, Vanessa Pipelers. ‘Hij wenste hem alle geluk toe en vroeg toen of hij mij mocht spreken’, zegt Pipelers. ‘Daarop wenste hij mij nog een lang leven toe zonder kinderen.’ Ik heb meteen de politie van Tongeren op de hoogte gebracht, die de gsm van Frank kon traceren in de buurt van Kanne, op ongeveer 22 kilometer van Vreren. Maar meer ook niet.’
Twee uur later pas kreeg Vanessa Pipelers op het commissariaat te horen dat haar twee kinderen onderkoeld, maar verder ongedeerd in Kanne waren opgevangen bij buurtbewoners. Dat ze het hadden overleefd, was volledig te danken aan Robin: ‘Na het telefoontje gooide papa zijn gsm weg, gaf plankgas en reed recht het kanaal in’, vertelt de elfjarige. ‘Door de smak werd hij naar achter geslingerd. Britt en ik hadden onze gordel om, waardoor het enkel een beetje pijn deed.’ Robin probeerde zijn vader met enkele klappen in het gezicht wakker te maken, wat ook lukte. ‘Ik ben daarna naar voor gekropen en heb geprobeerd om de deuren open te maken, maar ze bleven muurvast zitten door het water’, zegt hij. "Gelukkig schoven de ramen wel naar beneden na een druk op de knop.’
Robin klom op het dak van de zinkende auto en hielp zijn zusje om hetzelfde te doen. ‘Toen het dak bijna onder water zat, kwam ook papa erbij. Toen zijn we alle drie in het ijskoude water gesprongen.’ De jongen slaagde erin om zijn zusje boven water te houden, tot ze enkele tientallen meters verder op een houten vlot konden klimmen. De kinderen gingen bibberend aanbellen

Robin: ‘Na het telefoontje gooide papa zijn gsm weg, gaf plankgas en reed recht het kanaal in.’

bij huizen in de buurt. Alles aan mij deed pijn’, gaat Robin verder. ‘In de eerste twee huizen deed niemand open, maar in het derde mochten we wel binnen. We gingen meteen door naar de keuken, papa bleef in de gang staan. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien.’

Blauwe bult
De politie van Bilzen rekende Frank C. meteen in. Volgens de agenten zei de man voortdurend dat hij wist wat hij had gedaan en dat het allemaal zijn schuld was. Frank C. werd aangehouden, de kinderen werden naar het ziekenhuis gebracht voor een eerste onderzoek. Britt is tot nader order ongedeerd, uitgezonderd een enkele 'blauwe bult'. Haar broer had een schram opgelopen toen de gordel in zijn vlees sneed, maar is verder ook gezond. ‘We weten natuurlijk niet hoe ze dit zullen plaatsen’, zegt Pipelers. ‘Ze vertellen voortdurend aan iedereen wat er is gebeurd en dat lijkt me ook goed voor hun verwerking.’
Ook Pipelers zelf is de eerste schok al te boven. ‘Ik ben altijd bang geweest voor wat hij de kinderen zou kunnen aandoen na onze scheiding begin dit jaar’, vertelt ze. ‘Ze zijn telkens een week bij hem, een week bij mij. Daar kon ik mee leven omdat zijn ouders en zijn vriendin altijd in de buurt bleven als Britt en Robin er waren.’ Het ging ook goed tot Frank C. hoorde dat zijn ex een nieuwe vriend had. ‘Ik ben bij hem weggegaan omdat hij een vriendin had. Hij is nog steeds samen met die vrouw, maar hij bleef erg jaloers’, vertelt ze. ‘Ik denk dat hij bij het nieuws van mijn nieuwe vriend besefte dat ik nooit meer zou terugkomen. Het moordplan was waarschijnlijk al een tijdje gerijpt in zijn hoofd en nu had hij een reden om het tot uitvoer te brengen. Hij was razend.’
Na zijn mislukte moord- en zelfmoordpoging zijn het echter vooral Franks kinderen die woedend achterblijven. Terwijl Robin dinsdag nog zei dat het een tijdje zou duren voor hij zijn vader kon vergeven, klonk het gisteren al dat hij hem nooit meer wilde zien. ‘Hij had dat gewoon niet mogen doen’, zegt hij. ‘Wat zou mama dan gedaan hebben?’

Barbara Seynaeve in De Morgen







Tekst:

Wie?



Wat?





Waar?




Wanneer?





Hoe?





Waarom?




Gevolg?









Tekst: Dit had papa niet mogen doen

Wie?

Robin (11) + vader Frank C. + zus Britt (7).

Wat?


Mislukte zelfmoordpoging: vader wil zelfmoord plegen met twee kinderen. Gered door Robin.

Waar?



Albertkanaal, in buurt van Kanne, op ongeveer 22 km van Vreren.

Wanneer?

Op een maandagnacht.

Hoe?


Vader rijdt met auto in Albertkanaal. Robin maakt vader wakker, ontsnapt via raam, helpt zus uit auto, houdt zus boven water, klimmen op houten vlot, bellen aan bij huis.
Ex belt politie die gsm traceert.

Waarom?

Wil zich wreken op ex die een nieuwe vriend heeft. Besefte dat ze nooit zou terugkomen. Zij was bij hem weggegaan omdat hij een vriendin had.

Gevolg?


Bijna verdronken. Iedereen ongedeerd (enkel bult of schram).
Vader is gearresteerd.

Aansluitend kunt u de leerlingen vragen te vergelijken met de behandelde teksten.



  • Vind je deze man/vrouw een grotere held dan die in de behandelde teksten? Motiveer je keuze in minimaal 4 regels.

  • Blijven je criteria om iemand een held te noemen dezelfde? Waarom (niet)?



    1. Alledaagse helden

Deze tekst kan zelf als toets dienen.





    1. Familienamen

De toets bestaat bij voorkeur uit twee delen.




  1. Klassieke leerstofvragen over de uitleg in het bronnenboek.
    Enkele voorbeelden:

  • Vanaf wanneer ongeveer werden de toenamen bij ons familienamen? Hoe kwam dit bij de gewone bevolking?

  • Situeer en verklaar de volgende namen:

    • Mercator,

    • Hondius.

  • Welke eigenaardigheden van onze familienamen hangen samen met het feit dat ze ten tijde van Napoleon zijn vastgelegd? Leg uit en geef de nodige voorbeelden.

  • Waarom is het niet zeker dat de Nederlanders Napoleon belachelijk wilden maken?

  • Wat is een eigenschapsnaam? Geef twee duidelijke voorbeelden.

  • Tot welke categorie hoort de naam ‘Jansma’? Leg uit.

  • Wat valt je op in de volgende familienamen: De Backer, Maes, Moolenaar, Van Uitberghe (Van Uitbergen)? Hoe verklaar je dit?

  • Idem: Molenaar, Molders, Smolders, Meulenaer, Mulder, Smulders en Muijlders.




  1. Opzoektaak
    De leerlingen brengen hun bronnenboek mee en beantwoorden de volgende vragen binnen de opgegeven tijd:

  1. Tot welke categorie(ën) horen de volgende namen?

  2. Wat betekenen ze?

Wees zo volledig mogelijk.

Enkele mogelijke namen:



  1. Swaene:

  2. Mariën:

  3. Koeman:

  4. Van Vooren:

  5. Verbrugge:

  6. Mercator:

  7. Grieteman:

  8. Truyman:

  9. Vernelen:

  10. Verluyten:

  11. Van Hoey:

  12. Moerenhoudt:

  13. Zondervan:

  14. Merckx:

  15. Verkens:

  16. Swerts:

  17. Meus:

  18. Grootendorst:

  19. Van Droogbroeck:

  20. Mercator:

  21. Van der Zielen:

  22. Van Rode:

Oplossingen:



  1. Swaene: eigenschapsnaam (lange hals zoals bij zwaan), plaatsnaam (huisnaam) of relatienaam (Swane of Zwanekin was ook een meisjesnaam).

  2. Mariën: relatienaam, moedersnaam (Maria + en).

  3. Koeman: beroepsnaam (koopman).

  4. Van Vooren: plaatsnaam; voord(e)/voort = doorwaadbare plaats in beek of rivier.

  5. Verbrugge: plaatsnaam; ver = van de + brug; ook mogelijk als vondelingennaam.

  6. Mercator: tijdens het humanisme en de renaissance probeert men zich te onderscheiden met een Latijnse vorm naam; Mercator = kremer (handelaar, marktkramer), dus een beroepsnaam.

  7. Grieteman: relatienaam, metroniem; Griete + toevoegsel -man; Griete is de verkorte vorm van Margriete (Margareta).

  8. Truyman: relatienaam, metroniem; Truy (van (Geer)trui) + toevoegsel -man.

  9. Vernelen: relatienaam, metroniem; het prefix ver- (van 'vrouw'), Nele + de uitgang -en.

  10. Verluyten: relatienaam, metroniem; het prefix ver- (van ‘vrouw’) + Lut(gard) + de uitgang -en.

  11. Van Hoey: plaatsnaam; ode, ooi(e), oye = weide aan rivier, nat weiland, beemd.

  12. Moerenhoudt: plaatsnaam; moer (moeras, veengrond) + hout (bos).

  13. Zondervan.

  • Ten tijde van de vastlegging van de namen onder Napoleon waren er soms misverstanden of verschrijvingen, zeker wanneer de ambtenaar geen of slecht Nederlands sprak. Zo raakte iemand die nog twijfelde, aan de naam 'Zoekend' of 'Zondervan' (= zonder 'van' of familienaam).

  • Ook een mogelijke naam voor een vondeling: geeft de sociale toestand aan.

  1. Merckx: relatienaam, patroniem (Marc + s).

  2. Verkens: eigenschapsnaam. Spotnaam voor iemand met de eigenschappen van een varken. Beroepsnaam: varkenshoeder of -kweker.

  3. Swerts: eigenschapsnaam; zwart (huid, haar).

  4. Meus: relatienaam, patroniem (van Bartholomeus).

  5. Grootendorst: eigenschapsnaam voor iemand met grote dorst, een drinkebroer.

  6. Van Droogbroeck: plaatsnaam. Broek = laaggelegen, drassig stuk land. Hier blijkt dit drooggelegd te zijn.

  7. Mercator: beroepsnaam (handelaar). In de renaissance gaven sommige vooraanstaanden een Latijnse vorm aan hun naam: uit Kremer ontstond zo Mercator.

  8. Van der Zielen: plaatsnaam. ‘Zijl’ betekende vroeger ook ‘waterleiding, waterloop’.

  9. Van Rode: plaatsnaam. ‘Rode’ betekende vroeger ook ‘open plek in bos, waar bomen gerooid zijn; gerooid bos’.



    1. De Karelroman

U kunt drie soorten vragen stellen:



  1. Vragen over de behandelde tekst.

  2. Vragen over een nieuwe tekst die van hetzelfde type zijn als bij de behandelde tekst.

  3. Vragen waarbij de leerlingen vergelijkingen moeten maken tussen de behandelde en een nieuwe tekst.

Meer uitleg hierover vindt u onder ‘Taken, toetsen en examens’  ‘Leesteksten’. Hoe u tekstervarende vragen kunt evalueren, wordt er eveneens uiteengezet.
Enkele vragen over de behandelde tekst, die voornamelijk van reproductieve aard zijn:

  1. Wat is een hofdag? Wat is de functie ervan?

  2. Welke speciale relatie blijkt er te bestaan tussen de koning en God? Leg uit.

  3. Waaruit blijkt dat God de koning bijstaat. Geef drie duidelijke voorbeelden.

  4. Wat is het zogenaamde hoofdmotief van het verhaal, dat in de derde episode duidelijk wordt? Leg uit.

  5. Wat is de rol van de vrouw in dit verhaal? Leg uit en geef 2 argumenten voor je standpunt.

  6. Karel wint het duel. Waarom? Geef zeker 3 argumenten die je meent te kunnen afleiden uit de tekst.

  7. Welk beeld krijg je in Karel ende Elegast van de middeleeuwse maatschappij? Welke waarden staan er centraal? Leg uit.

  8. Op het einde van het verhaal wordt de orde hersteld. Leg uit.

Enkele minder reproductieve en/of meer persoonlijke vragen:



  1. Welk personage spreekt je het meest aan: Karel of Elegast? Leg uit.

  2. Welke informatie uit de behandelde zakelijke teksten vond je het interessantst? Waarom? Leg uit in minimaal 6 regels.

  3. Lees De laatste held (hoofdstuk 1.11). In welke zin is dit verhaal een parodie van ridderverhalen zoals Karel ende Elegast? Leg uit en geef de nodige voorbeelden uit beide teksten.

  4. Hoe bewonderenswaardig vind je Karel/Elegast? Leg uit in minimaal 6 regels.
    = Welke eigenschappen of daden vind je bewonderenswaardig, welke niet? Eventueel ook: ken je moderne personen die je met hem kunt vergelijken?

  5. Formuleer je oordeel over Karel ende Elegast in minimaal 8 regels. Beoordeel zowel de inhoud als de vorm.



    1. Tekstverbanden

U kunt een van de behandelde opdrachten gebruiken of stukken eruit. U kunt natuurlijk ook een nieuwe tekst gebruiken. Enkele voorbeelden vindt u hieronder.




  1. Lees de volgende tekst aandachtig en geef aan welk verband de onderstreepte signaalwoorden weergeven.



Op IJsland komt men de winter wel door

Als de dagen korten en de zon zich steeds minder laat zien, krijgt de wereld voor een aantal mensen een heel sombere aanblik. Zij ontwikkelen een ernstige, seizoensgebonden depressie. De oorzaak is niet dat de vallende blaadjes zo'n trieste indruk maken of dat het kouder wordt, maar veeleer een biologisch bepaalde reactie op een tekort aan zonlicht. In het voorjaar verdwijnt de depressie bijgevolg vanzelf. De lente is een feest. In meer noordelijk gelegen landen is het verschil tussen zomer en winter nog groter dan hier en dit zou de kans op winterse somberheid moeten vergroten. IJsland vormt echter een uitzondering. Uit een onderzoek van de psychiaters Andres Magnusson en Jon Stefansson onder 1000 IJslanders bleek namelijk dat maar één op de twintig 's winters getroffen wordt door een ernstige depressie.

Wat zo vreemd is, is dat dit percentage lager is dan in landen met relatief zachte winters. Hoe komt dit? Vermoedelijk is de IJslandse bevolking genetisch aangepast aan het leven in barre omstandigheden. De IJslanders leven al heel lang betrekkelijk geïsoleerd en hebben vaak te maken gehad met hoge sterftecijfers. Het lijkt daarom waarschijnlijk dat degenen die psychisch goed bestand zijn tegen strenge winters, uiteindelijk zijn overgebleven.

(naar: Psychologie)




  1. De oorzaak is niet dat: oorzaak

  2. bijgevolg: gevolg

  3. echter: tegenstelling

  4. namelijk: reden

  5. Hoe komt dit?: oorzaak

  6. daarom: reden




  1. Lees de volgende tekst aandachtig en geef aan welk verband de onderstreepte signaalwoorden weergeven.


Versprekingen en andere fouten

Volgens de taalkundige Ray Jackendoff zit er in de manier waarop mensen zich verspreken, een regelmaat. De gemaakte fouten volgen zelfs vaste regels. De verwisselde klanken komen ten eerste altijd op een soortgelijke plaats in een ander woord terecht. Als de letter 'm' bijvoorbeeld verwisseld wordt in het zinnetje 'A monkey's uncle', dan wordt dat 'An onkey's muncle'. De 'm' blijft dus vooraan in het woord staan. Bovendien wordt de zin steeds weer grammaticaal correct gemaakt. Zo wordt het lidwoord 'a' veranderd in 'an', omdat het niet bestaande woord 'onkey' met een klinker begint.

Iets vergelijkbaars vindt volgens Jackendoff plaats bij de psychologische verschijnselen die psychoanalytici bestuderen. Zo is het volgens hen mogelijk dat bepaalde agressieve impulsen voor het ego niet acceptabel zijn en op andere personen geprojecteerd worden. Hierbij wordt dus net als bij versprekingen een brokje informatie verplaatst. Vervolgens wordt het geheel opnieuw kloppend gemaakt. De persoon leeft nu in een wereld waar andere mensen schijnbaar sterke agressieve impulsen hebben. De logische aanpassing hieraan is bang worden voor de buitenwereld. De eigen agressie kan zo zelfs omgezet worden in achtervolgingswaan.

(naar: Psychologie)




  1. ten eerste: opsomming

  2. bijvoorbeeld: voorbeeld

  3. dus: gevolg/besluit

  4. Bovendien: opsomming

  5. Iets vergelijkbaars: vergelijking

  6. Zo: voorbeeld

  7. Vervolgens: opsomming

  8. zo: wijze




  1. Het onderwerp: de voor- en nadelen van ondertitels.

  1. Noteer in de eerste kolom de onderdelen van de evaluatiestructuur (of: probleem- of argumentatiestructuur).

  2. Noteer in de tweede kolom ideeën die je zou kunnen gebruiken om aan de hand van deze structuur een tekst te schrijven. Doe dit in schemavorm. In het totaal moet je rechts minimaal 12 regels hebben.



De onderdelen van …

Schema: ideeën om een tekst te schrijven





















  1. Lees de tekst aandachtig en beantwoord dan de vragen.

  1. Onderstreep in de eerste kolom alle signaalwoorden.

  2. Noteer in de tweede kolom welk soort verband deze signaalwoorden weergeven.

  3. Schrijf boven de derde kolom de naam van de vaste structuur die je herkent. Geef de kernideeën ook schematisch weer.


Waarom slapen we met de ogen dicht?



Signaalwoorden

Soort verband




De meeste mensen denken dat we onze ogen tijdens het slapen sluiten voor het verduisteringseffect. Geluiden vormen voor het organisme echter een veel grotere wekprikkel dan licht. Toch hebben we geen klepjes die de gehoorgang afsluiten, een soort ‘oorleden’. Logischerwijze zouden we die moeten hebben als het noodzakelijk zou zijn de oogleden te sluiten om licht als uitwendige prikkel weg te nemen.







Verder hebben de meeste mensen geen moeite om te slapen in volle zon met de ogen dicht. Nochtans bereikt in dit geval een grote lichtinval het netvlies. Blinden slapen daarenboven met de ogen dicht. Aziaten, tot slot, hebben kleinere oogleden dan wij westerlingen en kunnen de ogen niet volledig sluiten. Zij slapen bijgevolg met hun ogen op een kier.







Uit dit alles blijkt dat we onze ogen niet sluiten voor het verduisteringseffect. Er zijn wel andere redenen. We doen dit om ze tijdens de slaap te beschermen en uitdroging van het hoornvlies te vermijden. Een constante afscheiding van vocht onder de oogleden zorgt hiervoor. Bovendien het slapen verslappen de spieren tijdens het slapen en die relaxatie treedt natuurlijk ook op bij de spieren die in waaktoestand de oogleden openhouden.







(Naar Dr. De Roeck (Centrum Klinisch Slaaponderzoek, Universitair Ziekenhuis Antwerpen) in E. Brijs e.a.: De Groote Magazijnen)

Waarom slapen we met de ogen dicht?


Signaalwoorden

Soort verband

Argumentatie- of betoogstructuur

De meeste mensen denken dat we onze ogen tijdens het slapen sluiten voor het verduisteringseffect. Geluiden vormen voor het organisme echter een veel grotere wekprikkel dan licht. Toch hebben we geen klepjes die de gehoorgang afsluiten, een soort ‘oorleden’. Logischerwijze zouden we die moeten hebben als het noodzakelijk zou zijn de oogleden te sluiten om licht als uitwendige prikkel weg te nemen.

tegenstelling

tegenstelling


Standpunt: ogen gesloten om te verduisteren

Tegenargumenten:



  1. Geluid erger
     toch geen oorkleppen

Verder hebben de meeste mensen geen moeite om te slapen in volle zon met de ogen dicht. Nochtans bereikt in dit geval een grote lichtinval het netvlies. Blinden slapen daarenboven met de ogen dicht. Aziaten, tot slot, hebben kleinere oogleden dan wij westerlingen en kunnen de ogen niet volledig sluiten. Zij slapen bijgevolg met hun ogen op een kier.

opsomming
tegenstelling
opsomming opsomming

gevolg


  1. Geen probleem om in volle zon te slapen
    -> veel licht



  2. Blinden sluiten ogen

  3. Aziaten kunnen ogen niet helemaal sluiten
    -> op kier

Uit dit alles blijkt dat we onze ogen niet sluiten voor het verduisteringseffect. Er zijn wel andere redenen. We doen dit om ze tijdens de slaap te beschermen en uitdroging van het hoornvlies te vermijden. Een constante afscheiding van vocht onder de oogleden zorgt hiervoor. Bovendien het slapen verslappen de spieren tijdens het slapen en die relaxatie treedt natuurlijk ook op bij de spieren die in waaktoestand de oogleden openhouden.

besluit

reden + tegenstelling


opsomming



Conclusie: geen verduistering

Argumenten:



  1. Bescherming, ook tegen uitdroging


  2. Spieren verslappen

(Naar Dr. De Roeck (Centrum Klinisch Slaaponderzoek, Universitair Ziekenhuis Antwerpen) in E. Brijs e.a.: De Groote Magazijnen)


  1. Lees de tekst aandachtig en vul dan het schema erna in.

  1. Onderstreep in de eerste kolom alle signaalwoorden.

  2. Noteer in de tweede kolom welk soort verband deze signaalwoorden weergeven.

  3. Schrijf boven de derde kolom de naam van de vaste structuur die je herkent. Geef de kernideeën ook schematisch weer.


Niet zo somber!


Signaalwoorden

Soort verband




Heeft je humeur invloed op de mening van anderen over jou? Om dit te achterhalen, lieten de psycholoog Charles S. Carver en zijn collega's bijna tweehonderd proefpersonen een aantal interviews lezen: ze moesten aangeven of ze de geïnterviewden wilden ontmoeten. Die vertelden soms dat zij zich somber voelden, een andere keer was hun stemming neutraal en soms echt vrolijk. De een was optimistisch, terwijl de ander angstige voorgevoelens koesterde. Wat bleek? De proefpersonen lieten over het algemeen depressieve en/of pessimistische geïnterviewden het liefst links liggen. Vooral degenen bij wie de somberheid een vaste karaktertrek lijkt te zijn, worden op voorhand afgewezen. Een goed humeur daarentegen maakte de sociale contacten prettiger en vrolijker. Kortom, opgewektheid is niet alleen voor jezelf een zegen, maar eveneens voor je medemensen.







(Naar Psychologie.)

Niet zo somber!


Signaalwoorden

Soort verband

Onderzoeksstructuur

Heeft je humeur invloed op de mening van anderen over jou? Om dit te achterhalen, lieten de psycholoog Charles S. Carver en zijn collega's bijna tweehonderd proefpersonen een aantal interviews lezen: ze moesten aangeven of ze de geïnterviewden wilden ontmoeten. Die vertelden soms dat zij zich somber voelden, een andere keer was hun stemming neutraal en soms echt vrolijk. De een was optimistisch, terwijl de ander angstige voorgevoelens koesterde. Wat bleek? De proefpersonen lieten over het algemeen depressieve en/of pessimistische geïnterviewden het liefst links liggen. Vooral degenen bij wie de somberheid een vaste karaktertrek lijkt te zijn, worden op voorhand afgewezen. Een goed humeur daarentegen maakte de sociale contacten prettiger en vrolijker. Kortom, opgewektheid is niet alleen voor jezelf een zegen, maar eveneens voor je medemensen.

doel

conclusie/besluit

tegenstelling


conclusie/besluit



Onderwerp: invloed van humeur

Middel/methode: interviews lezen


Resultaten: depressieve en/of pessimistische mensen genegeerd


<-> goed humeur maakt contacten prettiger
Conclusie: goed humeur is zegen voor jou en je medemensen



    1. Puberruil

Aangezien Puberruil Xtra nog altijd loopt op de Nederlandse tv, kunt u voor een toets het best een andere uitzending opnemen en gelijkaardige vragen stellen. Zie http://puberruil.kro.nl/.


(Achteraan op de dvd vindt u nog andere kijk- en luisteroefeningen die bedoeld zijn als toets. De vragen en antwoorden hierbij zijn te vinden op het leerkrachtengedeelte van de methodesite, onder ‘Leesoefeningen en -examens’.)



    1. Gered!

U kunt drie soorten vragen stellen:



  1. Vragen over de behandelde tekst.

  2. Vragen over een nieuwe tekst die van hetzelfde type zijn als bij de behandelde tekst.

  3. Vragen waarbij de leerlingen vergelijkingen moeten maken tussen de behandelde en een nieuwe tekst.

Meer uitleg hierover vindt u onder ‘Taken, toetsen en examens’  ‘Leesteksten’. Hoe u tekstervarende vragen kunt evalueren, wordt er eveneens uiteengezet.
Enkele vragen over de behandelde tekst (die de leerling mogen gebruiken), die voornamelijk van reproductieve aard zijn:

  1. Waarover gaat Red mij? Leg uit.

  2. Waarover gaat De redder? Leg uit.

  3. Wat zijn de belangrijkste gelijkenissen en verschillen tussen beide teksten? Leg uit.

  4. Wat vertellen beide teksten over de werkelijkheid waarin we leven? Leg uit.



Enkele minder reproductieve en/of meer persoonlijke vragen:

  1. Hoe herkenbaar vind je wat beschreven wordt in Red mij? Leg uit.

  2. Hoe heldhaftig vind je de ik-figuur? Leg uit.

  3. Welk lied vind je het meest herkenbaar? Leg uit.

  4. Welke reactie op de gevaren van de wereld spreekt je het meeste aan? Waarom?

  5. Welke tekst spreekt je het meeste aan? Waarom? Leg uit.

  6. Formuleer je oordeel over De redder. Bespreek zowel de inhoud als de vorm in minimaal 8 regels.

  7. Welk lied vond je het beste of slechtste? Leg uit waarom in minimaal 8 regels.



    1. Walewein

U kunt drie soorten vragen stellen:



  1. Vragen over de behandelde tekst.

  2. Vragen over een nieuwe tekst die van hetzelfde type zijn als bij de behandelde tekst.

  3. Vragen waarbij de leerlingen vergelijkingen moeten maken tussen de behandelde en een nieuwe tekst.

Meer uitleg hierover vindt u onder ‘Taken, toetsen en examens’  ‘Leesteksten’. Daar vindt u bv. een ander fragment uit Karel ende Elegast dan dat in het bronnenboek of een tekst over Parsival. Hoe u tekstervarende vragen kunt evalueren, wordt er eveneens uiteengezet.
Enkele vragen over de behandelde tekst, die voornamelijk van reproductieve aard zijn:

  1. Maak een schema van de voornaamste gebeurtenissen en pas dit binnen de typische structuur van dit soort ridderverhalen.

  2. Waaruit blijkt dat Walewein hoofs is? Geef twee duidelijke voorbeelden.
    Of: zich houdt aan de riddercode, diepgelovig is.

  3. Waaruit blijkt dat Ysabele trouw/diepgelovig is. Geef een duidelijk voorbeeld uit de tekst.

  4. a Ysabeles gedrag is niet zo consequent of zelfs tegenstrijdig. Geef hiervan twee voorbeelden.
    b Toch wordt haar gedrag als positief voorgesteld. Hoe komt dat?

  5. Welke negatieve eigenschappen vertoont Ysabele? Hoe zijn ze goed te praten? Leg uit.

  6. In welke zin vertoont De roman van Walewein een kettingstructuur/cirkelstructuur? Leg uit.

  7. Verklaar de symboliek van het cijfer 3.

  8. Het verhaal heeft een erg simpele structuur en er komen magische elementen in. Geef nog 3 andere soorten naïeve elementen en geef voor elk ervan twee voorbeelden.

  9. In welke zin is de psychologie naïef? Geef twee voorbeelden en leg ze duidelijk uit.

  10. Geef twee verklaringen voor de vele naïeve elementen in het verhaal.

  11. In de middeleeuwen werden verhalen voorgedragen op verschillende avonden. Welke gevolgen had dit voor het verhaal? Noem er twee en leg kort uit hoe je ze terugvindt in Walewein.

  12. Het middeleeuwse publiek was meestal niet of weinig geschoold. Welke gevolgen had dit voor het verhaal? Noem er twee en leg kort uit hoe je ze terugvindt in Walewein.

  13. Welk beeld krijg je in Walewein van de middeleeuwse maatschappij? Welke waarden staan er centraal? Leg uit.

  14. Het einde van het verhaal is dubbelzinnig. Leg uit.

Enkele minder reproductieve en/of meer persoonlijke vragen:



  1. Lees De laatste held (hoofdstuk 1.11). In welke zin is dit verhaal een parodie van ridderverhalen zoals dat over Walewein? Leg uit en geef de nodige voorbeelden uit beide teksten.

  2. Hoe herkenbaar vind je Walewein? Leg uit in minimaal 6 regels.
    = Welke eigenschappen van Walewein vind je herkenbaar bij jezelf of mensen die je kent, welke minder?

  3. Hoe bewonderenswaardig vind je Ysabele? Leg uit in minimaal 6 regels.
    = Welke eigenschappen of daden vind je bewonderenswaardig, welke niet? Eventueel ook: ken je moderne personen die je met haar kunt vergelijken?

  4. Formuleer je oordeel over het verhaal van Walewein in minimaal 8 regels. Beoordeel zowel de inhoud als de vorm.

  5. Hoe herkenbaar vind je verhalen zoals dat van Walewein? Leg uit in minimaal 8 regels.
    = Ken je moderne verhalen zoals dat van Walewein en helden die je met hem zou kunnen vergelijken? Ken je gelijkaardige moderne verhalen, d.w.z. met een gelijkaardige held, met gelijkaardige vaak onwaarschijnlijke actiescènes …?

  6. In welke zin vertoont de strijd tegen bv. Osama Bin Laden een gelijkaardige structuur als De roman van Walewein?






    1. De graal

Aangezien het hier in de eerste plaats om een opzoektaak gaat, kunt u deze het best als dusdanig evalueren:



  1. U kunt het opzoekproces beoordelen door na te gaan hoe de leerlingen werken, bv. heel goed, goed, matig …

  2. U haalt een deel van de opzoektaak op en evalueert dit.

U kunt ook bepaalde zaken als leerstof beschouwen en daar bij een toets over bv. Walewein of een onbekende tekst zoals Parsival en de graal ook naar vragen.



  1. Tot welk soort ridderromans hoort Walewein? Wat weet je erover?

  2. Wat verstaan we vandaag onder een queeste? Kun je er een voorbeeld van geven?

  3. Waarom is het vinden van de graal zo belangrijk?

  4. Voor welk soort ridder is de graal bestemd? Waarom voldoet Parsival niet aan deze voorwaarden? Leg uit.



    1. De laatste held

Deze tekst kan gebruikt worden in een toets over Walewein: zie De laatste held 1.9.





    1. Schema’s maken

Vanaf opdracht 4 moeten de leerlingen een schema maken van ‘Vakantiestress’ of ‘Lekker slecht’. Deze schema’s worden geëvalueerd.





    1. Ver van huis

Zie ook 1.5: evaluatie als deel van een groepspresentatie.

U kunt drie soorten vragen stellen:


  1. Vragen over de behandelde tekst.

  2. Vragen over een nieuwe tekst die van hetzelfde type zijn als bij de behandelde tekst.

  3. Vragen waarbij de leerlingen vergelijkingen moeten maken tussen de behandelde en een nieuwe tekst.

Meer uitleg hierover vindt u onder ‘Taken, toetsen en examens’  ‘Leesteksten’.
Enkele vragen over de behandelde tekst, die voornamelijk van reproductieve aard zijn:

  1. Wat zijn de hoofdthema’s van de tekst?

  2. Is Ishmael een echte held? Waarom (niet)? Leg uit met voorbeelden uit de tekst.

  3. Waaruit blijkt in het rehabilitatiecentrum dat Ishmael zijn emoties onderdrukt?

  4. Welke fasen zijn er in zijn genezingsproces? Leg uit.

  5. Tot welk genre hoort de tekst?

Enkele minder reproductieve en/of meer persoonlijke vragen:



  1. Hoe bewonderenswaardig vind je Ishmael? Leg uit in minimaal 6 regels.
    = Welke eigenschappen of daden vind je bewonderenswaardig, welke niet?

  2. Formuleer je oordeel over ‘Ver van huis’ in minimaal 8 regels. Beoordeel zowel de inhoud als de vorm.

  3. Zou je het volledige boek willen lezen? Waarom (niet)? Leg uit in minimaal 6 regels.

Vergelijking met Walewein:



  1. Welke eigenschap(pen) deelt Ishmael met Walewein? Leg uit.

  2. De klassieke structuur van een verhaal zoals dat van Walewein kun je hier ook terugvinden, maar niet helemaal. Leg uit.

Vergelijking met Eerst doodden ze mijn vader (zie 1.5, website voor leerkrachten).



  1. Vergelijk Ishmael met Loung Ung. Welke eigenschappen delen ze? Leg uit.

  2. Vergelijk de opbouw van beide verhalen. Hoe vind je in allebei de basisstructuur van een verhaal zoals dat over Walewein terug?

  3. Wie bewonder je het meest: Loung of Ishmael? Leg uit waarom in minimaal 6 regels.



    1. Droog

U kunt eventueel een ander fragment uit Droog gebruiken en daar gelijkaardige vragen over stellen. Eventueel zet u een cijfer op enkele vragen uit opdracht 2, bv. vraag 2, 4 en 5.





    1. Alledaagse helden

Deze tekst kan zelf als toets dienen.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina