Dubbele lotje



Dovnload 145.74 Kb.
Pagina2/3
Datum22.07.2016
Grootte145.74 Kb.
1   2   3

scène 18: (Licht : verteller)

Verteller 3 komt links op voor het doek:

Terwijl Louiselotte Koopman met haar dochter Louisa eindelijk zoveel geluk inhaalde, bracht Lotje steeds minder tijd door met haar nieuw ontdekte vader Anton. Misschien had dat met de nieuwe kinderopera te maken, die hij aan het componeren was? Dat zou kunnen, toch? Nou, kleine meisjes hebben het heus wel door, als er iets niet klopt. Als er wel over de kinderopera maar niet over ene Miralda Bleek gepraat wordt! Als wilde dieren voelen ze aan waar het gevaar dreigt… Verteller 3 links af, doek open.



scène 19: (licht : vader) Vaders woning:

Miralda: Nou Anton, wanneer vertel je het nou eindelijk eens aan je dochter?

Vader: Laat me nou maar, ik wil nog eventjes wachten, ik geloof dat ze het heus niet zo makkelijk zal vinden.

Miralda: En voor mij is het heus niet zo makkelijk om zo lang te moeten wachten! Tenslotte heb jij mij toch ten huwelijk gevraagd, of niet soms?

Vader: Heb toch een beetje geduld… Er komt vast wel een geschikt moment om het te vertellen. Er wordt geklopt.

Louisa’: Hoi pappa! Ik heb mooie bloemen voor je gehaald! Ze knikt kort naar Miralda en verlaat de kamer.

Miralda: Als je jouw dochter zo ziet, krijg je de indruk dat zij hier de baas is!

Vader lacht trots: Ja, ze is tegenwoordig zo netjes en vastberaden. Alles wat ze doet is zó uitstekend, daar sta je gewoon versteld van. Miralda trekt haar wenkbrauwen op. ‘Louisa’ komt weer binnen met de bloemenvaas.

Louisa’: Ik zet nog snel even koffie. We moeten je bezoek toch iets aanbieden.

Ze gaat weer af, de anderen kijken haar na.

Miralda: Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt!

Vader: Dat zeg ik toch; sinds de vakantie is ze een ander mens geworden. Ik geef haar nu zelfs pianoles, terwijl ze vroeger nooit vrijwillig achter de piano ging zitten. Met geen stok kreeg ik haar aan de toetsen!

Louisa’ komt weer binnen met koffie: Ik drink voor de gezelligheid een slokje mee.



Vader: Hoeveel room wenst U, jongedame?

Louisa’ glimlacht: Half om half, mijnheer.

Vader: En Louisa, was je bij de buurman?

Louisa’: Ja.



Vader: En, hoe gaat het met hem?

Louisa’: Niet zo goed. Hij klaagt over de kleine ramen in het huis. Om te schilderen heeft hij eigenlijk een echt atelier nodig, zoiets als jouw atelier.



Vader (raakt afgeleid door Miralda die haar nagels vijlt): Tja, ateliers liggen niet voor het oprapen.

Louisa’: Maar jouw atelier heeft echt grote ramen, toch?



Vader: Hmm.

Louisa’: Pappa?



Vader: Ja?

Louisa’: Om te componeren heb je eigenlijk geen grote ramen nodig, toch?



Vader: Eigenlijk niet, nee.

Louisa’: Nou, dan ruil jij toch met de buurman, pappa? Dan heeft hij grotere ramen om te schilderen, en jij zou direct hiernaast kunnen werken, vlak naast Resie en mij!



Miralda staat plotsklaps op en pakt haar handtas: Nu moet ik toch werkelijk gaan. Wat gaat de tijd toch vlug!

Vader: Ik laat je even uit. ‘Louisa’ brengt de kopjes weg en gaat af.

Vader geeft Miralda een kus: Tot vanavond.

Miralda: Misschien heb je wel geen tijd vanavond?

Vader: Hoezo?

Miralda: Misschien ben je vanavond wel aan het verhuizen?

Vader lacht: Ach wat!

Miralda: Lach jij maar niet te vroeg. Als ik mij niet in jouw dochter vergis, heeft ze de verhuizers al besteld. Zachtjes tegen het publiek: Gelukkig bestaan er internaten! Miralda gaat af.

Vader: Louisa, kom eens hier! (Louisa weer op) Luister eens even. Ik vind het niet zo prettig, wanneer andere mensen voor mij mijn zaken willen regelen, dus ook niet mijn eigen dochter. Ik weet zelf heus wel, wat voor mij het beste is!

Louisa’: Tuurlijk pappa. (Ze wil weer weggaan.)



Vader: Ga eens even zitten, ik ben nog niet klaar. (‘Louisa’ gaat angstig zitten.) Welnu, ik wil je iets heel belangrijks vertellen. Sinds je moeder... sinds zij er niet meer is, ben ik alleen geweest. Zeven jaar lang... Kort gezegd: ik wil niet meer alleen zijn. Er gaat iets veranderen. In mijn leven en daardoor ook in jouw leven. Ik heb besloten opnieuw te gaan trouwen!

Louisa’: Nee!!! Oh nee, alsjeblieft niet, pappa, nee, alsjeblieft niet, alsjeblieft niet, alsjeblieft niet! (knielt smekend op de grond en grijpt zijn knieën) Je màg niet trouwen; dat zou alles bederven!



Vader (maakt zich los en staat op): Je kent Miralda al. Ze mag je heel graag en zal een goede moeder voor je zijn. Je zal sneller aan haar wennen dan je nu misschien denkt. Boze stiefmoeders komen alleen in sprookjes voor. Zo, nu moet ik gaan. Zet zijn hoed op en gaat.

Louisa’: Pappa, ga toch niet weg! O Louisa, we hebben een enorm probleem. Ze zit een tijdje voor zich uit te staren, laat haar hoofd hangen en kijkt naar de grond.

Resie komt binnen: Wat is er in hemelsnaam met jou aan de hand? Louisa, heb je soms koorts? Ze voelt haar voorhoofd. En je ziet ook zo bleek kind! Vooruit, naar bed jij! (‘Louisa’ strompelt af, ondersteund door Resie. ) En dat moet uitgerekend twee dagen voor je verjaardag gebeuren! Doek dicht.

scène 20: (Licht : verteller)

Verteller 4 komt links op voor het doek:

Voor Lotje is het allemaal te veel geworden. Ze weet gewoon niet meer, wat ze nu moet doen. Haar vader kan toch niet met een andere vrouw trouwen? Hij heeft toch al een vrouw! En die vrouw, haar moeder, de enige die in deze situatie zou kunnen helpen, mag juist niks van het grote geheim weten. En vooral niet, dat vader met deze Miralda wil trouwen!

Ondertussen kwam dokter Meijer met zijn hondje Pepertje in het huis van de componist Parker aan. Hij gaf Lotje een pijnstiller. Resie belde naar het theater om aan vader door te geven dat ‘Louisa’ erg ziek is en hij haastte zich meteen na de opera naar huis.

De volgende dag is haar toestand nog niet verbeterd en maken allen zich grote zorgen. Alleen Louisa in Rotterdam heeft geen idee van de ziekte van haar zusje, maar ze is wel verbaasd dat Lotje zo lang niks van zich laat horen. Op dat moment doet moeder een belangrijke ontdekking…



Verteller 4 links af, doek blijft dicht.

scène 21: Op de uitgeverij. (Licht: uitgeverij)

Uitgever: Hmm, Louiselotte, het is weer komkommertijd! We hebben niet genoeg materiaal voor de volgende editie. Waar halen we zo snel een actuele voorpagina vandaan?

Moeder: Misschien een foto van de nieuwe kampioene borstcrawl?

Uitgever: Is ze knap?

Moeder: Knap genoeg om te zwemmen.

Uitgever werpt een blik op de foto in moeders handen.: Maar helaas niet goed genoeg voor ons. Wij hebben iets nodig dat aandacht trekt. Ze rommelen in de papieren op het bureau.

Uitgever: Aha, ik weet al wat. Ik kreeg laatst foto’s toegestuurd van zo’n dorpsfotograaf, er staan tweelingen op. Een paar aardige kleine meisjes, die kunnen we goed gebruiken, zoiets doet het altijd goed voor ons publiek. Ja, daar heb ik ze. Hij laat haar de foto’s zien. Moeder zegt niets en verstijft helemaal.

Uitgever: Hé hallo, Koopman, alles OK? Ze knikt. Aan de slag, verzin jij er even een of andere slagzin bij, daar ben je hartstikke goed in.

Moeder: Maar... deze opnames zijn vervalst.

Uitgever: Aan elkaar geplakt op de computer, denk je? Nee, nee, dan schat je die dorpsfotograaf te hoog in hoor! Zo geraffineerd is die niet. Moeder neemt haar tas en vertrekt. Huh? Hey, Louiselotte, je kan toch niet zo maar gaan?

Moeder: Ik neem vakantie op!

Uitgever: Ja hoor, en wie mag de rest opknappen? Ik weer!

scène 22: Doek open. (licht : moeder) Moeders woning, ‘Lotje’ kookt.

Moeder: Mmmm, dat ruikt lekker vandaag, wat maak je?

Lotje’: Karbonaadjes met zuurkool en gegratineerde aardappelen.

Moeder: Verbazingwekkend hoe snel jij hebt leren koken…

Lotje’: Ja hè? Ik had nooit gedacht, dat ik... Ze bijt op haar lip en kijkt weg.

Moeder: Louisa? Louisa laat de verse kruiden op de grond vallen en draait zich om naar moeder.

Moeder: Louisa! Ze opent haar armen en Louisa rent erin. Mijn lieve kind! Ik heb jullie foto’s gezien, anders had ik het waarschijnlijk nooit ontdekt. Ze gaan aan de keukentafel zitten. Ik kan gewoon niet geloven dat jij het bent! De laatste keer dat ik je zag, had je nog luieruitslag!

Moeder: Zo, nu moet je eerst maar eens alles vertellen.

Louisa: Lotje kwam na mij naar het vakantiehuis. We ontdekten dat we zusjes zijn en toen wilden we alles van elkaar weten. Ik wilde heel graag jou leren kennen, en Lotje pappa! Ik bedoel, ik ben al bijna een puber en heb geeneens een moeder om mee ruzie te maken! Dus toen hebben we besloten te ruilen.

Moeder: Dus als ik het goed begrijp is Lotje nu bij Anton in Amsterdam? Louisa knikt. Jullie zijn me een stelletje! Maar ik vraag me af, wat moet er nu gebeuren?

Louisa: Nu worden we zeker weer teruggewisseld, hè? Maar ik wil eerst weten waarom Lotje niet meer schrijft. We hebben elkaar echt elke dag geschreven maar sinds eergisteren is er helemaal geen post meer gekomen.

Moeder ongerust: Ik hoop maar dat alles goed is.

(Ze blijven stil zitten en gaan op tijd telefoneren.)

scène 23: (licht : vader + later ook moeder) Vaders woning, de dokter komt binnen met Pepertje.

Dokter: Het gaat niet goed met haar. Het kind maakt blijkbaar een zware innerlijke crisis door, kan dat kloppen? Heeft U misschien een vermoeden?

Vader heel zacht: Nee, ik heb geen flauw idee.

Dokter: U kunt gerust hardop spreken hoor, ik heb haar nog iets gegeven om door te slapen. Morgen zal ik terugkomen om te zien of haar toestand verbeterd is. Goh! Hij draait zich om naar Resie die zijn jas en hoed in de hand heeft. Heeft U de hele tijd mijn spullen voor me vastgehouden? U bent zeker ongerust?

Resie: Nou ja, ik...

Dokter: Lavendel mevrouwtje, lavendel helpt altijd. Hij doet zijn jas aan.

Resie: Dank U.

Dokter: Graag gedaan, goede raad is niet duur! Welaan, tot morgen allemaal! En neemt U vooral wat rust goede vriend Parker, U ziet er vreselijk uit, goede nacht! Dokter gaat af, in moeders woning: licht moeder aan: moeder draait het nummer.

Resie: Ik ga nog even bij Louisa kijken. Ze gaat af.

Vader gaat zitten, de telefoon gaat, TRINGG, hij neemt op. Met Parker.

Moeder: Met Koopman.

Vader: Wat? Wie? Louiselotte?

Moeder: Ja. Sorry dat ik je opbel, ik wilde je niet laten schrikken. Maar ik ben zo ongerust over het kind. Ze is toch hopelijk niet ziek?

Vader: Jawel, ze is heel ziek!

Moeder: Oh nee toch.

Vader: Maar hoe weet jij dat?

Moeder: We hadden zo’n voorgevoel, Louisa en ik.

Vader: Louisa? Hè?

Moeder: Onze dochters hebben elkaar ontmoet in het vakantiehuis en ze hebben van rol gewisseld. Jij hebt nu Lotje en Louisa is bij mij. Ik heb het ook pas gisteren ontdekt!

Vader: Wàt? Dat kan toch niet waar zijn?

Moeder: Ik kon het ook niet geloven, maar toch is het zo. Wat heeft Lotje precies?

Vader: Zenuwkoorts, de dokter zegt dat het ergste wel voorbij is, maar ze is lichamelijk en geestelijk uitgeput.

Moeder: Heb je wel een goede dokter?

Vader:Natuurlijk. Mijn vriend dokter Meijer, hij kent Louisa al vanaf kleins af aan. Oh nee het is Lotje! Hij kent haar dus niet. Korte pauze, hij zucht, moeder zucht.

Louisa neemt de hoorn uit moeders handen: Hoi lieve pappa, hier is Louisa! Zullen we naar Amsterdam komen?

Vader: Hé Louisa, ja, dat is een goed idee! Wanneer kunnen jullie hier zijn?

Moeder neemt de hoorn weer over: Ik zal meteen informeren hoe laat morgen de eerste trein rijdt.

Vader: Prima, tot morgen dan.

Moeder: Tot morgen. Ze hangen op.

Vader: Resie?

Resie komt naar binnen: Ja?

Vader: Morgenvroeg komt mijn vrouw.

Resie: Uw vrouw??

Vader: Ssst, niet zo hard! Mijn ex-vrouw, de moeder van Lotje.

Resie: Lotje???

Vader wuift het weg: Hoe moet U dat ook weten. Louisa komt ook mee.

Resie: Louisa? Hoezo, daar ligt Louisa toch op bed?

Vader: Nee, dat is de tweelingzus.

Resie: Tweeling??

Vader: Zorg ervoor dat we genoeg te eten hebben, over de slaapplaatsen spreken we nog.

Resie: O jeetje, o jeetje… doek dicht

scène 24: (Licht : verteller)

Verteller 4 komt links op voor het doek:

Terwijl vader eerst maar eens zijn gedachten op een rijtje probeert te krijgen, en alles wat er gezegd is nog eens voor zichzelf herhaalt, telefoneert moeder met de spoorwegen en krijgt twee treinkaartjes voor de volgende ochtend. Van opwinding kunnen zij en Louisa haast niet slapen en ook voor de componist Parker lijkt deze nacht eindeloos, al is hij toch zo kort. Maar ook eindeloze nachten gaan voorbij en de volgende ochtend komen moeder en dochter in Amsterdam aan, waar ze al reikhalzend verwacht worden…



Verteller 4 links af, doek open.

scène 25: (licht : vader)

Vaders woning. Lotje ligt op de bank te slapen.

Vader zenuwachtig: Goed, ze kunnen nu elk moment arriveren. Resie, Resie?

Resie: Ja, wat is er nu weer?

Vader: Ze kunnen elk moment komen. Is alles klaar?

Resie: Ja hoor, ik heb… (alles al in huis gehaald)

Vader: Hoe zie ik er uit?

Resie haalt haar schouders op: Nou, als U ’t mij vraagt… Er wordt geklopt.KLOP KLOP KLOP

Vader: Daar zijn ze, doet U de deur open! Hij verlaat de kamer.

Resie: Ja maar, waar gaat U dan naar toe? schudt het hoofd en doet de deur open.

Louisa: Hallo Resie, lang niet gezien! Resie kijkt haar achterna en slaat een kruis.

Moeder: Goedemorgen.

Resie: Goedemorgen, mag ik uw jas aannemen?

Vader komt op: Hallo Louisa! Omhelst haar.

Moeder: Hoe is het met Lotje?

Vader: Al iets beter, ze slaapt nu. Er wordt geklopt. KLOP KLOP KLOP

Resie: Wie is dat nou weer? Opent de deur, dokter Meijer komt binnen met Pepertje.

Dokter: Goedem… ziet Louisa: Zeg in hemelsnaam, ben jij helemaal gek geworden? Maak dat je in bed komt! Tegen vader: Ze haalt zich nog de dood op haar hals, dat kind!

Moeder: Het is niet hetzelfde kind.

Vader: Het is haar tweelingzusje.

Dokter: Nou, dan zullen we nu maar eens naar de echte patiënt gaan kijken. Als U toevallig niets te doen heeft, kunt U dan misschien mijn jas aannemen?

Resie schrikt: Oh, het spijt me vreselijk, het is vandaag allemaal een beetje te veel voor mij.

Dokter: Maakt niet uit, we hebben vandaag niet zo’n haast met de visite. Ze gaan naar de bank.

Moeder gaat met Louisa op de rand zitten: Mijn Lotje.

Lotje wordt wakker: Mamma!

Dokter: Hoe gaat het met de patiënte? Pepertje wordt door de meisjes geknuffeld.

Lotje glimlacht: Goed!

Dokter: En, hebben we vandaag eindelijk weer eens een beetje eetlust?

Lotje: Als mamma kookt! Dokter onderzoekt Lotje.

Moeder knikt en loopt naar vader: Sorry dat ik je nu pas begroet Anton.

Vader geeft haar een hand: Heel erg bedankt dat je gekomen bent.

Moeder: Maar natuurlijk, dat was toch vanzelfsprekend. Lotje…

Vader: Ja ja Lotje, maar toch. Louiselotte, je bent geen spat veranderd!

Moeder: Maar jij ziet er uit of je in geen dagen geslapen hebt!

Vader: Dat haal ik wel weer in, ik was ook zo bezorgd.

Moeder: Ze is vast gauw weer op de been… Ik voel het.

Louisa tegen Lotje: Mamma weet niks over Miralda, we mogen het haar ook nooit vertellen!

Lotje knikt: Waarom zijn jullie ineens hier?

Louisa: Ze heeft onze foto’s gezien, van de zomer.

Lotje: O.

Dokter: Wel gefeliciteerd, de temperatuur is bijna weer normaal. Je bent over de berg heen Louisa.

Louisa: Dank u wel, dokter Meijer.

Lotje: Of bedoelt u soms mij?

Dokter: Jullie zijn me een stelletje intriganten, hele gevaarlijke! Zelfs mijn Pepertje hebben jullie gefopt! Tegen moeder: Kunt U zo lang blijven tot Louisa – ik bedoel tot dat Lotje weer volledig opgeknapt is?

Moeder: Ik kan wel, dokter Meijer, en ik zou het ook graag willen.

Dokter: Nou, dan moet meneer de ex-man zich daar maar bij neerleggen! Een moeder, dat is een medicijn, dat kan je niet in de apotheek halen, nietwaar?

Lotje: Ja!

Dokter tegen vader: Ik weet het wel, jouw kunstenaarshart zal natuurlijk pijn doen met zoveel mensen in huis. Heb maar geduld, spoedig ben je weer heerlijk alleen. Resie brengt hem zijn jas.

Dokter: Kom Pepertje, ruk je los van die bedrieglijke dames. Een prettige dag nog al te saam!

Lotje: Dag, meneer Meijer.

Louisa: Tot ziens! Doek dicht

scène 26: (Licht : verteller)

Verteller 4 komt links op voor het doek:

De avond is over het land neergedaald. In Amsterdam net als overal. In de kinderkamer is het stil. Mevrouw Koopman slaapt naast haar beide dochters. Meneer de componist wil zich zojuist op de bank uitstrekken, als hij onverwacht bezoek krijgt, waar hij nou net niet op zat te wachten…



Verteller 4 links af, doek open.

scène 27: (licht : vader) Vaders woning. Er wordt geklopt. KLOP KLOP KLOP

Vader opent de deur: Jij?

Miralda: Goed geraden! Ze gaat naast hem zitten en kijkt hem aan. Waarom heb je me niet teruggebeld? Vind je dat niet erg smakeloos?

Vader: Dat ging echt niet, mijn dochter was zwaar ziek.

Miralda: En, is ze al weer beter?

Vader: Ja het gaat al wat beter, bovendien is mij vrouw gekomen.

Miralda: Wie?

Vader: Mijn vrouw. Mijn ex-vrouw, ze kwam vanmorgen met de andere dochter.

Miralda: De andere dochter?

Vader: Ja, het is een tweeling. Eerst had ik Louisa. Sinds de vakantie Lotje. Maar dat had ik helemaal niet door, ik weet het pas sinds gisteren.

Miralda: Hmm, heel geraffineerd van die ex van jou!

Vader: Zij weet het ook pas sinds gisteren. Hij loopt onrustig heen en weer, zij speelt zenuwachtig met haar haar.

Miralda: Dat is wel een pikante situatie zeg. In de ene kamer een vrouw waar je niet meer mee getrouwd bent, en in de andere kamer een vrouw waar je nog niet mee getrouwd bent.

Vader geërgerd: Er zijn nog zoveel kamers met vrouwen waar ik nog niet mee getrouwd ben.

Miralda boos: Tjonge, wat ben jij grappig zeg!

Vader: Sorry, Miralda, ik ben erg gespannen.

Miralda: Sorry Anton, ik ook! Ze gaat weg. Doek dicht.

scène 28 (Licht : verteller)

Verteller 4 komt links op voor het doek:

De volgende dag gaat het met Lotje al weer stukken beter. De tweeling geniet ervan weer samen te zijn, speciaal vandaag. Want vandaag is het een bijzondere dag omdat ze jarig zijn! Het is 11 oktober en de beide meisjes zitten met hun ouders in de kamer. Vader heeft een prachtige ‘Mars voor tweelingen’ gespeeld. Ze kregen zelfgebakken taart en dampende chocolademelk maar geen cadeautjes. De meisjes hebben namelijk maar één wens…



Verteller 4 links af, doek open.

scène 29 (licht : vader) vaders woning

Vader: Nou vertel eens, waarom mochten we jullie eigenlijk geen cadeautjes geven?

Lotje haalt diep adem: Omdat wij iets willen, dat je niet kan kopen.

Moeder: Wat willen jullie dan?

Louisa haalt diep adem: Lotje en ik willen graag voor onze verjaardag, dat we van nu af aan altijd samen mogen blijven!

Lotje zacht: Dan hoeven jullie ons nooit van z’n leven meer een cadeautje te geven. Bij geen enkele verjaardag. En bij geen enkele kerstfeest meer!

De ouders kijken elkaar kort aan maar zeggen niks.

Louisa: Jullie kunnen het toch op zijn minst proberen!

Lotje: We zullen altijd heel lief zijn, dat beloven we jullie!

Louisa: Ja, dat zweren we op ons erewoord!

Vader staat op: Louiselotte vind je het goed, dat wij elkaar even onder vier ogen spreken?


1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina