Door Natalie Nikolina en Jenny Falke, A4d



Dovnload 141.68 Kb.
Pagina1/2
Datum18.08.2016
Grootte141.68 Kb.
  1   2

Door Natalie Nikolina en Jenny Falke, A4d










  • Voorwoord

  • Inleiding

  • Vooroordelen

  • Geschiedenis van de wicca

  • De Godin en de God

  • Covens

  • Jaarfeesten

  • Magie en rituelen

  • Het altaar

  • Wicca nu

  • Wicca en de media

  • Bronnen







Dit werkstuk gaat over wicca. We hebben dit onderwerp gekozen, omdat we het beide wel interessant vonden en ook omdat Natalie er al het een en ander over wist (ze heeft vriendinnen die wicca beoefenen) .

We zijn als volgt te werk gegaan: eerst hebben we boeken gelezen(globaal), toen deelonderwerpen bedacht en verdeeld (ieder de helft ), daarna heeft ieder haar eigen deel uitgetypt en tenslotte hebben we alles samengevoegd.

In principe was er veel informatie over het onderwerp te vinden, alleen was het soms tegenstrijdig. Dan stond er in een boek dit en in een ander boek werd het weer ontkend.

Het was wel een leuke opdracht, alleen 25 kantjes is wel erg veel. Maar we hebben het af en hopen dat u/jullie het leuk zullen vinden!



Wat is wicca?

Wicca is een natuur/ervaringsreligie, die pas sinds midden vorige eeuw legaal is verklaard. Toch kun je zeggen dat wicca heel oud is, omdat haar roots in ver verleden liggen. Mensen die wicca als hun levensweg kiezen, noemen zichzelf wicca, wiccan (spreek je uit als wiccun), priester(es) of heks. Wicca is een religie van gevoel, emoties en mystiek. In tegenstelling tot de meeste huidige religies, staat in wicca het vrouwelijke centraal.


Verschillende soorten religies.

Openbaringsreligies zijn religies met veel vaste regels, een vaste godsbeeld, een heilig boek (zoals de Koran of de Bijbel) en profeten en/of heiligen. De bekendste openbaringsreligie is Christendom.

Ervaringsreligies hebben veel minder regels en/of voorschriften. Deze religies richten zich vooral op je gevoel, beleving en gezonde verstand. Ze hebben vaak een spirituele leider (een goeroe, een priester e.d.), maar die is niet belangrijker dan ieder ander persoon en zeker niet beter.

In een natuurreligie, de naam zegt het al, staat de natuur en het universum centraal. Er worden vaak meerdere goden vereerd, maar meestal symboliseren die de natuur of natuurverschijnselen.


Wat gelooft een wicca?

Dat verschilt vaak per persoon. Er zijn echter wel bepaalde beweringen die voor de meeste wicca’s gelden.



  • Zo zien de meeste wicca’s de aarde als een moeder; je moet haar respecteren en eren.

  • Het mannelijke en het vrouwelijke zijn onafscheidelijk, dus even belangrijk.

  • Het goddelijke is in iedere mens aanwezig, daarom zijn alle mensen ook gelijk.

  • Het lichamelijke is even belangrijk als het geestelijke.

  • Wicca’s zien het leven niet als een boete voor zonden of een voorportaal van de hemel, leven is iets moois en je moet er van kunnen genieten.

  • Veel heksen geloven bovendien in reïncarnatie.


Wat doet een wicca?

Wicca is een ervaringsreligie, dus is dingen zelf doen, ervaren is heel belangrijk. Wat alle wicca’s doen, is het vieren van de heksen feesten. Het zijn er acht, verdeeld over het hele jaar. Verder houden ze meestal ook volle maanvieringen, omdat ze geloven dat een volle maan veel kracht afgeeft en de godin symboliseert.

Bijna alle heksen doen aan magie, daarvoor voeren ze rituelen uit, dat kan met een bepaalde reden zijn, zoals iemand genezen of gewoon, om zich met kracht te vullen en de goden te vereren.

Vele heksen doen ook aan waarzeggerij, zoals Tarot, handlezen of de glazen bol. Wicca’s geloven namelijk dat ieder mens waarzeggende krachten heeft, je moet hun alleen leren gebruiken.

Omdat wicca een natuurreligie is, is het wel logisch dat heksen veel met kruiden, planten en bomen werken. Zo maken ze drankjes en zalfjes die soms beter helpen dan gewone medicijnen.
Is wicca en hekserij hetzelfde?

Volgens veel boeken wel, maar niet volgens de meeste heksen ( tenminste de wicca’s die ik ken). Wicca is de religie van de heksen, maar lang niet alle heksen houden zich bezig met de godencultus of verdiepen zich in de wiccafilosofie, maar kiezen alleen een aspect van wicca, bijvoorbeeld kruidenleer of voorspelkunst.Dat betekent dat alle wicca’s heksen zijn, maar niet alle heksen wicca’s. We zullen deze begrippen daarom in dit werkstuk door elkaar gebruiken.


Richtlijnen.

Wicca’s hebben maar een echte regel, namelijk: “An it harm none, do as ye will” , vrij vertaald: doe wat je wil, zolang je niemand schade toebrengt. Wat precies iemand schade toe kan brengen, moet je zelf bepalen, maar je moet wel altijd eerst goed over je daden nadenken, want wicca’s geloven dat alles wat je doet je in drievoud terugkrijgt. Dat moet je overigens niet letterlijk opvatten; als je een vlieg dood mept, betekent dat niet dat je de volgende dag zelf dood zult gaan, maar dat een kleine deel in je ziel zult lijden.

Verder zijn er nog enkele ongeschreven regels, bijvoorbeeld: je moet de natuur met liefde en respect behandelen en je moet minstens een jaar en een dag in de leer zijn voor je ingewijd kan worden in een coven (=een heksenkring).
Book of shadows.

Heksen hebben, zoals we al hebben verteld, geen heilig boek, maar ze hebben wel een Book of shadows (=Boek der schaduwen). Dat is een soort dagboek dat elke heks bijhoudt. Zo’n Book of shadows bestaat uit twee delen: In het begin schrijft een leerling(e) heks de theoriegedeelte over van haar leraar(es). Later komen er ook haar eigen belevingen en zelfgemaakte en/of goed gelukte rituelen en bezweringen in.

Ook bestaat er een soort gedicht/lied, dat the wiccan rede (ook wel the witches creed genoemd) heet, waar enkele basisbegrippen uit de wicca worden samengevat.
Zijn heksen altijd vrouwen?

Nee, zeker niet, hoewel wicca zich vooral op het vrouwelijke element richt ( omdat de aarde en de maan vrouwelijk zijn), is de man ook belangrijk, omdat het vrouwelijke niet zonder het mannelijke kan. Bovendien wordt een coven bijna altijd door een hogepriesteres en –priester geleid.






Tegenwoordig bestaan er nog steeds veel vooroordelen over heksen. Sommige mensen zijn bang voor hen en anderen geloven niet eens in hun bestaan. We zullen hieronder enkele veelvoorkomende vooroordelen proberen te weerleggen.

Heksen zijn lelijke oude vrouwtjes met een wrat op hun neus, die op een bezem vliegen en bestaan alleen in sprookjes.

Dat is een typische sprookjesbeeld waar natuurlijk niets van klopt. Heksen zijn gewone mensen (dus ook mannen) van verschillende leeftijden.

Ze bestaan wel degelijk. Over de hele wereld heb je covens en heel veel solo heksen. Ze vertellen alleen niet zo gauw over hum geloof, omdat mensen nog steeds ongelovig, afwijzend en soms zelfs vijandelijk reageren als iemand zegt dat hij/zij een heks is. Bovendien is het niet hun doel om zoveel mogelijk mensen te bekeren.

Wicca’s gebruiken een bezem niet om op te vliegen, maar voor het (symbolisch) reinigen van de werkplek, waar ze hun rituelen gaar houden.



Heksen aanbidden de duivel.

Een vooroordeel dat al heel oud is en ontstaan is door gebrek aan kennis. Duivel is een creatie van het Christendom en aangezien wicca veel ouder is dan het Christendom is het een beetje vreemd om aan te nemen dat heksen satanisten zijn. Bovendien staat het geloof van de wicca’s haaks met die van de satanisten.

Er zijn twee verklaringen voor deze stelling:


  • Heksen geloven in de gehoornde god. Veel mensen denken dat het de duivel is, maar dat is niet zo. De gehoornde god is de man van de godin en stelt het mannelijke voor en de kringloop van het leven. Ieder jaar wordt hij in de lente geboren, trouwt met de godin in de zomer, offert zichzelf op in de herfst en wordt weer in de lente geboren. Zo gaat de cirkel van leven altijd door.

  • Hekserij is een heidense religie ( dus een geloof in meer dan een god en ouder dan het Christendom ) en het Christendom vindt dat alle heidenen slecht zijn en de Duivel aanbieden (ketters).


Heksen leven als kluizenaars.

Niet waar. Heksen leiden normale levens: ze werken, hebben hobby’s en gezinnen, die trouwens vaak geen heksen zijn.





Heksen hebben een zwarte kat als huisdier.

Sommige heksen wel, ze zien een zwarte kat als een geluksbrenger, maar verder is het toch weer een kwestie van smaak.


Heksen gebruiken zwarte magie om mensen pijn te doen en te betoveren.

Nee, ze gebruiken magie nooit tegen iemands weten of zin in. Ze mogen volgens hun geloof mensen niet schaden. Ze geloven dat wat ze doen, ze in drievoud terug krijgen, dus zou het niet slim zijn om iets slechts te doen.



Verder is magie zelf niet wit of zwart, dat ligt geheel aan haar gebruiker.


De Steentijd:
Wicca stamt af van de oude Natuurreligie uit de Oude Steentijd. Waarschijnlijk is deze religie ontstaan in het verlangen naar goede oogsten, een goede jacht, goede visopbrengsten, een groeiende veestapel en veel kinderen om de stam sterk te maken. Veel tekeningen en schilderingen op de wanden van grotten stellen waarschijnlijk delen van de religie voor, bijvoorbeeld de God en Godin. Ook zijn er beeldjes van de God en voornamelijk Godin gevonden, sommigen wel een half miljoen jaar oud. De Godin werd het meest vereerd, omdat zij gezien werd als de bron van al het leven. Hoewel sommige archeologen en historici hier nogal sceptisch over zijn, waren mannen en vrouwen waarschijnlijk gelijk, in plaats van dat de ene groep over de andere heerste, omdat er geen behoefte was aan een centrale macht maar er een sterke groepssfeer was. Tussen 1961 en1970 deed James Mellaart opgravingen in Çatalhöyük en Hacilar te Anatolië (= het huidige Turkije). Çatalhöyük was tussen 7250 en 6000 v Chr. met 7000 inwoners de grootste stad ter wereld van die tijd. Hacilar, wat dichtbij lag en een kleinere stad was, was bewoond tussen 6000 en 5000 v Chr. en geldt als de erfgenaam van Çatalhöyük. Wat opviel was dat er een heleboel tempels waren. De tempel was een grote kamer in een gewoon woonhuis, waarvan de muren versierd waren met religieuze voorstellingen. In de huizen zijn veel beeldjes die waarschijnlijk de Godin en de God voorstellen gevonden. Vroeger werd gedacht dat de ver ontwikkelde Assyriërs en Soemeriërs hun cultuur op de primitieve Anatoliërs hebben overgebracht. Maar uit recente opgravingen blijkt het tegendeel: de Anatolische beschaving is duizenden jaren ouder dan die van de Soemeriërs. Het is dus waarschijnlijker dat de Anatoliërs hun cultuur op de Assyriërs en Soemeriërs hebben overgebracht dan andersom. Waarschijnlijk heeft de Oude Religie zich in Anatolië het meest ontwikkeld en zich van daaruit verspreid. Anatolië is nog vaak overspoeld door Indo-Europese volken, bijvoorbeeld de Hettieten, Frygiërs en Lydiërs, die allemaal hun eigen Hemel- of Oorlogsgod meebrachten. Maar al deze volken werden gedwongen om de Grote Godin en de Vegetatiegod in hun repertoire op te nemen. De Godin heeft veel verschillende namen gekregen door de vele verschillende volken, maar haar voorstelling, haar karakter, hoe ze is, is altijd hetzelfde gebleven. Later, aan het eind van de Nieuwe Steentijd, werd de Grote Godin gesplitst in verschillende Godinnen, die allemaal groei, volwassenheid of afbraak voorstelden. Vruchtbaarheid en dood werden toegeschreven aan de “slechte” godinnen, terwijl de “goede” godinnen vooral kuis en onderdanig waren aan de steeds meer opkomende goden. Toch is de Grote Godin altijd blijven bestaan, omdat alle godinnen direct of indirect van haar afgesplitst zijn. Alle godinnen en ook de bijbehorende rituelen hebben eigenschappen en kenmerken van de Grote Godin. Enkele bekende godinnen uit de Griekse oudheid, zoals Artemis, Demeter en Hera, zijn bijvoorbeeld afsplitsingen van de Godin. Alleen is zij naar verloop van tijd bijna onherkenbaar geworden, doordat zij en alle verhalen zijn veranderd en aangepast naar de smaak van de verschillende volken.
De middeleeuwen:
Doordat de kerk zei dat hekserij heidens was en dat heksen samenspanden met de duivel, kreeg men een zeer negatief beeld van heksen en werden er veel vermeende heksen vervolgd en gedood. De ongeletterde bevolking was zeer bijgelovig en geloofde dat een heks zich in een dier kon veranderen en op een bezemsteel kon vliegen.

In 1486 verscheen de “Heksenhamer,” geschreven door Jacob Sprenger en Heinrich Kramer. Dit was een beruchte handleiding voor ondervraging, waaruit bleek of iemand wel of niet een heks was. Hierin stond wat een heks deed en hoe ze dat deed. De nadruk lag op de extreme verderfelijkheid van de vrouw. De vrouw was minderwaardig en was erg gevoelig voor duivelse invloeden. Als je feministisch was, was je meteen verdacht. Heksen zouden ook seks hebben met de duivel.

Doordat men zogenaamde heksen folterde, hun beloofde genade te geven en gerichte vragen stelde, gaven de beschuldigde mensen gauw een antwoord wat in de vooroordelen van de rechters paste. De rechters hadden het volgende beeld van heksen: Ze hadden een pact met de duivel afgesloten en keerden zich zo tegen God en de kerk. Door dit pact kreeg de vrouw macht en genot als zij gehoorzaam was. Door deze macht kon zij allerlei slechte dingen aanrichten, bijvoorbeeld miskramen veroorzaken, stormen ontketenen, zorgen dat gewassen niet groeiden, etc. Pasgeborenen en ongedoopte kinderen zouden door de heksen aan Satan gewijd worden of worden vermoord, om vervolgens als ingrediënt voor slechte drankjes en zalven te worden gebruikt. Dertien keer per jaar werden ‘s nachts, met volle maan, sabbats gehouden. Deze werden voorgezeten door de duivel. Tijdens deze sabbats vereerden de heksen de duivel, werd er gedanst en gezongen, aten en dronken ze de meest afschuwelijke dingen en hield Satan een preek tegen het Christendom. Een sabbat eindigde met een orgie, waarbij alles was toegestaan.

Dit alles was allemaal een waanidee. Er waren geen bewijzen voor de slechte daden en sabbats van de heksen. Het enigste bewijs waren de bekentenissen van de vrouwen en soms mannen, maar die waren verkregen door foltering.

Tussen 1464 en 1764 zijn daardoor tussen enkele tienduizenden en misschien wel vijfhonderdduizend onschuldige mensen verdronken, verbrand of opgehangen. Dit kwam niet alleen door het geloof dat heksen slecht waren, maar het gebeurde ook vaak dat mensen anderen beschuldigden van heks-zijn omdat ze wraak op diegene wilden nemen of uit eigenbelang. Vaak namen de aanklager de spullen van de heks en soms zelfs van haar familie in beslag.

Gelukkig kwamen er in de loop van de tijd mensen die het voor deze onschuldige mensen opnamen, zoals bijvoorbeeld Johannes Wier (medicus en later lijfarts van Willem III), Friedrich Spee (de Duitse Jezuïtenpater) en Balthasar Bekker. Maar het heeft nog heel lag geduurd totdat de Heksenvervolgingen ophielden. In Zwitserland bijvoorbeeld woedde de laatste brandstapel in 1784, in Spanje in 1826.



De middeleeuwen in de Nederlanden:
In Europa heerste een grote heksenwaan, maar in de Nederlanden viel het tot de 15e eeuw erg mee. Er werden vaak alleen toverpraktijken verricht uit bijgeloof om het geluk een handje te helpen. Ledematen en kledingstukken van veroordeelde dieven zouden bijvoorbeeld geluk brengen en toverkracht bezitten. Sommige mensen begroeven bijvoorbeeld de hand van een veroordeelde dief onder de drempel van hun deur. Deuren en ramen waren namelijk toegangen voor demonen en waren dus zwakke plekken in het huis, maar zo’n dievenhand maakte onzichtbaar. Als de deur onzichtbaar was, konden demonen dus ook niet naar binnen komen.

Dit soort praktijken werden -relatief- licht gestraft. De schuldigen werden veroordeeld tot een geldboete, een pelgrimstocht of verbanning.

Toch was er één groot heksenproces in de 15e eeuw, namelijk de “vauderie d’Arras.” In 1459 begon een proces tegen de sekte van Waldenzen (een groep ketters). De leden werden beschuldigd van duivelaanbidding, sabbat houden en tovenarij. Onder folteringen bekenden sommigen, maar omdat er een heleboel mensen bij betrokken waren, werd besloten om de mensen die hun ketterij afzwoeren niet terecht te stellen. Toch belandden er nog 15 mensen op de brandstapel.

In het begin van de 16e eeuw kwamen de eerste doodstraffen voor heksen in de Nederlanden. Maar de hoeveelheden verschilden per streek. Terwijl in bijvoorbeeld Hoei, Fouches, Oosterhout en Roermond heksen op de brandstapel werden gezet, moest men elders in de Nederlanden langer wachten op de eerste ter dood veroordeelde heksen.

In de Nederlanden kun je soms zelfs een “nuchtere kijk en het gebruik van gezond verstand” op het gebied van hekserij concluderen. In 1566 in een Amsterdams weeshuis bijvoorbeeld. De kinderen hadden last van krampen en stuiptrekkingen. Zij zeiden bezeten te zijn van kwelduivels en gaven allemaal een oud vrouwtje de schuld. In andere landen zou deze vrouw ter dood veroordeeld zijn, maar in Amsterdam werden de kinderen gescheiden en bij verschillende burgers ondergebracht. De aanvallen hielden op, de bezetenheid verdween en de verdachte vrouw ging vrijuit. Een ander voorbeeld: in Rotterdam werd Geertje Jansdochter, die bekend had een pact met de duivel te hebben gesloten, uit de stad verbannen. Niet als heks, maar als leugenaarster.

In de loop van de 16e eeuw en aan het begin van de 17e eeuw raakte men steeds meer in de ban van hekserij. Er werden dan ook steeds meer en steeds strengere maatregelen tegen hekserij genomen.

In 1593 verschenen in Mainz de zes boeken van de “Zuidnederlander” Martin del Rio, geboren te Antwerpen. In zijn boeken behandelde del Rio onder andere magie in het algemeen, sabbats, heksen, waarzeggerij en tovenaars, betovering, het gerechtelijke aspect en hoe je heksen moet bestrijden. Het boek werd een groot succes.

Maar behalve meer “interesse” voor hekserij werden de overheid en de geestelijken zich ook steeds meer bewust van de gevolgen van de heksenvervolging. Soms werden de verdachten te gehaast veroordeeld. Vaak gebruikte men ook exorcisme of de waterproef (als je, gebonden en al, bleef drijven, was je schuldig) om heksen te executeren. Dit werd als zeer gevaarlijk en onacceptabel beschouwd. Behalve strengere straffen voor heksen kwamen er dus ook strengere regels voor rechters en geestelijken om misbruik van macht te voorkomen. Alleen een bisschop mocht bijvoorbeeld exorcisme gebruiken.

Wat opvalt is dat de heksenvervolgingen vaak in vlagen voorkwamen. Soms was er jaren niets aan de hand, maar zodra er 1 heks veroordeeld werd, werd de heksenwaan aangewakkerd en kwamen er vanzelf weer meer beschuldigingen. Ook verschilt het hoogtepunt en het aantal terechtgestelden per streek.

Rond 1640 was het hoogtepunt van de heksenwaan overal wel voorbij en begon men - ook de kerkelijke overheid - in te zien dat je niet te zwaar moest tillen aan hekserij en bijgeloof. Je moest iemand niet te snel als betoverd bestempelen, zeker niet vrouwen, want die bleken nogal vaak een erg levendige verbeelding te hebben.

Oftewel: eigenlijk kwam de heksenwaan voort uit angst voor de duivel en waren de zogenaamde heksen de zondebokken. Vele onschuldige mensen zijn om deze angst terechtgesteld en vermoord. Het tegenwoordige beeld dat wij hebben van heksen - een oud vrouwtje dat Satan aanbidt en slechte dingen aanricht - stamt uit de middeleeuwen.
Wicca in de 20ste eeuw:
Na de Middeleeuwen is hekserij en Wicca lange tijd in de vergetelheid geraakt, maar in de 20ste eeuw kwam er opnieuw belangstelling voor. Een belangrijke man die heeft gezorgd dat Wicca in de 20ste eeuw weer opkwam was Gerald Broussea Gardner. Samen met zijn gouvernante reisde hij over heel de wereld, waardoor hij veel interesse kreeg voor mysterieuze zaken in het Oosten. Hij sloot zich aan bij de Fellowship of Crotona, een vrijmetselaarsloge die ook vrouwen toeliet. Hier ontmoette hij Dorothy Clutterbuck, door wie hij later werd ingewijd als heks.

Margaret Murray, een Egyptoloog en archeologe, had in 1921 en 1931 boeken gepubliceerd over hekserij tijdens de middeleeuwen.



Gerald Gardner

. Hij sloot zich aan bij de Fellowship of Crotona, een vrijmetselaarsloge die ook vrouwen toeliet. Hier ontmoette hij Dorothy Clutterbuck, door wie hij later werd ingewijd als heks.

Margaret Murray, een Egyptoloog en archeologe, had in 1921 en 1931 boeken gepubliceerd over hekserij tijdens de middeleeuwen.



Gardner publiceerde in 1954 het boek ‘Witchcraft today,’ waarin hij stelde dat heksen zoals Margaret Murray die had beschreven nog steeds bestonden, maar dat de religie dreigde uit te sterven. Het boek sloeg in als een bom en ineens geloofden een heleboel mensen dat hekserij nog bestond.

In 1959 publiceerde Gardner ‘The meaning of witchcraft,’ waarin hij uitlegde dat hekserij uit het Stenen Tijdperk kwam en niks te maken had met Satanisme. Gardner heeft ook het Boek der Schaduwen (Book of Shadows) ontwikkeld, wat nu nog veel gebruikt wordt in de moderne wicca. In dit boek staan de rituelen, inwijdingen en gebruiken van een bepaalde Coven beschreven.

Gardner heeft de Wicca in de bekendheid gebracht, doordat hij de publiciteit niet schuwde. Regelmatig nodigde hij journalisten uit om een ritueel bij te wonen. Bovendien nam hij het niet te nauw met de waarheid. Hij deed zich als iemand anders voor dan dat hij was. Hij noemde zichzelf bijvoorbeeld Master of Arts, Doctor of Philosophy en ook Doctor of Literature, terwijl hij nog geen jaar onderwijs had gehad en geen zin kon schrijven zonder taalfouten. Veel mensen begonnen er aan te twijfelen in hoeverre zijn verhalen waar waren. Veel van zijn teksten bleken namelijk overgenomen te zijn van andere schrijvers. Toen Doreen Valiente, Gardner’s Hoge Priesteres, hem hiermee confronteerde, reageerde hij op een manier van: doe het dan zelf als je denkt dat je het beter kunt. En dat deed ze. Ze herschreef bepaalde fragmenten van het ‘standaard’ Boek der Schaduwen en vulde het aan. Toen ze in 1957 Gardner’s Coven verliet was het boek vrijwel compleet.

De geloofwaardigheid en oudheid van Wicca werd door Gardner ernstig in gevaar gebracht, maar niettemin heeft hij veel voor de Wicca betekent. Hij bracht het onderwerp in de publiciteit en heeft veel mensen geïnspireerd. Dankzij hem zijn er vele nieuwe stromingen van Wicca ontstaan, in Nederland waren er bijvoorbeeld de Gardnerians (afgeleid van Gardner), de Alexandrians, de Dianics (waarbij de nadruk op de feministische kant ligt en sommige rituelen speciaal voor vrouwen, bijvoorbeeld bij zwangerschap, worden aangepast) en de Magnusianen. Al deze stromingen (en er zijn er nog veel meer) hebben een eigen vorm en hun eigen authentieke kenmerken, maar bijna allemaal zijn ze gebaseerd op of geïnspireerd door de visies en/of het Boek der Schaduwen van Gardner.





De Godin:
De Godin is eigenlijk een Drievoudige Godin: ze stelt de Maagd, Moeder en Oude Vrouw voor. Ze staat symbool voor de cyclus van geboorte, groei (wassende maan), volwassenheid (volle maan), aftakeling (afnemende maan), sterven (donkere maan) en wedergeboorte, een cyclus die ook in de natuur terug te vinden is.

In de Steentijd werd de Godin vaak afgebeeld als barende vrouw, of als vrouw met een kind in haar armen. De vrouwelijke vormen, die vruchtbaarheid aangaven, werden vaak met een andere kleur getekend om er de nadruk op te leggen. Twee andere symbolen zijn de zigzag en de meandervorm, die beiden het element water voorstelden. De Godin werd hier ook mee afgebeeld omdat zij heerste over het element water.

De Godin werd ook wel als dier afgebeeld, of als wezen met zowel menselijke als dierlijke kenmerken. Enkele dieren zoals de Godin werd afgebeeld waren de vogel, de hond, de beer, het zwijn, de vlinder, de bij of de kikker. Sommige dieren waren plaats- en tijdgebonden, maar anderen, zoals de vogel, waren heel universeel. In de Brons- en Steentijd wordt de Godin steeds vaker als mens met een dier als metgezel afgebeeld dan dat ze zelf een dier is. Nog later verdwijnt het dier helemaal of wordt alleen nog een symbool of attribuut waarmee de Godin in verband wordt gebracht.

In de Griekse mythologie worden bijvoorbeeld de van de Godin afgesplitste godinnen Aphrodite en Athene met respectievelijk de duif en de uil in verband gebracht.

In het Christendom werd de Godin door de kerken onderdrukt, maar ze overleefde op drie manieren: als goede fee/feeënkoningin in sprookjes, als de Gezegende Maagd Maria en voor een aantal heidenen is ze nooit gestorven.

Het idee van een godinverering bleek voor de kerk moeilijk te onderdrukken zijn. In 431 kwam men tijdens een concilie in Turkije in Efeze tot een oplossing: de Maagd Maria mocht vereerd worden. Niet als godin of als mens met fouten, maar als iets ertussen in. Dit was gunstig, want zo bleven enkele aspecten Het symbool van de Godin

van de Godin in het geloof en de cultuur. Maar één aspect van de Godin vertegenwoordigde Maria niet: seksualiteit. Dit zorgde voor problemen voor mannen ten opzichte van de vrouw.

Volgens de Mariacultus was een vrouw volmaakt als ze geen zondes beging. Dit kon ze bereiken door zich totaal te onderwerpen aan haar man. Dit beeld kon de behoeftes van de mensen die de Godin vereerden niet bevredigen, waardoor de Godinverering bleef bestaan.

Het doel van de vrouw is om haar innerlijke Zelf te vinden en het doel van de man is om zich te herenigen met zijn innerlijke vrouwelijkheid. Ieder aspect van de Godin geeft je een Opdracht die je hierbij helpt. De Opdrachten laten de ware aard van de Godin zien en richten zich rechtstreeks tot de vereerders.

De Maagd/Moeder zegt tegen de vrouw dat ze de schepper is en geen man nodig heeft. Ze zegt tegen de man dat zij de scheppende kracht is en hij haar nodig heeft. De man jaagt op de mooie, jonge Maagd, maar zodra hij haar heeft wil hij haar niet meer. Van dichtbij ziet ze er te gewoon uit. Als de man zijn eigen goddelijkheid wil vinden moet hij deze rol als zoon opgeven en echtgenoot en vader worden. Want alleen door de gemeenschap met de Godin kan de man God worden.

De Minnares/Moeder is een sterke vrouw vol seksueel verlangen die het Zelf leert kennen. Zij leert de vrouw om een sterk te zijn, want om het Zelf te vinden moet je een sterk ego hebben. Dit ego is tegenwoordig ondermijnd doordat de waarde van het vrouwelijke wordt onderschat. De Wicca leert de vrouw om je ego te verzorgen en te versterken. Bij de Minnares/Moeder komt de man in beeldt, hij is van belang om haar –en het land- te bevruchten. Maar zij is seksueel sterker dan hem, waardoor veel mannen op de vlucht slaan. Een man moet niet egoïstisch zijn of jaloers, maar net zo edelmoedig en dapper zijn als zij.

De Duistere/Mysterieuze moeder bezit de kennis van het leven. Zij is niet op zoek naar het innerlijke Zelf maar heeft het al gevonden en deelt dit met anderen. De Duistere moeder wordt door veel mannen gevreesd omdat zij zijn dood betekent –om vervolgens herboren te worden, zoals in de kringloop van de God en Godin-. Om het innerlijke Zelf te vinden moeten zowel man als vrouw één worden met de Duistere moeder. Ze leert ons dat een vrouw om het vrouwelijke zelf, haar wijsheid, gewaardeerd moet worden, en niet om haar kracht of seksualiteit.


De God:
De God was het kind en de geliefde van de Godin tegelijk. Hij wordt behalve als het kind van de Godin ook vaak als luipaard, ram, hert of stier afgebeeld. Er zijn verschillende visies op de God. Gardner zei bijvoorbeeld dat de God enerzijds een Jachtgod en anderzijds een God van de dood en wedergeboorte was. Soms wordt de God als een gehoornde Bosgod, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de bosgod Pan, voorgesteld. Deze bosgod bezat een soort oerdrift, die aan het begin van de 20ste eeuw door Sigmund Freund is opgedeeld in twee polen: de eros en de thanatos. De eros staat voor het voort kunnen planten van mens en dier, zonder direct een verband tussen seks en zwangerschap te zien. De thanatos staat voor het jagen van de mens en het leven te kunnen beëindigen van een ander wezen.

Een derde visie is de God als Vegetatiegod. Deze staat voor dood en wedergeboorte, niet omdat hij over het dodenrijk heerste, maar omdat de God stierf met de oude vegetatie en wedergeboren werd in de nieuwe vegetatie. Net zoals het graan eeuwig bestaat door steeds opnieuw te ontkiemen, zo blijft de God eeuwig jong doordat hij steeds opnieuw als kind van de Godin herboren wordt. De Vegetatiegod wordt vaak als stier afgebeeld, die wordt geofferd en herboren. Omdat de Vegetatiegod zowel de geliefde als het kind van de Godin is, wordt in sommige religies de verpersoonlijking van de Godin afgebeeld met koehorens en haar gemaal als stier. In de Egyptische religie wordt Isis bijvoorbeeld met koehorens afgebeeld, en haar man, Osiris, regelmatig als stier.

In de Oude Steentijd was de God een Vegetatiegod. Toen de mensen huisdieren gingen houden en hierdoor het belang van de man in het proces van de voortplanting inzagen, werd de God meer een soort jonge, wilde puber en werden afbeeldingen van de penis ook aanbeden. Tussen 5500 en 3000 v. Chr. Kwamen de Indo-Europeanen vanuit Klein-Azië naar Europa en brachten hun Oorlogsgod mee, die door velen werd overgenomen. De God werd in verband gebracht met de zon maar ook met de duisternis, waardoor de tegenstelling licht-donker ontstond. Deze voorstelling van de God bleef nog 10.000 jaar bestaan. Het Christendom heeft ook veel eigenschappen van de God overgenomen, behalve de seksuele, zoals van de zgn. fallische God uit de Oude Steentijd. Christenen hadden een angst voor seksualiteit en brachten het in verband met duisternis. Toch is ook de God, net als de Godin, als verzonnen figuren voort blijven bestaan. De God werd Robin Goodfellow en Puck, die als ze in een goede bui waren mensen hielpen. Maar waren ze dat niet, dan konden ze behoorlijk kwade streken uithalen.

In de oudste Griekse mythes, zo ongeveer in de periode 1500 tot 500 v. Chr., was er vaak een koppel van Goden, koningen of helden die elkaar periodiek afwisselden. Apollo en Dionysos vormden zo’n koppel, zij heersten om de beurt over Delphi. Zij zijn beiden afgeleid van de Vegetatiegod. Dionysos werd bijvoorbeeld vaak als stier of met een luipaardenvel afgebeeld. Vaak was er nog een derde god bij, die de overgang tussen de beide goden voorstelde. Meestal was dit Hermes. Het oogsten van de druiven in de herfst stelde de dood van Dionysos voor, maar tegelijkertijd werd hij weer herboren als kind. Dit verklaart waarom Hermes vaak wordt afgebeeld met het kind Dionysos. Hij begeleidde het kind totdat het op zichzelf kon leven.

De Vegetatiegod werd regelmatig als slang of als bok afgebeeld. De slang kan verklaard worden doordat in het Oude Europa de slang eeuwige vernieuwing en verjonging symboliseerde, net zoals de God. Zo zijn de twee slangen die om de hermesstaf kronkelen twee Vegetatiegoden die elkaar steeds afwisselen met de hulp van Hermes. In de Minoïsche periode werd de God vaker afgebeeld als bok dan als stier. De Godin werd in het Oude Europa ook wel eens als geit voorgesteld. De bosgod Pan is met zijn bokkenpoten hoogst waarschijnlijk afgeleid van de Vegetatiegod.

Zoals de Godin een maancyclus heeft, heeft de God een zonnecyclus, die de acht sabbats vertegenwoordigt.

Bij het Lentefeest is de God een soort jonge, wilde puber die wild rondrent in het Groene Woud en omgaat met de dieren. Daarom wordt hij hier wel de God van het Groene Woud genoemd. In deze periode bevrucht de God de Godin. Hij erkent nog niet dat hij de geliefde is van de Godin, hij blijft rondzwerven in de bossen.

Bij Beltane, op de helft tussen de lente en zomer, trouwen de God en de Godin. In deze fase kan de God een relatie hebben en anderen liefhebben. Van de onverantwoordelijke puber verandert hij in de minnaar van de Godin. Van de jongen, de zoon, verandert hij in een man. Maar hij is nog redelijk vrij, hij mag nog rondzwerven in de bossen.

Bij Midzomer (zoals de naam als zegt in de zomer) neemt de God de verantwoordelijkheid van zijn daden, het bevruchten van en trouwen met de Godin, op zich. Van de God van het Groene Woud verandert hij in de Zonnekoning. De Godin vraagt het om het Groene Woud te verlaten en zich bewust te worden van de wereld. Ze biedt hem het koningschap en bewustzijn aan, want nu ze zwanger is heeft ze zijn hulp nodig bij het regeren van haar land. De God aanvaardt dit uit liefde voor de Godin. Maar het bewustzijn dat hij krijgt brengt ook pijn mee: hij realiseert zich dat hij straks moet sterven.

Bij Lammas, op de helft tussen de zomer en de herfst, wordt de God geofferd en zijn ledematen verspreid over het land om de vruchtbaarheid te bevorderen. Hij aanvaardt zijn lot vrijwillig en offert zich op, waardoor hij zijn Goddelijke staat bereikt. Hij daalt af naar de Onderwereld en wordt daar de God van de Dood. Als de God zich niet opoffert, verandert hij in een gevaarlijke tiran.

Bij het Herfstfeest keert de God terug op Aarde en komt als een soort held ‘zijn’ Godin opeisen, die hij meeneemt naar de Onderwereld. Dit verklaart waarom in de herfst en winter de bomen en planten verdorren: de Godin is er niet en zonder haar geen vruchtbare aarde.

Bij Hallowe’en, op de helft tussen de herfst en de winter, kunnen de geesten van doden vrij ronddwalen. De God en Godin zijn nu als gelijken van elkaar samen gelukkig in de Onderwereld. Op dit moment is de God ‘geslaagd,’ hij heeft zich verenigd met het vrouwelijke in zich.

Bij Joel, in de winter, wordt het kind van de Godin en God geboren. Hij is het zogenaamde ‘beloofde kind’ en zal de nieuwe God worden. De oude God moet leren wat het inhoudt om ouder te zijn.

Bij de Lichtmis, op de helft tussen de winter en de lente, laat de oude God de Godin vrij om de aarde vruchtbaar te maken. Hij weet dat hij haar met zijn afnemende krachten niet bij zich kan houden. Nu verschijnt de Godin weer op aarde, vernieuwd: ze is weer Maagd.


De Godin en de God samen:
Er is geen twijfel dat de Godin ouder is dan de God. Oorspronkelijk omvatte de Godin alles, zij had de kosmos geschapen. Toen de God er in de Steentijd bijkwam heeft hij enkele terreinen van de Godin overgenomen. De Godin en de God vormen samen een tegenstelling wiens krachten elkaar perfect aanvullen. Beide krachten staan voor twee elementen. De Godin is aarde en water, de God is vuur en lucht. De aarde is vormgevend, het water vormloos en vormafbrekend. Water breekt alles af wat door aarde wordt behouden, maar brengt ook nieuwe vruchtbaarheid. Maar uit alleen water en aarde kan de wereld niet bestaan. Het water breekt uiteindelijk alles af, ook de hardste rotsen. Al het land zou woestijn worden. Daarom bestaan ook nog de elementen vuur en lucht. Het is het vuur van de God die de Godin bevrucht en de kringloop van het leven op gang zet. Vuur is uitstralend, lucht is beperkend. Vuur is absoluut, het zet alles om in vuur. De vrouwelijke elementen geven hiertegen niet genoeg bescherming, alleen de God kan het vuur in bedwang houden. Hij steekt het vuur aan en beslist wanneer het genoeg is. Dit is de onderscheidende kracht van het element lucht. Als er alleen maar de elementen aarde, water en vuur zouden zijn, zou er een voortdurende strijd zijn. De lucht zorgt dat de groei (het element vuur) stopt, waarna de Godin met het water het afbrekende werk doet.

Zoals je ziet werken de vier elementen perfect samen en vullen elkaar aan, net zoals de Godin en de God zelf.

Veel culturen kennen de elementenleer, bijvoorbeeld de Soemeriërs, de Egyptenaren en de Oud-Grieken. In Klein-Azië bedachten natuurfilosofen dat de kosmos ontstaan was uit één van de elementen. Veel mensen vonden het een beetje raar idee dat de wereld uit slechts één element ontstaan was. Dus bedacht Empedocles (490-430 v. Chr.) dat de kosmos was opgebouwd uit een combinatie van alle vier de elementen.

Ook in de geneeskunde werd de elementenleer gebruikt. De Griekse dokter Hippocrates (460-370 v. Chr.) koppelde de elementen aan een van de vier zogenaamde lichaamsvochten of temperamenten. In een gezond lichaam zijn de vier lichaamsvochten, die ieder een element voorstellen, in balans. Claudius Galenus (130-200) werkte deze ideeën verder uit en is tot de val van het Romeinse rijk zeer belangrijk geweest op het gebied van anatomie en fysiologie. De Arabieren namen veel ideeën van de Grieken over en zo is in de Middeleeuwen de geneeskunde met de elementen van Hippocrates-Galenus opnieuw ingevoerd. Pas in de 19e eeuw is deze elementengeneeskunde door wetenschappers verworpen.

Verder heeft de psychiater Carl Gustav Jung ook de elementenleer gebruikt. Er zijn vier functies van het bewustzijn, die elk één van de elementen voorstellen. Gewaarworden is aarde, voelen is water, intuïtie is vuur en denken is lucht. Zo kun je ook vier typen mensen onderscheiden. Een aardtype gelooft iets pas als hij het heeft meegemaakt, een watertype gaat op zijn gevoel af, een vuurtype volgt zijn intuïtie en een luchttype gebruikt zijn verstand.



Wat is een coven?

Een coven is een heksengroep, met meestal tussen de 3 en 13 leden. Deze groep wordt meestal geleid door een hogepriester en –priesteres. Zij verzorgen en leiden de rituelen. Alle leden zijn ingewijde wicca’s, die samen rituelen uitvoeren, magie bedrijven en jaarfeesten vieren. Zij zien wicca als hun levensweg en niet als een hobby. Ze steken veel tijd en moeite in de coven, maar vinden dat je verder een gewone levensstijl moet hebben, dus een baan en (als je wilt) een gezin.

Heksen zijn heel terughoudend als het om nieuwe leden gaat. Iemand die in een coven ingeleid wil worden moet het heel zeker weten, veel geduld hebben, toegewijd zijn en goed met andere leden kunnen opschieten.
Een coven is geen sekte.

Veel mensen zijn bang voor heksenkringen, omdat ze denken dat het sektes zijn, dat is niet waar:



  • Covens willen niet zoveel mogelijk mensen bekeren

  • Covens zijn gratis, dus niet op je geld uit. Als je al als een buitenstaander tot een ritueel wordt toegelaten, kan alleen verzocht worden om de kosten voor door jou gebruikte kaarsen te betalen.

  • Wicca is een vrije religie, je wordt dus nergens toe gedwongen. Als je eens een keer niet aan een ritueel mee wil of kan doen, is dat je eigen keus en niet erg.


Inwijdingen.

Een inwijding is een ritueel die je kunt vergelijken met het trouwen: als je bent getrouwd, ben je een echtgenoot(e) van iemand, als je bent ingewijd, hoor je bij een coven en ben je een priester(es) en heks van de god en godin.

Het ritueel is geen lichamelijke beproeving, maar een symbolische overgang naar een iets andere levenswijze.
3 inwijdingen.

De meeste covens hebben 3 inwijdingen:

Tijdens de eerstegraads inwijding wordt je als man door de hogepriesteres en als vrouw door de hogepriester ingewijd, maar de hele coven is er vaak bij betrokken. Je voert enkele rituele handelingen uit en legt een eed van trouw af aan de goden en de coven. Vaak worden de inwijdingen traditioneel naakt uitgevoerd, maar dat hoeft niet. Dat is niet erotisch bedoeld, maar symbolisch; naakt ben je onschuldig en kwetsbaar, je moet dus grote vertrouwen hebben voor de coven en de goden. Na je inwijding ben je een volledig en volwaardig lid van een coven. Dat betekent dat je bij alle activiteiten van een coven betrokken mag zijn. Ook krijgt eerstegraads ingewijde (een deel van) de Boek der schaduwen om over te schrijven.

Tweedegraads inwijding geeft een covenlid de bevoegdheid om een zelfstandig, dus zonder een hogepriester(es), een Covenritueel te leiden. Het is weer een ritueel.

Een derdegraads inwijding wordt over het algemeen aan twee personen gegeven; een man en een vrouw die van plan zijn een eigen coven te beginnen. Ze worden niet zozeer door de hogepriesters ingewijd als door zichzelf en de goden.

Veel covens hebben tegenwoordig ook een nuldegraads inwijding, de noviteiten inwijding. Het is een inwijding die de nieuwelingen krijgen. Ze worden op zo’n manier op hun echte inwijding voorbereid en mogen bij de jaarfeesten zijn en de theorie leren.

Overigens worden in veel covens de tweede- en derdegraads inwijdingen tegelijk gedaan.

Ook is het niet zo dat alle eerstegraads ingewijden verder worden ingewijd. Het is niet nodig, velen willen het niet eens en er zijn natuurlijk mensen die er niet geschikt voor zijn.
Verschillende covens.

Geen twee covens zijn hetzelfde. Bovenstaande beschrijving is dus heel algemeen en hoeft niet bij alle covens te passen. In wicca heb je veel stromingen, waarvan de Gardnerian en de Crowly wicca’s de grootste zijn. Op deze stromingen wordt de algemene kennis over wicca gebaseerd. Maar het zijn natuurlijk niet de enige covens. Zo heb je covens die geen mannen toelaten en covens waar iedere lid gelijk is, dus geen hogepriesters.

Verder heeft iedere coven een eigen identiteit. Dat zijn de gebruiken en tradities van een coven. Er heerst ook een eigen sfeer, omdat de covenleden ook vrienden van elkaar zijn.
Solo heksen.

Lang niet alle heksen horen bij een coven. Het kan verschillende redenen hebben: er is geen coven in de buurt, de ideeën van de coven staat hem of haar niet aan, te weinig tijd of iemand werkt simpelweg liever alleen. Wicca’s die alleen werken zijn niet minder of slechter dan covenheksen. Ze worden solo of solitaire heksen genoemd.





Heksen vieren over het algemeen acht belangrijke jaarfeesten ook wel sabbats genoemd en de volle maan feesten. Deze feesten komen we ook wel eens in andere religies tegen zoals die van de oude Kelten of Denen. Bovendien vallen sommige samen met Christelijke feestdagen, zoals Kerst,Pasen en Luilak.

Ze worden volgens de legende van de god en de godin gevierd en symboliseren het jaar- en levenscyclus, namelijk: geboorte(winter), huwelijk(lente), zwangerschap(zomer, herfst, winter) en de dood(herfst). Alleen de god wordt elk jaar weer geboren en gaat dood, omdat de wicca’s de godin als de onsterfelijke aarde zien die er altijd is.

Deze feesten stammen van voor onze jaartelling en tot aan de Middeleeuwen gevierd.



Midwinternacht (Yule) 21 december.

Op deze langste nacht van het jaar wordt de god geboren als de Zonnekind van de godin. Hij symboliseert de zon die langzaam aan meer kracht kriigt.

Tijdens zo’n feest worden vaak kampvuren gehouden die de zon en het licht symboliseren. Daarin wordt dan een traditioneel houtblok, Yuleblok genoemd verbrand, die het hele jaar in huis heeft gelegen. Het is aan de ene kant een offer voor de godin en aan de andere kant verbrandt je volgens de legende samen met het Yuleblok alle slechte dingen van het voorgaande jaar.

Ook kan er een Yuleboom worden opgetuigd, dat is net zoiets als een kerstboom optuigen, alleen moet je de versiering zelf maken.






Het ploeg- en zaaifeest (Imbolc) 2 februari.

Dan wordt de groei van de god gevierd.

Verder gaat het om het opwekken van de natuurkrachten. Het is vooral een landbouwfeest met de bedoeling de god en de godin gunstig te stemmen en een goede opbrengst te krijgen.

In de middeleeuwen werd februari als vrouwenmaand gezien en de godin als de graangodin. In vele landen wordt dan ook nog steeds een vrouwendag in februari gevierd.





Lentefeest (Ostara) 21 maart.

Ostara is een zonnefeest, dat wel op Pasen lijkt.

De god is gegroeid en is nu een speelse jongeman die de godin probeert te versieren. De godin is een mooie jonge maagd.

De natuur is in perfecte ballans: dag en nacht zijn even lang. De zon is teruggekeerd. Het lentefeest is dan ook een hele vrolijke en speelse feest. Er worden lentevuren aangestoken die het licht symboliseren.






Meiavond (Beltane) 1 mei.

Beltane is een vruchtbaarheidsfeest. Dan wordt het huwelijk tussen de god en de godin gesloten. Maar het is niet alleen de vruchtbaarheid van de godin, maar ook van het land dat wordt gevierd, omdat de samenkomst van de god en godin voor het opbloeien van het land zorgt.

Vroeger was het een traditie om paren op meiavond te koppelen en om kransen van bloemen te dragen.
Midzomerfeest (Litha) 21 juni.

Dat is de langste dag van het jaar en de Zonnegod is dan op zijn sterkst.

Midzomer is en keerpunt in het jaar, net als de midwinter, hierna worden de dagen korter en kouder. Toch is midzomer een vrolijke feest, omdat mensen op de gewassen wachten die spoedig geoogst zullen worden. Bovendien wordt midzomerdag en –nacht als een magische dag beschouwd wanneer alles mogelijk is.

Litha is een feest dat met veel brood en bloemen wordt gevierd.


Het oogstfeest (Lammas) 1 augustus.

Tijdens Lammas offert de god zich op ten gunste van de godin en de oogst. Hij gaat dus dood, maar de godin is dan ondertussen al zwanger van zijn kin, welk volgend jaar de god wordt.

Daarom wordt er tijdens Lammas niet alleen om de oude god gerouwd, maar ook gefeest, omdat de oogst er eindelijk is.

Vaak wordt er dan een brood traditioneel geofferd.









Herfstfeest (Mabon) in de maand september.

De dag en nacht zijn weer in evenwicht. De oogsten zijn binnengehaald en daarom is Mabon een dankfeest. Mensen danken de godin voor de graan die ze hebben geoogst.

De god is nu in de baarmoeder van de godin, hij leeft dus voort als haar kind.

Tijdens Mabon vieren de mensen het overvloed aan eten, maar bereiden zich ook voor op de winter.





Halloween (Samhain) 31 oktober.

Samhain is het begin van de winter. Mensen bereiden zich voor op een donkere en vaak zware tijd. De god rijgt tijdens Halloween zijn ziel terug en moet wachten tot hij weer geboren mag worden.

Vroeger (en nu nog) geloofden mensen dat tijdens Halloween de geesten van overledenen contact proberen te maken met de levenden. Daarom wordt Halloween vaak als de feest van de dood gezien.

Ook is het een afslijting, je slijt het jaar af. Een veel voorkomend handeling van de heksen is om tijdens Halloween papiertjes te verbranden, waarop negetieve dingen uit het voorgaande jaar staan vermeld; zo verban je ze uit je leven. Een andere heksen gebruik is heel bekend, namelijk het uithollen van pompoenen en er griezelige gezichtjes van maken.








Wat is magie?

Het bedrijven van magie is eigenlijk het gebruiken van energie voor een bepaald doel. Dat is nogal een vage omschrijving, dus zullen we hem nog even toelichten.

Energie is de levenskracht overal om je heen, maar ook in jezelf. Je kunt dus je eigen levenskracht gebruiken om magie te bedrijven, maar ook die om je heen. Heksen geloven dat je jezelf op kan laden met energie uit het heelal. Vooral de volle maan wordt als een krachtige energiebron gezien.

Je hebt natuurlijk niet alleen energie nodig. Je moet een duidelijk doel voor ogen hebben, wilskracht en doorzettingsvermogen bezitten en echt geloven dat het werkt. Magie bedrijven is dus iets heel sterk wensen ondersteund door rituelen en de natuurlijke krachten en elementen.


Wat zijn rituelen?

Een ritueel is een serie handelingen die voor het bereiken van een bepaald doel moeten dienen. Dat hoeft dus niet per se magie bedrijven zijn, maar bijvoorbeeld de goden eren door middel van een jaarfeest.


Ceremoniële en natuurmagie.

Grofweg kun je magie in twee soorten verdelen ceremoniële en natuurmagie.

Ceremoniële magie is magie waarbij je de hogere machten om hulp vraagt, dus kosmische krachten als de goden en engelen aanroept.

Natuurmagie richt zich vooral op de krachten van de natuur, dat zijn niet alleen planten en dergelijke, maar ook planeten en de vier elementen. Bij natuurmagie heb je ook een veel duidelijkere doel dan bij ceremoniële magie.

Iemand die aan ceremoniële magie doet, wordt een magiër of tovenaar(es) genoemd, natuurmagie beoefenaars zijn heksen en wicca’s. Het is dus niet zo dat een mannelijke heks een tovenaar is.
Zwarte en witte magie.

Zoals we al eerder vertelden is de magie niet zwart of wit. Magie kun je zien als een werktuig, dat afhankelijk van zijn gebruiker positief of negatief gebruikt kan worden. Heksen geloven dat iedere mens een goede en een slechte kant bezit en verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Ze geloven niet in een duivel dat mensen tot slechte daden aanzet.

Je kunt wel zwarte en witte magie onderscheiden als je stelt dat zwarte magie, magie is dat gebruikt wordt om mensen te vervloeken of pijn doen. Als je tegen iemand welgemeend ‘val dood’ zegt, bedrijf je dus in principe zwarte magie.


Hoe werkt het?

Dat weet niemand precies. Veel mensen geloven niet dat magie werkt omdat ze het niet kunnen verklaren. Toch weten wicca’s wel beter, zij geloven dat magie hun leven en dat van hun kennissen verbeterd heeft.

Ze zeggen wel dat je voorzichtig met magie moet zijn, omdat het heel krachtig kan zijn en je het niet meer terug kunt draaien.
Soorten magie.

Er bestaan veel verschillende typen en soorten magie, die vaak tegelijk worden bedreven. Het zijn er te veel om op te noemen, daarom beschrijven we hieronder ook maar een deel van bestaande magiesoorten; magie dat het meest door wicca’s wordt gebruikt.



  • Elementen aanroepen doen de wicca’s eigenlijk altijd aan het begin van een ritueel. De elementen zijn: water, aarde, lucht en vuur. Het zijn de krachten van de aarde, die wicca’s aanroepen voor bescherming en hulp bij hun ritueel.

  • In de Middeleeuwen deden de meeste heksen aan kruidenmagie, zoals geneeskrachtige drankjes die bij een bepaalde stand van de maan waren geplukt.

  • Kaarsen ontbreken bij een heks nooit in huis. Heksen geloven dat kaarsen heel goed bij een ritueel kunnen helpen en niet alleen bij het oplezen van een tekst of spreuk, maar ook voor het geleiden van energie en het symboliseren van het element vuur. Vaak worden kaarsen met een bepaalde kleur, geur op een bijbehorende dag afgestoken voor een speciaal doel, dan is er sprake van kaarsenmagie. Bijvoorbeeld: een groene kaars, met lavendelgeur aangestoken op een vrijdag heeft een sterke positieve invloed als je een wens op liefdes gebied hebt.

  • Kleuren spelen niet alleen in kaarsenmagie een rol, maar ook bij het keizen van bloemen en gewaden voor een bepaald ritueel. Dan heb je met kleurenmagie te maken.

  • Meeste heksen maken tijdens hun rituelen gebruik van spells. Dat zijn een soort toverspreuken, die heel kort of juist heel lang kunnen zijn.

  • Van spells wordt het vaakst gebruik gemaakt tijdens knopenmagie. Dat is magie, dat wordt bedreven door in een koord van een natuurlijke stof in een bepaalde kleur enkele knopen te leggen (zonder dat je het koord loslaat) waarbij je snel een spell opzegt.

  • Koorden worden ook voor koordenmagie gebruikt. Het principe van koordenmagie lijkt op dat van knopenmagie, alleen worden er geen knopen in het koord gelegd, maar wordt deze ergens om gewikkeld.

  • Wicca’s interesseren zich meestal ook voor astrologie en maanmagie wordt alom gezien als de magie van de wicca’s. Beide begrippen houden eigenlijk in dat bepaalde dingen gunstiger uitpakken als je die bij een bepaalde stand van de maan of de planeten uitvoert, bijvoorbeeld: solliciteren kun je beter bij een wassende maan en van een verslaving afkomen bij een afnemende maan.

  • Volgens de heksen bestaat de kosmos uit allerlei verbanden, daarom hangt elke handeling samen met vele factoren. Zo zijn ook nummers er niet voor niets, zo zegt je geboorte datum heel veel over je karakter. Als je nummers goed gebruikt, kun je nummermagie bedrijven



  • We hebben al verteld dat om met magie resultaat te boeken je er sterk in moet geloven. Daarom mediteren alle heksen ook. Je kunt mediteren om alle andere gedachten uit je hoofd te banen om daarmee beter op je doel te kunnen concentreren, maar je kunt tijdens je meditatie ook visualiseren dat je doel bereikt, dat schijnt trouwens het sterkste magie te zijn dat er bestaat. Sommige gaan speciaal in trance om zo goed mogelijk te kunnen visualiseren.


Wanneer mag je magie gebruiken.

Je mag magie gebruiken als je je doel op geen andere mogelijke manier kunt bereiken. Je mag magie gebruiken om anderen te helpen, door bijvoorbeeld te genezen of aan een baan te helpen, maar je mag het nooit tegen iemands zin doen, ook al wil je goeddoen. Je mag magie voor jezelf gebruiken, maar nooit om je te verrijken en met mate. Wat je ook nooit mag doen is geld vragen voor de door jou uitgevoerde magie.


Levensfasen en rituelen.

Niet alleen voor de jaarfeesten, volle maan en magie zijn er rituelen, maar ook voor levensfasen, zoals geboorte en trouwen. Voor geboorte, puberteit, huwelijk en de dood bestaan speciale rituelen, riten genoemd. Een heksen huwelijk heet Handfasting. De man en de vrouw beloven dan niet alleen trouw tot de dood, maar ook in volgen de levens.


Structuur van een ritueel.

Alle rituelen binnen de wicca beginnen en eindigen volgens een bepaalde structuur.

Het begin:


  • Eerst luid de hogepriesteres een bel.

  • Dan wordt de plek waar het ritueel gaat plaatsvinden schoongemaakt. Dat gebeurt meestal door symbolisch de plek met een zelfgemaakte bezem aan te vegen.

  • De hoekkaarsen worden aangestoken.

  • De hogepriesteres pakt haar athame(=een ritueel mes) en zet het punt in een kom met water. Zij zegt dan de spell voor het reinigen van water. Daarna doet ze wat zout op het pentakel en zegt een zegeningsspell. Het zout wordt bij het water gedaan, de kom op het pentakel gezet en het water met het athame geroerd. Water is een vrouwelijk element, net als zout, maar water is het veranderlijke en zout het stabiele vrouwelijke element, samen stellen ze de godin voor.

  • De hogepriesteres zegent dan de hogepriester door hem met het water uit de kom te besprenkelen en een teken met wierook te maken. Daarna zegenen de hogepriester en de hogepriesteres de overige covenleden.

  • Alle covenleden knielen om beurten bij het altaar en raken die om beurden aan.

Dan wordt de cirkel getrokken. Dat gaat als volgt:

  • Hogepriesteres pakt weer de kom met water en sprenkelt het water en zout mengsel(element water en aarde) in een grote cirkel rond de aanwezigen, ze gaat twee keer de cirkel rond. Daarna pakt ze de wierook (element lucht en vuur) en gaat weer twee keer de cirkel rond. Bij het trekken van de cirkel wordt altijd met de klok mee gelopen.

  • Hogepriester loopt dan vanaf het Noorden met haar zwaard de cirkel rond en zegt vanaf het Oosten een rituele spreuk.

  • Tenslotte worden de machten van de vier windrichtingen aangeroepen.

Daarna komt het middenstuk, dat elke keer anders is, afhankelijk van het doel van het ritueel.

Het einde ziet er over het algemeen zo uit:


  • Er wordt wat gegeten en gedronken, dat heet cakes & wijn.

  • Het laatst wordt de cirkel opgeheven. Dat wordt gedaan door de handelingen van het trekken van de cirkel in omgekeerde volgorde uit te voeren.



Je kunt niet schilderen zonder doek, kwasten en verf, net zomin kun je magie bedrijven zonder de juiste spullen. Elke echte heks heeft een altaar in huis staan met daarop bepaalde werktuigen. Die zullen we hieronder even op een rijtje zetten. Meeste werktuigen worden trouwens door de heks zelf gemaakt.
Het zwaard.

Het is een echte covenwerktuig. De meeste solo heksen hebben geen zwaard. Met de covenzwaard wordt niets gesneden; het is een puur symbolische werktuig dat wordt gebruikt voor het trekken van de cirkel en andere handelingen die ook met de atheme kunnen worden verricht.

Verder is de zwaard de eerste werktuig die aan een nieuweling wordt getoond tijdens de eerstegraads inwijding. De hogepriesteres houdt dan de zwaard tegen de borst van degene die ingewijd wordt, en zegt : “Je kunt je beter in mijn zwaard storten, dan dat je de cirkel binnen gaat met vrees in je hart. Hoe ga je de cirkel binnen?” waarop hij of zij antwoordt: “Met perfecte liefde en in vol vertrouwen.”
De athame.

De athame is een mes met een zwart heft. Het is heel persoonlijk en mag niet aan anderen uitgeleend worden. In het heft worden meestal symbolen gekerfd, die voor de gebruik(st)er van belang zijn. Het mes is tweesnijdend en bot, omdat er bijna nooit mee gesneden mag worden. De athame is dus ook een symbolisch werktuig.


De bolline.

De bolline is ook een mes, maar in tegenstelling tot de athame heeft een bolline een wit heft, is de bolline scherp, meestal niet tweesnijdend en wordt voor praktische dingen gebruikt: bijvoorbeeld als er tijdens een ritueel iets afgesneden of gekerfd moet worden.

De bolline en de athame hebben wel iets gemeen: het zijn beide dolken. Een dolk symboliseert het element lucht.
De staf.

Het zijn eigenlijk twee staven: een korte(van de middelvinger tot de elleboog van diegene die haar vasthoudt) en een lange (van de grond tot de kin van de eigenaar). Een heks kan meerdere kleine staven hebben: staven van verschillende bomen. Een staf wordt alleen soms gebruikt voor het oproepen van de goden.

De staf vertegenwoordigt het element vuur.


De kelk.

De kelk vertegenwoordigt het element water en is aan de godin gewijd. Traditioneel is de kelk van zilver, omdat dat de metaal van de maan is en dus ook van de godin.

Elke ritueel wordt beëindigd met het drinken van wijn en eten van cakes, dat hoeven overigens niet altijd echt koekjes te zijn, maar kunnen ook brood of vruchten zijn. Eerst wordt de athame in de kelk met wijn gestoken, de wijn symboliseert dan nieuw leven, dat voortkomt uit het samenkomen van de god en de godin, omdat de athame het mannelijke(de god) en de kelk het vrouwelijke (de godin) voorstelt.

De ketel.

De ketel is ook een symbool voor de godin, dat wordt nog benadrukt door een ketel te nemen met drie pootje, als een symbool voor de drievoudige godin. Heksen ketels zijn van gietijzer. Samen met het goddelijke vuur schenkt de ketel van de godin nieuwe leven.


Het pentakel.

Het pentakel vertegenwoordigt het element aarde. Het is een ronde schijf, gemaakt van hout of aardewerk, maar ook wel eens van metaal, glas of steen. In een pentakel worden bepaalde tekens ingekerfd, waaronder de pentagram.

Pentagram is een vijfpuntige ster met de punt omhoog. De vier onderste punten stellen de vier elementen voor en de bovenste punt is Akascha, oftewel de ether of de geest. Zo symboliseert het pentagram de aarde en het heelal, maar ook de mens. In rituelen worden vaak pentagrammen getrokken ter bescherming tegen slechte invloeden of om de elementen op te roepen. Het is ook een veel voorkomende beschermingssieraad.

Soms bestaat een pentakel uit alleen een pentagram is een cirkel. Dat is de symbool van de alomvattende wijsheid en de godin. Zo’n pentakel wordt ook vaak gedragen als een sieraad.


Het wierookvat.

Tijdens wicca rituelen wordt bijna altijd gebruik gemaakt van wierook. Daarom kan een wierookvat niet op een altaar ontbreken. Verder heeft het eigenlijk geen speciale functie.





De bezem.

De heksen hebben dus wel bezems,die ze zelf maken, maar niet om op te vliegen. Een bezem wordt zoals we al eerder verteld hebben voor het reinigen van de cirkel gebruikt.


De kaarsen.

Kaarsen zij natuurlijk nodig voor kaarsen magie, maar ze hebben ook een praktische toepassing, namelijk het altaar verlichten. Omdat veel rituelen ’s avonds worden uitgevoerd is het wel nodig.

Bovendien worden er altijd twee kaarsen op het altaar gezet, die de god en de godin symboliseren.

Op een altaar zijn verder ook bloemen te vinden. Een altaar kan binnen of buiten staan en de kleur van het kleed verschilt meestal per feest of doel van altaar.




Hoewel je nog steeds raar aangekeken wordt als je zegt dat je een heks bent, is wicca tegenwoordig veel bekender en meer algemeen geaccepteerd dan vroeger. In Duitsland, Ierland, de Verenigde Staten, Nederland en zelfs in Australië bloeit de wicca op. Alleen op het zuidelijk halfrond is het probleem dat de zon precies tegen de klok indraait, wat het uitvoeren van rituelen nogal lastig maakt. Moet je de rituelen, net zoals met de wicca op het noordelijk halfrond, op de juiste datum vieren, of een half jaar later, als de zonne- of maancyclus daar het punt van het betreffende ritueel bereikt?

Waarom richten veel mensen zich nu op de wicca? Daar zijn een aantal redenen voor te bedenken:


  • In de VS is wicca heel populair, omdat de Amerikanen er nou eenmaal ervan houden om al wat nieuw is uit te proberen.

  • Veel feministen voelen zich tot wicca aangetrokken door de nadruk op het vrouwelijke aspect. In plaats van een god te vereren, zoals in bijna alle andere religies op de wereld, wordt er ook een godin vereerd. Bij de wicca zijn man en vrouw gelijk, terwijl in andere religies de vrouw ondergeschikt wordt gesteld aan de man.

  • Er is veel interesse voor het oosterse denken. New-age, bijvoorbeeld de toekomst voorspellen door middel van tarot, stenen, etc, is populair. Aangezien de wicca zich hier ook deels mee bezig houdt, wordt dat ook steeds bekender.

  • Veel religies gaan ten onder omdat hun ideeën komen uit tijdperken van soms wel duizenden jaren geleden. Dit is moeilijk aan te passen in deze tijd. Aangezien wicca geen echte regeltjes heeft, is die wel aan te passen aan deze tijd.

Wicca is hip, het is in! In steeds meer jongerenbladen kom je wel een artikel over wicca tegen. Ook worden heksen steeds meer in een positief daglicht gesteld in plaats van ze als een oud vrouwtje met haakneus voor te stellen. Denk maar aan Harry Potter en de tv-series Buffy the Vampire Slayer en Charmed. In Buffy maken twee heksen deel van de vriendengroep van Buffy, die hun magische krachten af en toe gebruiken om Buffy een handje te helpen. In Charmed bestrijden drie heksenzusjes het kwaad –allerlei demonen e.d.- met hun magische krachten.




In de media is de laatste jaren heel wat geschreven over wicca. In jongerentijdschriften, damesbladen, maar ook in de Elsevier en de kranten. Sommige artikelen zijn serieus, andere nemen de wicca nogal op de hak. Veel artikelen gaan over wat wicca nou precies is, dat het steeds meer groeit en hoe je een ‘heks’ kunt worden. Het grootste deel van de artikelen gaat over het weerleggen van de vooroordelen, bijvoorbeeld dat een heks een heel gewoon mens is in plaats van een oude, gemene vrouw met een haakneus en een zwarte punthoed die zich bezighoudt met het brouwen van vieze drankjes.

Een voorbeeld van een artikel dat wicca niet zo serieus neemt:






  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina