Duitsland Keulen Het hart van de Altstadt



Dovnload 141.76 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte141.76 Kb.

Duitsland



Keulen - Het hart van de Altstadt.

  • Globaal gezien is dit stadsdeel ge­legen binnen de 3,9 kilometer lan­ge muur die in de Romeinse tijd om de stad lag.

  • Negen poorten gaven vanaf de 2de eeuw toegang tot de stad en 21 torens zorgden voor de verdediging.

  • Op het plein voor de Dom staat vlakbij de oor­spronkelijke plaats de ruïne van een deel van de noordelijke toe­gangspoort.

  • Ook een deel van een toren is bewaard gebleven, evenals wat andere restanten, die zijn ondergebracht in het Rö­misch Germanische Museum.

  • De kern van het oude stadsgedeel­te is natuurlijk de Dom.

  • Een groot deel van het gebied is ingericht als voetgangerszone.


Dom St. Peter und Maria.

  • Dit bouwwerk was aan het begin van de vorige eeuw niet meer dan een enorme, 144 meter lange romp met een klein deel van de zuidelijke toren.

  • De bouw van het imposante gotische monument, dat tegenwoordig de gehele stad domineert, werd al begonnen in de 13de eeuw, maar het grootste deel van de Dom is pas in de 38 jaar tussen 1842 en 1880 gebouwd.

  • Van de zijbeuken en de reusachtige weste­lijke toren was in de 18de eeuw nog geen spoor te bekennen.

  • De ambi­tieuze bouwplannen uit de Middel­eeuwen   die tot doel hadden de grootste kerk van het christendom te laten ontstaan, een ambitie die meer Duitse bisschopssteden had­den   konden in verband met ge­brek aan middelen maar voor een klein deel worden gerealiseerd.

  • Dat de bouw van de Dom toch nog is afgerond is voornamelijk te dan­ken aan het opkomende Duitse na­tionalisme in het begin van de 19de eeuw.

  • De kerk werd toen namelijk het symbool van de onvoltooide Duitse eenheid.

  • Wie het gebouw in zijn huidige gedaante ziet staan, kan zich voorstellen dat de bouw in de vorige eeuw een hurzarenstukje geweest moet zijn.

  • Zelfs tegen­woordig zou een dergelijk project zeer moeilijk te realiseren zijn.

  • Let u maar eens op de enorme afmetin­gen van de op het plein opgestelde kopie van één van de kruisbloe­men, die bovenop de 157 meter hoge torens de grootte van distel­bloemetjes lijken te hebben.




  • De Keulse Dom is een schoolvoor­beeld van de bouwstijl van de go­tiek.

  • De voltooiing in de vorige eeuw vond plaats naar de oor­spronkelijke bouwplannen uit de periode rond 1200 en de overeen­komst met de Franse kathedralen uit die tijd is geen toeval.

  • De archi­tect van het gebouw, een zekere Gerhard, was geschoold bij de bouwkundige gilden in Noord­Frankrijk en Parijs en de invloed van een gebouw als de Notre Dame is dan ook zeker te herkennen.




  • Dat met de bouw van een dergelijk project begonnen kon worden, is naast de stijgende economische be­lang van Keulen voornamelijk te danken aan het feit dat de stad al eeuwenlang het christelijk cen­trum van het land was.

  • A1 in de 4de eeuw stond op de Domheuvel een klein rechthoekig gebouw, de Äl­teste Dom.

  • Met het groeien van het bisdom werd een nieuwe kerk noodzakelijk.

  • Daartoe liet aartsbis­schop Hildebold in de tweede helft van de 9de eeuw een voor die tijd moderne, 96 meter lange pijlerba­siliek verrijzen.

  • Deze kerk, die de Alte Dom wordt genoemd, is ge­bruikt als voorbeeld bij de bouw van talrijke romaanse kerken in de omgeving.

  • Een belangrijke impuls was het overbrengen van het gebeente van de heilige Drie Koningen in het jaar 1164.

  • Dit trok zoveel pelgrims dat het Domkapittel het noodza­kelijk achtte om een nieuwe kerk te laten bouwen.

  • Op 12 augustus 1248 kon de eerste steen worden gelegd voor dit 144 meter lange bouwwerk.

  • In de eeuwen die volg­den werd de oude Dom langzaam afgebroken en vervangen door delen van de nieuwe gotische kerk.

  • Pas vlak voordat de bouw in 1560 gestaakt werd, waren de laatste delen van de Alte Dom afgebroken.

  • Al bij de westelijke ingang is te zien dat de kerk is gewijd aan de Drie Koningen.

  • Deze heiligen zijn afgebeeld op het reliëf boven het zogenaamde Driekoningenportaal.

  • Het rechter portaal toont o.a. de heilige Petrus en deze ingang wordt dan ook wel het Petrusport­aal genoemd.

  • In 1881 werd bij de voltooiing de naam van deze apostel en die van de heilige moe­der aan de kerk verbonden.

  • De to­ren boven het Petrusportaal kunt u tot het uitzichtplateau op 97 meter hoogte over een trap met 509 tre­den beklimmen.

  • U passeert daarbij o.a. de enorme, 24 ton wegende Petrusklok uit 1923.

  • Deze in c-­klein getoonzette klok is nog steeds de grootste klinkende klok ter wereld.




  • Het interieur wordt gedomineerd door de sierlijke kruisribgewelven die het plafond steunen en de spits­bogen die terug zijn te vinden in de zuilengalerijen en in de prachtige, vensters.

  • De meest kostbare ramen zijn de vijf vensters in de noorde­lijke zijbeuken, die tussen 1507 en 1509 zijn gemaakt door enkele meesters van de Keulse schilder­school.

  • In deze ramen, gesigneerd door de `Meester van de Heilige Sibbe' en door de `Meester van de St. Severin', is de invloed herken­baar van de Vlaamse primitieven (Jan van Eyck e.a.).

  • Het eiken koorgestoelte met zijn 104 stallen is het grootste van heel Duitsland.

  • De rijk versierde banken werden gesneden in het be­gin van de 14de eeuw.

  • Het dichtst bij het hoofdaltaar bevinden zich in dit gestoelte de zetels van de keizer en de paus.

  • Achter het hoofdaltaar ziet u de Driekoningenschrijn, met de gebeenten van de drie Oos­terse vorsten. De schrijn wordt ge­zien als een meesterwerk op het gebied van de 13de eeuwse goud­smeedkunst.

  • Het is een met ver­guld koper beklede houten kist in de vorm van een basilica met drie beuken.

  • De voorzijde, die van puur goud is gemaakt, laat de Drie Ko­ningen zien die het kindeke Jezus geschenken aanbieden, evenals de doop (rechts) en de triomferende Christus (boven).

  • De ramen in de omgang en de ka­pellen zijn alle gericht op het grote kerkraam in de achter de schrijn gelegen Driekoningenkapel.

  • Ook in deze 14de eeuwse schepping zijn de aanbiddende koningen te zien bij de heilige moeder en het kind.

  • In de Kruiskapel hangt boven het altaar het Gerokruis, een in op­dracht van aartsbisschop Gero in de 10de eeuw vervaardigd crucifix, een zeer fraai voorbeeld van Ot­toonse houtsnijkunst.




  • In de Mariakapel aan de andere kant van het koor staat nog een topattractie van de Dom: het Al­taarretabel van Stephan Lochner.

  • Dit uit drie delen bestaande altaarstuk het bekendste van de Keulse School, werd rond 1445 geschilderd.

  • Lochner gaf in dit werkstuk, dat ook wel het Dombild genoemd wordt, vorm aan een onderwerp dat de naderende renais­sance aankondigt.

  • Het stelt name­lijk de zelfbewuste Keulse burgers voor, die zich met behulp van de beschermheiligen van de stad (Ge­reon, Ursula en de Drie Koningen) rechtstreeks tot Maria wenden.

  • De noordelijke sacramentskapel, die in 1277 door Albertus Magnus werd ingewijd, biedt plaats aan de Milanese Madonna.

  • Deze hou­ten Maria met Kind werd aan het eind van de 13de eeuw gesneden in de stijl van de figuren die zich te­gen de pilaren boven het koorge­stoelte bevinden.

  • Ook de schatkamer bezit veel waardevols.

  • Hier bevindt zich bij­voorbeeld de kostbare Hilliniusco­dex, een handschrift uit 1025 met o.a. een afbeelding van de Alte Dom.

  • Bij een inbraak in 1975 werd één van de belangrijkste stukken van de collectie, een gouden mon­strans uit 1657, ontvreemd en, naar later bleek, door de dieven omgesmolten voor het vereenvou­digen van de verkoop.

  • Ten noorden van het koorgestoelte bevindt zich de ingang van de crypte.

  • In die onderaardse gewelven liggen de graven van de Keulse aartsbis­schoppen.

  • Voor de noodzakelijke restauraties is tussen de kerk en het Römisch­Germanische Museum een specia­le ruimte gebouwd.

  • In die zoge­naamde Dombauhütte heeft een kleine ploeg mensen een dagtaak aan de verzorging van het gebouw.


Römisch Germanisches Museum.

  • Het Römisch Germanisches Mu­seum is het belangrijkste histori­sche museum van Keulen.

  • De roemrijke Romeinse periode (tus­sen de 1ste en de 5de eeuw) wordt in dit museum onder de aandacht ge­bracht.

  • Eén van de pronkstukken is het Dionysos mozaïek.

  • Door de theoloog Albertus Magnus werd in de 13de eeuw al gesproken over de­ze `prachtige vloer uit heidense tij­den', die hij heeft gezien toen hij het bouwterrein van de Dom be­zocht.

  • Dionysos was de Romeinse god van de wijn en van andere agrarische produkten.

  • Het mozaïek werd 1941 bij de aanleg van een schuilkelder ontdekt en in 1974 werd het museum om de vloer heengebouwd.

  • Boven het mozaïek staat het 15 meter hoge grafmonu­ment van Poblicius uit de 1ste eeuw, dat in 1967 werd gevonden bij op­gravingen in de buurt van de St. Severin.

  • De inscriptie CCAA is te lezen op het deel van de noordelijke toe­gangspoort dat in het museum is tentoongesteld.

  • De betekenis van deze afkorting van de stadsnaam geeft een deel van de ontstaansge­schiedenis weer: Colonia (stad met Romeins recht) Claudia (gesticht ten tijde van keizer Claudius) Ara (met een altaar voor de keizerver­ering) Agrippinensium (op ver­zoek van Agrippa, de echtgenote van Claudius).

  • Het museum heeft ook een grote collectie kleinere voorwerpen zoals sieraden, mun­ten, glaswerk, maskers en afbeel­dingen van Agrippina.

  • Er is een reconstructie te zien van de Ro­meinse terreinwagen.

  • Op de bo­venste verdieping zijn vondsten uit de periode van voor de jaartelling ondergebracht.

  • Voor de Germaan­se geschiedenis is niet veel ruimte gereserveerd.


Wallraf Richartz Museum.

  • Het Wallraf-Richartz-Museum (voor kunstwerken tot 1900) en het Museum Ludwig (voor mo­derne kunst), zijn ondergebracht in een modern gebouw dat prachtig contrasteert met de daarachter ge­legen Dom.

  • In het bouwwerk zijn ook de Kölner Philharmonie (een concertzaal) en een fotogalerie opgenomen.

  • De architecten van het complex, Peter Busmann en God­frid Haberer, zijn geboren en geto­gen Keulenaren.

  • Hun in 1986 ge­realiseerde ontwerp is met zijn spiegelende, metalen uiterlijk nu al gezichtsbepalend voor dit gedeelte van de stad.

  • Van binnen is het niet minder fraai.

  • De tentoongestelde kunstwerken krijgen door het ge­bruik van veel grote dakvensters overal een gelijkmatige belichting; er is heel weinig kunstlicht toege­past.

  • Voor moderne kunstwerken is bijna geen betere tentoonstel­lingsruimte denkbaar.

  • Het is eigen­lijk alleen jammer dat de middel­eeuwse doeken in het Wallraf-Richartz  Museum in deze licht ruim­te iets van hun mystieke zeggings­kracht hebben verloren.

  • Daarvoor in de plaats krijgt het vakmanschap van de schilders van de Keulse School wel extra aandacht.

  • De nadruk van de middeleeuwse verzameling (op de middelste ver­dieping) ligt bij de schilders van dat internationaal bekende gilde.

  • Van de bekendste, Stephan Loch­ner, hangt hier o.a. het met veel goud geschilderde doek Maria im Rosenhag uit 1445.

  • De meeste werken zijn van anonieme kunste­naars, die voortleven onder namen als `Meester van de Marialevens'.

  • Enkele doeken waaraan deze schil­der zijn naam dankt, zijn hier geëxposeerd, evenals het altaar

  • waar­aan de naam van `Meester van de Heilige Sibbe' is verbonden.

  • Het grootste gedeelte van het gebouw wordt in beslag genomen door de unieke verzameling moderne kunst van het Museum Ludwig.

  • Als u bijvoorbeeld `de ideale le­venspartner' zoekt (een doek van de Amerikaan Allen Johns) kunt u terecht op de bovenste verdieping.

  • Daar hangen ook opmerkelijke (kubistische) schilderijen van Rus­sische avant-gardistische

  • kunste­naars uit de revolutiejaren, voorts veel werk van Picasso, veel doeken van expressionisten (Feininger, Beckmann, Dix, Kokoschka), sur­realisten (Dalí, Magritte) en ab­stracten (Mondriaan, Rothko) en grote popartzeefdrukken van o.a. Andy Warhol en Roy Lichtenstein.

  • Op de onderste verdieping zijn weer andere speelse kunstwerken tentoongesteld, zoals een draag­baar oorlogsmonument (van de Amerikaan Kienholz) en een com­positie van foto's van vakwerk­huisjes.


Diözesanmuseum.

  • Het kleine Diözesanmuseum van het bisdom Keulen is geves­tigd op een bovenverdieping naast het Römisch Germanische Muse­um.

  • Er zijn hier enkele van de vele schatten te zien die de bisschoppen in de Middeleeuwen hebben verza­meld.

  • Het grootste deel van de col­lectie bestaat uit grafmonumenten.

  • Vondsten uit een grafkapel onder de Dom laten bijvoorbeeld de rijk­dom zien van de vrouw en zoon van een onbekende Frankische vorst (8ste eeuw).

  • Op de 11de eeuwse Severinusscheibe, een deel van de schrijn van de 4de eeuwse bisschop Severinus, staat ten onrechte dat deze kerkbestuurder gesierd was met de titel `archi episcopus' (aartsbisschop).

  • Ook zijn enkele panelen en schilderijen tentoonge­steld, waaronder Maria met het vi­ooltje van Stephan Lochner.

  • Niet ver van het museum staat aan de rand van de Roncalliplatz de Hein­zelmännchen Brunnen, een fontein met daarop de kaboutertjes die in de oude Keulse sage 's nachts het werk doen voor de bewoners.


Gross St. Martin.

  • Eén van de Keulse romaanse kerken met een van buiten duide­lijk herkenbaar klaverbladkoor is de Gross St. Martin.

  • In 1172 werd de romp van de kerk ingewijd, maar de opvallende 80 meter hoge vieringtoren met zijn vier hoekto­rentjes werd pas aan het eind van die eeuw gebouwd.

  • De spits van de toren is een schepping in de stijl van de 15de eeuwse gotiek.

  • Tot de voltooiing van de Dom was het beeld van de Gross St. Martin vanaf de Rijn gezien kenmerkend voor Keulen.


Rathaus.

  • Deze plaats was al vanaf de Romeinse tijd de zetel van het stadsbestuur.

  • Het huidige gebouw is namelijk neergezet op de funda­menten van een Praetorium, dat tussen de 1ste en de 4de eeuw in ge­bruik was als paleis van de Ro­meinse stadhouder.

  • In een ruimte aan de Kleine Budengasse zijn vondsten uit die tijd onderge­bracht.

  • Ook een deel van het 140 meter lange afwateringssysteem is hiervandaan te bezichtigen.

  • De Merovingische koningen hielden in dit gebouw lange tijd hof en in de 12de eeuw werd het in gebruik genomen als stedelijk bestuurs­huis.

  • Het oudste deel van het hui­dige Rathaus is de in gotische stijl aangelegde romp met in de boven­verdieping de Hansazaal (1360).

  • Na de 15de eeuw werd het gebouw al snel te klein en werd het uitge­bouwd tot een complex dat reikt tot de aan de achterzijde gelegen Alte Markt.

  • Tot de interessantste uit­breidingen behoren de renaissan­cistische ingang (1573) en de om­gang van de Löwenhof (1540) in dezelfde stijl.

  • Een aanmerkelijk deel van het complex (waaronder de gehele achterzijde) is helaas in de oorlog verwoest en niet meer in de oorspronkelijke stijl herbouwd.


Alt St. Alban

  • Deze kerk is in 1945 bijna helemaal vernietigd.

  • De ruïnes van de St. Alban zijn als oorlogsmonu­ment blijven staan.

  • Op de binnen­plaats staat nu het beeld `Treuren­de ouders' van Käthe Kollwitz.


Gürzenich.

  • Dit middeleeuwse gebouw staat naast de St. Alban aan de Martinsstrasse.

  • De gotische gevel aan de oostzijde is uit zandsteen opgetrokken.

  • De Gürzenich is rond 1440 door de gemeente gebouwd voor het houden van grote banket­ten en andere officiële ontvang­sten.

  • Het gebouw is nu ingericht als cultureel centrum.


Antoniterkirche.

  • In de Schildergasse, één van de drukste winkelstraten van Keu­len, staat de Antoniterkirche.

  • Deze kleine basilica uit de 14de eeuw is vooral van belang door de Todes­engel, het hangende beeld dat Ernst Barlach in 1938 maakte met het gezicht van de kunstenares Kä­the Kollwitz als uitgangspunt.

  • Rond dit beeld is een oorlogsmo­nument ingericht.


Käthe Kollwitz Museum.

  • Het Käthe Kollwitz Museum is te vinden in een groot bankge­bouw aan de Neumarkt.

  • Een op­merkelijke lokatie, want de Ber­lijnse kunstenares, van wie in het museum een groot aantal tekenin­gen, sculpturen, litho's en etsen is te zien, was namelijk betrokken bij de strijd voor het socialisme.

  • Käthe Koliwitz (1867 1945) heeft zich haar leven lang gewijd aan het vastleggen van allerlei vormen van leed.

  • In het begin lag de nadruk op het lijden van arme boeren en land­arbeiders, later dook de dood steeds meer op in haar werk.

  • Dit Keulse museum herbergt een uit­stekende selectie uit haar oeuvre.


St. Aposteln.

  • Aan de Neumarkt staat één van de mooiste romaanse kerken van Keulen: de St. Aposteln.

  • In het gebouw kunnen bijna alle karakte­ristieken van de Rijnlandse kerken uit die stijlperiode worden herkent.

  • Van de oorspronkelijke basilica uit het eerste deel van de 11de eeuw staat nu nog het middenschip en een deel van een zijbeuk.

  • Het hui­dige uiterlijk kreeg de kerk aan het eind van de 12de eeuw toen het koor en de toren op het westwerk (de Apostelklotz) werden gebouwd.

  • Aan het begin van de daaropvol­gende eeuw werd het middenge­deelte door een overwelving stilis­tisch in het geheel opgenomen.

  • Het interieur is heel simpel maar stijl­vol gehouden.


Hahnentor.

  • De Hahnentor op de Rudolf Platz is een overblijfsel van de ro­maanse stadsmuur.

  • Het is de fraaist versierde middeleeuwse poort, omdat het de plaats van binnen­komst was vanuit Aken.

  • De Duitse koningen kwamen na hun kroning in die stad direct naar Keulen om hun plaats in het domkapittel waar te nemen en om in de Dom de Drie Koningen te eren.

  • Op de bovenver­dieping worden tentoonstellingen gehouden.


Schauspiel und Opernhaus.

  • Het complex is gelegen aan de Offenbachplatz.

  • In 1957 werd hier, op de plaats van het in de oorlog verwoeste gebouw, een nieuw operahuis gebouwd.

  • Het ontwerp van W. von Riphahn heeft veel weg van een combinatie van twee woonflats.

  • De schouwburg uit 1962 van Von Riphahn is veel minder opvallend.


Parfumhuis 4711.

  • In het pand aan de Glocken­gasse 4 is het Parfumhuis 4711 ge­vestigd.

  • Het getal 4711 is afkom­stig uit de tijd van de Franse bezet­ting rond 1800, toen alle huizen in Keulen een eigen nummer kregen toegewezen.

  • In dit neogotische pand werd de eerste `eau de Colog­ne' (of Kölnisch Wasser) gefabriceerd.

  • Tegenwoordig verkoopt het merk 4711 er zijn reukwaters en zeepproducten.

  • De Reiter is een klokkenspel aan de gevel van het huis dat bestaat uit 30 ongeveer één meter hoge houten figuren.


St. Kolumba.

  • Deze stijlvolle eenheid van oud zandsteen en modern beton is één van de meest karakteristieke kerkjes van het na oorlogse Keu­len.

  • De St. Kolumba wordt ook wel Madonna in den Trümmern ge­noemd.

  • Van de 15de eeuwse kerk die hier stond bleef in 1945 alleen een Mariabeeld met wat funda­menten overeind.

  • Rond die `door een wonder geredde' Madonna werd in 1950 onder leiding van de architect Gottfried Böhm een in­tiem achthoekig kapelletje ge­bouwd.

  • Aan de muur boven het altaar hangt het Mariabeeld.

  • U krijgt toegang tot de kapel door de gerestaureerde stomp van de to­ren van de oude kerk.

  • In dat gedeel­te zijn ook enkele kerkramen in het ontwerp betrokken.

  • Het venster met de afbeelding van de Heilige Geest is in 1911 vervaardigd door de Nederlandse kunstenaar Jan Thorn Prikker.

  • Achterin het geres­taureerde oude deel is de sacra­mentskapel, met in het midden een prachtig belicht marmeren altaar van de hand van Böhm.


Kunstgewerbemuseum.

  • Dit museum is gevestigd in het oude gebouw van het Wallraf­Richartz Museum (An der Rechtschule).

  • De collectie omvat kunst­nijverheid vanaf de Middeleeuwen tot heden, mode en een tentoon­stelling design van de 20ste eeuw.

  • De Minoritenkirche (St. Maria Empfängnis) ligt even ten zuiden van het museum.

  • Het is een 14de eeuwse kloosterkerk van de orde der minderbroeders.

  • Het eenvoudi­ge uiterlijk van het voeggotische gebouw (geen dwarsbeuken en geen toren) is geheel in overeen­stemming met de uitgangspunten van de bedelmonniken van de Mi­norietenorde.

  • Een klein restant van de Romeinse waterleiding uit de 2de eeuw is aan de noordwestkant van het museum in een klein parkje opgesteld.

  • Over aquaducten en doortunnels werd het water in die tijd over een af­stand van 90 kilometer uit de Eifel naar Keulen geleid.

  • Dat er zo weinig van bewaard is gebleven is voornamelijk te wijten aan het feit dat dit staaltje van tech­nisch vernuft in de Middeleeuwen werd gezien als `Teufelsrinne', een werkstuk van de duivel.


Westdeutscher Rundfunk (WDR).

  • In de studio's worden de ra­dio  en televisieprogramma's van één van de belangrijkste

  • omroep­organisaties van Duitsland opge­nomen.


St. Maria.

  • Deze kerk in de Kupfergasse is in de 17de eeuw gebouwd in de stijl van de Nederlandse barok.

  • Die stijl werd door de voor de protes­tanten gevluchte nonnen van deze orde van Karmelietessen (die geen schoenen droegen) meegebracht uit hun plaats van herkomst S-Hertogenbosch.


Zeughaus.

  • Het renaissancistische ge­bouw biedt onderdak aan het Stadtmuseum.

  • In de jaren rond 1600 werd dit bouwwerk met zijn leuke trapgevel hier neergezet als arsenaal voor wapentuig.

  • Achter de gevel gaat nu een verzameling voorwerpen schuil die betrekking heeft op de stadsgeschiedenis van­af de Middeleeuwen.

  • Aan de ten zuiden van het stadsmuseum gele­gen Appelhof Platz vindt u naast het massieve gerechtsgebouw uit de vorige eeuw het beruchte El De Haus.

  • Dit gebouw, dat nu is inge­richt als oorlogsmonument, was tussen 1933 en 1945 gedeeltelijk in gebruik als gevangenis en folter­ruimte van de Gestapo.


St. Andreaskirche.

  • Hoewel deze kerk (Komö­dienstrasse) wordt gerekend tot de beroemde romaanse kerken is een groot deel ervan inde 15de eeuw in gotische stijl opgetrokken.

  • De to­ren op de viering en het midden­gedeelte van deze basilica zijn nog wel duidelijk romaans.

  • Die delen zijn het resultaat van een uit­breiding in 1200 van het oor­spronkelijke Ottoonse bouwwerk uit de 10de eeuw.

  • Het koor en de dwarsbeuken zijn omgebouwd in de Weiche Stil van de gotiek, die o.a. wordt gekenmerkt door de wij­de plooien in de gewaden van de op de kerkramen in dat gedeelte afge­beelde figuren.


Römerturm.

  • De Römerturm was een on­derdeel van de Romeinse stads­muur.

  • De toren die tussen de 1ste en de 11de eeuw als verdedigings  en uitkijkpost diende werd in de Mid­deleeuwen opgenomen in een (in­middels verwoest) kloostercom­plex.

  • Hij diende als wc voor de nonnen.

  • Toen hij in de vorige eeuw dreigde te worden afgebroken, kocht de gemeente het bolwerk op.

  • De 2,5 meter dikke buitenmuur is na de oorlog weer gerestaureerd.


Geding.

  • Dit verzekeringsbedrijf heeft zijn hoofdkantoor ondergebracht ineen bijzonder fraai gebouw.

  • De sterk door het classicisme geïnspi­reerde hoogbouw aan de noordzij­de werd in 1949 ontworpen door E. Hermes, een leerling van de naziearchitect Speer.

  • De uitbreidingen in de richting van de Klapperhof zijn in de vierjaar daarna gebouwd naar de plannen van (o.a.) A. Bre­ker.

  • Ook zijn Ehrenhof en zijn uit twee halfronde marmeren delen opgetrokken façade ademen de monumentale sfeer van de nazi ar­chitectuur.


St. Gereonkirche.

  • De St. Gereonkirche behoort met de St. Aposteln, de St. Maria im Kaphol en de St. Pantaleon tot de belangrijkste romaanse kerken van Keulen.

  • Het gebouw met zijn opmerkelijk middengedeelte is bo­vendien één van de oudste kerken van de stad. De ovale kern van het middendeel is nog afkomstig uit de Romeinse tijd.

  • De gekerstende Ro­meinse hoofdman Gereon kwam in het begin van de 4de eeuw in de buurt van het gebouw om het leven bij een actie tegen de christenen.

  • Niet lang daarna werd er daarom een ellipsvormige kerk neergezet om deze martelaar te eren.

  • In 818 werd in die door apsissen omgeven koepelkerk de eerste Keulse aarts­bisschop Hildebold begraven en in die tijd ontwikkelde de kerk zich tot een religieus centrum.

  • De be­langrijkste uitbreidingen zouden plaatsvinden op het hoogtepunt van de romaanse stijlperiode.

  • Het oostelijke koor werd in het midden van de 11de eeuw gebouwd en een eeuw later werden daarnaast twee torens met plooidaken neergezet.

  • Tussen 1219 en 1227 werd tenslot­te het ovale deel omgebouwd tot een 10 hoekige vorm (dekagon) met steunberen en spitsbogen, waarin de overgang naar de goti­sche stijl is te zien.

  • In die periode werd ook de kruisgang aangelegd.

  • In het interieur overheerst sinds de restauratiewerkzaamheden na de Tweede Wereldoolog weer de roodbeschilderde koepel van het middengedeelte met zijn bijzondere lichtinval.

  • In het westelijk deel van de crypte staat de sarcofaag met het stoffelijk overschot van de Romeinse martelaar Gereon.

De noordelijke Altstadt.

  • Ten noorden van de lijn Centraal Station   Christoph Strasse ligt een deel van de Altstadt met een eigen karakter.

  • De kern van het gebied wordt gevormd door het Eigel­steinviertel, dat door Heinrich Böll treffend werd beschreven in zijn boek Unter Kranenbäumen (de naam van één van de belangrijkste straten).

  • Ten noorden van het sta­tion bevinden zich in deze volks­wijk (de Keulse Jordaan) veel goedkope hotels.




  • Romantischer Stadtmauer.

  • Veel resten van deze muur bevinden zich in het noordelijke stadsdeel.

  • Even ten noorden van de St. Gereon ligt nog een groot stuk van die 5,5 kilometer lange muur, met een rond 1450 tegen de muur aangebouwde toren.

  • Andere over­blijfselen van het in 1881 bij een stadsuitbreiding gesloopte verde­digingswerk zijn de Eigelsteiner­tor (helemaal in het noorden van de wijk) en de Weckschnapp (een in een woonhuis ingebouwde toren aan de Konrad Adenauer Ufer die ten onrechte wordt aangezien voor de gevangenis waar men de gevan­genen liet hongeren terwijl aan het plafond een broodje, Wecken, werd opgehangen.


St. Ursula.

  • De St. Ursula straalt aan de buitenzijde het minst het romaanse karakter uit van de Keulse kerken uit die stijlperiode.

  • Het koor is er in de 13de eeuw in gotische stijl aan vastgebouwd en de barokke toren­spits op het westwerk is er na een brand in 1680 bovenop gezet.

  • De kern is echter wel degelijk ro­maans.

  • Die werd namelijk in de eerste helft van de 12de eeuw ge­bouwd in de vorm van een basilica, om plaats te bieden aan een groot aantal relikwieën die verbonden zijn aan de Ursula legende.

  • Aan de west  en oostwand van de noorde­lijke dwarsbeuk hangt een 15de ­eeuwse schilderijencyclus van de hand van schilders uit de school van Stephan Lochner, die deze le­gende uitbeeldt.

  • Net als Gereon was ook Ursula een martelaar voor het christendom.

  • Om aan het hu­welijk met een heidense prins te ontkomen, was zij met 11.000 maagden uit Engeland naar Keulen gevlucht.

  • Daar werd zij met haar gevolg door binnenvallende hei­dense stammen gedood.

  • Toen die echter zagen wat zij hadden aange­richt, sloegen zij op de vlucht.

  • Ur­sula is één van de beschermheili­gen van de stad.

  • Ook de 11 vlam­men in het stadswapen herinneren aan de heilige en haar maagden.

  • De legende heeft de stad ook beslist geen windeieren gelegd.

  • De botten van Romeinse burgers die aan de rand van de stad waren begraven, werden vanaf de 10de eeuw voor veel geld verkocht aan gelovigen uit o.a. Portugal en Finland als wa­ren zij de overblijfselen van de maagden.

  • De schrijn met de reli­kwieën van Ursula zelf staat op een verhoging achter het hoofdaltaar.

  • Ook de Goldene Kammer bevat enkele waardevolle kerkschatten.

  • In de nissen staan bijvoorbeeld 116 fraaie houten beelden met een gou­den omlijsting uit de 17de eeuw op­gesteld.


St. Kunibert.

  • Een andere romaanse kerk in het noordelijke deel van de stad is de St. Kunibert.

  • Het in 1247 aan de 7de eeuwse bisschop Kunibert ge­wijde bouwwerk was de laatste ba­silica die verrees voordat met de bouw van de Dom werd begonnen.

  • Het koor met zijn torens lijkt sterk op het oostelijk deel van de St. Gereon, dat al een eeuw eerder was voltooid.

  • De in 1226 aangebrachte kerkramen in dat gedeelte worden gezien als de belangrijkste uit die periode.

  • Ze vormen o.a. een cyclus rond de boom van Jesse (voorstel­ling van de stamboom van Jezus).

  • Tegen de pijlers van de viering staan fraaie beelden van de Ver­kondiging aan Maria.


St. Maria Himmelfahrt.

  • Dit is één van de weinige Keulse barokkerken.

  • Het vlak bij het Centraal Station gelegen bouw­werk geldt als één van de mooiste voorbeelden van de kerken die de jezuïeten in de 17de eeuw in Duits­land lieten bouwen.

  • Dit toonbeeld van de Contrareformatie (waar beter op zijn plaats dan in Keulen) moest de eeuwigheid van het `eni­ge ware' geloof aantonen.

  • In de kerk zijn daarom elementen uit alle eeuwen van het christendom opge­nomen.

  • Naast de overheersende barokke vormen vindt u bijvoor­beeld in de oostelijke klokkentoren romaanse elementen en in de wes­telijke façade zijn gotische ele­menten verwerkt.

  • Het barokke in­terieur vormt nog een sierlijke een­heid.

  • Evenals het grootste deel van de kerk is ook het hele hoofdaltaar van drie verdiepingen uit 1628 na de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog gereconstrueerd.


De zuidelijke Altstadt.

  • De kern van het gedeelte van de Altstadt ten zuiden van de lijn He­umarkt   Rudolf Platz wordt ge­vormd door het Severinsviertel.

  • In deze wijk aan de voet van de ro­maanse St. Severin vindt u musea, arbeiderswoningen, kraakpanden, statige koopmanshuizen, enkele fabrieken en romaanse kerken.

  • Ook wonen hier veel kunstenaars.


St. Maria im Kapitol.

  • De St. Maria im Kaphol is een bijna perfect voorbeeld van een kerk uit de regeringsperiode van de Salische vorsten (1024-­1125).

  • Het is een eenvoudige basi­lica met aan de oostzijde een groot klaverbladkoor.

  • De naam `in capi­tolio' duidt op het feit dat de ge­schiedenis van de kerk teruggaat tot de Romeinse tijd.

  • In de 1ste eeuw werd op deze plaats namelijk een tempel gebouwd voor de goden Jupiter, Minerva en Juno.

  • Tussen de 7de en 11de eeuw stonden er ver­schillende christelijke kerkjes, die later weer werden afgebroken.

  • In 1045 begon men met de bouw van het huidige romaanse bouwwerk, waarbij voor het eerst een koor werd uitgevoerd met drie apsissen die samen een klaverblad vormen.

  • Deze vorm zou veel navolging krijgen in het Rijnland.

  • De kerk maakte deel uit van een klooster, dat bij wijze van uitzondering niet was gereserveerd voor dames van adel.

  • Omdat sinds de wijding in 1065 zo weinig aan het gebouw is veranderd en het na 1945 uitste­kend is gerestaureerd vormt deze romaanse kerk nog steeds een fraaie, harmonieuze eenheid.

  • In de 13de eeuw werd zij alleen wat in de lengterichting uitgebreid.

  • Speciale aandacht verdienen de houten deu­ren in de ingang van de noordelijke apsis.

  • Ze zijn tijdens de bouw van de kerk gesierd met taferelen uit het leven van Christus.

  • De Crux Miracoloso uit 1304 was het proto­type van de gevorkte crucifixen die in de 14de eeuw in het Rijnland werden vervaardigd.

  • Dit waarde­volle realistische kruisbeeld dien­de o.a. als voorbeeld voor een ver­gelijkbaar beeld in de St. Georg.


Overstolzenhaus.

  • Eén van de weinige middel­eeuwse woonhuizen die bewaard zijn gebleven is het Overstolzen­haus.

  • Tussen 1220 en 1230 werd het in opdracht van de koopmans­familie Overstolz in romaanse stijl gebouwd.

  • Het is interessant om de in de trapgevel van het huis ver­werkte bogen en zuilen te vergelij­ken met de overeenkomstige delen van de Keulse kerken die in dezelf­de tijd werden gebouwd (zoals de 200 m verderop gelegen St. Maria in Lyskirchen).


St. Maria in Lyskirchen.

  • Deze kerk is bekend om zijn fresco's.

  • De rond 1220 in romaan­se stijl gebouwde kerk, met uitbrei­dingen uit de 17de eeuw in de stijl van de laat gotiek, is bouwkundig gezien niet erg interessant, maar de plafondschilderingen zijn zeer de moeite waard.

  • Deze 13de eeuwse fresco's, die overigens pas in de 19de eeuw werden herontdekt, de­den in de Middeleeuwen dienst als `bijbel' voor de ongeletterde (en dat waren er toen veel).

  • Het fraaie beeldverhaal op het gewelf onder de zuidelijke toren vertelt de ge­schiedenis van St. Nicolaas.

  • De Malakoffturm (tegenover de St. Maria) is een overblijfsel van het verdedigingswerk voor de Rijnha­ven dat de Pruisen hier rond 1850 hebben aangelegd.

  • Het schierei­land met de haven is bereikbaar over een draaibrug.


St. Georg.

  • Dit is de enige bewaard ge­bleven romaanse zuilenbasilica van het Rijnland.

  • Zij werd in de 11de eeuw gebouwd.

  • De simpele gewelven dateren van de eeuw daarna.

  • Het meest opvallende deel is het wat plompe westwerk dat ook in de 12de eeuw aan het gebouw werd toegevoegd.

  • Het is één van de weinige kerken uit die tijd waarvan de architect bij name bekend is.

  • Op een zuil in de crypte staat de in­scriptie Herebrat me fecit (Here­brat heeft mij gemaakt).

  • In het interieur bevindt zich een fraai gevorkt kruisbeeld in de 14de ­eeuwse traditie van de Crux Mira­coloso.

  • De binnenplaats ten westen van de voorhal is na de oorlog ontworpen door de Neder­landse kunstenaar Jan Thorn Prikker.


Schnütgenmuseum.

  • Het Schnütgenmuseum is ge­vestigd in een oude romaanse kerk.

  • De St. Cäcilien is tussen 1130 en 1160 op oudere fundamenten ge­bouwd als kerk bij een klooster voor adellijke dames.

  • Ze is een simpele basilica.

  • Voor het expo­seren van de gehele collectie mid­deleeuwse kunst van de gemeente Keulen is in 1977 een moderne hal tegen de kerk aangebouwd.

  • De graffitikunstenaar Harald Naegeli sierde het dichtgemetselde wes­telijke portaal van de kerk toen met een voorstelling van de dood.

  • Tot de interessantste objecten in het museum behoren een boekomslag van ivoor uit 1100 (met een zeer gedetailleerde voorstelling van Christus en de heiligen Gereon en Victor); de rond 1150 in een gevel­steen gebeitelde Siegburger Madonna en een houten beeld van Christus op een zetel met wieltjes


Josef Hauhrich Kunsthalle.

  • In het cultuurcentrum naast het Schnütgenmuseum is de Josef Haubrich Kunsthalle onderge­bracht.

  • In deze naar een verza­melaar van moderne kunst ge­noemde zaal worden wisselende tentoonstellingen gehouden op het gebied van kunst en cultuur.


St. Pantaleon.

  • Karakteristiek voor de vroeg­romaanse Ottoonse bouwkunst is de St. Pantaleon.

  • Het gebouw wordt gekenmerkt door zijn bin­dingen met Byzantium.

  • Al in 866 werd begonnen met de bouw van de kerk, maar bij de uitbreiding tot een klooster (in opdracht van aarts­bisschop Bruno, de jongste broer van keizer Otto I, die hier ook be­graven ligt) stortte dit bouwwerk precies een eeuw later al weer in.

  • Na de ineenstorting begon men in 970 met de bouw van een nieuwe kloosterkerk, waarop de hernieuw­de belangstelling voor het Oost-Romeinse Rijk van grote invloed zou zijn.

  • In 970 stuurde de keizer aartsbisschop Gero (van het kruis in de Dom) naar het Byzantijnse hof om op zoek te gaan naar een geschikte huwelijkspartner voor zijn zoon.

  • Twee jaar later keerde hij terug met Theophanu, waar­schijnlijk een nicht van de Byzantijnse keizer Johannes.

  • Als keize­rin vestigde Theophanu zich met Otto II in Aken, waarvandaan ze regelmatig een bezoek brachten aan Keulen.

  • Tijdens die bezoekfes was zij onder de indruk van de sterk door de bouwkunst uit haar geboorteland beïnvloede kloos­terkerk, waar de oom van haar man (Bruno) begraven lag.

  • In 984 gaf Theophanu daarom opdracht om er een groot nieuw westwerk bij te bouwen, dat nog steeds het uiterlijk van de kerk bepaalt.

  • Om de band met Byzantium definitief te bezegelen werd de nieuwe kerk gewijd aan St. Pantaleon, een Griek die onder het aanroepen van Christus een blinde ziende zou hebben gemaakt.

  • De keizerin liet Bovendien het gebeente van de heilige Albinus (en de Romeinse soldaat die zich in Engeland had opgeworpen als martelaar voor het christendom) naar Keulen overbrengen om de kerk meer status te geven.

  • In 991 zou de keizerin er zelf worden bijgezet.

  • De invloeden van het Oost Romeinse Rijk zijn nog goed te zien aan de verwerking van rode bakstenen in de bogen van het westwerk, het grote bouwlichaam met drie vleugels en twee ronde torens in het westelijk deel van de kerk.

  • Uitbreidingen in later tijd hebben de kerk wel wat van karak­ter veranderd.

  • Het zaalachtige ui­terlijk van het gebouw kreeg bij­voorbeeld na 1152 minder nadruk door de bouw van twee lage zijbeu­ken, zodat een basilica vorm werd gecreëerd.

  • In het oostelijk deel overheerst tegenwoordig de laat­gotische afscheiding tussen het middenschip en het koor (Lettner) uit 1500, een zeer fraai staaltje van beeldhouwkunst.

  • Op vier zuilen rust een hoeveelheid maaswerk met in het midden de reliëfs van Maria, Pantaleon en Mauritius, een andere heilige van wie zich inde kerk relikwieën bevinden.

  • Van de St. Pantaleon is in de oorlog veel verloren gegaan.

  • Tot de kerkschat behoren de bewaard gebleven de­len van de uit goud gesmede schrijn van St. Albinus uit 1186.

  • De verwoeste graftombe van The­ophanu is vervangen door een fraaie moderne marmeren schep­ping van Sepp Hürten.


St. Severin.

  • De St. Severin is één van de oudste romaanse kerken van de stad.

  • In het begin van de 5de eeuw, tijdens het leven van bisschop Se­verin, stond hier al een kleine basilica, die was ontstaan uit een Ro­meinse zaalkerk uit het jaar 320.

  • Het gebouw werd neergezet op een nog veel ouder Romeins grafveld. ­

  • Van de vroegste geschiedenis is echter niet veel meer over.

  • De kern van het huidige gebouw is het Ot­toonse middengedeelte, de rond 948 onder bisschop Bruno ge­bouwde basilica, die aan het begin van de 16de eeuw in laat gotische stijl werd omgebouwd.

  • In die laat­ste periode werd ook de merk­waardige westelijke toren ge­bouwd.

  • Het koor, de crypte en de noordelijke zijkapel werden in de 11de eeuw gebouwd in hoogromance stijl, maar ook deze delen werden tijdens de gotiek enigszins veranderd.

  • In het interieur werden tijdens de barok nog wat ornamen­ten aangebracht.

  • Ook de St. Seve­rin moest na 1945 helemaal op­nieuw worden opgebouwd.

  • Be­waard bleef de Lachende Madonna uit 1280.

  • Dit houten beeld kijkt, staande tegen de laatste pijler van het middenschip, glimlachend de kerk in. Aan de westzijde van de zuidelijke zijbeuk hangen de schil­derijen die de legende rond Severi­nus voorstellen.

  • Op deze rond 1500 vervaardigde doeken van schilders van de Keulse School is de heilig verklaarde bisschop te zien, die door zijn gave om de he­melse gezangen te kunnen registre­ren bovennatuurlijke waarnemin­gen kon doen.


Rautenstrauch Joest Museum

  • Het volkenkundig museum van Keulen is samengesteld uit schenkingen van de families

  • Rau­tenstrauch en Joest en heet daarom ook het Rautenstrauch Joest Mu­seum.

  • De nadruk ligt op voorwer­pen van volken uit de Stille Zuid­zee, van de Amerikaanse Indianen en van Afrikaanse stammen.

  • Er is ook een grote collectie maskers uit Sri Lanka te zien.

  • Op het pleintje naast het museum staat het restant van de Bottmühle, een ronde (botte) toren die deel uitmaakte van de middeleeuwse stadsmuur.

  • In de 17de eeuw stond er een windmolen op.


Deutz.

  • Het oude stadsdeel Deutz ligt op de rechteroever van de Rijn.

  • In de 3de eeuw lieten de Romeinen er op veilige afstand van het centrum bewoning toe door Germaanse stammen.

  • Deutz was door die ligging in de Middeleeuwen en ook nog later regelmatig het slachtoffer van de strijd tussen de Keulse bis­schoppen en de Bergische vorsten, zodat er niet veel uit die periode bewaard is gebleven.

  • Daarna kreeg de industrie er vaste grond onder de voeten.

  • Vanuit de Altstadt is de wijk vooral herkenbaar aan de toren van het jaarbeursterrein met de grote cijfers 4711.

  • De Hohenzol­lernbrücke daar vlakbij verbindt Keulen met Deutz.

  • Deze spoor­wegbrug uit 1908 is de tweede ver­sie van de in het midden van de vorige eeuw gebouwde, eerste vas­te oeververbinding over de Rijn sinds de Romeinse tijd.

  • Van de eer­ste versie is aan de kant van Deutz nog een ruiterstandbeeld over.

  • De Severinsbrücke in het zuiden van Deutz werd in 1957 gebouwd.

  • De­ze modern ogende brug hangt ge­deeltelijk aan grote kabels (tuien), die zijn bevestigd aan een A vor­mige pyloon.


Messegelände.

  • Hier worden de Keulse jaar­beurzen gehouden.

  • Op initiatief van burgemeester Konrad Adenau­er werd dit terrein in 1922 in ge­bruik genomen voor allerlei vak­tentoonstellingen.

  • De kern wordt gevormd door het bakstenen ge­bouw van de architecten Verbeek en Pieper, dat een half decennium later werd uitgebreid door A. Abel, die ook de opvallende 4711 toren ontwierp.

  • Van die toren schilderde Oskar Kokoschka in 1956 zijn fraaie gezicht op Keulen (nu in het Museum Ludwig).

  • Ten noorden van het terrein ligt het Rheinpark, met o.a. een smal­spoorweg en een grote fontein (Tanzbrunnen).

  • Een kabelbaan over de Rijn verbindt het park met de dierentuin in het noorden van de stad.


Neu St. Heribert.

  • Deze neo romaanse kerk uit de vorige eeuw is te vinden op de Deutzer Freiheit 64.

  • Hier is de be­roemde 12de eeuwse schrijn van Heribert opgesteld.

  • Hij geldt als één van de fraaiste voorbeelden van de goudsmeedkunst uit die tijd.

  • Op het dak van de schrijn is op geëmailleerde plaatjes de legende rond de heilige weergegeven.

  • Er is o.a. te zien hoe Maria aan Heribert de opdracht geeft om in Deutz een klooster te stichten.

  • Dit is het meerdere malen volledig vernie­tigde Benedictijner klooster bij de Alt St. Heribert, waar de schrijn oorspronkelijk stond.


KHD Motorenmuseum.

  • Dit is het museum van de ma­chinefabrieken Klöckner Hum­bold Deutz; het is gevestigd in de Mülheimerstrasse 111.

  • Het toont onder andere het origineel van de beroemde Otto motor.

  • Deze revo­lutionaire technische vinding werd in 1876 in Deutz ontwikkeld door Nicolaus August Otto.

  • Het was de eerste viertaktmotor ter wereld.

  • Dit soort motoren, waarbij een bui­ten de cilinder uit benzine verkre­gen gasmengsel in vier fasen tot ontbranding werd gebracht, wordt nog steeds op grote schaal ge­bouwd.

  • Ook de verschillende ont­wikkelingsfasen van de Dieselmo­tor zijn hier te zien.


De buitenwijken.

  • Inde overige wijken en in de stads­delen die buiten de plattegrond op de linkeroever van de Rijn liggen, bevindt en zich enkele opmerkelij­ke bezienswaardigheden.

  • Het zijn voornamelijk moderne attracties.


Zoo.

  • De voortreffelijke dierentuin ligt even ten noorden van de Alt­stadt vlakbij de Rijn.

  • Het apenhuis is een prachtige moderne construc­tie van Ernst Kullmann, waarin de dieren zeer veel bewegingsruimte hebben.

  • Het werd in 1985 ge­bouwd ter gelegenheid van het 125 jarig bestaan van de dieren­tuin.

  • Uniek is het gebouw dat on­derdak biedt aan de lemuren (half­apen).

  • Ook de aquaria en insektaria zijn zeer de moeite waard.

  • Naast de Zoo is in 1862 een botanische tuin aangelegd.


St. Engelbert.

  • De St. Engelbert wordt ook wel de citroenpers genoemd.

  • Deze rooms katholieke kerk uit 1931 van de Keulse architect Dominikus Böhm vertoont inderdaad wel eni­ge gelijkenis met zo'n keuken­attribuut.

  • Het nog steeds modern ogende bouwwerk met zijn con­trasterende toren (het bovenste deel lijkt meer op een rasp) is ge­legen aan de Barbarastrasse, onge­veer één kilometer ten noorden van de Zoo.


Neu St. Alban.

  • Dit is een opmerkelijke, mo­derne kerk. De Neu St. Alban werd in 1957 ontworpen door Hans Schilling naar het voorbeeld van de bedevaartkerk in Rondramp van de Zwitser Le Corbusier.

  • Het bak­stenen gebouw (met een fraai reliëf van Toni Zenz op één van de toe­gangsdeuren) staat even ten noord­westen van de Altstadt aan de Gil­bachstrasse.


Fernmeldeturm Colonius.

  • De 243 meter hoge toren van de Duitse PTT staat in het westen van de stad.

  • Op een hoogte van 170 meter is een uitzichtplateau met daaronder een restaurant dat lang­zaam om zijn as draait.

  • Van de toren kunt u goed zien hoe de stad zich in de loop der eeuwen rond het oude raadhuis in concentrische cirkels heeft ontwikkeld.


Museum für Ostasiatische Kunst.

  • Het museum voor Ostasiatische kunst is gelegen naast een vierkan­te vijver ten zuiden van de

  • Fern­meldeturm (Universitätsstrasse 110).

  • Het gebouw uit 1977 werd ontworpen door de Japanse archi­tect Mayekawa, met een oosterse tuin op de binnenplaats.

  • Het muse­um stelt wisselende tentoonstellin­gen samen uit haar grote collectie historische en moderne voorwer­pen uit Japan, Korea en China.


Christi Auterstehung.

  • Dit is een opmerkelijke, mo­derne rooms katholieke kerk ten westen van het bovengenoemde museum (Brucknerstrasse).

  • Het is een speelse betonnen con­structie uit 1970 van Gottfried Böhm, de zoon van de architect van de St. Engelbert.


Weisse Stadt.

  • In de wijk Buchforst ten noordoosten van Deutz ligt Weisse Stadt.

  • Deze `stad' is het resultaat van een project voor sociale wo­ningbouw uit 1929.

  • In die jaren nam de bevolking van Keulen me rasse schreden toe, waardoor me vond dat `verantwoorde' hoogbouw noodzakelijk was geworden.

  • De wijk wordt gevormd door een groep sierlijk witgepleisterde flat­gebouwen van vijf verdiepingen.


Inlichtingen.

  • Het Verkehrsamt van Keulen is ge­vestigd in een gebouw tegenover de westelijke ingang van de Dom.

  • Hier kunt u ook terecht voor het reserveren van hotelkamers en voor inlichtingen over het uitgaansleven.

  • Voor schriftelijke informatie: Unter Fettenhennen 19, D 5000 Köln 1.


Sport.

  • Het Müngersdorfer Stadion met 60.000 zit  en staanplaatsen is niet alleen het thuisveld van de Bun­desligaclub FC Köln, er worden ook atletiekwedstrijden gehouden.

  • Het stadion is gelegen in het wes­ten van de stad.

  • De Sporthalle aan de Mülheimer Strasse in Deutz is de grootste overdekte sportzaal.

  • In het noordelijk stadsdeel Wei­denpesch is een grote paardenren­baan.

  • Uit een afgegraven bruinkoolmijn in het noorden van de stad is de Fühlinger See ontstaan, een roei­en kanobaan waaromheen een groot vrijetijdscentrum met o.a. een joggingparcours is aangelegd.


Uitgaan.

  • Het avond  en nachtleven van Keu­len is geconcentreerd in vier ver­schillende wijken.

  • Rond de Offen­bach Platz worden de meeste ope­ra  en theatervoorstellingen gege­ven.

  • Het grootste aantal bioscopen is gelegen in het gebied rond de Hohenzollernring, waar zich ook veel nachtclubs en discotheken be­vinden.

  • De Rheinvorstadt, de oe­ver van de Rijn tussen de Dom en de Heumarkt, biedt veel restau­rants en cafés, evenals de concert­zaal `die Philharmonie'.

  • Het stu­dentenleven speelt zich groten­deels af in het gebied rond de Zül­picher Strasse in het westen van de stad.

  • Ook daar zijn discotheken.

  • Informatie over het uitgaansleven vindt u in de publikaties `Monat­vorschau' en `Zwischen Rhein und Ring', die beiden verkrijgbaar zijn bij het Verkehrsamt.


Restaurants.

  • De meeste eetgelegenheden zijn gelegen in het gebied ten noorden van de Heumarkt.

  • Hier vindt u ook de meeste typische Keulse Brauhä­user, waar u de plaatselijke culinai­re specialiteiten kunt krijgen en waar ook het Kölsch wordt ge­schonken.

  • Dit bier, dat wat weg heeft van pils maar iets lichter van kleur is en minder koolzuur bevat, mag volgens de strenge Duitse bierwetten alleen in Keulen worden gebrouwen.

  • Het wordt door de kelners op een temperatuur van 10 graden geschonken in lange smalle glazen.

  • De Altstadt Päff­gen (Heumarkt 62) is een voor­beeld van zo'n Brauhaus.

  • Men ver­koopt er eigen gebrouwen Kölsch dat buiten de stad niet verkrijgbaar is.

  • Als u op de menukaart van een Brauhaus het gerecht Kölsche Ka­viar mit Musik tegenkomt, dan zult u dit niet aantreffen onder de vis­gerechten.

  • Het is namelijk een stukje bloedworst dat wordt geser­veerd met een saus van uien.

  • Ook de Halve Hahn is zo'n misleidende naam.

  • Als u het bestelt krijgt u een stuk roggebrood met oude Hol­landse kaas.

  • Restaurants met een mooi uitzicht vindt u in de 4711 toren en op de Fernmeldeturm.


Nachtclubs en discotheken.

  • Het centrum van dit soort amuse­ment bevindt zich aan en ten oos­ten van de Hohenzollernring.

  • Dat is tevens de sexwijk van de stad.

  • Discotheken zijn er ook rond de Zülpicher Strasse.


Winkelen.

  • De voetgangerszone tussen de Dom en de Neumarkt is het belang­rijkste gebied voor de winkelaar.

  • Rond de Mittelstrasse (ten westen van de Neumarkt) zijn de meeste boetieks te vinden.

  • De Bazaar de Cologne is een groot winkelcen­trum dat is gelegen ten zuiden van deze straat.

  • Tussen maart en okto­ber wordt er op de Alte Markt (ach­ter het Rathaus) op iedere derde zaterdag van de maand vlooien­markt gehouden.

  • Tijdens de dagen voor Kerstmis zijn de winkels ook `s avonds geopend.

  • In die periode zijn er in de binnenstad op ver­scheidene plaatsen ook marktstal­letjes opgesteld.







Samengesteld door: BusTic.nl 8/16/2016



: Best%20Landen%20Toeristische%20informatie -> Duitsland.%20FTP%20Server%20WORD -> Steden%20en%20streken%20nieuw%20op%20de%20site -> Steden%20(D) -> Letter%20K%20Duitsland%20Steden
Letter%20K%20Duitsland%20Steden -> Duitsland: Rijn. Koblenz
Letter%20K%20Duitsland%20Steden -> Duitsland: Midden Duitsland. Keulen
Steden%20(D) -> Duitsland Omgeving van Bad Hersfeld
Steden%20(D) -> Duitsland Chiemgauer Berge
Letter%20K%20Duitsland%20Steden -> Duitsland Noordelijk Zwarte Woud Stadswandeling Karlsruhe
Letter%20K%20Duitsland%20Steden -> Duitsland
Letter%20K%20Duitsland%20Steden -> Duitsland: Weserbergland. Klooster Corvey
Letter%20K%20Duitsland%20Steden -> Duitsland: Midden Duitsland. Omgeving van Keulen
Letter%20K%20Duitsland%20Steden -> Duitsland: Eifel. Kornelimünster
Letter%20K%20Duitsland%20Steden -> Beierische Wald Kulmbach en Plassenburg




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina