Door de dienst van mensen



Dovnload 28.75 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte28.75 Kb.
DOOR DE DIENST VAN MENSEN

- preek over 1 Timoteüs 4:16 –


Aanwijzingen voor de liturgie:
Orde van Dienst B, morgendienst
Votum en vrede-/zegengroet

Zingen: Psalm 147:6 en 7

Lezing van de wet

Zingen: Psalm 119:2 en 3

Gebed

Lezen: 1 Timoteüs 3:14-4:16



Zingen: Psalm 31:9,11 en 12

Lezen: 2 Timoteüs 4:1-8

Tekst: 1 Timoteüs 4:16

Preek


Zingen: Gezang 118:1,2 en 3 (Gereformeerd Kerkboek)

Dankgebed en voorbede

Collecte

Zingen: Psalm 31:13 en 14

Zegen
DOOR DE DIENST VAN MENSEN

- preek over 1 Timoteüs 4:16 –


Gemeente van onze Here Jezus Christus!

Wat denkt u? Zal het ons lukken, om het vól te houden? Te volharden, tot het einde toe? Want ja, samen – zijn we ‘gemeente van de Here Jezus Christus’. Eén, in het ware geloof. Hè, dat is wat we delen. En: wat ons samenbindt. Het geloof, in de HERE God. Maar u zult weten, dat als we eens het léven willen binnengaan. Eens behóuden willen worden. We dan ook zullen moeten blijven geloven. Tot het einde toe. Maar nogmaals: zal ons dat ook lúkken?

Want als we een hoofdstuk als 1 Timoteüs 4 lezen. Dan wordt ons daarin verteld, dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten. En geen wonder ook, want in de eindtijd zullen er dwaalleraren komen. Die de gelovigen dingen wijs zullen maken, die met het evangelie van de Here Jezus Christus helemaal niets te maken hebben. Maar integendeel, de gelovigen zelfs van het rechte pad afbrengen. En ja, dat is best een dréigend vooruitzicht.

Te meer, als we ook nog bedenken. Dat de ‘eindtijd’ in de bijbel de tijd is, waarin wij leven. En daarom: het is helemaal zo’n vréémde vraag nog niet. Of we het vól zullen houden, als gemeente van de Here Jezus Christus. Omdat we leven, in een zware tijd. Waarin van alle kanten, en op allerlei manieren. Ons geloof onder vuur ligt. En denk er goed om, broeders en zusters. Dat is een dreiging, en een gevaar. Waar we allemaal mee te maken hebben.

Ik bedoel: denk eens, aan de jongeren. Die groeien op – in een tijd en een wereld, waarin er van alle kanten aan hen ‘getrokken’ wordt. Hè, wat is er in deze wereld niet een boel te koop! Gouden bergen worden je soms beloofd, en het geluk lijkt zomaar voor het grijpen te liggen. Als je maar luistert, naar wat je gezegd wordt. Maar doet, zoals je ingefluisterd wordt. En vooral niet afwijkt, van wat er in de wereld om je heen geleerd wordt.

Nu, en probeer in zó’n wereld. En zó’n tijd. Die van God en zijn gebod niet weten wil. Dan maar eens trouw te blijven, aan de HERE en zijn woord. Ik kan u wel verzekeren: dat valt nog niet mee! En het mag met recht ‘een wonder’ genoemd worden, als jongeren daarin slagen. En toch: zij zijn niet de énigen, die onder vuur liggen. Want hun ouders, en hun grootouders. Die liggen dat op hun manier, net zo góed. En: hebben er óók mee te maken.

Want zeker, zij zijn in een andere tijd groot geworden. En hebben er toen misschien ook wel uit volle overtuiging voor gekozen. Om de weg te gaan, die de HERE hen wees. Maar vergis u niet: ook zij staan onder druk. Want was het wel de HERE, die hun die weg vroeg te gaan? Of was dat een misverstand, en hebben ze dat zichzelf wijs gemaakt? Of wijs láten maken? In een tijd, waarin we nog precies dachten te weten. Hoe het zit?

Dat zijn vragen, waar ook volwassenen mee te maken hebben. En op zeker moment, in je leven. Komen daar dan ook ‘de lasten van de ouderdom’ nog bij. Je lichaam takelt af, en het moment van je sterven komt in zicht. En ook dát kan maken, dat oude zekerheden wegvallen. En je opnieuw begint te twijfelen. En daarom is het een góede vraag, waar we net mee begonnen. Of we het wel vól zullen kunnen houden. Want dat is níet vanzelfsprekend!

Maar het mooie van ons tekstvers is dan. Dat die ons een uitweg biedt. Te midden van alle gevaren, vragen en twijfels. Die een tijd als de onze met zich mee brengt. Mogen we horen, waar er ‘redding’ te vinden is. En ‘behoud’. Bij de mannen namelijk, de broeders. Die elke zondag weer, hier voorin in de kerk zitten. Te weten: de ambtsdragers. Want hen wil de HERE gebruiken, zegt Paulus. Om ons te redden. Het thema van de preek luidt:
CHRISTUS GEBRUIKT DE DIENST VAN MENSEN! Hij geeft hun

1. een grote verantwoordelijkheid

2. een nog grotere belofte
1. Een grote verantwoordelijkheid.

Gemeente, ik zou me bést voor kunnen stellen. Dat u verbaasd was, door wat ik net zei. En de weg, die ik u wees. Want is het echt waar, dat we in een tijd als de onze. Die vaak allerlei moeilijke vragen met zich meebrengt, over de HERE en zijn woord. Allerlei aanvechting en twijfel, ook. Is het echt waar, dat we het in zo’n tijd. Van ámbtsdragers moeten hebben? Van predikanten, ouderlingen en diakenen? Want wees eerlijk: dat zou niet best zijn….

Immers, ambtsdragers. Dat zijn mensen, zoals wij. Mensen ook, op wie vaak van alles en nog wat aan te merken valt. En soms, dan doen we dat ook maar al te graag. Slaan we aan het mopperen, over de prestaties van predikanten op de preekstoel. Of over ouderlingen en diakenen, die er naar ons idee de kantjes van aflopen. En eerlijk is eerlijk: als je ernaar zoekt, is er ook altijd wel wat te vinden. Omdat ook ambtsdragers, zóndige mensen zijn.

En, dat óók nog: als we kritiek hebben, op de ambtsdragers die de HERE ons geschonken heeft. Zijn we ook bepaald niet de éérsten. Want in de dagen van Paulus, werd er ook al gemopperd over Timoteüs. De dominee, die de HERE zijn gemeente in Efeze gegeven had. En dan met name, over zijn leeftijd. Want ‘hij is zo jong’, klaagden de broeders en zusters daar. En: ‘moet zo’n snotneus, zo’n jongen nog. Ons dan de waarheid zeggen?’

En misschien, dat als u dat hoort. U zich daar ook wel van alles bij voor kunt stellen. En toch, toch zegt Paulus – in 1 Timoteüs 4:12. Dat Timoteüs zich daar niets van aan moet trekken. ‘Sta niemand toe’, schrijft de apostel. ‘Dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid.’ En zo, gemeente – moet het vandaag nóg zijn!

Hè, als ambtsdragers ‘onder vuur liggen’. En gemeenteleden om allerlei redenen, op hen neer kijken. Zoals de broeders en zusters in Efeze, met Timoteüs deden. Dan moeten zij die critici de wind uit de zeilen nemen, door ‘een voorbeeld’ te zijn. Of, en dan zeg ik het met de woorden van onze tekst van vanmorgen. Door ‘zichzelf in acht te nemen’. En te leven, zoals de HERE Zelf. In zijn betrouwbaar woord, dat van zijn kinderen vraagt.

En natuurlijk betekent dat niet, dat een ambtsdrager ‘volmaakt’ moet zijn. Want dat is een onmogelijke opdracht, voor zondige mensen als wij allemaal zijn. Hè, ook een ambtsdrager komt ten val. En ‘struikelt’ wel eens. Maar nog minder dan andere gemeenteleden, mag hij in de zonde blijven liggen. Of, ook: kiezen voor een zondige levensstijl. Want een ambtsdrager, moet ‘een voorbeeld’ zijn van geloof. En, tot op zekere hoogte: ‘onberispelijk’.

En toch, hoe belangrijk dat ook is. Toch is het nadrukkelijk niet het énige. Een ambtsdrager, moet niet alleen ‘zichzelf in acht nemen’. Maar ook: ‘zich houden aan de leer’. En ergens is dat ook zo vreemd nog niet. Dat Paulus dat eraan toevoegt. Want begónnen we de preek van vanmorgen niet, met onder ogen te zien. In wat voor moeilijke tijd we leven? Vol verleiding, en dwaling? Nu, maar juist in zo’n tijd. Moet de gezónde leer klinken!

En dan geldt dat natuurlijk heel in het bijzonder, voor de dominees. Want zij zijn de eerst aangewezenen, om de gemeente het evangelie te verkondigen. Op de preekstoel, in het catechisatielokaal en in de huizen. En toch: zij zijn niet de enigen! Ook voor de ouderlingen en de diakenen geldt, dat zij zich naar het woord van de apostel. Moeten ‘houden aan de leer’. Bij al het ambtelijk werk, dat hun in de gemeente van Jezus Christus is opgedragen.

Hè, als een ouderling dan zijn wijk in gaat. Om de mensen op te zoeken. Ze bij te staan, en aan te sporen. Zal hij dat moeten doen, vanuit het woord van God. Zonder daar op wat voor manier dan ook, van af te wijken. En precies zo, met de diakenen. Als hij de broeders en zusters, die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd. Opzoekt, steunt. En naar het formulier met Gods woord ook vertroost. Zal ook hij zich daarbij moeten ‘houden aan de leer’.

En vergis u niet, gemeente – dat valt nog niet altijd mee! Juist niet, in de tijd waarin wij leven. En die door de apostel Paulus ‘de eindtijd’ wordt genoemd. Want we hoorden al even, dat dat een tijd is waarin er van alles geroepen wordt. En allerlei machten en krachten druk in de weer zijn, om Gods kinderen juist af te brengen van de weg die naar het leven leidt. En groot kan dan de verleiding worden, voor een ambtsdrager. Om daarin mee te gaan.

Immers, dat is de weg. Die alom wordt aangewezen. En die vele mensen gaan. Ja, en als jij – als ambtsdrager in de gemeente van Christus. Dan een andere weg wijst. De weg van Gods Woord en wet. Kom je al heel gauw ‘alleen’ te staan. En zullen er, ook in de gemeente van Christus. Heel wat mensen zijn, die niet naar je willen luisteren. En groot kan dan de verleiding zijn, of worden. Om daaraan toe te geven, en: daarin mee te gaan.

En eerlijk is eerlijk: dat is ook niet alleen maar iets van deze tijd. Nee, al in de tijd van het Oude Testament. Waren er ambtsdragers, die dat deden. Die de mensen naar de mond praatten, en precies vertelden wat ze horen wilden. En toch: het is de bedoeling niet, zegt Paulus. Een ambtsdrager in de gemeente van Christus, moet ‘zich houden aan de leer’. Wát de mensen, en de wereld. Daar ook van denken, en van zeggen. Want dat is zijn taak!

En natuurlijk: dat is een hele verantwoordelijkheid, die een ambtsdrager daarmee heeft. Maar juist daarom, broeders en zusters. Is het ook zo belangrijk, dat u ervan doordrongen bent. Dat u daar óók een verantwoordelijkheid in hebt. Als gemeente. Want we hoorden al, dat je als gemeentelid soms de neiging kunt hebben. Om allerlei kritiek te uiten, op de ambtsdragers. En begrijp me goed: dat mág. Als het terecht is, en opbouwend gebeurt.

Alleen, wat dan wel belangrijk is. Bij het uiten van die kritiek. Is, dat u zichzelf ook eens afvraagt. Wat voor ambtsdragers u eigenlijk hébben wilt. En wat de criteria zijn, waarop u de broeders beoordeelt. Want we hoorden al, dat het voor ambtsdragers een verleiding kan zijn. Juist in de tijd, van 1 Timoteüs 4. Om gemeenteleden naar de mond te praten, en water bij de wijn te doen. Maar zo is er voor geméénteleden, de verleiding van 2 Timoteüs 4.

En daar bedoel ik dan mee: de verleiding, om naar 2 Timoteüs 4. De heilzame leer niet meer te verdragen, maar leraren om je heen te verzamelen die aan je verlangens tegemoet komen en je naar de mond praten. Hè, dat is in de eindtijd een reëel gevaar, zegt Paulus. En daarom nogmaals: wat voor ambtsdragers verlangt u eigenlijk, broeders en zusters? En: welke maatstaven gebruikt u, om de u door God gegeven ambtsdragers mee te beoordelen?

Ik bedoel: is het ook belangrijk voor u. Dat de broeders in kwestie, zich naar het woord van de apostel Paulus ‘houden aan de leer’? Of vindt u dat helemaal niet belangrijk, en zijn er andere dingen die tellen? Een belángrijke vraag is dat! Niet alleen met het oog op de ambtsdragers, maar ook met het oog op uzelf. Want het gevaar, dat we de heilzame leer niet meer verdragen. Bedreigt ook ons, als gemeente van Christus. Juist, vandaag de dag!
2. Een nog grotere belofte.

Gemeente, een ambtsdrager in de gemeente van Christus. Moet ‘zichzelf in acht nemen’. Een ‘voorbeeld’ zijn, van geloof en christelijke levenswandel. Maar ook: ‘zich houden aan de leer’, en ‘dat blijven doen’. Dat is wat Paulus zegt, in het vers dat vanmorgen de tekst voor de preek vormt. Maar nogmaals, broeders en zusters: bent u het daar ook mee eens? En stemt u daar ook van harte mee in? Want dat is bepaald niet vanzelfsprekend!

Ik bedoel: sommige mensen, sommige christenen ook. Hebben een beetje een allergie ontwikkeld, voor alles wat met ‘zuiverheid in leer en leven’ te maken heeft. Die worden boos, als je de vraag stelt. Of een bepaalde uitlating wel strookt, met de gezonde leer. En een bepaalde levenswijze, met de regels van Gods Woord. Want ‘regels’, daar hebben ze een gruwelijke hekel aan. En daar hoef je bij hen echt niet meer mee aan te komen.

Want die nadruk op ‘regels’. Of, zoals zij het graag noemen: ‘regeltjes’. Vinden ze maar ‘kil’, en ‘formalistisch’. Zij zoeken veel meer warmte, en beleving. En eerlijk is eerlijk: je kunt ook op een verkéérde manier met deze dingen omgaan. Dan gebruik je de regels, om zo te zeggen om er iemand aan op te hangen. En spreekt er geen enkel gevoel, en liefde. In de manier waarop je de regels hanteert. En ja, dat is de bedoeling natuurlijk niet.

Tegelijk neemt dit misbruik, het goede gebruik niet weg. En blijft van kracht, wat Paulus in ons tekstvers zegt. Dat een ambtsdrager ‘zichzelf in acht moet nemen’. ‘Zich moet houden aan de leer’. En dat, bij de voortduur. Volhardend. Maar gemeente, waaróm dan eigenlijk? Waarom legt Paulus uitgerekend op déze dingen, zo sterk de nadruk? Op zuiverheid, in leer en leven? Nu, daar geeft de apostel. In het vervolg. Zelf antwoord op.

Want ‘neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen’ – schrijft hij. ‘Dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren.’ En ja, als we dat lezen. En tot ons door laten dringen. Zal veel van de verbazing, waar we het eerste punt mee begonnen. Weer terug keren. Want lezen we dat wel goed? En: zegt Paulus dat echt? Dat we het in een moeilijke en zware tijd als de onze. Moeten hebben van ménsen? Te weten: van ambtsdragers?

Want ja, dat lijkt op het eerste gezicht toch wel heel griezelig. Omdat mensen, of ze nou ambtsdrager zijn of niet. Zondig zijn, en onvolmaakt. En ja, is het van hen dan afhankelijk. Of we het vol zullen houden? En staande zullen blijven tot het einde toe? Dat lijkt op het eerste gezicht, nou niet zo’n goed idee te zijn. Nu, maar daarom benadrukt Paulus ook sterk. Dat die ambtsdragers zichzelf in acht moeten nemen. En zich houden, aan de leer.

Want die leer, dáár moeten we het ten diepste van hebben! En daar gaat de kracht vanuit, die ons staande kan houden tot het einde toe. Want vergis u niet: als we het over ‘de leer’ hebben, hebben we het niet over een setje ‘waarheden’. Die met de werkelijkheid van ons leven weinig hebben uit te staan. Maar hebben we het ten diepste, over de Here Jezus Christus. Hij is onze ‘redding’, en Hij onze kracht. Zelfs, in de tijd van 1 Timoteüs 4.

Maar dan is het wel belangrijk, dat die ambtsdragers. Die de HERE in zijn goedheid en genade ons gegeven heeft. En die Hij gebruiken wil, in zijn dienst. Dat die ambtsdragers met Hem dan ook komen. Aan het evangelie van de Here Jezus Christus niet toe of af doen. En met hun aanstootgevende levens, die boodschap ook niet in de weg gaan. En daarom legt Paulus er zo de nadruk op, dat ambtsdragers zuiver in leer en leven moeten zijn.

Want nogmaals, en dan zijn we weer daar. Waar we de preek ook begonnen. Het is niet vanzelfsprekend. Ook, voor ons christenen niet. Dat we staande zullen blijven, tot het einde toe. En we volharden zullen. Omdat we immers leven, in de eindtijd. Dat is: in een tijd en een wereld, die zich hoe langer hoe meer van Christus vervreemden. Nee, daarvoor hebben we de kracht van Christus nodig. En, dat ook: het evangelie van Christus. Steeds weer.

En dan zal het waar zijn, dat Christus een groot risico neemt. Door ons het evangelie door mensen te laten verkondigen. Mensen, die even zondig zijn als wij. Maar toch: zo heeft Hij het gewild. En: dat is de manier, waarop Hij werken wil. Hij gebruikt, de dienst van mensen. Maar daarom komt het er ook zozeer op aan, dat dat betróuwbare mensen zijn. Die van zichzelf afwijzen, en niet anders willen weten. Dan Christus, en die gekruisigd.

En daarom: laten we daarop toezien, als gemeente. Want als het gaat, om zuiverheid in leer en leven. Hebben we alle reden, om kritisch te zijn. Omdat onze redding op het spel staat. Het heil van de gemeente, maar ook van de ambtsdragers zelf. Paulus is daar heel duidelijk in. En daarom: laten we daar goed op toezien met elkaar. Maar tegelijk: ook niet vergeten, om voor de ambtsdragers. Die Christus Zelf ons gegeven heeft. Steeds te bidden.



Want het is niet zo moeilijk, om kritiek te leveren. Op zoek te gaan, naar dingen die aan onze ambtsdragers mankeren. Want omdat ook zij zondige mensen zijn, is er wat dat betreft altijd wel wat te vinden en te praten. Maar het is natuurlijk wel heel verkeerd, om dat te doen. Als we niet eerst onze handen hebben gevouwen. Om voor de ambtsdragers te bidden. Voor de diakenen, de ouderlingen en de dominee. Want dat is ook in ons belang!

Immers, uitgerekend déze mannen. Déze broeders. Hebben in een zware en moeilijke tijd als de onze. Tot taak gekregen, om ons hoe dan ook. En: links om, of rechts om. Bij de Here Jezus Christus te brengen. Omdat er bij Hem alleen, redding is en kracht. En zo mogen ze een middel zijn, in de handen van Gods Geest. Om Gods plannen te verwezenlijken, en Christus’ kerk tot heerlijkheid te brengen. Tot lof en eer, van zijn grote naam. Amen.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina