Doden sterven niet



Dovnload 65.84 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte65.84 Kb.
Dit is een overgetypt boekje met de titel "Doden sterven niet "geschreven door Dr. W.C van Dam.

ISBN 90 242 0059 8




INLEIDING:
In 1978 overleed mijn vader plotseling. Terwijl hij waarschijnlijk al buiten bewustzijn was, zei hij tweemaal: `Jezus Christus'. Was het een roep om hulp? Of had hij een ontmoeting met de Heer van zijn leven? Zoals een van mijn grootouders, wiens laatste woorden waren: `Ja, Jezus, ik kom'? De vraag, wat mensen op de grens van leven en dood ervaren, heeft me sindsdien meer dan ooit beziggehouden. Dat is de eerste aanleiding tot het schrijven van dit boek. Maar er is ook een tweede aanleiding. Het is in de laatste jaren steeds beter mogelijk geworden, mensen bij wie hartslag en bloedsomloop tot stilstand zijn gekomen, toch nog tot leven terug te brengen. Zei men vroeger, als de dood ter sprake kwam: `er is nog nooit iemand teruggekomen', nu leven ei vele duizenden, die wél teruggekomen zijn. Velen hebben willen getuigen van wat ze in de minuten dat ze `weggeweest' zijn hebben meegemaakt. Van degenen die hun ervaringen hebben opgetekend, noem ik de Amerikaanse arts Moody en de Duitse ziekenhuispredikant Hampe, omdat hun boeken in onze taal vertaald zijn. Maar vooral in Amerika verscheen en verschijnt een stroom van boeken op dit gebied. Het thema is kennelijk actueel. Het taboe van de dood is doorbroken. Heeft het zin een nieuw boek toe te voegen aan alles wat al verschenen is? Na enige aarzeling heb ik gemeend van wel. En dat om twee redenen. In de eerste plaats: de meeste schrijvers houden zich slechts met één facet bezig. Sommigen, vooral uit een vorige generatie, geven sterfbed-ervaringen weer. Anderen, vooral in deze tijd, berichten over de ervaringen van mensen, die klinisch dood zijn geweest. Een derde groep mensen geeft weer, wat zij als visionaire mensen hebben geschouwd van het leven aan de andere kant van de dood. Wij willen al deze drie wegen bewandelen en daarbij nagaan of de uitspraken van stervenden, teruggekeerden en visionairen al of niet met elkaar overeenkomen. En in de tweede plaats willen we niet alleen onderzoeken of de ervaringen van deze drie groepen standhouden tegenover kritische vragen die van wetenschappelijke zijde kunnen worden gesteld, maar vooral ook, hoe ze staan tegenover het getuigenis van de Bijbel. Wordt het bijbels getuigenis over het leven na de dood door het materiaal dat we in de eerste drie hoofdstukken van dit boek op tafel zullen leggen bevestigd, aangevuld of doorkruist? We hebben bij ons onderzoek geen gebruik gemaakt van getuigenissen uit de wereld van het occultisme in het algemeen en het spiritisme in het bijzonder. Zoals ik in mijn vorige boek Occultisme en Christelijk Geloof heb uiteengezet, .acht ik de informatiebron achter de paranormale verschijnselen dermate verdacht, dat we, hoe subjectief oprecht paranormaal begaafden ook mogen zijn, de gegevens die vanuit spiritistische seances of uittredingen van de ziel uit het lichaam worden verschaft, onbetrouwbaar moeten achten. A1 bij onze geboorte staat vast, dat we eenmaal zullen sterven. Omdat deze gedachte velen angstig maakte, is ze lang als een taboe verdrongen. Nu maakt bij velen de verdringing plaats voor een nieuwsgierigheid. Boeken over stervenservaringen worden gelezen als sensatielectuur. Vandaar de aarzeling, boven al vermeld, om ook erover te schrijven. wie erover schrijft, moet zich hoeden voor een sensationele stijl. Die hebben we dan ook willen vermijden. De dood is een ernstige zaak en daarbij past, bij alle bewogenheid, een sobere, nuchtere taal. Maar voor wie gelooft dat de dood geen muur is maar een poort, geen eindstation waar men uitstapt maar een station waar men overstapt, heeft de dood veel van zijn verschrikking verloren. Als daarom met de ernst ook de blijdschap in dit boek doorklinkt, dan is de toon getroffen, die de schrijver heeft willen vinden.




HOOFDSTUK I


OP DE GRENS.
Ongeteld velen zullen merkwaardige dingen hebben gezien die zich rond stervenden hebben afgespeeld. Nog meer mensen hebben daarover gehoord. Velen zijn gestorven, terwijl ze hun handen verlangend uitstrekten, met een glans van vreugde op hun gezicht, met een verraste uitroep of met een korte beschrijving van wat ze vanaf de grens tussen leven en dood mochten wáarnemen. Van anderen wordt bericht, dat hun einde vol angst en wanhoop was. Al in de vorige eeuw verschenen er verzamelingen van dergelijke ervaringen. De deense theoloog Martensen-Larsen schreef na de eerste wereldoorlog een boek over stervenservaringen. En in onze tijd hielden de Amerikanen Osis en Haraldsson een enquête onder artsen en verpleegsters en verzamelden zo gegevens over 1644 sterfgevallen. Ze concludeerden: `de meesten zeggen, verschijningen te zien en spreken met hen, die hen komen halen: al eerder gestorven verwanten en vrienden.' Tegelijkertijd liep een ander onderzoek naar stervenservaringen binnen een heel andere cultuur, nl: van India. De resultaten van dat onderzoek waren gedeeltelijk eender, alleen gaven in India veel meer stervenden de indruk, met geweld en tegen hun wil weggesleurd te worden. Wij delen de sterfbedervaringen die we zullen weergeven in drie categorieën in. Inderdaad zijn er laatste woorden, die wijzen op een zien van eerder gestorvenen, maar ook van engelen en van Jezus zelf. Dan zijn er berichten over een horen van muziek en een zien van een land of stad van licht. En tenslotte moeten we ook luisteren naar hen, die vlak voor hun heengaan vol ontzetting spraken over een verschrikkelijke werkelijkheid, die op hen afkwam. We zullen elk voorbeeld een nummer geven, ook in de verdere hoofdstukken, zodat we later gemakkelijk naar sommige kunnen terugverwijzen. A. Het zien van gestalten 1. Verwanten en vrienden Uit de grote massa van berichten kiezen we er enkele uit.



Voorbeeld l.
De stervende Canadese schrijver Albert Cliff zag aan de muur de tekst hangen: `Ik weet, dat mijn Verlosser leeft'. `Ja, dat weet ik', zei hij, `en ze zijn allen hier om me heen: moeder, vader, broers en zusters.'
Voorbeeld 2. In 1964 stierf de Amerikaanse Eleanor Herrick aan kanker. De vrouw die in het bed naast haar lag, vroeg aan Eleanors dochter: `Wie is toch Margaret? Je moeder heeft de hele morgen over haar gesproken.' Margaret was de al jaren geleden overleden zuster. De laatste woorden van de stervende tegen haar dochter waren: `O, het is hier zo vreemd. Ik ben halverwege tussen twee werelden. Ma en Pa zijn hier en ik kan hen zien, maar jou kan ik niet meer zien.' Soms komt het voor, dat stervenden mensen identificeren, die ze bij hun leven nooit gekend hebben.


Voorbeeld 3.


Osis en Haraldsson vertellen van een kind, dat zijn moeder zag, die het wilde meenemen. Maar het kind had zijn moeder, die bij zijn geboorte gestorven was, nooit gezien.

Voorbeeld 4.


Een ander kind zegt stervend: `Ach, bent u dat oma?' Maar oma was al vóór de geboorte van het kind overleden. Nog opmerkelijker zijn de gevallen, waarin stervenden gestalten ontmoeten waarvan ze niet weten dat ze gestorven zijn. We geven daarvan drie voorbeelden.



Voorbeeld 5.
De stervende Eleanor Smith zei tegen haar zuster: `Natalie, er zijn zovelen van hen. Fred is er. En Ruth - wat doet zij hier?' Ruth was een nicht, die een week eerder plotseling overleden was. Maar Eleanor was van Ruths sterven niet op de hoogte gebracht!



Voorbeeld 6.
De predikant Sandborn bezocht een ernstig zieke jonge vrouw. Deze zag, hoe een poort geopend werd en riep uit: `Daar, daar, ze komen nu en ik zal gaan.' Toen, met teleurgestelde blik: `ze hebben kleine Mamie vóór mij binnengelaten. Maar ze komen gauw terug voor mij.' Enkele ogenblikken later riep ze: `De poort gaat weer open, nu zal ik binnengaan.' Maar, weer teleurgesteld: `Ze laten grootvader vóór mij binnen. Maar ze komen gauw terug voor mij.' Even daarna stierf de jonge vrouw. Ds. Sandborn informeerde bij de familie, wie kleine Mamie was. Het bleek een vroeger buurmeisje geweest te zijn, dat men al lang uit het oog had verloren. En `grootvader' was' een oude vriend van de jonge vrouw geweest, die al jaren terug verhuisd was. Ds. Sandborn informeerde bij de Amerikaanse P.T.T. naar beide mensen en kreeg bericht terug, dat beiden op 16 september overleden waren en wel op precies het zelfde moment, waarop de jonge vrouw hen had gezien!



Voorbeeld 7.
Martensen-Larsen vertelt van een vrouw, die op haar sterfbed uitriep: `Mine, en met een klein kind op haar arm!' Mine was haar zuster. Ze wist niet, dat deze even tevoren met haar baby in het kráambed gestorven was. Tenslotte een getuigenis over hoe de eerder gestorvenen gezien worden.



Voorbeeld 8.
Daisy Dryden, een meisje van tien jaar, wist dat haar zeven maanden eerder gestorven broertje haar kwam halen. Ze ziet ook andere gestorven familieleden. Kinderen blijken te zijn opgegroeid. Niemand heeft meer de gebreken die hij op aarde vertoonde. `Niemand kan deze dingen zien', zei Daisy, `tenzij hij stervende ogen heeft.'

2. Engelen Vele stervenden zien lichtgestalten, die ze niet houden voor eerder gestorvenen, maar 'voor engelen: geestelijke wezens, die in Gods dienst staan. Weer komen de berichten uit verschillende tijden en volken.

Voorbeeld 9.
De laatste woorden van de vrouw van de Bernse predikant Bernard waren: `Ik zie twee engelen, die me komen halen.'



Voorbeeld 10.
Een jong gestorven nichtje van iemand die ik ken, loofde God en zei: `O, ik kan de engelen hier in de kamer zien. Kunnen jullie ze niet zien?'
Voorbeeld 11.



De Engelse methodistenprediker John Oxtoby zei op zijn sterfbed tegen zijn zuster: `O, wat heb ik aanschouwd! Ik kan het onmogelijk beschrijven! Er waren drie lichtende gestalten naast me. Hun kleren waren zo stralend, ze zagen er zo heerlijk uit, ik heb nooit iets vergelijkbaars gezien!'



Voorbeeld 12.
De Amerikaan Clement Brown zei tegen zijn vrouw: `Ik zie één, twee, drie, vier, vijf engelen, net zo duidelijk als ik jou zie. Ik wou, dat je ze kon zien, ze zijn prachtig in het wit gekleed. Ze wenken me en Jezus vraagt me om te komen.'



Voorbeeld 13.
Enkele jaren terug was de zendeling Paul Ladrus samen met een negerjongen van achttien jaar op olifantenjacht. Een olifant viel de jongen aan en verwondde hem dodelijk. Deze, nog niet lang christen, beschreef de engelen en sprak stervend over de hemelse muziek die hij hoorde. Af en toe komt het voor dat mensen zowel gestorvenen als engelen om zich heen zien.



Voorbeeld 14.
William Booth, de stichter van het Leger des Heils, zei, dat hij vele engelen en heiligen (overleden gelovigen) om zich zag. Onder de laatsten was een vriend van hem, die jaren eerder gestorven was.



Voorbeeld 15.
Een jonge man, Harvey White, zei glimlachend tegen zijn moeder: `Daar is Mary. Zie je haar niet? Ze staat aan het voeteneind. Ze ziet er prachtig uit. Hier is ze, met twee engelen bij haar. Ze zijn voor mij gekomen.' Mary was Harvey's zusje, dat op haar vierde jaar overleden was.



Voorbeeld 16.
Een meisje, dat op haar twaalfde stervende was, Minnie Chatham, zag engelen en kinderen: `De engelen zijn voor me gekomen. Ze staan bij de deur op me te wachten. Kijk naar de kleine kinderen! O, moeder, ik moet gaan.'Een enkele keer komt het voor, dat ook aanwezigen een engel of een engel met gestorvenen waarnemen.



Voorbeeld 17.
Martensen-Larsen weet van een verpleegster, die zag hoe een eerder gestorven kind aan de hand van een engel zijn stervende moeder naderde.

3. Jezus

Telkens weer zeggen stervenden, dat ze iemand zien die ze zonder enige aarzeling met Jezus identificeren. Ook deze getuigenissen zijn niet aan tijd of plaats gebonden. We geven er een aantal van weer.


Voorbeeld 18.
In 1683 werd een zekere M. Homel door een wagen overreden. Zijn laatste woorden waren: `Ik zie de hemel geopend en Jezus met uitgestrekte armen.'



Voorbeeld 19.
De Ierse methodistenprediker Thomas Walsh stierf al op zijn 27e jaar met de woorden: `Hij is gekomen, Hij is gekomen, mijn Geliefde is van mij en ik ben van Hem voor eeuwig.'



Voorbeeld 20.
Het Arabische meisje Naglie uit Jeruzalem zei kort voor haar dood: `Het is Jezus, vader, die gekomen is om me te halen. Daar staat Hij, aan het voeteneind van mijn bed. Hij roept me naar huis.'



Voorbeeld 21.
Het Amerikaanse meisje Filura Clark kwam tijdens een opwekking op negentienjarige leeftijd tot bekering. Op haar sterfbed zei ze tegen de huilende familieleden: `Jezus is bij me. Ik hoef niet alleen te gaan.' Ze keek omhoog en zei: `Kom, ik ben klaar om te gaan.' Het verhaal over haar heengaan bracht veel leeftijdgenoten tot geloof. In enkele gevallen wordt Jezus samen met een engel of een eerder gestorvene gezien.



Voorbeeld 22.
De Engelse methodistenpredikant ds. William Kendall riep vlak voor zijn dood uit: `De hemel is naar de aarde afgedaald. Ik zie de engelen, ze vliegen door het huis.' Na een korte slaap zei hij: `Ik heb de Koning gezien in zijn schoonheid, de Koning der ere. Ik heb in zijn paleis geslapen.'



Voorbeeld 23.
Een Deense zei vlak voor haar heengaan: `Ik zag moeder. Ze zat aan de zijde van de Heiland en breidde haar armen naar me uit.' Daisy Dryden zag voor haar dood niet alleen gestorven familieleden, maar ook Jezus zelf, die haár zei, dat Hij haar mee zou nemen naar de hemel.



Voorbeeld 24.
De wereldbekende evangelist Billy Graham vertelt in zijn boek over engelen over het sterfbed een verpleegster, die zag hoe een eerder gestorven kind aan de hand van een engel zijn stervende moeder naderde. van zijn grootmoeder: `De kamer scheen voor een ogenblik gevuld te zijn met een hemels licht. Ze ging rechtop in bed zitten en zei, bijna luid: Ik zie Jezus, Hij strekt zijn armen naar me uit. Ik zie Ben (haar man, die enkele jaren eerder overleden was) en ik zie engelen.'






Voorbeeld 25.
Een zendeling in China, ds. Talbot, stond aan het sterfbed van een Chinese christin. Opeens was de kamer vol hemelse muziek. De stervende keek stralend op en riep uit: `Ik zie Jezus, staande aan Gods rechterhand, en Margaret (een dochtertje van de Talbots dat enkele maanden tevoren was gestorven) is bij Hem!'

B. Het zien van heerlijkheid.

We hoorden sommigen al spreken over muziek en over een poort. Men krijgt de indruk, dat een aantal stervenden achter de gestalten die ze waarnemen, ook iets zien dat wijst op een plaats, waar men heengaat, op een nieuwe dimensie, die men gaat betreden. Geluiden en muziek zijn soms ook door anderen gehoord.


Voorbeeld 26.
Toen de bekende Duitse predikant August Hermann Francke in 1727 stierf, hoorde hij een wonderbare muziek. Ook de aanwezige familieleden vingen deze op.



Voorbeeld 27.
In de vorige eeuw stierf de Amerikaanse Sophia Rubeti. Haar laatste woorden waren: `Ik hoor verrukkelijke muziek. O, het is verrukkelijk! Luister, ik denk, dat jullie het ook kunnen horen. Jezus komt, ze komen, zet me overeind!'



Voorbeeld 28.
In Brazilië stierf de zendeling David Appleby. Kort voor zijn dood riep hij uit: `Ze roepen, ze roepen daar in de hemel!'Af en toe wordt ook verteld, dat stervenden vanaf de grens tussen leven en dood een blik mogen werpen in het land aan de overkant. Velen van hen spreken over schoonheid en liefelijkheid van wat ze `de hemel' noemen. Een van de bekendste is Thomas Edison. Hij fluisterde zijn arts toe: `Het is heel mooi daarginds.' `Het is prachtig', waren de laatste woorden van de dichteres Elisabeth Browning. Maar slechts enkelen zijn in staat geweest, iets inhoudelijks mee te delen over wat ze zagen. En dan spraken ze steeds over een stad met poorten.



Voorbeeld 29.
Lilian Lee, een meisje van tien jaar, zei tegen haar vader: `O papa, wat een fijn gezicht! De gouden poorten zijn open en een massa kinderen stroomt naar buiten.' Wat later riep ze uit: `Ze renden naar me toe en begonnen me te kussen en me bij een nieuwe naam te noemen. Ik kan me niet herinneren, wat die was'. Haar laatste woorden waren: `Ja, ik kom, ik kom.'



Voorbeeld 30.
Een Deense professor zei stervende: `Uit de hemelpoort komt een grote schare van in het wit gekleden, allen zijn rein gewassen.'



Voorbeeld 31.
Een vooraanstaand methodist, dr. Wakeley, zag iets dergelijks: `Net als Bunyan zie ik een grote menigte met witte gewaden en ik verlang om bij hen te zijn. Luister, horen jullie dat lied niet? Er is grote vreugde in de hemel! Rol open, jullie gouden poorten en laat mijn wagen erdoorheen gaan!'



Voorbeeld 32.
Mevrouw Jang, een ongeletterde chinese vrouw, stierf anderhalf jaar na haar bekering. Op haar sterfbed berichtte ze: `De Heer kwam de kamer binnen, nam me bij de hand en zei: Kom met Me mee. Even later stonden we voor een paarlen poort. Het was de hemelpoort. Engelen deden open en we gingen naar binnen. Ik zag veel mooie huizen in prachtige kleuren. Ik zag duizenden engelen in een grote kring, die zongen en liefelijke muziek maakten. In het midden stond de glorietroon de hemelse Vader zat erop. Toen ik Hem zag, werd ik bevreesd, ik durfde nauwelijks mijn ogen opheffen. Hij zei: Je mag nog even terug, maar je moet op áe 12e hier bij Mij terugkomen.' Mevrouw Jangs getuigenis bracht honderden dorpelingen tot geloof. Inderdaad stierf ze op de 12e van de maand erop. Misschien past dit verhaal beter in het volgende hoofdstuk. Normaal maken stervenden niet zoveel mee. Ze zien vanaf de grens.



Voorbeeld 33.
Een andere Chinese, een zgn. bijbelvrouw, dus lekenevangeliste, zei voor haar heengaan: `k zie de hemel open en mijn Verlosser met veel engelen.' Toen men haar vroeg, hoeveel het er waren, antwoordde ze: `Ontelbare, en ze zingen.' In deze laatste citaten is het zien van gestalten en van heerlijkheid met elkaar verbonden. We geven nog enkele sterfbedervaringen, waar deze combinatie voorkomt, uitvoeriger weer.



Voorbeeld 34.
Augustus M. Toplady, de dichter van het bekende lied `Vaste rots van mijn behoud', stierf in 1778 op 38-jarige leeftijd. Een uur voor zijn dood werd hij wakker na een korte slaap. `O, wat een verrukking', riep hij uit. `Wie kan de vreugden van de derde hemel peilen? Wat een stralende zonneschijn is om me heen uitgespreid! Ik heb geen woorden genoeg om die te beschrijven. Ik weet dat het niet lang meer kan duren voor mijn Heiland me komt halen . . . alles is licht, licht, het stralen van zijn eigen glorie. O, kom Heer Jezus, kom vlug.'



Voorbeeld. 35.
De predikant van de jonge vrouw Carrie Carmen berichtte over haar sterven. Hij zag, hoe ze plotseling omhoog keek en uitriep: `Prachtig, prachtig!' Iemand vroeg: `Wat is zo prachtig?' `O, ze zijn zo mooi!' `Wat zie je dan?' `Engelen, ze zijn zo mooi!' `Hebben ze vleugels?' `Ja, luister, ze zingen zo mooi als ik nog nooit eerder gehoord heb!' `Zie je Christus?' `Nee, maar ik zie de Heilige Stad. Ze is zo mooi, ik kan je niet zeggen hoe schitterend ze is!' Ze sloot haar ogen en rustte een ogenblik. Toen keek ze stralend omhoog en zei: `Ik zie Christus en o, wat is Hij mooi!' Haar echtgenoot vroeg: `Hoe ziet Hij eruit?' Zij: `Ik kan het je niet zeggen, maar Hij is veel mooier dan al de anderen', en weer zei ze: `Ik zie de Heilige Stad', en na wat staren in de verte zei ze: `Zo velen!' `Wat zie je, waarvan zijn er zo velen?' `Mensen, meer dan ik kan tellen.' `Wie?' `Oom George en heel veel meer, ze roepen me, ze wenken me!' `Is daar een rivier?' `Nee, ik zie er geen.' Toen sloeg ze haar ogen op en zei: `O, draag me van dit bed.' Haar echtgenoot zei: `Ze wil van bed af.' Maar haar vader zei: `Ze spreekt tegen de engelen.' Toen hij vroeg of dat zo was, bevestigde ze dat. Ze dankte de arts voor zijn goede zorgen en vroeg hem, haar in de hemel te ontmoeten. Ze sloot haar ogen en leek snel weg te zinken. Haar echtgenoot kuste haar en vroeg: `Carrie, kun je me kussen?' Ze opende haar ogen weer en kuste hem en zei: `Ja, ik kan terugkomen om je te kussen, ik was al bijna aan de overkant.' Enkele ogenblikken later ging ze daar definitief heen.



Voorbeeld 36.
De beroemde evangelist Moody overleed in 1899. Vroeg in de morgen van de 22e december zei hij bij het wakker worden: `De aarde trekt zich terug. De hemel opent zich voor me.' Zijn zoon dacht, dat hij dat in zijn slaap zei, maar Moody zei hem: `Nee, dit is geen droom. Het is prachtig! Als dit de dood is, dan is die liefelijk. Er is hier geen diep dal. God roept me en ik moet gaan.' De familie en de arts werden naar de slaapkamer geroepen. Moody gaf hun zijn laatste beschikkingen en bepaalde, wie welke taak zou voortzetten. Toen was het, alsof hij door de sluier heenzag: `Dwight, Irene! Ik zie de gezichten van de kinderen!' (het waren twee kleinkinderen die het jaar tevoren overleden waren). Nadat hij een half uur bewusteloos was geweest, kwam Moody weer bij : `Geen pijn, geen dal! Als dit de dood is, dan is het helemaal niet erg,, het is liefelijk!' Even later, steunend op zijn elleboog, richtte hij zich op en riep uit: `Dat is vreemd! Ik ben door de poorten van de dood binnen de portalen van de hemel geweest en hier ben ik weer terug! Het is erg vreemd!' Daarna bleef hij nog een tijdje bij kennis en sprak hij helder met zijn familieleden, totdat hij vredig definitief insliep. C. Negatieve ervaringen Niet alle sterfbed-ervaringen zijn zo positief als de tot nu toe geciteerde. Van velen wordt verteld, dat ze op de grens van leven en dood met een verschrikkelijke werkelijkheid werden gekonfronteerd. Hun ogen stonden vol angst en ontzetting, vaak bleef deze gezichtsuitdrukking ook na de dood. Vaak is er een laatste angstige uitroep. Van een aantal bekende persoonlijkheden is deze genoteerd.



Voorbeeld 37.
Koning Karel IX, gestorven 1574: `Ik ben verloren, ik zie het!'



Voorbeeld 38.
Sir Thomas Scott, gestorven 1621: `Ik geloofde, dat God noch hel bestond. Nu weet en voel ik, dat ze allebei bestaan en dat ik door een rechtvaardig oordeel tot ondergang gedoemd ben.'



Voorbeeld 39.
De filosoof Thomas Hobbes, gestorven 1679: `Ik sta op het punt om in het duister te springen.'

Voorbeeld 40. Edward Gibbon: `Alles is nu verloren, alles is donker.'



Voorbeeld 41.
Talleyrand, gestorven 1838, tegen zijn koning: `Ik lijd, Sire, de pijnen van de verdoemden. ' Verschillende zielzorgers stellen telkens weer vast, dat mensen die zich met occulte praktijken hebben afgegeven een ellendig sterfbed hebben. Dr. Kurt Koch geeft in zijn boeken daarvan telkens voorbeelden.



Voorbeeld 42.
Een magische belezer stierf onder vloeken. Een doordringende stank vulde de kamer .



Voorbeeld 43..
Een ouderling, die met het zogenaamde `zesde en zevende boek van Mozes' magie bedreven had, stierf eveneens onder vloeken. Van een aantal, die huiveringwekkend stierven, is bekend, dat ze van hun geloof waren of er zich hardnekkig tegen hadden verzet.



Voorbeeld 44.
William Pope, een engelse ex-methodist, riep op zijn sterfbed uit: `O, de brandende vlam, de hel, de pijn die ik voel. O, de hel, de kwelling, het vuur in me. O eeuwigheid, eeuwigheid. Altijd met demonen te moeten wonen en met verdoemde geesten in de poel van vuur, dat moet mijn lot zijn, en het is een rechtvaardig lot. Ik wil niets anders dan de hel! Kom, duivel, en haal me!'



Voorbeeld 45.
En meisje, dat zich hardnekkig tegen een keuze voor Christus had verzet: `O, wat ontzettend, o red me, ze trekken me naar beneden. Verloren, verloren!'



Voorbeeld 46.
De franse atheïstische filosoof Voltaire wilde zich op zijn sterfbed met de kerk verzoenen. Ongelovige vrienden, die dit wilden verhinderen, werden door hem uitgevloekt. Daarna legde hij de herroeping van zijn oude standpunten schriftelijk vast. Maar hij bleef woeden tegen God en mensen. Hij riep zijn arts toe: `Ik moet sterven, door God en mensen verlaten.' Toen de arts verklaarde, niets meer voor hem te kunnen doen, riep Voltaire uit: `Dan zal ik ter helle varen, en u mee.' Later zei zijn verpleegster, dat ze voor alle rijkdom van Europa nooit meer een ongelovige zou willen zien sterven, zo verschrikkelijk was zijn einde. In een bezetenheidsgeval vertelden demonen uit de mond van de bezetene hoe zij Voltaire na zijn dood ontvangen hadden (P. Sutter, satans Macht und Wirken, Gröbenzell, 7e dr. 1975, blz. 35). Omdat wij steeds sceptischer zijn geworden, wat uitlatingen van demonen betreft, zullen we deze in het vervolg niet gebruiken.



Voorbeeld 47.
Van Stalins sterfbed zijn we op de hoogte gebracht door zijn dochter Swetlana: `Het sterven van mijn vader was verschrikkelijk zwaar. De doodsstrijd was ontzettend. In de laatste minuut opende hij plotseling zijn ogen. Het was een verschrikkelijke blik, half waanzinnig, half toornig. Toen hief hij plotseling zijn linkerhand omhoog en wees hij naar boven, waarbij hij ons allen bedreigde.' Hierboven kregen we al een indruk van de inhoud van de negatieve ervaringen op het sterfbed. Er is sprake van een hel, van vuur, van de duivel. We voegen nog een aantal uitspraken toe, waarin ook andere beelden, als muur en water, worden gebruikt.



Voorbeeld 48.
Een bendeleider: ` Ik ga naar de hel, ik ben verloren. Zo kan ik niet sterven. O moeder, het is vreselijk om naar de hel te gaan.'
Voorbeeld 49.
De atheïstische echtgenoot van een spiritiste: `Ik zie een grote hoge muur voor me oprijzen, en nu het te laat is, ontdek ik dat het makkelijker is om in de hel te komen, dan eruit.'



Voorbeeld 50.
Een spotter met het geloof: `Kijk, hoe het water omhoog komt. Gauw zal de rivier me overspoelen. Ik heb nooit in een hel geloofd, maar nu geloof ik erin. O, hoe verschrikkelijk!' Anderen spreken eveneens over een duivel of over `ze'.



Voorbeeld 50a
Bovenvermelde spotter: `Ik zie de duivel op bed naast me zitten. Aan elke kant van me zitten er kleintjes.'



Voorbeeld 51.
Een meisje dat nogal wild geleefd had: `O, de duivel komt om mijn ziel de hel in te trekken. Ik ben voor altijd verloren!'



Voorbeeld 52.
Een Deen, die als magiër bekend stond, zag de duivel naderen. `Kijk, daar is hij. Hij neemt me mee! Help !' De Duitse predikant Hampe vermeldt een onderzoek, waaruit zou blijken dat slechts in 8 van 4.200 geobserveerde sterfgevallen van een doodsstrijd sprake was. Uit een ander onderzoek zou kunnen blijken, dat dat speciaal het geval was bij mensen die een zelfmoordpoging hadden gedaan. Maar Martensen-Larsen kwam tot een andere conclusie: `Het lijkt, alsof er niet alleen woningen zijn in het Vaderhuis, maar ook vele daarbuiten.' Dat is ook de indruk, die wij krijgen uit het door ons in dit hoofdstuk verzamelde materiaal. We komen in de volgende hoofdstukken daar op terug.




HOOFDSTUK II


OVER DE GRENS.
Zoals we in de Inleiding al aanduidden: door de vooruitgang van de medische wetenschap is het mogelijk geworden, met bepaalde methoden en onder bepaalde omstandigheden mensen uit de dood terug te halen. Men spreekt over reanimatie, resuscitatie en over herlevingtechnieken. Men gebruikt hartmassage, longmachines, mond op mondbeademing en injecties met bijvoorbeeld adrenaline.


Gemiddeld heeft men daarvoor vier à zes minuten de tijd, in 11 % van de gevallen is nog tot ongeveer twintig minuten reanimatie mogelijk. Russische geleerden hebben vastgesteld, dat de hersenen bij een plotselinge dood veel meer zuurstof bevatten dan bij een langzaam sterven het geval is en dat zij dus in het eerste geval langer kunnen blijven functioneren. Men onderscheidt thans tussen twee of drie soorten dood: de klinische dood, waarbij er geen hartslag en ademhaling meer is en de absolute, biologische, onomkeerbare dood, waarbij de hersenen door zuurstofgebrek ophouden te functioneren, de hersenschors onherstelbaar beschadigd is en een encefalogram alleen maar een vlakke lijn te zien geeft. Sommigen onderscheiden daarvan de weefseldood: na ongeveer 72 uur worden de cellen afgebroken en gaat het weefsel zich ontbinden, totdat ook aan de groei van haren en nagels een einde komt. Het Laboratorium voor Experimentele Fysiologie van de Reanimatie in Moskou geeft dé volgende definitie van de klinische dood: `De klinische dood is een stadium, waarin alle uitwendige kenmerken van het leven: bewustzijn, reflexen, ademhaling en hartwerking afwezig zijn, maar waarin het organisme nog niet dood is en de stofwisselingsprocessen van de weefsels nog doorgaan, terwijl het onder bepaalde omstandigheden mogelijk is, alle funkties te herstellen.' Dat betekent dus, dat we nu veel meer dan vroeger de beschikking hebben over de ervaringen, die velen in de minuten van hun klinische dood hebben opgedaan. Stonden stervenden aan de grens, mensen die klinisch dood zijn geweest, lijken de grens te zijn overgestoken. Het valt daarom te verwachten, dat deze laatsten na hun reanimatie méér kunnen vertellen van wat ze hebben ervaren, dan diegenen, die ons vanaf de grens nog enkele woorden konden toeroepen.

We zullen zien, dat deze verwachting inderdaad door de feiten wordt bevestigd. Er zijn overigens ook mensen teruggekeerd, die veel langer dan twintig minuten dood zijn geweest. Hun terugkomst tot het leven is dan ook niet door medisch ingrijpen geschied, maar meestal is er iemand geweest, die de opdracht heeft gespeurd, om in de naam van Jezus de dode op te wekken. Velen weten niet, dat deze opwekkingen ook na de bijbelse tijd zijn blijven voorkomen. De kerkvader Irenaeus signaleerde ze in zijn tijd, zo rond het jaar 200. Maar we vinden ze tot in onze tijd toe. Wat medisch gezien onmogelijk is: de hersenen van deze uit de dood opgewekten blijken onbeschadigd normaal te functioneren. We geven van deze opwekkingen een aantal voorbeelden.

Voorbeeld 53. Er wordt bericht, dat tijdens de grote opwekking in Timor, rond 1970, acht doden zijn opgewekt. Ds. Ralph Wilkerson uit Anaheim sprak met vier van hen. Mel Tari was bij een dodenopwekking aanwezig. In het dorp Amfvang was een man al twee dagen dood. Het lijk stonk. Voor de begrafenis waren duizend gasten gearriveerd. Een team van Christenen betrad op dat moment het dorp. Ze waren overtuigd, dat Christus in hun hart het bevel gaf: `Ga eromheen staan en zing liederen. Ik zal hem opwekken.' Bij het zesde lied begonnen de tenen van de man te bewegen. Tijdens het zevende en achtste lied kwam hij bij vol bewustzijn en keek hij glimlachend rond.

Overigens bericht zendeling Reb dat er ook op de Filippijnen zulke dodenopwekkingen zijn voorgekomen en verklaart de anglicaanse bisschop van Singapore, Chiu: `Ik heb gehoord van mensen, wier oordeel ik vertrouw, dat zij mensen van de dood hebben zien terugbrengen.'

Voorbeeld 54. Onder de Zoeloes in Zuid-Afrika is al jarenlang een geestelijke vernieuwingsbeweging aan de gang. In de kliniek van de leider van deze beweging, Erlo Stegen, stierf op 21-jarige leeftijd een zekere Lydia Thofozi. De polsslag verdween, het lichaam werd koud. Stegen en zijn team baden urenlang. Daarna bewoog ze zich. De ziekte waaraan ze geleden had, was verdwenen. Veel Zoeloes kwamen door dit gebeuren tot geloof.

Voorbeeld 55. Zendeling Lovick bericht, hoe een inheems predikant in Togo getuige was van de begrafenis van een zevenjarig kind, de enige zoon van een weduwe. Deze voelde zich gedrongen om de stoet tegen te houden. Hij beval het lijk van de jongen op het altaar van de kerk te leggen en gebood daar: `In Jezus' naam, sta op.' De jongen stond direct op. Velen in die streek kwamen tot geloof. Ook een zendeling in Ivoorkust, Sahli, bericht van een dodenopwekking, die daar heeft plaatsgevonden.

Voorbeeld 56. Een zendeling in Zuid-Amerika vertelde aan ds. Buckingham over een dodenopwekking, die tijdens zijn verlof in aanwezigheid van de dorpsvoorganger Leonardo plaatsvond. Tijdens een samenkomst, die door drie gastpredikers werd geleid, was een man op de grond gevallen. Eerst had men gemeend, dat hij flauwgevallen was, maar hij bleek dood te zijn. Een uur lang had men geprobeerd hem tot leven terug te brengen, maar zijn lichaam was koud geworden en was begonnen te verstijven. Vervolgens hadden de gasten, met toestemming van Leonardo, de dode de handen opgelegd. Op hun gebed a~as de man langzaam overeind gekomen. Toen de aanwezigen de Heer daarvoor loofden, was de Heilige Geest met zoveel kracht op hen neergedaald, dat het gebouw was gaan schudden.

Voorbeeld 57. In de Mexicaanse plaats Jarretaderes stelde de arts de dood vast van een oude grootmoeder. Een kennis van haar kleindochter, de Amerikaanse mevrouw Smalley, voelde zich gedrongen om bij de overledene te bidden. Na zes uur dood geweest te zijn, herleefde de grootmoeder. Verschillende familieleden werden van ziekten genezen en vele dorpelingen kwamen tot geloof. Ook in Midden-Amerika, in Nicaragua, wekte zendeling Alan Toller een man op, die twee uur dood was geweest. Berichten over dodenopwekkingen komen ook uit de Verenigde Staten.

Voorbeeld 58. Ds. Ralph Wilkerson, leider van het Christelijk Centrum Melodyland bij Los Angeles, vertelt in zijn boek Beyond and Back, over verschillende gevallen, waarbij hij zelf betrokken was. Zijn joods-christelijke medewerker Michael Esses overleed aan een hartaanval. De arts had het doodscertificaat al ingevuld, toen Wilkerson de sterfkamer binnenkwam. Wilkerson citeerde de woorden van Jezus tot de gestorven Lazarus uit Joh. 11. Esses kwam tot leven terug.

Voorbeeld 59. Een andere keer voelde Wilkerson zich gedrongen naar het ziekenhuis te gaan, waar zijn medewerker Marvin Ford zojuist aan zijn derde hartaanval bleek te zijn overleden. Wilkerson bestrafte de dood in de naam van Jezus. Ford vertelde later, hoe hij voelde dat zijn geest in zijn lichaam werd teruggetrokken. De monitor naast zijn bed kwam weer in beweging. Ford was meer dan een half uur dood geweest.

Wilkerson vertelt verder van een professor in de theologie, die vierenhalf uur en van een driejarig kind dat zeventien uur dood is geweest. En ook de pionier in de Dienst van Genezing, de Amerikaanse predikantsvrouw Agnes Sanford, vertelt van dodenopwekkingen. Een vriendin van haar, een negerpredikante in Philadelphia, was er tweemaal getuige van geweest. En haar eigen schoonvader, geroepen om een stervend kind te dopen, arriveerde toen de baby al overleden was. Hij drupte het doopwater in haar mond en bad, dat het haar tot leven zou terugroepen, wat ook gebeurde.

Ook de cardioloog dr. Rawlings vermeldt een dodenopwekking. Een predikant werd door mevrouw D., een gemeentelid van hem, gevraagd, haar te bezoeken. Ze was in het laatste stadium van kanker. Toen de predikant arriveerde, was mevrouw D. al overleden. Hij bad, dat God haar zou laten terugkeren, opdat ze zou kunnen zeggen, wat ze op haar hart had. Tot ontzetting van de atheïstische verpleegster sloeg ze haar ogen op. Men kan tegenwerpen, dat het toch mogelijk is, dat in bovenstaande gevallen omstanders of zelfs artsen zich hebben vergist en dat het hier slechts ging om gevallen van schijndood of van coma. Het blijft dan merkwaardig, dat een gebed of een bevel in de naam van Jezus deze toestand zou hebben doorbroken. Maar we zullen hier niet over twisten. Het gaat ons hier om ervaringen, die men `voorbij de grens' heeft opgedaan. En het is bekend, dat ook mensen die enige tijd in coma hebben gelegen, allerlei ervaringen hebben opgedaan, die ze na tot bewustzijn te zijn teruggekeerd konden vertellen.

De twee bekendste gevallen zijn al vrij oud. Het meisje Marietta Davis was in 1848 negen dagen lang diep bewusteloos. Naderhand vertelde ze haar predikant, ds. J. L. Scott en haar arts van haar ervaringen. Ds. Scott publiceerde deze. Het boek Scenes beyond the Grave is intussen de dertigste druk gepasseerd. In haar coma kreeg Marietta te horen (vgl. Voorbeeld 32), wanneer ze definitief overlijden zou: in maart 1849. Zo gebeurde het ook. Rond 1900 verloor het meisje Rebecca Springer, na wekenlang ziek geweest te zijn, het bewustzijn. Dagenlang voor haar gevoel waren het jaren geweest lag ze in coma. In Within the Gates vinden we haar ervaringen opgetekend. In dit hoofdstuk zullen we de ervaringen van de uit klinische dood, uit absolute dood en uit coma teruggekeerden nagaan. We zullen daarbij ontdekken, of de ervaringen van deze drie categorieën al of niet met elkaar overeenstemmen.

A. Het verlaten van het lichaam.

Het eerste, wat velen berichten, is de ervaring, dat zij hun lichaam verlaten, erop neerkijken en ook zien wat artsen, verpleegsters of familieleden in de sterf- of operatiekamer zeggen of doen. Sommigen vertellen, dat ze daarna de kamer verlieten. Anderen voelen zich meteen ver van de aarde verwijderd. We doen weer een greep uit de vele getuigenissen.

Voorbeeld 60. Onder plaatselijke verdoving werd de predikantsvrouw Julia Ruopp aan haar keel geopereerd. De artsen vroegen haar om te blijven spreken en zingen, zodat ze de stembanden makkelijk konden lokaliseren. Terwijl ze dat deed, ontdekte ze plotseling, tot haar verbazing, dat ze zichzelf van boven af kon zien liggen en ook de groep, die rond de operatietafel met haar lichaam bezig was, kon waarnemen. Ze hoorde hoe een zuster verschrikt uitriep: `Dokter, haar pols verdwijnt.' Dat zulke getuigenissen talrijk zijn, constateert ook de bekende onderzoekster van stervensprocessen mevrouw Elisabeth Kubler Ross. In een interview met de Chicago Tribune (16-10-1975) zegt ze: `De meeste patiënten vertelden, dat ze een paar voet boven hun lichaam zweefden en naar de pogingen hen tot leven terug te brengen keken. Ze konden naderhand precies beschrijven wat er gebeurde, de details van wat er werd gezegd, het komen en gaan van de redders en de ooggetuigen.' Ook de arts Moody stelt vast, dat velen horen hoe de arts de dood vaststelt. Kennelijk maakt zich iets los van het lichaam, of we dit `iets' nu ziel, geest, bewustzijn of persoon noemen. Dit `iets' kan waarnemen, denken en voelen en draagt dus de kenmerken van persoonlijkheid, van `iemand'. Met Hampe kan men spreken van een bewustzijnsverandering die bij de dood optreedt. Pogingen van de gestorvene om artsen of familieleden iets toe te roepen, hebben geen resultaat. Sommigen vertellen later, dat ze niet precies beseften wat er gebeurde en met schrik vaststelden dat het lichaam, dat men op bed zag liggen, het eigen lichaam was.

Men is verrast, dat men dwars door mensen of deuren kan heengaan en al naar wens in een oogwenk gewichtloos grote afstanden kan afleggen. Sommigen, maar lang niet allen, spreken over een koord, draad, lint of ketting waarmee men nog met het lichaam is verbonden en zijn zich bewust, dat wanneer deze verbinding zou breken, terugkeer niet meer mogelijk is. Men zou de vergelijking kunnen trekken met de geboorte, waarbij de navelstreng nog een verbinding vormt met het moederlichaam. Maar mijn indruk is, dat diegenen, die deze band vermelden, onder narcose of in een coma hebben verkeerd. Dat zou verklaren, dat echt klinisch gestorvenen deze band nauwelijks vermelden. Een andere verklaring zou overigens kunnen zijn, dat men zoveel ervaart en waarneemt, dat men in het nog niet verbroken koord geen erg heeft. We sommen nog een aantal getuigenissen op, waarbij we de door Moody en Hampe vermelde overslaan, omdat de lezer deze makkelijk bij hen kan naslaan.

Voorbeeld 61. Dokter Ritchie vertelt van een ervaring uit zijn diensttijd in de tweede wereldoorlog. Terwijl er röntgenfoto's van hem werden gemaakt, verloor hij het bewustzijn. Toen hij zijn ogen opendeed, lag hij in een kamertje, dat hij niet kende. Hij sprong uit bed en zocht naar zijn uniform. Toen zag hij iemand in het bed liggen, dat hij zojuist meende verlaten te hebben. Hij constateerde, dat de man dood was. Daarop zag hij een ring aan de vinger van de man, die hij herkende als de ring van zijn studentenbroederschap, zoals hijzelf er een twee jaar lang gedragen had. Daarop rende hij de kamer uit. `Kijk uit' riep hij een verpleegster toe, maar deze hoorde het niet en liep dwars door hem heen.

Ritchie liep snel het ziekenhuis uit en probeerde in een telefooncel op te bellen. Maar hij kon geen contact met snoer en hoorn krijgen. Het werd hem duidelijk, dat hij de vastheid van zijn lichaam verloren had, zijn hand kon niets meer grijpen, zijn mond kon geen geluid voortbrengen, men kon hem niet zien. Nu pas realiseerde hij zich, dat het lichaam op bed het zijne moest zijn en dat hij zo vlug mogelijk erheen terug moest om er weer in te duiken. Ritchie keerde terug naar het ziekenhuis om naar zijn lichaam op zoek te gaan. Hij doorkruiste eerst allerlei zalen voordat hij het lichaam met de ring terugvond. Tevergeefs probeerde hij het laken boven zijn hoofd terug te schuiven. Nu eerst drong het tot hem door, dat hij gestorven was. Inderdaad hadden de legerarts en de verpleegster hem die dag, 20 december 1943, dood verklaard.

Voorbeeld 62. De bekende franse filmster Daniel Gélin kreeg in zijn hotel in Tel Aviv een hartaanval. Nadat hij met spoed naar een ziekenhuis was vervoerd, was hij gedurende ~ier minuten klinisch dood. Hij voelde zich door de kamer zweven, zag zijn lichaam op bed liggen en merkte op, dat de monitor stilstond.

Voorbeeld 63. Ook de Amerikaanse Mary Lois Leath zag op haar lichaam neer. Ze nam waar, hoe haar zoontje van zeven aan haar arm trok en om hulp riep. Ze zag ook, hoe een ambulance naderde en hoe haar lichaam daarin werd overgebracht. Ze volgde de ambulance naar het ziekenhuis en was getuige van de pogingen van artsen om haar weer tot leven terug te brengen.

Voorbeeld 64. Nadat zijn auto was aangereden, zweefde de Amerikaanse onderminister van Marine, Johnson, uit zijn lichaam. Hij nam waar, wat rondom de vernielde auto gebeurde. In een flits zag hij ook zijn vrouw naast de kapotte auto staan. Later hoorde hij, dat zij thuis intuïtief het moment van de botsing had aangevoeld en op dat moment God had gebeden om haar man te redden.

Voorbeeld 65. Het hart van ex-piloot Russ stond enkele minuten stil. Nadat hij zichzelf op bed had zien liggen, wandelde hij de deur uit en zag hoe buiten de kersenbomen in bloei stonden.

Voorbeeld 66. Mevrouw Kay Lambeth zou via de keizersnee bevallen. Twee artsen stelden vast, dat moeder en kind waren overleden. Mevr. Lambeth zag zichzelf liggen vanaf het voeteneind van de operatietafel. Ze nam waar, hoe de baby toch geboren werd. Ze hoorde dat de artsen tegen elkaar zeiden. Daarop zag ze een groot licht. De artsen slaagden erin, haar tot het leven terug te brengen.

Voorbeeld 67. De Canadees Godkin liep een derdegraads verbranding op. Zijn lichaam was voor 65 % verbrand. Hij vertelt later: `Ik reisde naar het land aan de overzijde van de dood en keerde vandaar terug. Een van de eerste dingen waar de ziel zich van bewust is, is het besef van gewichtloosheid vanaf het moment dat de ziel het lichaam verlaat. Het is het aardse lichaam, dat de ziel het gevoel van zwaarte geeft. Het is een hele ervaring, op je lichaam neer te kijken, zoals dat op het ziekenhuisbed ligt. Toen ik de schok, van mijn lichaam gescheiden te zijn, te boven was gekomen, en ik me realiseerde dat ik nu in de geestelijke wereld was, was ik verbaasd over het grote verschil tussen de twee werelden: Allereerst is er de duidelijke scheiding tussen licht en duister. Het licht is zacht, vriendelijk en constant. Er schijnt geen tijdsfactor te bestaan in de geestelijke wereld en ook geen besef van tijd of ruimte, zoals we het hier kennen.'

Voorbeeld 68. Over dit licht spreekt ook de Nederlander Bert Garthoff. Als militair in Indonesië kwam hij met longontsteking in een hospitaal, zo vertelde hij in zijn radioprogramma `Weer of geen weer' van 18-6-1978. Hij had daar op een bepaald moment het besef `daar ga ik'. `Ik vloog, of liever, ik werd gevlogen, en nog beter: ik werd gezongen door stemmen, die geen woorden zongen maar alleen melodieën, klanken van mensen of wezens die ik niet kon zien, alleen maar horen. En gedragen door dat gezang zweefde ik weg over een zacht glooiend heuvellandschap, dat prachtig wit was, niet sneeuwwit maar wit van licht. Het was een landschap van licht, een lichtschap.'Voorbeeld 59a. De al genoemde Marvin Ford beleefde zijn sterven aldus: `Als een kurk, die van een fles springt , trok mijn geest zich vrij van het lichaam en ging met een hoek van 45 graden door het plafond van de ziekenhuiskamer. Met een enorme snelheid bewoog ik me naar een licht in de wereldruimte.'

Voorbeeld 69. Dezelfde soort ervaring had Rebecca Springer tijdens haar coma. Ook zij zag zichzelf op bed liggen. Ze nam waar, dat haar verpleegster de krant las, Door het raam ging ze naar buiten, de straat op.

B. De tunnel en het geluid.

Velen, die in de verte een licht hebben gezien, vertellen dat ze om dit licht te bereiken eerst door een tunnel, een koker, een gang of een dal heen moeten. Ook bij Moody en Hampe vinden we daarvan voorbeelden. Bij het lezen van deze beschrijvingen dringt zich de associatie van de geboorte op. Zou het kunnen zijn, dat zoals wij allen door een nauwe doorgang heen geboren worden, we ook door een nauwe doorgang heen moeten om in een volgende levensfase te komen? Wel is het zo, dat niet allen deze tunnel vermelden. De ervaringen zijn ook op dit punt niet aan elkaar identiek. We horen weer een aantal beschrijvingen.

Voorbeeld 60a. Julia Ruopp, de vrouw die tijdens de keeloperatie overleed, vervolgt haar verhaal: `Toen begon ik door wat leek op een lange, donkere gang heen te gaan. Bij deze tocht, die enige tijd duurde, gebeurde er niets en ik vroeg me af, hoelang het zou duren, toen ik boven kwam in een overweldigende wijde ruimte van licht, een kloppend, levend licht, dat niet met woorden beschreven kan worden.'

Voorbeeld 64a. Onderminister Johnson zweefde, nadat hij het wrak van zijn auto, politie, nieuwsgierigen en zijn vrouw had waargenomen, door een tunnel naar het licht.

Voorbeeld 59b. Marvin Ford vertelt, hoe hij zich snel door een grote, donkere leegte bewoog. In zijn boek vertelt hij over iemand, die bevroren raakte en wiens tunnel er blauw-wit, dus als ijs, uitzag.

Voorbeeld 70. De vanaf haar geboorte verminkte Betty Baxter bad de Heer om haar in de hemel op te nemen. Ze voelde om zich heen een koude duisternis. Ze bewoog zich door een nauw dal, totdat ze plotseling licht zag. In deze fase horen velen geluiden. Moody spreekt over een onprettig gezoem, gebons, gefluit of gebrul, maar weet ook van klok- of belgelui en het horen van prachtige muziek. Dat kwamen we al bij stervenden tegen en ook Garthoff vermeldde dit. Dr. Rawlings kent iemand, die deze muziek ook na terugkeer in het lichaam nog een tijdlang hoorde. Hampe vertelt van mensen, die stemmen opvangen. We geven een voorbeeld van dit geluid.

Voorbeeld 71. Eind 1976 stortte het vliegtuig van het echtpaar Beck neer. De man kwam daarbij om het leven. De vrouw hoorde in het donker een zoemend geluid. Toen kwam ze in een wit licht vol liefde en vrede. Deze geluiden zijn eigenlijk onverklaarbaar. Tenzij we met bijvoorbeeld Garthoff aannemen, dat ze `van mensen of wezens' afkomstig zouden zijn. Maar waarom zijn ze soms onprettig, soms schoon? Wel ligt het voor de hand, dat wanneer stervenden eerder gestorvenen en engelen waarnemen, deze ook een rol spelen bij het verlaten van het lichaam en de tocht door de tunnel. Inderdaad vinden we daarover vele berichten.

C. Gestorvenen en engelen.

Elisabeth Kubler Ross ondervroeg 750 mensen, die klinisch dood waren geweest. Velen van hen vertelden over ontmoetingen met eerder overledenen. Datzelfde constateerden Osis en dr. Rawlings. Deze laatste zegt: `Mijn patiënten ontmoetten gewoonlijk gestorven geliefden op een soort sorteerterrein, dat met een slagboom was afgesloten van een permanenter type bestaan.'

Dr. Moody rapporteert eveneens gevallen, waarbij eerder gestorvenen de zojuist overledenen aanboden om hen onderweg te leiden en te beschermen. We geven een aantal voorbeelden.

Voorbeeld 62a. Terwijl Daniel Gélin klinisch dood was, zag hij hoe twee gestalten hem naderden. Het waren zijn ouders. Ze brachten hem in een tuin, waar hij zijn op vierjarige leeftijd gestorven zoontje Paul ontmoette.

Voorbeeld 72. Mevrouw Dorothy Whippo vertelde aan een journalist, dat ze, tijdens een ernstige ziekte, haar lichaam had verlaten. Ze had na een tocht door een donkere tunnel haar vader, broer, schoonzus en oom ontmoet, die allen al eerder waren overleden. Haar vader had haar bij zijn leven altijd `zus' genoemd en haar bij dit weerzien gevraagd: `Wil je bij ons komen zitten, zus?'

Voorbeeld 73. Nadat Francis Leslie door middel van een adrenaline-injectie weer tot leven was teruggekeerd, vertelde ze, hoe ze door een lange schacht was gezweefd en hoe de stem van een lang gestorven bekende haar als het ware naar de opening van de tunnel had geroepen.

Voorbeeld 69a. Nadat Rebecca Springer in een coma was geraakt, was het eerste wat ze zag haar gestorven zwager, die haar kwam ophalen. Soms is deze ontmoeting met eerder gestorvenen verbonden met een verschijning van wezens, die men als engelen beschrijft.

Voorbeeld 74. Terwijl ze voor een operatie onder narcose was, zag een zekere Judith Reeves hoe twee engelen haar door dalen en over bergen en zeeën heen naar een stralend licht droegen. Voor de poort van een witte hemelse stad zag ze haar moeder staan, die vijftig jaar eerder overleden was. Ze zag er uit als een jonge vrouw. Soms worden ook alleen engelen waargenomen:

Voorbeeld 75. Ds. Work, de schoonvader van ds. Wilkerson, lag in 1938, nadat hij door een val van twee verdiepingen hoog zijn nek gebroken had, in coma. In die toestand was hij zich ervan bewust, dat twee in helder licht gehulde engelen de hele nacht bij hem waakten.

Voorbeeld 76. Terwijl Marietta Davis in coma lag, wist ze zich door een engel naar hogere werelden geleid. Evenals dat het geval was bij sterfbedervaringen, vinden ook hier ontmoetingen plaats met mensen, waarvan men niet wist dat ze gestorven waren.

Voorbeeld 77. Een oude dame vertelde een ervaring uit haar jeugd. Tijdens een ziekenhuisopname merkte ze, dat haar geest haar lichaam verliet. Omkijkend zag ze haar jonge echtgenoot huilen en de dokter zijn hoofd schudden. Ze ontmoette een engel en was van mening, dat deze haar verder zou leiden. Maar daarna zag ze plotseling een jonge man, die ze kende. `Tom', riep ze uit, `ik wist niet dat jij hier boven was!' Hij antwoordde: `Ik wist ook niet dat jij hier was!' `Ik ben zojuist gearriveerd', zei ze. `'Ik ook', antwoordde hij. Tot haar teleurstelling zei de engel onverwachts tegen haar: `Maar jij moet nog een tijd teruggaan naar de aarde.' Naderhand bleek, dat tegelijk met haar klinische dood een vriend was overleden.

Voorbeeld 78. De Canadese mevrouw Bossert had twee ervaringen van klinische dood, in 1948 en 1975. Omstreeks de tijd van haar tweede stervenservaring stierf haar broer. Mevrouw Bossert nam waar, hoe hij de hemel binnenging. Van zijn sterven was ze onkundig.

Voorbeeld 79. Een mevrouw D. raakte in coma. Toen ze daaruit bij bewustzijn kwam, vertelde ze, dat de heer B. zojuist was gestorven, want ze had hem de hemel zien binnengaan. Ze had onmogelijk van het sterven van de heer B. kunnen weten. Bij navraag bleek, dat de man inderdaad was overleden, en wel op hetzelfde moment, dat zij hem tijdens haar coma had gezien. D. De Lichtgestalte en het levenspanorama. Telkens hebben we gehoord dat mensen, al of niet door een tunnel, een groot licht tegemoet zweefden. Nu is het verrassend, zeer velen zeggen, dat ze in dit licht een wezen, een persoon hebben ontmoet, waar liefde en vrede van uitstroomden. Het licht omhult een ` iemand', die zelf meestal niet wordt waargenomen. Anderen denken meer aan een 'iets'. iemand spreekt over een net met koorden en knopen van energie, een ander over een bundeling van tinten als een boeket bloemen.

Zeer velen vertellen ook, dat ze in de aanwezigheid van deze Lichtgestalte met de waarheid over zichzelf worden geconfronteerd. Ze zagen hun hele aardse leven als in een flashback aan zich voorbij trekken. Sommigen spreken over een film, anderen over een soort dia's. De een spreekt over een chronologische volgorde, de ander zegt, dat hij alles ineens waarnam. Allen hebben de indruk, dat dit levenspanorama bliksemsnel wordt afgerold. Dit verschijnsel speelt zich niet alleen af bij klinisch gestorvenen, maar ook bij mensen in plotseling levensgevaar; bij een val van een berg of een bijna verdrinken.

Tot zover deze internet editie....



Dit is een overgetypt boekje met de titel "Doden sterven niet "geschreven door Dr. W.C van Dam.

ISBN 90 242 0059 8

Pagina van




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina