Douaneprocedures toepassing van het ncts



Dovnload 310.89 Kb.
Pagina1/10
Datum18.08.2016
Grootte310.89 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10




DOUANEPROCEDURES


TOEPASSING VAN HET NCTS

(New Computerised Transit System)

D.I. 521.103

D.D. 254.361

Bijlagen : 4 Brussel, 15 juli 2004.




Omdeling door de gewestelijke directeurs aan :
- elke dienst belast met het bijhouden van een collectie;
- alle personeelsleden van de niveaus 1, B en C.


A. INLEIDING

1. Met de invoering van het NCTS (New Computerised Transit System) werd de automatisering van de regeling com­munautair/gemeenschappelijk douanevervoer in België gerealiseerd. In deze omzendbrief worden achtereenvolgens de op het kantoor van vertrek, het kantoor van bestemming en op het kantoor van doorgang toe te passen geautomatiseerde procedures toegelicht. Bovendien worden eveneens respectievelijk de op het kantoor van vertrek en de op het kantoor van bestemming toe te passen vereenvoudigde procedure uiteengezet. Een belangrijk deel van de omzendbrief is gewijd aan de toepassing van de noodprocedures.


De gebruikers van de regeling communautair en gemeenschappelijk douanevervoer zullen voor de bediening van de computer de door de Administratie der douane en accijnzen uitgegeven Handleiding NCTS moeten raadplegen.
2

2. Zowel de plaatsing onder de regeling communautair/ge­meenschappelijk douanevervoer als de beëindiging van die regeling zal moeten worden verricht op een douanekantoor dat bevoegd is voor de toepassing van de voormelde regeling en derhalve op het NCTS-netwerk is aangesloten. De formaliteiten inzake het kantoor van doorgang zullen eveneens op een op het NCTS-netwerk aangesloten douanekantoor moeten worden verricht. De lijst van de in België op het NCTS-netwerk aangesloten douanekantoren be­vindt zich in bijlage 2.


3. Voor wat betreft het kantoor van vertrek wordt het geheel van de voor de zendingen toe te passen procedures behandeld vanaf het kantoor van vertrek tot op het kantoor van bestemming, met inbegrip van de latere aanzuivering. Voor de zendingen die op het kantoor van bestemming of een kantoor van doorgang aankomen, worden slechts de toe te passen procedures vanaf de aankomst op dat kantoor behandeld.
4. De in onderhavige omzendbrief uiteengezette werkwijze inzake communautair/gemeenschappelijk douanevervoer zal op het NCTS-netwerk aangesloten douanekantoor worden toegepast. Behoudens andersluidende onderrichtingen mogen geen andere procedures worden toegepast. Eventuele wijziging van de Belgische op het NCTS-netwerk aangesloten douanekantoren zal bij omzend­brief worden bekendgemaakt. Bovendien zal een bericht daar­omtrent op het betreffend douanekantoor worden uitgehangen. Behoudens andersluidende voorschriften is het gebruik van T documenten voortaan voorbehouden voor de toepassing van de noodprocedures of noodmaatregelen.
5. Het spreekt voor zichzelf dat een douanekantoor de functie van kantoor van vertrek zal vervullen als de zending op dit kantoor daadwerkelijk onder de regeling wordt geplaatst voor vervoer naar het kantoor van bestemming. Anderzijds kan hetzelfde kantoor voor een andere zending de functie van kantoor van bestemming waarnemen als de goederen ter beëindiging van de regeling op dit douanekantoor worden aangeboden. Alle zendingen die vanaf het douanekantoor vertrekken zullen automatisch worden opgevolgd. Hetzelfde geldt voor de zendingen die op dit kantoor zullen toekomen. Andere zendingen zullen slechts in het NCTS kunnen worden opgeroepen als daarvan het MRN (Movement Reference Number) wordt ingebracht.
Teneinde opzoekingen te vergemakkelijken werd in bijlage 1 een schematische voorstelling van de structuur van deze omzendbrief toegevoegd.
3


B. Verrichtingen op het douanekantoor

van vertrek




Procedure bij vertrek


6. Achtereenvolgens wordt voor de procedure bij vertrek, de normale procedure en de vereenvoudigde procedure behandeld. In het kader van de normale procedure wordt ook de situatie van ver­trek op een aangenomen locatie toegelicht.




Normale procedure




Aangifte bij vertrek


7. De aangifte voor plaatsing onder de regeling communau­tair douanevervoer, hierna kortweg aangifte voor douanevervoer genoemd, moet verplichtend elektronisch worden ingediend. De aangifte wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Handleiding NCTS die daartoe door de Administratie der douane en accijnzen werd uitgegeven.


8. Iedere aangever die goederen onder de voormelde rege­ling wil aangeven dient daartoe vooraf een aanvraag te richten aan de Centrale Administratie der douane en accijnzen, Dienst Automa­tisering (D.M.), die naast de toelating eveneens een TIN (Trader Identification Number) aan de aangever zal toekennen. Het TIN moet in de aangifte worden vermeld.
9. De aangever kent aan iedere aangifte een uniek LRN (Local Reference Number) toe. Wanneer voor de aangifte gebruik wordt gemaakt van een ladingslijst moet de ladingslijst beantwoord­en aan de voorschriften die daartoe in de §§ 67 t/m 73² van de Instructie Communautair douanevervoer zijn opgenomen.
4

10. Zo de aangever beschikt over een vergunning voor ge­bruikmaking van verzegeling van een bijzonder model dient ook de referentie van de aangebrachte verzegeling in de aangifte voor douanevervoer te worden vermeld.


11. Als bewijs van aanvaarding van de aangifte voor douane­vervoer, wordt aan de aangever langs dezelfde elektronische weg een MRN (Movement Reference Number) medegedeeld wanneer hij geen gebruik maakt van een ladinglijst. De aangever vermeldt dit nummer op een volgbriefje NCTS waarvan het model voorkomt in bijlage 2. Het kan voorkomen dat de aangifte moet worden ver­beterd alvorens ze door het NCTS wordt aanvaard. De aangever bekomt daartoe de nodige aanwijzingen via dit systeem.
12. Indien voor de aangifte gebruik wordt gemaakt van een ladingslijst wordt het MRN slechts bij de latere aanvaarding aan de aangever medegedeeld. Het LRN wordt door de aangever op het volgbriefje NCTS vermeld.

Aanbieding op het kantoor van vertrek


13. Bij toepassing van de normale procedure moeten de goederen samen met de andere voor de zending vereiste aangiften en/of documenten op de door de ontvanger van het douanekantoor van vertrek aangewezen plaats (douanekantoor of verificatiepost) worden aangeboden. De aangever of zijn vertegenwoordiger overhandigt het volgbriefje, waarop met name het MRN (niet indien gebruik van ladinglijst) voorkomt betreffende de goederen die het voorwerp uitmaken van de elektronische aangifte, aan de bevoegde douanedienst voor behandeling van de zending op dit kantoor.


Als op de aangiften en/of documenten naar de aangifte voor communautair/gemeenschappelijk douanevervoer moet worden verwezen wordt daartoe het MRN vermeld.
5

14. Aan de hand van het MRN (of het LRN indien gebruik van ladingslijst) wordt de aangifte door de bevoegde douane­ambtenaar in het NCTS opgevraagd.


15. De eventuele ladingslijst moet samen met de goederen in drie identieke exemplaren voor aanvaarding met het volgbriefje NCTS worden voorgelegd aan de bevoegde douanedienst. De bevoegde ambtenaar vraagt aan de hand van het LRN de zending op in het NCTS om de regelmatigheid en de overeenstemming van de exemplaren van de ladingslijst te bevestigen in het NCTS. Als de ladingslijst geschikt wordt bevonden wordt de aangifte aanvaard en wordt een MRN aan de zending toegekend. Het MRN wordt door de bevoegde ambtenaar op het volgbriefje NCTS en op de ladings­lijsten vermeld en vervolgens dient deze vermelding op de lading­lijsten met een kantoorstempel te worden gewaarmerkt. Een exem­plaar van de ladingslijst wordt ingehouden en samen met een “office copy” van de aangifte (afdruk van de elektronische aangifte) op het kantoor gerangschikt. In het tegenovergestelde geval wordt de reden van de weigering van de ladingslijsten op het volgbriefje aange­tekend en alles aan die aangever teruggegeven.

Verplichte reisweg


16. Wanneer het gaat om gevoelige goederen en de aangever heeft geen vrijstelling bekomen om de verplichte reisweg te ver­melden of wanneer de bevoegde ambtenaar of de aangever het verlangt, wordt de aangifte door de bevoegde ambtenaar met de gegevens betreffende de verplichte reisweg aangevuld voordat de zending wordt vrijgegeven. De bepalingen van § 9 van de omzendbrief nr. D.D. 230.625 van 13 juni 2001 inzake de hervor­ming Communautair/gemeenschappelijk douanevervoer zijn ter zake van toepassing, met dien verstande dat enkel de betrokken landen worden vermeld.


6


Verificatie


17. Mede aan de hand van het elektronische risicoanalyse­systeem beslist de bevoegde ambtenaar van het douanekantoor of de zending al dan niet aan een verificatie op documenten of fysieke verificatie wordt onderworpen. De verificatie betreft ook de andere aangiften die eventueel werden voorgelegd. De beslissing om al dan niet tot verificatie over te gaan wordt in het NCTS ingebracht.


18. De bevoegde ambtenaar die wil overgaan tot fysieke veri­ficatie dient de elektronische gegevens van de aangifte af te drukken (office copy), waarop hij tijdens zijn controle de aantekeningen betreffende de resultaten van de verificatie dient aan te brengen. De soort verificatie (verificatie op document of fysieke verificatie) en de gedetailleerde resultaten van die verificatie worden achteraf door die ambtenaar in het verificatierapport van de desbetreffende aangifte ingebracht in het NCTS. Ingeval gebruik wordt gemaakt van ladingslijsten dient de fysieke verificatie te gebeuren mede aan de hand van deze ladingslijst. De “office copy” wordt aan het volgbriefje NCTS gehecht.
19. Indien er geen verificatie bij vertrek wordt verricht dient deze beslissing te worden ingebracht in het NCTS en automatisch wordt in het NCTS voor de controleresultaten bij vertrek de formule “Beschouwd als conform” gegenereerd.


Kleine verschillen


20. Bij de verificatie is het mogelijk dat door de verificateur zogenaamde “kleine verschillen” worden vastgesteld. Het gaat om een beperkt aantal anomalieën.


7

De bedoeling is toe te laten dat mits het akkoord van de aangever kleine verschillen worden verbeterd in de elektronische aangifte, zonder dat deze verschillen aanleiding moeten geven tot een geschilsdossier.


21. De volgende wijzigingen mogen worden verbeterd als kleine verschillen, zonder het openen van een geschilsdossier :
  wijziging van de omschrijving van de goederen voor zover geen andere goederen worden bedoeld, het moet gaan om een preciezere omschrijving van de goederen;
  wijziging in de omschrijving van de verpakkingsmiddelen, zonder dat het aantal verpakkingsmiddelen wordt gewijzigd;
  wijziging van de massa van de goederen (netto en/of bruto) voor zover het verschil in gewicht niet meer dan 1 percent bedraagt (bij de aanzuivering van een goederencomptabiliteit moet een speciale procedure worden gevolgd);
  verbetering van de merken en/of nummers van colli of containers voor zover het duidelijk is dat het om vergissingen gaat, ook al gaat het om meerdere wijzigingen (bij zuivering van de goederencomptabiliteit zeevracht kan de verbetering van een containernummer niet worden beschouwd als een klein verschil).
22. Wijzigingen van andere dan de in § 21 bedoelde gegevens kunnen ook worden verricht voor zover zij slechts een verbetering van de schrijfwijze betrachten en geen daadwerkelijke invloed kunnen hebben op de geautomatiseerde goederen­comptabiliteit, waarbij eveneens meerdere verbeteringen mogen worden aangebracht.
8

23. De bevoegde ambtenaar vermeldt het vaststellen van kleine verschillen op de afdruk van de elektronische door­voergegevens (office copy) en wijzigt de elektronische aangifte in de zin van die vaststelling. Vervolgens nodigt hij de aangever of zijn vertegenwoordiger uit om de afdruk van de gewijzigde aangifte goed te keuren binnen de drie werkdagen. Tot zolang wordt de aangifte geblokkeerd. De aangever of zijn vertegenwoordiger keurt die vaststelling goed door ze te dateren en te ondertekenen. De goedgekeurde afdruk van de elektronische aangifte (office copy) wordt aan het volgbriefje NCTS gehecht. Het kan ook volstaan dat de aangever zijn goedkeuring langs elektronische weg meedeelt. Kleine verschillen vastgesteld op de ladingslijsten worden op alle exemplaren verbeterd en gewaarmerkt.


24. Worden de kleine verschillen door de aangever niet goedgekeurd binnen de gestelde termijn dan moet de bevoegde ambtenaar dit inbrengen in het NCTS en mogen de goederen niet worden vrijgegeven voor douanevervoer. De zending wordt even­min voor douanevervoer vrijgegeven wanneer de aangever de vast­gestelde kleine verschillen betwist en de douane meent niet akkoord te kunnen gaan met de aangever. De aangifte betreffende een zending, die niet wordt vrijgegeven voor douanevervoer, wordt van ambtswege door de bevoegde ambtenaar op de voorgeschreven wijze geannuleerd. Deze aangifte kan geen aanleiding meer geven tot aanvaarding noch tot vrijgave voor douanevervoer. Voor de latere verzending van de betrokken goederen moet alsdan een nieuwe aangifte worden ingediend. De niet goedkeuring of de be­twisting van de vastgestelde kleine verschillen wordt door de douane op het volgbriefje NCTS vermeld. Het volgbriefje NCTS betreffende de zending, wordt op het douanekantoor afzonderlijk gerangschikt.


Vaststelling van andere onregelmatigheden


25. Indien bij de verificatie verschillen worden vastgesteld, die niet kunnen worden afgehandeld als kleine verschillen, wordt dit geschil afgehandeld volgens de procedure voorzien in de Instructie Afhandeling van misdrijven inzake doorvoer. De zending mag ingevolge dit geschil niet worden vrijgegeven voor douanevervoer. Als controleresultaat wordt door de bevoegde ambtenaar “niet conform” geregistreerd in NCTS evenals de reden van het geschil. De aangifte krijgt de status “ingehouden” en na registratie van het nummer van het geschilsdossier zal de aangifte definitief worden geannuleerd. Voor de latere verzending van de goederen moet alsdan een nieuwe aangifte worden ingediend. Het volgbriefje wordt met vermelding van de reden van het geschil bij het geschilsdossier gevoegd.


9


Zekerheidstelling


26. Zendingen, die niet aan controle worden onderworpen of die na verificatie niet moeten worden ingehouden, zullen alvorens voor douanevervoer te kunnen worden vrijgegeven het voorwerp moeten uitmaken van een zekerheidstelling of van een vrijstelling van zekerheidstelling. Voor de zekerheidstelling wordt gehandeld overeenkomstig de voorschriften inzake de zekerheidstelling met het NCTS.


27. De zekerheidstelling moet ten genoegen van de ont­vanger van het kantoor van vertrek worden gesteld als dit kantoor handelt als kantoor van zekerheidstelling. In de andere gevallen moet voldoende zekerheid voor de zending voorhanden zijn op het kantoor van zekerheidstelling.
28. Wanneer onvoldoende zekerheid voorhanden is, moet bijkomende zekerheid worden gesteld ten genoegen van de bevoegde ambtenaar van het kantoor van zekerheidstelling. De aangever beschikt over de volgens die voorschriften toegestane tijd om voldoende zekerheid te stellen. Na verloop van die termijn wordt de zending ingehouden (zie § 25). De douane maakt aantekening daarvan op het desbetreffende volgbriefje NCTS. Het volgbriefje wordt op het douanekantoor afzonderlijk gerangschikt.

Verzegeling van de zending


29. Alvorens de goederen mogen worden vrijgegeven voor doorvoer moet het vervoermiddel of de goederen worden verzegeld of moet terzake door de bevoegde ambtenaar vrijstelling van verzegeling worden toegekend. De verzegeling mag ook op een vroeger tijdstip worden aangebracht alvorens de goederen op het kantoor zijn aangeboden of er mag door de aangever een verzegeling van een bijzonder model zijn aangebracht als hij toepassing mag maken van een daartoe verleende vergunning van de Centrale Administratie der douane en accijnzen. In dat geval wordt de verzegeling door de aangever vermeld bij het opmaken van de aangifte.


10

30. Een zending die het voorwerp uitmaakt van een aangifte voor communautair douanevervoer mag, als de verzegeling per laadruimte dient te geschieden, slechts worden vrijgegeven op het kantoor van vertrek, voor zover het vervoermiddel (voertuigen, aanhangwagens, opleggers of containers) wordt goedgekeurd voor douaneverzegeling. Dit houdt in dat, wanneer het bewijs wordt voorgelegd dat het vervoermiddel voor douanevervoer is goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van de internationale overeenkomst waarbij de Europese Gemeenschap of haar lidstaten en de EVA landen partij zijn (bijv. de TIR Overeenkomst), § 96 van de Instructie Communautair douanevervoer niet dient te worden toegepast. Terzake wordt aangenomen dat wanneer de douane overgaat tot de verzegeling, door de vermelding van de identifi­catiekenmerken van de douaneverzegeling in het NCTS, wordt aan­gegeven dat de voormelde controle heeft plaatsgevonden of het goedkeuringsbewijs, waaruit blijkt dat het voertuig vatbaar is voor douaneverzegeling, is voorgelegd.


31. Vrijstelling van verzegeling kan slechts geval per geval en per zending worden verleend. Terzake gelden de criteria die in de §§ 99 t/m 101 van de Instructie Communautair douanevervoer zijn voorgeschreven. In het geval van vrijstelling van verzegeling moet de omschrijving van de goederen zodanig nauwkeurig zijn dat het mogelijk is de goederen te identificeren (aard en hoeveelheid). De toekenning van de vrijstelling van verzegeling blijkt de facto door het niet inbrengen van gegevens inzake verzegeling in de elektronische aangifte.

Vrijgave voor douanevervoer


32. Voor vrijgave voor doorvoer in aanmerking komende zendingen, waarvoor overeenkomstig § 26 (hiervoor) vrijstelling van zekerheid geldt of waarvoor voldoende zekerheid wordt gesteld en die aan de in § 29 (hiervoor) vermelde identificatiemaatregelen werden onderworpen, worden vrijgegeven voor douanevervoer, nadat de bevoegde ambtenaar de termijn heeft bepaald binnen dewelke de goederen op het kantoor van bestemming moeten worden aangeboden en die termijn in het computersysteem heeft ingebracht.


11

33. Voor het bepalen van de termijn binnen dewelke de goederen op het kantoor van bestemming moeten worden aangebracht wordt rekening gehouden met de te volgen reisweg, alle voorschriften inzake vervoer en andere relevante voorschriften alsmede met de eventueel door de aangever verstrekte gegevens. Ook dient rekening te worden gehouden met de verplichte rusttijden van de vrachtwagenchauffeurs alsmede met andere aan het transport inherente factoren, die hun uitwerking op de voor het vervoer nodige tijd kunnen hebben. Het NCTS van het kantoor van vertrek verleent een termijn van 7 dagen, die in voorkomend geval, binnen bepaalde perken, door de bevoegde douaneambtenaar kan worden gewijzigd.


34. De exemplaren van de eventuele uitvoeraangiften die werden overgelegd volgen hun bestemming voorzien in de Instructie Enig document, nadat zij zijn behandeld rekening houdende met de aangifte inzake communautair/gemeenschappelijk douanevervoer.
35. Bij vrijgave voor doorvoer wordt een AAR (Anticipated Arrival Record) bericht (IE001) gestuurd naar het douanekantoor van bestemming en in voorkomend geval een ATR (Anticipated Transit Record) bericht (IE050) naar de eventuele kantoren van doorgang. Bovendien wordt een begeleidend document en in voorkomend geval een lijst van artikelen afgedrukt op het kantoor van vertrek. Enkel en alleen wanneer de vervoerder in het bezit is van het begeleidend document, al dan niet vergezeld van een lijst van artikelen of van een ladingslijst, mag de vervoerder het vervoer aanvangen. Het vervoer van de goederen geschiedt onder dekking van het begeleidend document. Het moet op verzoek van de douane ter plaatse kunnen worden vertoond.
Wanneer het nog zou voorkomen dat een zending bestemd is voor een OTS-kantoor (een niet op het NCTS-netwerk aangesloten douanekantoor) zal een bijkomend begeleidingsdocument in twee exemplaren worden afgedrukt (A en B). Bij gebruik van een ladingslijst worden eveneens twee exemplaren (A en B) van het begeleidingsdocument afgedrukt.
36. De zending moet binnen de voor het vervoer toegekende termijn op het kantoor van bestemming worden aangeboden. Die termijn kan niet meer worden verlengd.
12

37. Het volgbriefje NCTS met de eventuele afdruk van de aangifte (office copy) wordt op het kantoor van vertrek gerang­schikt. De volgbriefjes worden, naar gelang van het geval, afzonderlijk gerangschikt (zie de §§ 25 en 28).



Bijzonderheden bij vertrek vanuit een aangenomen locatie


38. Teneinde de toepassing van de regeling communautair douanevervoer inzake de aanbieding van de goederen en de communicatie met de douane te vergemakkelijken, kan de gewestelijke directeur der douane en accijnzen een plaats binnen zijn ambtsgebied erkennen als aangenomen locatie voor communau­tair douanevervoer op verzoek van de beheerder van die aange­nomen locatie.


39. Aangenomen locaties zijn plaatsen waar de douane kan optreden voor de controle van de goederen en voor de verzegeling. Deze plaatsen zijn normaliter niet permanent bemand door de douane. Ze moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
  voorzien zijn van een infrastructuur die toelaat dat de goederen op een efficiënte wijze kunnen worden geverifieerd; al naargelang de aard van de goederen, zal de plaats waar ze kunnen worden uitgeladen moeten overdekt zijn en voorzien zijn van een inrichting die toelaat dat de lading gemakkelijk kan worden onderzocht (bijv. laadkaai) ;
  gelegen zijn in de nabijheid van een lokaal waar de douane tijdelijk een onderkomen vindt en de verificatieverrichtingen kan afhandelen, uitgerust met de nodige voorzieningen (tafel, telefoon en toilet);
  gemakkelijk bereikbaar zijn door de douane en steeds toegankelijk tijdens de diensturen;
  binnen deze plaats dient een computer verbonden met het internet (provider) aanwezig te zijn, evenals een printer die voldoet om de begeleidende documenten en in voorkomend geval de lijst van artikelen met barcodes (ISO128 type B) te kunnen afprinten. De computer dient te zijn voorzien van de noodzakelijke software :
13

  Acrobat

  Web browser

  ISO128 type B;


  er mag geen gebruik worden gemaakt van ladingslijsten (bij vertrek noch bij aankomst).
40. De persoon die een aangenomen locatie wenst te beheren dient een schriftelijke aanvraag daartoe te richten aan de gewestelijke directie der douane en accijnzen waaronder de plaats ressorteert. Deze aanvraag dient alle gegevens te bevatten om aan te tonen dat aan de voormelde voorwaarden voor de instelling van de aangenomen locatie is voldaan. De gewestelijke directeur der douane en accijnzen erkent de aangenomen locatie indien na onderzoek ter plaatse blijkt dat aan alle daartoe gestelde voorwaarden is voldaan.
41. In het geval de aangever zijn goederen aanbrengt in een aangenomen locatie en de code van de aangenomen locatie invult op de aangifte bedoeld in § 7 (hiervoor) zijn de §§ 7 t/m 37 (hiervoor) op die zending van toepassing, met dien verstande dat :
  geen gebruik van het volgbriefje NCTS moet worden gemaakt;
  geen gebruik van een ladingslijst mag worden gemaakt;
  de aangever via elektronische weg wordt verwittigd dat de goederen aan verificatie zullen worden onderworpen;
  bij de vaststelling van kleine verschillen, de aangever verzocht wordt de verschillen goed te keuren of te verwerpen door de aangepaste afdruk van de elektronische aangifte te dateren en te ondertekenen, de ambtenaar doet de afdruk rangschikken op het douanekantoor;
  de controleresultaten door de bevoegde douaneambtenaar via de computer van de douane in het NCTS worden ingebracht;
14

  het begeleidingsdocument bij de beheerder van de aangenomen locatie wordt afgedrukt;


  teneinde een optimaal gebruik van de aangenomen locatie te kunnen maken zouden de aangevers moeten kunnen beschikken over een vergunning voor het gebruik van een verzegeling van een bijzonder model en een vergunning doorlopende zekerheidstelling, zodoende moet niet op de tussenkomst van de douane worden gewacht voor de eventuele verzegeling en hoeft de aangever zich niet naar het douanekantoor te begeven om alsnog zekerheid te stellen voor de zending;
  de andere douaneaangiften moeten in principe vooraf op het douanekantoor waarvan de aangenomen locatie afhangt worden ingediend voor geldigmaking; na de vrijgave van de goederen moeten de documenten in principe ten laatste de volgende werkdag op voormeld douanekantoor worden overgelegd.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina