Dubbele lotje



Dovnload 145.74 Kb.
Pagina1/3
Datum22.07.2016
Grootte145.74 Kb.
  1   2   3
DUBBELE LOTJE
toneelstuk naar het boek van Erich Kästner
klas 4
Jany van Oudheusden

Vrije School Utrecht



DUBBELE LOTJE

toneelstuk naar het boek van Erich Kästner

klas 4 Vrije School Utrecht 3 en 4 april 2006/2007

bewerking Jany van Oudheusden


SCRIPT

scène 1 (Licht : verteller + vakantie)

Verteller 1 komt links op voor het doek:

Ik ben hier, om jullie een verhaal te vertellen. Het is een best wel ingewikkeld verhaal, en jullie moeten verdraaid goed opletten om het te kunnen volgen. In het begin is het nog wel gezellig. Pas later wordt het ingewikkeld. Ingewikkeld en tamelijk spannend…

Het begin van mijn verhaal speelt zich af in een vakantiehuis in Paterswolde aan het Paterswoldermeer. Het is niet zo belangrijk dat jullie weten waar dat ligt, want vakantiehuizen lijken nou eenmaal sprekend op elkaar, net als bosviooltjes: als je er eentje kent, dan ken je ze allemaal. Als je langs zo’n vakantiehuis wandelt, lijkt het wel een reusachtige bijenkorf. De lucht zoemt er van het geschreeuw, gefluister, gegiechel en geroezemoes. Zulke vakantiehuizen zijn bijenkorven vol kindergeluk en vrolijkheid. Hoeveel vakantiehuizen er ook bestaan; er zijn er toch nooit genoeg!

O ja, s’avonds gebeurt het natuurlijk wel eens, dat kabouter Heimwee bij de bedden in de slaapzaal zit. Hij trekt zijn grijze rekenschrift en zijn grijze potlood uit zijn tas en telt met een ernstig gezicht de kindertranen om hem heen; de gehuilde en de ongehuilde. Maar s’morgens – voor iemand er erg in heeft - is hij weer verdwenen! Foetsie! Dan kletteren de bekers thee, dan kletsebetsen de kleine monden weer om het hardst. Dan rennen de spetteraars weer in kuddes het koele groene meer in, springen bommetjes, gillen, juichen, spartelen, zwemmen of doen toch minstens alsof ze zwemmen.

En zo gaat het dus ook in Paterswolde aan het Paterswoldermeer; voorlopig zwemmen ze nog allemaal in het meer; en het meeste lawaai maakt daarbij - zoals altijd – een klein negenjarig meisje, dat een hoofd vol krullen en wilde plannetjes heeft en Louisa heet. Louisa Parker, uit Amsterdam. Maar zoals dat gaat; juist als het heel leuk is, klinkt uit het vakantiehuis de gong voor het middageten en de oude en jonge mevrouw Marva drijven hun snaterende kudde voltallig naar de stal, o nee, naar de eetzaal. Stipt om twaalf uur eten de kinderen hun brood. En dan wachten ze nieuwsgierig de namiddag af, want er worden tien nieuwe kinderen uit Zuid-Holland verwacht…

(Doek open, verteller draait zich half om naar het toneel.Licht: vakantie.) Laat in de middag staan ze er dus allemaal: Louisa, Erna, Stefanie, Chris en Tanja met de Marva’s, de kok en de andere kinderen voor het huis en wachten ongeduldig op de ‘nieuwen’, die door de directeur van het vakantiehuis van het station worden gehaald. En ja hoor, daar komen ze al aan.



(Directeur, nieuwen en Lotje links op.) Voorop de directeur met een bonte vracht van tassen, manden, poppen, rugzakken, paraplu’s, luchtbedden, thermoskannen, regenjassen, dekens, boeken, skeelers en pluchen knuffelbeesten. Ieder kind krijgt een kamer toegewezen en als allerlaatste verschijnt het tiende kind; een ernstig kijkend meisje. Ze glimlacht verlegen in het rond maar plotseling staart ze Louisa aan met grote verschrikte ogen. Nu spert ook Louisa haar ogen open; geschrokken kijkt ze de nieuwe in het gezicht. De andere kinderen en de Marva’s kijken onthutst van de een naar de ander. De directeur schuift zijn pet naar achteren, krabt op zijn hoofd en vergeet zijn mond dicht te doen. Wat is er dan aan de hand? Louisa en die nieuwe lijken op elkaar als twee druppels water! De ene heeft weliswaar krullen en de andere streng gevlochten vlechten, maar dat is dan ook werkelijk het enige verschil! (Verteller 1 links af.)

Directeur: Nou, daar breekt mijn klomp!

Jonge mevrouw Marva: Tjonge jonge, daar begrijp ik echt helemaal niets van!

Louisa wil ervandoor gaan maar ze wordt vastgehouden door de oude mevrouw Marva: Niet zo snel jongedame!

Oude mevrouw Marva tegen de kok: Wil jij de nieuwen naar hun kamers begeleiden, dat duurt hier nog wel eventjes…

Jonge Marva geeft haar megafoon aan de kok.

Kok: Komt voor de bakker! Kok springt op het bankje. Zo, jullie hebben het gehoord, toe maar, vooruit, schiet op, hup hup hup, komt er nog wat van? (Nieuwen rechts af met tassen en kok)

Jonge mevrouw Marva bladert in het gastenboek: Die nieuwe heet Charlotte Koopman en komt uit Rotterdam.

Directeur: Zijn jullie familie van elkaar? (Ze schudden hun hoofd.)

Oude Marva: Hebben jullie elkaar tot op de dag van vandaag nog nooit eerder gezien? (Ze schudden weer hun hoofd.)

Jonge Marva: Dat is wel een beetje eigenaardig, vind je niet? (Ze geeft directeur een arm)

Directeur: Hoezo eigenaardig, hoe kunnen ze elkaar nou gezien hebben als de ene uit Amsterdam komt en de ander uit Rotterdam? (Directeur en jonge Marva gearmd links af, omkijkend.)

Oude Marva verdraait geërgerd haar ogen: Twee meisjes die zo sprekend op elkaar lijken, worden vast en zeker goede vriendinnen. Doen jullie niet zo raar, kinderen! Kom, geef elkaar eens een hand!

Louisa: Nooit! (kruist haar armen achter haar rug)

Oude Marva haalt haar schouders op: Louisa, jij kunt gaan. (Louisa rent links af). Tegen Lotje: Maar jou heb ik nog eventjes nodig, Charlotte, loop maar even mee naar het kantoortje. Ik moet je naam nog inschrijven, en wanneer en waar je geboren bent, en hoe je ouders heten. (Oude Marva en Lotje al pratend rechts af, Tanja, Chris, Stefanie en Erna gaan fluisterend op het bankje zitten.)

Lotje verlegen: Ik heb alleen nog maar een moeder. En ze noemt me Lotje.

scène 2 (Licht: vakantie)

Louisa komt van links op en ziet Tanja, Chris, Stefanie en Arno zitten en rent naar ze toe.

Chris: Hé Louisa, hoe gaat het er mee?

Louisa: Het kon beter…

Tanja: Nou, ík zou het niet pikken als ik jou was, het is tenslotte jouw gezicht, en jij had het eerst, toch?

Louisa: Maar ze lijkt helemaal niet op mij! Heb je het niet gezien? Haar ogen staan veel dichter bij elkaar, ze heeft flaporen en haar tanden staan hartstikke scheef, dus.. De anderen kijken haar spottend aan. Wat moet ik dan doen? Zij is nu hier en ze zal wel tot het einde van de vakantie blijven. Mijn hele vakantie naar de maan…

Chris: Tja, het is weer eens wat anders! Ik denk dat je het maar moet accepteren, dat je hier nu dus twee keer bent.

Louisa: Hé, ze heeft wel mijn gezicht, maar daarom is ze nog niet IK, OK?

Chris: Jaja, zo bedoelde ik het niet.

Arno: Ik heb het: je moet die kloon d’r gezicht open krabben of haar neus afbijten!

Tanja: Ja of verf het met een kleur die er niet meer afgaat! Dan zien jullie er niet meer hetzelfde uit en ben je in één klap van het hele probleem af.

Louisa: Geniaal, maar niet heus, hebben jullie geen betere ideeën? Ik vind het gewoon stom als ze zo je vakantie verknallen…

Stefanie: Maar zij, Lotje, zij kan er toch ook niks aan doen? Kan ook gewoon toeval zijn, toch? Stel dat er nu iemand kwam die er net zo uitzag als ik…

Arno: Ja hoor, je gelooft toch zeker zelf niet, dat er iemand zo stom kan zijn om met jouw hoofd te gaan rondlopen! Ze lachen.

Stefanie staat beledigd op: Ach, jullie zijn gek, ik ga zwemmen. Ze gaat links af.

Tanja: Hé Stef, wacht op ons!

Arno: Dat was maar een grapje!

Chris: Hé, loop nou niet weg! Ze rennen achter haar aan.

scène 3 (Licht: vakantie)

De Marva’s en de kok komen rechts het toneel op.

Oude Marva: Het is ongelooflijk! Twee wildvreemde meisjes die zoveel op elkaar lijken..

Kok: Misschien zijn het wel astrologische tweelingen!

Jonge Marva: Wat is dat nou weer?

Kok: Nou, er schijnen mensen te bestaan, die op elkaar lijken als twee druppels water, zonder ook maar in de verste verte familie te zijn. Die zijn precies in het zelfde deeltje van een seconde ter wereld gekomen!

Jonge Marva: Aha.

Kok: Ik heb een keer gelezen over een Londense kleermaker; die zag er net zo uit als Edward de zevende, de Engelse koning. Je kon ze niet uit elkaar houden. En de kapper droeg ook nog hetzelfde puntbaardje! De koning liet de kapper bij zich komen in het paleis en sprak lang met hem…

Jonge Marva: En ze waren echt in dezelfde seconde geboren?

Kok: Ja, dat hebben ze heel nauwkeurig en wetenschappelijk vastgesteld.

Jonge Marva: En toen? Hoe is het verhaal afgelopen?

Kok: De herenkapper moest op bevel van de koning zijn baard afscheren en daarna werden de twee de dikste vrienden!

Oude Marva nadenkend: Nou ja, ik ben bang dat het met onze twee meisjes niet zo eenvoudig zal gaan, de ene weigert de andere te leren kennen en de andere is te verlegen om daar iets tegen te doen.

Jonge Marva: Maar we moeten er toch iets mee...

Kok: Als ze nou baarden hadden, wist ik wel iets...

Oude Marva: Ik weet al iets, (ze lopen samen weg) misschien helpt het om ze strak aan te pakken: vanaf nu zitten die kleine dubbelgangsters met het eten naast elkaar en Lotje Koopman krijgt het bed naast Louisa Parker. Dan moeten ze wel aan elkaar wennen, of ze nou willen of niet! (rechts af)

scène 4 (Licht: vakantie)

Lotje komt rechts op, gaat op het bankje zitten, en staart naar een foto van haar moeder, Stefanie komt langs (van links) en gaat achter de bank staan.

Stefanie: Hoi Lotje, wat doe je daar?

Lotje schrikt: Huh, niks, ik.. Joh, ik schrik me een hoedje!

Stefanie wijst op de foto: Is dat je moeder? (Lotje knikt) Ze ziet er aardig uit, mis je haar?

Lotje (treurig): Ja… Ze zei dat ze blij is, omdat ik een paar weken met vrolijke kinderen samen ben om uit te rusten en eens aan wat anders kan denken…

Stefanie: Hoezo aan wat anders denken? Wat bedoel je?

Lotje: Nou, mijn moeder werkt meestal tot s’avonds laat en als ze dan thuiskomt, is ze moe. Daarom kook ik en ik dek de tafel en ik doe de afwas alvast, om haar te helpen. En ze bedoelt dat ik nu een keer kan uitrusten en een beetje pret maken met andere kinderen…

Stefanie: Maar... speel je dan na school nooit met andere kinderen?

Lotje: Nee, daar heb ik meestal geen tijd voor. Mijn moeder is gewoon te weinig thuis, snap je?

Stefanie: Ja, nou, dat lijkt me best wel rot.

Lotje: Toch was ik nu liever bij haar dan in dit stomme vakantiehuis.

Stefanie: Ja, dat zal best, maar wacht het nou maar even af! Je zal zien, als je Louisa eenmaal kent, vind je d’r heus wel leuk. Ze is eigenlijk heel aardig! Zo nu moet ik gaan hoor, want als ze me met jou ziet praten, slaat ze me vast in elkaar! Zij of Arno! Doei! Ze staat op en gaat er huppelend vandoor, rechts af.

Lotje kijkt weer naar de foto: Die griet is zonder twijfel het vreselijkste mormel hier op aarde. Zucht. Tja, en daar zou je nou lachrimpeltjes van moeten krijgen.

Doek dicht.

scène 5: (Licht : verteller + nacht + evt. muzikanten?)

Verteller 2 komt links op voor het doek:

Het idee van de oude mevrouw Marva, om het met korte metten op te lossen, was mislukt. Louisa werd alleen maar kwader omdat ze nu de hele tijd met Lotje samen moest zijn. Bij het avondeten kon ze zich niet langer inhouden en schopte ze Lotje met alle kracht onder de tafel tegen haar schenen. Maar de Marva’s en de kok merkten zoals altijd weer niks…



Nu is het nacht en alle kinderen slapen… op twee na. (Doek open, licht: nacht Tanja, Arno, Louisa, Lotje, Stefanie, Chris in bedden naast elkaar) Deze twee hebben elkaar de rug toegekeerd, en doen alsof ze heel diep slapen, maar ze liggen allebei met de ogen open en staren voor zich uit. Louisa kijkt boos naar de zilveren plek die de maan op haar bed schildert. Maar plotseling…

Lotje begint zachtjes te huilen, Louisa gaat rechtop zitten, laat haar knuffel los en begint Lotje langzaam over haar haar te strijken. De maan kijkt door het grote slaapkamerraam naar binnen en verbaast zich enorm. Daar liggen twee meisjes die elkaar niet aan durven kijken en de ene, die net nog huilde, tast nu langzaam naar de hand van de andere. Goed zo, denkt de oude zilveren maan bij zichzelf, dan kan ik met een gerust hart ondergaan en dat doet hij dan ook.

Doek dicht.Muziekje gitaar en piano. (Licht: muzikanten?) De volgende ochtend wagen ze het niet om elkaar aan te kijken als ze in hun pyjama naar de badkamer lopen, niet als ze zich kast naast kast aankleden en ook niet als ze naast elkaar aan het ontbijt zitten. Nu zit Louisa met haar vrienden voor het vakantiehuis te kletsen. Verteller 2 links af. Doek open.

scène 6: (Licht: vakantie) Louisa, Stefanie, Chris, Tanja en Arno op een bank. Ze hebben strandhanddoeken bij zich. Lotje komt links op en gaat op podiumrand zitten. De anderen kijken naar haar.

Arno: Zeg op, wanneer bijt je nou eindelijk eens de neus van die nieuwe af?

Louisa: Ach, doe niet zo stom!

Tanja: Hoezo, wat is er met jou aan de hand? Je was toch zo kwaad op haar?

Louisa: Nou en? Ik kan toch niet de neus afbijten van iedereen waar ik kwaad op ben? Trouwens ik ben niet eens kwaad op haar!

Arno: Hè?

Chris: Maar gisteren anders wèl!

Stefanie:Ja nou en of!

Arno: Bij het avondeten heb je d’r zo geschopt dat ze bijna jankte van de pijn!

Chris: Zei ik toch.

Louisa: Als jullie nu niet ophouden, zal ik jullie eens schoppen! Ze gaat naast Lotje zitten, die een bloemenkrans aan het vlechten is.

Chris: Nou die weet ook niet wat ze wil.

Tanja: Je hebt gelijk. Kom laten we gaan, dit is me te stom. Vrienden rechts af.

scène 7: (Licht: vakantie)

Louisa: Hoi. Kom je op de bank zitten? Lotje knikt en ze gaan op de bank zitten. Lotje houdt de krans omhoog: Wil jij hem hebben?

Louisa opgelucht: Ja, zet je hem me op?

Lotje zet hem op haar Louisa’s hoofd: Staat je goed! Ze lachen naar elkaar.

Louisa: Ben je nog kwaad op me? Lotje schudt haar hoofd.

Louisa: Het kwam allemaal zo ineens! Zoveel nieuwen! En toen jij! Ik schrok me dood!

Lotje knikt: Ik schrok me ook rot.

De kok komt van rechts naar links langs met megafoon en limonade: Lusten jullie wat drinken?

Beiden: Ja graag.

Kok: Aardbeitje erbij?

Lotje: Nee bedankt, ik ben allergisch.

Louisa: Nee bedankt, ik ben allergisch.

Kok: Ja, dat zei je net ook al. Hûh? Hij kijkt ze even verward aan. Oh, neem me niet kwalijk, ik ben ook al zo oud. Gelukkig doe ik nog geen zout in de suikervaatjes…. eh, suiker in de zoutvaatjes. Een koekje dan misschien?

Beide: Ja, lekker! Kok geeft de koekjes en loopt door.

Louisa: Ik ben gek op chocoladekoekjes. Thuis doe ik er altijd pindakaas op.

Lotje: Echt waar? Wat gek! Ik ook! Bijna iedereen vindt dat smerig.

Louisa: Ja, daar snap ik nou niks van.

Lotje: Ik ook niet! Ze giechelen. Zeg, heb jij eigenlijk broertjes of zusjes?

Louisa: Nee.

Lotje: Ik ook niet.

Louisa: Waarom heb je eigenlijk je kam meegenomen?

Lotje: Oh ik wou mijn vlechten nog een keer invl…(echten). Ze grijnzen elkaar toe.

Louisa: Denk jij wat ik denk?

Lotje:Ik denk het wel... Draai je maar om. Ze begint Louisa’s haar te kammen en te vlechten.

Louisa: Au, kijk toch uit, niet zo hard, auw!

Lotje: Rustig blijven! Hou je kalm. Geen geschreeuw als mammie je haren vlecht!

Louisa: Maar ik hèb helemaal geen moeder, au! Daarom ben ik ook zo’n lawaaischopper, zegt mijn vader.

Lotje: Krijg je dan nooit op je kop?

Louisa: Nee, waarom ook, hij is toch veel te dol op me.

Lotje: Dat heeft daar toch niks mee te maken?

Louisa: Bovendien heeft ie veel te veel aan zijn hoofd.

Lotje: Hij heeft toch zeker maar één vrije hand nodig... (maakt schijnbeweging van slaan)

Louisa: Haha ha!

Lotje: Is jouw moeder al lang dood?

Louisa: Ik weet niet, pappa zegt nooit iets over haar. Er stond vroeger een foto van haar op zijn vleugel, ze was heel mooi! Maar toen hij merkte dat ik die bekeek, heeft ie hem verstopt. Want hij was de volgende dag verdwenen.

Lotje: Ik herinner me mijn vader niet eens. Ik zal er heus wel eentje hebben, maar mamma heeft het nooit over hem. Alsof hij in het niets is verdwenen! En ik durf niks te vragen.

Louisa: Ben je nou eindelijk klaar?

Lotje: Wacht even. Zo, klaar!

Louisa: Ik heb een spiegeltje! Ze kijken er allebei in.

Lotje: Net twee zusjes!

Louisa: Jij bent toch ook negen?

Lotje: Ja, op 11 oktober word ik tien.

Louisa draait zich met een ruk om: Op 11 oktober? Lotje knikt.

Louisa: Ik ook.

Lotje: Dat is wel heel bizar. Maar… waar ben je dan geboren?

Louisa langzaam en zacht: In het kinderziekenhuis in Utrecht.

Lotje: Ik ook! Ze zwijgen en kijken elkaar aan.

Lotje: Louisa! We zijn zusjes!

Louisa: Zusjes? We zijn een tweeling! Ik ben geen enigkind, nee, ik ben een tweeling. Er zijn er twee van ons! Dat is waanzinnig!

Lotje: Verbijsterend!

Louisa: Enorm!

Lotje: Ik… ik heb een foto van mijn moeder in mijn rugzak.

Louisa: Laat zien! Louisa bekijkt de foto en duwt hem tegen haar hart: Mijn moeder!

Lotje slaat haar arm om Louisa heen: Onze moeder!

Louisa wil de foto teruggeven.

Lotje: Nee, die geef ik aan jou!

scène 8: (Licht: vakantie)

Arno, Stefanie, Tanja en Chris komen van rechts op aangewandeld.

Chris: Jemig, kijk nou!

Arno (neerbuigend): Moet je díe zien! Niet te vatten.

Tanja: Hé, heb je een nieuwe beste vriendin gevonden Louisa? (tegen Lotje)

Louisa en Lotje grijnzen naar elkaar.

Stefanie: Nou, ík vind het wel grappig!

De Marva’s en de directeur komen van rechts op.

Jonge Marva: Zeg kinderen, waarom blijven jullie hier staan?

Oude Marva: Oh hemeltjelief!

Directeur: Wow, ik zie geloof ik dubbel! (poetst zijn brillenglazen)

Oude Marva: Kijk eens aan, wie van jullie is nu Louisa en wie Lotje? Ze kijken elkaar grijnzend aan.

Jonge Marva: Dat willen jullie zeker niet verraden, hè? Louisa en Lotje schudden hun hoofd. De Marva’s zuchten.

Oude Marva tegen jonge Marva en directeur: Gaan jullie met de kinderen wandelen (gearmd links af met 4 vrienden) en jullie twee mogen naar het dorp gaan om foto’s te laten maken, die kun je dan naar huis sturen. (tweeling rechts af) Ja en ik… ik moet even uitrusten… gaat zitten op het bankje.

Kok komt van rechts aangerend en roept door megafoon: Mevrouw Marva, ik móet u iets vertellen… Ik kàn het gewoon niet voor me houden. O, wist ik nou maar, wat we moesten doen!!

Oude Marva: Rustig, kalm, diep doorademen. Ze neemt de megafoon af. Wat is er aan de hand?

Kok: Het zijn helemaal geen astrologische tweelingen!

Oude Marva: Wie, de kleermaker en de Engelse koning?

Kok: Nee, Louisa en Lotje! Ik heb in het gastenboek gekeken! Ze zijn allebei op dezelfde dag in Utrecht geboren, dat kán gewoon geen toeval zijn!

Oude Marva: Nee, natuurlijk is het geen toeval. Dat had ik al ontdekt toen ik de gegevens van Lotje noteerde.

Kok: Oh, dan wist u het dus al lang dat het tweelingen zijn... en wat gebeurt er nu? Ik bedoel: wat moeten we hier nu weer mee?

Oude Marva: Niets.

Kokkin: Niks?

Oude Marva: Die meisjes hebben toch geen flauw idee. Ze zijn nu in het dorp en laten foto’s maken. Als ze die foto’s dan naar huis opsturen, worden alle draden ontward, daar kunt U gerust op zijn. Wij passen er wel voor op, ons daarin te mengen! Ik hoop, dat U dat goed begrepen heeft?

Kok: Maar…

Oude Marva: Niks te maren!

Kok: Hmm. Beide rechts af, doek dicht.

scène 9: (Licht : verteller)

Verteller 2 komt links op voor het doek:

Intussen is er veel tijd verstreken. De meisjes hebben hun foto’s bij de fotograaf opgehaald. De kok vroeg onmiddellijk bezorgd na of ze de foto’s wel naar huis hadden gestuurd en toen hebben ze allebei hun vingers op de rug gekruist, braaf geknikt en ‘ja meneer’ gezegd. Maar ja, diezelfde foto’s liggen sinds die tijd in honderduizend kleine stukjes gescheurd op de bodem van het groene Paterswoldermeer.

Want de tweelingen willen hun geheim voor zichzelf houden en misschien samen onthullen en daar hoeft niemand zich mee te bemoeien! Het kan nou eenmaal niet anders. Zelfs Lotje heeft geen slecht geweten en dat wil wat zeggen!

Elke keer als de twee meisjes samen zijn, en dat is heel vaak, ontdekken ze weer een hele nieuwe wereld. Er valt ook zoveel te vertellen! Uiteindelijk hebben ze een plan gemaakt en niet zo maar eentje... Nee, het is een heel spannend plan! Verteller 2 links af. Doek open.



scène 10: (Licht: nacht. Tanja, Arno, Louisa, Lotje, Stefanie, Chris in bedden naast elkaar. Louisa en Lotje zitten op hun bed met schriftjes, Louisa speelt ook met haar knuffel Cuppy.)

Lotje: Ze houdt het meest van kippensoep.

Louisa: Oef, dat koken zie ik echt helemaal niet zitten.

Lotje: Weet je nog waar het kookboek staat?

Louisa: Even kijken: ja, in de keukenkast, onderste plank links.

Lotje: Yes! Ik zal elke dag naar het postkantoor gaan om te kijken of er een brief voor me is.

Louisa: Ik ook. Je moet me vaak schrijven hoor! Ik dacht eerst ook aan e-mail, maar dat durf ik niet, als ze onze mails zien, zijn we erbij!

Lotje: Nee dat kan echt niet! Kijk, hier heb ik nog een fotootje van opa.

Louisa: Oh, wat is ie schattig! Hoe noemen we hem?

Lotje: Opa!

Louisa: Dat dacht ik al! Ze giechelen. O ja, jij moet ook heel veel eten in het Amstelhotel, pappa is altijd heel blij als ik het lekker vind.

Lotje: O, ik word nu al misselijk als ik er aan denk. Echt superstom dat jouw lievelingseten schnitzel is, blèh!

Louisa: Als je nou meteen op de eerste dag drie schnitzels op eet, of vier, of vijf, dan kan je daarna zeggen dat je zo vol zit, dat je er voor de rest van je leven genoeg van hebt!

Lotje: Ja, misschien doe ik dat wel. Weet jij de weg naar school nog?

Louisa tilt haar schrift op: Alles staat op bladzijde 5. Jij hebt het makkelijker dan ik. Op de eerste dag loop je gewoon achter Petra aan en dan onthoud je waar je de hoek omgaat.

Lotje: O ja, dat was ik nog vergeten: Je moet mama wel een kus geven voor het slapen gaan hoor, dat is ze gewend.

Louisa glundert: Alsof ik dat zou vergeten!

Lotje: We móeten nu nog het dansje oefenen; heel belangrijk!

Louisa: Dansje? Welk dansje?

Lotje: Ik heb een soort begroetingsdansje samen met opa, dat moet je precies kunnen anders vallen we meteen door de mand. Kijk het gaat zo… Ze springt op haar bed en begint het voor te doen, Louisa valt in een deuk van het lachen.

[ 4x handen schudden / 4x handen plat op elkaar stapelen als in ‘deze vuist op’ / beide handen vast, naar beneden laten vallen, los / hurken en handen klappen / opspringen kwartslag naar rechts, bumpen / springen halve slag naar links, bumpen / handen onder kin als braaf hondje / met grote stap links langs elkaar / naar elkaar toedraaien / de hand geven]



Arno: Hé, gaan jullie twee niet eens een keer slapen? Ik doe geen oog dicht!

Allebei: Oeps! Sorry!

Louisa grijpt Cuppy en fluistert: OK, dat doen we morgenochtend dus nog. Slaap lekker!

Lotje: Jij ook. Trusten… (Doek dicht.)

scène 11: (Licht : verteller + evt. muzikanten?)

Verteller 3 komt links op voor het doek:

Hebben jullie door wat die twee van plan zijn? Er is een samenzwering gaande! De tweeling, die op zeer jonge leeftijd uit elkaar is gehaald, vindt het maar een rot-regeling: met de ene hier en de andere daar. En dus besluiten ze hun geheimpje nog steeds voor zichzelf te houden! Bovendien zijn ze razend nieuwsgierig naar hun andere ouder! Louisa wil dus als brave Lotje naar haar moeder in Rotterdam gaan, en Lotje gaat als de temperamentvolle Louisa naar haar vader in Amsterdam.

De volgende dag komen in alle vroegte op het kleine treinstationnetje in Paterswolde aan het Paterswoldermeer twee treinen binnen, uit tegenovergestelde richtingen. Tientallen zongebruinde kinderen klauteren snaterend de wagons in. Uit het raam van de ene trein hangt Louisa en zwaait, uit het raam van de andere trein zwaait Lotje. Allebei hebben ze een brok in de keel en hun plankenkoorts groeit met de seconde. De stationschef blaast op zijn fluitje en ja hoor, de treinen zetten zich in beweging. Nu is het echt zover; Louisa als ‘Lotje’ op weg naar mamma in Rotterdam en Lotje als ‘Louisa’ naar pappa in Amsterdam...

langere muziek (afscheidslied: nu vaarwel met treingeluiden? Licht: muzikanten?)

Een paar uur later komt Louisa als ‘Lotje’ in Rotterdam aan en wordt door moeder naar huis gebracht. Verteller 3 links af. Doek open, tweedelig toneel met links moeders woning, rechts vaders woning.



scène 12: (licht: moeder) Moeders woning: ‘Lotje’ en moeder komen op. Moeder zet de rugzak neer.

Moeder: Het spijt me echt verschrikkelijk dat ik meteen weer naar de redactie moet, maar er is nou eenmaal niets aan te doen. Je weet het; mijn werk kan niet wachten. Maak er maar een fijne dag van, je zult wel moe zijn. Ik ben om 7 uur weer thuis, dag! Lotje grijpt haar heel hard vast. Au!

Lotje’: Sorry, maar ik heb je zo gemist. Het leek wel een eeuwigheid!



Moeder: Zeg dat wel! Dag mijn lieve Lotje, tot vanavond!

Lotje’: Daaag mamma! Ze schudt haar hoofd: Het is ook niet simpel met ouders: Mamma mág niet thuis werken en pappa kán niet thuis werken. Ze bekijkt de woning. Zo, dit is nu dus mijn huis, zucht. Dan ga ik nu eerst maar eens boodschappen doen. Ze zoekt een tas en gaat ervandoor.



scène 13: (licht: vader) Vaders woning.

Resie: Ach wat vreselijk fijn om je weer te zien, Louisa meisje… Je lijkt werkelijk wel een stuk langer geworden!

Vader zet de koffers neer: Zo en vertel nu eens, hoe heb je het gehad in het vakantiehuis? Resie gaat af. Ik hoop maar dat je er niets aan vond want ik heb je veel te lang moeten missen.

Louisa’: Het was er heel leuk, pappa. We hadden een heel groot huis, pappa en er waren heel veel kinderen, pappa…

Vader: Waarom zeg je toch de hele tijd ‘pappa’?

Louisa’: Doe ik dat echt, pappa? Sorry pappa! Ach pappa, ik heb je zó lang geen pappa kunnen noemen! Vader kijkt haar verbaasd aan. Nou, en we hebben elke dag…. (gezwommen in het meer)



Resie komt binnen: Het spijt me verschrikkelijk dat ik moet storen maar er wacht een dame op u meneer.

Vader: Ach, o ja, ehm… een ogenblikje, Louisa. (gaat af)

Louisa’: Wat voor een dame is dat dan Resi?



Resie: Ja zeg, dat weet ik toch niet, meneer bemoeit zich met zijn eigen zaken en ik met de mijne! ‘Louisa’ steekt haar tong uit.

Resie draait zich om: Dat zag ik heus wel!

Vader komt weer binnen: Ehm, tja, Louisa, ik moet nog even naar het atelier om te componeren en, oh, heeft Resie je al verteld over het theater?

Louisa’: Nee, pappa, wat dan?



Vader: Ik dirigeer vanavond Hans en Grietje, van Humperdinck. Resie brengt je naar het theater en haalt je na afloop ook weer op.

Louisa’: Oh echt waar pappa? En kan ik je vanaf mijn stoel zien?



Vader: Ja natuurlijk.

Louisa’: En kijk je af en toe wel even naar mij?



Vader: Zeker weten jongedame!

Louisa’: En pappa, mag ik dan een beetje zwaaien als je kijkt?



Vader: Ik zal zelfs terug zwaaien, Louisa. Zo, nu moet ik er als een haas vandoor, tot morgen middag!

Louisa’: Morgen middag? Maar... pappa, kan je dan niet hier componeren? Ik heb je al zo lang niet gez..(ien)



Vader: Nee, onmogelijk! Ik heb rust nodig om de kinderopera te componeren, voor mijn concentratie. Maar dat begrijp je nog niet, zo, nu ben ik weg hoor. (gaat af)

Louisa’: ’t Zal wel, kinderen begrijpen toch nooit iets…



Resie: En natuurlijk weet jij het weer beter!

Louisa’: Oh Resie, voor ik het vergeet, ik zou graag even het huishoudboekje zien.



Resie: Wat krijgen we nou? En waarvoor dan wel, als ik vragen mag?

Louisa’: Nou, omdat Louisa,.. ik bedoel.. ik had zo gedacht dat ik het eens wilde narekenen. Gewoon om te kijken of je geen foutjes hebt gemaakt om aan meer geld te komen.



Resie: De brutaliteit! Wat moet dat voorstellen? Reken jij maar op school, waar het thuishoort!

Louisa’: Ik ga vanaf nu altijd narekenen, dat vind ik leuk. Juf zegt dat we óp school leren rekenen, maar niet vóór school.



Resie: Ik dacht dat jij een meester had. Ze geeft haar het boekje. Goed, misschien heb ik me wel eens verrekend, per ongeluk. Trouwens je moest er maar eens aan denken om je klaar te gaan maken, over een uur breng ik je naar het theater.

Louisa’: Jaja. Resie en Louisa af.



scène 14: (licht : moeder) Moeders woning.

Lotje’: Goed, nu rustig blijven Louisa. OK, hoeveel peper moet er in de vermicellisoep? Ze bladert haastig in het kookboek. Een halve eetlepel. En hoeveel kruidenzout? Een snufje, jemig, hoeveel is eigenlijk een snufje? En dan geraspte nootmuskaat... Hoe ziet een nootmuskaat er uit? Waar is de rasp? Ze zoekt in de keuken. O jee, wat is dat? De soepgroente, vergeten! Zou het vlees nu gaar zijn? Ze steekt met een mes in de pan. Au! Ze begint een wortel te schillen. Over een kwartier komt mama thuis en vanavond zie ik mijn opa voor het eerst, maar nu eerst moet de vermicelli in het water en ik moet nog de nootmuskaat en de rasp vinden! Dat red ik toch nooit! Oh Lotje, het is niet zo simpel om jouw zusje te zijn! Het Amstelhotel, dokter Meijer en zijn hondje Pepertje, en pappa… oh pappa!! ‘Lotje’ zakt in elkaar.



Moeder: Ik ben er weer, mijn kleine huismoedertje. Zeg, wat is hier aan de hand?

Lotje’: Niet boos zijn mamma. Ik geloof dat ik niet meer kan koken!



Moeder: Maar Lotje, koken verleer je toch niet? Ze kijkt in de pan. Het is nog niet te laat. Als jij nou vast de tafel dekt… Lotje dekt de tafel en moeder kruidt de soep, roert alles om en schept de soep op. Ze vallen er op aan.

Lotje’: En, hoe was het op je werk?



Moeder: Heel vermoeiend. Ik ben blij dat ik nu eindelijk thuis ben! Nou, dit eten smaakt toch eigenlijk heel lekker, of niet soms?

Lotje’ trots: Ja, meen je dat?



Moeder: Weet je wat? De komende dagen kook ik gewoon weer zelf, dan kan jij meehelpen. En als je goed oplet, dan kan je gauw weer net zo goed koken als voor de vakantie.

Lotje’: Misschien nog wel beter! De bel gaat. Ding-dong! Oh, is dat opa?



Moeder lacht: Wie komt jou anders op dit tijdstip nog begroeten? En doet de deur open.

Opa: Ha! Is dat mijn kleine deugniet? Die lange spriet daar? Geef me de vijf! Opa en ‘Lotje’ doen het gekke dansje.[ 4x handen schudden / 4x handen plat op elkaar stapelen als in ‘deze vuist op’ / beide handen vast, naar beneden laten vallen, los / hurken en handen klappen / opspringen kwartslag naar rechts, bumpen / springen halve slag naar links, bumpen / handen onder kin als braaf hondje / met grote stap links langs elkaar / naar elkaar toedraaien / de hand geven] Lotje omhelst opa. Lottekind, wat doe je nou?

Lotje’: Ruiken!



Opa: Ruiken?

Lotje’: Ik maak een herinnering. Als ik later groot ben, zal ik altijd onthouden hoe opa rook: naar pepermunt en pruimtabak! Opa gaat zitten.



Moeder: Vandaag was het een lange dag Lotje en morgen ga je weer naar school. Ga jij maar gauw naar bed!

Lotje’: Ja, ik ben ook doodmoe. Dag opa! Ze geeft opa een knuffel, ruimt de borden af en kruipt in bed.



Moeder zit op de bedrand: Ik drink nog een kopje koffie met opa, maar ik kom ook slapen, zodra jij slaapt. Ik ben zo blij dat ik je weer terug heb! Hé, wat is dat voor een vies knuffelbeest?

Lotje’ grijpt het knuffeltje: O, Cuppy, die heb ik gekregen van een vriendinnetje.



Moeder : Slaap maar lekker! En droom iets gezelligs!

Lotje’ geeft welterusten kus: Welterusten mamma! Lotje slaapt, moeder en opa zitten stil aan tafel.



scène 15: (licht : vader) Vaders woning:

Resie: Zo en nu snel gaan slapen! Morgenvroeg ga je weer naar school. (gaat af)

Louisa’ gaat aan tafel zitten en schrijft: Lieve Louisa, het is hier nog mooier dan je zei. Vandaag was ik in de opera, ik heb Hans en Grietje gezien! Maar midden tijdens de voorstelling kwam er een afschuwelijke vrouw bij me zitten en vader zwaaide naar haar! Ze heet Miralda Bleek en pappa is vanavond niet eens naar huis gekomen. Ik voel me ontzettend eenzaam en die Resie kan ik ook niet uitstaan. Ik hoop maar dat het met jou beter gaat en dat het koken gelukt is. Tot schrijvens, Lotje. PS Pepertje was de enige, die gemerkt heeft, dat ik jou niet ben. Doek dicht.



scène 16: (Licht : verteller)

Verteller 3 komt links op voor het doek:

Heel wat weken zijn vergaan sinds die eerste wisseldag. Weken waarin elk ogenblik en elke ontmoeting gevaar en kans op ontdekking met zich mee brachten, weken waarin steeds weer nieuwe inlichtingen kwamen per dagelijkse brief. Maar met een beetje mazzel is alles goed gegaan.



Lotje heeft gelukkig weer leren koken. Pepertje, het hondje van dokter Meijer, is er inmiddels aan gewend dat Louisa niet naar Louisa ruikt. En Resie? Resie is een heel ander mens geworden! Ze was alleen maar lui en oneerlijk, omdat niemand haar in de gaten hield. Zelfs vader viel het op, dat het huishouden ineens minder kost en dat er toch altijd verse bloemen op tafel staan. Daarentegen heeft moeder gemerkt, dat Lotje vrolijker en opgewekter is als vroeger, maar minder huiselijk als voor de vakantie. Ze is daar heel blij mee, maar Lotje’s schooljuf is er niet zo over te spreken.

Verteller 3 links af.

scène 17: (licht : moeder) Doek open, moeders woning.Moeder en juf zitten, opa staat.

Juf: Ik ben naar U toegekomen om U mee te delen, dat Lottes oplettendheid, netheid en vlijt tegenwoordig helaas zeer veel te wensen over laten. Haar klasgenote Petra heeft gisteren alweer vier stevige klappen gekregen!

Opa: Tja! Een kind moet een kind zijn en geen te klein uitgevallen volwassene.

Moeder: Ik zie eerlijk gezegd ook liever dat ze een vrolijke wilde rakker wordt, dan dat ze koste wat het kost uw beste leerling blijft.

Juf: Maar vroeger wist ze die twee aspecten toch heel goed te combineren, nietwaar?

Moeder: Waarom ze dat nu niet meer kan, weet ik ook niet. Als werkende vrouw weet ik sowieso veel te weinig van mijn eigen kind.

Opa: Het heeft waarschijnlijk iets te maken met de zomervakantie...

Juf: Welnu, ik moet, als lerares en opvoedster van uw kind, proberen de innerlijke harmonie van het kind weer te herstellen.

Opa: Is dat niet een beetje overdreven?

Moeder: Alleen maar vanwege een beetje slecht opletten bij de rekenles en een paar inktvlekken in een schriftje?

Juf: Een uitstekend voorbeeld mevrouw Koopman: het schrijfschrift! Juist het handschrift bewijst overduidelijk dat Charlotte haar geestelijke evenwicht verloren heeft. Vindt U het dan niet zorgelijk dat zij tegenwoordig medeleerlingen mishandelt?

Moeder: Leerlingen? Bij mijn weten heeft ze alleen maar Petra geslagen.

Juf: Alleen maar?

Moeder: En dat werd een keer tijd ook! Die Petra heeft die klappen wel verdiend!

Juf: Maar mevrouw Koopman, nou vraag ik u...

Moeder: Zo’n gemeen kind, dat in het geniep de kleinsten van de klas te grazen neemt, moet U niet ook nog eens in bescherming nemen!

Juf: Wat zegt u nu? Daar weet ik helemaal niets van.

Moeder: Vraagt U die arme Jetje Jansen maar eens. Misschien wil die u wel wat vertellen.

Juf: Maar waarom heeft Lotte dan niets gezegd toen ik haar straf gaf?

Opa: Toen had ze zeker even last van te weinig ‘geestelijk evenwicht’! Haha!

Lotje’ komt binnen: Hoi mamma, hé opa! O hallo, juffrouw.



Moeder staat op: Ik wil u verzoeken nu te gaan, dit gesprek heeft al lang genoeg geduurd.

Juf: Nou zeg, dat is toch onbe.. (hoorlijk) goedendag mevrouw Koopman, Lotte, grootvader! (staat beledigd op en vertrekt)

Moeder: Goedendag! Tegen Lotje: Kom, trek je stevige schoenen aan. We gaan met opa naar Zeeland en komen pas morgenavond terug.

Lotje’: Is dat niet veel te duur?



Moeder: Als we blut zijn, verkopen we jou gewoon!

Lotje’: Ik ga meteen mijn rugzak pakken en ik neem ook mijn mondharmonica mee, OK? Want we gaan wandelen, toch?



Opa: Natuurlijk gaan we wandelen! En varen en misschien wel zwemmen ook!

Lotje’: Joepie! Dat wordt een vet cool weekend! Doek dicht.




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina