Dreigingsniveau



Dovnload 29.92 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte29.92 Kb.
Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, maart 2012

(DTN28)
Dreigingsniveau

Er hebben zich de afgelopen maanden geen majeure wijzigingen voorgedaan in

het dreigingsbeeld. Het dreigingsniveau voor Nederland blijft derhalve ‘beperkt’.

Dit betekent dat de kans op een terroristische aanslag momenteel gering is, maar

niet is uit te sluiten. De beperkte dreiging komt vooral voort uit de manifestatie

van het internationale jihadisme. Zoals geconstateerd in DTN27 verlichten enkele

ontwikkelingen het dreigingsbeeld voor het Westen enigszins. De slagkracht van

kern al Qa’ida is aangetast door de dood van verschillende leiders. De diverse

regionale, aan kern al Qa’ida gelieerde organisaties lijken momenteel

voornamelijk gefocust op zowel de gewapende als de politieke strijd in delen van

Afrika en Azie. Maar de uitkomst van die strijd is nog hoogst onzeker. Mogelijk

profiteren jihadisten in sommige landen van de politieke en militaire

ontwikkelingen, hetgeen op termijn opnieuw een hogere dreiging voor westerse

landen kan opleveren. Ook is de jihadistische ideologie nog steeds in staat

individuen en groepen te inspireren tot actie in en tegen westerse landen, getuige

opnieuw diverse arrestaties in Europa en Noord-Amerika.
Nederland en zijn onderdanen zijn nog steeds legitieme doelwitten voor

jihadisten, vanwege de vermeende discriminatie van moslims, de gepercipieerde

beledigingen van de islam en de profeet Mohammed in ons land, en de deelname

aan (militaire) missies in islamitische landen. In DTN27 werd vermeld dat er

minder vaak dreigingen tegen Nederland werden geuit op (jihadistische) websites.

Maar in december 2011 was er sprake van een korte opleving, toen bedreigingen

werden geplaatst tegen Amsterdam en tegen Nederlandse diplomatieke

vertegenwoordigingen. Nederlanders en Nederlandse belangen in het buitenland

lopen meer risico geconfronteerd te worden met terrorisme dan in Nederland zelf.

Dit bleek recentelijk bijvoorbeeld bij de ontvoeringen van twee Nederlandse

toeristen, in Mali door ‘al Qa’ida in de Islamitische Maghreb’ (AQIM) en in de

Filippijnen door de jihadistische groep Abu Sayyaf.


Jihadistische netwerken in Nederland zijn meer gefocust op de jihad in het

buitenland dan in Nederland. Het is zorgwekkend dat het aantal jihadisten dat

uitreist naar een jihadistisch strijdgebied in de afgelopen jaren is gegroeid en dat

zij vaker hun doel weten te bereiken. Zij hebben de kennis en contacten die nodig

zijn om nieuwe jihadreizen uit Nederland te organiseren. Bij terugkeer kunnen zij

anderen enthousiasmeren tot een jihadreis en hen daarbij helpen. Ook kunnen zij

hun opgedane strijdervaring gebruiken voor een aanslag in Nederland. Voor dit

laatste zijn momenteel geen concrete aanwijzingen.


Hoewel het jihadisme de voornaamste bron van terroristische dreiging tegen

Nederland is, blijft alertheid geboden ten aanzien van andere vormen van

ideologisch gemotiveerd geweld. Het is immers voorstelbaar dat dergelijk geweld

ook doelen in Nederland, of Nederlandse belangen in het buitenland kan treffen.

Na de geweldsdaden van Breivik in Noorwegen toonden ook andere Europese

incidenten aan dat deze dreiging meer dan theoretisch is. In Florence schoot een

sympathisant van het neo-fascisme vijf Senegalezen neer en doodde daarbij twee

van hen. In Duitsland werd bekend dat tien onopgeloste moorden op voornamelijk

Turkse allochtonen uit de periode 2000-2006 waren gepleegd door de

Nationalsozialistischer Untergrund, een rechts-extremistische groep. Opnieuw

zond een anarchistische groep, dit keer uit Italie, bombrieven naar doelen in

Rome, Frankfurt en Parijs.


In Nederland blijven radicale groeperingen grotendeels handelen binnen

de grenzen van de wet. Er werden in het laatste kwartaal van 2011 diverse

incidenten gemeld van islamistische radicalen, links-, rechts-, dierenrechten- en

asielrechtenextremisten, maar die waren niet van zeer ernstige aard. Wel werden

bij een Noord-Hollandse rechts-extremistische groep wapens aangetroffen. De

wapens waren waarschijnlijk bedoeld voor de verkoop, niet voor een aanslag. De

weerstand tegen geweld uit ideologische overwegingen blijft in Nederland hoog.
Kern al Qa’ida en gerelateerde groepen

De slagkracht van kern al Qa’ida is in de afgelopen periode verder verminderd

door de uitschakeling van verschillende strijders en kaderleden, vooral door

toedoen van luchtaanvallen. Leider al-Zawahiri roept jihadisten in het Midden-

Oosten en Noord-Afrika op om aansluiting te zoeken bij politieke ontwikkelingen

om zo de islamitische staat te verwezenlijken. De dreiging van kern al Qa’ida

richting Europa is nog wel aanwezig, getuige bijvoorbeeld de arrestaties van

jihadisten in Dusseldorf in april en in december 2011, maar lijkt de laatste jaren

sterk verminderd. Ook van de aan kern al Qa’ida gerelateerde organisaties lijkt

minder dreiging uit te gaan richting westerse landen. In de diverse incidenten en

verstoorde acties in Europa in 2011 is betrokkenheid van die organisaties zelden

aangetoond. Wel beinvloedt de jihadistische propaganda, zoals verspreid op het

internet, de denkwereld van sommige moslims in westerse landen. De

Engelstalige propaganda lijkt met de uitschakeling van al Awlaki en Samir Khan in

september 2011 wel een klap te zijn toegebracht: het internetmagazine ‘Inspire’

verscheen sindsdien niet meer.


Hoewel de uitstraling naar het Westen momenteel dus beperkt lijkt, blijft de

situatie in diverse landen waar jihadisten actief zijn zorgwekkend. In Pakistan

hebben extremistische groeperingen waarschijnlijk gebruikgemaakt van de

tijdelijke vermindering van het aantal bombardementen om te hergroeperen en

nieuwe campagnes voor te bereiden. In Afghanistan is sprake van voorzichtige

toenadering aan de onderhandelingstafel tussen de Verenigde Staten en de

Taliban. Het geweld houdt echter aan. De opstandelingen richten zich nu vooral

op de Afghaanse autoriteiten. ISAF-troepen zijn een secundair doelwit geworden.

AQIM in Noord-Afrika zet zijn inspanningen om meer wapens te verwerven door

en is actief met het ontvoeren van buitenlanders. In Egypte is een nieuwe

jihadistische groep actief in de Sinai. In Jemen wordt de positie van AQAS (‘al

Qa’ida op het Arabisch Schiereiland’) in het zuiden, waar het in gevecht is met

regeringtroepen, steeds sterker. Ook zijn er indicaties dat de strijd in Jemen

steeds meer aantrekkingskracht heeft op buitenlandse jihadisten. Dat geldt

eveneens voor al Shabaab in Somalie, dat wellicht de meeste buitenlandse

jihadstrijders trekt. Door vooral de Ethiopische en Keniaanse interventie staat de

groepering onder grote druk. De terroristische dreiging in buurland Kenia neemt

toe; er vonden verschillende aanslagen plaats waarvan er een werd geclaimd door

al Shabaab. Het gewapend conflict in Syrie gaat vooralsnog door, berichten over

de betrokkenheid van jihadisten zijn niet eenduidig. De verwikkelingen in

bovenstaande landen maken de kans dat Nederlanders en Nederlandse belangen

in die landen geconfronteerd worden met jihadistisch terrorisme groter dan in

Nederland. Dat verhoogde risico werd in de onderhavige periode onderstreept

door de ontvoeringen van Nederlandse toeristen in Mali door AQIM (op 25

november 2011) en in de Filippijnen door Abu Sayyaf (OP 1 februari 2012).
Europa en Noord-Amerika

In Europa en Noord-Amerika blijft de dreiging van terroristisch en extremistisch

geweld aanwezig. Er waren in de afgelopen periode geen jihadistische aanslagen,

met uitzondering wellicht van een aanslag door onbekenden met een

molotovcocktail op het Franse satirische blad ‘Charlie Hebdo’ op 2 november

2011. Niemand raakte gewond. Het blad had kort ervoor aangekondigd een editie

over islamisten in Libie en Tunesie te publiceren, met de profeet Mohammed als

fictief hoofdredacteur. De aanslag werd niet geclaimd, waardoor niet is vast te

stellen of jihadistische motieven een rol speelden. Diverse aanhoudingen in het

Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Spanje en Duitsland, waarmee

mogelijke jihadistische acties werden voorkomen, maken duidelijk dat jihadisten

westerse landen nog immer in het vizier hebben.

Op het gebied van rechtsextremistisch en links-anarchistisch geweld waren er

incidenten in diverse landen. Een sympathisant van het neo-fascisme beschoot op

12 december vijf Senegalezen in Florence en doodde daarbij twee van hen.

Italiaanse anarchisten stuurden bombrieven naar doelen in Frankfurt, Rome en

Parijs. Een persoon raakte licht gewond. Verder was er opnieuw een voorbeeld

van een ‘spreeshooting’, toen een man in Luik vier willekeurige mensen doodde

met handgranaten en een vuurwapen, waarna hij zelfmoord pleegde. De dader

liet geen enkele verklaring voor zijn daad na. Ook de Nederlandse gewelddadige

eenlingen Tates (Apeldoorn 2009) en Van der Vlis (Alphen aan de Rijn 2011)

lieten niets na waaruit een helder motief bleek. Woede tegen de samenleving of

de staat, een fascinatie voor wapens en psycho-sociale problemen spelen vaak

een rol bij dergelijke geweldsdaden van eenlingen. Hoewel het geen extremisme

of terrorisme in de traditionele zin van het woord betreft, zijn er belangrijke

overeenkomsten qua geweldsvorm, doelwitten en maatschappelijke onrust.


Dreiging tegen Nederland

De beperkte terroristische dreiging voor Nederland is nog steeds voornamelijk

gerelateerd aan het internationale jihadisme. Er zijn geen aanwijzingen voor

terroristische dreiging uit andere ideologische hoeken tegen Nederland. Het

Nederlandse profiel onder jihadisten is onverminderd hoog. Nederland blijft op het

jihadistisch netvlies staan als land dat islamvijandig is, moslims discrimineert,

toestaat dat de islam en profeet worden beledigd en deelneemt aan (militaire)

missies in islamitische landen. In DTN27 werd vastgesteld dat de aandacht voor

Nederland op jihadistische websites leek te zijn geluwd. In de afgelopen periode

leefde die echter kortstondig op toen een gerucht, ontstaan in 2008, nieuw leven

werd ingeblazen: Nederland zou toestaan dat er een erotische film over de

vrouwen van profeet Mohammed zou worden gepubliceerd. Het leidde tot een

bedreiging tegen Amsterdam op een belangrijk jihadistisch forum, tot

dreigementen op Facebook tegen Nederlandse diplomatieke

vertegenwoordigingen en tot vier demonstraties bij de ambassade in Tripoli.

Daarna ebde de aandacht snel weg. De voorvallen tonen aan dat vermeende

islambeledigende activiteiten snel een sterk mobiliserend effect kunnen hebben,

waarbij in diverse landen op verschillende wijze acties worden ondernomen, zowel

virtueel als fysiek. Nederlandse personen en belangen in het buitenland kunnen

daarmee worden geconfronteerd.

Jihadistische netwerken in Nederland zijn meer gefocust op de strijd in

jihadistische stnjdgebieden in het buitenland dan op het voeren van een jihad in

Nederland. Zorgelijk in dit verband zijn de pogingen van Nederlandse jihadisten

om die strijdgebieden te bereiken. Het aantal jihadreizigers is de afgelopen jaren

gegroeid en ze bereiken vaker hun doel. Ook andere gebieden dan Pakistan,

Afghanistan en Somalie raken steeds meer in trek als reisdoel. Sommige

jihadisten proberen aansluiting te vinden bij strijdgroepen in landen als Libie,

Egypte en Syrie. Zij vormen een bedreiging voor westerse belangen in die regio’s.

Daarnaast bestaat het gevaar dat zij de opgedane kennis en ervaring na

terugkomst in Nederland toepassen. Van teruggekeerde jihadisten gaat op dit

moment echter beperkte dreiging uit.
Radicalisering en polarisatie

Diverse radicale en extremistische bewegingen lieten van zich horen in de

afgelopen periode, hoewel grote incidenten uitbleven. Sharia4Holland, de

activistische radicale islamistische groep, verstoorde op intimiderende wijze een

lezing in ‘De Balie’ te Amsterdam in november 2011. De kleine groep probeert zijn

aanhang te vergroten met een meer provocerende houding, die zijn zuidelijke

evenknie Sharia4Belgium ook tentoon spreidt. Bij de Noord-Hollandse rechts-

extremistische groep Vanguard/Uifhed nar werden wapens aangetroffen. De

wapens waren waarschijnlijk bedoeld voor doorverkoop, niet voor het plegen van

een aanslag. Ook van dierenrechten- en linkse extremisten werden diverse acties

geregistreerd, zonder gewelddadig karakter overigens.
Weerstand

De weerstand van de Nederlandse bevolking tegen ideologisch geweld is

onverminderd hoog. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de geringe omvang van

extremistische bewegingen van diverse snit. Sharia4Holland en Hizb ut-Tahrir

trekken weliswaar geregeld media-aandacht, maar blijven splintergroeperingen,

hetgeen ook geldt voor gelijksoortige clubs in rechtse en linkse hoeken. Via het

internet wordt duidelijk dat er wel een bepaald draagvlak voor hun extremistische

ideeen bestaat. Sommigen willen ook wel een stap verder gaan, getuige de

jaarlijks diverse keren dat moskeeen in Nederland worden beklad, ontheiligd of

zelfs met brandstichting geconfronteerd, mogelijk door personen met een rechts-

extremistische achtergrond. Het zijn verspreide, niet geregisseerde incidenten,

die ook in aantal lijken af te nemen. Gewelddadig extremistisch gedachtegoed

vindt over het algemeen weinig weerklank op internet. Dat geldt niet alleen voor

het jihadistische ver-toog. Het gedachtegoed van de Noorse terrorist Anders

Breivik bijvoorbeeld, vertoont grote overeenkomsten met de opvattingen van

verschillende groepen in Nederland die ijveren tegen de islam, de multiculturele

samenleving en het ‘linkse establishment’. De extreem gewelddadige

doorvertaling die Breivik maakte krijgt echter nauwelijks steun, niet in woord, niet

in daad.
Tegenmaatregelen

In vier zaken behorend tot het zogenaamde ‘Piranhaproces’ tegen Samir A. en vijf

andere personen deed de Hoge Raad in de afgelopen maanden uitspraak. De

vonnissen van het gerechtshof ‘s-Gravenhage in de zaken van Soumaya S. en het

echtpaar Lahbib B. en Hanan S. werden vernietigd. In de eerste zaak speelde

vooral de behandeling door het hof van vertrouwelijk bewijsmateriaal en het

horen van een medewerker van de AIVD een cruciale rol in het oordeel van de

Hoge Raad. In de twee andere zaken draaide het onder andere om de vraag of de

echtelieden wisten dat zij deelnamen aan een organisatie met een terroristisch

oogmerk. In de vierde zaak, die van Nourridin ei F., verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van de veroordeelde. De vier hebben overigens inmiddels hun

straf uitgezeten. El F. was de laatste van deze vier die gedetineerd was. Hij kwam

op 6 juni 2011 vrij waarna hij naar Marokko vertrok. Van de veroordeelden in het Piranhaproces is alleen Samir A. nog gedetineerd.


In de afgelopen zes jaar werden in Nederland vijftig personen tot ongewenst

vreemdeling verklaard en 31 personen verwijderd in verband met terroristische

activiteiten, radicalisering of jihadisme. De terroristische dreiging, met name die

van binnenlandse netwerken, is al langere tijd beperkt. Dit betekent dat

vreemdelingenrechtelijke maatregelen, evenals overigens diverse andere

contraterrorisme-instrumenten, in beperkte mate behoeven te worden ingezet.

Verder hebben personen, die zich in Nederland bezig houden met extremistische

of terroristische activiteiten, meestal de Nederlandse of mede de Nederlandse

nationaliteit. Ontneming van het Nederlanderschap kan alleen in uitzonderlijke

gevallen, hetgeen de toepasbaarheid van het vreemdelingenrechtelijke



instrumentarium beperkt.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina