Dus jij gaat niet meer



Dovnload 419.09 Kb.
Pagina10/13
Datum22.07.2016
Grootte419.09 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

Hoofdstuk 10

Geef je gewonnen en vertrouw Hem


Wat een morgen!
Niets ging er goed en tegen lunchtijd voelde ik me behoorlijk gefrustreerd. Ik had die morgen een hele tijd Diana aan de lijn gehad. Ongeveer een maand nadat John onze huisgroep had bezocht was zij langs gekomen om met Laurie en mij te praten over de nog steeds voortdurende worsteling ten aanzien van de relatie die ze had gehad met onze vroegere voorganger. Ze had wat hulp gekregen om haar emoties op een rijtje te zetten en nu ze voelde dat ze er klaar voor was om hem te confronteren. Ze wilde weten of ik met haar mee wilde gaan.
Mijn eerste reactie was dat ik haar wel wilde helpen, al zou ik het helemaal niet gemakkelijk vinden. Om te beginnen wist ik niet hoe ik het moest aanpakken, maar ook niet of het me zou lukken een afspraak met Jim te maken. Maar hoe langer ik er over nadacht hoe ongemakkelijker ik me erover begon te voelen. Er klopte iets niet, maar ik kon m’n vinger er niet op leggen. Ik vertelde haar over mijn aarzeling en ze gaf me wat extra bedenktijd. Maar nu, twee maanden later, was ze gewoon kwaad vanwege mijn getalm en ze beschuldigde me ervan dat ik niet om haar gaf.
Wat ik ook tegen haar zei om haar van het tegenovergestelde te overtuigen ik kon haar niet op andere gedachten brengen en tenslotte beeindigde ze het gesprek door gewoon op te hangen. Ik begreep haar wel, maar toch deed het pijn. Terwijl ik nadacht over wat ik zou doen, kwamen er twee andere telefoontjes binnen. Het eerste stelde me ervan op de hoogte dat het bod op een belangrijk pand was ingetrokken. Het stel dat had willen kopen was uit elkaar gegaan en herriep het bod een week voordat de termijn afliep. Ik liep daardoor een bedrag van zo’n $ 15.000,00 mis. En voor het einde van de maand had ik dringend $ 5000,00 nodig. Op korte termijn was er geen zicht op enige verkoop van wat dan ook en dus wist ik niet wat ik moest doen. En toen kwam er een telefoontje binnen waarin m’n lunchafspraak werd afgezegd. Ik stond op het punt een winkelgalerij aan de boulevard in de catalogus op te nemen, maar op het laatste ogenblik kreeg een andere makelaar lucht van de mogelijke verkoop en had hij er zich op gestort. Nu kwam deze galerij in zijn catalogus te staan. De klant bood z’n verontschuldigingen aan en zei dat hij liever die andere makelaar nam en het speet hem dat hij mij moest teleurstellen. Ik wenste hem het beste hoewel we allebei wisten dat het niet zo oprecht was bedoeld als dat het gezegd werd.
Ik zat een tijdje aan m’n bureau met m’n hoofd in m’n handen. Deze ochtend was een regelrechte ramp en ik had het gevoel dat ik boven een afgrond bungelde. Ik had er geen flauw idee van hoe dit allemaal moest gaan, maar ik herinner me nog wel dat ik verbaasd was dat ik niet boos werd. Ik vroeg me zelfs af of ik dat eigenlijk niet zou moeten zijn.
Ik besloot maar naar huis te rijden en te gaan kijken wat Laurie met de lunch deed. Toen ik m’n kantoor uitkwam zag ik tot m’n verbazing John aan de overkant van de straat lopen. Hij had me nog niet opgemerkt.
”Wat doe jij hier?” riep ik naar hem.
Hij keek op en glimlachte naar me. “Oh, hallo Jake.”
Hij stak de straat over en kwam naar me toe. Ik was blij hem te zien en we gaven elkaar een stevige hug.
“Ik dacht bij mezelf: ‘Ik ga eens kijken wat jij met de lunch gaat doen.’”
“Ik neem aan dat je ‘toevallig’ in de buurt was...”, zei ik en knipoogde naar hem alsof we samen een geheimpje hadden.
“Nou, neen, ik was echt op weg naar jou toe. Ik moest de afgelopen week sterk aan je denken en ik dacht dat het een geschikt moment was om eens langs te gaan bij je.”
“Kondig jij het nooit aan als je naar iemand toegaat? Als ik nu eens niet op kantoor was geweest?”
“Maär je bent er wel!”
“Okee, maar zojuist belde iemand af met wie ik zou gaan lunchen, dus je liep het risico dat ik er niet was.”
De opwinding die ik voelde bij het zien van John verdrong al snel de teleurstellingen van die ochtend.
“Is dat wat?”vroeg John en knikte in de richting van een eethuisje aan de overkant van de straat.
“Niet echt. Het is meer een eettent in een souterrain. Het eten is er niet zo geweldig. Maar er is een ‘Applebee’ om de hoek, 10 minuten lopen hier vandaan. We kunnen daar naar toe lopen of de auto nemen.”
“Het is een heerlijke dag, laten we lopen,” zei John en hij gebaarde in de richting die we zouden moeten nemen.
“Hoe is met jou?” vroeg ik voordat hij het aan mij kon vragen.
John keek enigszins verrast bij die vraag. “Met mij gaat het wel goed op het ogenblik, Jake. Ik heb wat meer gereist dan ik eigenlijk wilde, maar ik heb een paar prachtige mensen ontmoet die er over nadenken om ook deze reis te gaan ondernemen.”
“Is dat alles wat je doet?”
“Neen,”lachte hij,”maar het is wel wat ik het liefst doe. Ik ben een soort klusjeman, dus ik repareer vaak dingen bij mensen thuis, maar over het algemeen doe ik het gewoon omdat ik graag met mensen omga. En jij, Jake, hoe gaat het met jou?”
“Ik weet niet. Het is een wat rare tijd. Sommige dingen lopen niet zo lekker en deze ochtend was verschrikkelijk.”
“Hoezo?”
“Diana is bij ons thuis langs geweest om met Laurie en mij te praten. Jij had haar meegenomen naar onze huiskringavond, weetjewel, met Jeremy en hun zoontje. Ze wil dat ik met haar meega om Jim te confrontereen met de relatie die ze gehad hebben met elkaar.”
“Wat heb je tegen haar gezegd?”
“Aanvankelijk heb ik tegen haar gezegd dat ik dat wel wilde doen, maar dat ik erover na moest denken, over hoe we dat aan zouden moeten pakken. Dat is nu drie maanden geleden, John, en iedere keer als ik op het punt sta om Jim te bellen krijg ik het duidelijke gevoel dat ik het niet moet doen. Ik kan er niet goed de vinger op leggen. Maar zij was behoorlijk boos vanmorgen. Ze denkt dat ik gewoon te bang ben om het te doen.”
“Is dat zo?”
“Ik geloof niet dat het dat is, John. Natuurlijk zal het vervelend zijn en ik zie er niet bepaald naar uit. Maar ik geloof dat het niet het juiste moment is, of misschien is er iets dat ik nog niet zie.”
“Zo werkt God vaak, Jake. Als je iets wilt doen maar je hebt het gevoel dat het niet juist is om het te doen, is het beter om te wachten totdat het wel duidelijk is.”
“Ook wanneer iemand anders denkt dat je bang bent?”
We waren bij ‘Applebee’ aangekomen en ik opende de deur voor John om hem voor te laten gaan. We kregen een tafel bij het raam en terwijl we de menukaart bestudeerden vroeg John hoe het ging met de mensen die hij op die avond had ontmoet.
Toen ik opkeek om hem antwoord te geven, zag ik, over John’s schouder kijkend, iemand zitten die ik kende en mijn hart sloeg even over. Het was Jim, m’n voormalige baas, de voorganger van City Center Gemeente. Hij glimlachte over de hele breedte van z’n gezicht toen hij de eigenares begroette en gebaarde dat hij een tafel voor twee personen wilde, maar ze had zich nog niet omgedraaid om hem naar z’n plaats te brengen of ik zag z’n schouders slaphangen terwijl hij diep zuchtte. Hij ging naar een tafeltje in de verste hoek van het restaurant en haalde een boek tevoorschijn zonder zelfs maar op de menukaart te kijken. Ik was afgeleid door z’n aanwezigheid, maar probeerde John’s vraag te beantwoorden. “Ik geloof dat het wel goed gaat met iedereen op zich, maar als groep hebben we opgehouden te bestaan sinds jij geweest bent.”
“Hoe komt dat?”
“Dat had gedeeltelijk te maken met de zomervakantie, maar ik denk ook dat men opgepakt heeft wat je gezegd hebt en dat ze niet meer zo toegewijd zijn aan het ‘samenkomen’ op zich. Ze hebben allerlei excuses en niemand schijnt het bij elkaar komen te missen. Ik begin me af te vragen of we je verkeerd hebben begrepen. Als we niet ‘verplicht’ zijn om ‘samen’ te komen, schijnen we geen andere manier te kunnen vinden om elkaar te ontmoeten.”
“Dat zou een goede reden kunnen zijn om het dan ook maar niet meer te doen,” zei John terwijl hij de menukaart neerlegde.
“Dus jij denkt dat het geen waarde heeft als mensen bij elkaar komen wanneer ze eigenlijk niet willen samenkomen?”
“Wie heeft er iets gezegd over ‘willen’? Het heeft zeker waarde voor het Lichaam van Christus om elkaar op te zoeken en Zijn leven samen te delen. Als mensen dit doen hebben ze geen verplichting nodig. Ze voelen zich op hun gemak als ze bij elkaar zijn. Als dat niet het geval is, werkt een verplichting weinig goeds uit. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste christelijke samenkomsten genoeg ‘dingen van God’ brengen die hen afhouden van de werkelijkheid van Zijn dagelijkse tegenwoordigheid in hun leven.”
Het was maar goed dat de serveerster op dat moment naar onze tafel kwam om de bestelling op te nemen, omdat ik me af zat te vragen wat hij bedoelde. Nadat we onze bestelling hadden opgegeven, draaide ik me weer naar John, met één oog op Jim gericht die nog steeds alleen zat.
“Dus jij denkt dat onze samenkomsten een vervangingsmiddel kunnen worden voor God Zelf?”
“Zo bedoel ik het niet precies. Ik bedoel dat ze een afgod kunnen worden. Omdat de mensen samenkomen, in een kamer zitten, wat liederen zingen en praten over dingen uit de bijbel, denken ze dat ze het leven van de gemeente ervaren hebben. In de meeste gevallen echter is het niets anders dan een routinematige aangelegenheid. En hoewel het hen misschien een goed gevoel geeft, hebben ze Zijn leven helemaal niet met elkaar gedeeld. Dat is de reden waarom ik graag het aspect van verplichting eruit wil halen bij mensen die samen Jezus willen volgen, want dan kom je erachter waar je hart werkelijk op is gericht en zo kunnen jullie met z´n allen beter ervaren wat de Vader in en door jullie wil doen.”
“Zo voelt het in ieder geval niet. Het is net of ze een stel vreemde gasten zijn.”
“Misschien zijn ze dat wel, misschien zijn ze gewoon moe van al die verplichtingen en hebben ze ontwenningsverschijnselen. Die kunnen een tijdje duren, maar als dat voorbij is zullen jullie allemaal het duidelijker zien. Trouwens, omdat jullie niet meer naar een samenkomst gaan, wil nog niet zeggen dat je elkaar niet meer kan ontmoeten op individuele basis.”
“Dus discipline is niet belangrijk, John?”
“Discipline heeft veel waarde als je je blik gericht houdt op de ‘schat’. Maar als het een vervangingsmiddel wordt voor die schat, kan ze een ernstige bedreiging worden als ze je een bevredigend gevoel geeft van ‘we hebben onze ´christelijke´ plicht gedaan’.”
“Ja, maar ik voel me nu zo’n mislukkeling.”
“Waarom voel je je een mislukkeling?”
“Ik weet niet. Ik denk dat ik wil weten wat echt leven in het Lichaam inhoudt, maar hoe kunnen we dat als we niet weten op wat voor een manier we bij elkaar moeten komen?”
“Hoe kunnen ze wegblijven als ze het gevonden hebben!?”
Ik houd er niet van wanneer hij de zaak omdraait. Ik keek hem met gefronste wenkbrauwen aan, maar hij haalde z’n schouders op alsof hij wilde zeggen:”Zeg het maar.”
“Weet je wat ik vreemd vind, John?”
“Nou?”
“Ik heb het gevoel dat ik nu meer te vertellen heb dan ooit, maar tegelijkertijd lijkt het erop dat er minder mensen zijn aan wie ik het kwijt kan.”
John moest hartelijk lachen. “Als ik een dollar kreeg voor elke keer dat ik dat gehoord heb...” Hij legde z’n hand op die van mij. “Het heeft niets met onderwijzen te maken, Jake. Het gaat om ‘leven’. Leer in dit leven te leven en je zal zien dat er genoeg mensen zijn met wie je het kan delen. Als je er eerst over gaat onderwijzen zal dat ook weer een vervangingsmiddel worden voor het eigenlijke ‘leven in God’.
Ons eten kwam er eindelijk aan en daarmee ook een wending in ons gesprek.
“Hoe sta je er financieel voor, Jake?”
“Moeizaam, dat is een ding wat zeker is. Het is ons wel steeds gelukt om rond te komen iedere maand, maar nu is het wel erg moeilijk. Twee keer is een enorme transactie afgeketst, en dat gebeurde vanochtend. Ik had op in ieder geval eentje gerekend zodat we de volgende maand zouden halen. Nu weet ik niet hoe we het moeten redden. Ik vertrouwde op God dat Hij ervoor zou zorgen dat het met deze twee objecten zou lukken.”
“Vind je dat ‘erop vertrouwen dat God zal doen wat jij vindt dat het beste is’, erg klinkt als ‘op God vertrouwen’?”
Het duurde even voor bij mij het kwartje viel omdat ik deze woorden vroeger ook wel bezigde, zonder er verder bij na te denken. “Ik denk dat ik er nooit dieper over heb nagedacht.”
“Ik denk dat ‘op God vertrouwen’ inhoudt dat je Hem toestaat het op Zijn manier te doen. Als ik mijn vertrouwen richt op een specifieke uitkomst, probeer ik eigenlijk God te manipuleren. Trouwens, je hebt nog een week, Jake. Ik zou me er geen zorgen over maken, als ik jou was. Gods zorg voor jou hangt niet af van die twee transacties.”
“Dat kan jij makkelijk zeggen. In de komende paar weken moet ik $ 5000,00 aan onkosten betalen en ik zie in de verste verte niet hoe ik dat kan doen.”
“En wat zegt jou dat?”
“Dat God ergens de boot heeft gemist, of ik.” “Als we niet leren vertrouwen, Jake, zullen we elke gebeurtenis interpreteren vanuit ons eigen egoistische gezichtspunt, dat zonder uitzondering altijd negatief is en onze relatie met God ondermijnt. Bekijk het eens op deze manier: Je rijdt ’s avonds op de snelweg, je krijgt problemen met de auto, de accu van je mobieltje is leeg en je komt twee uur later thuis dan je beloofd had. Als Laurie je vertrouwt is dat geen probleem. Zo niet, en je eten staat koud te worden, dan begint ze zich zorgen te maken, voelt zich onveilig en worstelt zelfs met de mogelijkheid dat je iets hebt met iemand anders. Wanneer je dan tenslotte thuis komt, is ze boos op je en jij hebt er geen idee van waarom. - Wantrouwen maakt dat we ons onveilig voelen of angstig, zodat we óf uithalen naar anderen óf in onszelf gekeerd raken met de mogelijkheid dat we depressief worden. Wanneer we groeien in ‘vertrouwen hebben’ zullen we met God blijven wandelen, ondanks onze zorgen en teleurstelling, omdat we weten dat Hij iets anders in gedachten heeft dan wij misschien hadden.”
“Nou ik zie geen enkele mogelijkheid om in zo’n korte tijd aan zoveel geld te komen.”
“Jij denkt alleen maar aan wat jij zou kunnen doen, Jake. God heeft wel duizend manieren waarop Hij in jouw situatie uitkomst zou kunnen brengen.”
“Ik denk dat Hij m’n sinaasappelboom kan veranderen in een geld-boom als Hij dat zou willen, maar ik weet niet zeker of ik daarop moet rekenen.”
“Ik weet wel zeker dat je daar niet op hoeft te rekenen. Maar voor vandaag heb je toch genoeg?”
Ik knikte met een gefrustreerde grimas op m’n gezicht.
“Wel,“ zei John,”dat is alles wat Hij ons heeft beloofd. Hij heeft niet beloofd dat Hij onze problemen twee weken van tevoren op zou lossen, maar per dag en per gelegenheid, wanneer we vrij in Hem blijven wandelen. En Hij heeft ons beloofd dat we tevreden zullen kunnen zijn met waarin en hoe Hij ons voorziet.”
“Dus ik kan gewoon doen waar ik zin in heb, Hij zal toch wel voor het geld zorgen dat ik nodig heb?”
John barstte in lachen uit. “Heb je mij dat echt horen zeggen?”
“Niet precies, maar je laat het klinken alsof ik gewoon ‘in God kan leven’ zonder een enkele gedachte over geld. Ik ken nogal wat mensen die die weg hebben bewandeld en volkomen aan de grond kwamen te zitten.”
“Echt,” vroeg John en leunde over de tafel heen. “Noem er eens eentje?”
Ik probeerde me er eentje te herinneren maar dat lukte niet. “Ach weet je, er zijn zoveel mensen die in geloof proberen te leven en het eind van het liedje is dat ze bij anderen moeten gaan bedelen.”
“Dus jij beweeert dat jouw ervaring geleerd heeft dat je Jezus niet kan vertrouwen toen Hij zei dat je eerst het Koninrkijk moet zoeken? Omdat iemand zegt dat hij God volgt wil dat nog niet zeggen dat hij dat ook doet. Het komt vaak genoeg voor dat mensen Gods naam bij hun eigen agenda zetten. Maar laat dat jou niet beroven van de werkelijkheid van ‘leven in Hem’.”
Ik wist niet wat ik moest zeggen, dus leunde ik achterover en keek John alleen maar aan.
“Wat ik bedoel te zeggen is dit: jouw verantwoordelijkheid is Hem te volgen naar de mate van dat Hij Zichzelf aan je openbaart. Voor jou zorgen is Zijn verantwoordelijkheid. Het zal beter met je gaan als je die twee niet door elkaar haalt.”
“Nou dat is volkomen tegengesteld aan wat mijn puriteinse werkethiek me altijd heeft verteld.”
“Dat is maar goed ook..”
“Maar Paulus heeft toch gezegd dat wie niet werkt, die zal ook niet eten?”
“Ik heb niets over ‘werken’ gezegd. Ik heb het over doen wat God zegt dat je moet doen en dan merken dat Hij voor je zorgt. Paulus had het over luiheid en aanmatiging, en dat geldt niet voor jou, Jake. Als Hij je geroepen heeft om in de makelaardij te werken, doe dat dan met heel je hart en Hij zal dat gebruiken om voor je te zorgen. Als Hij je niet in die branche heeft geroepen, doe het dan niet omdat je je zorgen maakt over hoe je voor jezelf moet zorgen. Je zou er eens over kunnen gaan nadenken of Hij misschien niet zo in de makelaardij is geinteresseerd zoals jij dat bent.. Misschien is anderen verder helpen op deze reis iets wat Hij voor jou in gedachten heeft.”
“Ik zou graag financieel onafhankelijk willen zijn om anderen te helpen groeien. Er zijn al wat mensen die mijn hulp hebben ingeroepen, maar ik was bezig m’n makelaarskantoor op te zetten, dus ik kon financieel geen andere doelen nastreven. Vind jij dat dat de omgekeerde wereld is?”
“Daar geldt geen bepaald principe voor, Jake. Het hangt ervan af wat Hij van je vraagt.”
“Maar dat lijkt zo onverantwoordelijk.”
“Volgens de wereld, ja. Maar als God jou zou vragen om dat te doen is het onverantwoordelijk om het niet te doen.”
“Ik denk dat ik gewoon niet weet wat ik moet doen. Ik wil God ervoor vertrouwen, maar John, ik heb geleerd dat ik m’n hele leven voor mezelf moet zorgen. Ik weet niet hoe ik het anders moet doen. Hoe zorgt God voor jou?”
“Op allerlei manieren. Een gedeelte komt binnen door het werk wat ik doe. Soms geven mensen die ik vroeger heb geholpen me wat, al naar gelang Vader hen ertoe leidt, waardoor ik tijd kan doorbrengen met mensen zoals jij. Het verschilt van keer tot keer.”
“Wat moet het heerlijk vrij zijn om in zo’n vertrouwen te kunnen leven!”
“Dat is het vertrouwen dat Hij nu in jou aan het bewerken is en die transacties die niet zijn doorgegaan maken daar deel van uit. Zulke momenten gebruikt Hij om jouw vertrouwen te winnen. En klaarblijkelijk werkt het.”
“Wat? Hoe kan je dat nou zeggen,” vroeg ik, omdat ik helemaal niet het gevoel had dat dat het geval was.
“Omdat je niet zo boos meer bent als toen we elkaar voor de eerste keer ontmoetten. Nu voel je je wanhopig, je bent bezorgd, maar je bent niet boos. Dat laat zien dat je enorm gegroeid bent.”
En voor de eerste keer besefte ik dat God iets in me had veranderd en dat het blijvend was. Ik probeerde niet langer m’n boosheid te verbergen. Die was er gewoon niet meer, ondanks het feit dat ik teleurgesteld was.
“Bedankt John, dat had ik nog niet gezien.”
“Op deze manier wint God jouw vertrouwen. Hij vraagt niet van je om iets te doen terwijl alles in de tegenovergestelde richting wijst. Hij vraagt alleen maar van je dat je Hem volgt naar de mate waarin je ziet hoe Hij Zijn wil in je uitwerkt. En als je dat doet zal je merken dat Zijn woorden en Zijn wegen je meer zekerheid geven dan jouw allerbeste plannen of wijsheid.”
“Zo heb ik het nog nooit bekeken, John. Ik heb altijd gedacht dat geloof iets was dat je op moest werken om God iets te laten doen.”
“Dat klinkt niet zo erg gezond, wel? Een groeiend vertrouwen is de vrucht van een zich verdiepende relatie. Hoe beter je Hem en Zijn wegen leert kennen, hoe vrijer je zult kunnen leven, los van de invloeden die je proberen omlaag te trekken naar je zwakke eigen wijsheid. En als je ziet hoe Hij Zijn trouw aan je betoont in de komende tijd, zal je in gaan zien hoe volkomen je Hem kunt vertrouwen. Dat is echte vrijheid.”
“Dus je kan niet van vertrouwen spreken als er geen relatie is?”
“Inderdaad. Veel mensen verwarren geloof met veronderstelling. Ze worden in beslag genomen door hun eigen agenda, halen daarvoor zelfs bijbelteksten aan om te bewijzen dat God het op hun manier moet doen, met het gevolg dat ze teleurgesteld zijn wanneer Hij het niet doet. Maar God zal zelfs die teleurstelling gebruiken om hen uit te nodigen Hem echt te vertrouwen, gebaseerd op hoe Hij Zijn werk in hen doet. - Ik vind het mooi hoe jij bediening aan het loskoppelen bent van inkomsten hebben, Jake. Dat komt van God. Er is niets dat zo’n vervormd beeld geeft van bedieningen als dat je gelooft dat je van je bediening moet kunnen leven. Zoveel van ons leven in Christus vandaag de dag is verbasterd omdat mensen hun bediening willen gebruiken om van inkomsten verzekerd te zijn. We hebben systemen uit de wereld overgenomen en die toegepast in de gemeente en het leiderschap. En ze worden gebruikt om een manier te vinden om in ons onderhoud te voorzien, in plaats van dat ze laten zien wat het betekent om onder de zorgende hand van Vader te leven. Zodra bediening een manier wordt om aan geld te komen zal je merken dat je mensen gaat manipuleren om jou te dienen in plaats van dat Vaders liefde je ertoe leidt om hen te dienen. - God zal Zijn volk pas aan je toevertrouwen, Jake, als je vrij bent geworden om God te vertrouwen dat Hij voor je zorgt. Je moet gewoon niet uitgaan van de gedachte dat jij degene bent die er voor moet zorgen. Pik deze les op, Jake. In de vrijheid van Gods voorziening leven is cruciaal om te ontdekken wat God voor jou in petto heeft. Leer te leven door te zien wat God op je weg brengt en ga niet uit van jouw plannen en schema’s. De ene dag kan dat zijn dat je iemand helpt om deze vrijheid en dit leven in Jezus te vinden, en de andere dag ben je een huis aan het schilderen of graaf je bij iemand op z’n land greppels, of hij stuurt iemand naar je toe die je geld geeft. Hij zorgt voor je, in alles wat je nodig hebt, hoewel Hij dat misschien niet doet op de manier zoals jij dat verwacht. Dat geldt zowel voor je relaties met mede-reizigers als voor je financien.”
We waren bijna klaar met eten en ik zag hoe Jim opstond om te vertrekken. Het verbaasde me dat hij alleen had gegeten. Hij liep naar het gangpad dat hem langs onze tafel zou voeren. Ik kromp ineen en hoopte dat hij me niet zou opmerken. Ik probeerde op een nonchalante manier mijn aandacht bij m’n gesprek met John te houden.
“Ik weet niet wat God voor jou allemaal in gedachten heeft, Jake. Ga gewoon stap voor stap en doe elke dag wat je weet dat je moet doen. Mettertijd zal het allemaal steeds duidelijker worden.”
Toen John uitgesproken was liep Jim recht op onze tafel af en begroette me. Het was niet meer de oude opgewekte Jim. Hij had een gekwelde blik in z’n ogen. Ik stelde hem voor aan John en we praatten even over koetjes en kalfjes. Toen werd Jim ernstig.
“Ik moet een keertje met je praten, Jake, als dat kan.” Het leek of z’n woorden in z’n keel bleven steken.
“Luister, Jake, ik moet even bellen,” zei John en stond op. “Wat mij betreft kan je gerust nu met hem praten”
En voor ik het wist was John verdwenen en ging Jim zitten, duidelijk niet op z’n gemak. Hij deed z’n hoofd in z’n handen en begon een beetje naar adem te happen.
Ik werd door emoties bestookt uit wel veertien verschillende richtingen. Ik wist niet of ik hem een optater zou geven of dat ik medelijden met hem zou hebben. Ik wist wel dat ik daar op dat moment gewoon niet wilde zijn. Tenslotte kwam hij wat tot bedaren en keek op met ogen vol diepe smart. “Je zal me wel haten, Jake.”
“We hebben betere tijden gekend,” antwoordde ik me op de vlakte houdend. Ik had er geen idee van welke kant dit op zou gaan en ik voelde mijn maag samen krimpen.
“Ik heb al een hele tijd met je willen praten maar ik durfde gewoonweg niet. Aanvankelijk was ik kwaad dat je niet achter me wilde staan en toen jij wegging deed dat zoveel mensen pijn.”
“Moet je luisteren Jim, we hoeven dat allemaal niet opnieuw naar boven te halen. De eerste keer was al pijnlijk genoeg.”
“Dat zal het zeker geweest zijn. Ik wil je alleen maar vertellen dat ik er ontzettend veel spijt van heb, wat ik je heb aangedaan. Ik kom je ook vertellen dat ik m’n voorgangerschap heb neergelegd.”
“Wat heb je ...?” Ik kon m’n oren haast niet geloven.
“Niemand weet het nog. Ik zou vandaag lunchen met de voorzitter van het bestuur om het hem te vertellen, maar hij moest plotseling naar het ziekenhuis voor een spoedoperatie en kon geen andere afspraak maken.”
Hij staarde voor zich uit, langs me heen.
“Ik heb het helemaal gehad, Jake. Ik zak steeds verder weg in een depressie. Mijn huisarts heeft me gezegd dat de stress tengevolge van de bediening me de das omdoet.”
“Maar ik dacht dat het zo goed ging, Jim?”
“Van de buitenkant bekeken, ja. City Center Gemeente heeft er nog nooit zo goed uitgezien. Maar van binnen... ho maar!”
Hij schudde z’n hoofd en kon even niets meer zeggen.
“Weet je wat het je kost om een gemeente draaiende te houden!? Weet je hoeveel brandjes ik elke week moet blussen, hoeveel mensen ik op moet peppen om het draaiende te houden? En van binnen ben ik zo dood als een pier. Iedere keer als ik aan jou denk, wordt het erger. Je was een van m’n beste vrienden en ik heb je een dolksteek in de rug gegeven om m’n eigen hachje te redden.”
Hij keek me met betraande ogen aan. “Ik vind het zo ontzettend erg, Jake, en ik wil het in orde maken met je.”
Ik wist niet hoe ik daarop moest antwoorden. Ik had medelijden met hem maar vond het tegelijkertijd wel goed dat hij nu de rekening kreeg gepresenteerd voor wat hij had gedaan. Ik was daar niet trots op, maar dat gevoel had ik nu eenmaal.
“Misschien heb je nog niet gehoord dat m’n vader pas geleden overleden is. Ik ga verhuizen, weer terug naar het Oosten, om zijn zaak een tijdje waar te nemen. En ik ga hulp zoeken voor mezelf. Ook wil ik jou bij de gemeente aanbevelen als hun toekomstige voorganger.”
M’n hart stond even stil. “Daar zullen ze wel op zitten te wachten,” zei ik tenslotte met een nerveus lachje.
“Ik denk dat je er geen idee van hebt hoe ze je daar respecteren. Je zou daar erg op je plaats zijn en ik weet zeker dat je het daar heel goed zou doen. Ik zou niet weten wie ik anders zou kunnen aanbevelen. Zou je het willen doen? - Je hoeft me nu nog geen antwoord te geven, Jake. Denk er eens over na. Maar weet dat ik er heel veel spijt van heb wat ik je heb aangedaan. Het deugde voor geen meter. En dat jij er de dupe van bent geworden al helemaal niet. Als ik het terug kon draaien zou ik het meteen doen” Hij stopte even en keek me met betraande ogen aan. “Mijn leven was zo’n puinhoop, daar heb je geen idee van. Ik probeerde alleen maar te overleven. Dat was mijn fout. Ik had al veel eerder moeten stoppen.”
Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik worstelde ermee om hem te vergeven, maar ik wist niet zeker of dat niet te snel zou zijn. Er was niemand die mij meer pijn had gedaan dan hij en ik was er nog niet klaar voor om het af te doen met een simpel ‘Ik vergeef je’.
“Ik wil je niet langer ophouden, Jake en ik realiseer me dat er nog heel wat te bespreken valt voordat alles weer ok is. Maar daartoe ben ik bereid...als jij dat ook wilt.”
Toen stopte hij z’n hand in z’n jaszak en haalde er een envelop uit die hij aan me gaf. Mijn naam stond in drukletters op de voorkant met het logo van City Center Gemeente en het adres van de gemeente in de linkerbovenhoek.
“Wat is dat?” vroeg ik.
“Je zou kunnen zeggen dat het een gift is van de gemeente. Om je de waarheid te zeggen, het is je ontslagpremie. Ons bestuur heeft er vorige maand over gesproken hoe wij uit elkaar zijn gegaan en de meesten vonden dat we je niet netjes hebben behandeld. Het is $ 10.000,00, Jake. Misschien had het meer moeten zijn, maar wellicht verzacht het de pijn een beetje. Er zit ook een excuusbrief van het bestuur in. Ik was op weg naar je kantoor om het je te geven na m’n lunch, maar toen zag ik je hier zitten en ....”
Een deel in me wilde het teruggeven en boven dit alles staan. Het andere deel van mij wist dat ik het geld hard nodig had.
“Ik weet niet of ik het wel kan aannemen, Jim.”
“Neem het. Je hebt het verdiend! Misschien dat het een deur opent voor genezing, na alles wat je hebt meegemaakt.”
Ik knikte en liet de envelop onder m’n handen liggen. En toen wist ik dat ik erover moest beginnen.
“Jim, ik ben al een tijdje van plan geweest je te bellen.”
“Echt waar? Waarom?”
Z’n ogen stonden wijd open en de angst was duidelijk te zien.
“Weet je nog waarover?” vroeg hij, terwijl zijn ogen me onderzoekend aankeken om te weten hoeveel ik wist. Ik knikte en plotseling voelde ik tranen in m’n ogen komen.
Hij liet z’n hoofd zakken. Even hing er een stilte tussen ons in. We wisten geen van beiden wat we moesten zeggen.
Na enkele pogingen zei Jim tenslotte:”Het is het ergste wat ik ooit heb gedaan, Jake, en ik hoopte dat het nooit openbaar gemaakt hoefde te worden.”
Hij slaakte een diepe zucht en staarde naar de tafel, ondertussen zenuwachtig met de vork van John z’n handen wiebelend. “Maar ik loop er niet voor weg. Ik moet er iets mee doen.”
Hij haalde zijn mobieltje tevoorschijn en liep door z’n agenda. “Wat dacht je van morgenmiddag om 14.30 u.? Denk je dat dat kan?”
“Ik zal kijken of ze kan, Jim, en je even terugbellen.”
“Prima. Ik moet nu echt weg, Jake, maar ik wil de dingen die tussen ons in staan uitpraten. En...gebruik het geld,” zei hij en knikte naar de envelop. “We wilden het trouwens niet voor iets anders gebruiken.”
Ik knikte toen Jim uit de stoel waarin John gezeten had opstond. Hij leunde voorover tot dicht bij m’n hoofd en fluisterde:”En denk er ook over na of je terug wilt komen als voorganger. Ik heb het gevoel dat je een heel ander persoon bent geworden dan degene die ik vroeger kende en ze zouden je hulp erg goed kunnen gebruiken.”
En toen was hij vertrokken.
Ik bleef even zitten en staarde uit het raam, niet wetend wat ik van dit alles moest denken.
Even later kwam John weer terug en legde z’n hand op m’n schouder. “Jake, ik moet gaan.”
We legden het geld neer voor de rekening, pakte m’n spullen bijeen en liep naar de deur.
“Hoe ging het met Jim?” vroeg hij.
“Ik ben nog in een shock. Hij bood z’n verontschuldigingen aan en we hebben een afspraak gemaakt met Diana erbij en hij gaf me $ 10.000,00 namens het bestuur als ontslagpremie.”
“Wauw! Hoe lang ben ik weggeweest?” John lachte.
“Ik sta perplex hoe alles in het afgelopen uur is samengevallen. Hoe is het mogelijk dat God dit zo gepland heeft?”
“En zonder onze hulp!” John gaf me een klopje op de schouder. “Verwacht niet dat het altijd in zo’n korte tijd gaat, Jake, maar het lijkt inderdaad op dat God iets heeft gedaan aan een paar zaken waar jij behoorlijk bezorgd over was.”
“Hij legt ook z’n voorgangerschap neer, John, en heeft mij gevraagd het van hem over te nemen.”
“Ga je dat doen?”
“Ik weet niet hoe...” Ik haalde m’n schouders op toen John begon te lachen en samen liepen we naar buiten, waar de middagzon heerlijk scheen.

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina