Dr. Em. Lucien De Coninck en het Verzet



Dovnload 17.49 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte17.49 Kb.
Dr. Em. Lucien De Coninck en het Verzet.
Ik zal mij, in mijn hulde aan prof. Dr. Lucien De Coninck, beperken tot de periode van de nazi - bezetting. Bovendien ben ik waarschijnlijk, gezien mijn ouderdom, een van de weinigen die hiervan nog herinneringen kan ophalen. Herinneringen zijn belangrijk voor de geschiedenis.
In de brochure van “ ’t Zal Wel Gaan “ , uitgegeven in verband met de herdenkingstentoonstelling van de Rijksuniversiteit Gent in 1990 heb ik reeds een en ander over “ Lucien “ vermeld.

Ik wil natuurlijk niet in herhaling vallen, of lezen wat ik eerder geschreven heb, zonder iets nieuws te brengen. Voorwaar geen gemakkelijke taak.


Hoe leerde ik Lucien De Coninck kennen?

Niet op het academisch, wetenschappelijk vlak, alhoewel hij een docter in de biologie was en ik een student in de scheikunde. Ook op het politieke vlak kruisten onze wegen zich niet, alhoewel beiden “ ’t Zallers “ waren. In 1939 was “ ’t Zal “ trouwens weinig actief, o.m. verdeeld over de oorlog tussen de Sovjet-Unie en Finland.

Na de inval, in mei 1940, van nazi-Duitsland koos “ ’t Zal “ voor de illegaliteit, vermits elke studentenvereniging de toelating om erkend te worden aan de bezetter moest aanvragen. Vanaf de herfst van 1940, tot aan de inval van Duitsland in de Sovjet-Unie, in juni 1941, waren hier en daar lokale verzetsgroepen actief.

Maar de toestand veranderde grondig na de inval van nazi-Duitsland. De communistische partij gaat alle middelen inzetten om de nazi’s te bestrijden en richt, samen met de bestaande maar versnipperde lokale verzetsgroepen, het Onafhankelijkheidsfront ( O. F. ) op, een eenheidsorganisatie, waarin alle democraten zich konden verenigen.

In Cahier 1, opstellen over de Belgische Arbeidersbeweging, uitgave van het Frans Masereelfonds, oktober 1979, wordt duidelijk uitgelegd waarom een samenwerking niet mogelijk was.

Ik citeer het Cahier: “ De vereniging tussen alle studentenfracties was, sinds Rusland in de oorlog gekomen was, mogelijk geworden. Dit kon niet geschieden in het voorgaande academisch jaar 1940-1941 “ .

Zowel studenten als professoren traden tot het O. F. toe.

Wat de studenten betreft, deze richten een “ Nationaal Studenten Groepering “ ( N. S. G. ) op die meestal binnen de universiteit, soms ook daarbuiten zou werken.

Wat de professoren en leden van het academisch personeel aangaat, die bij het O. F. aansloten, deze kregen opdrachten buiten de universiteit.

Maar zeer weinigen volgen een openlijk verzet, zowel bij de studenten als bij de professoren.

Alhoewel aan de universiteit een behoorlijk aantal professoren en leden van het academisch personeel uitgesproken anti - nazi waren en sympathiseerden met het verzet, b.v. tijdens de actie van de

“ afgescheurde faculteitskringen “ , traden deze professoren niet tot het verzet toe. Lucien De Coninck was dus een uitzondering. In 1944 zou een andere professor uit de faculteit Wetenschappen, prof. Billiet, eveneens een zeer vooraanstaande rol in het O. F. Oost-Vlaanderen spelen, tot hij aangehouden werd. De faculteit Wetenschap heeft dus wel een belangrijke rol in het verzet gespeeld.

Het verzet werkte met cellen van drie personen. Elke persoon van een cel moest op zijn beurt instaan voor een nieuwe cel van drie personen, dit om veiligheidsredenen. Maar dit was een theoretisch schema, dat in de praktijk niet altijd nageleefd kon worden. De contacten werden bevorderd daar een aantal studenten studeerden aan dezelfde faculteit voor wetenschappen, waar Dr. Lucien De Coninck ook werkzaam was. Lucien De Coninck was de verbindingsman tussen het O. F. nationaal en regionaal en de top van de N. S. G.– studenten. Hij gaf ons richtlijnen in verband met de uitgave van het studentenblad Klokke Roeland, het verspreiden van regionale O. F.– bladen en het nationaal orgaan, Front, evenals over bepaalde acties buiten de universiteit, b.v. het vervoer van wapens, enz. .

Hierbij even een amusante anekdote. Hij gaf ons ook richtlijnen hoe wij ons, in het uitgangsleven, als student moesten gedragen en alles moesten vermijden waardoor wij zouden opvallen.

Lucien De Coninck ’s activiteit als O. F.-er zou vanaf de herfst van 1941 tot maart 1943 duren. Toen moest hij om veiligheidsredenen en op bevel van het O. F. zijn verzet staken, daar zijn broer Willy door de Gestapo aangehouden was, waardoor Lucien De Coninck als een verdachte door de Gestapo gevolgd werd.

In de periode dat hij actief was, heeft hij een belangrijke rol gespeeld. Uiteraard waren wij studenten hiervan niet op de hoogte. Het is maar na de Bevrijding dat wij, met stukken en brokken kennis kregen van zijn verzetsactiviteiten. Want Dr. Lucien De Coninck was zelf een zo bescheiden man dat hij hiermede niet wou uitpakken.

Zijn werk is onvoldoende gekend. De vraag is: zal het ooit volledig gekend zijn? Want mijn inziens heeft de academische overheid zijn werk als verzetsman in de doofpot gestoken, zoals ik verder zal aantonen.

Samengevat wil ik vermelden dat Dr. Lucien De Coninck begon samen te werken met Albert Maertens, een jong advocaat, gewezen lid van

“ ’t Zal “ , een van de leiders van het anti - fascistisch front in de Spaanse burgeroorlog, een van de eerste verantwoordelijke leiders van het

O. F.– Oost-Vlaanderen. Lucien De Coninck stond in voor het opstellen, drukken en verspreiden van sluikbladen. Hij gelukte er in het oorspronkelijke gestencileerde blad om te schakelen in een gedrukte uitgave: “ Vrij “ waardoor dit op vele duizenden exemplaren kon verschijnen. Nadat Maertens aangehouden was, de drukkerij “ Vrij “ in de handen van de Gestapo gevallen was, zorgde Lucien De Coninck voor een nieuwe drukkerij, zodat een nieuw illegaal blad kon verschijnen,

“ Het Belfort “ , als regionaal blad voor het O. F. - Oost-Vlaanderen.

Later werd hij de leider van het O. F. - Oost-Vlaanderen, met al de verantwoordelijkheden dat dit met zich bracht. Maar, zoals gezegd, moest Lucien De Coninck, in maart ’43 zijn activiteiten, op bevel van

O. F. - Nationaal staken.

Na de Bevrijding treedt Lucien De Coninck openlijk op als vertegenwoordiger van het O. F. , ditmaal zowel buiten als binnen de Universiteit.

Tijdens het eerste nationaal O. F. congres, te Brussel in de herfst van 1944, werd het O. F. -Gent vertegenwoordigd door 3 afgevaardigden, Lucien De Coninck, Laurent Merchiers, en ikzelf.

Voor velen was het een emotionele ontmoeting of weerzien.

Lucien De Coninck zal zich verder bekommeren in 1944 en ’45 over de werking van het O. F. -Gent, o.m. door publicaties in het blad

“ Het Belfort “ .

Maar ook binnen de universiteit laat Lucien De Coninck zich gelden.

Tijdens de eerste maanden na de Bevrijding doet zich een merkwaardige controverse voor.

Een aantal professoren, die zich tijdens de Bezetting afzijdig gehouden hebben, vinden plots dat de universiteit zich moedig gedragen heeft en minimaliseren de acties van het verzet, meer bepaald van de studenten.

Dit komt tot uiting, niet alleen binnen de universiteit, maar ook in de dagbladen, en duurt tot de aanstelling van een nieuwe rector, Blancquaert, in de lente van 1945.

Gedurende geheel deze periode, kiest Lucien De Coninck ononderbroken de zijde van de studenten, die bovendien met nieuwe ideeën over het beheer van de universiteit, o.m. medezeggenschap van de studenten, voor de dag kwamen, een soort mini mei ’68 avant la lettre.

Zoals gezegd zal Lucien De Coninck ononderbroken de studenten steunen, wat door de meeste professoren niet in dank wordt afgenomen.

De studenten en professoren die in het verzet stonden worden op een lijn gezet, moeten dus het zwijgen opgelegd worden en moeten zo vlug mogelijk vergeten worden. Dat geldt dus voor Lucien De Coninck.
Uiteraard wint de clan Blancquaert, die ons voorgesteld wordt als model democraat.

Aan mezelf zegt hij: “ Studenten moeten aan de universiteit studeren, zich eventueel amuseren, maar het beheer is uitsluitend het domein van het professorencorps “ .

En hij dreigde er mee om studenten die zijn standpunt niet deelden, uit de universiteit te zetten, zoals o.m. het geval was met student Leo Peeters, waarvan Blancquaert veronderstelde dat hij in het dagblad

“ Vooruit “ een artikel geïnspireerd had dat het studentenstandpunt verdedigde.

Het is duidelijk: het verzet moest vergeten worden. Daarin is de toenmalige academische overheid geslaagd.

Bij de samenstelling van het boek “ 175 jaar universiteit Gent “ , dat in 1992 zou verschijnen, ontdek ik bij toeval, op een ogenblik dat de kopij voor dit boek en het bijbehorende illustratief materiaal reeds bij de drukker is, dat er niets over het verzet in vermeld zal worden. De archivaris Simon – Van der Meersch, belast met de samenstelling, beschikte over geen gegevens over het verzet!

Wat onbegrijpelijk is. Want ik verwijs de archivaris naar het boek

“ De Rijksuniversiteit Gent tijdens de bezetting 1940 – ’44 “ van

“ Dirk Martin “ , een uitgave van het Archief van de R. U. G. en naar

“ Opstellen over de Belgische Arbeidersbeweging “ .

Uiteindelijk worden 8 bladzijden tenslotte ingelast, die waarvan de gegevens vrijwel uitsluitend van mij komen, en die betrekking hebben op het studentenverzet.

Over het verzet van de professoren verschijnt een halve bladzijde, met de vermelding van prof. Billiet. Over Dr. prof. Lucien De Coninck, geen woord, geen foto’s.



De academische overheid van de jaren 1945-’50 is er dus in geslaagd het verzet van studenten en professoren zo veel mogelijk uit te wissen.
Gelukkig is er nog “ ’t Zal “ , het geweten van d’ Unif.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina