Docentenhandleiding Wateroverlast langs de Jangtsekiang vmbo domein: Omgaan met natuurlijke hulpbronnen



Dovnload 98.33 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte98.33 Kb.



Docentenhandleiding Wateroverlast langs de Jangtsekiang
VMBO Domein: Omgaan met natuurlijke hulpbronnen

Auteur: Fer Hooghuis, Instituut voor Leraar en School, Nijmegen


Leerlingenmateriaal op pagina 5
Niveau, opbouw en tijd

De opdrachtenserie over de wateroverlast langs de Jangtsekiang opdrachten serie is geschreven vanuit een probleemgerichte benadering. De achtereenvolgende opdrachten volgen het stramien van probleemgericht leren: introductie van het probleem en eerste bepaling van de eigen visie, verdere informatie over en analyse van het probleem (locatie, gebieds- en bevolkingskenmerken), inventarisatie en waardering van mogelijke oplossingen, eigen standpuntbepaling. De opdrachten veronderstellen dat de leerlingen enige kaartvaardigheid beheersen en dat zij basale kennis hebben van de waterproblematiek. De opdrachten zijn op de eerste plaats geschreven voor de bovenbouw van het VMBO (Domein natuurlijke hulpbronnen, omgaan met water), maar ze kunnen eventueel ook worden gebruikt in de basisvorming, bijvoorbeeld in leerjaar 2 HV.

Voor het uitvoeren van de hele lesbrief in de bovenbouw van het VMBO zijn twee lessen nodig.

Indien u slechts één les aan deze problematiek wilt besteden, kunt u tijd besparen door minder tijd te besteden aan de opdrachten 1 t/m 11 en de opdrachten 15 t/m 18 weg te laten.


Atlas

De opdrachten zijn standaard geschreven voor gebruik met de Kleine Bosatlas, 58e druk. De atlasverwijzingen tussen haakjes zijn bedoeld voor de gebruikers van de Grote Bosatlas, 51e druk. Hetzelfde geldt voor het gebruik van plaatsnamen e.d. Standaard wordt de schrijfwijze van de Kleine Bosatlas gebruikt. De schrijfwijze in de Grote Bosatlas staat tussen haakjes.


Didactische aanwijzingen

Start de les met een herkenbare aandachtsrichter, bijvoorbeeld een kort klassengesprek over ervaringen die leerlingen hebben met wateroverlast in huis. Introduceer vervolgens de opdrachtenserie over wateroverlast in China

Lees eventueel gezamenlijk de inleidende tekst. Controleer of leerlingen begrepen hebben wat de essentie van de problematiek en de vraagstelling van deze opdrachtenserie is. Peil hoe de leerlingen tegen de genoemde oplossingen (dam aanleggen of rivier de ruimte geven) aankijken. Wat lijkt hen, zonder dat ze het probleem bestudeerd hebben, de beste oplossing.
De opdrachten 1 t/m 11 geven de leerling informatie over de situatie in het getroffen gebied. Hedendaagse geografie laat zien hoe mensen specifieke, locatiegebonden antwoorden proberen te vinden op wereldwijd voorkomende problemen. Daarom is het van belang om een beschrijving te maken van het gebied waarin de problematiek speelt. In deze casus is het met name van belang dat de leerlingen zich realiseren dat er onderscheid kan worden gemaakt tussen de gebieden langs respectievelijk de bovenloop, de middenloop en de benedenloop van de rivier.

U kunt deze opdracht afronden door samen met de leerlingen het volgende schema in te vullen.




Onderwerp

Kaartnummer

Bovenloop

Midddenloop

Benedenloop

Gebied

KB 65 (GB 122)

Tot Chongqing

Chongqing- Wuhan

Van Wuhan tot Shanghai

Hoogte en reliëf

KB 65 (GB 122)

Hooggebergte

Laag- en middengebergte

Laagland

Bevolkingsdichtheid

KB 66C (GB 124C)

Heel dun bevolkt

Dicht bevolkt

Dicht bevolkt

Mijnbouw en industrie

KB 66A (GB 124B)

Geen

Belangrijk industriegebied

Belangrijk industriegebied

Grondgebruik

KB 66B (GB 124B)

Extensieve veeteelt

Rijstbouw

Rijstbouw

Als u de leerlingen alle vragen individueel wilt laten opzoeken en deze op het eind van de les wilt bespreken, is dit het einde van les 1.

Een minder tijdrovend alternatief is het leerlingen in kleine groepen te laten samenwerken. De leerlingen bepalen samen waar op de kaart de grenzen tussen bovenloop, middenloop en benedenloop kunnen worden gelegd. Vervolgens zoekt elke leerling de antwoorden van één kolom (groep van drie) of één rij van het schema. Daarna nemen zij de gegevens van elkaar over. Tot slot bepreekt u klassikaal de gevonden antwoorden.
De opdrachten over oorzaken en gevolgen vergen wat extra voorbereiding en een korte introductie en toelichting. De opdracht is bedoeld als groepwerk. Bedenk van tevoren hoe u de groepsindeling wilt maken en hoe u de tafels in het lokaal plaatst.

Kopieer werkblad 1 in zo'n aantal dat elke groep een kopie van het werkblad kan krijgen.

Pak voor elke groep een envelop. Knip de kaartjes los en doe ze in de enveloppen. Elke groep krijgt in de les een envelop met alle kaartjes van het werkblad (vier series van zes kaartjes).

Introduceer de opdracht met een sprekend voorbeeld van oorzaken en gevolgen.

Vertel bijvoorbeeld een verhaal over een verkeersongeval. Belangrijk daarbij is de gelaagdheid van oorzaken. De fietser viel en heeft daardoor een hersenschudding. Waarom viel de fietser: omdat hij werd aangereden door een auto. Hoe komt het dat hij werd aangereden? De automobilist kon de fietser niet zien omdat die geen licht aanhad. Waarom had de fietser geen licht aan? In de fietsenkelder van de school is zijn koplamp beschadigd toen de fiets viel. Waarom viel de fiets? Een andere leerling trok de eigen fiets uit de stalling en bleef met het stuur haken achter de remkabel van de fiets ernaast. Enzovoorts.
Bespreek met de leerlingen het principe van een oorzaak- en gevolgketen. Essentieel is daarbij het besef dat er directe en indirecte, verder weggelegen oorzaken zijn.

Geef vervolgens elke groep een envelop met kaartjes. Wijs de leerlingen erop dat er in de envelop vier oorzaak-gevolgketens zitten.

Ga daarna over tot het uitvoeren van opdracht 8.

Leg bij de nabespreking van de opdracht het accent op opdracht 8c: Wat is de belangrijkste oorzaak? Laat leerlingen op elkaars antwoorden reageren. Is dit echt de belangrijkste oorzaak of heeft een andere groep een andere hoofdoorzaak? Is er nog een andere oorzaak die daar achter ligt. Stel bij de gegeven antwoorden vragen telkens weer een volgende 'waarom'-vraag.


De laatste serie opdrachten gaat over de wenselijkheid van de verschillende oplossingen.

Lees de tekst over mogelijke oplossingen eventueel gezamenlijk. Controleer of leerlingen de tekst begrepen hebben. Deel vervolgens het werkblad met meningen uit. Laat de leerlingen de opdrachten 9 en 10 eerst individueel maken, zodat zij een eigen standpunt hebben geformuleerd. Geef hen vervolgens de kans om een groepsstandpunt in te nemen.

In geval u weinig tijd heeft kunt u de les besluiten met een bespreking van de verschillende standpunten. Een belangrijk inhoudelijk aandachtspunt daarbij is de vraag: wie heeft er voordeel en wie heeft er nadeel van deze oplossing? Daarnaast is het belangrijk om aandacht te besteden aan de vaardigheid argumenteren. De leerling moet kunnen beargumenteren waarom hij /zij voor een bepaald standpunt kiest en kunnen aangeven waarom hij/zij het niet eens is met de argumenten van de tegenpartij.

Eventueel kunt u deze nabespreking doen in de vorm van een forumdiscussie of een paneldiscussie.

De laatste serie opdrachten (opdracht 15 t/m 18) richt zich op het bespreekbaar maken van verschillen in waardenoriëntatie. Een van de moeilijke aspecten in waardeneducatie is het leren onderscheiden van waarden en normen. Complex daarbij is het inzicht dat meningen op basis van hetzelfde streven en hetzelfde uitgangspunt (in dit geval bijvoorbeeld het idee dat veiligheid van levensbelang is), tot verschillende oplossingen kunnen komen. Het tegenovergestelde komt ook voor: ondanks verschillen in de waardenhantering, kan er toch tot dezelfde oplossing gekozen worden. Deze serie opdrachten laat de leerling ontdekken wat het verschil is tussen waarden en normen en biedt de docent de gelegenheid om, via het principe van de omweg, verschillen in waardenoriëntatie binnen de lesgroep aan de orde te stellen. Daarmee wort een link gelegd naar één van de doelstellingen van intercultureel onderwijs: leren omgaan met mensen met verschillende opvattingen.
Een laatste punt in deze toelichting is de mogelijkheid (om niet te zeggen noodzaak) tot transfer van kennis. Het ligt voor de hand om als afsluiting van deze serie opdrachten in te gaan op de Nederlandse situatie. Ligt Nederland in de benedenloop, de bovenloop of de middenloop van Rijn en Maas? Wat zijn de oorzaken van wateroverlast in Nederland? Waar ontstaan die problemen? Wat wordt er aan gedaan?

Antwoorden bij de opdrachten
1a Voorkennisopdracht. Eigen antwoord van de leerling

b Voorkennisopdracht. Eigen antwoord leerling

c Eigen antwoord leerling.
2a Lhanzou

b In het zuiden


3a Verder dan

b Verder dan


4a Afstand op de kaart is ongeveer 5cm (GB 6,5cm)

b De schaal van de kaart is 1: 75 000 000 (GB: 1 : 60 000 000),

1 cm op de kaart is in werkelijkheid 750 km (GB 600 km)

c De afstand is in werkelijkheid 5 * 750 km = 3750 km (GB 6,5 * 600km = 3900 km)

d De kaart is erg verkleind en sterk vereenvoudigd. Veel bochten staan niet getekend.

5a Van west naar oost: van de bergen naar de zee.

b De benedenloop

De bovenloop ligt TEN WESTEN van CHONQING.

De benedenloop ligt TEN OOSTEN van WUHAN.
6a De bovenloop van de Jangtsekiang stroomt door hooggebergte

b De benedenloop van de Jangtsekiang stroomt door laagland.


7a Dichtbevolkt gebied is rood

b De benedenloop is dichter bevolkt

c Hier is laagland in plaats van hooggebergte
8a Land dat niet gebruikt wordt voor landbouw.

b De kuddes schapen of geiten los vrij door een groot gebied laten zwerven

c Improductief en extensieve veeteelt

d Rijstbouw en verbouw van katoen en thee


9 Bij de benedenloop
10 In de benedenloop, daar liggen de meeste steden en wonen de meeste mensen, daar is de meeste akkerbouw, daar is de meeste industrie
11 Middenloop van de rivier:

a Laaggebergte en middengebergte

b Dichtbevolkt gebied

c Rijstbouw

d Veel industrie en mijnbouw
12a Zie de kaartjes op werkblad 1. De teksten staan in de juiste volgorde.

b Verschillende mogelijkheden.

c Verschillende mogelijkheden. Bijvoorbeeld: de rivier heeft steeds minder ruimte gekregen. Of: er zijn steeds meer mensen gekomen. De bevolking groeit snel.

d Eigen antwoord leerlingen. Zie de teksten op de kaartjes


13a Bij de middenloop

b Bij de benedenloop




  1. Eigen antwoorden van de leerlingen




  1. Voor de dam: (2)Meng Xiang Lei, (5) Qiong Cuiu Whang,

Voor ruimte geven aan rivier: (1) Cui Yi Zhou, (3) Xiao Wen Huang , (7)Kou Liou Chen

Allebei/geen duidelijke mening: (4) Chen Qi Kuang, (6) Chun Jie Jin

(exacte plaatsbepaling op de lijn is de eigen keuze van de leerling)
16 Veiligheid: (5) Qiong Cuiu Whang, , (6) Chun Jie Jin

Kosten (1) Cui Yi Zhou; (3) Xiao Wen Huang , (5) Qiong Cuiu Whang,

Allebei of niet duidelijk: (2)Meng Xiang Lei, (4) Chen Qi Kuang,

(exacte plaatsbepaling op de lijn is de eigen keuze van de leerling)




  1. Afhankelijk van de antwoorden die gegeven zijn bij vraag 11 en 12.

Bijvoorbeeld (1) Cui Yi Zhou, hoog in de rechterbovenhoek.

Opvallend: je kunt vanuit een verschillende motivatie (waarde) tot dezelfde oplossing komen en je kunt vanuit dezelfde motivatie (waarde) tot verschillende oplossingen komen.


18 Eigen antwoord van de leerling

Wateroverlast langs de Jangtsekiang

VMBO Omgaan met natuurlijke hulpbronnen
Auteur: Fer Hooghuis, Instituut voor Leraar en School, Nijmegen
Wuhan is een stad met meer dan 7 miljoen inwoners. De stad ligt aan de rivier de Jangtsekiang, in het westen van China. De rivier ligt tussen dijken, maar toch zijn er regelmatig overstromingen. De laatste grote overstroming was in 1998. Er vielen drieduizend doden. Om een nog grotere ramp te voorkomen werden er stroomopwaarts, voor het water bij Wuhan kwam, dijken doorgestoken. De bestuurders lieten grote stukken landbouwgrond onder water lopen. Honderduizenden boeren moesten hun huis en hun land verlaten. De gaten in de dijken werden later weer gedicht door schepen te laten zinken. Naar schatting 240 miljoen Chinezen werden in de zomer van 1998 getroffen door de overstromingen. De schade bedroeg vele tientallen miljoenen.
De Chinese regering wil voorkomen dat er nog vaker zulke grote overstromingen plaatsvinden.

Daarom heeft de regering verschillende plannen gemaakt. Het eerste plan is de rivier wat meer ruimte geven, zodat het water minder hoog in de rivier komt te staan. Een tweede plan is het aanleggen van een grote dam die het water in de rivier tegenhoudt.


In deze les ga je uitzoeken wat volgens jou de beste oplossing is. Eerst zoek je uit hoe het gebied waar de rivier doorheen stroomt eruitziet. Daarna zoek je uit wat de oorzaken van de wateroverlast zijn. Tot slot ga je beoordelen wat volgens jou de beste manier is om te voorkomen dat er nog meer overstromingen plaatsvinden.
Opdrachten
Deel 1: Waar is het?
1 Wat weet je al?

a Teken uit je hoofd, zonder in de atlas te kijken, een kaart van China. Probeer de vorm zo goed mogelijk te tekenen

b Wat is de hoofdstad van China? Zet op de kaart die je zojuist hebt getekend een stip op de plaats waar de hoofdstad is. Schrijf de naam van de hoofdstad erbij.

c Bekijk nu de atlaskaart 'Aarde -staatkundig' (KB 76-77; GB 154-155).

Zoek China op. Vergelijk jouw zelfgemaakte kaart met de kaart in de atlas. Lijkt jouw kaart een beetje op de atlaskaart of niet?



2 Gebruik de atlaskaart 'Aarde-staatkundig' (KB 76-77; GB 154-155).

a Welke stad ligt ongeveer in het midden van China?: Kies uit

  • Shanghai,

  • Peking (Beijing)

  • Hong Kong

  • Lanhzou

  • Lhasa

b Kies het juiste antwoord.

In welk deel van China stroomt de rivier de Jangtsekiang (GB; Chang Jiang)?



  • In het noorden

  • In het oosten

  • In het zuiden

  • In het westen

3 China is een uitgestrekt land. Het is na Rusland en Canada het grootste land ter wereld.

China is 259 x zo groot als Nederland en 319 x zo groot als België. Er wonen meer dan

1.500.000.000 mensen.

Gebruik de atlaskaart 'Aarde-staatkundig' (KB 76-77; GB 154-155).

Zoek China en Nederland op.

a Bekijk hoe ver het is van het westen naar het oosten van China.

Kies het juiste antwoord:



Van het westen naar het oosten van China is VERDER / NET ZO VER/ MINDER VER dan

Amsterdam naar Istanbul

b Bekijk hoe ver het is van het noorden van China (bij de rivier de Amoer) tot het zuiden van China

(bij Hong Kong).

Kies het juiste antwoord:

Van het noorden naar het zuiden van China is VERDER / NET ZO VER/ MINDER VER dan

van Amsterdam naar Casablanca.

Schaal

Weet je het nog? De schaal van de kaart is een getal dat vertelt hoe vaak de kaart kleiner is dan het gebied in werkelijkheid is. Om de afstand tussen twee plaatsen te berekenen



  • meet je eerst de afstand op de kaart.

  • dan kijk je naar de schaal: hoeveel is 1 cm op de kaart in werkelijkheid? Als je over grote afstanden praat, dan gebruik je kilometers in plaats van meters. 1 km is 100.000 cm. Om van centimeters naar kilometers te gaan moet je delen door 100.000 (vijf nullen wegstrepen).

  • Tot slot ga je vermenigvuldigen: het aantal cm op de kaart x het getal van de schaal.



4 Gebruik de kaart 'Aarde-staatkundig' (KB 76-77; GB 154-155).

Zoek de rivier de Jangtsekiang (GB: Chang Jiang) op. De Jangtsekiang is één van de langste

rivieren ter wereld. Met de schaal van de kaart kun je berekenen hoe lang de rivier is.

a Meet met je liniaal hoeveel centimeter de rivier op de kaart is.

Gebruik een touwtje of meet in kleine stukjes, zodat je de bochten mee kunt tellen.

De afstand op de kaart is ….. cm

b De schaal van de kaart is …………………, dus 1 cm op de kaart is in werkelijkheid ……... km

c De afstand is in werkelijkheid ………… X ………km = …… km

d Officieel heeft de Jangtsekiang een lengte van 6300 km. Leg uit waarom de afstand die jij

berekend hebt veel korter is dan de officiële afstand.



5 Gebruik de overzichtskaart van Zuidoost-Azië (KB 65, GB 122)

Zoek de rivier de Jangtsekiang (GB: Chang Jiang) op.



a Stroomt de rivier van oost naar west of van west naar oost? Leg uit hoe je dat kunt zien op de kaart.

b Weet je het nog: je kunt de rivier verdelen in de bovenloop, de middenloop en de benedenloop

van de rivier.

Welk deel ligt het dichtst bij de zee, de bovenloop, de middenloop of de benedenloop?

c Gebruik de overzichtskaart Zuidoost-Azië (KB 65, GB 122)

Zoek de steden Chonqing en Wuhan op. Het stuk van de rivier tussen Chonqing en Wuhan is de

middenloop van de rivier. Welk deel van de Jangtsekiang hoort bij de bovenloop van de rivier en

welk deel hoort bij de benedenloop? Kies de goede antwoorden.



  • De bovenloop ligt TEN OOSTEN / TEN WESTEN van CHONQING / WUHAN.

- De benedenloop ligt TEN OOSTEN / TEN WESTEN van CHONQING / WUHAN.

Deel 2: Hoe is het daar?
Er zijn grote verschillen tussen het gebied bij de bovenloop en het gebied in de benedenloop van de Jangtsekiang.
6 Gebruik de overzichtskaart van Zuidoost-Azië. (KB 65, GB 122) Let op de hoogtekleuren.

a Door wat voor gebied stroomt de bovenloop van de Jangtsekiang?

b Door wat voor gebied stroomt de benedenloop van de Jangtsekiang?
7 Gebruik de kaart 'China - bevolkingsdichtheid' (KB 66C, GB 124C).

a Bekijk de legenda. Met welke kleur wordt een dichtbevolkt gebied aangegeven op deze kaart?

b Welk gebied is dichter bevolkt, het gebied bij de bovenloop of het gebied bij de benedenloop?

c Leg uit waarom dit gebied dichter bevolkt is. (Tip: kijk nog eens naar de antwoorden op vraag 2)
8 Gebruik de kaart 'China - grondgebruik' (KB 66a; GB 124B: 'China - economie').

a Bestudeer de legenda. 'Im' betekent 'niet'. Leg uit wat wordt bedoeld met 'improduktief'.

b 'Extensief' betekent 'met veel grond en met weinig geld, machines en gebouwen'.

Leg uit wat extensieve veeteelt is.



c Waarvoor wordt de grond bij de bovenloop van de rivier gebruikt?

d Wat is het belangrijkste grondgebruik in de benedenloop van de rivier?
9 Gebruik de kaart 'China -mijnbouw en industrie' (KB 66B; GB 124B: 'China - economie').

Waar is meer industrie en mijnbouw, bij de bovenloop of bij de benedenloop van de rivier.


10 Zowel bij de bovenloop als bij de benedenloop van de rivier komen overstromingen voor.

In welk gebied zijn de gevolgen van een overstroming het grootst: bij de bovenloop of bij de

benedenloop? Leg je antwoord uit met wat je op de thematische kaarten gezien hebt.
11 Gebruik de overzichtskaart van Zuidoost-Azië en de thematische kaarten over China (KB 65 en

66; GB 122 en 124)

Zoek met deze kaarten uit hoe het gebied bij de middenloop van de rivier eruitziet.

a Hoe ziet het reliëf eruit?

b Is het een dunbevolkt of dichtbevolkt gebied?

c Waar wordt de grond voor gebruikt?

d Is er veel of weinig industrie en mijnbouw?

Deel 3: Wat zijn de oorzaken van de problemen?

(Groepsopdracht)


Er is meer dan één oorzaak voor de overstromingen van de Jangtsekiang.

De verschillende oorzaken hebben allemaal weer gevolgen. Zo ontstaat een keten van oorzaken en gevolgen. Uiteindelijk leidt die hele keten tot het ontstaan van overstromingen.



12 Van de docent krijg je een envelop met vier series van zes kaartjes (werkblad 1).

Elke serie vormt samen één keten van oorzaken en gevolgen



a Leg de kaartjes zo neer, dat je vier logische ketens van oorzaken en gevolgen krijgt.

Het komt er dan zo uit te zien. (Een pijltje betekent: 'daardoor '. Dat moet je er zelf bij denken.)







b Probeer eens of je ketens kunt combineren, zodat het een logisch netwerk van oorzaken en

gevolgen wordt. Als je twee of meer kaartjes met dezelfde tekst hebt, dan leg je er maar een neer.

Het geheel komt er dan bijvoorbeeld zo uit te zien:




















c Bekijk het oorzaak- en gevolgnetwerk dat jullie hebben gemaakt.

De laatste grote overstroming van de Jangtsekiang was in 1998. In die zomer viel er uitzonderlijk

veel regen. Dat is een van de oorzaken van de overstromingen, maar niet de hoofdoorzaak.

Vroeger regende het ook wel eens heel veel, maar toen was dat niet zo’n probleem. Wat is

volgens jullie de hoofdoorzaak van de overstromingen?
d Bekijk het oorzaak- en gevolgnetwerk dat je hebben gemaakt.

Schrijf een kort verslag waarin je uitlegt wat de belangrijkste oorzaken zijn van de overstromingen

van de Jangtsekiang.

Deel 4: Wat is de beste oplossing?
De regering van China wil voorkomen dat er nog vaker zulke grote overstromingen plaatsvinden.

Er zijn twee verschillende soorten oplossingen bedacht: het water tegenhouden of - het tegenovergestelde- het water de ruimte geven.


De eerste oplossing, het water tegenhouden, kan door de aanleg van een grote dam in de middenloop van de rivier, in de bergen tussen Chonging en Wuhan. Het wordt de grootste dam ter wereld. Achter de dam ontstaat een stuwmeer van 600 km lengte. In het stuwmeer kan 40 miljard m3 water worden opgeslagen. In de dam worden turbines aangebracht om elektriciteit op te wekken. De turbines in deze kolossale dam kunnen samen evenveel elektriciteit opwekken als 18 kerncentrales.
De tweede oplossing, het water de ruimte geven, betekent dat de mensen plaats moeten maken voor de rivier. Bij de bovenloop van de rivier worden kale berghellingen en akkers weer beplant met bos. In een bos zakt het regenwater meer in de grond. Er stroomt dan minder water over de berghellingen naar de rivier. Daardoor is er ook minder erosie en komt er minder slib in de rivier terecht.

Langs de benedenloop van de rivier worden 'retentiebekkens' gemaakt. Dat zijn polders waar het te veel aan rivier water naar toe kan stromen. In de dijk tussen de polder en de rivier worden schuiven geplaatst, die open gemaakt kunnen worden. Als het water in de rivier te hoog wordt, dan worden de schuiven opengezet. Het te veel aan water stroomt dan de polder in. Het water wordt daardoor over een groter gebied verspreid en komt dan minder hoog te staan. Er is dan minder kans dat de dijken langs de rivier doorbreken. In de polders die als retentiebekken moeten worden gebruikt, wonen duizenden mensen. Als het water weer eens te hoog komt, dan moeten ze snel weg uit de polder. Dan komen hun huizen en akkers weer onder water te staan. De mensen mogen er blijven wonen, maar het is beter om te verhuizen.


Er is veel discussie over wat de beste oplossing is. Wat moet er gebeuren: het water tegenhouden door de aanleg van een dam, het water de ruimte geven of allebei tegelijk?
13 Welke maatregelen er ook genomen worden, er zijn altijd mensen die er last van hebben.

a Welke mensen hebben het meeste last van de aanleg van de dam, de mensen bij de middenloop of

de mensen in de benedenloop van de rivier?



b En waar heeft men het meeste last van de aanleg van retentiebekkens?



  1. Op werkblad 2 staan een aantal meningen van mensen over dit probleem. Sommigen zijn voor

de aanleg van de dam, anderen juist niet.

Lees de meningen op werkblad 2 aandachtig door



a De mensen noemen verschillende argumenten. Wat vind jij het belangrijkste argument dat

genoemd wordt?



b Denk aan wat volgens jullie de hoofdoorzaak van de overstromingen is. Welke maatregel lijkt

jullie dan het beste: de dam aanleggen, de rivier de ruimte geven of allebei tegelijk doen? Leg uit

waarom je dat standpunt kiest.

Dezelfde gedachte, een andere oplossing


  1. Maak een meningenlijn. Dat is een lijn zoals je hieronder ziet. Laat minstens 5 centimeter boven

de lijn vrij om te schrijven.

Dam Rivier

aanleggen de ruimte geven

Overleg met je groep



a Geef elke persoon van werkblad 2 een nummer (of gebruik de voorletters, bijvoorbeeld Cui Yi

Zhou wordt CYZ). Plaats het nummer van elke persoon ergens op de meningenlijn. Zo laat je zien

van elke persoon zien wat hij/zij ervan vindt.

b Wie heb je helemaal links geplaatst (bij 'dam aanleggen')?

Wie staan er in het midden

Wie staan er rechts (bij rivier de ruimte geven?)



  1. Teken nu een verticale lijn door het midden van de meningenlijn, zodat er een kruis komt te staan.

Deze verticale lijn is de 'waardenlijn'. Deze lijn laat zien wat mensen het meest belangrijk, het

meest waardevol vinden.

Schrijf boven de waardenlijn 'veiligheid is het allerbelangrijkste '; schrijf onder de lijn

'Het mag niet te veel geld, grond en natuur kosten'. Zie figuur 1.

Zet nu de nummers of de voorletters op de waardenlijn.

Welke mensen vinden veiligheid het belangrijkste, welke mensen vinden de kosten het

belangrijkst, bij wie is het niet duidelijk.


  1. Trek nu stippellijnen omhoog of omlaag en opzij, zodat je elke mening in een vak van het kruis

plaatst. Bekijk de plaats van iedereen in het vak.

Wat valt op als je kijkt naar de waarden die mensen belangrijk vinden en naar de maatregelen die

zij willen nemen?


  1. Kijk nog eens naar je antwoord op vraag 14b. Denk je er nog hetzelfde over of zijn jullie van

mening veranderd?
Figuur 1

Veiligheid is het belangrijkste






Dam aanleggen Ruimte geven aan de rivier


Het mag niet te veel geld, grond en natuur kosten


Werkblad 1: oorzaken en gevolgen



1

Mensen hebben landbouwgrond en hout nodig




1

Er worden bossen gekapt.



1

De grond spoelt weg van de kale hellingen



1

De meesgespoelde grond wordt afgezet in de benedenloop van de rivier



1

De rivier wordt steeds minder diep, er is minder ruimte voor het water. Het waterpeil stijgt



1

Als er extra veel aanvoer van water is, ontstaat er een overstroming





2

Schepen willen sneller kunnen varen



2

De grote bochten in de rivier worden afgesneden.




2

De rivier wordt 78 km korter.



2

Het water is sneller in de benedenloop





2

In de benedenloop kan het water niet sneller. Het waterpeil stijgt.



2

Als er extra veel aanvoer van water is, ontstaat er een overstroming




3

Mensen willen bescherming tegen overstromingen.



3

Er worden dijken aangelegd



3

De rivier kan het slib niet meer zo ver van de bedding afleggen




3

Het gebied tussen de dijken wordt langzamerhand hoger door het afzetten van slib.




3

Tussen de dijken is steeds minder ruimte voor het water.

Het waterpeil stijgt.


3

Als er extra veel aanvoer van water is, ontstaat er een overstroming





4

De bevolking groeit. De welvaart stijgt. Iedereen wil te eten hebben



4

Er is meer voedsel en meer landbouwgrond nodig.




4

Grote stukken van het Dongting meer en andere meren waar de Jangtse doorheen gaat, worden ingepolderd




4

De rivier heeft minder ruimte.

Er is geen opvang meer voor perioden waarin er extra veel water in de rivier staat



4

Als er erg veel water wordt aangevoerd, bijvoorbeeld door het smelten van de sneeuw of door een periode met heel veel regen, kan het teveel aan water niet meer weg.




4

Als er extra veel aanvoer van water is, ontstaat er een overstroming




Werkblad 2: wel of geen dam?
Meningen
(1) Cui Yi Zhou, uit Wanxian (vlak bij de plek waar de dam gebouwd wordt)

Die dam is een ramp voor dit gebied. Het dal waar de dam moet komen te staan is een uniek natuurgebied, met prachtige kalkrotsen. Er liggen belangrijke archeologische gebieden. Dat gaat straks allemaal verloren. Bovendien is de bouw van de dam funest voor de visstand in de rivier. Er zijn maar liefst 172 soorten vis die de rivier opzwemmen om stroomopwaarts hun eieren te leggen. Die vissen kunnen daar straks niet meer komen


(2)Meng Xiang Lei, uit Nanjing

.Shanghai en Nanjing zijn belangrijke havenplaatsen. Het is belangrijk dat er goede verbinding is tussen de havens en de steden in het binnenland. Door de dam wordt het waterpeil in de rivier beter geregeld. Straks kunnen er schepen van 1000 ton tot 2500 km het binnenland invaren! Dat is goed voor de verdere economische ontwikkeling in dit deel van China. Daar heeft op den duur iedereen voordeel van.


(3) Xiao Wen Huang , uit Chongqing

De beste oplossing is het water meer ruimte geven in de benedenloop van de rivier. Dat is de ook de goedkoopste. Die dam kost meer dan 50 miljard dollar En dat zijn niet de enige kosten. Het hele gebied achter de dam komt onder water te staan. Er gaat enorm veel kostbare landbouwgrond verloren. Meer dan een miljoen mensen moeten verhuizen naar de slechtere grond op de berghellingen.


(4) Chen Qi Kuang,

Het allerbelangrijkste is het voorkomen van problemen. We moeten zorgen dat het water minder snel naar de benedenloop gaat. Daarom moeten er bomen worden gepland op de berghellingen. Dan wordt het water langer vastgehouden in de grond. Dat is de goedkoopste oplossing die er is. Als dat niet genoeg is, dan kunnen we over andere oplossingen gaan praten.


(5)Qiong Cuiu Whang, uit Yichang,

Totnogtoe komt de meeste elektriciteit uit elektriciteitscentrales die met steenkool worden gestookt. Als we het water in het stuwmeer achter de dam kunnen gebruiken om elektriciteit op te wekken, dan hebben we veel minder steenkool nodig. Dat bespaart geld. Bovendien is het gebruik waterkracht ook veel beter voor het milieu. Door het verbranden van steenkool ontstaat luchtvervuiling en het versterkt het broeikaseffect. Met waterkracht heb je daar geen last van.


(6) Chun Jie Jin, uit Wuhan

Ik vind dat allebei moet gebeuren: de dam aanleggen en retentiebekkens aanleggen. Natuurlijk kost het allemaal veel gelde n is het vervelend voor mensen die moeten verhuizen, maar veiligheid gaat boven alles. Door deze maatregelen kunnen miljoenen mensen veilig wonen. Ik wil niet nog een overstroming meemaken.


(7) Kou Liou Chen, uit Bejjing

De aanleg van een dam lijkt een goede en veilige oplossing, maar dat is het niet. Het slib in de rivier bezinkt straks achter de dam. Daardoor wordt het stuwmeer langzaam opgevuld met slib. Er kan dus steeds minder water in. De turbines gaan dan ook minder elektriciteit leveren. Bovendien ligt de dam in een gebied waar aardbevingen voorkomen. Je moet er niet aandenken wat er gebeurt als de dam doorbreekt!



GEOGRAFIE Maart 2002





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina